<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR301568_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijk boete bij recidive 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2013-07-24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijk boete 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand, art. 8 lid 1 sub i</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-06-27</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013, 2013.00050-3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit Boete WWB, IOAW en IOAZ 2013</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijk boete bij recidive 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 21 mei 2013, nummer
                        2013.00050-3;</al><al/><al>overwegende dat:</al><al>de raad als gevolg van de wet ‘Aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                        SZW-wetgeving’ verplicht is per verordening vast te leggen op welke wijze de
                        bestuurlijke boete wordt verrekend met de bestaande uitkering;</al><al/><al>gelet op:</al><al>artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet Werk en Bijstand;</al><al/><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de <vet>Verordening verrekening bestuurlijk boete bij
                            recidive 2013</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="70*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<vet>wet:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Wet Werk en Bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<vet>IOAW:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<vet>IOAZ</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<vet>de raad</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>de raad van de gemeente Veenendaal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<vet>het college</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.<vet>Uitkeringsgerechtigde:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>personen met een uitkering ingevolge de wet, de IOAW
                                                of de IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.<vet>Beslagvrije voet:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c
                                                tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                                Rechtsvordering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.<vet>Verrekenen:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid,
                                                van de Wet Werk en Bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.<vet>Recidiveboete:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                                vijfde lid, van de Wet werk en bijstand.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekenen bestuurlijk boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verrekenen bestuurlijke boete bij recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de recidiveboete verrekenen zonder inachtneming van
                                de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop
                                de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in artikel 2, verrekent het
                                college het restant van de recidiveboete in de daarop volgende
                                maanden met inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r,
                                van de Wet Werk en Bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet Werk en Bijstand, indien en voor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan artikel 2 of 4 buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken ten gunste van de belanghebbende, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 27 juni 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Verordening verrekening
                                bestuurlijke boete 2013</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 juni 2013.</ondertekening><ondertekening>De heer mr. E.J. Kruijswijk Jansen - raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>de heer mr. A.W. Kolff - voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><al/><al>Op 1 januari 2013 trad de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving" in werking. Voor de Wet Werk en Bijstand (WWB) introduceert deze
                    wet de bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht. </al><al>Het college van burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de
                    bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij
                    deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden.
                    Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college
                    besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen. </al><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij
                    verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een
                    afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking
                    stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De
                    omstandigheden waaronder afgeweken kan worden, zijn beschreven in de wet. In
                    deze verordening is er daarom voor gekozen deze omstandigheden niet verder uit
                    te werken in de verordening, maar te volstaan met de hardheidsclausule, en de
                    mogelijkheid voor het college om te beslissen in die gevallen waarin de
                    verordening niet voorziet. </al><al/><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet
                    in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar
                    waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft
                    sprake van een bevoegdheid van het college. Het is derhalve aan het college op
                    deze onderdelen nadere (beleids)regels vast te stellen. De beleidsregel
                    Terugvordening en Verhaal is op dit munt aangepast. </al><al/><al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met
                    verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te
                    verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd, zal in dat geval aangeven
                    in hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van
                    zijn gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, moet in
                    beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht de beslagvrije voet niet
                    gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij
                    uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In
                    artikel 60b, tweede lid, van de WWB is geregeld dat het college die de uitkering
                    verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te
                    komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dat verzoek
                    handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn
                    vastgelegd. </al><al/><tussenkop>Artikelgewijs </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 </tussenkop><al>Begrippen In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste
                    behoeven geen nadere toelichting. </al><al>a.<cursief>Verrekenen: </cursief>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen
                    dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom
                    een aparte begripsbepaling opgenomen in de verordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>In dit artikel wordt geregeld dat de gemeente gebruik maakt van de mogelijkheid
                    de recidiveboete te verrekenen met de lopende uitkering zonder inachtneming van
                    de beslagvrije voet. Dit wordt “robuuste incasso” genoemd. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 </tussenkop><al>Als na drie maanden verrekening met de lopende uitkering zonder inachtnemen van
                    de beslagvrije voet, de bestuurlijke boete niet volledig is voldaan, wordt het
                    restandbedrag verrekend met de lopende uitkering met inachteneming van de
                    beslagvrije voet. In het tweede lid wordt beschreven welke middelen meegerekend
                    worden met het inkomen, waarmee de boete wordt verrekend.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes In artikel 60b, derde lid, van de WWB is
                    bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van
                    toepassing is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment
                    van verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald.
                    Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan
                    regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige
                    toepassing zijn. </al><al/><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet
                    niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties zijn beschreven in de wet. Het kan
                    bijvoorbeeld gaan om dreigende uithuiszetting. Van dringende redenen om af te
                    wijken is niet snel sprake. Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de
                    behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren
                    op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het gaat daarbij altijd om
                    individuele omstandigheden waaraan het college zal moeten toetsen. Dit wordt
                    geregeld in artikel 5.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 </tussenkop><al>Geen nadere toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 7 </tussenkop><al>Geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>