<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30148_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 31-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reclamebelasting</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 227</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/103</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 4
                        november 2008;</al><al>gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting
                    </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>opschrift: openbare aankondiging in letter of symbolen, voor zover
                                niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen gedaan;</al></li><li nr="b."><al>reclameobject: een openbare aankondiging zichtbaar vanaf de openbare
                                weg;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct
                                of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte
                                steun vindt in of op de grond;</al></li><li nr="d."><al>tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn
                                bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand
                                brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van
                                personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;</al></li><li nr="e."><al>exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn
                                bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding
                                aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar
                                gestelde oppervlakten; </al></li><li nr="f."><al>kwartaal: een kalenderkwartaal;</al></li><li nr="g."><al>jaar: een kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, binnen het gebied zoals nader
                        aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe
                        belasting geheven ter zake van een openbare aankondiging die zichtbaar is
                        vanaf de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten
                            behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de reclameobjecten worden
                            aangetroffen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de
                            reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van
                            een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                            inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel worden de op de voet van artikel 5,
                            tweede lid, bepaalde oppervlakten van reclameobjecten, die bij één
                            bouwwerk of deel daarvan behoren, bij elkaar opgeteld. Indien meerdere
                            bouwwerken of delen daarvan tezamen worden gebruikt door één
                            belastingplichtige, worden de oppervlakten van reclameobjecten die bij
                            deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing van dit
                            artikel bij elkaar opgeteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij daarmee
                            fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Berekening van de reclamebelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een
                            in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als
                            een volle eenheid aangemerkt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De oppervlakte van een reclameobject wordt bepaald door de lengte c.q.
                            de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het opschrift
                            omsluit, dan wel het van de openbare weg zichtbaar gedeelte van het
                            opschrift omsluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd voor zoveel vierde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kwartalen overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd voor
                            zoveel vierde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als
                            er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kwartalen
                            overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag. </al></li><li nr="2."><al>Belastingaanslagen met een totaalbedrag van minder dan € 10,--
                                worden niet opgelegd. </al></li></lijst><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                        aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen: </al><lijst><li nr="a."><al>waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling
                                aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan
                                de gemeente verschuldigd is; </al></li><li nr="b."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt
                                gediend kunnen worden aangemerkt; </al></li><li nr="c."><al>die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of
                                aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt
                                ter uitvoering van de publieke taak; </al></li><li nr="d."><al>die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen
                                zijn aangebracht en die een cultureel, maatschappelijk, charitatief
                                of ideëel belang dienen; </al></li><li nr="e."><al>op parasols welke zijn geplaatst op een terras bij een
                                horecaonderneming; </al></li><li nr="f."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen,
                                waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag met naam
                                van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan; </al></li><li nr="g."><al>op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het
                                bevoegde bestuursorgaan; </al></li><li nr="h."><al>voorzien van opschriften aangebracht op bouwterreinen, voor zover
                                deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein
                                in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; </al></li><li nr="i."><al>die zijn gedaan in verband met de huur of de verkoop van de
                                desbetreffende onroerende zaak. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden voldaan binnen één maand na dagtekening van
                            het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                reclamebelasting’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2008.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>Het tarief bedraagt voor het hebben van een reclameobject, </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="74*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5
                                            m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 450,--</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m²
                                            tot 10m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 620,--</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.voor een reclameobject met een oppervlakte van 10 m²
                                            tot 20m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 680,--</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 20
                                            m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 740,--</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2008</al><al>Mij bekend,</al><al>De griffier </al><al> Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening
                        reclamebelasting, geldt het gedeelte wat gelegen is binnen de dikke lijn op
                        de kaart (zie volgende pagina). </al><al>Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2008</al><al>Mij bekend,</al><al>De griffier </al><al><vet>A</vet><vet> Algemeen </vet></al><al><vet>1</vet><vet> Wettelijke basis</vet></al><al>De verordening reclamebelasting is gebaseerd op artikel 227 van de
                        Gemeentewet. </al><al>Het heffen van reclamebelasting is arbeidsintensief. De perceptiekosten
                        kunnen worden beperkt door de heffing te beperken tot een deel van de
                        gemeente of tot bijvoorbeeld permanent aanwezige aankondigingen. In deze is
                        er voor gekozen het gebied te beperken tot het centrum. </al><al>Omdat sprake is van een belasting, hoeft er tegenover het heffen van de
                        reclamebelasting geen individuele tegenprestatie of kostenpost te staan van
                        de gemeente. Het vereiste van maximaal 100% kostendekkendheid, zoals dat van
                        toepassing is bij de legesheffing, geldt hier niet. </al><al>De opbrengst vloeit in de algemene middelen en de gemeente kan die aanwenden
                        naar eigen inzicht. De reclamebelasting wordt dan ook primair als een
                        algemeen dekkingsmiddel opgevat. Daarnaast kan de reclamebelasting een
                        regulerend karakter hebben door het opwerpen van een financiële drempel voor
                        openbare aankondigingen.</al><al><vet>2</vet><vet> Opzet</vet></al><al>De verordening reclamebelasting bestaat uit twee gedeelten, namelijk de
                        verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en een aparte
                        tarieventabel. Hierdoor zijn tariefwijzigingen op eenvoudige wijze in de
                        tarieventabel te verwerken zonder dat de onderlinge samenhang van de
                        artikelen in de verordening verloren gaat.</al><al>Als bijlage bij de verordening is een kaart opgenomen waarin het gebied is
                        afgebakend. </al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting,
                    geldt het gedeelte wat gelegen is binnen de dikke lijn op onderstaande kaart. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i3af201bf-4e34-4814-82c7-981cac45eeb3" naam="i2322i3af201bf-4e34-4814-82c7-981cac45eeb3.gif" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.3cm"/></plaatje></al><al/><al/></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>B Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de
                    modelverordening voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in
                    dit artikel. </al><tussenkop>Artikel 2 Belastbaar feit</tussenkop><al>In de verordening is voor de formulering van het belastbare feit direct
                    aangesloten bij de wettekst van artikel 227 Gemeentewet. De wet gaat uit van een
                    belasting ‘ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare
                    weg.’ </al><tussenkop>Openbare aankondiging</tussenkop><al>Artikel 227 van de Gemeentewet, noch enige andere (fiscale) wet geeft een
                    definitie van het begrip openbare aankondiging. Daardoor moet aansluiting worden
                    gezocht bij het spraakgebruik. In beginsel vallen alle openbare aankondigingen
                    zichtbaar vanaf de openbare weg onder de reclamebelasting. Het gaat overigens om
                    de openbare aankondiging zelf en niet om het voorwerp waarop die aankondiging
                    zich bevindt. Bij een reclametekst op een gevelbord bijvoorbeeld is belast de
                    aankondiging op het bord en niet het bord zelf. Voor de berekening van de
                    oppervlakte van de openbare aankondiging wordt soms wel aangesloten bij de
                    oppervlakte van het bord.</al><al>Bij openbare aankondigingen kan gedacht worden aan schriftelijke aankondigingen,
                    foto’s, tekeningen, logo’s, stickers, raam- en aanplakbiljetten, teksten en
                    figuren op gevelborden, etalageruiten, lichtbakken en (verkeers)borden en
                    vlaggen, neonreclames, merken, emblemen, beeldbepalende kenmerken en zelfs
                    aankondigingen op door de gemeente rijdende specifieke reclamevoertuigen.
                    Echter, openbare aankondigingen zoals de vermelding van openings- en
                    sluitingstijden en aanduidingen die aangeven waar de hoofdingang van een gebouw
                    zich bevindt, zijn geen openbare aankondiging in de zin van de reclamebelasting.
                    Het hof oordeelde dat dergelijke aankondigingen slechts bijkomstig de aandacht
                    vestigen op het gebouw ten einde deel te nemen aan het economische verkeer en
                    daarmee zakelijke belangen te bevorderen (Hof Amsterdam 30 januari 1998, nr.
                    96/1387, Belastingblad 1998 blz. 530, LJN: AA4190).</al><al>Een aankondiging is openbaar indien het publiek vanaf de openbare weg de
                    aankondigingen visueel kan waarnemen. Aankondigingen in gebouwen zijn meestal
                    niet zichtbaar vanaf de openbare weg en in dat geval daardoor niet belastbaar.
                    Aankondigingen in etalages van winkels zijn in beginsel weer wel belastbaar. </al><tussenkop>Het begrip openbare weg</tussenkop><al>De Gemeentewet geeft geen definitie van het begrip openbare weg. De
                    belastingrechter knoopt voor het begrip ‘openbare weg’ aan bij de definitie uit
                    de Wegenwet (Hof Leeuwarden 30 oktober 1967, BNB 1968/214 inzake de
                    straatbelasting en Hoge Raad 21 september 2001, nr. 35502, Belastingblad 2001,
                    blz. 996 inzake de OZB). Volgens artikel 1 van de Wegenwet moet onder weg mede
                    worden verstaan: voetpad, rijwielpad, jaagpad, dreef, molenweg, kerkweg en
                    andere verkeersbanen voor beperkt gebruik. Ook een brug wordt aangemerkt als
                    weg.</al><al>Samenvattend geldt dat een weg openbaar is wanneer deze daadwerkelijk voor
                    iedereen toegankelijk is. Het is daarbij niet van belang wie eigenaar is van de
                    weg. Een weg is niet openbaar als deze alleen op verzoek voor een ieder
                    toegankelijk is.</al><al>Voor winkelcentra die niet kunnen worden afgesloten met bijvoorbeeld een
                    afsluitbaar hekwerk of schuifdeuren heeft dit tot gevolg dat sprake is van
                    openbare weg. Deze zijn immers te allen tijde voor iedereen toegankelijk. Ook
                    ’s-avonds, op feestdagen en in het weekend. Deze situatie is dan vergelijkbaar
                    met een winkelgebied of winkelstraat elders in de gemeente. Voor winkelcentra
                    die wel afsluitbaar zijn (Oranjepassage), ligt dat anders. Hierbij is de vrije
                    toegankelijkheid afhankelijk van de beheerder. Zo’n winkelcentrum is dan niet
                    daadwerkelijk voor iedereen toegankelijk en er kan niet gesproken worden van
                    openbare weg.</al><tussenkop>Artikel 3 Belastingplicht</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>De Hoge Raad heeft bepaald dat in het geval een gemeente de belasting kan
                    opleggen aan degene van wie dan wel ten behoeve van wie een openbare
                    aankondiging wordt aangetroffen, belastingplichtig is degene die bij de openbare
                    aankondiging rechtstreeks belang heeft. De Hoge Raad bepaalde ook dat in het
                    geval meerdere personen een rechtsreeks belang hebben, belastingplichtig is
                    degene wiens belang het meest op de voorgrond treedt. </al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>In het tweede lid is de belastingplicht geregeld voor openbare aankondigingen
                    met vermelding van een tussenpersoon of gedaan door een persoon die beroeps- of
                    bedrijfsmatig openbare aankondigingen voor derden doet. Dit kan leiden tot een
                    andere belastingplicht dan op grond van het eerste lid. </al><tussenkop>Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>De Gemeentewet schrijft geen tarief voor en gemeenten zijn in beginsel vrij om
                    een heffingsmaatstaf voor de reclamebelasting te bepalen, zolang deze maar niet
                    direct of indirect afhankelijk is gesteld van inkomen, winst of vermogen van de
                    belastingplichtige.</al><al>Wij hebben gekozen voor de oppervlakte van de openbare aankondiging als
                    grondslag voor de heffing </al><al>Voor de tariefstelling wordt verwezen naar de tarieventabel.</al><tussenkop>Tweede en Derde lid</tussenkop><al>Deze bevatten doelmatigheidsbepalingen, waarmee wordt bereikt dat meer openbare
                    aankondigingen bij één bouwwerk als één openbare aankondiging worden aangemerkt. </al><tussenkop>Artikel 5 Berekening van de reclamebelasting</tussenkop><al>De reclamebelasting is voor gemeenten een arbeidsintensieve belasting. In de
                    praktijk treft men immers zeer veel openbare aankondigingen aan die verschillen
                    in soort en grootte. Om de reclamebelasting uitvoerbaar te houden is het daarom
                    noodzakelijk dat nadere regels worden gesteld. </al><al>Een deel van die nadere regels treft men aan bij de vrijstellingen, maar ook
                    voor de berekening van de reclamebelasting kunnen doelmatigheidsregels worden
                    opgenomen. Artikel 5 van de verordening geeft een van die regels. In het eerste
                    lid is opgenomen dat een gedeelte van een vierkante meter wordt aangemerkt als
                    een gehele vierkante meter. In het tweede lid is bepaald hoe de oppervlakte van
                    een reclameobject moet worden bepaald.</al><tussenkop>Artikel 6 Belastingtijdvak</tussenkop><al>Er is gekozen voor het kalenderjaar als belastingtijdvak omdat dit ons het meest
                    doelmatig voorkomt. </al><tussenkop>Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang </tussenkop><al> Indien de gemeentelijke belasting over een tijdvak wordt geheven en de
                    belastingschuld naar de toestand op een bepaald, aan het begin van het
                    belastingtijdvak vastgesteld tijdstip wordt geheven, moet in de
                    verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>worden geregeld dat de belastingschuld ontstaat bij het begin van het
                            belastingtijdvak of zo dit later is bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></li><li nr="-"><al>een regeling worden opgenomen voor de gevallen waarin de belastingplicht
                            in de loop van dit tijdvak ontstaat of eindigt. Bij aanvang van de
                            belastingplicht in de loop van dit tijdvak dient de heffing naar
                            tijdsgelang plaats te vinden. Bij beëindiging van de belastingplicht in
                            de loop van het tijdvak dient ontheffing naar tijdsgelang plaats te
                            vinden. In de verordening is in voorkomend geval gekozen voor een
                            tijdsevenredige herleiding per kwartaal, waarbij gedeelten van een
                            kwartaal niet worden meegerekend. Deze (ont)heffingsregeling is er op
                            gericht dat bij tijdsevenredige toepassing geen te grove afrondingen
                            plaatsvinden. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 8 Wijze van heffing</tussenkop><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden
                    geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere
                    wijze. De heffing bij wege van aanslag ligt bij deze belasting voor de
                    hand.</al><tussenkop>Artikel 9 Vrijstellingen</tussenkop><al>In beginsel vallen alle openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg
                    onder de reclamebelasting. Dat maakt de heffing van reclamebelasting
                    arbeidsintensief en in de praktijk lastig uitvoerbaar. Het is daarom wenselijk
                    vrijstellingen in de verordening op te nemen. </al><al>De Gemeentewet kent voor de reclamebelasting geen verplichte vrijstellingen. Wel
                    kan de gemeenteraad in de verordening reclamebelasting zogenoemde facultatieve
                    vrijstellingen opnemen. Zij heeft daarvoor een ruime bevoegdheid. </al><al>Een beperking bij het opnemen van vrijstellingen in de verordening is, dat een
                    vrijstelling objectief moet zijn om te voorkomen dat toepassing van de
                    vrijstelling leidt tot strijdigheid met de algemene beginselen van behoorlijk
                    bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel.</al><al>Verder mogen vrijstellingen er niet toe leiden dat de belasting afhankelijk
                    wordt gesteld van inkomen, winst of vermogen. Of door een vrijstelling strijd
                    ontstaat met enig beginsel, moet van geval tot geval worden beoordeeld. </al><al>Uit doelmatigheidsoverwegingen zijn de vrijstellingen genoemd in dit artikel
                    opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 10 Betalingstermijn</tussenkop><al>Omdat het hier gaat om een belasting die vrijwel altijd wordt geheven van
                    ondernemers en organisaties is een betalingstermijn van een maand aangehouden. </al><tussenkop>Artikel 11 Kwijtschelding</tussenkop><al>In de verordening is gekozen voor een bepaling die regelt dat in het geheel geen
                    kwijtschelding van reclamebelasting wordt verleend. Het gaat hier immers om een
                    belasting die vrijwel altijd wordt geheven van ondernemers en organisaties. </al><tussenkop>Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en
                    wethouders</tussenkop><al>Op grond van de Gemeentewet zijn bij de heffing en invordering van de
                    gemeentelijke belastingen onder meer de Algemene wet inzake rijksbelastingen
                    (AWR) en de Invorderingswet 1990 van toepassing. De heffingsbevoegdheden komen
                    toe aan de daartoe aangewezen heffingsambtenaar en de invorderingsbevoegdheden
                    aan de daartoe aangewezen invorderingsambtenaar. De AWR en de Invorderingswet
                    1990 kennen ook bepalingen op grond waarvan het College van burgemeester en
                    wethouders de bevoegdheid wordt toegekend nadere regels te geven over bepaalde
                    heffings- en invorderingsaangelegenheden. Door het opnemen van dit artikel is
                    het voor de belastingplichtigen duidelijk dat er nog nadere regels kunnen
                    gelden.</al><tussenkop>Artikel 13 Inwerkingtreding en citeerartikel </tussenkop><al>In dit artikel is de inwerkingtreding en citeerartikel opgenomen. </al><tussenkop>C Toelichting op de tarieventabel</tussenkop><al>Aangezien is gekozen voor de oppervlakte van de openbare aankondiging als
                    maatstaf van heffing, is in de tarieventabel een tariefstelling per
                    m<sup>2</sup> van de openbare aankondiging opgenomen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>