<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR301426_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Mandaatbesluit Súdwest Fryslân 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Súdwest-Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Súdwest-Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ta jo tjinst</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Mandaatbesluit Súdwest Fryslân 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/geldigheidsdatum_24-07-2013">gemeentewet </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/volledig/geldigheidsdatum_24-07-2013#Hoofdstuk10">afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regelgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Mandaatbesluit Súdwest Fryslân 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>	MANDAATBESLUIT SUDWEST FRYSLAN 2011</al><al/><al>	Burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Sudwest Fryslan,</al><al>	ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>	gelet op de Gemeentewet en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht</al><al/><al>	b e s l u i t e n :</al><al/><al>	vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit Sudwest Fryslan 2011</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>
	In dit besluit wordt verstaan onder:</al><al>
	a. de gemeentesecretaris: de gemeentesecretaris van Sudwest Fryslan, tevens</al><al>
	algemeen directeur en voorzitter van de directie.</al><al>
	b. een directeur: een lid van de directie.</al><al>
	c. de directie: de directeuren gezamenlijk.</al><al>
	d. mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te</al><al>
	nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>
	e. volmacht: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan</al><al>
	privaatrechtelijke</al><al>
	rechtshandelingen te verrichten, als bedoeld in artikel 160 Gemeentewet.</al><al>
	f. machtiging: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan</al><al>
	handelingen te</al><al>
	verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Mandaat gemeentesecretaris</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot het college en de burgemeester behorende aangelegenheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	De gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hem</al><al>
	ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet</al><al>
	tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en</al><al>
	bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige</al><al>
	aangelegenheid gaat.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>
	De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college of</al><al>
	burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>
	Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze</al><al>
	waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Mandaat afdelingsmanagers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden</al><al>
	gemandateerd aan de afdelingsmanagers</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	De afdelingsmanagers maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik</al><al>
	ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de</al><al>
	betreffende afdeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>
	Aan de gemeentesecretaris blijven voorbehouden de bevoegdheden die bij of</al><al>
	krachtens de wet aan zijn functie zijn toegekend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>
	In afwijking van het gestelde in het eerste lid worden de in bijlage 2 opgenomen</al><al>
	bevoegdheden slechts aan de daarbij genoemde functionarissen gemandateerd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>
	De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de</al><al>
	gemeentesecretaris.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>
	De afdelingsmanagers zijn bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hen</al><al>
	ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet</al><al>
	tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en</al><al>
	bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige</al><al>
	aangelegenheid gaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Mandaat teammanagers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	De aan de afdelingsmanagers gemandateerde bevoegdheden worden</al><al>
	gemandateerd aan de teammanagers.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	De in het eerste lid genoemde functionarissen maken van het aan hen verleende</al><al>
	mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het</al><al>
	werkterrein van hun team.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>
	De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de</al><al>
	afdelingsmanager.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>
	De in bijlage 5 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de</al><al>
	teammanager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ondermandaat</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	De teammanagers zijn bevoegd de onder hen ressorterende medewerkers</al><al>
	ondermandaat te verlenen, nadat dit is voorgelegd aan het managementteam. Op</al><al>
	ondermandaat zijn de bepalingen van dit besluit van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	Het verlenen van ondermandaat geschiedt schriftelijk en wordt als bijlage 7 aan</al><al>
	dit mandaatbesluit gevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Algemene uitzonderingen van mandaat</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	Geen mandaat wordt verleend indien artikel 10:3 Awb van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	Het vermelde in dit mandaatbesluit laat hetgeen in de Budgethoudersregeling</al><al>
	onverlet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Terugkoppeling</titel></kop><al>
	De mandaathouder draagt er zorg voor dat er terugkoppeling aan het bestuursorgaan /</al><al>
	portefeuillehouder plaatsvindt voordat een besluit wordt genomen, indien:</al><al>
	a. het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder</al><al>
	stadium vragen aan het college of de burgemeester zijn gesteld;</al><al>
	b. het bestuursorgaan, dan wel de portefeuillehouder dit heeft kenbaar</al><al>
	gemaakt;</al><al>
	c. het besluit ingrijpende financiële consequenties heeft, zoals</al><al>
	budgetoverschrijding of het aangaan van meerjarige verplichtingen;</al><al>
	d. bij een besluit meerdere afdelingen zijn betrokken, wier standpunt niet</al><al>
	gelijkluidend is;</al><al>
	e. het besluit of (rechts)handeling als politiek, bestuurlijk of anderszins</al><al>
	gevoelig wordt aangemerkt;</al><al>
	f. de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan</al><al>
	wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet</al><al>
	worden aangenomen dat dit zal gebeuren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ondertekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	De bevoegdheid om in mandaat beslissingen te nemen impliceert de bevoegdheid</al><al>
	tot ondertekening namens het bestuursorgaan, tenzij dit anders is geregeld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	De stukken worden als volgt ondertekend:</al><al>
	Het college van burgemeester en wethouders van Sudwest Fryslan</al><al>
	Namens deze,</al><al>
	gevolgd door functieaanduiding, ondertekening en naam</al><al>
	c.q.</al><al>
	De burgemeester van Sudwest Fryslan</al><al>
	Namens deze,</al><al>
	gevolgd door functieaanduiding, ondertekening en naam</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vervanging mandaathouder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	Bij afwezigheid van een afdelingsmanager kan een manager van een andere afdeling</al><al>
	deze vervangen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	Bij afwezigheid van een teammanager kan een manager van een ander team binnen</al><al>
	dezelfde afdeling deze vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>
	In de overige gevallen wordt de mandaathouder vervangen door de direct</al><al>
	leidinggevende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Volmacht en machtiging</titel></kop><al>
	Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat</al><al>
	gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Mandaat aan externen</titel></kop><al>
	Het verlenen van mandaat als bedoeld in artikel 10:4 Awb blijft voorbehouden aan het bevoegd</al><al>
	bestuursorgaan. Deze verleende mandaten zijn opgenomen in bijlage 6 bij dit mandaatbesluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	Wijzigingen in het (onder)mandaatbesluit dienen in overleg met de afdeling Juridische en</al><al>
	Veiligheidszaken plaats te vinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	De afdeling Juridische en Veiligheidszaken draagt zorg voor een actuele geconsolideerde</al><al>
	versie van het (onder)mandaatbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>
	Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit worden alle eerder genomen</al><al>
	(onder)mandaatbesluiten van de gemeenten Bolsward, Nijefurd, Sneek, Wünseradiel en</al><al>
	Wymbritseradiel ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>
	Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>
	Dit besluit wordt aangehaald als "Mandaatbesluit Sudwest Fryslan 2011".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>
	Aldus vastgesteld in de vergadering van 11 januari 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>
	Het college van Burgemeester en Wethouders</ondertekening><ondertekening>
	de secretaris, J. Krul</ondertekening><ondertekening>
	de burgemeester, drs. H. Apotheker </ondertekening><ondertekening>
	Aldus vastgesteld op 11 januari 2011</ondertekening><ondertekening>
	de burgemeester, drs. H.H. Apotheker</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>
	- Bijlagen 1 t/m 7</ondertekening><ondertekening>
	6 = externen 7 ondermandaat</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr>1</nr><titel/></kop></bijlage><bijlage><kop><label/><nr>2</nr><titel/></kop><al>
	Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, vierde lid van het Mandaatbesluit 2011</al><al>
	blijven voorbehouden aan de in deze bijlage genoemde functionarissen</al><al>
	Behorende bij besluit nummer 11 van 4 januari 2011</al><al>
	A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</al><al>
	Publiekrecht</al><al>
	Aan de teammanager van het team Juridische en Veiligheidszaken en de teammanager</al><al>
	van het</al><al>
	team Informatievoorziening blijven voorbehouden de bevoegdheid tot:</al><al>
	a. het doen van meldingen aan het College Bescherming Persoonsgegevens;</al><al>
	b. het nemen van beslissingen op verzoeken om informatie, één en ander in het kader</al><al>
	van de Wet bescherming persoonsgegevens.</al><al>
	Privaatrecht</al><al>
	Aanbestedingen</al><al>
	n.v.t.</al><al>
	Contracten</al><al>
	n.v.t.</al><al>
	Civiele procedures</al><al>
	n.v.t.</al><al>
	Overige privaatrechtelijke handelingen</al><al>
	1. Aan de teammanager van het team Juridische en Veiligheidszaken blijft</al><al>
	voorbehouden de bevoegdheid tot het aangaan van verzekeringsovereenkomsten</al><al>
	t.b.v.</al><al>
	a. in beheer zijnde gebouwen, accommodaties, objecten etc. incl. inventaris,</al><al>
	alsmede van gemeente-eigendommen waarvan de verzekering niet aan anderen is</al><al>
	opgedragen;</al><al>
	b. machines, vervoermiddelen, gereedschappen e.d. die eigendom zijn van de</al><al>
	gemeente;</al><al>
	c. bij de gemeente in dienst zijnde personeel of daarmee gelijk te stellen</al><al>
	personen;</al><al>
	d. ter dekking van bepaalde risico's bij de uitvoering van werken;</al><al>
	e. de aansprakelijkheid jegens de gemeente.</al><al>
	2. Aan de bij een incident betrokken hoogste operationeel leidinggevende van de</al><al>
	brandweer blijft voorbehouden de bevoegdheid om, tijdens diens taakuitvoering,</al><al>
	overeenkomsten aan te gaan die naar zijn oordeel nodig zijn om een aanwezige of</al><al>
	dreigende onveilige situatie te doen beëindigen ofte voorkomen.</al><al>
	3. Aan de (piket)ambtenaar rampenbestrijding is voorbehouden om ten tijde van een</al><al>
	GRIP 1 situatie de algehele coördinatie te verzorgen voor alle in te zetten</al><al>
	gemeentelijke diensten.</al><al>
	4. Aan de (piket)ambtenaar rampenbestrijding is voorbehouden om ten tijde van een</al><al>
	GRIP 1 situatie tot een maximum bedrag van € 10.000,- opdrachten te verlenen</al><al>
	aan externen ten behoeve van het beperken of bestrijden van de gevolgen van</al><al>
	een (dreigende) ramp of calamiteit.</al><al>
	5. Aan de (piket)ambtenaar rampenbestrijding is voorbehouden om ten tijde van een</al><al>
	GRIP 1 situatie opdrachten te verlenen aan externen ten behoeve van het</al><al>
	beperken of bestrijden van de gevolgen van een (dreigende) ramp of calamiteit</al><al>
	boven het bedrag van € 10.000,- met een maximum van € 50.000,- na hier</al><al>
	overleg over te hebben gevoerd met de burgemeester.</al><al>
	6. Aan de brandweercommandant blijft voorbehouden het afgeven van een</al><al>
	machtiging voor het gebruik van een sleutelbuissysteem.</al><al/><al>
	Machtiging</al><al>
	n.v.t.</al><al/><al><vet>B. Personeelsaangelegenheden</vet></al><al>
	Aan het lid van de directie, verantwoordelijk voor Human Resource blijven de volgende</al><al>
	bevoegdheden voorbehouden:</al><al>
	1. Het toekennen van een gratificatie.</al><al>
	2.. Het toekennen van extra salarisverhoging van teammanagers en</al><al>
	afdelingshoofden.</al><al>
	3. Het toekennen van een persoonlijke toelage van teammanagers en</al><al>
	afdelingshoofden.</al><al>
	4. Het nemen van beslissingen inzake het openstellen van vacatures</al><al>
	Aan de teammanager Human Resource blijven de volgende bevoegdheden</al><al>
	voorbehouden:</al><al>
	1. Het nemen van beslissingen ten aanzien van overlijdensuitkeringen aan nagelaten</al><al>
	betrekkingen van overleden ambtenaren;</al><al>
	2. Het nemen van beslissingen ten aanzien van hét toekennen van een BHV-toelage;</al><al>
	3. Het uitvoeren van de wachtgeldregeling en de suppletieregeling zoals deze gelden</al><al>
	voor</al><al>
	wachtgelders die voor 1 januari 2001 zijn ontslagen;</al><al>
	4. Het verlenen van ontslag op eigen verzoek, waaronder pensioen en FPU.</al><al/><al><vet>C. Overige aangelegenheden</vet></al><al>
	n.v.t.</al><al>
	 </al><al/><al/><al>
	 </al></bijlage><bijlage><kop><label/><nr>3</nr><titel/></kop><al>
	Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, vijfde lid van het Mandaatbesluit 2011</al><al>
	blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris</al><al>
	Behorende bij besluit nummer 11, d.d. 1111</al><al>
	A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</al><al>
	Publiekrecht</al><al>
	1. Het aanwijzen van vertegenwoordigers van de gemeente en de gemeentelijke</al><al>
	bestuursorganen in rechtsgedingen en bij de hoorzittingen van de commissie voor</al><al>
	de bezwaarschriften.</al><al>
	2. Het intrekken en het lager vaststellen van een subsidie.</al><al/><al><vet>Privaatrecht</vet></al><al>
	Aanbestedingen</al><al>
	n.v.t.</al><al/><al>
	Contracten</al><al>
	Het ontbinden van een overeenkomst.</al><al/><al>
	Civiele procedures</al><al>
	Het aanwijzen van vertegenwoordigers van de gemeente en de gemeentelijke</al><al>
	bestuursorganen in civiele procedures.</al><al/><al>
	Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen</al><al>
	Het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel</al><al>
	belang lager</al><al>
	dan € 10.000,-.</al><al/><al>
	Machtiging</al><al>
	n.v.t.</al><al/><al><vet>B. Personeelsaangelegenheden</vet></al><al>
	1. Het toekennen van een persoonlijke schaal.</al><al>
	2. Het toepassen van de.hardheidsclausule van de bezoldigingsregeling.</al><al>
	3. Het toekennen van een waarnemingsvergoeding in bijzondere situaties.</al><al>
	4. Het verlenen van ontslag wegens arbeidsongeschiktheid.</al><al>
	5. Het opdragen van andere werkzaamheden onder andere in tijden van oorlog.</al><al>
	6. Het uitvoeren van de regeling klokkenluiders.</al><al>
	7. Het toepassen van hardheidsclausules van alle door het college vastgestelde</al><al>
	(uitvoerings-) regelingen..</al><al>
	8. Het jaarlijks aanwijzen van verplichte brugdagen.</al><al>
	9. Het opleggen van een schorsing als ordemaatregel.</al><al/><al><vet>C. Overige aangelegenheden</vet></al><al>
	n.v.t.</al></bijlage><bijlage><kop><label/><nr>4</nr><titel/></kop></bijlage><bijlage><kop><label/><nr>5</nr><titel/></kop><al>
	Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4, vierde lid van het Mandaatbesluit 2011</al><al>
	blijven voorbehouden aan de teammanagers.</al><al>
	Behorende bij besluit nummer ??, d.d. ????</al><al><vet>A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</vet></al><al/><al>
	Publiekrecht</al><al>
	1. Het nemen van besluiten tot het toepassen, het weigeren toe te passen of het</al><al>
	beëindigen van de toepassing van handhavingsinstrumenten, conform vastgesteld</al><al>
	beleid.</al><al>
	2. Het nemen van besluiten tot het verlenen, weigeren, vaststellen, wijzigen en</al><al>
	terugvorderen van subsidie conform vastgesteld beleid.</al><al>
	3. Het aanvragen van vergunningen en ontheffingen en het doen van meldingen ten</al><al>
	behoeve van de eigen organisatie.</al><al>
	Privaatrecht</al><al>
	Aanbestedingen</al><al>
	Het nemen van (voorlopig) gunningsbesluiten en het afsluiten van de daaruit</al><al>
	voortvloeiende</al><al>
	Overeenkomsten voorzover vallend binnen de toegekende budgetten en vastgestelde</al><al>
	kaders.</al><al/><al>
	Contracten</al><al>
	Het besluit tot het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten, binnen de</al><al>
	toegekende budgetten en vast gestelde kaders.</al><al/><al>
	Civiele procedures</al><al>
	n.v.t.</al><al/><al>
	Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen</al><al>
	1. Het nemen van besluiten over verzoeken om schadevergoeding tot een bedrag</al><al>
	van € 50.000, voor zover dergelijke verzoeken op grond van de</al><al>
	verzekeringspolis niet aan de verzekeraar moeten worden overgedragen</al><al>
	2. Het namens de gemeente uitbrengen van een offerte voor een door de gemeente</al><al>
	te verrichten levering of dienst.</al><al/><al>
	Machtiging</al><al>
	Behoudens verleende volmachten aan derden, het ondertekenen van notariële akten.</al><al><vet>B. Personeelsaangelegenheden</vet></al><al>
	1. Het aanstellen van medewerkers</al><al>
	2. Het aanstellen in vaste dienst na proeftijdperiode;</al><al>
	3. Het besluiten op het verzoek om arbeidstijdverkorting</al><al>
	5. Het inlenen van extern personeel.</al><al>
	6. De plaatsing van de ambtenaar in de voor zijn functie geldende schaal</al><al>
	7. Het toekennen van salaris bij aanstelling van medewerkers.</al><al>
	1. Het verplicht volgen van een opleiding.</al><al>
	2. Het verlenen van verlof.</al><al>
	3. Het verlenen van toestemming tot deelneming aan studiebijeenkomsten,</al><al>
	congressen, seminars e.d.</al><al>
	4. Het bepalen van functies waarvoor uniformkleding is verplicht.</al><al>
	5. Het opleggen van een verbod om de werkzaamheden te vervullen in verband met</al><al>
	het in</al><al>
	contact staan of kort geleden heeft gestaan met een persoon met een</al><al>
	infectieziekte.</al><al/><al><vet>C. Overige aangelegenheden</vet></al><al>
	n.v.t.</al></bijlage><bijlage><kop><label/><nr>6</nr><titel/></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><colspec colname="col5"/><tbody><row><entry><al>
				Mandaat aan externen</al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row><row><entry><al><vet>1. Politie regio Fryslân, team Sneek/Wymbritseradiel en team Iselmarkust</vet></al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>2. Ministerie van verkeer en waterstaat</vet></al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row><row><entry><al>
				Ontheffing bijzondere transporten</al></entry><entry><al>
				RVV</al></entry><entry><al>
				b&amp;w</al></entry><entry><al>
				Directeur Dienst Wegverkeer</al></entry><entry><al>
				Ondermandaat aan medewerkers in dienst van de Dienst Wegenverkeer</al></entry></row><row><entry><al><vet>3. ANWB</vet></al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row><row><entry><al>
				Afgifte internationale rijbewijzen</al></entry><entry><al>
				Artikel 117 Wegenverkeerswet</al></entry><entry><al>
				b</al></entry><entry><al>
				Hoofddirectie ANWB</al></entry><entry><al>
				Mandaat met inachtneming van het bepaalde in de op 20 september 2001 tussen de VNG en de ANWB terzake gesloten overeenkomst.</al></entry></row><row><entry><al><vet>4. Ministerie van Defensie</vet></al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row><row><entry><al>
				Werkzaamheden in het kader van de vorderingsvoorbereiding motorrijtuigen.</al></entry><entry><al>
				Artikelen 51 en 62 Inkwartieringsbesluit</al></entry><entry><al>
				b</al></entry><entry><al>
				Keuringscommissaris motorrijtuigen</al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row><row><entry><al><vet>5. Gemeenschappelijke Kredietbank Friesland</vet></al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row><row><entry><al>
				Afgeven van verklaringen ex artikel 285 Faillissementswet.</al></entry><entry><al>
				Faillissementswet</al></entry><entry><al>
				b&amp;w</al></entry><entry><al>
				Gemeenschappelijke Kredietbank Friesland</al></entry><entry><al>
				 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>
	 </al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>
	Toelichting op het Mandaatbesluit 2011</al><al>
	Behorende bij besluit nummer 11 van 4 januari 2011</al><al>
	Inleiding</al><al>
	Voor u ligt het mandaatbesluit van de gemeente Sudwest Fryslan. In artikel 10:1 van de</al><al>
	Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt mandaat omschreven als de bevoegdheid om</al><al>
	in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Het kan een ambtenaar zijn, een</al><al>
	bestuurder zelf, of zelfs iemand van buiten de gemeentelijke organisatie (bijv. politie).</al><al>
	De bevoegdheid in mandaat wordt uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van het</al><al>
	oorspronkelijke bevoegde orgaan. De gemandateerde kan namens de mandaatgever</al><al>
	besluiten nemen. Deze besluiten worden toegerekend aan het bestuursorgaan zelf. Het</al><al>
	bestuursorgaan verliest de bevoegdheid om zelf het besluit te nemen niet en kan dit ook</al><al>
	te allen tijde doen. Ook betekent dit dat bezwaar en beroep tegen een in mandaat</al><al>
	genomen besluit wordt ingesteld tegen het bestuursorgaan zelf en niet tegen de</al><al>
	ambtenaar die het besluit feitelijk heeft genomen.</al><al>
	Voor de gemeente Sudwest Fryslan is behoefte aan een nieuwe mandaatregeling, die</al><al>
	betrekking heeft op alle organisatieonderdelen van de gemeente.</al><al>
	Volmacht en machtiging</al><al>
	In deze mandaatregeling worden zowel publiekrechtelijke - als privaatrechtelijke</al><al>
	bevoegdheden aan functionarissen toegekend. Dat betekent dat mandaat wordt verleend</al><al>
	om publiekrechtelijke beslissingen te nemen, volmacht om privaatrechtelijke</al><al>
	rechtshandelingen te verrichten en machtiging om handelingen te verrichten die noch</al><al>
	een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn (artikel 10:12 Awb).</al><al>
	Volmacht en machtiging zijn niet als zodanig in het mandaatbesluit te onderscheiden.</al><al>
	Toch is het van belang even bij volmacht (3:60 e.v. BW) stil te staan. Volmacht speelt</al><al>
	een rol bij het optreden van de gemeente als rechtspersoon naar burgerlijk recht. Een</al><al>
	voorbeeld kan hierbij wellicht duidelijkheid verschaffen. Als de gemeente (als</al><al>
	rechtspersoon) een koopovereenkomst sluit, is het college op grond van de Gemeentewet</al><al>
	het bevoegde orgaan om tot koop te beslissen. De ondertekening van de</al><al>
	koopovereenkomst wordt echter door de burgemeester (ingevolge art. 171</al><al>
	Gemeentewet) gedaan. Het college kan een ambtenaar een volmacht verlenen om</al><al>
	besluiten te nemen tot het aangaan van een overeenkomst. Toch zal de burgemeester</al><al>
	nog steeds de overeenkomst moeten ondertekenen, tenzij deze aan een ambtenaar</al><al>
	volmacht verleent om de gemeente namens hem te vertegenwoordigen.</al><al>
	De schakelbepaling van artikel 10:12 Awb zorgt ervoor dat de publiekrechtelijke</al><al>
	vereisten die gelden voor mandaatverlening overeenkomstig gelden voor het verlenen</al><al>
	van volmachten (en machtigingen). In het vervolg van deze toelichting wordt</al><al>
	gemakshalve verder uitsluitend over mandaat gesproken, tenzij er specifiek aanleiding is</al><al>
	om over volmacht of machtiging te spreken.</al><al>
	Methodiek</al><al>
	De methodiek die in deze mandaatregeling wordt toegepast wijkt af van de methodiek</al><al>
	die tot nu toe in de meeste gemeenten werd gehanteerd. De gemeente Sneek heeft deze</al><al>
	methodiek echter wel vanaf 2010 toegepast. Tot nu toe is het in de gemeenten</al><al>
	gebruikelijk om in de mandaatregeling alle gemandateerde bevoegdheden expliciet te</al><al>
	benoemen, vaak onder verwijzing naar het wetsartikel waarin die bevoegdheid is</al><al>
	neergelegd. Deze methode heeft vanzelfsprekend positieve en negatieve gevolgen.</al><al>
	Positieve gevolgen zijn dat vrij nauwkeurig kan worden nagegaan aan welke functionaris</al><al>
	welke bevoegdheid is gemandateerd. Is een bepaalde bevoegdheid niet opgenomen in de</al><al>
	mandaatregeling (bijvoorbeeld uitvoeringsbesluiten op grond van een verordening van</al><al>
	een latere datum dan de datum waarop de mandaatregeling is vastgesteld) dan is dus</al><al>
	uitsluitend het college dan wel burgemeester bevoegd om die besluiten te nemen.</al><al>
	Negatieve gevolgen van deze methodiek zijn dat dergelijke mandaatbesluiten snel "verouderen" en daardoor erg onderhoudsgevoelig zijn. Wetten worden voortdurend</al><al>
	gewijzigd, er komen steeds nieuwe wetten bij of wetten worden juist ingetrokken. Dit</al><al>
	alles maakt dat de mandaatregeling vrijwel voortdurend aan wijzigingen onderhevig is.</al><al>
	Bovendien past de huidige methodiek niet goed bij de uitgangspunten van integraal</al><al>
	management. Die uitgangspunten houden onder meer in dat bevoegdheden zo laag</al><al>
	mogelijk in de organisatie worden gelegd om de organisatie zo slagvaardig mogelijk te</al><al>
	maken.</al><al>
	De afdelingsmanagers, maar ook de onder hen ressorterende functionarissen, moeten</al><al>
	over die bevoegdheden beschikken om de hen toegekende taken adequaat en efficiënt</al><al>
	uit te voeren. Dat impliceert tevens dat het bestuur haar medewerkers het vertrouwen</al><al>
	schenkt dat zij op gepaste en verstandige wijze gebruik maken van en omgaan met hun</al><al>
	bevoegdheden.</al><al>
	In deze mandaatregeling wordt de omgekeerde methodiek toegepast. In de gemeente</al><al>
	Sneek is deze omgekeerde methodiek vanaf 1 februari 2010 met succes toegepast. Alle</al><al>
	college- dan wel burgemeesterbevoegdheden worden gemandateerd tot op het laagste</al><al>
	leidinggevend niveau, tenzij de bevoegdheid expliciet wordt voorbehouden aan een ander</al><al>
	leidinggevende op een hoger niveau. Binnen de gemeentelijke praktijk is het gebruikelijk</al><al>
	dat beslissingsbevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie worden uitgeoefend. Dit</al><al>
	betekent dat mandaten niet alleen aan de afdelingsmanagers worden verleend, maar ook</al><al>
	aan teammanagers, of in een aantal gevallen aan gekwalificeerde medewerkers. De</al><al>
	omgekeerde methodiek sluit hier goed op aan. Daarnaast wordt de mandaatregeling</al><al>
	minder onderhoudsgevoelig doordat deze methode minder gevoelig is voor wijziging in</al><al>
	wet- en regelgeving.</al><al>
	Ondertekening- en beslissingsmandaat</al><al>
	In het mandaatbesluit is degene die bevoegd is in mandaat een besluit te nemen tevens</al><al>
	bevoegd dit besluit te ondertekenen. Uitgangspunt van het mandaatbesluit is dat alle</al><al>
	bevoegdheden beslissingsmandaten betreffen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven.</al><al>
	Met beslissingen worden hier zowel beslissingen gericht op rechtsgevolg bedoeld</al><al>
	(besluiten in de zin van de Awb) als beslissingen die niet zijn gericht op rechtsgevolg.</al><al>
	Een voorbeeld van een beslissing gericht op rechtsgevolg is een vergunning of een</al><al>
	subsidiebesluit. Een voorbeeld van een beslissing die niet is gericht op rechtsgevolg is de</al><al>
	vooraankondiging van een handhavings-besluit.</al><al>
	In de Awb (art: 10:11) wordt ook de figuur van "ondertekeningsmandaat" genoemd. Dit</al><al>
	betreft echter geen mandaat in de zin van het nemen van een besluit, maar ziet slechts</al><al>
	op de administratieve handeling van het ondertekenen van een besluit, dat door het</al><al>
	bestuursorgaan zelf is genomen. Binnen de gemeentelijke praktijk wordt zeer beperkt</al><al>
	gebruik gemaakt van ondertekeningsmandaten.</al><al>
	De bevoegdheid om in mandaat beslissingen te nemen impliceert de bevoegdheid tot</al><al>
	ondertekening namens het bestuursorgaan.</al><al/><al>
	Ondermandaat</al><al>
	Er bestaat een mogelijkheid om door te mandateren (ondermandaat). Degene die</al><al>
	mandaat heeft gekregen is bevoegd aan anderen door te mandateren. In bijlage 7 bij dit</al><al>
	mandaatbesluit is het ondermandaatbesluit toegevoegd. Ondermandaat dat buiten de</al><al>
	bijlage om wordt verleend, dient eerst aan het MT te worden voorgelegd.</al><al>
	Het ondermandaatbesluit heeft als praktisch voordeel dat b.v. een teammanager kan</al><al>
	bepalen of en wie hij/zij een bevoegdheid geeft; anderzijds is een eventueel nadeel dat</al><al>
	deze constructie geen eenduidig beeld meer geeft van het mandaatbesluit.</al><al>
	Uitzonderingen mandaat</al><al>
	Op 6 augustus 2003 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak tegen de</al><al>
	gemeente Maasbree. In die uitspraak heeft de Raad van State zich uitgelaten over een</al><al>
	onderdeel van de mandaatregeling van Maasbree in die zin dat een daarin opgenomen</al><al>
	passage door de Raad van State "voor velerlei uitleg vatbaar en onduidelijk" werd</al><al>
	gekwalificeerd, "waardoor zij aanleiding kan geven tot misverstanden". Dit heeft ertoe</al><al>
	geleid dat er in deze regeling naar is gestreefd zo concreet mogelijk te zijn over het</al><al>
	niveau waarop bevoegdheden zijn neergelegd.</al><al>
	Om een bevoegdheid te mandateren is geen wettelijke grondslag vereist. Mandatering is</al><al>
	toegestaan tenzij een wettelijk voorschrift, of de aard van de bevoegdheid zich tegen de</al><al>
	mandaatverlening verzet (art. 10:3 l e lid Awb). Daarom moet bij het verlenen van een</al><al>
	mandaat telkens nagegaan worden of de wettelijke regeling waarop de bevoegdheid is</al><al>
	gebaseerd iets zegt over eventueel mandaat. Ook zal nagegaan moeten worden of er</al><al>
	andere redenen zijn dat een mandaatverlening is uitgesloten. Bijvoorbeeld omdat er</al><al>
	sprake is van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid, beperking van</al><al>
	grondrechten, het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, het beslissen op</al><al>
	een bezwaarschrift en dergelijke.</al><al>
	Uitgangspunt bij mandaat behoort te zijn dat het zaken betreft waaraan praktisch geen</al><al>
	beleidsconsequenties zijn verbonden. Hierbij kunnen we denken aan gebonden</al><al>
	beschikkingen, routinebesluiten en besluiten op basis van bekend gemaakt beleid. In</al><al>
	bepaalde gevallen zal het bevoegde bestuursorgaan een terugkoppeling wensen alvorens</al><al>
	er gebruik wordt gemaakt van de gemandateerde bevoegdheid. In het mandaatbesluit</al><al>
	zijn een aantal criteria gegeven wanneer er terugkoppeling dient plaatst te vinden aan</al><al>
	het bestuursorgaan dan wel portefeuillehouder. De criteria zijn niet allemaal even hard.</al><al>
	Derhalve wordt een zeker inschattingsvermogeh verlangd van de betrokken ambtenaar.</al><al/><al>
	Relatie met de organisatieverordening</al><al>
	Het is voor degenen die met de gemeente te maken hebben, of het nu gaat om het</al><al>
	verkrijgen van een bouwvergunning of om het sluiten van een koopovereenkomst voor</al><al>
	kopieerpapier dan wel, en niet in de laatste plaats, om de rechter die een besluit van de</al><al>
	gemeente moet toetsen, van belang dat zij kunnen nagaan of het besluit door een</al><al>
	bevoegde persoon is genomen en het contract door een bevoegde persoon is</al><al>
	ondertekend. Bevoegdheden hebben dus te maken met het rechtmatig uitvoeren van</al><al>
	taken. Daarom kan deze mandaatregeling niet los worden gezien van de</al><al>
	organisatieverordening, waarin is vastgelegd op welke wijze de taken van het</al><al>
	gemeentebestuur in de organisatie zijn ondergebracht. In dit mandaatbesluit worden aan</al><al>
	functionarissen uitsluitend de bevoegdheden toegekend die zij nodig hebben om de taken</al><al>
	te kunnen uitvoeren die tot hun werkterrein behoren.</al><al>
	De organisatieverordening wordt door het college vastgesteld, evenals de</al><al>
	mandaatregeling. Dat maakt het eenvoudig om beide producten optimaal op elkaar af te</al><al>
	stemmen en om snel en efficiënt noodzakelijke wijzigingen door te voeren.</al><al>
	De organisatieverordening is echter nog niet gemaakt, dit wordt pas in de loop van</al><al>
	volgend jaar gemaakt volgens het team HR.</al><al>
	Treasury</al><al>
	In de mandaatregeling wordt de uitoefening van bevoegdheden op het gebied van</al><al>
	treasury niet geregeld. De reden daarvoor is dat die bevoegdheden zijn gesteld in het</al><al>
	Treasurystatuut, geldend voor de gemeente Sudwest Fryslan. Dat statuut is door het</al><al>
	college vastgesteld en geeft daarom de kaders waarbinnen de treasurybevoegdheden</al><al>
	worden uitgeoefend.</al><al>
	Personeelsaangelegenheden</al><al>
	De bevoegdheden om disciplinaire maatregelen op te leggen is alleen op collegeniveau</al><al>
	neergelegd. De aard van de bevoegdheid verzet zich tegen de mandaatveriening. Het</al><al>
	gaat bij disciplinaire maatregelen om een zeer zware bevoegdheid die bij het college</al><al>
	dient te blijven liggen.</al><al/><al>
	Artikelgewijze toelichting</al><al>
	Artikel 1</al><al>
	Spreekt voor zich.</al><al>
	Artikel 2 . •</al><al>
	Lid 1:</al><al>
	In dit artikel worden de bevoegdheden die bij het college en de burgemeester berusten,</al><al>
	gemandateerd aan de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris is het hoofd van de</al><al>
	ambtelijke organisatie. Daarom worden alle bevoegdheden van het college en de</al><al>
	burgemeester via de gemeentesecretaris aan de overige in de regeling genoemde</al><al>
	functionarissen gemandateerd. De gemeentesecretaris is dus feitelijk het centrale punt</al><al>
	van waaruit alle bevoegdheden in de organisatie worden verspreid. Het uitgangspunt van</al><al>
	deze regeling is dat de bevoegdheden zodanig in de organisatie zijn neergelegd dat het</al><al>
	slechts in uitzonderingssituaties nodig moet zijn om terug te vallen op een hoger</al><al>
	bevoegdhedenniveau. In artikel 6 zijn de algemene uitzonderingen genoemd.</al><al/><al>
	Lid 2:</al><al>
	Op grond van artikel 10:8 Awb kan een mandaatgever (in dit geval het college of de</al><al>
	burgemeester) het mandaat te allen tijde intrekken. Die bevoegdheid wordt in het</al><al>
	tweede lid ook toegekend aan de gemeentesecretaris. Dit maakt het mogelijk dat de</al><al>
	gemeentesecretaris beslist dat hij bepaalde aangelegenheden voor een korte of langere</al><al>
	tijd zelf af wil doen of dat hij in een concreet geval aangeeft dat het aan een onder hem</al><al>
	ressorterende functionaris verleende mandaat voor dat geval niet geldt en hij het besluit</al><al>
	zelf wil nemen. In het eerste geval gaat het om een min of meer structurele situatie en</al><al>
	geldt de eis dat dit schriftelijk wordt vastgelegd en ter informatie aan het college wordt</al><al>
	gezonden. Een dergelijk besluit zal ook op de gebruikelijke wijze bekend worden</al><al>
	gemaakt, zodat dit ook naar buiten toe bekend en toetsbaar is. Bij incidentele gevallen is</al><al>
	dat niet nodig.</al><al>
	Lid 3:</al><al>
	De in bijlage 1 opgesomde bevoegdheden worden niet doorgemandateerd aan het niveau</al><al>
	van gemeentesecretaris en lager.</al><al>
	Lid 4:</al><al>
	Dit is een herhaling van artikel 10:6 Awb en hier vooral voor de volledigheid en</al><al>
	duidelijkheid naar de eigen organisatie opgenomen.</al><al>
	Artikel 3</al><al>
	Lid 1:</al><al>
	Dit lid brengt de hiërarchische positie van de gemeentesecretaris tot uitdrukking. Alle ,</al><al>
	bevoegdheden worden namelijk niet naast de gemeentesecretaris maar via hem aan de</al><al>
	afdelingsmanagers gemandateerd.</al><al>
	Lid 2:</al><al>
	In het tweede lid wordt de koppeling gelegd tussen de gemandateerde bevoegdheden en</al><al>
	de bevoegdheden van de verschillende afdelingsmanagers. Het mandaat van een</al><al>
	afdelingsmanagers geldt voor die aangelegenheden waar hij als afdelingsmanagers voor</al><al>
	verantwoordelijk is. Dit is gemeentebreed, want de ene afdelingsmanagers kan de</al><al>
	andere afdelingsmanagers vervangen.</al><al/><al>
	Lid 3:</al><al>
	In de artikelen 102 tot en met 105 van de Gemeentewet wordt een aantal taken aan de</al><al>
	gemeentesecretaris opgedragen. Dit lid is opgenomen om er geen misverstand over te</al><al>
	laten bestaan dat de bevoegdheden die uit die taken voortvloeien niet onder het mandaat</al><al>
	vallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bevoegdheid om stukken die van het college</al><al>
	uitgaan mede te ondertekenen.</al><al>
	Lid 4:</al><al>
	Er zijn bevoegdheden die slechts aan een enkele functionaris in de organisatie worden</al><al>
	toegekend. Deze bevoegdheden zijn' opgenomen in een aparte bijlage. Overigens is het</al><al>
	zo dat ook deze bevoegdheden via de gemeentesecretaris wórden gemandateerd en dus</al><al>
	niet rechtstreeks vanuit het college.</al><al>
	Lid 5:</al><al>
	De in bijlage 3 opgesomde bevoegdheden worden niet doorgemandateerd aan het niveau</al><al>
	van afdelingsmanager en lager.</al><al>
	Lid 6:</al><al>
	Zie de toelichting bij artikel 2, tweede lid. In aanvulling daarop kan nog worden</al><al>
	opgemerkt dat het bij het opstellen van deze regeling het uitgangspunt is geweest dat</al><al>
	dezelfde bevoegdheden gemeentebreed ook op hetzelfde leidinggevende niveau worden</al><al>
	neergelegd. Het moet niettemin mogelijk zijn om per afdeling of team, al dan niet</al><al>
	tijdelijk, een bepaalde bevoegdheid op een hoger niveau neer te leggen. Als er</al><al>
	bijvoorbeeld aan een team een financiële taakstelling is opgelegd kan dat voor een</al><al>
	directeur aanleiding zijn om meer financiële bevoegdheden aan zichzelf voor te</al><al>
	behouden. Als aan een afdeling een goedkeurende accountantverklaring is onthouden</al><al>
	kan dat ook aanleiding zijn voor een afdelingsmanager om bepaalde bevoegdheden op</al><al>
	een hoger niveau neer te leggen. Deze regeling geeft de grenzen aan waarbinnen de</al><al>
	directeuren zelf kunnen beslissen of zij voor hun organisatieonderdeel daarin wijzigingen</al><al>
	willen aanbrengen.</al><al>
	Artikel 4</al><al>
	Lid 1:</al><al>
	De aan de afdelingsmanagers gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan</al><al>
	de teammanagers. De aan de afdelingsmanagers gemandateerde bevoegdheden zijn de</al><al>
	bevoegdheden van de gemeentesecretaris, met uitzondering van de in bijlage 2</al><al>
	genoemde bevoegdheden die aan individuele functionarissen zijn voorbehouden en de in</al><al>
	bijlage 3 genoemde bevoegdheden die aan de gemeentesecretaris zijn voorbehouden.</al><al>
	Lid 2:</al><al>
	Ten aanzien van de afdelingsmanagers geldt dat zij hun bevoegdheden slechts mogen</al><al>
	aanwenden ter uitvoering van de taken die aan hun afdeling zijn opgedragen.</al><al>
	Lid 3 en 4:</al><al>
	Hierin komt de getrapte structuur van de mandaatverlening tot uiting. Op elk</al><al>
	leidinggevend niveau wordt een aantal bevoegdheden voorbehouden, met andere</al><al>
	woorden, uitgezonderd van het mandaat.</al><al>
	Artikel 5</al><al>
	Lid 1:</al><al>
	Dit is een herhaling van artikel 10:9 Awb en hier vooral voor de volledigheid en</al><al>
	duidelijkheid naar de eigen organisatie opgenomen. Voor het ondermandaat is</al><al>
	toestemming van de oorspronkelijke mandaatverlener noodzakelijk. Deze toestemming</al><al>
	kan ook op een later moment dan bij de oorspronkelijk mandaatverlening worden</al><al>
	gegeven.</al><al>
	Lid 2:</al><al>
	Als bijlage 7 bij dit mandaatbesluit is het ondermandaatbesluit toegevoegd. Hierin zijn</al><al>
	een aantal bevoegdheden, met name op het gebied van sociale zaken, opgenomen</al><al>
	waarbij de teammanager (en andere leidinggevenden) die ondermandateert aan onder</al><al>
	hem ressorterende ambtenaren.</al><al>
	Artikel 6</al><al>
	Algemeen: Bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden dienen alle van</al><al>
	toepassing zijnde wetten, algemene maatregelen van bestuur, voorschriften,</al><al>
	verordeningen, raadsbesluiten, circulaires, aanwijzingen, richtlijnen etc, in acht te</al><al>
	worden genomen. Ten aanzien van bevoegdheden die zowel ten laste van de gemeente</al><al>
	financiële gevolgen hebben geldt bovendien dat hierin in de begroting van de gemeente</al><al>
	moet zijn voorzien.</al><al>
	Lid 1:</al><al>
	Om een bevoegdheid te mandateren is geen wettelijke grondslag vereist. Mandatering is</al><al>
	toegestaan tenzij een wettelijk voorschrift, of de aard van de bevoegdheid zich tegen de</al><al>
	mandaatverlening verzet (art. 10:3, eerste lid Awb). Daarom moet bij het verlenen van</al><al>
	een mandaat telkens nagegaan worden of de wettelijke regeling waarop de bevoegdheid</al><al>
	is gebaseerd iets zegt over eventueel mandaat. Ook zal nagegaan moeten worden of er</al><al>
	andere redenen zijn dat een mandaatverlening is uitgesloten. Bijvoorbeeld omdat er</al><al>
	sprake is van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid, beperking van grondrechten, het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, het beslissen op</al><al>
	een bezwaarschrift en dergelijke.</al><al>
	Lid 2:</al><al>
	Mocht het mandaatbesluit verschillen met de budgethoudersregeling dan bepaald dit lid</al><al>
	dat de Budgethoudersregeiing prevaleert boven het mandaatbesluit.</al><al>
	Artikel 7</al><al>
	Uitgangspunt bij mandaat behoort te zijn dat het zaken betreft waaraan praktisch geen</al><al>
	beleidsconsequenties zijn verbonden. Hierbij kunnen we denken aan gebonden</al><al>
	beschikkingen, routinebesluiten en besluiten op basis van bekend gemaakt beleid. In</al><al>
	bepaalde gevallen zal het bevoegde bestuursorgaan een terugkoppeling wensen alvorens</al><al>
	er gebruik wordt gemaakt van de gemandateerde bevoegdheid. In het mandaatbesluit is</al><al>
	een aantal begrenzingen opgesteld t.a.v. het gebruik van gemandateerde bevoegdheden.</al><al>
	Op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</al><al>
	van 6 augustus 2003 is het criterium "politiek gevoelige zaken" voor velerlei uitleg</al><al>
	vatbaar en onduidelijk. Dit is in strijd met afdeling 10.1.1 van de Awb.</al><al>
	Ook zijn een aantal begrippen in dit artikel opgenomen die onbepaald zijn te noemen.</al><al>
	Daarom zijn ze ook in dit artikel (terugkoppeling) opgenomen en niet in artikel 6</al><al>
	(algemene uitzonderingen).</al><al>
	Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld een portefeuillehouder beslissen dat een</al><al>
	aangelegenheid door het college moet worden afgedaan. Dat impliceert dat gevoelige</al><al>
	kwesties tijdig aan de portefeuillehouder moeten worden voorgelegd. Leidinggevenden</al><al>
	worden verondersteld te kunnen beoordelen welke zaken als een dergelijke gevoelige</al><al>
	kwestie moeten worden beschouwd.</al><al>
	In grote lijnen betekent dit dus dat de in dit artikelgenoemde gevallen de verplichting</al><al>
	bestaat de beslissing voor te leggen aan het bestuursorgaan. De criteria zijn niet allemaal</al><al>
	even hard.</al><al>
	Van de betrokken ambtenaar van de gemeente mag worden verwacht dat zij dergelijke</al><al>
	begrippen op hun juiste waarde weten te schatten en daar op zorgvuldige wijze mee</al><al>
	kunnen omgaan.</al><al>
	Artikel 8</al><al>
	In de Awb (art: 10:11) wordt ook de figuur van "ondertekeningsmandaat" genoemd. Dit</al><al>
	betreft echter geen mandaat in de zin van het nemen van een besluit, maar ziet slechts</al><al>
	op de administratieve handeling van het ondertekenen van een besluit, dat door het</al><al>
	bestuursorgaan zelf is genomen. Binnen de gemeentelijke praktijk wordt zeer beperkt</al><al>
	gebruik gemaakt van ondertekeningsmandaten. Degene die bevoegd is in mandaat een</al><al>
	besluit te nemen is hiermee tevens bevoegd dit besluit te ondertekenen.</al><al>
	Uitgangspunt van het mandaatbesluit is dat alle bevoegdheden beslissingsmandaten</al><al>
	betreffen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven (zie bijvoorbeeld op het gebied van</al><al>
	sociale zaken in het bijgevoegde ondermandaatbesluit).</al><al>
	Artikel 9</al><al>
	Indien een afdeiings- of teammanager afwezig is, dan word deze horizontaal vervangen</al><al>
	door een leidinggevende van een andere afdeling c.q. een ander team binnen dezelfde</al><al>
	afdeling. In andere gevallen wordt bij afwezigheid verticaal vervangen.</al><al>
	Artikel 10</al><al>
	Dit artikel vormt een weerslag van artikel 10:12 Awb. Door dit artikel wordt duidelijk dat</al><al>
	de mandaatregeling niet slechts betrekking heeft op het publiekrechtelijk handelen van</al><al>
	de gemeente maar op al het handelen, dus ook privaatrechtelijk en feitelijk handelen.</al><al>
	Een voorbeeld van volmacht is de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten en</al><al>
	een voorbeeld van een machtiging is de bevoegdheid om een betaling te verrichten of om</al><al>
	tarieven vast te stellen voor commerciële dienstverlening door de gemeente.</al><al>
	Volmacht is de privaatrechtelijke evenknie van mandaat. Volmacht is geregeld in het</al><al>
	Burgerlijk Wetboek, boek 3 art. 60 e.v. en wordt via de schakelbepaling in de Awb (art.</al><al>
	10:12) gelijkgesteld met mandaat. Volmacht is niet als zodanig in het mandaatbesluit te</al><al>
	onderscheiden. Toch is het van belang even bij dit rechtsfiguur stil te staan.</al><al>
	Volmacht speelt een rol bij het optreden van de gemeente als rechtspersoon naar</al><al>
	burgerlijk recht.</al><al>
	Een voorbeeld kan hierbij wellicht duidelijkheid verschaffen.</al><al>
	Als de gemeente (als rechtspersoon) een koopovereenkomst sluit, is het college op grond</al><al>
	van de Gemeentewet het bevoegde orgaan om tot koop te beslissen. De ondertekening</al><al>
	van de koopovereenkomst wordt echter door de burgemeester (ingevolge art. 171</al><al>
	Gemeentewet) gedaan. Het college kan een ambtenaar een volmacht verlenen om</al><al>
	besluiten te nemen tot het aangaan van een overeenkomst. Toch zal de burgemeester</al><al>
	nog steeds de overeenkomst moeten ondertekenen, tenzij deze aan een ambtenaar</al><al>
	volmacht verleent om de gemeente namens hem te vertegenwoordigen.</al><al>
	Artikel 11</al><al>
	Het mandaat verleend aan de personen, die niet werkzaam zijn onder</al><al>
	verantwoordelijkheid van de mandaatgever, zijn in bijlage 6 opgenomen.</al><al>
	Artikel 12</al><al>
	Wijziging van het mandaatbesluit wordt gecoördineerd door het team Juridische en</al><al>
	Veiligheidszaken. De kern van de procedure is dat de teams zelf verantwoordelijk zijn</al><al>
	voor het aanleveren van informatie die nodig is om tot mandatering te komen. Het team</al><al>
	Juridische en Veiligheidszaken is verantwoordelijk voor een goede verwerking in het</al><al>
	mandaatbesluit.</al><al>
	Artikel 13</al><al>
	Deze mandaatregeling is bedoeld als een alomvattende regeling. Daarop zijn slechts in</al><al>
	beperkte mate uitzonderingen c.q aanvullingen nodig, die in aparte regelingen worden</al><al>
	vastgelegd.</al><al>
	De geactualiseerde mandaatlijst voor de externen is als bijlage 6 bij dit mandaatbesluit</al><al>
	gevoegd.</al><al>
	Daarnaast zijn in individuele mandaatbesluiten ook bevoegdheden toegekend aan</al><al>
	individuele ambtenaren. Ook die mandaatbesluiten worden ingetrokken omdat dergelijke</al><al>
	mandaatvormen niet voldoen aan criteria van "checks and balances". Dat wil zeggen dat</al><al>
	het uit oogpunt van integriteit, rechtszekerheid, zorgvuldigheid en openheid ongewenst is</al><al>
	dat een individuele ambtenaar in de positie verkeert dat hij zonder enige vorm van</al><al>
	controle beslissingen namens het college kan nemen en officiële standpunten kan</al><al>
	innemen. Het legt eindverantwoordelijkheid op een niveau in de organisatie waar die niet</al><al>
	thuishoort.</al><al>
	Artikel 14</al><al>
	Spreekt voor zich.</al><al>
	Artikel 15</al><al>
	Spreekt voor zich.</al><al>
	 </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>