<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30129_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 25-04-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-12-14</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/114</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening cliëntenparticipatie 2006</vet></al><al/><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        31 oktober 2006;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder College : College van burgemeester en
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Platforms</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingezetenen wier belang rechtstreeks is betrokken bij het
                                bijstandsbeleid, het integraal gehandicaptenbeleid, het
                                integratiebeleid, het jongerenbeleid, het minimabeleid, het
                                ouderenbeleid en het reïntegratiebeleid worden betrokken bij de
                                voorbereiding, uitvoering en evaluatie van dat beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd de Algemene inspraakverordening wordt aan het eerste
                                lid uitvoering gegeven door structureel overleg met platforms op de
                                daar bedoelde beleidsterreinen. Het College regelt de wijze waarop
                                het overleg plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College wijst voor elk van de in het eerste lid bedoelde
                                beleidsterreinen een platform aan, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het bijstandsbeleid, minimabeleid en reïntegratiebeleid
                                        gezamenlijk één platform wordt aangewezen;</al></li><li nr="b."><al>voor lokaal en bovenlokaal ouderenbeleid elk één platform
                                        kan worden aangewezen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Platforms vormen een afspiegeling van de doelgroep of houden daarmee
                                geregeld contact. Zij zijn op non-profitbasis in de gemeente Uden
                                werkzaam zijn en bieden waarborgen voor hun continuïteit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan platforms bedoeld in het derde lid worden van gemeentewege
                                faciliteiten verleend voor het vervullen van hun taak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    cliëntenparticipatie 2006.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op een door het College te bepalen
                                    tijdstip.</al></li><li nr="3."><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening cliëntenparticipatie,
                                    vastgesteld op 11 november 2004.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 14 december 2006.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al>Artikel 1. Begripsbepaling 1</al><al>Artikel 2. Platforms 1</al><al>Artikel 3. Slotbepaling 1</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening cliëntenparticipatie 2006</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Verordening cliëntenparticipatie 2006 regelt de wijze waarop belanghebbenden
                    die ingezetene zijn van de gemeente Uden bij de voorbereiding, uitvoering en
                    evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken. Met gemeentelijk beleid
                    wordt gedoeld op het bijstandsbeleid, het integraal gehandicaptenbeleid, het
                    integratiebeleid, het jongerenbeleid, het minimabeleid, het ouderenbeleid en het
                    reïntegratiebeleid. </al><al>De cliëntenparticipatie krijgt in de verordening gestalte in de vorm van
                    structureel overleg met platforms die op de desbetreffende beleidsterreinen
                    werkzaam zijn. De verordening vormt de basis voor dit overleg. Het overleg wordt
                    nader uitgewerkt in een door het College vast te stellen Regeling overleg
                    platforms. </al><al>Het regelen van de cliëntenparticipatie is dwingend voorgeschreven in de Wet
                    werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet inkomensvoorziening
                    oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet
                    voorzieningen gehandicapten (WVG). </al><al>De WWB en de WVG bepalen dat de cliëntenparticipatie bij verordening moet worden
                    geregeld door de gemeenteraad respectievelijk door het gemeentebestuur. De IOAW
                    en de IOAZ dragen het College van burgemeester en wethouders op zorg te dragen
                    voor de realisatie en vormgeving van de cliëntenparticipatie bij de uitvoering
                    van de wet. </al><al>Met betrekking tot het integratiebeleid, het jongerenbeleid en het ouderenbeleid
                    bestaat vooralsnog geen wettelijke verplichting om de cliëntenparticipatie te
                    regelen. In de Verordening cliëntenparticipatie worden deze beleidsterreinen wel
                    meegenomen</al><al>De IOAW en de IOAZ geven, evenals de WVG, maar anders dan de WWB, aan dat bij
                    het regelen van de cliëntenparticipatie artikel 150 van de Gemeentewet in acht
                    moet worden genomen. Dit artikel heeft betrekking op de verplichting van de
                    gemeenteraad om een inspraakverordening vast te stellen. Artikel 150 van de
                    Gemeentewet wordt in acht genomen doordat artikel 2, tweede lid, van de
                    Verordening cliëntenparticipatie bepaalt dat aan de cliëntenparticipatie
                    uitvoering wordt gegeven in de vorm van structureel overleg met platforms
                        <cursief>onverminderd de Algemene
                        i</cursief><cursief>n</cursief><cursief>spraakverordening</cursief>.</al><al>Daardoor blijft het in beginsel mogelijk ook ten aanzien van beleidsvoornemens
                    die door het structureel overleg met de platforms worden bestreken de Algemene
                    inspraakverordening toe te passen. In beginsel, omdat de inspraakverordening in
                    bepaalde gevallen inspraak uitsluit.</al><al>Krachtens de Algemene inspraakverordening kan iedere ingezetene of
                    belanghebbende verzoeken om inspraak te verlenen over een beleidsvoornemen van
                    de gemeenteraad, het College van burgemeester en wethouders of de burgemeester.
                    Het bestuursorgaan dat bevoegd is het beleidsvoornemen vast te stellen, beslist
                    op het verzoek. Tegen de beslissing staat op grond van de Algemene wet
                    bestuursrecht bezwaar en (hoger) beroep open. Voorts kan krachtens die wet
                    gelijktijdig of na het indienen van het bezwaar of beroep een voorlopige
                    voorziening worden gevraagd. Het initiatief om inspraak te verlenen op een
                    beleidsvoornemen kan ook uitgaan van het betrokken bestuursorgaan.</al><al>De Verordening cliëntenparticipatie 2006 is nagenoeg gelijkluidend aan de eerder
                    geldende verordening, aangeduid als Verordening cliëntenparticipatie, zonder
                    jaartal, vastgesteld op 11 november 2004. De nu voorgestelde herziening behelst
                    het toevoegen van het jongerenbeleid aan de beleidsterreinen waarop het College
                    overleg met platforms moet voeren.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>In het eerste lid van dit artikel worden de beleidsterreinen aangewezen waarop
                    de cliëntenparticipatie betrekking heeft. Een nadere omschrijving van deze
                    beleidsterreinen wordt gegeven in de Regeling overleg platforms.</al><al>Het tweede lid vormt de basis voor het structureel overleg met platforms. Het
                    verwijst tevens naar de Algemene inspraakverordening. De betekenis daarvan is
                    uiteengezet in het algemeen gedeelte van deze toelichting. </al><al>De wijze waarop het overleg plaatsvindt (tweede lid) wordt uitgewerkt in de
                    Regeling overleg platforms. In die regeling van het College worden ook de
                    platforms aangewezen waarmee overlegd wordt (derde lid).</al><al>Lid 4 bevat de eisen die aan een platform worden gesteld.</al><al>In het vijfde lid is aangegeven dat de aangewezen platforms van gemeentewege
                    faciliteiten genieten voor het vervullen van hun taak. In de Regeling overleg
                    platforms worden deze faciliteiten nader uitgewerkt in een informatieplicht en
                    een (voorwaardelijke) aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten die de
                    platforms moeten maken voor de vervulling van hun taak. De WVG bevat op dit punt
                    een uitdrukkelijke eis in de vorm van een verplichting om te regelen welke
                    faciliteiten het gemeentebestuur beschikbaar stelt. In de WWB, de IOAW en de
                    IOAZ komt een dergelijk vereiste niet voor. Wat betreft het verstrekken van een
                    financiële tegemoetkoming aan de platforms geldt de Algemene subsidieverordening
                    en de daarop gebaseerde beleidsregels. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al>A.Toepassingsregister</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="24*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Jaartal-</al><al><vet>Volgnr.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>V</onderstreept></vet><vet>aststelling</vet></al><al><vet><onderstreept>B</onderstreept></vet><vet>ekendm</vet><vet>a</vet><vet>king</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Inwerkingtreding </vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Voorbe-reidings-afdeling</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2006-141</al></entry><entry colname="col2"><al>Verordening cliëntenparticipatie 2006</al></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>V</onderstreept></al><al><onderstreept>B</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>SMOW</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>B.Supplementenregister</al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="15*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="11*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="25*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Jaartal-Volgnr.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp </vet><vet> besluit B(&amp;W)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>V</onderstreept></vet><vet>aststelling
                                                </vet><vet><onderstreept>B</onderstreept></vet><vet>ekendm</vet><vet>a</vet><vet>king</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Inwe</vet><vet>r</vet><vet>king-treding</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Wijziging en/of
                                        aanvu</vet><vet>l</vet><vet>ling:</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>Aangeduid met:</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Nieuw!</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>V</onderstreept></al><al><onderstreept>B</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Versie 1. 20 juli 2005</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>