<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30126_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaarschriften</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-11-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 04-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaarschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149; Algemene wet bestuursrecht, art. 7, lid 13</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>1e wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/68</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wijziging art. 19</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaarschriften</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DeRaad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        31 oktober 2006;</al><al>gelet op de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan : het bestuursorgaan dat het bestreden
                                        besluit heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie : vaste commissie van advies voor de
                                        bezwaarschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt, is genomen door
                                de Raad, wordt het College van burgemeester en wethouders voor de
                                toepassing van deze verordening als verwerend orgaan
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                                tegen besluiten van de Raad, het College en de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                                zijn ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift
                                        inzake belastingen of de Wet waardering onroerende
                                        zaken;</al></li><li nr="b."><al>tegen besluiten betreffende de rechtspositie van het
                                        gemeentelijk personeel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en meerdere leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden door het College van burgemeester
                                en wethouders benoemd, geschorst en ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders wijst één of meer ambtenaren
                            aan als secretaris van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eed of belofte</titel></kop><al>Alvorens hun functie te aanvaarden leggen de leden van de commissie
                            af:</al><lijst><li nr="a."><al>de eed of de belofte en verklaring dat zij om tot lid van de
                                    commissie benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder
                                    welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst hebben
                                    gegeven of beloofd, alsmede dat zij om iets in hun functie te
                                    doen of te laten rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of
                                    enige belofte hebben aangenomen of zullen aannemen;</al></li><li nr="b."><al>de eed of belofte en verklaring getrouw te zullen zijn aan de
                                    Grondwet, dat zij de wetten zullen nakomen en dat zij hun
                                    plichten als commissielid naar eer en geweten zullen
                                    vervullen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van
                                aftreden van de Raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment
                                ontslag nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College van burgemeester en wethouders kan de voorzitter of een
                                lid op elk moment schorsen of ontslaan anders dan op eigen
                                verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie maken in totaal maximaal
                                acht jaren deel uit van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                                spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene
                            wet bestuursrecht worden voor de toepassing van deze verordening
                            uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                    termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                    tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo
                                nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien
                                daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het College
                                vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de
                                gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten
                                horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien
                                van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en
                                het verwerend orgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan
                                tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen
                                de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van
                                redenen, de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het
                                tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval één week
                                voor het tijdstip van de zitting, aan de belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken of
                                afwijking toe te staan van de termijnen genoemd in het eerste,
                                tweede en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie houdt zitting met de voorzitter en twee leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan worden volstaan met de aanwezigheid van
                                de voorzitter en één lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                            behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in
                            het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar, tenzij het betreft de
                                behandeling van bezwaren tegen een besluit betreffende de sociale
                                zekerheid of sociale voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een openbare zitting worden de deuren gesloten, indien de
                                voorzitter van de commissie of één van de aanwezige leden het nodig
                                oordeelt of indien een belanghebbende daarom verzoekt. Indien de
                                commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn
                                die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                                zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een niet-openbare zitting kan in openbaarheid worden voortgezet,
                                indien de commissie daartoe om zwaarwichtige redenen aan het
                                algemeen belang ontleend of op verzoek van een belanghebbende
                                beslist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Algemene wet
                                bestuursrecht vermeldt de namen van de aanwezigen en hun
                                hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer
                                is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van bij de zitting
                                aanwezige commissieleden dit onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                aan de in lid 1 genoemde leden van de commissie, het verwerend
                                orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 genoemde leden van de commissie, het verwerend orgaan en
                                de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de
                                nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek
                                richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter
                                beslist op zo’n verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                                betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie, in de samenstelling zoals in artikel 11 aangeduid,
                                beraadslaagt en beslist bij meerderheid van stemmen achter gesloten
                                deuren over het door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                artikel 14 van deze verordening en eventueel door de commissie
                                ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan
                                het bestuursorgaan dat op het bezwaar dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de
                                termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van
                                de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                                advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend
                                orgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie zendt een afschrift van het advies met het verslag van
                                de hoorzitting aan de belanghebbenden. Daarbij wijst zij erop dat
                                het bestuursorgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen kan
                                afwijken van het advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks vóór 1 maart over haar verrichtingen in
                            het afgelopen kalenderjaar een beknopt verslag uit aan de burgemeester
                            en het college van burgemeester en wethouders, en met zijn tussenkomst
                            aan de Raad. Dat doet het college door in het gemeentelijk jaarverslag
                            op het commissieverslag in te gaan en dat verslag daarbij te
                            voegen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 21 februari 2002, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening behandeling
                            bezwaarschriften.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 2006.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al>Verordening behandeling bezwaarschriften 1</al><al>HOOFDSTUK I Inleidende bepalingen 1</al><al>Artikel 1 Begripsbepaling 1</al><al>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie 1</al><al>Artikel 3 Samenstelling van de commissie 1</al><al>Artikel 4 Secretaris 1</al><al>Artikel 5 Eed of belofte 2</al><al>Artikel 6 Zittingsduur 2</al><al>Artikel 7 Ingediend bezwaarschrift 2</al><al>Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden 2</al><al>Artikel 9 Vooronderzoek 2</al><al>Artikel 10 Hoorzitting 2</al><al>Artikel 11 Uitnodiging zitting 3</al><al>Artikel 12 Quorum 3</al><al>Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling 3</al><al>Artikel 14 Openbaarheid zitting 3</al><al>Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging 3</al><al>Artikel 16 Nader onderzoek 3</al><al>Artikel 17 Raadkamer en advies 4</al><al>Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging 4</al><al>Artikel 19 Jaarverslag 4</al><al>Artikel 20 Intrekking 4</al><al>Artikel 21 Inwerkingtreding 4</al><al>Artikel 22 Citeertitel 4</al><al>Toelichting Verordening behandeling bezwaarschriften 1</al><al>Algemeen 1</al><al>Artikelsgewijze toelichting 1</al><al>Artikel 1, lid 2 1</al><al>Artikel 2, lid 2 1</al><al>Artikel 3, lid 3 1</al><al>Artikel 4 1</al><al>Artikel 5 1</al><al>Artikel 6 1</al><al>Artikel 12 1</al><al>Artikel 19 2</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening behandeling bezwaarschriften</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Voor een toelichting bij deze verordening wordt verwezen naar de toelichting bij
                    de VNG-modelverordening. Op een aantal onderdelen wijkt de Verordening
                    behandeling bezwaarschriften af van de VNG-modelverordening. Deze onderdelen
                    worden hierna opgesomd.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1, lid 2</tussenkop><al>In de Verordening behandeling bezwaarschriften is een tweede lid aan artikel 1
                    toegevoegd waarin wordt bepaald dat het College van burgemeester en wethouders
                    als verwerend orgaan wordt gezien indien het raadsbesluiten betreft. </al><tussenkop>Artikel 2, lid 2</tussenkop><al>De modelverordening sluit alleen bezwaren inzake belastingen of de Wet
                    waardering onroerende zaken uit. Aangezien in de gemeente Uden een aparte
                    commissie werkzaam is voor de behandeling van bezwaren aangaande de
                    rechtspositie van gemeentelijk personeel, worden deze bezwaren ook uitgesloten
                    van behandeling door de commissie bezwaarschriften.</al><tussenkop>Artikel 3, lid 3</tussenkop><al>De modelverordening spreekt van ‘plaatsvervangende’ leden. Aangezien in de
                    gemeente Uden meerdere leden worden benoemd die elkaar kunnen vervangen wordt in
                    de verordening niet gesproken van ‘plaatsvervangende’ leden maar van meerdere
                    leden.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De modelverordening bepaalt dat het College één of meerdere plaatsvervangers van
                    de secretaris benoemt. Aangezien er in de gemeente Uden al twee ambtenaren als
                    secretaris zijn aangewezen is het niet noodzakelijk ook nog plaatsvervangers te
                    benoemen.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>In de modelverordening is geen bepaling opgenomen over het afleggen van de eed
                    of belofte. Er is voor gekozen het afleggen van de eed of belofte wel in de
                    Verordening behandeling bezwaarschriften op te nemen. Door het afleggen van de
                    eed of belofte wordt nog eens extra de nadruk gelegd op de integriteit en
                    onafhankelijkheid van de commissie.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Aan dit artikel is een lid 4 toegevoegd dat het mogelijk maakt de voorzitter en
                    de leden te schorsen of ontslaan bij slecht functioneren of indien zij
                    bijvoorbeeld door ziekten of gebreken blijvend ongeschikt zijn om hun functie te
                    vervullen.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>In de VNG-modelverordening is bepaald dat voor het houden van een zitting de
                    meerderheid van het aantal leden, onder wie in ieder geval de voorzitter of
                    diens plaatsvervanger, aanwezig is.</al><al>De Verordening behandeling bezwaarschriften sluit aan bij artikel 7:13 van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarin is bepaald dat de commissie, bestaande
                    uit een voorzitter en ten minste twee leden, hoort. In het derde lid van artikel
                    7:13 van de Awb is bepaald dat het horen kan worden opgedragen aan de voorzitter
                    of een lid van de adviescommissie. Uit vaste rechtspraak blijkt dat er geen
                    wettelijk bezwaar is tegen het horen in het kader van de bezwaarprocedure door
                    de voorzitter en één lid van de adviescommissie, mits advisering door de
                    voltallige commissie heeft plaatsgevonden (Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van
                    State d.d. 2 maart 2000, 199900106/1).</al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>De modelverordening bepaalt dat de zitting in sommige gevallen achter gesloten
                    deuren plaats kan vinden. In de verordening voor de gemeente Uden is opgenomen
                    in welke gevallen de zitting in ieder geval achter gesloten deuren plaatsvindt.
                    Dit was ook zo bepaald in de oude verordening. Dit neemt niet weg dat ook nog
                    andere zaken achter gesloten deuren kunnen plaatsvinden, zoals bepaald in lid 2
                    van dit artikel.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>In de modelverordening is opgenomen dat van een minderheidsstandpunt melding
                    wordt gemaakt in het advies van de commissie, indien de minderheid dat verlangt.
                    Dit artikellid is niet overgenomen.</al><al>Niet valt in te zien wat de toegevoegde waarde is van het vermelden van een
                    minderheidsstandpunt in een advies. Eenduidige advisering heeft de
                    voorkeur.</al><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>In dit artikel is een bepaling over het jaarverslag opgenomen. De
                    modelverordening kent deze bepaling niet. Een jaarverslag geeft inzicht in het
                    aantal bezwaren dat tijdens een jaar zijn ingediend en geeft inzicht in de
                    hoeveelheid gegronde en ongegronde bezwaren. Het jaarverslag kan aldus een
                    bijdrage leveren aan de juridische kwaliteitszorg.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>