<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR301226_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amersfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amersfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsberichten 24 juli 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">1. artikel 147 en 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artikelen gewijzigd.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>4340370</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1. diverse aanwijzingsbesluiten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met het in werking treden van de Algemene Plaatselijke Verordening wordt De Algemene Plaatselijke Verordening 2012 ingetrokken. De Algemene Plaatselijke Verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>Verordening</cursief></al><al> Reg. nr. 4435336</al><al>De raad van de gemeente Amersfoort;</al><al>heeft het voorstel van het presidium gelezen van 3 juli 2013, sector GRF
                        (nr. 4434071);</al><al>heeft de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet gelezen;</al><al><vet>besluit</vet> vast te stellen:</al><al><cursief>Algeme</cursief><cursief>ne Plaatselijke
                        Verordening</cursief></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid van de Wegenwet, bij hun besluit van 19 april
                                    2005;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening 2010;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="j."><al>bromfiets: bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                    e, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12 of
                                artikel 4:11.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor beslissing op
                                een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel artikel 2:25
                                (evenementen) en 3:4 (seksinrichtingen) de in die artikelen genoemde
                                termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan vergunningen of ontheffingen aanwijzen
                                waarvoor de in het eerste lid genoemde termijn kan worden verlengd
                                tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij, die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van de politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging,
                                    een samenkomst tot het belijden van godsdienst- of
                                    levensovertuiging of een vergadering te houden, geeft daarvan
                                    voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de
                                    betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging, samenkomst of
                                            vergadering houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging, samenkomst of
                                            vergadering;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging, samenkomst of vergadering
                                            wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van
                                            beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging, samenkomst of
                                            vergadering houdt zal treffen om een regelmatig verloop
                                            te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet openbare
                                    manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken en reclamemateriaal</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om op of aan een openbare plaats of openbaar
                                    water op te treden als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar,
                                    filmoperateur of gids:</al><lijst><li nr="a."><al>tussen 22.00 uur en 09.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>met meer dan 6 personen;</al></li><li nr="c."><al>met elektronische of mechanische versterking;</al></li><li nr="d."><al>binnen een straal van 100 meter van gebedshuizen op
                                            tijdstippen waarop daarin een samenkomst tot het
                                            belijden van godsdienst- of levensovertuiging worden
                                            gehouden;</al></li><li nr="e."><al>langer dan 30 minuten per dag op dezelfde plaats,
                                            waarbij een locatie binnen 100 meter als dezelfde plaats
                                            wordt beschouwd;</al></li><li nr="f."><al>op een locatie binnen een straal van 50 meter van een
                                            optreden van een andere (groep) straatartiest(en).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>A: Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een
                                    openbare plaats in strijd met de publieke functie van de
                                    openbare plaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het bevoegde
                                    bestuursorgaan een openbare plaats of een gedeelte van een
                                    openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                    publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan, naast de genoemde
                                    gronden in artikel 1:8, worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                            openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                            van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig
                                            gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor
                                            het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B: Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:27 en artikel
                                            2:10D;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening
                                    provincie Utrecht 2010.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige
                                    artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige
                                    artikel geldt niet voor bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige
                                    artikel geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>C: Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor en
                                onder welke voorwaarden het verbod in het eerste lid van artikel
                                2:10A niet geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>D Terrasvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van het college een terras
                                    te hebben voor zover dit zich op of aan een openbare plaats
                                    bevindt. Onder terras wordt in dit artikel verstaan: een in de
                                    openbare ruimte liggend deel van een bedrijf waar sta- of
                                    zitgelegenheid wordt geboden en waar tegen vergoeding dranken
                                    kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie
                                    kunnen worden bereid en/of verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de terrasvergunning, naast de genoemde gronden
                                    in artikel 1:8, weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                            openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de
                                            bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                                            plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft in de terrasvergunning voorschriften over de
                                    afmetingen, het onderhoud en het uiterlijk aanzien van het
                                    terras.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede en derde lid geldt niet, voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Provincie
                                    Utrecht 2010.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid beslist de
                                    burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking
                                    heeft op een terras bij een inrichting in de zin van artikel 174
                                    Gemeentewet, voor zover deze zich op de weg bevindt, over de
                                    ingebruikname van die weg ten behoeve van het terras.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)Vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun
                                    publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening provincie
                                    Utrecht 2010, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openhaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de
                                    Wegenverordening provincie Utrecht 2010.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is, verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan, gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaats vindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25
                                    meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af
                                    gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Vaarwegenverordening Provincie Utrecht 2008.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als
                                            bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een kermis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan: een evenement dat een
                                    (buurt)barbecue, straatfeest of een daarmee gelijk te stellen
                                    evenement in de openlucht betreft, dat op één dag plaatsvindt
                                    waarbij niet meer dan 150 personen worden verwacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een evenementenvergunning wordt verleend aan een organisator en
                                    bevat een beschrijving van het gebied waarbinnen het evenement
                                    plaatsvindt, het tijdstip en de duur van het evenement, alsmede
                                    een beschrijving van de activiteiten en handelingen die in het
                                    kader van het evenement mogen plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Activiteiten die deel uitmaken van een evenementenvergunning
                                    zijn niet afzonderlijk vergunningplichtig op grond van deze of
                                    een andere gemeentelijke verordening, tenzij het planologische
                                    voorschriften betreft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer een evenement wordt gehouden, wordt tijdens het
                                    evenement in het gebied waar het evenement plaatsvindt, geen
                                    vergunning verleend aan derden voor op zichzelf staande
                                    activiteiten en handelingen op of aan een openbare plaats of het
                                    openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    een evenementenvergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>onevenredig veel beslag wordt gelegd op de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="b."><al>de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een
                                            goed verloop van het evenement; of</al></li><li nr="c."><al>in de door de burgemeester vastgestelde
                                            Evenementenkalender als bedoeld in het tiende lid al een
                                            reservering is opgenomen voor een ander evenement op de
                                            gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, wordt
                                    aangevraagd door degene die voornemens is een evenement te
                                    organiseren, door middel van een door de burgemeester
                                    vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De burgemeester kan in nadere regels indieningsvereisten stellen
                                    voor een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2:25, eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:3 kan de burgemeester besluiten een
                                    aanvraag voor een vergunning voor een evenement niet te
                                    behandelen indien de aanvraag minder dan 12 weken voor de datum
                                    van het evenement worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De burgemeester stelt jaarlijks vóór 1 december een
                                    Evenementenkalender vast voor het volgende kalenderjaar. Degene
                                    die voornemens is een evenement te organiseren kan de
                                    burgemeester jaarlijks vóór 1 oktober verzoeken een evenement te
                                    plaatsen op de evenementenkalender van het volgende jaar. Een
                                    dergelijk verzoek is geen aanvraag als bedoeld in het eerste
                                    lid. Aan de plaatsing van een evenement op de
                                    evenementenkalender kunnen geen rechten worden ontleend met
                                    uitzondering van het bepaalde in het vijfde lid, onder c.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25a</nr><titel>Klein evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, is niet
                                    vereist voor een klein evenement, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement tussen 7.00 uur en 24.00 uur
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="b."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 7.00 uur en
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>er slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom-)
                                            fietspad of parkeergelegenheid of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="f."><al>de organisator de burgemeester ten minste 15 werkdagen
                                            voorafgaand aan het kleine evenement in kennis stelt met
                                            een door de burgemeester vastgesteld
                                            meldingsformulier.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
                                    melding als bedoeld in het eerste lid, onder f, besluiten het
                                    organiseren van het kleine evenement te verbieden indien
                                    daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                    volksgezondheid of het milieu in gevaar komt of in de
                                    Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:25, negende lid, al
                                    een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de
                                    gevraagde tijd en locatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt, dranken worden
                                        geschonken, spijzen voor directe consumptie worden verstrekt
                                        of bereid of rookwaar voor directe consumptie wordt
                                        verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval
                                        verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                        snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder
                                        horecabedrijf wordt tevens verstaan: een bij dit bedrijf
                                        behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van horecabedrijf
                                        liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                        geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                        geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                                        bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant vraagt de vergunning aan door indiening van een
                                    door de burgemeester vastgesteld formulier met bijbehorende
                                    voorgeschreven documenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester stelt nadere regels voor de bij de aanvraag van
                                    een vergunning te overleggen documenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan in nadere regels bepalen, dat het gestelde
                                    in lid 1 niet geldt voor een of meer aangeduide soorten
                                    horecabedrijven in de gehele gemeente dan wel in een of meer
                                    daarin aangewezen gebieden van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan horecabedrijven zonder een afgesloten lokaliteit, zoals
                                    muurverkoop, kunnen nadere eisen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28a</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met
                                            het geldend bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager binnen drie jaar voor de aanvraag een
                                            openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van
                                            ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde,
                                            gesloten is geweest.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2:28 dienen de houder, dan wel indien de houder een
                                    rechtspersoon is, degenen die de onmiddellijke feitelijke
                                    leiding uitoefenen in het horecabedrijf, aan de volgende eisen
                                    te voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>zij mogen niet onder curatele staan, dan wel uit de
                                            ouderlijke macht of voogdij ontzet zijn;</al></li><li nr="b."><al>zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag
                                            zijn;</al></li><li nr="c."><al>zij moeten de leeftijd van eenentwintig jaar hebben
                                            bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan van de in het derde lid, onder c, genoemde
                                    leeftijdseis ontheffing verlenen, met dien verstande dat de
                                    leeftijd van betrokkene niet lager mag zijn dan achttien
                                    jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 2:28 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van het
                                    horecabedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van beëindiging van het exploiteren van het horecabedrijf is
                                    sprake indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het horecabedrijf blijkens de registers van de Kamer van
                                            Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant, op
                                            wiens naam de vergunning is gesteld, wordt
                                            geëxploiteerd;</al></li><li nr="b."><al>op grond van andere informatie blijkt, dat het
                                            horecabedrijf niet meer voor rekening van de exploitant
                                            op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt
                                            geëxploiteerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Horecabedrijven waarvoor krachtens nadere regels zoals genoemd
                                    in artikel 2:28, vierde lid, geen vergunning is vereist, zijn in
                                    ieder geval gesloten op alle dagen tussen 24.00 uur en 6.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de in het eerste lid genoemde horecabedrijven kan de
                                    burgemeester in nadere regels afwijkende sluitingstijden
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor horecabedrijven en de daarbij behorende terrassen waarvoor
                                    op grond van artikel 2:28 een vergunning vereist is, zijn de
                                    sluitingstijden opgenomen in de vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan voor een bij een horecabedrijf behorend
                                    terras andere sluitingstijden vaststellen door het verbinden van
                                    voorschriften aan de vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                    sluitingstijden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te
                                    hebben of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven na
                                    sluitingstijd of gedurende de tijd dat het horecabedrijf
                                    gesloten dient te zijn bij of krachtens artikel 2:30 of op grond
                                    van een besluit krachtens artikel 2:31.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing in die
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of een sluiting
                                    voor bepaalde tijd van de gehele of van een deel van het
                                    horecabedrijf bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        het horecabedrijf gesloten dient te zijn bij of krachtens
                                        artikel 2:30 of op grond van een besluit krachtens artikel
                                        2:31.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Handel binnen horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of
                                bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen,
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel l,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verbod een ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffingen bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen,
                                    te bekladden, te doen bekrassen of te doen bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water te
                                    vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                    kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van
                                    winkels, gedurende de openingstijden daarvan, te vervoeren of
                                    aanwezig te hebben een tas die er kennelijk toe is uitgerust om
                                    het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien de genoemde tas niet bestemd of gebruikt is voor de in
                                    dat lid bedoelde handeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            gebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                            onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47a</nr><titel>Het aanwezig zijn met bromfietsen op een openbare
                                    plaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan openbare plaatsen aanwijzen, waar het aanwezig
                                    zijn met bromfietsen naar hun oordeel voor andere gebruikers
                                    en/of omwonenden van de weg(en) gevaarlijk of hinderlijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om op de in het eerste lid van dit artikel
                                    aangewezen plaatsen aanwezig te zijn met bromfietsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47b</nr><titel>Lesmotorvoertuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van een dergelijk gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of die portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Verboden plaatsen voor honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat
                                            die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod, genoemd in het eerste lid,
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De eigenaar of houder van een hond, of degene aan wiens zorg
                                    een hond kennelijk is toevertrouwd, is verplicht indien de hond
                                    zich op een openbare plaats bevindt, ervoor te zorgen: </al><lijst><li nr="a."><al>dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet; </al></li><li nr="b."><al>een deugdelijk opruimmiddel voor het verwijderen van
                                            uitwerpselen bij zich te dragen en dit op een eerste
                                            vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de
                                            naleving van een of meer bepalingen van deze
                                            verordening, te tonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar de verplichting genoemd
                                    in het eerste lid, onder a, niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod, genoemd in het eerste lid,
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van de in het eerste lid,
                                    onder a, gestelde verplichting wordt opgeheven indien de
                                    eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de
                                    uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder a, geldt niet voor het
                                    openbaar groen van de op grond van artikel 2:57, tweede lid,
                                    aangewezen losloopgebieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                    beide stoffen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is
                                    aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                    mogelijk is; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                    afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                    toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                                    aangegeven; of</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere
                                    gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door de Wegenverordening provincie Utrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek
                                toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437,
                                eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al><al>1° dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging; </al><al>2° van een verandering van de onder a, sub l°, bedoelde adressen; </al><al>3° als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; </al><al>4° dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; </al><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste zeven
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder harddrugs: de middelen als
                                bedoeld in artikel 2 van de Opiumwet en de daarbij behorende
                                lijst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te
                                bewegen en zich op of aan openbare plaatsen in of op een voertuig te
                                bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het
                                kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de
                                Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af
                                te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te
                                zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek
                                toegankelijk gebouw of vaartuig harddrugs te gebruiken of ten
                                behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te
                                hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b</nr><titel>Verzamelingen van personen in verband met harddrugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan openbare plaatsen die door de
                                    burgemeester zijn aangewezen, omdat de openbare orde dat in
                                    verband met het openlijk gebruik van of in de handel in
                                    harddrugs naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, deel te nemen
                                    aan een verzameling van meer dan twee personen, waarvan
                                    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verzameling verband
                                    houdt met het gebruik van of de handel in harddrugs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing van openbare plaatsen zoals bedoeld in het eerste
                                    lid, worden gegeven voor ten hoogste twaalf maanden, welke
                                    termijn telkens kan worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die zich bevindt in een verzameling van personen als
                                    bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend
                                    bevel van een ambtenaar van politie direct zijn weg te vervolgen
                                    of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een andere voor
                                    ieder toegankelijke plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Verblijfsontzegging</titel></kop><al>1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene
                                die zich in het door hem</al><al>aangewezen gebied gedraagt in strijd met:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, eerste lid (samenscholing);</al></li><li nr="b."><al>artikel 2:48, eerste lid (hinderlijk drankgebruik);</al></li><li nr="c."><al>artikel 2:49, eerste lid (hinderlijk gedrag bij of in
                                        gebouwen);</al></li><li nr="d."><al>artikel 2:74 (drugshandel op straat);</al></li><li nr="e."><al>artikel 2:74a (openlijk drugsgebruik);</al></li><li nr="f."><al>artikel 2:74b (verzameling van personen in verband met
                                        harddrugs)</al></li></lijst><al>een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
                                tijdvak van 24 uren te</al><al>bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
                                nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
                                plaatsgevonden.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste
                                        lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd,
                                        dat hij zich opnieuw in het aangewezen gebied gedraagt in
                                        strijd met de in het eerste lid genoemde artikelen, een
                                        verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
                                        tijdvak van ten hoogste veertien dagen te bevinden op in dat
                                        verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan
                                        de genoemde gedragingen hebben plaatsgevonden.</al></li><li nr="3."><al>Een verbod als genoemd in het tweede lid kan slechts worden
                                        opgelegd indien de openbare orde verstorende handelingen
                                        binnen zes maanden na het opleggen van een eerder verbod,
                                        opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn
                                        geconstateerd.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester beperkt de in het eerste, tweede en derde
                                        lid genoemde verboden, indien dat in verband met de
                                        persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                        is.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door
                                    middel van een situatietekening met een schaal van ten minste
                                    1:1000;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot
                                    het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting;
                                    en</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een op grond van de wet Bevordering integriteitsbeoordelingen
                                    door het openbaar bestuur (wet BIBOB) vastgesteld en ingevuld
                                    vragenformulier met de daarbij vereiste bijlagen en
                                    bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                    een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                    Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
                                    dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                    naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                    ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                    Strafvordering is toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet , de
                                    Opiumwet , de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen
                                    ;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g , 140 , 240b , 242 tot en met
                                    249 , 252 , 250a (oud), 273a , 300 tot en met 303 , 416 , 417 ,
                                    417bis , 426 , 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht
                                    ;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid , alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994
                                    ;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13 , 14 , 27 en 30b van de Wet
                                    op de Kansspelen ;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen ;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 54 en55 van de Wet wapens en munitie .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    dagelijks tussen 24.00 uur en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                    Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze te trachten als prostituee de aandacht van
                                    passanten op zich te vestigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn beslistermijn met ten
                                    hoogste twaalf weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAr,LT veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De collectieve festiviteit moet ten minste 2 uur eerder worden
                                    beëindigd dan dat de inrichting geopend mag zijn op basis van de
                                    horeca-exploitatievergunning of de in artikel 2:30, tweede lid
                                    genoemde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 3 incidentele
                                    festiviteiten, en voor zover de inrichting een sportvereniging
                                    betreft maximaal 6 incidentele festiviteiten, per kalenderjaar
                                    te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen
                                    2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
                                    verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 3
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAr,LT veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als genoemd in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De incidentele festiviteit moet ten minste 2 uur eerder worden
                                    beëindigd dan dat de inrichting geopend mag zijn op basis van de
                                    horeca-exploitatievergunning of de in artikel 2:30, tweede lid,
                                    genoemde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder f opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast;</al></li><li nr="e."><al>de controle op geluidvoorschriften plaatsvindt conform de
                                        Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.</al></li><li nr="f."><al>Tabel f</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00-19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00-23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00-7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de normen gesteld in
                                        het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.”</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening Utrecht 1995.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden om buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die, binnen de bebouwde kom, buiten een inrichting
                                    in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier,
                                    verboden dit dier op een zodanige wijze aanwezig te hebben dat
                                    dit dier voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een
                                voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende
                                een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>monumentale bomen en andere waardevolle houtopstanden:
                                    houtopstanden, die van algemeen belang zijn voor de gemeente
                                    Amersfoort om redenen van leeftijd, verschijningsvorm,
                                    ecologische en/of cultuurhistorische aard, alsmede de als
                                    zodanig door het college aangemerkte heggen en hagen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                    houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostima
                                    ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                    Moreau);</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                    behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                    multistriatus (Marsh) en Scolytus pymaeus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gemeentelijke lijst van monumentale bomen en andere waardevolle
                                    houtopstanden: de lijst waarop zijn vermeld de van gemeentewege
                                    beschermde monumentale bomen en andere waardevolle
                                    houtopstanden, alsmede heggen en hagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bomenwacht: de door het college ingestelde ambtelijke
                                    werkgroep.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Boomwaardebepaling: deze wordt uitgedrukt in het product van de
                                    factoren eenheidsprijs per cm² van de dwarsdoorsnede op 1.30
                                    meter hoogte, standplaatswaarde, conditiewaarde en de waarde van
                                    de plantwijze (methode Raad).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                    landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte
                                    populieren of wilgen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen
                                    als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                    terreinen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>kweekgoed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een
                                    bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid
                                    vormt die: - ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are -
                                    ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                    gerekend over het totale aantal rijen;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet
                                    of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks
                                    onverminderd het bepaalde in artikel 4.3.6;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>houtopstand waarvan de gemeente de eigenares of de rechthebbende
                                    is, wanneer het vellen daarvan gebeurt ter vervanging van
                                    verloren gegane en bijna verloren gegane beplanting op openbaar
                                    terrein;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend bestemmingsplan
                                    of bij een geldend voorbereidingsbesluit is bepaald dat het
                                    verboden is deze te vellen zonder schriftelijke vergunning van
                                    het bevoegd gezag (aanlegvergunning);</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin
                                    van de Natuurbeschermingswet;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>houtopstand waarvan de stamomtrek, gemeten op 1.3 meter hoogte
                                    vanaf de grond, niet meer bedraagt dan 35 centimeter, tenzij de
                                    gezamenlijk te kappen houtopstand een oppervlakte beslaat van
                                    meer dan 50 m2.</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>houtopstand waarvan naar het oordeel van het college kap
                                    dringend noodzakelijk is wegens bijzondere omstandigheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onder sub l van het tweede lid genoemde uitzondering geldt
                                    niet voor het kappen van bomen door of in opdracht van de
                                    gemeente Amersfoort in het openbaar gebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Aanvraag kapvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de directeur Bos- en Landschapsbouw van het Ministerie
                                    van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij het college een afschrift
                                    heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in
                                    artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift
                                    mede als een vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>A Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan worden geweigerd door het bevoegd gezag op grond
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;</al></li><li nr="g."><al>de boomwaarde van de houtopstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>B vergunning ex lege</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>C Geldigheid vergunning</titel></kop><al>Een kapvergunning vervalt van rechtswege, indien van de vergunning
                                geen gebruik is gemaakt binnen één jaar nadat deze in werking is
                                getreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>D Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                    voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                    door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden
                                    herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens
                                    behoren het voorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt
                                    met ingang van de achtste dag die volgt op de laatste dag van de
                                    bezwaartermijn of, indien gedurende deze termijn een
                                    bezwaarschrift is ingediend, met ingang van de achtste dag die
                                    volgt op de verzending van de beslissing op het
                                    bezwaarschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>E Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                    gedaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die
                                    uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door
                                    hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn. Het bevoegd gezag kan in het besluit tot het opleggen
                                    van een verplichting tot herbeplanting, de zakelijk gerechtigde
                                    of degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van
                                    de voorziening, de mogelijkheid bieden om, in plaats van de
                                    opgelegde voorgeschreven herbeplantingsverplichting, een nader
                                    genoemde vergoeding te betalen. De vergoeding dient in redelijke
                                    verhouding te staan tot de waarde van de boom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
                                    tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger,
                                    is verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>F Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4:11, 4:12D, 4:12E, schade lijdt of zal
                                lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste
                                behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is
                                verzekerd, kent het college hem op zijn verzoek een naar billijkheid
                                te bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>G Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding
                                    van de iepziekte of voor de vermeerdering van iepenspintkevers,
                                    is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
                                    stellen termijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
                                    van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
                                    kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                    vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>H Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                                vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en
                                heesters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>I Bomenwacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een Bomenwacht in. De bomenwacht is belast
                                    met:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de inventarisatie en registratie van monumentale bomen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de advisering op aanvragen om kapvergunning inzake op de
                                    gemeentelijke lijst van monumentale bomen opgenomen
                                    houtopstanden;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het opmaken van inspectierapporten;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de toetsing van adviezen voor het herstel van bijzondere
                                    boomobjecten door particuliere bedrijven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college besluit niet omtrent het afvoeren van een
                                    houtopstand van een gemeentelijke lijst dan na de Bomenwacht te
                                    hebben gehoord, tenzij:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de afvoering plaatsvindt ingevolge het bepaalde in artikel
                                    4:12J, lid 3;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de afvoering noodzakelijk is als uitvloeisel van een geldend
                                    bestemmingsplan of van een beslissing van Gedeputeerde Staten of
                                    van de Kroon om geheel of gedeeltelijk goedkeuring aan een
                                    bestemmingsplan te onthouden;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de afvoering noodzakelijk is ter uitvoering van een
                                    gerechtelijke uitspraak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de Bomenwacht omtrent de genomen
                                    besluiten met betrekking tot de houtopstanden die worden
                                    geplaatst op, dan wel worden afgevoerd van de gemeentelijke
                                    lijst. Hij informeert de Bomenwacht ook omtrent zaken waarover
                                    de Bomenwacht advies heeft uitgebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>J Gemeentelijke lijst van monumentale bomen en andere
                                    waardevolle houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een gemeentelijke lijst van monumentale bomen
                                    en andere waardevolle houtopstanden vast en kan daarin
                                    ambtshalve of op verzoek van belanghebbenden wijzigingen
                                    aanbrengen. Het college maakt van zijn bevoegdheid geen gebruik
                                    wanneer het betreft hakhout of een houtwal die zich bevindt
                                    binnen de begrenzing van een bestemmingsplan voor het
                                    buitengebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke lijst geeft aan de plaatselijke aanduiding, de
                                    kadastrale aanduiding en de tenaamstelling en voorts een
                                    beschrijving van de houtopstand, waarbij zo nodig met name de
                                    onderdelen worden genoemd waarop de bescherming is gericht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Houtopstanden, die na plaatsing op de gemeentelijke lijst worden
                                    geveld, worden door het college van deze lijst afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeentelijke lijst ligt voor een ieder op het stadhuis ter
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12K</nr><titel>Wijzigingen in gemeentelijke lijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zakelijk gerechtigde van de houtopstand die is vermeld op
                                        de gemeentelijke lijst is verplicht het college schriftelijk
                                        mededeling te doen van:</al></li><li nr="a."><al>het feit, dat hij geheel of gedeeltelijk heeft opgehouden
                                        zakelijk gerechtigde van een houtopstand te zijn;</al></li><li nr="b."><al>het feit, dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk is
                                        tenietgedaan.</al></li></lijst><al>Deze mededeling kan achterwege blijven indien de houtopstand is
                                tenietgedaan ter uitvoering van een kapvergunning.</al><al>2.De in het eerste lid bedoelde mededeling dient te geschieden
                                binnen een maand na de datum van de akte van overdracht,
                                respectievelijk binnen een maand na het tenietdoen van de
                                houtopstand.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer , in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Verordening
                                    bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod ontsierende hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                    onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp
                                    van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan
                                    ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onverlichte opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                    inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk
                                    gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>onverlichte opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of
                                    aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen kleiner dan 0,50 m2
                                    en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                    op:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>een openbare verkoping of aanbieding ter verkoop, verhuur of
                                    verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende
                                    zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>onverlichte opschriften die betrekking hebben op de naam of aard
                                    van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen
                                    die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk zijn
                                    betrokken, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                    of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang
                                    zij feitelijke betekenis hebben.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>onverlichte opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of
                                    aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien
                                    deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen van kennelijk
                                    tijdelijke aard op of aan een onroerende zaak welke niet gelegen
                                    is in het in het Gevelhandboek genoemde kernwinkelgebied, voor
                                    zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits deze opschriften,
                                    aankondigingen of afbeeldingen niet langer dan zes weken op de
                                    onroerende zaak aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht
                                    1996;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede lid de veiligheid van het verkeer in
                                    gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband
                                    met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van
                                    welstand, tenzij de handelsreclame een bouwwerk betreft;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak,
                                    tenzij in dit onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het derde lid, kan het college
                                    plaatsen en/of categorieën reclameobjecten aanwijzen waar het
                                    verbod, zoals genoemd in het eerste lid, niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li><li nr="b."><al>aanhangwagens: aanhangwagens als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990);</al></li><li nr="c."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Op de weg plaatsen of hebben van voertuigen van autobedrijf
                                    e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren wordt in dit artikel mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te plaatsen of te hebben binnen een cirkel met een
                                    straal van 50 meter met als middelpunt een van deze
                                    voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg een voertuig te plaatsen of te hebben
                                    met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                    verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of
                                te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Aanhangwagens en kampeermiddelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een aanhangwagen of een voertuig dat voor
                                    recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                    gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                    of te hebben op de weg binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wegenverordening provincie Utrecht 2010 of de Verordening
                                    bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Op de weg plaatsen of hebben van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te plaatsen of te hebben met het
                                    kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een weg in het gedeelte van de
                                    gemeente, omsloten door de Stadsring vanaf het Smallepad tot de
                                    Sint Andriesstraat, de Sint Andriesstraat vanaf de Stadsring tot
                                    de Beek, de Beek vanaf de Sint Andriesstraat tot de Eem, de
                                    Koppelpoort, de Kleine Koppel vanaf de Koppelpoort tot het
                                    Smallepad en het Smallepad vanaf de Kleine Koppel tot de
                                    Stadsring – de wegen of gedeelten daarvan daaronder begrepen –
                                    zulks ter bescherming van het uiterlijk aanzien van dat
                                    stadsdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een weg
                                    binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>1.Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming
                                of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de
                                openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al><al>2 Het is verboden om op de op grond van het eerste lid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten te plaatsen of te laten staan.</al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                        onvoldoende staat van onderhoud en in verwaarloosde toestand
                                        verkeren, op de weg te laten staan.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar het
                                        verboden is om langer dan eenentwintig dagen zonder
                                        wezenlijke tijdsonderbreking van de voor het stallen van
                                        fietsen of bromfietsen bestemde voorzieningen gebruik te
                                        maken.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden om op in het vierde lid aangewezen plaatsen
                                        langer dan eenentwintig dagen zonder wezenlijke
                                        tijdsonderbreking van de voor het stallen van fietsen of
                                        bromfietsen bestemde voorzieningen gebruik te maken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vrijstelling bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden venten in de binnenstad van Amersfoort, welke
                                    wordt begrensd door de Stadsring, het Smallepad, de
                                    Schimmelpenninckkade, de Scheltussingel en Flierbeeksingel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op een door het college aangewezen
                                    plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15 geldt niet voor venten
                                    met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van
                                    welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien op voorhand blijkt dat de aanvrager niet in staat is de
                                    standplaats persoonlijk in te nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning wordt in het belang van de openbare orde, zoals
                                    bedoeld in artikel 1:8, in ieder geval geweigerd indien dit
                                    wordt gedaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18a</nr><titel>Intrekking standplaatsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning
                                tijdelijk, dan wel blijvend, worden ingetrokken indien als gevolg
                                van bijvoorbeeld reconstructie van de openbare weg, werkzaamheden of
                                de herinrichting van de openbare weg van een standplaatsvergunning
                                geen gebruik (meer) kan worden gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18b</nr><titel>Toewijzing bij overlijden of arbeidsongeschiktheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van
                                    de vergunninghouder kan de standplaatsvergunning worden
                                    toegewezen aan de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde
                                    partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij
                                    duurzaam samenwoonde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de standplaatsvergunning niet kan worden toegewezen op
                                    grond van het vorige lid, dan kan de vergunning worden
                                    toegewezen aan een kind of medewerker die:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>direct daaraan voorafgaand, gedurende een aaneengesloten periode
                                    van minimaal drie jaar onafgebroken in loondienst van de
                                    vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode
                                    als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij notariële akte heeft aangetoond dat de onderneming in
                                    eigendom van de medewerker is overgegaan en dat de standplaats
                                    geen economische factor is in de overname.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag tot toewijzing wordt ingediend binnen 12 weken
                                    nadat de vergunninghouder is overleden, dan wel nadat de
                                    blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. of de
                                    Wegenverordening provincie Utrecht 2010.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien er strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23A</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan
                                        drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en
                                        ponten;</al></li><li nr="b."><al>woonschepen: Schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                        gebezigd of tot woning bestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Gebruik van openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                    zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een
                                    vaartuig, op, in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden, genoemd in het eerste en derde lid, gelden niet
                                    voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                    door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Verordening bescherming natuur en
                                    landschap provincie Utrecht 1996, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de woonschepenverordening Provincie
                                    Utrecht of de Vaarwegenverordening Provincie Utrecht 2008 of de
                                    Verordening Natuur en Landschap van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de woonschepenverordening Provincie
                                    Utrecht of de Vaarwegenverordening Provincie Utrecht 2008 of de
                                    Verordening Natuur en Landschap van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:25, tweede lid en
                                5:26 bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Vaarwegenverordening Provincie
                                    Utrecht 2008.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                    Scheepvaartwegenverordening Provincie Utrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30a</nr><titel>Zwemverbod</titel></kop><al>Het is verboden te zwemmen in door het college aangewezen openbare
                                wateren of gedeelten daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    Verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990, of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                    milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, door de
                                    minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Naamgeving en nummering (adressen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan
                                onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Adres: door het college aan een verblijfsobject, een
                                        standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande
                                        uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een
                                        nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.</al></li><li nr="b."><al>Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of
                                        natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten
                                        bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.</al></li><li nr="c."><al>Convenant: het tussen de Minister van Volkshuisvesting,
                                        Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van
                                        Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten
                                        Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes.</al></li><li nr="d."><al>Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in
                                        het water, al dan niet aangevuld met een op de oever
                                        aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd
                                        voor het permanent afmeren van een voor woon-,
                                        bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt
                                        vaartuig.</al></li><li nr="e."><al>Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende
                                        aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een
                                        ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of
                                        meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een
                                        letter- en/of cijfercombinatie.</al></li><li nr="f."><al>Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en
                                        van een naam voorziene buitenruimte die binnen één
                                        woonplaats is gelegen.</al></li><li nr="g."><al>Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                                        bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en
                                        duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en
                                        afsluitbaar is.</al></li><li nr="h."><al>Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een
                                        beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig
                                        beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar
                                        burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals
                                        in de verordening is voorgeschreven, alsmede de
                                        beheerder.</al></li><li nr="i."><al>Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein
                                        of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent
                                        plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde
                                        verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve
                                        doeleinden geschikte ruimte.</al></li><li nr="j."><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake
                                        naamgeving en nummering (adressen).</al></li><li nr="k."><al>Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden
                                        gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve
                                        doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt
                                        via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een
                                        erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn
                                        van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel
                                        opzicht zelfstandig is.</al></li><li nr="l."><al>Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in
                                        wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze
                                        indeling verbindt.</al></li><li nr="m."><al>Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van
                                        een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de
                                        gemeente.</al></li><li nr="n."><al>De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Verdeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast
                                    en kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                    bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met
                                    namen, zo nodig met letters en nummers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de
                                    openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en
                                    bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals
                                    bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen
                                    het wijzigen en intrekken daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Nummering en afbakening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers
                                    toe aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                    standplaatsen en ligplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en
                                    derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten,
                                    zijnde niet verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden
                                    toegepast, indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het
                                    eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                    en intrekken daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Aanbrengen namen en nummers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel
                                    5:39, worden door of in opdracht van de gemeente blijvend
                                    zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                                    aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 5:40, waarvoor een
                                    nummer is vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze
                                    zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen
                                    aan de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te
                                    kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een
                                    pand of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend
                                    terrein nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan
                                    te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk-
                                    of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                    naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                    (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal,
                                    schutting of een andere soort terreinafscheiding worden
                                    aangebracht, draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier
                                    bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden,
                                    gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop
                                    de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord
                                    met de nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit
                                    toelaten als daaraan door het college een termijn van niet
                                    langer dan een jaar is verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede
                                    lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                    blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:43</nr><titel>Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</titel></kop><al>1.Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende
                                van een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel
                                5:40, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens
                                artikel 5:44 is bepaald.</al><al>2 De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit
                                van het college zijn aangebracht.</al><lijst><li nr="3."><al>Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of
                                        afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer
                                        binnen vier weken na voltooiing aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop
                                        het vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord
                                        met het nieuwe nummer te handhaven zal de rechthebbende dit
                                        toelaten of daar uitvoering aan geven als daaraan door het
                                        college een termijn van niet langer dan een jaar is
                                        verbonden.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde
                                        termijn verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:44</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende
                                    het proces en de wijze van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten
                                    en bouwblokken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en
                                    afgebakende terreinen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                    inzake postcodes.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de buitengewoon opsporingsambtenaren
                                van de sector Stedelijke Ontwikkeling en Beheer, afdeling
                                Vergunningverlening Toezicht en Handhaving, team Handhaving Openbare
                                Ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door burgemeester en wethouders
                                of de burgemeester aangewezen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                                veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift
                                van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de
                                Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn
                                bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de
                                bewoner.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Plaatselijke Verordening 2012 wordt ingetrokken op het
                                moment dat deze verordening in werking treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening, genoemd in artikel 6:4,
                                tweede lid, die golden op het moment van inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten
                                kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6:4, tweede lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            Amersfoort.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 juli 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>PUBLICATIEDATUM: </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>