<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30122_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het innemen van een standplaats met een woonwagen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">02-02-1990</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Standplaatsverordening voor woonwagens</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1990-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1990-02-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>1999-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1990/08</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het innemen van een standplaats met een
            woonwagen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gezien het voorstel van Burgemeester en wethouders van 19 januari
                        1990;</al><al>gelet op artikel 9 van de Woonwagenwet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>standplaats : een als zodanig aangeduid en voor één woonwagen
                                    bestemd gedeelte op een openbaar centrum voor woonwagens;</al></li><li nr="b."><al>woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Woonwagenwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders een
                            standplaats in te nemen of ingenomen te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Hij die een standplaats wil innemen met een woonwagen dient hiervoor een
                            aanvraag in bij Burgemeester en wethouders op een door hen vastgesteld
                            formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen vergunning tot het innemen van
                                een standplaats indien: </al><lijst><li nr="a."><al>betrokkene beschikt over een vergunning tot het bewonen van
                                        een woonwagen als bedoeld in artikel 14 van de
                                        Woonwagenwet;</al></li><li nr="b."><al>een standplaats vrij is die niet is toegewezen aan of
                                        bestemd· is voor een andere gegadigde volgens de in artikel
                                        5 bedoelde regeling van toewijzing. Indien standplaatsen
                                        vrij beschikbaar zijn worden de aanvragen behandeld in
                                        volgorde van ontvangst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning vervalt: </al><lijst><li nr="a."><al>zodra de in het eerste lid, sub a genoemde vergunning tot
                                        het bewonen van een woonwagen is:</al><lijst><li nr="-"><al>ingetrokken of </al></li><li nr="-"><al>vervallen, met dien verstande dat in dit geval de
                                                vergunning tot het innemen van een standplaats van
                                                kracht blijft tot het tijdstip waarop op een nieuwe
                                                aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                                onder a onherroepelijk is beslist;</al><lijst><li nr="b."><al>indien de standplaats niet binnen één maand na
                                                  verlening van de vergunning daadwerkelijk is
                                                  ingenomen;</al></li><li nr="c."><al>zodra de vergunninghouder schriftelijk te
                                                  kennen heeft gegeven van de vergunning geen
                                                  gebruik meer te willen maken;</al></li><li nr="d."><al>zodra de vergunninghouder de standplaats, na
                                                  beëindiging van het huurcontract, niet meer
                                                  daadwerkelijk inneemt.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien alle beschikbare standplaatsen zijn bezet wordt een
                                wachtlijst opgesteld op basis van een puntensysteem. De gegadigde
                                met het meeste aantal punten zal als eerste in aanmerking komen voor
                                een vergunning, met dien verstande, dat bij een gelijk puntenaantal
                                de langst ingeschrevene voorrang geniet en dat bij gelijktijdige
                                inschrijvingen het lot beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voor het puntensysteem nadere
                                regels vast. De regels bevatten criteria van medische, sociale en/of
                                economische aard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens regels als bedoeld in bet tweede lid vast te stellen of te
                                wijzigen winnen Burgemeester en wethouders het advies in van de
                                vaste raadscommissie tot welker taakgebied deze aangelegenheid
                                behoort. Indien niet ten minste de helft plus één van het aantal
                                aanwezige stemgerechtigde leden van de commissie met de voorgestelde
                                nadere regels instemt, behoudt de Raad zich de beslissing hierover
                                voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het plaatsen, doen plaatsen of geplaatst hebben van een woonwagen,
                            anders dan overeenkomstig het gestelde in deze verordening, de
                            vergunning en de daaraan verbonden voorschriften, is verboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning tot het innemen van
                                een standplaats intrekken, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de vergunninghouder handelt in strijd met het bepaalde in deze
                                verordening, de vergunning of de daaraan verbonden
                                voorschriften;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vergunninghouder gedurende meer dan twee maanden zonder
                                wezenlijke onderbreking vrijwillig buiten het openbaar centrum voor
                                woonwagens verblijft;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hij is verleend op grond van door de aanvrager onjuiste en/of
                                onvolledig verstrekte informatie.</al><al>2.Een vergunning wordt niet ingetrokken dan nadat de
                                vergunninghouder in de gelegenheid is gesteld door of namens
                                Burgemeester en wethouders te worden gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ten gunste van een
                            belanghebbende af te wijken van deze regeling indien toepassing ervan
                            naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Standplaatsverordening voor
                            woonwagens’ en treedt in werking op de derde dag nadat zij is
                            afgekondigd.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 25 januari 1990.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de voorzitter de secretaris</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de Standplaatsverordening voor woonwagens</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Artikel 9 van de Woonwagenwet verplicht de Raad tot het vaststellen van een
                    verordening voor een openbaar centrum voor woonwagens. De verordening heeft het
                    karakter van een strafverordening omdat overtreding ervan een strafbaar feit
                    oplevert krachtens artikel 48 van de wet; de straf bestaat uit een geldboete van
                    de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden. Naast de
                    strafrechtelijke sanctie biedt de verordening voorts de grondslag voor
                    maatregelen van administratief-rechtelijke aard.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Het verbod geldt voor de centra als zodanig. Het verbod tot het plaatsen van een
                    woonwagen buiten een centrum is geregeld in de Woonwagenwet (artikel 10, eerste
                    lid).</al><tussenkop>Artikelen 3 en 4</tussenkop><al>Deze artikelen hebben betrekking op de vergunningverlening. Indien een aanvrager
                    voldoet aan de voorwaarden en er een standplaats vrij beschikbaar is, moet
                    vergunningverlening volgen.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Voor de vrij beschikbare standplaatsen geldt, dat aanvragen worden behandeld in
                    volgorde van ontvangst. Zodra alle standplaatsen zijn vergeven worden aanvragen
                    op een wachtlijst geplaatst. In dat geval kan, in tegenstelling tot de
                    vergunningverlening bij vrij beschikbare standplaatsen, voorkeur worden gegeven
                    aan aanvragers die voor hun komst naar Uden medische, sociale en/of economische
                    motieven kunnen aanvoeren. Omdat verbondenheid met Uden de stabiliteit van de
                    bevolking van de centra positief kan beïnvloeden is het van belang van die
                    voorkeursmogelijkheid gebruik te maken. Voor het bepalen van de volgorde van
                    voorrang zal een puntensysteem worden gehanteerd ten einde de verschillende
                    aspecten van medische, sociale en/of economische aard te kunnen wegen. Momenteel
                    is in den lande geen passend model beschikbaar dat bij toepassing zonder meer
                    tot het beoogde doel leidt. Mede aan de hand van ingewonnen informatie is een
                    ontwerp van ter zake te hanteren regels opgesteld. De praktijk zal dienen uit te
                    wijzen of met deze regels het gehele scala van mogelijke persoonlijke
                    omstandigheden van aanvragers, die voor het bepalen van de prioriteit meegewogen
                    dienen te worden, bestrijken en/of de daarbij behorende puntentoekenning tot het
                    gewenste resultaat leidt. Ten einde deze regels te kunnen aanpassen zonder
                    genoodzaakt te zijn de verordening te wijzigen, lijkt het wenselijk Burgemeester
                    en wethouders op te dragen om, na advies van de functionele commissie(s), ten
                    behoeve hiervan nadere regels op te stellen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Artikel 2 verbiedt het zonder vergunning innemen van een standplaats. Artikel 6
                    breidt dit verbod uit tot het plaatsen, doen plaatsen of geplaatst hebben van
                    een woonwagen op de centra buiten de aangewezen standplaatsen. Ook andere
                    handelingen in strijd met de verordening, een vergunning en de daaraan verbonden
                    voorschriften zijn verboden. De verboden dienen in relatie te worden gezien met
                    artikel 61 van de Woonwagenwet dat Burgemeester en wethouders de bevoegdheid
                    geeft op te treden tegen verboden gedragingen, onder andere door middel van het
                    toepassen van politiedwang.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Indien de vergunninghouder in strijd handelt met de verordening, de vergunning
                    of de daaraan verbonden voorschriften kan intrekking van de vergunning -en
                    verwijdering van het centrum -volgen.</al><al>In de verordening is de vergunning onder meer gebonden aan het feitelijk gebruik
                    van een standplaats om te voorkomen, dat de vrije beschikbaarheid van een
                    standplaats onnodig wordt geblokkeerd. In verband hiermede is het gewenst de
                    intrekkingsmaatregel eveneens te kunnen toepassen bij, vrijwillige, afwezigheid
                    van de vergunninghouder gedurende meer dan twee maanden.</al><al>Een intrekkingsmaatregel dient te worden beschouwd als een laatste middel. Het
                    moge duidelijk zijn dat feiten en omstandigheden grondig dienen te worden
                    nagegaan alvorens tot intrekking van de vergunning kan worden besloten.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Indien mocht blijken dat strikte toepassing van de verordening onbedoelde
                    nadelen zou hebben voor een belanghebbende, is het wenselijk dat in voorkomende
                    gevallen in de geest van de verordening een beslissing ter zake kan worden
                    genomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>