<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300970_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening 2013 Groene kaart</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">PN 10-7-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening 2013 Groene kaart</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">149 Gemw, Boswet, Plantenziektenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking en nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/048</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Handboek Groen, Groene Kaart Papendrecht</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>incl. artikelsgewijze toelichting.</al><al>Voor Groene Kaart en handboek Groen zie: www.papendrecht.nl</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening 2013 Groene kaart</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>Boom</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven
                                            met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10
                                            centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In
                                            geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de
                                            dikste stam op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld.</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>Houtopstand</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Eén of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige
                                            gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een boomzone
                                            of boomstructuur.</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>Boomzone</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een
                                            functioneel geheel vormen.</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>Boomstructuur</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een
                                            functioneel geheel vormt.</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al>Beschermde houtopstand</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Een houtopstand dat is vastgelegd op de Groene
                                            Kaart.</al></entry></row><row><entry><al>f.</al></entry><entry><al>Groene Kaart</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Topografische Overzichtstekening “Groene Kaart
                                            Papendrecht” met daarop aangegeven boomzones,
                                            boomstructuren en solitaire bomen of boomgroepen, met
                                            bijbehorend Register van beschermde houtopstanden.</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al>Vellen</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20
                                            procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip
                                            van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel
                                            boven- als ondergronds, die de dood, ernstige
                                            beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand
                                            ten gevolge kunnen hebben.</al></entry></row><row><entry><al>h.</al></entry><entry><al>Boomwaarde</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>De monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens
                                            de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging
                                            van Taxateurs van Bomen (NVTB).</al></entry></row><row><entry><al>i.</al></entry><entry><al>Bomen Effect Analyse</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Een standaard beoordeling van de gevolgen van
                                            voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van
                                            landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</al></entry></row><row><entry><al>j.</al></entry><entry><al>Bomenfonds</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Budgetnummer op de jaarbegroting van de gemeente waarop
                                            bedragen worden gestort ingevolge artikel 9, tweede
                                            lid.</al></entry></row><row><entry><al>k.</al></entry><entry><al>Bevoegd gezag</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>Bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,
                                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                            (Wabo).</al></entry></row><row><entry><al>l.</al></entry><entry><al>Handboek Groen</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>door het college vastgestelde of nader vast te stellen
                                            regels betreffende ontwerp, aanleg, beheer, onderhoud en
                                            verwijdering van bomen en groen in het algemeen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Groene Kaart</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Burgemeester en wethouders stellen een Groene Kaart met
                                            beschermde houtopstand vast.</al><al>De kaart met bijbehorend register wordt elke vier jaar
                                            herzien. De kaart en het bijbehorend register bevat een
                                            samenhangend geheel van de volgende beschermde
                                            houtopstanden:</al><al>- bomen;</al><al>- boomzones;</al><al>- boomstructuren;</al><al>- bomen uit het landelijk Register van Monumentale Bomen
                                            van de Bomenstichting;</al><al>- lokale- en toekomstige monumentale bomen;</al><al>- bomen die vermeld staan in bestemmingsplannen;</al><al>- herdenkingsbomen.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>De kaart bevat minimaal de volgende gegevens:</al><al>- eenduidige, maatvaste inmeting van de beschermde
                                            houtopstand;</al><al>- indeling naar categorieën beschermde houtopstand;</al><al>- legenda met toelichting.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>Het bijbehorend register van beschermde houtopstand
                                            bevat minimaal de volgende gegevens:</al><al>- soort boom of bomen; </al><al>- Nederlandse naam;</al><al>- standplaats in wijk en straat;</al><al>- kadastrale gegevens;</al><al>- eigendomsgegevens;</al><al>- kenmerken van de boom;</al><al>- redengevende beschrijving.</al></entry></row><row><entry><al>4.</al></entry><entry><al>De eigenaar van een beschermde houtopstand is verplicht
                                            het bevoegd gezag onmiddellijk schriftelijk mededeling
                                            te doen van:</al><al>a. eigendomsoverdracht van de beschermde
                                            houtopstand.</al><al>b. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een
                                            beschermde houtopstand, anders dan door de velling op
                                            grond van een verleende ontheffing.</al><al>c. de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of
                                            gedeeltelijk teniet kan gaan.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Het is verboden beschermde houtopstand te vellen of te
                                            doen vellen.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het
                                            eerste lid gestelde verbod.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens
                                            ontheffing geldt eveneens voor:</al><al>a. houtopstand die is aangelegd op basis van een
                                            herplant- en instandhoudingsplicht op grond van de
                                            artikelen 8 en 9 van deze verordening;</al><al>b. houtopstand die is aangelegd op grond van een
                                            overeenkomst met een publiekrechtelijk
                                            bestuursorgaan.</al></entry></row><row><entry><al>4.</al></entry><entry><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                            voor:</al><al>a. houtopstanden, die aantoonbaar op bosbouwkundige of
                                            bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als
                                            bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet;</al><al>b. een beschermde houtopstand die moet worden geveld
                                            krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een
                                            aanschrijving van het college van Burgemeester en
                                            Wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de
                                            artikelen 9 en 10 van deze verordening;</al><al>c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van
                                            het reguliere onderhoud;</al><al>d. het periodiek knotten of kandelaberen als
                                            noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen,
                                            gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het
                                            regulier onderhoud.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>De ontheffing moet schriftelijk en gemotiveerd worden
                                            aangevraagd, onder verwijzing naar de redengevende
                                            beschrijving van de beschermde houtopstand op de Groene
                                            Kaart, door of namens dan wel met toestemming van
                                            degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die
                                            krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is
                                            over de beschermde houtopstand te beschikken, onder
                                            overlegging van een overzicht van de overige
                                            vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig
                                            zijn voor de realisatie van een project.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Het bevoegd gezag kan de ontheffing om te vellen
                                            weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Een ontheffing voor het vellen van een beschermde
                                            houtopstand kan, mits alternatieven voor behoud
                                            uitputtend zijn onderzocht, slechts bij uitzondering
                                            worden verleend indien:</al><al>a. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang
                                            opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde
                                            houtopstand of;</al><al>b. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet
                                            langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of
                                            schade;</al><al>c. de alternatieven voor (her)inrichting onmogelijk of
                                            onwenselijk zijn;</al><al>d. de lijnvormige beplanting van houtopstanden nog
                                            steeds een functioneel geheel vormt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De ontheffing of vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging
                                            van ontheffing of vergunning zijn verstrekt;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>indien na het verlenen van ontheffing of vergunning, op
                                            grond van verandering van inzichten of omstandigheden
                                            opgetreden na verlening, wijziging of intrekking
                                            noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter
                                            bescherming waarvan ontheffing of vergunning is
                                            vereist;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>indien beperkingen die aan de ontheffing of vergunning
                                            zijn of worden vervuld;</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>indien van de ontheffing of vergunning geen gebruik
                                            wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of
                                            indien deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke
                                            termijn. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>De ontheffing tot vellen als bedoeld in deze verordening
                                            vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na
                                            het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning
                                            gebruik is gemaakt, tenzij een langere termijn
                                            noodzakelijk is vanwege de voorzienbare langere
                                            uitvoeringstermijn van een project.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>In het geval het een ontheffing voor het vellen van meer
                                            dan één beschermde boom betreft, is de
                                            omgevingsvergunning voor alle beschermde bomen slechts
                                            één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of
                                            enkele beschermde bomen al geveld zijn, behoudens de in
                                            het eerste lid gestelde bevoegdheid tot het
                                            voorschrijven van een langere termijn.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden
                                            voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een
                                            bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag
                                            te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de
                                            aan een omgevingsvergunning tot vellen te verbinden
                                            voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke
                                            bijdrage, op basis van de boomwaarde, gestort dient te
                                            worden in het Bomenfonds, of dat op een andere locatie
                                            herplant plaatsvindt.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt
                                            telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en
                                            op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                            vervangen.</al></entry></row><row><entry><al>4.</al></entry><entry><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 8
                                            kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van
                                            deze verordening genoemde minimummaat.</al></entry></row><row><entry><al>5.</al></entry><entry><al>Tot aan de ontheffing tot vellen te verbinden
                                            voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot
                                            vellen van de beschermde houtopstand op en bij bouw- en
                                            aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                                            reconstructie mag worden overgaan indien andere
                                            ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke
                                            ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de
                                            feitelijke en financiële voortgang van de werken
                                            voldoende gewaarborgd is.</al></entry></row><row><entry><al>6.</al></entry><entry><al>Tot aan de ontheffing te verbinden voorschriften kan het
                                            voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van
                                            een Bomen Effect Analyse in het geval van bouw, ophoging
                                            of aanleg van werken nabij te behouden bomen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot
                                            vellen van toepassing is, zonder ontheffing van het
                                            bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet
                                            is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                            gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde
                                            houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere
                                            hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                            verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de
                                            door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                                            stellen termijn.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een
                                            financiële bijdrage, op basis van de boomwaarde, gestort
                                            in het Bomenfonds, of dat op een andere locatie herplant
                                            plaatsvindt.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 9
                                            kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van
                                            deze verordening genoemde minimummaat.</al></entry></row><row><entry><al>4.</al></entry><entry><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                            opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen
                                            welke termijn na herplant en op welke wijze niet
                                            aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></entry></row><row><entry><al>5.</al></entry><entry><al>Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot
                                            vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig
                                            worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                            gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde
                                            houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere
                                            hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                            verplichting opleggen om:</al><al>a. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
                                            binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
                                            treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;</al><al>b. een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te
                                            bieden aan het bevoegd gezag.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om
                                            schadevergoeding bij weigering van een ontheffing tot
                                            vellen op grond van artikel 17 van de Boswet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk
                                            Wetboek is vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op
                                            nihil voor heesters en heggen in privaat eigendom en op
                                            nihil meter voor bomen, heesters en heggen in eigendom
                                            van de gemeente of andere publiekrechtelijke
                                            instanties.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden
                                            die naar het oordeel van het college van Burgemeester en
                                            Wethouders gevaar opleveren van verspreiding van een
                                            boomziekte of voor vermeerdering van de
                                            ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende,
                                            indien daartoe door het college van Burgemeester en
                                            Wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de
                                            aanschrijving vast te stellen termijn:</al><al>de boom te vellen;conform richtlijnen van de gemeente de
                                            gevelde boom direct zodanig de behandelen dat
                                            verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Het is verboden zonder vergunning van het college van
                                            Burgemeester en Wethouders gevelde bomen of delen
                                            daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                            vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de
                                            desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde
                                            aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van
                                            bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden,
                                            voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                                            namens de gemeente kunnen worden verricht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Bescherming gemeentebomen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Het is verboden om houtopstand in eigendom van de
                                            gemeente:</al><al>a. te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al><al>b. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de
                                            gemeente opgedragen boomverzorgende taken.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Het is verboden zonder vergunning van het college van
                                            Burgemeester en Wethouders om één of meer voorwerpen in
                                            of aan een gemeentelijke boom aan te brengen of
                                            anderszins te bevestigen, met uitzondering van door de
                                            gemeente zelf aan te brengen:</al><al>a. kasten voor vogels en beschermde diersoorten;</al><al>b.middelen voor de bestrijding van ziekten en
                                            plagen;</al><al>c.constructies die noodzakelijk zijn om vormbomen in de
                                            gewenste vorm te leiden en te houden;</al><al>d.middelen, die noodzakelijk zijn voor het duurzaam
                                            behoud van de boom (zoals boomverankeringen);</al><al>e. sfeerverlichting.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>De bovenstaande verboden gelden ook voor bomen die in
                                            eigendom zijn van andere publiekrechtelijke instanties,
                                            toestemming is alleen te verkrijgen bij de betreffende
                                            publiekrechtelijke instantie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel
                                            13, eerste lid is gegeven, is gehouden dient
                                            overeenkomstig te handelen.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens
                                            artikel 13, tweede lid, artikel 14, eerste en tweede lid
                                            bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                                            twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
                                            Tevens kan een rechtelijke beoordeling op grond van dit
                                            artikel openbaar worden gemaakt. Bij de
                                            strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                                            boomwaarde.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Nadere regels door het college van Burgemeester en Wethouders</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Het college van Burgemeester en Wethouders stelt ter
                                            uitvoering van deze verordening een Handboek Groen vast
                                            waarin ondermeer bepalingen zijn opgenomen betreffende
                                            ontwerp, aanleg, beheer, onderhoud, beoordeling aanvraag
                                            en verwijdering van bomen en groen in het algemeen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Toezicht</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                            krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit
                                            van het college van Burgemeester en Wethouders of
                                            burgemeester aangewezen personen.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig
                                            voorschrift van deze verordening dit vereist, wordt
                                            hierbij aan hen die met de zorg van de naleving daarvan
                                            zijn belast of daaraan meewerken, de bevoegdheid
                                            verleend om gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen
                                            te betreden, desnoods tegen de wil van de
                                            rechthebbende.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                                            Bomenverordening 2013 Groene Kaart.</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na
                                            bekendmaking.</al></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>Op datzelfde tijdstip treedt in werking met deze
                                            verordening, het Handboek Groen, Register van beschermde
                                            houtopstanden en visualisatie daarvan op de
                                            Overzichtstekening “Groene Kaart Papendrecht”.</al></entry></row><row><entry><al>4.</al></entry><entry><al>Op datzelfde tijdstip vervallen de Bomenverordening
                                            2010, de Beleidsregels voor de monumentale en/of
                                            waardevolle houtopstand van 24 augustus 2010 en de
                                            Beleidsregels voor de beoordeling van de aanvraag van de
                                            omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstand van
                                            24 augustus 2010.</al></entry></row><row><entry><al>5.</al></entry><entry><al>Aanvragen om een vergunning of ontheffing die zijn
                                            ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening,
                                            vallen onder de verordening die van kracht was op het
                                            moment van indienen.</al></entry></row><row><entry><al>6.</al></entry><entry><al>Vergunningen of ontheffingen die zijn verleend vóór de
                                            inwerkingtreding van deze verordening worden behandeld
                                            volgens het recht dat gold op het moment van verlenen
                                            van de vergunning of ontheffing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Toelichting artikelsgewijs</vet></al><al/><al><vet>ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet><cursief>a. boom</cursief></vet></al><al>Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de
                    ondergrens van de bescherming. Het betreft zowel vitaal als afgestorven
                    houtachtig gewas. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende
                    boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´
                    een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren
                    vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde
                    diersoorten in nestelen. </al><al/><al>Door de minimale doorsnede en de meerstammigheid kunnen zeer oude struiken ook
                    juridisch beschermd zijn. Beeldbepalende heesters of klimplanten, alsook
                    pasgeplante herdenkings- of toekomstbomen, die niet de minimale doorsnede
                    hebben, kunnen aangewezen worden als beschermde houtopstand.</al><al/><al>Het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de ontheffingplicht
                    van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt
                    duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen.</al><al/><al><onderstreept>Boomvormers</onderstreept>. </al><al>Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer
                    hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom
                    of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of
                    slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke
                    overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom.</al><al><onderstreept>Hakhout</onderstreept>. </al><al>Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
                    uitlopen.</al><al><onderstreept>Houtwal</onderstreept>. </al><al>Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken
                    en boomvormers.</al><al><onderstreept>(Lint)begroeiing</onderstreept>. </al><al>Vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een
                    meidoorn- of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat
                    "begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen
                    bescherming te bieden.</al><al><onderstreept>Bosplantsoen</onderstreept>. </al><al>Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en
                    boomvormers.</al><al><onderstreept>Struweel</onderstreept>. </al><al>Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken.</al><al><onderstreept>Heg</onderstreept>. </al><al>Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm
                    gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter.</al><al><onderstreept>Klimplant</onderstreept>. </al><al>Verhoutend, overblijvend gewas dat zich hecht aan een dragend element, zoals een
                    wand of muur. Bedoeld zijn beeldbepalende verticale begroeiingen van één of meer
                    klimplanten van meer dan twee verdiepingen hoog.</al><al/><al><vet><cursief>c. boomzone</cursief></vet></al><al>Een begrensd gebied van houtopstanden met een specifieke waarde of kwaliteit,
                    dat een samenhangend geheel vormt. Bijvoorbeeld een landschap, streek,
                    stadsdeel, wijk, plantsoen, begraafplaats, park of buitenplaats.</al><al/><al><vet><cursief>d. boomstructuur</cursief></vet></al><al>Een verzameling houtopstanden die samen een -al dan niet onderbroken- lijn of
                    andere verbindingsstructuur vormen door het gebied. Bijvoorbeeld laanbomen,
                    lintbegroeiingen, houtwallen, oeverbeplanting, wegbeplanting of
                    dijkbeplanting.</al><al/><al><vet><cursief>e. beschermde houtopstand</cursief></vet></al><al>Een houtopstand is beschermd indien deze is aangewezen en vastgelegd op de
                    Overzichtskaart “Groene Kaart Papendrecht” en de kenmerken zijn beschreven in
                    het bijbehorend Register van beschermde houtopstanden.</al><al/><al><vet><cursief>f. Groene Kaart</cursief></vet></al><al>Er is bewust gekozen voor een topografische kaart en niet alleen voor een
                    register van beschermde houtopstanden. Een kaart zorgt voor een coherent geheel
                    (groene verbindingen vallen eerder op). De Groene kaart met het bijbehorend
                    register zorgt voor meer structuurbescherming en ook voor betere randvoorwaarden
                    voor ruimtelijke (groene) inrichting dan alleen een lijst met beschermde
                    houtopstanden. Een Groene Kaart sluit bovendien goed aan bij de systematiek van
                    andere ruimtelijke instrumenten en daardoor is integraal omgevingsbeleid
                    eenvoudiger te realiseren.</al><al/><al><vet><cursief>g. vellen</cursief></vet></al><al>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit
                    gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien
                    (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging
                    betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het
                    kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren
                    van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door periodieke snoei
                    van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet</al><al>ontheffingplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel
                    ontheffingplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden
                    aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens
                    onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op
                    het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen,
                    worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens ontheffingplichtig. </al><al/><al>Het begrip dunning -velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                    houtopstand- is weggelaten, om te voorkomen dat onder het mom van een
                    ontheffingsvrije dunning veel meer wordt weggehaald dan de gemeente bij een
                    normale ontheffingsaanvraag zou goedkeuren.</al><al/><al><vet><cursief>h. boomwaarde</cursief></vet></al><al>De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige
                    gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel. 055-5999449) voor de
                    monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de
                    prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De
                    richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van
                    vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het
                    spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire
                    waarde kunnen vertegenwoordigen.</al><al/><al><vet><cursief>i. Bomen Effect Analyse</cursief></vet></al><al>Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd
                    door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak
                    gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen
                    voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De
                    Bomen Effect Analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor
                    een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen
                    bouw, ophoging of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische
                    kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke
                    alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig
                    boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling
                    kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw, ophoging of
                    aanleg.</al><al/><al><vet><cursief>j. bomenfonds</cursief></vet></al><al>Het bomenfonds wordt gevoegd door financiële bijdragen van derden indien geen
                    herplant ter plaatse mogelijk is, zie daarvoor artikel 9, tweede lid. De
                    financiële waarde wordt bepaald op basis van de boomwaarde. Het geld in het
                    bomenfonds wordt geherinvesteerd in bomen in de gemeente Papendrecht.</al><al/><al><vet><cursief>k. bevoegd gezag</cursief></vet></al><al>De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geeft de term “bevoegd gezag” weer. Nu
                    de aanvraag tot vergunning of ontheffing tot het vellen van houtopstanden
                    voortaan een aanvraag tot een omgevingsvergunning is, dient de term “bevoegd
                    gezag” gehanteerd te worden i.p.v. college van Burgemeester en Wethouder.</al><al/><al>De Wabo schrijft voor dat de omgevingsvergunning wordt verleend door één bevoegd
                    gezag en dat één procedure wordt doorlopen met één procedure van
                    rechtsbescherming mogelijkerwijs in twee instanties. Niet altijd is het bevoegd
                    gezag, om te oordelen over een omgevingsvergunningaanvraag, het college van
                    burgemeester en wethouders. Het kan voorkomen dat het college van gedeputeerde
                    staten het bevoegd gezag is of de minister. De verantwoordelijkheid voor het
                    besluit en de handhaving op grond van de verordening ligt bij hetzelfde bevoegd
                    gezag. Ook wijziging of intrekking van de omgevingsvergunning ligt dan</al><al>bij datzelfde bevoegd gezag.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 2: Groene Kaart</vet></al><al><vet><cursief>Monumentale bomen.</cursief></vet></al><al>Dit betreffen bomen van landelijke importantie die zijn vastgelegd in het
                    landelijk Register van Monumentale Bomen, dat wordt beheerd door de
                    Bomenstichting en bomen die van lokale importantie zijn of bomen die de
                    mogelijkheid krijgen om uit te groeien tot monumentale bomen
                    (toekomstbomen).</al><al/><al>Op de Groene kaart is in één oogopslag duidelijk welke boomzones, boomstructuren
                    en solitaire bomen of boomgroepen beschermd zijn en wat hun beschermingsniveau
                    is. </al><al/><al>De redengevende beschrijving is een zorgvuldige motivering van de reden(en)
                    waarom de desbetreffende houtopstand is aangewezen als een beschermde
                    houtopstand. Een nauwgezette omschrijving voorkomt niet alleen juridische
                    complicaties, maar creëert tevens draagvlak voor het duurzaam instandhouden van
                    deze houtopstanden. De beschrijving geeft meer inzicht en duidelijkheid omtrent
                    de milieu-, natuur-ecologische-, cultuurhistorische- en andere waarden en
                    eventuele bijzondere functies van de houtopstand. Daarnaast is de redengevende
                    beschrijving een toetsingskader voor een aanvraag tot ontheffing van het
                    kapverbod, waardoor een besluit beter gemotiveerd en afgewogen kan worden.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 3: Kapverbod</vet></al><al>Er is bewust gekozen voor een ontheffingenstelsel in plaats van een
                    vergunningenstelsel om aan te geven dat in beginsel een ontheffing slechts bij
                    hoge uitzondering wordt verleend. Ook bij interpretatieverschillen, bij gerede
                    twijfel of bij tegenstrijdige deskundigenadviezen en vergelijkbare randgevallen
                    geldt dat de ontheffing niet wordt verleend. Een ontheffing is dus een
                    uitdrukking van een juridisch voorzorgsbeginsel. Dit in tegenstelling tot een
                    vergunning die bij twijfelgevallen in beginsel wel verleend wordt.</al><al/><al>Er wordt voor het kapverbod geen onderscheid gemaakt tussen vitale en
                    afgestorven houtopstand. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende
                    boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of ‘bij vergissing’
                    een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren
                    vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde
                    diersoorten in nestelen.</al><al/><al>De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij gemeentelijke
                    verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft
                    inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid 2 Boswet genoemde
                    houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of één rijige beplantingen op
                            of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om
                            te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                            bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                            geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een
                            bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                            die:</al></li></lijst><al>- ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al><al>- ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het
                    totale aantal rijen.</al><al>De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd”
                    bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de Memorie van
                    Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een aantoonbare economisch
                    doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht- of fruitbomen, zijn
                    sierbomen die vruchten dragen dus wel kapontheffingplichtig. Onder het kapverbod
                    valt het houden en de economische exploitatie van (vrucht)bomen niet.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 4: Aanvraag</vet></al><al>Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een
                    houtopstand. Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële
                    akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal,
                    erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand.</al><al/><al>Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de
                    schriftelijke toestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van
                    de houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij
                    (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot
                    omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding van de huurovereenkomst is
                    de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand die altijd
                    zaaksgebonden is, nog van toepassing op het project. Voorschriften van de
                    omgevingsvergunning dienen dan door de eigenaar van het perceel nagekomen te
                    worden.</al><al/><al>De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning zijn in de Ministeriële
                    regeling omgevingsrecht (Mor) verplicht voorgeschreven. Buiten deze verplichte
                    indieningsvereisten zijn in artikel 7 van deze verordening aanvullende
                    indieningsvereisten gesteld. De indieningsvereisten tezamen maken dat alle
                    informatie aanwezig is om een goede inschatting te maken ten aanzien van de
                    omgevingsvergunningverlening.</al><al/><al>Algemene indieningsvereisten staan in artikel 1.3 Mor:</al><al>Artikel 1.3 Indieningsvereisten bij iedere aanvraag (omgevingsvergunning
                        <cursief>red</cursief>)</al><lijst><li nr="1."><al>In de aanvraag vermeldt de aanvrager;</al></li></lijst><al>a. de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede het
                    elektronische adres van de aanvrager, indien de aanvraag met een elektronisch
                    formulier wordt ingediend;</al><al>b. het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het project;</al><al>c. een omschrijving van de aard en de omvang van het project;</al><al>d. een omschrijving van de aard en omvang van de gevolgen van het project voor
                    de fysieke leefomgeving, voor zover die gevolgen relevant zijn voor de
                    beoordeling van de aanvraag;</al><al>e. indien de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn naam, adres en
                    woonplaats, alsmede het elektronisch adres van gemachtigde, indien de aanvraag
                    met een elektronisch formulier wordt ingediend;</al><al>f. indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager: zijn
                    naam, adres en woonplaats.</al><lijst><li nr="2."><al>De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie van
                            de aangevraagde activiteit of activiteiten. Deze aanduiding geschiedt
                            met behulp van een situatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte
                            middelen.</al></li><li nr="3."><al>De aanvrager doet bij de aanvraag een gespecificeerde opgave van de
                            kosten van de te verrichten werkzaamheden.</al></li></lijst><al/><al>De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is in artikel 2.2
                    eerste lid onder g. van de Wabo aangewezen. Tezamen met een mogelijke
                    vergunning, ontheffing of vrijstelling op grond van de Flora- en faunawet of de
                    natuurbeschermingswet- die kunnen aanhaken bij de omgevingsvergunning vellen-
                    wordt één omgevingsvergunning verleend.</al><al/><al>Hoofdstuk 7 Mor vermeldt bijzondere indieningsvereisten die van belang zijn bij
                    een aanvraag omgevingsvergunning tot het vellen van een houtopstand.</al><al>Artikel 7.3 Mor luidt als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>In of bij de aanvraag om een vergunning met betrekking tot het vellen
                            van houtopstand, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder
                            g. van de wet (Wabo), identificeert de aanvrager op de aanduiding als
                            bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van deze regeling (Mor), iedere
                            houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.</al></li><li nr="2."><al>In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de
                            aanvrager per genummerde houtopstand:</al></li></lijst><al>a. de soort houtopstand;</al><al>b. de locatie van de houtopstand op het voor-, zij- dan wel achtererf;</al><al>c. de diameter in centimeters, gemeten op 1, 30 meter vanaf het maaiveld;</al><al>d. de mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen om op een
                    daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden
                    aantal soorten over te gaan.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 5: Ontheffing</vet></al><al>Indien bouw, ophoging of aanleg ter plaatse van de beschermde houtopstand de
                    reden tot de ontheffingaanvraag is, moet allereerst duidelijk zijn dat met de
                    realisatie van bouw. ophoging of aanleg een groot algemeen maatschappelijk
                    belang gemoeid is. Individuele particuliere belangen of kleine maatschappelijke
                    belangen kunnen dus niet tot velling van een beschermde houtopstand leiden.
                    Vervolgens moeten voorafgaand aan een eventuele ontheffing de alternatieven voor
                    (her)inrichting of aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn</al><al>en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.</al><al/><al>Indien gevaarzetting (voorkomen van letsel of schade) reden tot de
                    ontheffingsaanvraag is, moeten voorafgaand aan een eventuele ontheffing de
                    (boomverzorgings) alternatieven voor kap voldoende onderzocht zijn en als
                    onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.</al><al/><al>De Burgemeester kan bovendien toestemming geven tot direct vellen (noodkap),
                    indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang van
                    openbare orde of veiligheid, op grond van de artikelen 173 en 175 van de
                    Gemeentewet.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 6: Intrekking of wijziging</vet></al><al>In dit artikel zijn de gronden aangeven voor intrekking, wijziging van de
                    vergunning die gelden voor vergunning van deze verordening (art. 2.31 lid 2
                    Wabo).</al><al>De intrekking van de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand-
                    indien sprake van sanctie- is geregeld in hoofdstuk 5 Wabo. Het gezag dat
                    bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen kan deze dan geheel of
                    gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="-"><al>de omgevingsvergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige
                            opgave;</al></li><li nr="-"><al>niet overeenkomstig de omgevingsvergunning is of wordt gehandeld;</al></li><li nr="-"><al>de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen
                            niet zijn of worden nageleefd;</al></li><li nr="-"><al>de houder van de omgevingsvergunning leeft de voor hem geldende regels
                            niet na (art. 5.19 lid 1 Wabo).</al></li></lijst><al/><al>Tevens is het mogelijk op grond van artikel 2.33, eerste lid onder e Wabo de
                    vergunning die van <vet>rechtswege </vet>is verleend in te trekken indien deze
                    betrekking heeft op een activiteit die ontoelaatbaar ernstige nadelige gevolgen
                    voor de fysieke leefomgeving heeft of dreigt te hebben en het opleggen van
                    voorschriften daar geen oplossing voor biedt (art. 2.31, eerste lid, aanhef en
                    onder c, Wabo).</al><al/><al>Bij wijziging of intrekking van de omgevingsvergunning dient wederom de
                    reguliere of- indien voorgeschreven- de uitgebreide procedure te worden
                    gevolgd.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 7: Beperking geldigheidsduur</vet></al><al>Dit artikel blijkt nodig te zijn om misbruik van (zeer) oude kapontheffingen
                    tegen te gaan.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 8: Bijzondere vergunningsvoorschriften</vet></al><al>De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar
                    locatie, boomsoort of grootte. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de
                    herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de
                    herplantplicht noodzakelijk is.</al><al/><al>De omgevingsvergunning heeft een zaaksgebonden karakter (art. 2.25 Wabo). Om die
                    reden is de vergunninghouder niet degene aan wie de vergunning is verleend, maar
                    degene die verantwoordelijk is voor uitvoering. De naleving van de voorschriften
                    m.b.t. herplant, valt daarom tevens onder zijn verantwoording. Wanneer de
                    vergunning gelding krijgt voor een ander dan de aanvrager of houder van de
                    vergunning moet tenminste een maand tevoren dit aan het bevoegd gezag worden mee
                    gedeeld. Zie hiervoor het Besluit omgevingsrecht artikel 4.8 (Bor). Dit onder
                    vermelding van:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres vergunninghouder- aanvrager</al></li><li nr="b."><al>de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen krachtens welke de
                            activiteiten worden verricht;</al></li><li nr="c."><al>de naam, het adres en het telefoonnummer van degene voor wie de
                            omgevingsvergunning zal gaan gelden;</al></li><li nr="d."><al>de contactpersoon van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan
                            gelden; het beoogde tijdstip dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden
                            voor de onder c bedoelde persoon.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 9: Herplant-/instandhoudingsplicht</vet></al><al>Herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer gedetailleerd
                    soort, locatie en plantwijze voorschrijven mits dit in het gangbare beleid past.
                    De wijze waarop de zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt
                    uitgevoerd, gebeurt op beleidsmatige wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van
                    een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn
                    de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de
                    overtreder kan worden toegekend en de feitelijke</al><al>mogelijkheden tot uitvoering van een herplant.</al><al/><al>Artikel 5:18 Wabo biedt de mogelijkheid- indien sprake is van een herstel,- of
                    instandhoudingsanctie van het velverbod- onder oplegging van last onder
                    bestuursdwang of dwangsom, bij het besluit tot herplantverplichting tevens te
                    bepalen dat de uitvoering van het besluit tevens geldt voor de
                    rechtsopvolger.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 10: Schadevergoeding</vet></al><al>De Boswet schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit artikel moet
                    bevatten.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 11: Afstand van de erfgrenslijn</vet></al><al>De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek geeft het
                    bekende verwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen
                    binnen een halve meter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2 is in
                    afwijking van het oude B.W. toegevoegd: "tenzij ingevolge een verordening of een
                    plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten". Daarom is in deze
                    modelverordening dit artikel toegevoegd dat de erfgrensafstand aanzienlijk
                    verkleind. Met "nihil" voor heggen en heesters is bedoeld deze</al><al>natuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale standaard te
                    maken. Vele bomen en heesters zullen door deze afstandverkleining beter
                    beschermd, misschien wel gespaard worden. De juridische grondslag voor het
                    ontstaan van burenruzies is hiermee enigszins verminderd.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKEL 12: Bestrijding van boomziekten</vet></al><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat
                    te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en
                    de besmetting wordt voorkomen. In het derde lid is een bijzondere bestuursdwang
                    bevoegdheid in aanvulling op de algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid
                    opgenomen, vanwege de ernst van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen met
                    name voor een afdeling Beheer en Uitvoering.</al><al/><al><vet>ARTIKEL 13: Bescherming gemeente bomen</vet></al><al>Onder andere publiekrechtelijke instanties wordt verstaan o.a. Waterschap,
                    Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, provincie.</al><al/><al><vet>ARTIKEL 14: Strafbepaling</vet></al><al>De Wabo verbiedt in artikel 2.3 het handelen in strijd met een voorschrift uit
                    een omgevingsvergunning. Door artikel 5.4 Invoeringswet Wabo is het handelen
                    zonder omgevingsvergunning of het handelen in strijd met een omgevingsvergunning
                    strafbaar gesteld in de Wet economische delicten. Om die reden zijn de
                    strafbepalingen van artikel 16 van deze verordening niet van toepassing op
                    dergelijk handelen.</al><al/><al>Overtreding van artikel 5 lid 1, van deze verordening en overtreding van
                    voorschriften op grond van artikel 9 van deze verordening, heeft als strafmaat
                    een hechtenis van maximaal 6 maanden, taakstraf en/of een geldboete tot maximaal
                    €18.500 (artikel 6 Wed). De boomwaarde kan verhogend op de geldboete werken.
                    Indien de boomwaarde hoger is dan een vierde gedeelte van € 18.500, kan een
                    geldboete worden opgelegd van maximaal € 74.000.</al><al/><al>De op grond van artikel 14 van deze verordening ingestelde strafvervolging laat
                    onverlet de mogelijkheid van het instellen door Burgemeester en wethouders van
                    een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of
                    houtopstand.</al><al/><al><vet>ARTIKEL 16: Toezichthouders</vet></al><al>Ter toezicht op de naleving en het toezicht op de uitvoering en handhaving van
                    het verbod een houtopstand te vellen of te doen vellen zonder
                    omgevingsvergunning (art. 5.13 Wabo), zijn de aangewezen toezichthouders
                    bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden
                    zonder toestemming van de bewoner. Wel dienen toezichthouders daarbij in het
                    bezit te zijn van een machtiging, met toestemming tot betreding, deze wordt
                    verleend door de Burgemeester.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>