<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300928_1</dcterms:identifier><dcterms:title>FINANCIËLE VERORDENING 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, d.d. 17 juli 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>FINANCIËLE VERORDENING 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>43-2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>FINANCIËLE VERORDENING 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn; </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 27 mei 2013, nr. 43-2013; </al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en
                        verantwoording provincies en gemeenten; </al><al/><al><vet>BESLUIT: </vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende Verordening op de inrichting van de financiële
                        organisatie, het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële
                        beleid. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>eenheid: het gedeelte van de organisatie waaraan een
                                        <cursief>eenheidsmanager</cursief> leiding geeft,</al></li><li nr="b."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen en
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de gemeentelijke organisatie en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd, </al></li><li nr="c."><al>BBV: Besluit Begrotings- en Verantwoordingsvoorschriften</al></li><li nr="d."><al>MPB: de meerjarenprogrammabegroting op basis van het besluit
                                    begroting en verantwoordingsvoorschriften (BBV), die door de
                                    raad wordt vastgesteld.</al></li><li nr="e."><al>MPG: Meerjaren Perspectief Grondexploitaties</al></li><li nr="f."><al>FIDO: Wet Financiering Decentrale Overheden</al></li><li nr="g."><al>programma: samenhangende weergave van beleidsdoelen, budgetten
                                    en prestaties zoals voorgeschreven in het besluit begroting- en
                                    verantwoordingsvoorschriften (BBV).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de programma-indeling van de MPB vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per begrotingsprogramma relevante indicatoren vast
                                voor het meten van de gemeentelijke productie, de maatschappelijke
                                effecten van het gemeentelijke beleid en het afleggen van
                                verantwoording daarover.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden voor elk van de programma’s de lasten en
                                baten per beleidsproduct weergegeven en bij de jaarstukken worden
                                voor elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per
                                beleidsproduct weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt per balansnummer voor de nieuwe investeringen
                                het benodigde investeringskrediet weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders voor de ontwerp-begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt vóór het opstellen van de begroting de raad een
                                voorjaarsnota aan. Inoverleg met de raad kan hiervan worden
                                afgezien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt met deze nota de kaders voor de op te stellen ontwerp
                                MPB vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                                lasten en de totale baten per programma of per beleidsproduct, het
                                overzicht van algemene dekkingsmiddelen en de kredieten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan aangeven voor welke kredieten hij op een later tijdstip
                                een nadere uitwerking wil ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of
                                investeringskrediet dreigt te worden overschreden, meldt het college
                                dat tijdig conform artikel 6 en 7. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college legt voor investeringen die niet in de begroting zijn
                                opgenomen voorafgaande aan het aangaan van de verplichtingen een
                                voorstel voor een investeringskrediet aan de raad voor. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de verordening actieve informatieplicht en de
                                onderliggende nota actieve informatieplicht vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze nota geeft nadere spelregels voor de invulling van de actieve
                                informatieplicht in onze gemeente, nadere afspraken over wanneer het
                                college de raad direct over ontwikkelingen dient te informeren, de
                                tussentijdse rapportage en begrotingswijzigingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse informatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                informatievoorziening over de realisatie van de begroting van het
                                lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatievoorziening sluit aan bij de programma-indeling van de
                                begroting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De informatievoorziening gaat in op afwijkingen, zowel wat betreft
                                de baten en de lasten (input), de beoogde toevoegingen en
                                onttrekkingen aan reserves, de geleverde prestaties (output) en de
                                beheersing van de risico’s. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de informatievoorziening wordt tevens de afwijkingen op de
                                investeringskredieten toegelicht. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken (verslag en rekening)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt over de MPB verantwoording af aan de raad. Deze
                                verantwoording is opgenomen in de jaarstukken, zijnde jaarrekening
                                en jaarverslag.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr=""><al>In de programmaverantwoording die is opgenomen in de
                                        jaarstukken wordt minimaal ingegaan op:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>de gerealiseerde baten en lasten;</al></li><li nr="-"><al>de in de MPB genoemde kengetallen;</al></li><li nr="-"><al>de realisatie van de in de MPB genoemde doelstellingen;</al></li><li nr="-"><al>de realisatie van de in de MPB genoemde prestaties.</al></li></lijst><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Finanacieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of
                                vervaardigingsprijs. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte
                                grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de
                                vervaardiging kunnen worden toegerekend. Aan de vervaardigingprijs
                                worden de betreffende indirecte kosten toegerekend. Als over het
                                tijdvak van vervaardiging rente wordt toegerekend, wordt dat in de
                                toelichting vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Immateriële vaste activa worden in principe zo snel mogelijk
                                afgeschreven met een maximum van vijf jaar (ex artikel 64 lid 6 BBV
                                provincies en gemeenten). </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is
                                afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Op het
                                investeringsbedrag worden bijdragen van derden afgetrokken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Nieuwe investeringen in activa met een meerjarig maatschappelijk
                                nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten, worden ineens onder aftrek
                                van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de
                                exploitatie gebracht. Hiervan kan alleen bij hoge uitzondering bij
                                raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering wordt het
                                actief in een zo kort mogelijke periode afgeschreven. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raad stelt via de kadernotitie afschrijvingsbeleid en waardering
                                van activa ten minsteeens in de 4 jaarspelregels voor het
                                afschrijvings- en activeringsbeleid vast. De in dit artikel vermelde
                                uitgangspunten en de afschrijvingstermijnen worden hierin
                                uitgewerkt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad jaarlijks in de begroting en rekening een
                                overzicht van de reserves en voorzieningen aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenminste één keer per raadsperiode zal een geactualiseerde nota
                                reserves en voorzieningen ter behandeling en ter vaststelling aan de
                                raad worden voorgelegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="·"><al>het doel, de actualiteitswaarde en de omvang
                                        (maximum/minimum) van de reserves; </al></li><li nr="·"><al>het doel, de actualiteitswaarde van voorzieningen; </al></li><li nr="·"><al>de toerekening van rente over de algemene reserves en
                                        bestemmingsreserves, </al></li><li nr="·"><al>de relatie met het weerstandsvermogen en de
                                        weerstandscapaciteit</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de kostprijs van producten en diensten wordt
                                een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die samenhangen met de door de gemeente
                                verleende diensten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rentetoerekening van de kapitaallasten wordt jaarlijks bij de
                                begroting en de rekening bepaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks bij de behandeling van de begroting biedt het college de
                                raad een paragraaf lokale heffingen ter vaststelling aan. In deze
                                paragraaf wordt ingegaan op het beleid ten aanzien van gemeentelijke
                                belastingen, heffingen en tarieven, de belastingdruk voor burgers en
                                bedrijven, de kostendekkendheid van de heffingen en het
                                kwijtscheldingsbeleid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de hoogte van gemeentelijke tarieven, heffingen
                                prijzen vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van de geraamde respectievelijk werkelijke
                                inkomsten die voortvloeien uit de belastingen, heffingen en
                                tarieven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                    uitzetten van overtollige gelden om de MPB binnen de door de raad vastgestelde kaders uit te
                            voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie
                            zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een
                            voldoende rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij
                            het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college hanteert bij het uitvoeren van de
                                    financieringsfunctie de volgende richtlijnen:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt binnen de
                                    bepalingen van de Wet FIDO uitsluitend bij financiële instellingen met een AAA rating (minste
                            risico) afgegeven  door tenminste één gezaghebbende rating agency (gespecialiseerd
                            bureau), de  Nederlandse Staat (schatkistbankieren) of bij instellingen voor wiens
                            waardepapieren een minimale solvabiliteitseis geldt;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                            vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de
                            looptijd in tact is;</al></li><li nr="c."><al>rente instrumenten worden uitsluitend gebruikt voor het beperken
                                    van financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer
                                    dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van
                            middelen of hetverlenen van garanties luiden in euro.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                            aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college waar
                            mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar
                            belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van
                            garanties en financiële participaties. In het door het college vast te
                            stellen Treasurystatuut wordt dit onderdeel nader uitgewerkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Grondexploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
                            begroting, een paragraaf grondbeleid aan. In deze paragraaf wordt tenminste ingegaan op:</al><lijst><li nr="a."><al>De visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                            doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de gemeentelijke
                            meerjarenbegroting; hierin komt het instrumentele karakter van het grondbeleid tot uitdrukking;</al></li><li nr="b."><al>Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
                                    uitvoert;</al></li><li nr="c."><al>Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de
                                    totale grondexploitatie</al></li><li nr="d."><al>Een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li><li nr="e."><al>Beleidsuitgangspunten omtrent reserves voor grondexploitatie in
                                    relatie tot de risico’s die daaraan verbonden zijn. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de paragraaf grondbeleid in het jaarverslag wordt
                                    gerapporteerd over de in de begroting aangegeven onderwerpen. </al></li><li nr="3."><al>Jaarlijks biedt het college de raad de nota MPG ter vaststelling
                                    aan.</al></li><li nr="4."><al>Bij de tussentijdse informatievoorziening biedt het college de
                                    raad een rapportage Grond-bedrijf aan.</al></li><li nr="5."><al>Tenminste één keer per raadsperiode stelt de raad op voorstel
                                    van het college een nota</al></li></lijst><al>Grondbeleid en een nota Financiële kaderstelling Grondbedrijf vast. De
                            nota Financiële kaderstelling bevat in ieder geval nadere bepalingen voor</al><lijst><li nr="-"><al>de begroting, nota MPG, tussentijdse informatievoorziening en de
                                    jaarrekening;</al></li><li nr="-"><al>de financiële organisatie van het Grondbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>het instellen, samenvoegen, splitsen of opheffen en waardering
                                    van (sub)complexen en de inrichting van de exploitatiebegroting per (sub)complex;</al></li><li nr="-"><al>de financiering van het Grondbedrijf.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet dat zij in ieder geval dienstbaar
                            is voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de eenheden; </al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen, schulden en contracten c.a.; </al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over de besteding van de
                                    toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken
                                    van kostencalculaties; </al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie voor indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                    organisatieonderdelen. </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde doelen, de begroting en de ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving; </al></li><li nr="f."><al>de controle op de registratie van gegevens als zodanig en de
                                    verantwoording zoals bedoeld in lid e. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van de jaarrekening, de rechtmatigheid
                                van de baten en lasten en de balansmutaties voor een adequate
                                controle op de getrouwheid van de informatieverstrekking en de
                                rechtmatigheid van de beheersmaatregelen. De directieraad stelt
                                daartoe een Intern Controleplan vast. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding is neemt het college maatregelen tot
                                herstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het college is verantwoordelijk voor het voorkomen van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor en legt in een Uitwerkingsbesluit
                                Financiële verordening</al><al> vast: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>dat de financiële organisatie eenduidig is ingedeeld,</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>dat taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden adequaat
                                zijn gescheiden,</al><al> zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de
                                betrouwbaarheid van de </al><al> verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                gewaarborgd; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>dat mandaten en volmachten zijn verleend voor het aangaan van
                                verplichtingen ten laste</al><al> van de toegekende budgetten en investeringskredieten; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>dat de wijze waarop de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties</al><al> en de bijbehorende informatievoorziening van de
                                financieringsfunctie zijn vastgelegd;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>dat de wijze waarop de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig
                                toewijzen van lasten</al><al> en baten aan de eenheidsplannen en de eenheidsrekeningen zijn
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor wat betreft verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
                                functionarissen die kunnen</al><al> beschikken over budgetten is een separate budgethoudersregeling
                                opgesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt (met terugwerkende kracht) in werking per 1
                            januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Financiële verordening’. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 30 mei 2013</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 17 juli 2013</ondertekening><ondertekening>Inwerking getreden d.d. 1 januari 2013</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>