<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300916_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentelijke huis aan huisbladen in de deelnemende gemeenten</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Regionale Dienst
                        Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI)” </al><al>Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur, </al><al>Gelet op het advies van het MT van de RDWI, </al><al>Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand; </al><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Regionale
                            Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI)” </al><al>Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur, </al><al>Gelet op het advies van het MT van de RDWI, </al><al>Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand; </al><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bbz: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke
                                regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn
                                Heuvelrug;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme
                                Rijn Heuvelrug.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel c
                                van de wet (= de van toepassing zijnde norm, vermeerderd of
                                verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de WWB door het
                                dagelijks bestuur vastgestelde verhoging of verlaging); of, in geval
                                van bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de wet, de van
                                toepassing zijnde norm vermeerderd met het bedrag van de bijzondere
                                bijstand. Voor zelfstandigen van 18 tot 27 jaar die een
                                Bbz-uitkering ontvangen of hebben ontvangen wordt onder
                                ‘bijstandsnorm’ verstaan de norm die op grond van artikel 78f,
                                tweede lid, van de wet op hen van toepassing is;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>beslagvrije voet: beslagvrij voet als bedoeld in de artikelen 475c
                                tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde
                                lid, van de Wet werk en bijstand;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>gelden: de totaalsom van de positieve banksaldi waarover
                                belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan
                                beschikken;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van
                                de Wet werk en bijstand.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Verrekening bij recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen bij het hebben van voldoende gelden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke
                                bijstandsnorm aan gelden heeft, dan verrekent het dagelijks bestuur
                                de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden</al><al> vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is
                                opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien belanghebbende geen bewijsstukken inlevert waardoor niet
                                bepaald kan worden of belanghebbende voldoende gelden heeft, dan
                                gaat het dagelijks bestuur er van uit dat er voldoende gelden
                                aanwezig zijn en wordt de recidiveboete verrekend zonder
                                inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij het hebben van onvoldoende gelden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke
                                bijstandsnorm aan gelden heeft, dan verrekent het dagelijks bestuur
                                de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de
                                beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de
                                dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op de verrekening als bedoeld in het eerste lid,
                                verrekent het dagelijks bestuur de</al><al> recidiveboete in de daarop volgende twee maanden door inhouding van
                                een bedrag ter hoogte van 20% van de van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Afwijkende verrekening</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het dagelijks bestuur de
                            recidiveboete verrekenen door inhouding van 10% van de van toepassing
                            zijnde bijstandsnorm indien:</al><lijst><li nr="1."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of</al></li><li nr="2."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op de
                            bekendmaking van dit besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive 2013 </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke
                        regeling “Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug” in zijn
                        openbare vergadering van 27 februari 2013.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen deel</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 treedt de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving" in werking. Voor de Wet werk en bijstand (WWB) introduceert deze
                    wet de bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht. Het
                    college van burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de
                    bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij
                    deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden.
                    Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college
                    besluiten gedurende maximaal drie maanden te verrekenen zonder rekening te
                    houden met de beslagvrij voet.. </al><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij
                    verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een
                    afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking
                    stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. </al><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet
                    in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar
                    waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft
                    sprake van een bevoegdheid van het college. Het is derhalve aan het college op
                    deze onderdelen nadere (beleids)regels vast te stellen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven
                    geen nadere toelichting.</al><al>Gelden</al><al>De verordening kent een definitie van het begrip gelden. Het gaat daarbij om de
                    totaalsom van de positieve saldi van alle bankrekeningnummers waarover een
                    belanghebbende of diens gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen
                    beschikken. </al><al>Bij het begrip gelden zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het
                    nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de WWB. </al><al>Verrekenen</al><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling
                    opgenomen in de verordening.</al><tussenkop>Artikel 2. Verrekenen bij het hebben van voldoende gelden</tussenkop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening plaats vindt
                    zonder inachtneming van de beslagvrije voet voor de maximale termijn van drie
                    maanden als een belanghebbende voldoende gelden heeft om dit op te kunnen
                    vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze verordening. Van
                    bezit van voldoende gelden is sprake als de totaalsom van de positieve saldi van
                    de bankrekeningen waarover belanghebbende beschikt (of redelijkerwijs kan
                    beschikken), ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt.
                    Immers, bij aanwending van deze gelden, zou een periode van drie maanden
                    overbrugd moeten kunnen worden.</al><al>De datum dat de overtreding van de inlichtingenplicht door de RDWI is
                    geconstateerd is ook de datum voor de vaststelling van de saldi van de
                    bankrekeningen, tenzij dit onevenredige nadelige gevolgen heeft voor
                    belanghebbende.</al><al>Om te kunnen bepalen of belanghebbende voldoende gelden heeft, zijn
                    bewijsstukken nodig waaruit het saldo van de bankrekening(en) blijkt. Indien de
                    belanghebbende deze bewijsstukken niet levert, dan gaan we er van uit dat
                    belanghebbende voldoende gelden heeft en vindt volledige verrekening plaats
                    gedurende 3 maanden zonder rekening te houden met de beslagvrije voet.</al><tussenkop>Artikel 3. Verrekenen bij het hebben van onvoldoende gelden</tussenkop><al>Heeft een belanghebbende geen of onvoldoende gelden om een periode van drie
                    maanden volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen overbruggen, dan
                    verrekent het college één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet.
                    Voor de overige twee maanden blijft belanghebbende beschikken over een inkomen
                    ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. </al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                    invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire wanbetalers.
                    Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19, eerste lid, van de
                    Invorderingswet 1990. </al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude
                    niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die herhaaldelijk hun
                    inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een duidelijk signaal tegenover
                    staan. Anderzijds wordt rekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten. Het
                    volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden
                    kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden,
                    nu de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al><tussenkop>Artikel 4. Afwijkende verrekening </tussenkop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet
                    niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde in artikel 4.
                    Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het college zal
                    moeten toetsen.</al><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking van de
                    artikelen 2 en 3 de recidiveboete te verrekenen door inhouding van 10% van de
                    van toepassing zijnde bijstandsnorm wanneer volledige verrekening waarschijnlijk
                    leidt tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin. In dat geval moet er
                    wel sprake zijn van een mogelijke huisuitzetting naar aanleiding van een
                    rechterlijke uitspraak.Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de
                    volledige verrekening op straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen
                    maar verergert, met alle maatschappelijke kosten van dien. </al><al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende
                    reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het
                    woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van andere dringende
                    redenen dan een dreigende huisuitzetting, kan het college besluiten om te
                    verrekenen via de 10%-verlaging. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het
                    gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden
                    waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere
                    wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de
                    verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich
                    geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen.</al><tussenkop>Artikel 5. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</tussenkop><al>In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te
                    verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                    bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die
                    eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 5 dat de
                    bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>