<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300811_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening 2013 gemeente Bronckhorst</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bronckhorst</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bronckhorst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Contact, 16 juli 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening 2013 gemeente Bronckhorst</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004471">Monumentenwet 1988</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0024779">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416">Gemeentewet </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z05167 RD12-00619</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-27498</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening 2013 gemeente Bronckhorst</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al>Behorende bij raadsvoorstel met nummer: 130711/13</al><al/><al>De raad van de gemeente Bronckhorst;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van b en w van 25
                        april 2013;</al><al/><al>gelet op de bespreking in de commissievergadering van 15 mei 2013;</al><al/><al>gelet op de Gemeentewet, de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>de nota 'Archeologie met beleid. Afwegingskader voor
                                archeologiebeleid in de Regio Achterhoek' vast te stellen m.u.v.
                                het</al><al> advies over de vrijstelingsgrenzen voor bodemingrepen</al></li><li nr="2."><al>de 'Erfgoedverordening 2010 gemeente Bronckhorst' vastgesteld op 23
                                september 2010 in te trekken</al></li><li nr="3."><al>de 'Erfgoedverordening 2013 gemeente Bronckhorst' overeenkomstig het
                                ontwerp vast te stellen.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>Deze verordening verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a. </lidnr><al><cursief><onderstreept>gemeentel</onderstreept></cursief><cursief><onderstreept>ijk
                                        monument:</onderstreept></cursief>een overeenkomstig deze
                                verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                        waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                        zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><cursief><onderstreept>gemeentelijke
                                    monumentenliist:</onderstreept></cursief>de lijst waarop zijn
                                geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk
                                monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al><cursief><onderstreept>gemeentelijk stads- of
                                        dorpsgezicht:</onderstreept></cursief> een overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk stads- of
                                dorpsgezicht aangewezen groep van zaken of terreinen die van
                                algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn onderlinge
                                ruimtelijke of structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke
                                of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer
                                monumenten bevinden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al><cursief><onderstreept>beschermd monument:</onderstreept></cursief>
                                beschermed monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al><onderstreept><cursief>geïntegreerde commissie
                                        welstand/monumenten:</cursief></onderstreept> de op basis
                                van artikel 15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie
                                (voorheen monumentencommissie) met als taak het college op verzoek
                                of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
                                Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de
                                verordening, het monumentenbeleid en het archeologiebeleid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al><cursief>gemeentelijke archeologische waarden en verwachtingenkaart:
                                    topografische kaart van</cursief>topografische kaart van het
                                gemeentelijk grondgebied, waarop archeologische monumenten,
                                historische structuren en archeologische verwachtingensgebieden zijn
                                aangegeven;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al><cursief><onderstreept>historische
                                    structuur</onderstreept></cursief>: terreinen waar op basis van
                                onderzoek in historische bronnen (m.n. historische kaarten) en het
                                Actueel Hoogtebestand Nederland archeologische resten uit met name
                                de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd verwacht kunnen worden, zoals
                                (verhoogd gelegen) huisplaatsen, kasteelterreinen, historische
                                stads- en dorpskernen, en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al><cursief><onderstreept>landelijke indicatieve kaart van
                                        archeologische waarden</onderstreept></cursief>: landelijke
                                kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische
                                gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische
                                vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge,
                                lage en zeer lage trefkans;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al><cursief><onderstreept>provinciale archeologische
                                        monumentenkaart</onderstreept></cursief>: topografische
                                kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop
                                archeologische monumenten, archeologische vindplaatsen en
                                archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al><cursief><onderstreept>archeologisch
                                        verwachtingsgebied</onderstreept></cursief>: gebied,
                                aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven
                                dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten
                                zijn;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al><cursief><onderstreept>archeologisch
                                    monument</onderstreept></cursief>: een terrein van (zeer) (hoge)
                                archeologische waarde, waar archeologische resten zijn aangetoond en
                                voorkomend op de provinciale Archeologische Monumenten Kaart
                                (AMK-kaart);</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al><cursief><onderstreept>hoge
                                    verwachtingswaarde</onderstreept></cursief>: grote kans op het
                                aantreffen van archeologische resten en/of sporen;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al><cursief><onderstreept>middelhoge
                                    verwachtingswaarde</onderstreept></cursief>: gemiddelde kans op
                                het aantreffen van archeologische resten en/of sporen; </al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al><cursief><onderstreept>lage
                                    verwachtingswaarde</onderstreept></cursief>: geringe of nog
                                onbekende kans op het aantreffen van archeologische resten en/of
                                sporen;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al><cursief><onderstreept>gemeentelijke archeologische
                                        beleidsadvieskaart</onderstreept></cursief>: topografische
                                kaart van het gemeentelijk grondgebied, waarop Archeologisch
                                Waardevolle Gebieden (AWG) en Archeologische Waardevolle
                                Verwachtingsgebieden (AWV) zijn aangegeven met uitvoeringsgerichte
                                beleidsadviezen behorende bij de archeologische paragraaf van het
                                bestemmingsplan:</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al><cursief><onderstreept>archeologisch waardevol
                                        gebied(AWG)</onderstreept></cursief>: beschermd
                                rijksmonument of archeologisch monument of archeologische vindplaats
                                of historische structuur of gemeentelijk monument;</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al><cursief><onderstreept>archeologisch waardevol verwachtingsgebied
                                        (AWV)</onderstreept></cursief>: archeologisch
                                verwachtingsgebied;</al></lid><lid><lidnr>r.</lidnr><al><cursief><onderstreept>plan van aanpak</onderstreept></cursief>:
                                plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals
                                omschreven in het Programma van Eisen denkt te gaan
                                beantwoorden;</al></lid><lid><lidnr>s.</lidnr><al><cursief><onderstreept>programma van eisen</onderstreept></cursief>:
                                programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders
                                worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch
                                onderzoek</al></lid><lid><lidnr>t.</lidnr><al><cursief><onderstreept>bevoegd gezag</onderstreept></cursief>:
                                bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></lid><lid><lidnr>u.</lidnr><al><cursief><onderstreept>het college</onderstreept></cursief>: het
                                college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Bronckhorst;</al></lid><lid><lidnr>v.</lidnr><al><cursief><onderstreept>vergunning</onderstreept></cursief>: een
                                omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></lid><lid><lidnr>w.</lidnr><al><cursief><onderstreept>Wabo</onderstreept></cursief>: Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
                                    een object aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
                                    het college advies aan de geïntegreerde commissie
                                    welstand/monumenten.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op
                                    grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
                                    aangewezen op grond van de monumentenverordening van de
                                    provincie Gelderland</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorbescherming </titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als
                            bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument
                            niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 12 van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geïntegreerde commissie welstand/monumenten adviseert
                                    schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van
                                    het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies
                                    van de geïntegreerde commissie welstand/monumenten, maar in
                                    ieder geval binnen 28 weken na de adviesaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst. </al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke
                                    aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding
                                    en een beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende
                                    de aanwijzing wijzigen.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn
                                    van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                    ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing,
                                    als bedoeld in lid 2, achterwege.</al></li><li nr="4."><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                    lid, en artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien
                                    toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988
                                    of aan de monumentenverordening van de provincie
                                    Gelderland.</al></li><li nr="3."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                    geregistreerd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bdoeld in artikel 1,
                                onder a, sub1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1 en sub 2 door verwaarlozing en gebrek aan onderhoud
                                in een dusdanige staat te brengen dat de monumentale kwaliteiten
                                worden aangetast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, in strijd met de bij de vergunning vastgestelde
                                        voorschriften te wijzigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het tweede lid en de vergunningplicht als
                                bedoeld in het derde lid, gelden niet indien het college nadere
                                regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen
                                te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan voorschrijven dat de aanvrager van een vergunning
                                als bedoeld in het tweede lid nader onderzoek moet verrichten, zoals
                                een bouwhistorisch onderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor
                                een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                                gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de geïntegreerde commissie welstand/monumenten voor advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt
                                het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in
                                    artikel 10 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Rijksmonument</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                    ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument
                                    aan de geïntegreerde commissie welstand/monumenten.</al></li><li nr="2."><al>De geïntegreerde commissie welstand/monumenten adviseert
                                    schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van
                                    verzending van het afschrift.</al></li><li nr="3."><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn
                                    wordt de geïntegreerde commissie welstand/monumenten geacht
                                    geadviseerd te hebben.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Gemeentelijk stads- en dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk stads- of dorpsgezicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een dorpsgezicht aanwijzen als een gemeentelijk
                                    stads- of dorpsgezicht en het college kan een zodanige
                                    aanwijzing wijzigen of intrekken.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college over de aanwijzing, wijziging of intrekking
                                    een besluit neemt, vraagt het college advies aan de
                                    geïntegreerde commissie welstand/monumenten.</al></li><li nr="3."><al>Het college brengt de gemeenteraad in kennis van het besluit tot
                                    aanwijzing, wijziging of intrekking van een gemeentelijk stads-
                                    en dorpsgezicht.</al></li><li nr="4."><al>Een overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de
                                    Monumentenwet 1988 aangewezen stads- of dorpsgezicht wordt niet
                                    aangewezen als een gemeentelijk dorpsgezicht.</al></li><li nr="5."><al>De aanwijzing als gemeentelijk dorpsgezicht wordt geacht te zijn
                                    ingetrokken indien het gemeentelijk stads- en dorpsgezicht wordt
                                    aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de
                                    Monumentenwet 1988.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college registreert het gemeentelijk stads- en dorpsgezicht
                                    op de gemeentelijke Monumentenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke
                                    aanduiding, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en
                                    de redengevende omschrijving van het gemeentelijk stads- of
                                    dorpsgezicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Bestemmingsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt ter bescherming van een gemeentelijk
                                    stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in
                                    de Wet op de ruimtelijke ordening.</al></li><li nr="2."><al>Bij het voorstel tot aanwijzing van het beschermde stads- of
                                    dorpsgezicht wordt door het college bepaald in hoeverre geldende
                                    bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige
                                    lid kunnen worden aangemerkt.</al></li><li nr="3."><al>Voordat het college de gemeenteraad een voorstel doet voor
                                    vaststelling van een bestemmingsplan in de zin van lid 1 vraagt
                                    het college advies aan de geïntegreerde commissie
                                    welstand/monumenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht is het verboden een
                                bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking
                                van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag
                                (sloopvergunning).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
                                zonder vergunning van het college of in strijd met de bij zodanige
                                vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwwerken te plaatsen, op te richten, geheel of
                                        gedeeltelijk af te breken of te verplaatsen of in enig
                                        opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een wijze waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt
                                        ontsierd of in gevaar gebracht;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen
                                        straten, wegen, pleinen, wateren, bomen en erfafscheidingen
                                        te wijzigen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een
                                aanschrijving van het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De artikelen 21 en 22 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
                                zijn van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Aanwijzing archeologisch waardevol (verwachtings) gebied</titel></kop><al>Het college stelt een archeologische beleidskaart vast, die dient als
                            basis voor:</al><lijst><li nr="a."><al>deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>vast te stellen bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 38a
                                    van de Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="c."><al>aanwijzing van gemeentelijke monumenten als bedoeld in artikel 1
                                    onder a, sub 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel
                                1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld
                                in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 40 cm onder de
                                oppervlakte te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstoring betreft in een Archeologisch Waardevol
                                        (Verwachtings)gebied als aangegeven op de gemeentelijke
                                        archeologische beleidsadvieskaart en waarbij die verstoring
                                        plaatsvindt:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>° in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde
                                        en het te verstoren gebied kleiner is dan 5000 m2, of;</al></li><li nr=""><al>° in een gebied met een middelhoge archeologische
                                        verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan
                                        1000 m2, of;</al></li><li nr=""><al>° in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde
                                        en het te verstoren gebied kleiner is dan 250 mz, of;</al></li><li nr=""><al>° in een gebied met een historische structuur en het te
                                        verstoren gebied kleiner is dan 50 m2.</al></li><li nr=""><al>° in een gebied met AMK-terreinen en het te verstoren
                                        AMK-terrein kleiner is dan 50 m2</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        omtrent de archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="d."><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                        uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
                                        als bedoeld in het eerste lid en aangegeven op de
                                        gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart.</al></li><li nr="e."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
                                        van het te verstoren terrein naar het oordeel van
                                        burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld
                                        en waaruit blijkt dat:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>° het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate
                                        kan worden geborgd; of</al></li><li nr=""><al>° de archeologische waarden door de verstoring niet
                                        onevenredig worden geschaad; of</al></li><li nr=""><al>° in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                        zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Bronckhorst onderzoek
                                wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin
                                van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de
                                overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college een Programma van Eisen vast te stellen als
                                        bedoeld in artikel 1 onder r van deze verordening, waarbij
                                        nadere regels worden gesteld ten aanzien van het
                                        onderzoek.</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een Plan van
                                        Aanpak als bedoelt in artikel 1 onder q van deze verordening
                                        ter goedkeuring aan het college te overleggen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het Plan van
                                Aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het Plan van Aanpak aan het Programma van
                                Eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het college advies
                                aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de archeologische
                                monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 van deze verordening zijn van
                            overeenkomstige toepassing op de bepalingen uit artikel 19, tweede lid,
                            onder e, en artikel 20, eerste lid, onder b van deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid
                            te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat
                            tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het college een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het college verbonden aan een vergunning
                                    als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 19, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 20, tweede lid, tweede
                                    volzin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met de artikelen 10, 19 en 20, eerste lid,
                            onder b van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de
                            tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De op grond van de ingetrokken de Erfgoedverordening 2010
                                    gemeente Bronckhorst aangewezen en geregistreerde gemeentelijke
                                    monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn
                                    overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend vóór de
                                    inwerkingtreding van de Erfgoedverordening 2013 gemeente
                                    Bronckhorst worden afgehandeld volgens de bepalingen van de
                                    Erfgoedverordening 2010 gemeente Bronckhorst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Erfgoedverordening 2013 gemeente
                            Bronckhorst’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Bronckhorst in zijn openbare
                        vergadering van 11 juli 2013,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>M.van der Leur</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.A.J. Aalderink</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Bronckhorst/i226567.pdf">Artikelsgewijze toelichting behorende bij Erfgoedverordening</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>