<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300799_1</dcterms:identifier><dcterms:title>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENSCHAP BUSINESSPARK VENLO</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Horst aan de Maas</dcterms:creator><dcterms:modified>2006-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Horst aan de Maas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling Bedrijvenschap Businesspark Venlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze gemeenschappelijke regeling is opgeheven bij besluiten van de raden en colleges van de in de gemeenschappelijke regeling genoemde deelnemende gemeenten.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENSCHAP BUSINESSPARK VENLO</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                        Venlo, Venray, Helden, Horst aan de Maas en Gennep,</al><al/><al>overwegende:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>het raadsbesluit van 9 juli 2003, waarin werd besloten over te gaan
                                tot een gezamenlijke exploitatie van het bedrijvenpark TPN (thans
                                aangeduid als Businesspark Venlo) na toewijzing van de Floriade aan
                                de Regio Venlo</al></li><li nr="-"><al>dat het voor de gezamenlijke exploitatie van het Businesspark Venlo
                                noodzakelijk is een nieuwe juridische rechtsvorm in het leven te
                                roepen</al></li><li nr="-"><al>daarvoor adviezen zijn ingewonnen over de mogelijke
                                samenwerkingsvormen en de fiscaal juridische gevolgen bij Twynstra
                                Gudde (dd. 27 april 2005) en KPMG Meijburg &amp; Co (dd. 28 april
                                2005)</al></li></lijst><al/><al>besluiten:</al><al/><al>ieder, voorzover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, de
                        gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Businesspark Venlo vast te
                        stellen volgens de navolgende bepalingen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>I BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lijst><li nr="1.1"><al>Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>"de regeling": deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b)"><al>het "bedrijvenschap": het openbaar lichaam als bedoeld
                                            in artikel 2 van deze regeling;</al></li><li nr="c)"><al>"bedrijfsterreinen": de door de grondgebiedgemeente
                                            aangewezen gronden, onder meer bestemd voor bedrijfs- en
                                            handelsdoeleinden met bijbehorende kantoren, wegen,
                                            water, parkeerterreinen e.d.;</al></li><li nr="d)"><al>"college": een college van burgemeester en wethouders
                                            van een deelnemende gemeente;</al></li><li nr="e)"><al>"deelnemende gemeente": de aan deze gemeenschappelijke
                                            regeling deelnemende gemeenten, te weten Venlo, Venray,
                                            Helden, Horst aan de Maas en Gennep;</al></li><li nr="f)"><al>"exploitatiebegroting": de meerjarige
                                            bouwgrondexploitatiebegroting als bedoeld in artikel
                                            14.2;</al></li><li nr="g)"><al>"gedeputeerde staten": gedeputeerde staten van de
                                            provincie Limburg;</al></li><li nr="h)"><al>grondgebiedgemeente: de gemeente binnen wier grenzen het
                                            bedrijvenschap is gelegen.</al></li></lijst></li><li nr="1.2"><al>De grondgebiedgemeente is de gemeente Venlo.</al></li><li nr="1.3"><al>Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                    andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                    worden verklaard, wordt, indien in die artikelen wordt gesproken
                                    van gemeente, raad, college of burgemeester, daarvoor gelezen
                                    bedrijvenschap, algemeen bestuur, dagelijks bestuur
                                    respectievelijk voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>II HET RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEND LICHAAM</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="2.1"><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd <vet>Bedrijvenschap
                                        Businesspark Venlo</vet>. Het is gevestigd te Venlo.</al></li><li nr="2.2"><al>Het grondgebied van het bedrijvenschap omvat het gebied zoals
                                    aangegeven op de als <vet>bijlage </vet><vet>1</vet> aangehechte
                                    kaart. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Het bestuur van het bedrijvenschap bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>III TAAK VAN HET BEDRIJVENSCHAP</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="4.1"><al>Het bedrijvenschap heeft tot taak het Businesspark Venlo aan te
                                    leggen en te exploiteren, waaronder alles begrepen wat met deze
                                    aanleg en exploitatie samenhangt.</al><al/></li><li nr="4.2"><al>Het bedrijvenschap zal bij de uitvoering van zijn taak in
                                    beginsel gebruikmaken van diensten, die door de deelnemende
                                    gemeenten tegen kostendekkend tarief worden aangeboden, voor
                                    rekening van het bedrijvenschap.</al><al/></li><li nr="4.3"><al>Ten behoeve van de in het eerste lid vermelde taak kan het
                                    bedrijvenschap één of meer rechtspersonen oprichten en/of
                                    deelnemen in één of meer bestaande dan wel te vormen
                                    rechtspersonen, al dan niet met als doel bedrijfsgebouwen te
                                    stichten en/of te exploiteren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>IV ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="5.1"><al>Het algemeen bestuur bestaat uit 2 leden per deelnemende
                                        gemeente, aangewezen door de raden van de deelnemende
                                        gemeenten. Als lid van het algemeen bestuur kunnen slechts
                                        worden aangewezen leden van het college van burgemeester en
                                        wethouders van de betrokken gemeenten.</al><al/></li><li nr="5.2"><al>Ieder lid van het algemeen bestuur heeft een op gelijke
                                        wijze aangewezen plaatsvervanger.</al><al/></li><li nr="5.3"><al>De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur
                                        geschiedt voor een periode van vier jaar en vindt plaats
                                        binnen vier weken nadat gemeenteraadsverkiezingen zijn
                                        gehouden en de colleges van de deelnemende gemeenten zijn
                                        gevormd.</al><al/></li><li nr="5.4"><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van
                                        rechtswege op het moment, dat het lid de hoedanigheid van
                                        lid van het college van burgemeester en wethouders
                                        verliest.</al><al/></li><li nr="5.5"><al>De leden van het algemeen bestuur treden tegelijk af op de
                                        dag waarop de nieuw gekozen leden van het algemeen bestuur
                                        in functie treden.</al><al/></li><li nr="5.6"><al>Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen
                                        bestuur vacant komt wijst de Raad van de betrokken gemeente
                                        in zijn eerst volgende vergadering een nieuw lid aan.</al><al/></li><li nr="5.7"><al>Het lid, dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd
                                        van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen
                                        bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop
                                        degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten
                                        aftreden.</al><al/></li><li nr="5.8"><al>De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde
                                        ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter ,
                                        alsmede het college dat hen heeft aangewezen, op de hoogte.
                                        Leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen,
                                        worden vervangen door hun plaatsvervanger totdat in hun
                                        opvolging is voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lijst><li nr="6.1"><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar
                                        met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur
                                        van een der deelnemende gemeenten aangesteld of daaraan
                                        ondergeschikt, met uitzondering van onderwijzend personeel,
                                        van ambtenaren van de burgerlijke stand of van hen, die als
                                        vrijwilliger niet bij wijze van beroep hulpdiensten
                                        verrichten. Met ambtenaar worden gelijkgesteld zij, die in
                                        dienst van een van de deelnemende gemeente op
                                        arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam
                                        zijn.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lijst><li nr="7.1"><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 heeft het
                                        algemeen bestuur alle bevoegdheid die niet in of ingevolge
                                        de regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter is
                                        opgedragen.</al><al/></li><li nr="7.2"><al>Bij de uitoefening van deze bevoegdheden zijn de bij de
                                        Gemeentewet voor de raad van een gemeente gestelde
                                        bepalingen zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                        toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Verordeningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lijst><li nr="8.1"><al>Het algemeen bestuur is bevoegd voor het grondgebied van het
                                        bedrijvenschap en ter behartiging van de belangen die
                                        voortvloeien uit de in artikel 4 bedoelde taak verordeningen
                                        vast te stellen, te handhaven door strafbepalingen of
                                        bestuursdwang.</al><al/></li><li nr="8.2"><al>Het algemeen bestuur kan in deze verordeningen het dagelijks
                                        bestuur bevoegd verklaren nadere regels te stellen met
                                        betrekking tot bepaalde in de verordening aangewezen
                                        onderwerpen.</al><al/></li><li nr="8.3"><al>De afkondiging van deze verordeningen vindt plaats op de
                                        wijze als aangegeven in de Gemeentewet.</al><al/></li><li nr="8.4"><al>Binnen de grenzen van artikel 30 Wet gemeenschappelijke
                                        regelingen is het algemeen bestuur bevoegd belastingen te
                                        heffen.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="9.1"><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal
                                        en voorts zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur
                                        dit nodig oordelen, dan wel tenminste twee leden dit onder
                                        opgave van redenen schriftelijk verzoeken.</al><al/></li><li nr="9.2"><al>De artikelen 19, 20, 22, 26 en 28 van de Gemeentewet zijn
                                        van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de in
                                        artikel 19 bedoelde openbare kennisgeving op verzoek van de
                                        voorzitter tevens geschiedt door de burgemeesters van de
                                        deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.</al><al/></li><li nr="9.3"><al>De vergaderingen zijn openbaar. De deuren worden gesloten,
                                        wanneer tenminste twee van de aanwezige leden daarom
                                        verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen
                                        bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden
                                        vergaderd.</al><al/></li><li nr="9.4"><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een
                                        reglement van orde vast.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Besluitvorming en zeggenschap</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="10.1"><al>De vertegenwoordigers van een deelnemende gemeente nemen
                                        tezamen één standpunt in, ongeacht het aantal aanwezige
                                        vertegenwoordigers.</al><al/></li><li nr="10.2"><al>Besluiten worden op basis van gewone meerderheid van stemmen
                                        genomen.</al><al/></li><li nr="10.3"><al>Besluiten kunnen alleen worden genomen in een vergadering,
                                        waarin elk van de deelnemende gemeenten is
                                        vertegenwoordigd.</al><al/></li><li nr="10.4"><al>Indien een deelnemende gemeente in een vergadering niet is
                                        vertegenwoordigd, roept de voorzitter een nieuwe vergadering
                                        bijeen onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In die
                                        vergadering kunnen met inachtneming van het bepaalde sub
                                        10.2 besluiten worden genomen, ongeacht of aan het bepaalde
                                        bij artikel 10.3 is voldaan.</al><al/></li><li nr="10.5"><al>De stem- en zeggenschapsverhoudingen tussen de deelnemende
                                        gemeenten zijn afgeleid van het gemeentelijk inwonertal in
                                        het jaar 2004 op basis van gegevens van het Centraal Bureau
                                        voor de Statistiek. De stem van de gemeente Venlo komt
                                        overeen met 46,9% van de stemmen, de stem van de gemeente
                                        Venray komt overeen met 19.9% van de stemmen, de stem van de
                                        gemeente Horst aan de Maas komt overeen met 14,7% van de
                                        stemmen, de stem van de gemeente Helden komt overeen met
                                        10,0% van de stemmen en de stem van de gemeente Gennep komt
                                        overeen met 8,5% van de stemmen.</al><al/></li><li nr="10.6"><al>De stem- en zeggenschapsverhoudingen worden gedurende de
                                        looptijd niet gewijzigd, met inachtneming van het bepaalde
                                        bij artikel 10.7.</al><al/></li><li nr="10.7"><al> In het geval bij één of meerdere van de deelnemende
                                        gemeenten een gemeentelijke herindeling wordt doorgevoerd,
                                        worden de stem- en zeggenschapsverhoudingen
                                        dienovereenkomstig aangepast. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lijst><li nr="11.1"><al>Het algemeen bestuur brengt aan de raden van de deelnemende
                                        gemeenten ter kennis de besluiten betreffende:</al></li><li nr="a."><al>de begroting en de rekening met de daarbij behorende
                                        stukken;</al></li><li nr="b."><al>verordeningen, als bedoeld in artikel 8;</al></li><li nr="c."><al>het reglement van orde, als bedoeld in artikel 9.4.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>V DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="12.1"><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden en wordt
                                        gevormd door de leden van het algemeen bestuur die behoren
                                        tot de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                        deelnemende gemeenten.</al><al/></li><li nr="12.2"><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter
                                        van het dagelijks bestuur.</al><al/></li><li nr="12.3"><al>Indien een plaats in het dagelijks bestuur openvalt door
                                        ontslag, overlijden of anderszins, wordt de vacature
                                        waargenomen door de voor dit lid aangewezen plaatsvervanger.
                                        De deelnemende gemeente, die het betreffende lid heeft
                                        aangewezen, voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                        vacature.</al><al/></li><li nr="12.4"><al>De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van
                                        aftreden van de leden van het algemeen bestuur.</al><al/></li><li nr="12.5"><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen
                                        bestuur worden ontslagen, indien dit lid niet langer het
                                        vertrouwen geniet van het algemeen bestuur. In dat geval
                                        eindigt tevens het lidmaatschap van het algemeen bestuur. De
                                        artikelen 49 en 50 van de gemeentewet zijn van
                                        overeenkomstige toepassing.</al><al/></li><li nr="12.6"><al>Degene, die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn,
                                        houdt daarmee tevens op lid van het dagelijks bestuur te
                                        zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lijst><li nr="13.1"><al>De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde als
                                        zodanig ontslag nemen.</al><al/></li><li nr="13.2"><al>Het nemen van ontslag geschiedt door schriftelijke
                                        kennisgeving aan de voorzitter.</al><al/></li><li nr="13.3"><al>Artikel 12.3 is in dit geval van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><lijst><li nr="14.1"><al>Aan het dagelijks bestuur is, behalve hetgeen elders in de
                                        regeling is bepaald, opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van hetgeen in het algemeen bestuur
                                                ter overweging en beslissing moet worden
                                                gebracht;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen
                                                bestuur, waaronder begrepen de uitvoering van het
                                                sub 14.3 bedoelde jaarwerkplan;</al></li><li nr="c."><al>het afkondigen van de besluiten, waarvan de
                                                afkondiging bij de wet of bij besluit van het
                                                algemeen bestuur is voorgeschreven;</al></li><li nr="d."><al>het beheren van de inkomsten en uitgaven van het
                                                bedrijvenschap;</al></li><li nr="e."><al>het toezicht op het beheer en het onderhoud van alle
                                                werken, inrichtingen en eigendommen van het
                                                bedrijvenschap;</al></li><li nr="f."><al>het vaststellen van de plannen en voorwaarden van
                                                aanbesteding of uitvoering van de werken en
                                                leverantiën ten behoeve van het bedrijvenschap,
                                                waarvan de vaststelling het algemeen bestuur niet
                                                aan zich heeft voorbehouden;</al></li><li nr="g."><al>het nemen van alle conservatoire en/of spoedeisende
                                                maatregelen in en buiten rechte en het doen wat
                                                nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van
                                                recht of bezit;</al></li><li nr="h."><al>het houden van toezicht op al hetgeen het
                                                bedrijvenschap aangaat.</al></li></lijst></li><li nr="14.2"><al>Het algemeen bestuur stelt een meerjarige
                                        bouwgrondexploitatiebegroting vast, waartoe het dagelijks
                                        bestuur een voorstel doet. De exploitatiebegroting wordt
                                        bijgesteld en geactualiseerd zodra zulks nodig en mogelijk
                                        is.</al><al/></li><li nr="14.3"><al>Het algemeen bestuur stelt jaarlijks een werkplan vast,
                                        waartoe het dagelijks bestuur een voorstel doet.</al><al/></li><li nr="14.4"><al>De bevoegdheid tot het nemen van nadere besluiten ter
                                        uitvoering van het werkplan behoort aan het DB, voorzoveel
                                        deze besluiten blijven binnen de grenzen van het werkplan en
                                        de begroting.</al><al/></li><li nr="14.5"><al>Het algemeen bestuur kan te allen tijde, hetzij op voorstel
                                        van het dagelijks bestuur hetzij op eigen initiatief, een
                                        werkplan tussentijds wijzigen.</al><al/></li><li nr="14.6"><al>Besluiten en/of maatregelen als bedoeld sub 14.1 onder g.
                                        worden in de eerstvolgende vergadering van het algemeen
                                        bestuur ter bekrachtiging voorgelegd aan het algemeen
                                        bestuur.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Werkwijze en besluitvorming</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><lijst><li nr="15.1"><al> Het dagelijks bestuur kan slechts beraadslagen en besluiten
                                        in een vergadering, waarin alle leden aanwezig of
                                        vertegenwoordigd zijn.</al><al/></li><li nr="15.2"><al> Besluiten worden op basis van gewone meerderheid van
                                        stemmen genomen.</al><al/></li><li nr="15.3"><al> Indien niet alle leden aanwezig zijn, belegt de voorzitter
                                        een nieuwe vergadering op een termijn van tenminste zeven
                                        dagen. De oproepingsbriefjes voor deze vergadering vermelden
                                        de te behandelen zaken. In deze vergadering wordt een
                                        besluit genomen door de dan aanwezige leden.</al><al/></li><li nr="15.4"><al> Voor de stem- en zeggenschapsverhoudingen in het dagelijks
                                        bestuur geldt het bepaalde in artikel 10.5 t/m 10.7. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VI INFORMATIE EN VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><lijst><li nr="16.1"><al> Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan
                                    de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door
                                    een raad worden gevraagd.</al><al/></li><li nr="16.2"><al> Het dagelijks bestuur en een of meer leden daarvan geven aan
                                    het algemeen bestuur of aan een of meer leden daarvan de
                                    gevraagde inlichtingen dan wel leggen verantwoording af, indien
                                    daartoe geroepen door het algemeen bestuur.</al><al/></li><li nr="16.3"><al> Het geven van inlichtingen en het afleggen van verantwoording
                                    gebeurt op de in de deelnemende gemeente gebruikelijke
                                    wijze.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VII VOORZITTER EN SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 - Voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="17.1"><al> Het algemeen bestuur wijst als voorzitter aan het lid dat
                                    behoort tot het college van burgemeester en wethouders van de
                                    grondgebiedgemeente.</al><al/></li><li nr="17.2"><al> De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen en het dagelijks bestuur en draagt ervoor zorg, dat
                                    de besluiten naar behoren worden uitgevoerd.</al><al/></li><li nr="17.3"><al> Hij vertegenwoordigt het bedrijvenschap in en buiten rechte.
                                    Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde
                                    schriftelijk opdragen.</al><al/></li><li nr="17.4"><al> Het AB benoemt een lid van het DB tot plaatsvervangend
                                    voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 - Secretaris</titel></kop><lijst><li nr="18.1"><al> Op voordracht van de grondgebiedgemeente benoemt het algemeen
                                    bestuur een secretaris, die tevens fungeert als secretaris van
                                    het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur is bevoegd de
                                    secretaris te schorsen of te ontslaan.</al><al/></li><li nr="18.2"><al> Indien het algemeen bestuur een voorgedragen kandidaat niet
                                    benoemt dan wel een secretaris ontslaat, draagt de
                                    grondgebiedgemeente een andere kandidaat voor.</al><al/></li><li nr="18.3"><al> De secretaris maakt geen deel uit van het algemeen bestuur en
                                    van het dagelijks bestuur.</al><al/></li><li nr="18.4"><al> Het algemeen bestuur kan een plaatsvervangend secretaris
                                    benoemen. Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al><al/></li><li nr="18.5"><al> De secretaris c.q. zijn plaatsvervanger staan het dagelijks
                                    bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak
                                    terzijde. Het dagelijks bestuur kan in een instructie nadere
                                    regels vaststellen over de taak en de bevoegdheden van de
                                    secretaris. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><lijst><li nr="19.1"><al>De voorzitter en de secretaris of hun plaatsvervanger
                                    ondertekenen de stukken, die van het algemeen en van het
                                    dagelijks bestuur uitgaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VIII DIRECTIE EN OVERIG PERSONEEL</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><lijst><li nr="20.1"><al> Op voordracht van de grondgebiedgemeente benoemt het dagelijks
                                    bestuur een directeur, gehoord het algemeen bestuur.</al><al/></li><li nr="20.2"><al> Op voordracht van de grondgebiedgemeente benoemt het dagelijks
                                    bestuur een administrateur, gehoord het algemeen bestuur.</al><al/></li><li nr="20.3"><al> Indien het dagelijks bestuur een voorgedragen kandidaat niet
                                    benoemt of later ontslaat, draagt de betrokken gemeente een
                                    andere kandidaat voor.</al><al/></li><li nr="20.4"><al> De directeur en de administrateur kunnen niet zijn lid van het
                                    algemeen bestuur noch secretaris of plaatsvervangend secretaris
                                    van het algemeen bestuur.</al><al/></li><li nr="20.5"><al> Het dagelijks bestuur stelt de taken en bevoegdheden van de
                                    directeur en de administrateur vast.</al><al/></li><li nr="20.6"><al> Het dagelijks bestuur kan naar behoeven binnen het daartoe
                                    vastgestelde budget ondersteunend personeel aanstellen.</al><al/></li><li nr="20.7"><al> In de regel worden in de functies van secretaris, directeur,
                                    administrateur en ondersteunend personeel slechts ambtenaren van
                                    de deelnemende gemeenten benoemd op basis van detachering. Met
                                    de betrokken gemeente wordt een regeling getroffen omtrent de
                                    vergoeding voor en de beëindiging van de detachering.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>IX VERGOEDINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><lijst><li nr="21.1 "><al>De leden van het algemeen en dagelijks bestuur kunnen op
                                    jaarbasis een tegemoetkoming in reis- en verblijfskosten
                                    ontvangen, vast stellen door het algemeen bestuur.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>X FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22 - Administratie</titel></kop><lijst><li nr="22.1"><al> Het algemeen bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de
                                    organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer
                                    van het bedrijvenschap. Het betreft de verordening ex artikel
                                    212 van de gemeentewet. De verordening 212 wordt binnen twee
                                    weken na vaststelling ter kennisgeving aan gedeputeerde staten
                                    gezonden.</al><al/></li><li nr="22.2"><al> Het algemeen bestuur stelt regels vast voor de controle op het
                                    financieel beheer en op de inrichting van de financiële
                                    organisatie. Deze regels dienen te waarborgen dat de
                                    rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting
                                    van de financiële organisatie wordt getoetst. Het betreft de
                                    verordening ex artikel 213 van de gemeentewet. De verordening
                                    213 wordt binnen twee weken na vaststelling ter kennisgeving aan
                                    gedeputeerde staten gezonden.</al><al/></li><li nr="22.3"><al> Het algemeen bestuur wijst een accountant aan als bedoeld in
                                    artikel 213 Gemeentewet en in artikel 393 lid 1 van Boek 2 van
                                    het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de
                                    jaarrekening en het daarbij verstrekken van een
                                    accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van de
                                    bevindingen.</al><al/></li><li nr="22.4"><al> Op de accountantsverklaring en het verslag van de bevindingen
                                    is artikel 213 lid 3 t/m 5 van de Gemeentewet van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 – Begroting</titel></kop><lijst><li nr="23.1"><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 1 maart een
                                    ontwerp-begroting met de daarbij behorende toelichting op voor
                                    het daarop volgende jaar.</al><al/></li><li nr="23.2"><al>De ontwerp-begroting wordt zes weken voordat zij aan het
                                    algemeen bestuur wordt aangeboden, toegezonden aan de raden van
                                    de deelnemende gemeenten; artikel 190, lid 2 en 3 van de
                                    Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De raden van de
                                    deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun
                                    zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het
                                    dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is
                                    vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen
                                    bestuur wordt aangeboden.</al><al/></li><li nr="23.3"><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli
                                    van het jaar voorafgaande aan het jaar, waarvoor de begroting
                                    moet dienen.</al><al/></li><li nr="23.4"><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na
                                    vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde
                                    staten en, zo nodig, aan de raden van de deelnemende gemeenten,
                                    die terzake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren
                                    kunnen brengen.</al><al/></li><li nr="23.5"><al>Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde
                                    in het tweede en vierde lid van dit artikel van overeenkomstige
                                    toepassing.</al><al/></li><li nr="23.6"><al>Van het bepaalde in het vijfde lid kan worden afgeweken ten
                                    aanzien van begrotingswijzigingen die</al><lijst><li nr="a."><al>het totaalbedrag van een begrotingsprogramma niet
                                            aantasten;</al></li><li nr="b."><al>geen afwijking inhouden van het te voeren algemeen en
                                            financieel beleid.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>Jaarrekening</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24</titel></kop><lijst><li nr="24.1"><al> Van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de inkomsten en
                                    uitgaven van het samenwerkingsverband wordt door het dagelijks
                                    bestuur over het verstreken kalenderjaar verantwoording gedaan
                                    aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de jaarrekening
                                    met toelichting, die in overeenstemming is met de in artikel
                                    22.2 bedoelde regelen.</al><al/></li><li nr="24.2"><al> Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar
                                    uiterlijk 1 juli van het jaar, volgende op het jaar waarop de
                                    jaarrekening betrekking heeft, vast.</al><al/></li><li nr="24.3"><al> De rekening wordt binnen twee weken na vaststelling doch
                                    uiterlijk 15 juli aan gedeputeerde staten gezonden.</al><al/></li><li nr="24.4"><al> De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur
                                    tot décharge, behoudens indien later valsheid in geschrifte of
                                    andere onregelmatigheden mochten komen vast te staan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><lijst><li nr="25.1"><al>Het algemeen bestuur beslist of een batig slot van de rekening
                                    van lasten en baten geheel of gedeeltelijk</al></li><li nr="a."><al>zal worden toegevoegd aan de reserve, dan wel</al></li><li nr="b."><al>aan de deelnemende gemeenten zal worden uitgekeerd.</al><al/></li><li nr="25.2"><al>Het algemeen bestuur beslist of een nadelig slot van de rekening
                                    van lasten en baten geheel of gedeeltelijk</al></li><li nr="a."><al>ten laste van de bestaande reserve zal worden afgeschreven, dan
                                    wel</al></li><li nr="b."><al>ten laste van de deelnemende gemeenten zal worden gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 – Risicoverdeling</titel></kop><lijst><li nr="26.1"><al>De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor het
                                    financiele exploitatieresultaat van het bedrijvenschap. De
                                    risicoverdeling is gebaseerd op het inwonertal van de
                                    deelnemende gemeenten in het jaar 2004 volgens het Centraal
                                    Bureau voor de Statistiek. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>XI INBRENG VAN GRONDEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 27</titel></kop><lijst><li nr="27.1"><al> Het algemeen bestuur stelt vast, of en wanneer het nodig is,
                                    dat het bedrijvenschap percelen van het gebied, bedoeld in
                                    artikel 2.2, in eigendom verkrijgt.</al><al/></li><li nr="27.2"><al> Indien de grondgebiedgemeente de eigendom heeft van de
                                    desbetreffende percelen op het tijdstip, als bedoeld in het
                                    eerste lid, draagt zij die aan het bedrijvenschap over tegen een
                                    nader overeen te komen vergoeding.</al><al/></li><li nr="27.3"><al> Indien de grondgebiedgemeente geen eigenaar van de
                                    desbetreffende percelen is, verricht het bestuur van het
                                    bedrijvenschap al hetgeen ter verkrijging van de eigendom nodig
                                    is.</al><al/></li><li nr="27.4"><al> Blijkt in een zodanig geval dat de eigendom slechts door middel
                                    van onteigening kan worden verkregen, dan neemt de
                                    grondgebiedgemeente, na een daartoe strekkend verzoek van het
                                    bestuur van het bedrijvenschap, de maatregelen, die nodig zijn
                                    om de eigendom van die percelen te verwerven. Na verwerving
                                    wordt de grond overgedragen aan het bedrijvenschap op de wijze
                                    als hiervoor sub 27.2 is voorzien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>XII ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28</titel></kop><lijst><li nr="28.1"><al> De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit
                                    voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften, voor zover deze
                                    betrekking hebben de archiefbescheiden van gemeenten, zijn
                                    overeenkomstig van toepassing op het openbaar lichaam.</al><al/></li><li nr="28.2"><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de
                                    archiefbescheiden.</al><al/></li><li nr="28.3"><al>Het dagelijks bestuur wijst de functionaris aan die belast is
                                    met het beheer van archiefbescheiden, overeenkomstig de regels
                                    die hiervoor gelden voor de grondgebiedgemeente.</al><al/></li><li nr="28.4"><al>De gemeentearchivaris van de grondgebiedgemeente oefent
                                    overeenkomstig de voor hem vastgestelde regels toezicht uit op
                                    het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze bescheiden
                                    niet zijn overgebracht naar de in het vijfde lid bedoelde
                                    archiefbewaarplaats.</al><al/></li><li nr="28.5"><al>De archiefbescheiden, bedoeld in artikel 5, eerste lid van de
                                    Archiefwet 1995, worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats
                                    van de grondgebiedgemeente.</al><al/></li><li nr="28.6"><al>Bij opheffing van het openbaar lichaam worden de
                                    archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat
                                    overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de
                                    grondgebiedgemeente .</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>XIII GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 29</titel></kop><lijst><li nr="29.1"><al> Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen, de beslissing van gedeputeerde
                                    staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil
                                    voor aan een commissie van goede diensten.</al><al/></li><li nr="29.2"><al> De commissie bestaat uit drie personen, die gezamenlijk worden
                                    aangewezen door de deelnemende gemeenten. Wordt dienaangaande
                                    geen overeenstemming bereikt, dan wordt aan de commissaris der
                                    Koningin van de provincie Limburg verzocht deze personen aan te
                                    wijzen.</al><al/></li><li nr="29.3"><al> De commissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.</al><al/></li><li nr="29.4"><al> De commissie brengt binnen drie maanden advies uit over de
                                    mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>XIV OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 30</titel></kop><lijst><li nr="30.1"><al>In afwijking van artikel 5.3 geschiedt de aanwijzing van de
                                    leden van het algemeen bestuur voor de eerste keer binnen een
                                    maand na datum van inwerkingtreding van deze regeling. De
                                    zittingsperiode eindigt op de dag, waarop ingevolge artikel 5.3
                                    de leden van het algemeen bestuur worden aangewezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31</titel></kop><lijst><li nr="31.1"><al> De regeling wordt aangegaan voor een periode van twintig jaar.
                                    De regeling kan tussentijds worden beëindigd dan wel voor een
                                    bepaalde periode worden verlengd krachtens een gezamenlijk
                                    besluit daartoe van de deelnemende gemeenten.</al><al/></li><li nr="31.2"><al> Indien de deelnemende gemeenten hebben besloten tot
                                    beëindiging, besluit het algemeen bestuur tot ontbinding en
                                    vereffening. Het algemeen bestuur stelt alsdan een
                                    liquidatieplan op, dat voorziet in de verplichting van de
                                    deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële en
                                    personele gevolgen van de opheffing van de regeling op de wijze
                                    en volgens de regelen als in de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen voorzien en met inachtneming van hetgeen hiervoor in
                                    artikel 26 is bepaald. De organen van de regeling blijven in
                                    functie zolang dat voor de liquidatie is vereist. Het
                                    liquidatieplan behoeft de instemming van de raden van de
                                    deelnemende gemeenten.</al><al/></li><li nr="31.3"><al> Een deelnemende gemeente kan besluiten tot uittreding uit het
                                    bedrijvenschap door middel van een schriftelijke mededeling van
                                    dit besluit aan de secretaris van het bedrijvenschap. Daarbij
                                    wordt een termijn van tenminste een jaar in acht genomen.
                                    Uittreding kan slechts plaatsvinden bij het einde van een
                                    kalenderjaar.</al><al/></li><li nr="31.4"><al> Bij uittreding van een deelnemende gemeente stelt het dagelijks
                                    bestuur in overleg met de uittredende gemeente een tussentijdse
                                    afrekening op met inachtneming van de navolgende
                                    uitgangspunten.</al><lijst><li nr="a."><al>De geldende grondexploitatiebegroting wordt per datum
                                            van uittreden geactualiseerd en zo nodig aangepast.</al></li><li nr="b."><al>Wanneer het geprognosticeerd resultaat van de
                                            geactualiseerde exploitatiebegroting een nadelig saldo
                                            is, zal de uittredende gemeente het haar op basis van de
                                            risicoverdeling van artikel 26 toe te rekenen aandeel in
                                            dit nadelig saldo aan het bedrijvenschap vergoeden,
                                            contant gemaakt per datum van uittreden.</al></li><li nr="c."><al>Wanneer het geprognosticeerde resultaat van de
                                            geactualiseerde exploitatiebegroting een batig saldo is,
                                            wordt de contante waarde daarvan per datum van uittreden
                                            bepaald, zijnde het geprognosticeerde batig saldo per
                                            datum van uittreden. Aan de uittredende gemeente komt
                                            alsdan toe haar op basis van de risicoverdeling van
                                            artikel 26 toe te rekenen aandeel in het
                                            geprognosticeerd batig saldo, voorzover dat per datum
                                            van uittreden is gerealiseerd. Uitkering van batige
                                            saldi aan de deelnemende gemeenten vindt niet eerder
                                            plaats dan wanneer het bedrijvenschap is voltooid en de
                                            grondexploitatie afgesloten, tenzij het algemeen bestuur
                                            anders mocht besluiten.</al><al> Onder gerealiseerd batig saldo per datum van uittreden
                                            wordt verstaan een percentage van het geprognosticeerd
                                            batig saldo, dat gelijk is aan het percentage van de
                                            totale oppervlakte van de door het bedrijvenschap uit te
                                            geven netto bedrijfsterrein, dat per datum van uittreden
                                            is uitgegeven. Bedrijfsterrein geldt als uitgegeven,
                                            indien terzake over en weer onvoorwaardelijke
                                            verplichtingen zijn aangegaan.</al><al> Indien het dagelijks bestuur met de uittredende
                                            gemeente overeenstemming bereikt over de tussentijdse
                                            afrekening, dan wordt deze ter vaststelling voorgelegd
                                            aan het algemeen bestuur. Indien geen overeenstemming
                                            kan worden bereikt, dan is het bepaalde in artikel 29
                                            van toepassing.</al><al/></li></lijst></li><li nr="31.5"><al> Geschillen over een liquidatieplan als bedoeld onder 31.2 c.q.
                                    een afrekening als bedoeld onder 31.4 worden beslecht
                                    overeenkomstig artikel 29.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32</titel></kop><lijst><li nr="32.1"><al> De regeling kan worden gewijzigd op voorstel van het algemeen
                                    bestuur bij eensluidende besluiten van de raden van de
                                    deelnemende gemeenten. Deze besluiten behoeven de goedkeuring
                                    van Gedeputeerde Staten.</al><al/></li><li nr="32.2"><al> De wijziging treedt niet eerder in werking dan nadat de
                                    besluiten daartoe in de registers bedoeld in artikel 27 van de
                                    Wet gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33</titel></kop><lijst><li nr="33.1"><al>Het bestuur van de grondgebiedgemeente draagt zorg voor de
                                    toezending van de regeling aan gedeputeerde staten, alsmede,
                                    voorzover toepasselijk, van de besluiten tot wijziging of
                                    ontbinding van deze regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34</titel></kop><lijst><li nr="34.1"><al> Deze regeling kan worden aangehaald als: <vet>Regeling
                                        Bedrijvenschap Businesspark Venlo</vet></al><al/></li><li nr="34.2"><al>De regeling treedt in werking op de eerste dag van de
                                    eerstvolgende maand na de datum van opname in het register,
                                    bedoeld in artikel 27, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen, door gedeputeerde staten van de provincie
                                    Limburg.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld:</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>door de raad van de gemeente Gennep in zijn openbare vergadering van 30
                        januari 2006 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>door de raad van de gemeente Helden in zijn openbare vergadering van 28
                        november 2005</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>door de raad van de gemeente Horst aan de Maas in zijn openbare vergadering
                        van 7 november 2005</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>door de raad van de gemeente Venray in zijn openbare vergadering van 20
                        december 2005</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>door de raad van de gemeente Venlo in zijn openbare vergadering van 30
                        november 2005. </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>