<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300730_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Delft 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant, 22 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Delft 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-02-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Delft 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft; </al><al>Gelezen het voorstel van het college van januari 2013; </al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>De Bomenverordening Delft 2013 vast te stellen. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als
                                    afgestorven, met een diameter van de stam van minimaal 10
                                    centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                    meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
                                    houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout,
                                    een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en
                                    struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een
                                    heg.</al></li><li nr="c."><al>beschermde houtopstand: bijzondere beschermwaardige houtopstand
                                    met een bijzondere leeftijd, schoonheid- of zeldzaamheidswaarde
                                    of een bijzondere functie voor de omgeving en daarom is
                                    opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="d."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; het ingrijpend snoeien van
                                    de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het
                                    verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de
                                    dood, de ernstige beschadiging of de ernstige ontsiering van de
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li><li nr="e."><al>boomwaarde: de waarde van een boom, uitgedrukt in geld, zoals
                                    getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse
                                    Vereniging van Taxateurs van Bomen.</al></li><li nr="f."><al>bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen
                                    van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van
                                    landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li><li nr="g."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="h."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.</al></li><li nr="i."><al>dunning: een selectieve velling die dient als
                                    onderhoudsmaatregel ter bevordering van de overblijvende
                                    houtopstand en/of onderbeplanting.</al></li><li nr="j."><al>gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke,
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt.</al></li><li nr="k."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal die op plaats van bestemming hetzij
                                    direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct
                                    of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter
                                    plaatse te functioneren.</al></li><li nr="l."><al>herplantfonds: fonds waar gelden in worden gestort ten gevolge
                                    van een opgelegde financiële herplantplicht ex artikel 10, lid 3
                                    en 4. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Vergunningsplicht</titel></kop><al>Het is verboden om binnen de bebouwde kom zonder een omgevingsvergunning
                            van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Vrijgestelde kap</titel></kop><al>Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 is niet vereist ingeval
                            de activiteit vellen betrekking heeft op: </al><lijst><li nr="1."><al>Een houtopstand met een omtrek kleiner dan 63 cm, gemeten op 130
                                    cm boven maaiveld.</al></li><li nr="2."><al>Een houtopstand op percelen in particulier gebruik met een
                                    oppervlakte van minder dan 200 m2.</al></li><li nr="3."><al>Een houtopstand die in het kader van dunning van een houtopstand
                                    moet worden geveld.</al></li><li nr="4."><al>Een houtopstand die op minder dan 2 meter vanaf de gevel van een
                                    gebouw, mits groter dan 2 m2, staat.</al></li><li nr="5."><al>Een houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze
                                    worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de
                                    Boswet.</al></li><li nr="6."><al>Een houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwet of krachtens een daartoe strekkend besluit van
                                    het college van burgemeester en wethouders danwel de
                                    burgemeester.</al></li><li nr="7."><al>Het periodiek vellen van een houtopstand ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud, waaronder mede begrepen het periodiek
                                    knotten danwel periodiek kandelaberen als noodzakelijke
                                    beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                    leibomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Beperking op vrijgestelde kap</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 3 is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="1."><al>Een houtopstand die is opgenomen in de lijst van beschermde
                                    houtopstand als bedoeld in artikel 12.</al></li><li nr="2."><al>Een houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en
                                    instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 10 en 11 van
                                    deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om bij
                                algemene regels categorieën van gevallen aan te wijzen waarbij de
                                verplichting wordt opgelegd tot het vooraf melden van het vellen van
                                een houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzover de in het eerste lid genoemde melding geldt voor een
                                houtopstand waar voor het vellen op grond van artikel 2 een
                                omgevingsvergunning is vereist, blijft deze vergunningsplicht in
                                stand tot 8 weken nadat de melding is gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de in het eerste lid genoemde algemene regels bepalen
                                burgemeester en wethouders tevens de wijze waarop een melding dient
                                te worden gedaan en de gegevens welke bij de melding dienen te
                                worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een melding als bedoeld in het eerste lid geven burgemeester en
                                wethouders in ieder geval kennis in een huis-aan-huis en op de
                                website van de gemeente Delft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De melding als bedoeld in het eerste lid vervalt van rechtswege
                                indien niet binnen een periode van maximaal 1 kalenderjaar tot het
                                vellen van de in de melding genoemde houtopstand is overgegaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 moet schriftelijk
                                en gemotiveerd worden aangevraagd door of namens, dan wel met
                                toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene
                                die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                                houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast het bepaalde in de Regeling omgevingsrecht dient een aanvraag
                                om een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 vergezeld te
                                gaan van:</al><lijst><li nr="a."><al>een motivering waarom aanvrager de betreffende houtopstand
                                        wil vellen of doen vellen;</al></li><li nr="b."><al>een duidelijke situatieschets op schaal 1:1000;</al></li><li nr="c."><al>de omtrek van de te vellen of te doen vellen houtopstand in
                                        centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het bevoegd gezag dit nodig acht kan zij, in aanvulling op
                                het gestelde in lid 2, bepalen dat de aanvrager een
                                Bomen-Effect-Analyse (BEA) bij de aanvraag dient te overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning om te vellen weigeren
                                dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 kan worden
                                geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de
                                belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van
                                de volgende waarden:</al><lijst><li nr="a."><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="b."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="c."><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="d."><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Gevaarzetting</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan de burgemeester
                            toestemming geven tot direct vellen (noodkap), indien sprake is van
                            acuut gevaar of een daarmee vergelijkbare situatie van spoedeisend
                            belang van openbare orde of veiligheid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 kan worden ingetrokken
                            of gewijzigd: </al><lijst><li nr="1."><al>Indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de
                                    vergunning of ontheffing zijn verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Indien aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen
                                    niet zijn of worden nagekomen.</al></li><li nr="3."><al>Indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen twee
                                    jaar na het inwerkingtreding van de vergunning.</al></li><li nr="4."><al>Indien het een vergunning voor het vellen van meer dan één
                                    houtopstand betreft, geldt dat de vergunning kan worden
                                    ingetrokken indien niet alle houtopstanden, binnen de in lid 3
                                    genoemde termijn, geveld zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
                                behoren dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                                burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen, moet worden
                                herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens
                                bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet
                                aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse danwel binnen redelijk te achten afstand kan
                                worden herplant, dan wel dat herplant naar het oordeel van het
                                bevoegd gezag naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende
                                compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand, kan het
                                bevoegd gezag aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de
                                houtopstand niet mag worden geveld alvorens een geldelijke bijdrage
                                is gestort in het gemeentelijk herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor het bepalen van de hoogte
                                van de in het vorige lid bedoelde geldelijke bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
                                behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en
                                aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie
                                mag worden overgegaan indien andere daarvoor benodigde vergunningen,
                                ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures zijn
                                verleend en de feitelijke en financiële voortgang van de werken
                                voldoende gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tegen de in het vijfde lid bedoelde besluiten nog de
                                mogelijkheid open staat om hiertegen een bezwaar of beroep in te
                                dienen kan aan de vergunning voorts het voorschrift worden verbonden
                                dat niet tot het vellen van de houtopstand wordt overgegaan indien
                                binnen de daarvoor openstaande termijn bij de bevoegde rechter een
                                verzoek om voorlopige voorziening is ingediend totdat op dat verzoek
                                is beslist.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen aanwijzingen
                                omtrent het tijdstip en werkwijze van de velling behoren welke
                                dienen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende
                                flora en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
                                zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere
                                wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel
                                aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de
                                door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse danwel binnen redelijk te achten afstand kan
                                worden herplant, dan wel dat herplant naar het oordeel van het
                                bevoegd gezag naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende
                                compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand, kan het
                                bevoegd gezag bepalen dat door de in her eerste lid genoemde
                                (rechts)personen een geldelijke bijdrage dient te worden gestort in
                                het gemeentelijk herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag
                                aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                        door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen of;</al></li><li nr="b."><al>een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan
                                        het bevoegd gezag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Beschermde houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders hebben een lijst met beschermde
                                houtopstanden vastgesteld. Deze lijst bevat in ieder geval de bomen
                                voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de
                                Bomenstichting, aangevuld met lokale en toekomstige monumentale
                                bomen. Deze lijst wordt elke vier jaar herzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, inzake de te
                                beschermen monumentale boom:</al><lijst><li nr="·"><al>soort boom; </al></li><li nr="·"><al>standplaats. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van
                                monumentale bomen is verplicht Burgemeester en wethouders
                                onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand,
                                        anders dan door velling op grond van een verleende
                                        ontheffing;</al></li><li nr="b."><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet
                                        kan gaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld
                            op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
                                een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                                insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd
                                gezag is gelast, verplicht binnen de bij last vast te stellen
                                termijn: </al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand
                                        direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de
                                        boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouder
                                gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben
                                of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de
                                desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het onder het tweede lid van
                                dit artikel gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 13, eerste lid
                                is gegeven, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden
                                dienovereenkomstig te handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 13,
                                tweede lid, artikel 14, eerste en tweede lid bepaalde wordt gestraft
                                met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                                tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond
                                van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling
                                kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders of
                            door de burgemeester aangewezen personen; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om een omgevingsvergunning die zijn ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens de
                                verordening die van kracht was voorafgaande aan deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Houtopstanden welke reeds zijn aangewezen als beschermde
                                houtopstanden worden geacht te zijn aangewezen conform het bepaalde
                                in artikel 6 van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Anti-hardheidsbepaling</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan in gevallen waarin de toepassing van deze
                            verordening naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten
                            gunste van de aanvrager afwijken van het bepaalde in of bij deze
                            verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Bomenverordening Delft 2013 </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 februari
                            2013.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>A.P. Oostdijk ,wnd.griffier.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt: 22 mei 2013.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>