<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300530_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeente Zwolle Bomenverordening 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus 10-07-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 2013-07.01</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wanneer mag u een boom kappen, welke regels gelden hiervoor ?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeente Zwolle Bomenverordening 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>BOMENVERORDENING 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>boom:</cursief> een houtig opgaand gewas zowel
                                            levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal
                                            30 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het
                                            maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                                            dwarsdoorsnede van de dikste stam;</al></li><li nr="b."><al><cursief>houtopstand</cursief>: één of meer bomen of
                                            boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk
                                            onderdeel uitmakend van een groenstructuur of
                                            boomgebied;</al></li><li nr="c."><al><cursief>vellen: </cursief>rooien; kappen; verplanten,
                                            vernielen; het snoeien van meer dan 25 procent van de
                                            kroon of het wortelgestel, met inbegrip van
                                            kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel
                                            boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige
                                            beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand
                                            ten gevolge kunnen hebben. Ook het fors wijzigen van de
                                            groeiplaats van een boom waardoor de wortelfunctie en
                                            dus te veel wortelcapaciteit verloren gaat;</al></li><li nr="d."><al><cursief>fruitbomen</cursief>: bomen die aantoonbaar in
                                            hoofdzaak uit economische motieven omwillevan de
                                            vruchten worden geteeld;</al></li><li nr="e."><al><cursief>dunning</cursief>: velling ter bevordering van
                                            het voortbestaan van de houtopstand. Met uitzondering
                                            van bomen met een omtrek groter dan 120 centimeter,
                                            gemeten met schors op een hoogte van 130 centimeter
                                            boven het maaiveld;</al></li><li nr="f."><al><cursief>knotten/</cursief><cursief>kandelaberen</cursief>:
                                            het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen
                                            takhoutbij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen
                                            als periodiek noodzakelijk onderhoud. </al></li><li nr="g."><al><cursief>bebouwde kom Boswet</cursief>: de bebouwde kom Boswet
                                    van de gemeente, vastgesteldingevolge artikel 1, vijfde lid, van
                                    de Boswet;</al></li><li nr="h."><al><cursief>perceel</cursief>: een bebouwd perceel met erf
                                            en tuin dat een eenheid vormt;</al></li><li nr="i."><al><cursief>iepziekte</cursief>: de aantasting van iepen
                                            door de schimmel Ophistoma ulmi (Buism.) Nannf.(syn.
                                            Ceratocystis ulmi (Buism.) C.Moreau)</al></li><li nr="j."><al><cursief>iepenspintkever</cursief>: het insect in elk
                                            ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus
                                            scotylus (F.) Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus
                                            pygmaeus;</al></li><li nr="k."><al><cursief>rechthebbende</cursief>: degene die krachtens
                                            eigendom of beperkt recht of krachtens
                                            publiekrechtelijke bevoegdheid, dan wel uit andere
                                            hoofde gerechtigd is over de houtopstand te
                                            beschikken;</al></li><li nr="l."><al><cursief>boomwaarde:</cursief> de monetaire waarde van
                                            een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente
                                            richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
                                            Bomen;</al></li><li nr="m."><al><cursief>Bomen Effect Analyse:</cursief> een standaard
                                            deskundige beoordeling van de gevolgen van voorgenomen
                                            bouw of aanleg voor een boom of bomen;</al></li><li nr="n."><al><cursief>bevoegd gezag:</cursief> bevoegd gezag als
                                            bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht (Wabo);</al></li><li nr="o."><al><cursief>Groene Kaart:</cursief> topografische kaart met
                                            daarop aangegeven de bijzondere bomen (met bijbehorende
                                            lijst), groenstructuren en boomgebieden gecategoriseerd
                                            naar beschermingsorde;</al></li><li nr="p."><al><cursief>Lijst bijzondere bomen:</cursief> een lijst
                                            waarin herinneringsbomen, waardevolle of monumentale
                                            bomen zijn opgenomen welke door de bijzondere status
                                            beschermd worden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groene Kaart en lijst bijzondere bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van B&amp;W stelt de Groene Kaart en de lijst bijzondere
                            bomen vast. Op de voorbereiding hiertoe is afdeling 3.4 van de Algemene
                            wet bestuursrecht van toepassing. De kaart bevat een samenhangend geheel
                            van de volgende beschermde houtopstanden:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>bijzondere boom (bomen):</cursief> een op de Groene Kaart
                            aangegeven waardevolle, monumentale of herinnering boom met het hoogste
                            beschermingsniveau;</al></li><li nr="b."><al><cursief>hoofdgroenstructuur</cursief><cursief>:</cursief>
                            een op de Groene Kaart aangewezen boomstructuur waarbinnen houtopstanden
                            staan met een hoog beschermingsniveau;</al></li><li nr="c."><al><cursief>wijkgroenstructuur</cursief><cursief>:</cursief>
                            Op de Groene Kaart aangewezen boomstructuur waarbinnen houtopstanden
                            staan met een bescherming op basisniveau; </al></li><li nr="d."><al><cursief> beschermde boomgebieden:</cursief> Op de Groene Kaart
                            aangewezen boomgebied waarbinnen houtopstanden staan met een bescherming
                            op basisniveau, bestaande uit hoogstedelijke, en groenvoorzienende
                            boomgebieden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Kapverbod voor bijzondere bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                bijzondere boom te vellen of te doen vellen. Dit verbod geldt voor
                                alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de
                                stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop
                                de bijzondere boom staat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een bijzondere boom die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
                                        bevoegd gezag, waarbij het bepaalde over herplant en
                                        schadevergoeding in deze verordening van kracht blijft;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                        beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                        leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar van een bijzondere boom is verplicht het bevoegd gezag
                                onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een beschermde
                                        houtopstand, anders dan door velling op grond van een
                                        verleende vergunning;</al></li><li nr="b."><al>de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of
                                        gedeeltelijk teniet kan gaan;</al></li><li nr="c."><al>eigendomsoverdracht van de houtopstand.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kapverbod voor bomen binnen groenstructuren en
                                boomgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand
                                te vellen of te doen vellen gelegen in beschermde groenstructuren en
                                boomgebieden zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bomen binnen aangewezen hoofdgroenstructuren en boomgebieden
                                        die staan op percelen kleiner dan 400 m², tenzij aangewezen
                                        als bijzondere boom;</al></li><li nr="b."><al>bomen binnen een aangewezen wijkgroenstructuur welke niet in
                                        eigendom van de gemeente zijn, tenzij aangewezen als
                                        bijzondere boom;</al></li><li nr="c."><al>bomen binnen aangewezen structuren en gebieden waarvan de
                                        stam van de boom op een hoogte van 130 centimeter boven het
                                        maaiveld een kleinere omtrek dan 30 centimeter heeft;</al></li><li nr="d."><al>bomen binnen aangewezen structuren en gebieden die moeten
                                        worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens
                                        een aanschrijving van het bevoegd gezag. De bepalingen van
                                        artikel 10 betreft herplant blijven wel van toepassing;</al></li><li nr="e."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                        beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                        leibomen;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld,
                                        met uitzondering van bomen met een omtrek groter dan 120
                                        centimeter, gemeten op een hoogte van 130 centimeter boven
                                        het maaiveld;</al></li><li nr="g."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                        landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren
                                        of wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="h."><al>houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze
                                        wordt geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van
                                        de Boswet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt schriftelijk en voorzien van motivering,
                                digitaal aangevraagd via het omgevingsloket online
                                (www.omgevingsloket.nl).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning wordt aangevraagd door de rechthebbende van de
                                beschermde houtopstand. Een vergunning kan ook namens dan wel met
                                toestemming van de rechthebbende worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de vergunningaanvraag tot vellen als gevolg van een
                                verondersteld verminderde stabiliteit en/of vitaliteit van de
                                houtopstand wordt ingediend, dient de aanvraag voorzien te zijn van
                                een deskundigenrapportage welke aantoont dat de verminderde
                                vitaliteit of stabiliteit de kap rechtvaardigt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de vergunningaanvraag wordt ingediend als gevolg van een
                                bouw- of renovatieproject waarbij werkzaamheden nabij te behouden
                                bomen plaats gaan vinden, dient de aanvraag voorzien te zijn van een
                                Bomen Effect Analyse. Deze rapportage moet aantonen dat de te
                                behouden bomen in de betrokken omgeving duurzaam behouden zullen
                                blijven alsmede de wijze waarop dat gebeurt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>5. Indien de vergunningaanvraag als gevolg van een bouw- of
                                renovatieproject aangevraagd wordt, dient de aanvraag voorzien te
                                zijn van een herplantplan welke aantoont op welke wijze de aanvrager
                                zal voldoen aan de herplantplicht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als de herplant van de te kappen bomen financieel wordt
                                gecompenseerd, zal de aanvrager de aanvraag moeten voorzien van een
                                berekening van de boomwaarde van de te kappen bomen.</al><al/></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De aanvrager kan verplicht worden een natuurtoets te
                                overhandigen inzake de aan- of afwezigheid van negatieve gevolgen
                                van de voorgenomen kap op beschermde plant- of diersoorten. </al><al/></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Wanneer aan het college van B&amp;W een afschrift is toegezonden
                                van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                kan het college dit afschrift ook als een vergunningaanvraag
                                beschouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening vellen bijzondere bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning voor het vellen van een
                                bijzondere boom weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning voor het vellen van een bijzondere boom kan slechts
                                bij uitzondering worden verleend indien wordt voldaan aan een of
                                meer van de navolgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>de alternatieven inzake boombehoud zijn uitputtend
                                        onderzocht en gebleken is dat alternatieven voor het vellen
                                        niet aanwezig of onmogelijk zijn;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een zwaarwegend algemeen maatschappelijk
                                        belang dat opweegt tegen het belang van duurzaam behoud van
                                        de beschermde houtopstand of;</al></li><li nr="c."><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                        verantwoord gelet op het belang van voorkoming van letsel of
                                        ernstige schade.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Criteria voor weigering vergunningverlening vellen bomen binnen
                                groenstructuren en boomgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag weigert een vergunning voor het vellen van een
                                houtopstand in beschermde groenstructuren en boomgebieden, indien de
                                belangen van vergunningverlening niet opwegen tegen het belang van
                                het behoud van die houtopstand op basis van één of meer van de
                                volgende waarden:</al><lijst><li nr="a."><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="b."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="c."><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="d."><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid;</al></li><li nr="f."><al>een goed kwantitatief en kwalitatief bomenbestand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften
                                verlenen van een vergunning ook de boomwaarde als motivering
                                hanteren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning voor het vellen van een houtopstand in beschermde
                                groenstructuren en boomgebieden kan geweigerd worden indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de mogelijkheden en/of alternatieven inzake boombehoud niet
                                        voldoende naar boomdeskundige maatstaven zijn
                                        onderzocht;</al></li><li nr="b."><al>de reden tot aanvraag verband houdt met vermeende
                                        gevaarzetting en dit niet naar boomdeskundige maatstaven
                                        wordt aangetoond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat binnen
                                een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te
                                geven aanwijzingen moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse, op hetzelfde perceel of in de nabije
                                omgeving kan worden herplant, kan als voorschrift worden opgenomen
                                dat een financiële bijdrage gestort dient te worden in de
                                gemeentelijk bomenreserve. De financiële bijdrage is gelijkwaardig
                                aan de boomwaarde. Bij geschil over de boomwaarde is een taxatie van
                                de boomwaarde door een onafhankelijk en beëdigd taxateur van bomen
                                beslissend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens
                                bepaald dat binnen één jaar na de herplant, en op welke wijze, niet
                                aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval de aanvraag verband houdt met een bouwplan, werken of
                                werkzaamheden om of nabij te behouden houtopstanden, kan tot de aan
                                de vergunning te verbinden voorschriften de verplichting behoren,
                                een boombeschermingsplan op te stellen en zich aan het
                                boombeschermingsplan te conformeren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot de voorschriften kan verder behoren:</al><lijst><li nr="a."><al>dat binnen een bepaalde periode een houtopstand niet geveld
                                        mag worden vanwege een vaste rust- en verblijfplaats van een
                                        dier, behorende tot een beschermde diersoort, volgens de
                                        Flora- en Faunawet;</al></li><li nr="b."><al>de verplichting tot het opstellen van een natuurtoets naar
                                        mogelijke effecten op beschermde flora en fauna;</al></li><li nr="c."><al>dat maatregelen genomen moeten worden ter bescherming van in
                                        en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna;</al></li><li nr="d."><al>dat het college bevoegd is tot het geven van aanwijzingen
                                        ter bescherming van nabijgelegen houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in
                                dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                is, zonder vergunning is geveld, kan het bevoegd gezag de
                                verplichting opleggen te herplanten. De herplant vindt plaats
                                overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                binnen een door hen te stellen termijn. Deze verplichting zal worden
                                opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de
                                beschermde houtopstand bevond, dan wel aan degene die de houtopstand
                                heeft geveld dan wel heeft doen laten vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er niet fysiek kan worden herplant, zal de boomwaarde van de
                                gevelde houtopstand als financiële bijdrage gestort moeten worden in
                                de gemeentelijke bomenreserve. Bij geschil over de boomwaarde is een
                                taxatie van de boomwaarde door een onafhankelijk en beëdigd taxateur
                                van bomen beslissend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verplichtingen en voorschriften van dit en vorig artikel gelden
                                ook voor bomen welke vanuit de herplantplicht zijn aangeplant en
                                daardoor kleiner zijn dan de in artikel 1 van deze verordening
                                genoemde minimummaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wordt een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                                toepassing is in het voortbestaan ernstig bedreigd door menselijk
                                handelen, dan kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot
                                de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevindt, dan wel aan
                                degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>activiteiten welke de bedreiging veroorzaken te staken en
                                        over een vergunning (kap) te beschikken, alvorens de
                                        activiteiten voort te zetten;</al></li><li nr="b."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                        door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="c."><al>activiteiten welke de bedreiging veroorzaken te staken en
                                        een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan
                                        het bevoegd gezag;</al></li><li nr="d."><al>schades aan gemeentelijke bomen te vergoeden door het bedrag
                                        van een boomschade taxatie door de initiatiefnemer dan wel
                                        pleger of doen pleger te laten vergoeden door een storting
                                        in de gemeentelijke bomenreserve.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in
                                dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college van B&amp;W beslist op een verzoek om schadevergoeding op
                            grond van artikel 17 van de Boswet, als gevolg van het weigeren van een
                            vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld
                            op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen in privaat
                            eigendom of in eigendom van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bestrijding iepziekte / onveilige bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van
                                de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever, is de
                                rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is
                                aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
                                stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen
                                        of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte
                                        wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                                voorraad te hebben of te vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede
                                kleiner dan 4 centimeter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan toestemming geven dan wel de verplichting
                                opleggen tot het uitvoeren van noodkap, indien sprake is van ernstig
                                gevaar voor zaken of personen door instabiliteit van een houtopstand
                                of vergelijkbaar spoedeisend belang. De rechthebbende is, indien hij
                                daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de
                                bij aanschrijving vast te stellen termijn aan de daarin gestelde
                                verplichtingen en voorschriften te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die handelt in strijd met (een) voorschrift(en) uit deze
                                verordening, waaronder het bij of krachtens artikelen 3, 4, 8, 9 en
                                12 en hun leden, bepaalde, kan worden gestraft met een hechtenis van
                                ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens
                                kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar
                                gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden
                                gehouden met de boomwaarde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De op grond van in dit artikel ingestelde strafvervolging laat
                                onverlet de mogelijkheid van het instellen door het college van
                                B&amp;W van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding
                                wegens schade aan gemeentelijke bomen of houtopstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het bevoegd gezag aangewezen
                            toezichthouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening
                                gemeente Zwolle 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 18 juli 2013. Op
                                datzelfde tijdstip wordt de Bomenverordening gemeente Zwolle 2005
                                ingetrokken</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening een aanvraag of verzoek op grond van de
                                "Bomenverordening gemeente Zwolle 2005" is ingediend en op de datum
                                van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag
                                of het verzoek is beslist, blijven de bepalingen van de
                                "Bomenverordening gemeente Zwolle 2005" van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op vergunningen die zijn afgegeven voor de inwerkingtreding van deze
                                verordening, waartegen nog een bezwaar, een beroep of hoger
                                beroepsprocedure aanhangig is, blijft de Bomenverordening gemeente
                                Zwolle 2005 van toepassing.</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Bomenverordening 2013</titel></kop><al>1.Algemene toelichting</al><al>Als basis voor de Bomenverordening 2013 is het model Bodemverordening
                            “Groene Kaart” gehanteerd. Dit model is door de Stichting Stadswerk en
                            de Bomenstichting ontwikkeld. De verordening bestaat uit een
                            tekstgedeelte en een Groene Kaart.</al><al/><tussenkop>Opbouw Groene Kaart</tussenkop><al>De Groene Kaart is opgebouwd uit de belangrijkste groenstructuren,
                            boomgebieden en bijzondere bomen (met bijbehorende lijst). De Groene
                            Kaart vertegenwoordigt daarmee de kernkwaliteit van het groen in de
                            gemeente Zwolle. Het vormt het groene raamwerk van de stad. Door in de
                            opbouw van de Groene Kaart een gelaagdheid in beschermingsniveau’s aan
                            te brengen ontstaat een overzicht van volgorde in belangrijkheid. Deze
                            opbouw is weergegeven in onderstaande tabel. De tekst van de verordening
                            sluit hierop aan.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="24*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Onderdeel</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Opgebouwd uit</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>Verordening van invloed op:</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>Beschermingsniveau </cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bijzondere bomen</al></entry><entry colname="col2"><al>Lijst bijzondere bomen onderverdeeld in waardevolle,
                                                monumentale en herinneringsbomen. </al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeente en particulier</al></entry><entry colname="col4"><al>Bijzonder hoog</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdgroenstructuur</al></entry><entry colname="col2"><al>Groenstructuurplan, Structuurvisie en
                                                Bestemmingsplan</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeente en particulier</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoog</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wijkgroenstructuur</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestemmingsplan, Parkenkaart, Wijkontsluitingsroutes
                                                en recreatieve routes</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeente</al></entry><entry colname="col4"><al>Basis</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Beschermde boomgebieden</al></entry><entry colname="col2"><al>Hoogstelijk boomgebied (centrumgebied)</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeente en particulier</al></entry><entry colname="col4"><al>Basis</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Groenvoorzienend boomgebied (rondom hoogbouw van
                                                Woningbouwcorporaties en zorginstellingen)</al></entry><entry colname="col3"><al>Particulier als in Woningbouwcorporaties en
                                                zorginstellingen</al></entry><entry colname="col4"><al>Basis</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergunningvrij gebied</al></entry><entry colname="col2"><al>Alles wat niet gekleurd is</al></entry><entry colname="col3"><al>Geen invloed</al></entry><entry colname="col4"><al>Laag</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Voordelen Bomenverordening 2013</tussenkop><al>De nieuwe verordening heeft een aantal voordelen ten opzichte van de
                            Bomenverordening 2005. </al><al>·Deregulering door vergunningvrij gebied</al><al>Op de Groene Kaart is aangegeven waar het kappen van bomen
                            vergunningvrij is. Hierdoor komt er meer verantwoordelijkheid bij de
                            bewoners te liggen. Naast het aanwijzen van vergunningvrije gebieden,
                            blijven ook de dereguleerde regels van de Bomenverordening 2005 van
                            kracht. Een boom is pas vergunningplichtig als deze op een perceel staat
                            groter dan 400 m2 (tenzij een bijzondere boom) en een stamomtrek groter
                            dan 30 centimeter heeft. Dit scheelt jaarlijks veel vergunningaanvragen
                            en administratieve lasten. </al><al>·Deregulering door heldere regelgeving</al><al>De beoordeling van een vergunningaanvraag zal met de Groene Kaart
                            eenvoudiger zijn. Alle relevante en aanverwante informatie van het
                            gemeentelijk boombeleid (groenbeleidsplan, structuurvisie en
                            bestemmingsplannen) is in de verordening en Groene Kaart gebundeld. Het
                            is duidelijk waarom bepaalde bomen beschermd zijn. Bovendien biedt de
                            verordening met de bijbehorende Groene Kaart transparantie in de wijze
                            van de toetsing van de aanvraag. Vergunningen kunnen hierdoor
                            efficiënter en effectiever worden afgehandeld. </al><al>·Bomen genieten betere bescherming</al><al>Op de Groene Kaart staat aangegeven waar bepaalde bomen belangrijk
                            worden bevonden. Dit geeft aan dat vooraf is nagedacht waarom het groen
                            op een bepaalde plek zo belangrijk is. Er is een gelaagdheid in volgorde
                            naar belangrijkheid in boombescherming aangebracht. Bomen die
                            beschermwaardig worden bevonden genieten daardoor betere (juridische)
                            bescherming. Bovendien heeft de afdeling Fysieke Leefomgeving van de
                            gemeente Zwolle met de Bomenverordening 2013 een beter en gerichter
                            handvat om schades te verhalen, maar belangrijker ook om bomen te
                            beschermen tegen schades.</al><al>·Verbeterde leesbaarheid en vindbaarheid regelgeving. </al><al>De verordening en de Groene Kaart zijn op de gemeentelijke website te
                            vinden. Verder staat op de site een beknopte weergave van de spelregels
                            van de verordening. Door in te zoomen op de Groene Kaart wordt snel
                            inzichtelijk of er voor het kappen van een boom wel of geen vergunning
                            nodig is. De groenstructuren, boomgebieden en bijzondere bomen staan
                            namelijk met een zeer hoge nauwkeurigheid op de kaart weergegeven. Dit
                            geldt ook voor de nieuw vastgestelde grens bebouwde kom Boswet.</al><al>·Meer ruimte voor participatie</al><al>In de vergunningvrije gebieden is ook het kappen van gemeentelijke bomen
                            vergunningvrij. Hier krijgen de direct betrokkene meer inspraak. In de
                            praktijk betekent dit, dat:</al><lijst><li nr="-"><al>bij ontwikkelingen kap alleen in samenspraak met burgers
                                    plaatsvindt;</al></li><li nr="-"><al>in het beheer alleen bomen worden gekapt welke niet meer veilig
                                    of vitaal zijn en bewoners eens zijn met de wijze van
                                    herplant;</al></li><li nr="-"><al>bij overlast kap alleen plaatsvindt als de boom geen
                                    toekomstwaarde heeft en het merendeel van de bewoners het met de
                                    kap eens is.</al></li></lijst><tussenkop>Behoud van herplantregeling</tussenkop><al>Vanuit het Zwolse bomenbeleid blijft het principe van 100%
                            compensatieplicht van toepassing. Dit geldt voor alle afgegeven
                            vergunningen. Dit blijft ook gelden voor bomen van de gemeente die
                            vergunningvrij gekapt kunnen worden.</al><al/><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop><cursief>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</cursief></tussenkop><tussenkop>a. boom </tussenkop><al>Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de
                    ondergrens van de bescherming. Het betreft zowel vitaal als afgestorven
                    houtachtig gewas.Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende
                    boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´
                    een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren
                    vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde
                    diersoorten in nestelen. </al><al>Gekozen is voor 30 centimeter omtrek (standaard gemeten op 130 centimeter boven
                    maaiveld). Een omtrek van 30 centimeter komt min of meer overeen met een
                    diameter van 10 centimeter. Voordeel van het werken met “omtrek” i.p.v.
                    “diameter” is dat in de praktijk veel bomen niet helemaal rond zijn en dus
                    verschillende maten bij diameter gebruik kan ontstaan. Terwijl een omtrek maar
                    één maat kent.</al><al>Bomen als onderdeel van een houtwal zijn ongeacht de stamomtrek altijd
                    vergunningplichtig. Bomen in een houtwal hebben door de onderlinge concurrentie
                    minder diktegroei. Hierdoor zal de vergunningplichtige maat van stamomtrek pas
                    op latere leeftijd bereikt worden. De houtopstand op zich zelf kan dan allang
                    uitgegroeid zijn tot een waardevol element. </al><al/><tussenkop>b. houtopstand </tussenkop><al>Houtopstand is een veel gebruikt begrip in deze verordening, waarop het
                    kapverbod van toepassing is. Doordat dit begrip herhaaldelijk centraal wordt
                    gesteld, wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen
                    alleen.</al><al>Enkele vakbegrippen toegelicht:</al><al><onderstreept>Boomvormers.</onderstreept>Een boomvormer is een houtig,
                    opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan
                    uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het
                    alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de
                    natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik -
                    struikachtige boom - (meerstammige) boom. </al><al><onderstreept>Hakhout.</onderstreept>Eén of meer bomen of boomvormers, die
                    na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.</al><al><onderstreept>Houtwal.</onderstreept>Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk
                    bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.</al><al/><tussenkop>f. knotten/kandelaberen</tussenkop><al>Het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                    gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; Het
                    instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane
                    kroonvorm is niet vergunningplichtig. Maar de eerste keer kandelaberen of
                    knotten is wel vergunningplichtig omdat dit een groot beeldwijzigende ingreep
                    is. </al><al/><tussenkop>g. bebouwde kom Boswet</tussenkop><tussenkop>Verhouding Boswet en Bomenverordening 2013</tussenkop><al>De Boswet beoogt de instandhouding van de totale oppervlakte aan
                    houtopstanden/bos in Nederland, de zgn. kwantitatieve bescherming. Kortweg; waar
                    houtopstand/bos staat moet houtopstand/bos blijven ongeacht de kwaliteit van dit
                    bos. De gemeentelijke verordening beoogt ook het beschermen van waardevolle
                    houtopstanden, de zgn. kwalitatieve bescherming. Een gemeente kan bijvoorbeeld
                    vanuit landschappelijk oogpunt de omvorming van beukenbos naar dennenbos
                    verbieden.</al><al>De Boswet geldt enkel buiten de bebouwde kom Boswet (art. 1 lid 5 Boswet). De
                    gemeentelijke Bomenverordening geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente
                    op grond van de artikelen 124 en 127 Grondwet: de vrije verordeningsbevoegdheid
                    van een gemeente. De Boswet bebouwde kom beperkt dus niet de toepassing van de
                    gemeentelijke Bomenverordening. De toepassing van de Boswet buiten de bebouwde
                    kom geldt in dat gebied dus samen met de Bomenverordening.</al><al>De gemeenteraad stelt bij besluit vast de grenzen van de bebouwde kom Boswet
                    voor de toepassing van de Boswet. Dit besluit behoeft de goedkeuring van
                    gedeputeerde staten. De grens bebouwde kom Boswet staat op de Groene Kaart
                    weergegeven. </al><al/><tussenkop>h. perceel</tussenkop><al>Hier wordt een definitie gegeven van het begrip "perceel". Deze definitie houdt
                    verband met de</al><al>algemene ontheffing van de vergunningplicht voor het kappen van bomen op
                    bebouwde percelen</al><al>welke kleiner dan 400 m² zijn. Bij kleine met woningen bebouwde percelen werd in
                    het verleden de kapvergunning veelal verleend omwille van het woongenot. Vandaar
                    dat bij de begripsomschrijving nadrukkelijk de term "bebouwd" is opgenomen
                    (d.w.z. met een gebouw). Volgens de Woningwet is een gebouw "elk bouwwerk, dat
                    een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden
                    omsloten ruimte vormt".</al><al/><tussenkop>k. rechthebbende</tussenkop><al>Een rechthebbende is in eerste instantie een eigenaar of een beperkt
                    gerechtigde. Een beperkt gerechtigde is iemand die een beperkt recht heeft,
                    zoals een erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker e.d. en als zodanig
                    gerechtigd is over de boom te beschikken.</al><al>Daarnaast is opgenomen dat een rechthebbende ook iemand kan zijn die krachtens
                    een publiekrechtelijke bevoegdheid over de boom kan beschikken. Hierbij moet
                    worden gedacht aan iemand die zonder eigendomsrecht of beperkt gerechtigd te
                    zijn op grond van een bepaald wettelijk voorschrift toch bevoegdheden kan
                    hebben, bijvoorbeeld de minister op grond van de Boswet.</al><al>Voor de volledigheid is ook nog opgenomen dat men uit andere hoofde gerechtigd
                    kan zijn, omdat bijvoorbeeld niet duidelijk is wie de eigenaar of beperkt
                    gerechtigde is. Of iemand uit andere hoofde gerechtigd kan zijn hangt af van de
                    individuele omstandigheden. Hierbij worden niet bedoeld diegenen die een
                    persoonlijk recht hebben, zoals een huurder of gebruiker. Deze personen kunnen
                    wel met toestemming van of namens de zakelijk gerechtigde een vergunning
                    aanvragen.</al><al/><tussenkop>m. Bomen Effect Analyse</tussenkop><al>Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd
                    door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak
                    gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen
                    voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De
                    Bomen Effect Analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor
                    een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen
                    bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en
                    garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven.
                    Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of
                    boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens
                    worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.</al><al/><tussenkop>n. bevoegd gezag</tussenkop><al>De Wabo schrijft voor dat de omgevingsvergunning wordt verleend door één bevoegd
                    gezag en dat één procedure wordt doorlopen met één procedure van
                    rechtsbescherming mogelijkerwijs in twee instanties. Niet altijd is het bevoegd
                    gezag, om te oordelen over een omgevingsvergunningaanvraag, het college van
                    Burgemeester en wethouders. Het kan voorkomen dat het College van gedeputeerde
                    staten het bevoegd gezag is of de minister. De verantwoordelijkheid voor het
                    besluit en de handhaving op grond van de verordening ligt bij hetzelfde bevoegd
                    gezag. Ook wijziging of intrekking van de omgevingsvergunning ligt dan bij
                    datzelfde bevoegd gezag.</al><al/><tussenkop>o. Groene Kaart</tussenkop><al>Er is bewust gekozen voor een topografische kaart en niet alleen voor een lijst
                    met bijzondere bomen. Een kaart zorgt voor een coherent geheel (groene
                    verbindingen vallen eerder op). De Groene Kaart zorgt voor meer
                    structuurbescherming en ook voor betere randvoorwaarden voor ruimtelijke
                    (groene) inrichting dan alleen een lijst met beschermde houtopstanden. Een
                    Groene Kaart sluit bovendien goed aan bij de systematiek van andere ruimtelijke
                    instrumenten en daardoor is integraal omgevingsbeleid eenvoudiger te
                    realiseren.</al><tussenkop>p. Lijst bijzondere bomen</tussenkop><al>Een boom is bijzonder als hij als zodanig is aangewezen. Een bijzondere boom
                    wordt dan geregistreerd op de lijst bijzondere bomen en wordt weergegeven op de
                    Groene Kaart. De voorgaande inventarisaties vormen een belangrijke bron waaraan
                    de ontwikkeling van het bestand van deze voor Zwolle belangrijke bomen valt af
                    te lezen. In 2013 is de lijst bijzondere bomen geactualiseerd nadat er weer een
                    inventarisatie naar bijzondere bomen heeft plaatsgevonden. Actualisatie van de
                    lijst bijzondere bomen vindt vanaf nu minstens eens in de vijf jaar plaats.</al><al>De lijst bijzondere bomen ligt voor iedereen ter inzage en is raadpleegbaar op
                    de gemeentesite van Zwolle via internet.</al><al>De bijbehorende lijst van bijzondere bomen bevat minimaal de volgende
                    gegevens:</al><lijst><li nr="·"><al>redengevende beschrijving (als in waardevol, monumentaal of
                            herinneringsboom); </al></li><li nr="·"><al>soort boom of bomen;</al></li><li nr="·"><al>standplaats (wijk en straatnaam);</al></li><li nr="·"><al>kadastrale gegevens;</al></li><li nr="·"><al>eigendomsgegevens (particulier of gemeentelijk).</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 Groene Kaart en lijst bijzondere bomen</tussenkop><al>Het college van B&amp;W stelt naast de lijst bijzondere bomen ook de Groene
                    Kaart vast. De aangewezen groenstructuren en boomgebieden kunnen los van de
                    lijst bijzondere bomen gewijzigd worden. Een wijziging in de lijst bijzondere
                    bomen brengt echter altijd een wijziging met zich mee in de Groene Kaart. </al><al/><tussenkop>Lijst bijzondere bomen</tussenkop><al>Binnen de gemeentegrens heeft in 2013 een actualisatie plaats gevonden van de in
                    1993 geïnventariseerde voor Zwolle belangrijke particuliere bomen. Hierbij is
                    onderscheidt gemaakt in waardevolle bomen (50 -80 jaar) monumentale bomen (ouder
                    dan 80 jaar) en herinneringsbomen (bomen geplant ter nagedachtenis van een
                    bepaalde gebeurtenis). </al><al>Een boom is een bijzondere boom, wanneer deze voldoet aan de volgende
                    criteria.</al><tussenkop>Algemene criteria:</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>de boom is ten minste 50 jaar oud; dit criterium geldt niet voor
                            herinneringsbomen;</al></li><li nr="·"><al>de boom verkeert in een redelijke conditie; dat wil zeggen dat de boom
                            in een niet onomkeerbare slechte conditie verkeert en dat volledig
                            verval van de boom niet binnen 10 jaar is te verwachten. Dit criterium
                            geldt niet voor bomen met een extra hoge natuurwaarde en voor bomen
                            welke reeds op de lijst bijzondere bomen staan opgenomen;</al></li><li nr="·"><al>de boom heeft een dusdanige habitus (uiterlijke gedaante) dat deze
                            karakteristiek is voor de soort. Dit geldt met name voor bomen die een
                            ruimtelijke betekenis hebben. Dit betekent dat de kroon als zodanig
                            beschermd is en in stand gehouden dient te worden dan wel de
                            mogelijkheid geboden moet worden zich als zodanig te blijven
                            ontwikkelen. Dit criterium geldt niet voor bomen met een karakteristieke
                            lei/snoeivorm en/of bomen met een extra hoge natuurwaarde.</al></li></lijst><tussenkop>Specifieke criteria:</tussenkop><al>Naast de algemene criteria dient tenminste één van de volgende criteria van
                    toepassing te zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>De boom heeft voor Zwolle een belangrijke ruimtelijke betekenis:</al><lijst><li nr="·"><al>de boom is medebepalend en onvervangbaar voor het karakter van
                                    de omgeving van de openbare ruimte of;</al></li><li nr="·"><al>de boom is een onderdeel van een geheel in tact zijnde boomgroep
                                    of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in
                                    stad of landschap zichtbaar maakt of;</al></li><li nr="·"><al>de boom is een herkenningspunt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De boom is voor Zwolle een monument:</al><lijst><li nr="·"><al>de boom is van een zeldzame soort of type of een hoge
                                    leeftijdsklasse (ouder dan 80 jaar) of;</al></li><li nr="·"><al>de boom vormt een onderdeel van een monumentale omgeving
                                    of;</al></li><li nr="·"><al>de boom is een cultuurhistorisch waardevol element of;</al></li><li nr="·"><al>de boom is een gedenkboom.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De boom heeft een extra hoge natuurwaarde:</al><lijst><li nr="·"><al>de boom vormt een (onmisbaar) onderdeel van een biotoop van in
                                    de omgeving van Zwolle schaars voorkomende planten- of
                                    diersoorten of;</al></li><li nr="·"><al>de boom is een onderdeel van een reeks elementen die een
                                    ecologische infrastructuur vormen;</al></li><li nr="·"><al>de boom heeft in een totaal versteend gebied de functie van een
                                    ‘stepping stone’ in de ecologische infrastructuur; een stapsteen
                                    die de verbinding tussen verschillende ecologische elementen
                                    mogelijk maakt.</al><al/></li></lijst></li><li nr=""><al>Particuliere eigenaren van bijzondere bomen, welke met de laatste
                            actualisatie zijn toegevoegd aan de lijst bijzondere bomen, krijgen
                            hiervan schriftelijk bericht. Dit geeft derden belanghebbenden en
                            betrokken eigenaren de kans om tijdig geïnformeerd te zijn omtrent een
                            voornemen tot aanwijzing en desgewenst bezwaar aan te tekenen. Door de
                            verplichting tot mededeling van dit voornemen en het besluit aan de
                            eigenaar wordt voorkomen dat eigenaren de algemene kennisgeving van een
                            aanwijzing mislopen. Het betreft echter maar één procedure, waarin
                            gelijktijdig de algemene en geadresseerde kennisgeving plaats vindt. In
                            het aanschrijven van eigenaren worden alleen nieuwe eigenaren
                            geïnformeerd en eigenaren van een perceel waar sprake is van uitbreiding
                            van het areaal bijzonder bomen.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Groenstructuren</tussenkop><al>Vlakken en lijnen uit de hoofdgroenstructuur en wijkgroenstructuur zoals op de
                    Groene Kaart weergegeven, vormen een begrensd gebied / of wijzen een structuur
                    aan met een specifieke waarde of kwaliteit. Deze structuur vormt een
                    samenhangend geheel.</al><lijst><li nr="·"><al>Hoofdgroenstructuur. Alle bomen binnen de hoofdgroenstructuur hebben een
                            hoog beschermingsniveau. Deze structuur is hoofdzakelijk gebaseerd op
                            het Groenstructuurplan uit 1998. De grove kaart uit dat plan is in de
                            Groene Kaart op detail van kavelniveau uitgewerkt. Dit neemt veel
                            discussie weg over de begrenzing. Particuliere terreinen zijn hier ook
                            in meegenomen. In totaal vormt dit de structuur die van belang is voor
                            het groene geraamte van de stad en haar buitengebied en alle functie die
                            hieraan verbonden zijn.</al></li><li nr="·"><al>Wijkgroenstructuur. Bomen binnen de wijkgroenstructuur hebben een basis
                            beschermingsniveau. Het wordt gevormd door de gebieden die voor belang
                            zijn voor de groenbeleving van een wijk. Het is opgebouwd uit gegevens
                            van het Bestemmingsplan en de Parkenkaart. Daarnaast zijn
                            wijkontsluitingsroutes en recreatieve routes aangewezen. Deze structuur
                            is alleen van toepassing op gemeentelijke bomen. Als de
                            wijkgroenstructuur is aangegeven als een lijn op de Groene Kaart heeft
                            deze betrekking op alle gemeentelijke bomen die binnen de structuur
                            tussen gevel en gevel staan. </al><al/></li></lijst><tussenkop>Boomgebieden</tussenkop><al>Boomgebieden worden gevormd door vlakken die hoogstedelijk boomgebied en
                    groenvoorziening boomgebied aangeven. </al><lijst><li nr="·"><al>Hoogstedelijk boomgebied bevindt zich binnen de vestingwallen van de
                            binnenstad. Bomen binnen dit gebied zijn onderdeel van het schaarse
                            groen in de binnenstad en kunnen zowel particuliere als gemeentelijke
                            bomen zijn. Bomen in hoogstedelijk boomgebied genieten van een basis
                            beschermingsniveau.</al></li><li nr="·"><al>Groenvoorzienend boomgebied wordt gevormd door gebieden waar het
                            aanwezige groen de directe leefomgeving van vele bewoners vormt. Deze
                            gebieden hebben vaak een openbaar karakter. Het groen heeft een sterker
                            positief effect op het welzijn van de bewoners in het gebied. In de
                            meeste gevallen zijn de bomen binnen dit gebied in eigendom van
                            woningbouwcorporaties of zorginstellingen.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Vergunningvrij gebied</tussenkop><al>In een blanco / vergunningvrij gebied is het kappen van bomen vergunningvrij.
                    Particulieren krijgen meer kapverantwoordelijkheid voor wat betreft hun eigen
                    bomen. Gemeentelijke bomen kunnen vergunningvrij gekapt worden, mits deze niet
                    meer veilig of vitaal zijn. Een verzoek tot het kappen van een boom wordt in
                    beginsel wel getoetst aan de weigeringsgronden. Vanuit het eigendomsrecht kan
                    een verzoek geweigerd worden. </al><al>Belangrijker is dat bij het voornemen om wel te gaan kappen de buurt meer
                    zeggenschap krijgt. Door middel van burgerparticipatie wordt besloten wat er
                    gekapt kan worden en wat er voor terug komt.</al><al>Naast deze bomenverordening kunnen er beperkingen gelden op grond van een
                    bestemmingsplan, Boswet of andere regels van de natuurbeschermingsrecht waardoor
                    alsnog vergunning of ontheffing nodig is om een boom te mogen vellen. Veel
                    vergunningvrij gebied ligt buiten de bebouwde kom, daar waar de Boswet ook
                    geldig is. Ook kan vanuit de Flora en faunawet een ontheffing noodzakelijk zijn
                    om over te gaan tot vellen van een bepaalde houtopstand. </al><al>Lid 1 binnen dit artikel geeft aan dat de uitgebreide openbare
                    voorbereidingsprocedure van toepassing is op de vaststelling van de Groene Kaart
                    en de lijst bijzondere bomen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Kapverbod voor bijzondere bomen</tussenkop><al>Er is bewust gekozen voor categorieën beschermingsniveaus binnen de
                    vergunningplicht bij bijzondere bomen, Groenstructuren en Boomgebieden. De
                    vergunningplicht bij bijzondere bomen beoogt, dat in beginsel een vergunning
                    slechts bij hoge uitzondering wordt verleend. Ook bij interpretatieverschillen,
                    bij gerede twijfel of bij tegenstrijdige deskundigenadviezen en vergelijkbare
                    randgevallen geldt dat de vergunning niet wordt verleend. Het kapverbod voor
                    bijzondere bomen is dus een uitdrukking van een juridisch voorzorgsbeginsel. Dit
                    betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag het principe van “nee, tenzij”
                    wordt gebruikt. Dit maakt de bescherming van bijzondere bomen bijzonder hoog.
                    Plaatsing van bomen op de lijst bijzondere bomen geeft aan dat er een
                    redengevende beschrijving is om de boom extra te beschermen. In die zin zijn de
                    bomen bij opname op die lijst reeds getoetst aan weigeringsgronden en is daarmee
                    de waarde van die bomen bevonden. Het is daarom aan de aanvrager om redenen aan
                    te dragen waarom de boom gekapt moet worden. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Kapverbod voor bomen binnen groenstructuren en
                    boomgebieden</tussenkop><al>Vergunningaanvragen voor houtopstanden in groenstructuren en boomgebieden worden
                    bij twijfelgevallen in beginsel wel verleend (“ja, mits”). Houtopstanden in de
                    hoofdgroenstructuur kennen een hoog beschermingsniveau. De gedachte hierachter
                    is dat de hoofdgroenstructuur voor de gemeente Zwolle binnen dit toetsingskader
                    het meest waardevol is. In de Wijkgroenstructuur en Boombeschermingsgebieden is
                    het beschermingsniveau basis. </al><al>Naast de uitzonderingen op de kapverboden van deze verordening gelden ook de
                    wettelijke uitzonderingen van de Boswet. De bevoegdheid tot het instellen van
                    een verbod tot vellen bij gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de
                    Boswet beperkt. Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15
                    lid 2 en lid 3 Boswet genoemde houtopstanden:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of
                            langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als
                            kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                            terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                            geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een
                            bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                            die:</al><lijst><li nr="·"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; </al></li><li nr="·"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                    gerekend over het totale aantal rijen;</al></li></lijst></li></lijst><al>Bovenstaande uitzonderingen a t/m e worden beperkt geïnterpreteerd conform de
                    intentie van de wetgever. Dit betekent dat alle hiervoor genoemde uitzonderingen
                    conform de Memorie van Toelichting op de Boswet zich dienen te beperken tot
                    bomen met een aantoonbaar economisch doel en te onderscheiden van sierbomen, die
                    wel onder het kapverbod vallen. Dus zijn vrucht- of fruitbomen, die sierbomen
                    zijn, die vruchten dragen, wel vergunningplichtig. Onder het kapverbod valt niet
                    het houden en de economische exploitatie van (vrucht)bomen. </al><al/><tussenkop>Artikel 5 Aanvraag vergunning</tussenkop><al>Aanvragerskunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot
                    een houtopstand. Zakelijk gerechtigdenzijn in beginsel degenen die een
                    notariële akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal,
                    erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of een bewijsbaar pootrecht op de
                    houtopstand.</al><al/><al>Huurdershebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de
                    schriftelijke toestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van
                    de houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij
                    (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot
                    omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding van de huurovereenkomst is
                    de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand die altijd
                    zaaksgebonden is,nog van toepassing op het project. Voorschriften van de
                    omgevingsvergunning dienen dan door de eigenaar van het perceel nagekomen te
                    worden.</al><al/><al>De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning zijn in de Ministeriële
                    regeling omgevingsrecht ( Mor) verplicht voorgeschreven. Hoofdstuk 7 Mor
                    vermeldt bijzondere indieningsvereisten die van belang zijn bij een aanvraag
                    omgevingsvergunning tot het vellen van een houtopstand. </al><al>.</al><al>Buiten deze verplichte indieningsvereisten zijn in artikel 5 aanvullende
                    indieningsvereisten gesteld. De aanvullende indieningsvereisten maken dat alle
                    nodige informatie aangevraagd kan worden om een goede beoordeling te maken ten
                    aanzien van de vergunningaanvraag. </al><al/><al>Een aanvraag welke volgens de verplichte indieningsvereisten (Mor) is ingediend,
                    wordt ontvankelijk verklaard en zal in behandeling worden genomen. Zodra er
                    aanvullende informatie volgens artikel 5 nodig is voor een goede beoordeling van
                    de aanvraag, zal dit worden opgevraagd bij de aanvrager. De aanvrager moet dan
                    wel voldoende tijd krijgen om de aanvullende informatie te kunnen indienen. </al><al/><al>De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is in artikel 2.2
                    eerste lid onder g. van de Wabo aangewezen. Tezamen met een mogelijke
                    vergunning, ontheffing of vrijstelling op grond van de Flora- en faunawet of de
                    natuurbeschermingswet- die kunnen aanhaken bij de omgevingsvergunning vellen-
                    wordt één omgevingsvergunning verleend. </al><al/><al>Wanneer volgens lid 7 van dit artikel aan het college een afschrift is
                    toegezonden van de ontvangstbevestiging van een melding volgens de Boswet, kan
                    het bevoegd gezag dit als een vergunningaanvraag beschouwen. De te vellen
                    houtopstand moet dan wel onderdeel zijn van de Groene Kaart. De inhoudelijke
                    beoordeling van de melding Boswet kan tot gevolg hebben dat de
                    vergunningenprocedure in werking zal worden gezet.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Criteria voor vergunningverlening vellen bijzondere
                    bomen</tussenkop><al>Het vergunningenstelsel voor bijzondere bomen is strikter en gebaseerd op het
                    “nee, tenzij” principe. In beginsel verkrijgt een aanvrager geen vergunning
                    tenzij er aan zwaarwegende criteria is voldaan. </al><al>Indien bouw- of aanlegwerkzaamheden ter plaatse van de bijzondere boom de reden
                    tot de vergunningaanvraag is, moet allereerst duidelijk zijn dat met de
                    realisatie van bouw of aanleg een groot algemeen maatschappelijk belang gemoeid
                    is. Individuele particuliere belangen of kleine maatschappelijke belangen kunnen
                    dus niet tot velling van een bijzondere boom leiden. </al><al>Vervolgens moeten voorafgaand aan een eventuele vergunning de alternatieven voor
                    (her)inrichting of aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn en als
                    onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt. </al><al>Als gevaarzetting (voorkomen van letsel of ernstige schade) de/een reden voor
                    een vergunningaanvraag is, moeten voorafgaand aan een eventuele vergunning de
                    (boomverzorgings) alternatieven voor kap voldoende onderzocht zijn en als
                    onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt. Niet alle schade, maar slechts
                    schade welke enkel te voorkomen is door de boom te kappen.</al><al>Onder “Naar boomdeskundige maatstaven” (sub c van lid 2 van artikel 6) wordt
                    verstaan: het naar landelijk gebruik in het bomenvak meer dan de gemiddelde
                    kennis en ervaring van hoveniers en andere groene aannemers, en ziet op
                    boomdeskundigheid van ervaren, beroepsmatige boomverzorgers in het bezit van een
                    examen European Tree Technician.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Criteria voor weigering vergunningverlening vellen bomen binnen
                    groenstructuren en boomgebieden</tussenkop><al>Dit artikel bevat de criteria, op grond waarvan een vergunning geweigerd wordt.
                    Ervaring leert dat de algemene termen van de weigeringsgronden nadere uitwerking
                    behoeven om te onderbouwen welke criteria pleiten voor het belang van
                    boombehoud. Deze criteria zijn in een afwegingsmodel geplaatst dat als
                    instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. De beslissing op
                    de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar relevante beleidsbesluiten. Ook de
                    door derdebelanghebbenden ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden. Op
                    grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46- 3:50 en 4:82 – 4:84)
                    dient de motivering van het besluit te verwijzen naar gemeentelijk beleid zoals
                    bestemmings-, groen-, bomen-, of landschapsplannen en bijbehorende
                    (beschermings)categorieën en beleidskaarten. De Groene Kaart is hierin het
                    belangrijkste instrument.</al><al>Door het belang van boombehoud inzichtelijk te maken kan een afweging worden
                    gemaakt ten opzichte van het verwijderingsbelang.</al><al>In beginsel zijn er 3 motieven om een houtopstand te willen kappen.</al><lijst><li nr="·"><al>Ontwikkeling: Ontwikkelingen in de zin van bouw- of aanlegwerkzaamheden.
                            In dit geval zal in de toetsing worden gewogen wat het (maatschappelijk)
                            belang is van de ontwikkeling;</al></li><li nr="·"><al>Beheer: Bomen zijn niet meer duurzaam en veilig te onderhouden;</al></li><li nr="·"><al>Overlast: Als bomen onevenredig veel overlast veroorzaken. Slechts in
                            uitzonderlijke gevallen leidt overlast tot kap.</al><al/></li></lijst><al>De weigeringsgronden van artikel 7 zijn niet limitatief. Er is geen rangorde bij
                    de opsomming van de weigeringsgronden. </al><al>a.Natuur- en milieuwaarden</al><al>Potentieel is iedere boom of boomgroep ecologisch van belang. Er zijn echter
                    bomen of boomgroepen die een extra toegevoegde ecologische waarde hebben voor de
                    natuur. </al><al>Een houtopstand heeft bijvoorbeeld natuurwaarde als deze: </al><lijst><li nr="·"><al>Een schuil/broedplaats biedt aan fauna; </al></li><li nr="·"><al>Foerageergelegenheid biedt aan fauna; </al></li><li nr="·"><al>Huisvesting biedt aan beschermde flora; </al></li><li nr="·"><al>Op zichzelf natuurwaarde heeft als solitair, of verbindende schakel
                            (“stepping stone”) maar ook als onderdeel van: bos, verbindingszone,
                            EHS) en aan die natuurwaarde afbreuk wordt gedaan wanneer de boom wordt
                            gekapt. </al></li></lijst><al>In de toetsing of een boom een verhoogde natuurwaarde heeft, wordt bij twijfel
                    getoetst door de stedelijk ecoloog.</al><al>Bij milieuwaarden van een houtopstand moet gedacht worden aan de mate waarin een
                    houtopstand een bijdrage levert aan zaken als luchtkwaliteit, fijnstoffiltering
                    en waterberging. Bomen zorgen ook voor koelte in de zomer en remmen al te grote
                    temperatuurschommelingen.</al><al/><al>b.Landschappelijke waarden:</al><al>Dit is een sterk streekgebonden aspect van houtopstanden en is veelal van belang
                    buiten de bebouwde omgeving, maar ook wel eens daar binnen gekoppeld aan de
                    hoofdgroenstructuur. Of een houtopstand of een type beplanting karakteristiek is
                    voor een landschap hangt nauw samen met het ontstaan van het landschap, de
                    ontginningsgeschiedenis en de grondsoort. Hierbij spelen visuele en esthetische
                    aspecten een rol:</al><lijst><li nr="·"><al>De houtopstand vormt een landschappelijk element (van solitair tot bos)
                            welke een belangrijk deel (meer dan 25 %) van het groenbeeld vanuit de
                            omgeving bepaalt;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand bestaat uit soorten van de potentieel natuurlijke
                            vegetatie / landschappelijke / gebiedskenmerkende soorten;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand is een onderdeel van een geheel in tact zijnde boomgroep
                            of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in het
                            landschap zichtbaar maakt of vormt. (bijvoorbeeld een onderdeel van de
                            hoofdgroenstructuur);</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand is een herkenningspunt.</al><al/><lijst><li nr="c."><al>Cultuurhistorische waarde</al></li></lijst></li></lijst><al>Cultuurhistorische waarde is apart opgenomen omdat een bepaalde boom op een
                    bepaalde plaats het behouden waard kan zijn vanwege de historische betekenis.
                    Als een boom, boomgroep of laanstructuur karakteristiek is voor de ontstaans- of
                    de ontginningsgeschiedenis van een plek of omgeving (dit kan tevens te maken
                    hebben met de soort en/of met de leeftijd van een boom), of als de boom ooit
                    geplant is vanwege een heugelijk feit in het verleden, dan heeft deze
                    houtopstand een (hoge) cultuurhistorische waarde. Een houtopstand heeft in ieder
                    geval cultuurhistorische waarde als; </al><lijst><li nr="·"><al>De boom van een zeldzame soort of type en een hoge leeftijdsklasse
                            is;</al></li><li nr="·"><al>De boom een onderdeel van een monumentale omgeving vormt;</al></li><li nr="·"><al>De boom een cultuurhistorisch waardevol element is;</al></li><li nr="·"><al>De boom een gedenkboom is.</al><al/><lijst><li nr="d."><al>Waarden voor stads- en dorpsschoon</al></li></lijst></li></lijst><al>Dit is te vergelijken met de landschappelijke waarde, maar dan binnen de
                    bebouwde kom. Dit is vooral van toepassing binnen de wijkstructuur en beschermde
                    boomgebieden maar ook in de hoofdgroenstructuur. De grens tussen landschap en
                    dorp is vaak lastig te trekken. Bij dit criteria moet worden ingeschat wat de
                    invloed op het dorpsschoon is als de vergunning wordt verleend. Bomen kunnen
                    (lelijke) gebouwen aan het zicht onttrekken, lege plekken opvullen, een
                    structuur versterken (bijvoorbeeld een weg) en bijdragen aan het groene karakter
                    van een wijk. Maar ook bomen met een bijzondere vorm, kleur of ouderdom leveren
                    een bijdrage aan stads- en dorpsschoon. Zij bepalen het beeld van die specifieke
                    plek. Die plek wordt geassocieerd met die boom en andersom. Een houtopstand
                    heeft in ieder geval waarde voor stads- en dorpsschoon als: </al><lijst><li nr="·"><al>De boom / houtopstand een groenelement (van solitair tot bos) vormt
                            welke voor een belangrijk deel (meer dan 25 %) het groenbeeld vanuit de
                            omgeving bepaald;</al></li><li nr="·"><al>De boom / houtopstand een onderdeel van een geheel in tact zijnde
                            boomgroep of uniforme laanbeplanting of een karakteristieke structuur in
                            de stad is;</al></li><li nr="·"><al>De boom / houtopstand een herkenningspunt is.</al><al/><lijst><li nr="e."><al>waarden voor de recreatie en de leefbaarheid:</al></li></lijst></li></lijst><al>Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van een de stad of
                    dorp. De bomen kunnen bovendien waardevol zijn als speelplaats voor kinderen of
                    een lommerrijke, beschutte plek vormen voor ouderen. Bij waarden voor de
                    recreatie en de leefbaarheid kan bijvoorbeeld gedacht worden dat:</al><lijst><li nr="·"><al>De houtopstand over het algemeen wordt gewaardeerd om zijn schaduw en
                            regulerende werking op zomerse temperaturen;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand belangrijk is voor de groenbeleving van een recreatieve
                            plek / doorgaande route;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand belangrijk is voor verkeersgeleidende functie;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand vanwege bepaalde soortkenmerken een educatieve functie
                            heeft.</al><al/><lijst><li nr="f."><al>een goed kwantitatief en kwalitatief bomenbestand</al></li></lijst></li></lijst><al>De groenstructuren en boomgebieden zoals weergegeven op de Groene Kaart
                    vertegenwoordigen de kernkwaliteit van het groen in de gemeente Zwolle. Het
                    vormt het groene raamwerk van de stad. Behoud en ontwikkeling van dit raamwerk
                    in kwalitatieve en kwantitatieve zin is van belang om deze kwaliteit te
                    waarborgen. Ontwikkelingen welke plaatsvinden in de groenstructuren of
                    boomgebieden moeten daarom zoveel mogelijk gericht zijn tot het behoud of
                    verbetering van de groene kwaliteit. Bij waarden van een kwantitatief en
                    kwalitatief bomenbestand kan bijvoorbeeld gedacht worden dat:</al><lijst><li nr="·"><al>De houtopstand in goede conditie verkeert en een goede
                            toekomstverwachting heeft;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand van een orde grootte is welke in de context, gewenst
                            beeld en functie van de plek tot eindbeeld uit kan groeien;</al></li><li nr="·"><al>De groeiplaats van de houtopstand voldoende toereikend is om de
                            houtopstand gedurende de levensomloop te kunnen voorzien van voldoende
                            ondergrondse en bovengrondse ruimte;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand in eindbeeld van de gewenste beplantingsvorm staat;</al></li><li nr="·"><al>De houtopstand voor een gewenste variatie in bomenbestand zorgt en
                            daarmee bijdraagt aan de preventie van ziekte en plagen;</al></li><li nr="·"><al>De hoeveelheid houtopstand bijdraagt aan een hoge mate van
                            groenbeleving.</al></li></lijst><al>Deze waarden kunnen tevens worden meegewogen in het beoordelen van het
                    herbeplantingsplan. Ten aanzien van de verplichting tot herplant geldt dat het
                    moet gaan om een zowel kwantitatieve als kwalitatieve herplant. Zodra het
                    herbeplantingsplan een verslechtering van bovengenoemde waarden betekent, doet
                    zij afbreuk aan een goed kwantitatief en kwantitatief bomenbestand. Zo kan een
                    vergunning geweigerd worden omdat de ondergrondse groeiplaats van de te
                    herplanten bomen niet voldoende toereikend is om de bomen op een duurzame manier
                    tot functievervulling te laten komen. </al><al/><al>In het tweede lid is de boomwaarde ook als weigeringsgrond opgenomen. De
                    Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (N.V.T.B.) heeft richtlijnen
                    vastgesteld om de boomwaarde te bepalen. De boomwaarde bepaling volgens die
                    richtlijnen werken goed in de praktijk en worden door de rechter geaccepteerd.
                    Bij de vaststelling van de boomwaarde zal de meest recente richtlijn van de
                    N.V.T.B. worden gebruikt. In geval van grote schadebedragen is het aan te
                    bevelen een onafhankelijke taxateur de waarde te laten bepalen.</al><al>Om de financiële herplant mogelijk te maken is het bomenbestand in kwantitatieve
                    en kwalitatieve zin toegevoegd aan de belangen die door de bomenverordening
                    worden gediend. De bomenverordening gaat uit van compensatie van gekapte bomen
                    in aantallen en kwaliteit. Voor iedere gekapte boom komt een boom terug. Bij de
                    herplant wordt zo mogelijk rekening gehouden met de grootte en de waarde die de
                    gekapte boom had, maar de hergeplante boom is altijd jonger / kleiner / minder
                    waardevol dan de gekapte boom. Als het gaat om het financieel compenseren van
                    een boom is gekozen voor compensatie in kwaliteit in plaats van in kwantiteit.
                    Weigering op basis van de boomwaarde vindt plaats als er geen ruimte is voor
                    fysieke herplant en er geen overeenstemming wordt bereikt over de wijze van
                    financiële herplant.</al><al/><al>Op basis van artikel 5 kan aanvullende informatie worden gevraagd. Deze
                    aanvullende informatie kan noodzakelijk zijn om tot een gedegen inhoudelijke
                    beoordeling te komen. In deze gevallen wordt de aanvrager gevraagd het
                    verwijderingsbelang onderbouwd kenbaar te maken zodat een gewogen afweging
                    gemaakt kan worden ten opzichte van het belang van boombehoud. </al><al>Als de aanvrager verzuimt om de nodige informatie aan te leveren kan de termijn
                    van vergunningbeoordeling onder druk komen te staan of zelfs vervallen. In die
                    gevallen maakt de aanvrager het de vergunningverlener onmogelijk om binnen het
                    gestelde termijn te kunnen beslissen. In deze gevallen kan de vergunning op
                    basis van lid 3 van artikel 7 geweigerd worden. </al><al>Gevraagde informatie kan zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Een boom effect analyse: Een boom effect analyse naar boomdeskundige
                            maatstaven onderzoekt de mogelijkheden en / of alternatieven inzake
                            boombehoud. Andersom geeft het dus aan waarom de te kappen bomen
                            verwijderd moeten worden, het verwijderingsbelang. Ook geeft de
                            rapportage inzicht in de volledigheid van de aanvraag. Het toont aan dat
                            alle overige bomen binnen de projectgrens (of net daarbuiten) duurzaam
                            behouden kunnen blijven.</al></li><li nr="·"><al>Een deskundigenrapportage betreft vitaliteit of stabiliteit: Indien
                            gemeende gevaarzetting (voorkomen van letsel of ernstige schade) reden
                            tot de vergunningaanvraag is, kan de aanvrager verplicht worden gesteld
                            een deskundigenrapportage te overhandigen die aantoont dat de
                            verminderde vitaliteit of stabiliteit de kap rechtvaardigt. De
                            mogelijkheid voor het bevoegd gezag zich te beroepen tot deze
                            aanvullende indieningsvereisten, maakt helder dat de rechtmatige
                            eigenaar van de boom de zorgplicht heeft over de bomen.</al><al/></li></lijst><al>Onder “Naar boomdeskundige maatstaven” wordt verstaan: het naar landelijk
                    gebruik in het bomenvak meer dan de gemiddelde kennis en ervaring van hoveniers
                    en andere groene aannemers, en ziet op boomdeskundigheid van ervaren,
                    beroepsmatige boomverzorgers in het bezit van het certificaat European Tree
                    Technician.</al><al/><al>Zieke of gevaarlijke bomen komen altijd voor vergunningverlening in aanmerking.
                    Het bevoegd gezag kan bovendien toestemming geven tot direct vellen (noodkap),
                    indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang van
                    openbare orde of veiligheid, op grond van de artikelen 173 en 175 van de
                    Gemeentewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Bijzondere voorschriften</tussenkop><al>In de volgende leden staan bijzondere voorschriften, welke verbonden kunnen
                    worden aan een vergunning. Deze voorschriften moeten concreet en precies worden
                    uitgewerkt, bijvoorbeeld bij herplant naar locatie, boomsoort of grootte. Uit de
                    rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige
                    uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is. Dit beleid
                    staat hieronder uitgewerkt.</al><al>Voor de afweging tot herplant zijn onderstaande categorieën onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>Compensatie vanwege groene argumenten. In deze situatie vindt
                            compensatie (herplant) plaats wanneer sprake is van noodzakelijke
                            vervanging van oude bomen c.q. bij uit te voeren
                            groenreconstructies.</al></li><li nr="2."><al>Compensatie ongewenst in verband met groenkwaliteit. In deze situatie
                            kan van herplant worden afgeweken als daar, naar oordeel van het bevoegd
                            gezag vanuit de groenfunctie redenen voor aan te voeren zijn,
                            omdat:</al><lijst><li nr="a."><al>de resterende boombeplanting door de kap meer ruimte krijgt om
                                    zich tot volwassen boom te kunnen ontwikkelen (dunning);</al></li><li nr="b."><al>de herplant niet gewenst is vanwege natuur- en
                                    landschapswaarden, cultuurhistorische en/of recreatieve aspecten
                                    van het groen; dan wel dat herplant het doelmatige gebruik als
                                    tuin in de weg staat en voor zover de tuin onderdeel blijft van
                                    haar landschappelijke context.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Compensatie bij functiewijziging. Als door bouw of aanleg, of bij een
                            wijziging in het bestemmingsplan, beschermde bomen gekapt moeten worden,
                            vindt er altijd herplant plaats. In deze gevallen dient in het vroegste
                            stadium geïnventariseerd te worden welke bomen en groenstructuur
                            gehandhaafd dient te blijven en of er bijzondere bomen staan. Alleen op
                            basis van een grondige groeninventarisatie en een verantwoorde afweging
                            kan een aanvraag om omgevingsvergunning worden beoordeeld.</al><al/></li></lijst><al>In volgorde van wenselijkheid vindt herplant volgens het “vier stappen principe”
                    plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>stap 1 – herplant op nagenoeg dezelfde plek;</al></li><li nr="b."><al>stap 2 – herplant op hetzelfde perceel;</al></li><li nr="b."><al>stap 3 – herplant in de directe omgeving;</al></li><li nr="d."><al>stap 4 – herplant door een financiële storting in het gemeentelijk
                            bomenreserve.</al></li></lijst><al>Het gemeentelijk groenbeleid en de Bomenverordening 2013 gaat uit van
                    kwantitatieve en kwalitatieve compensatie. Voor iedere gekapte boom komt in
                    principe een boom terug. Bij de herplant wordt zo mogelijk rekening gehouden met
                    de grootte en de waarde die de gekapte boom had. In de praktijk is de herplant
                    altijd jonger / kleiner / minder waardevol dan de gekapte boom.</al><al>Financiële compensatie geschiedt op basis van de boomwaarde zoals bedoeld in sub
                    L van artikel 1 van deze verordening. De boomwaarde gaat uit van kwaliteit in
                    plaats van kwantiteit. De boomwaarde wordt door of in opdracht van de
                    initiatiefnemer tot vellen berekend. </al><al>Het “vier-stappen-principe” wordt gebruikt omdat ervaring leert dat de
                    initiatiefnemer alles in het werk zal stellen herplant in fysieke vorm te
                    realiseren, wat de voorkeur heeft. Indien een deel van de te kappen bomen wordt
                    hergeplant, wordt de financiële compensatie berekend op grond van de gemiddelde
                    waarde van alle te kappen bomen.</al><al/><al>Lid 5 van dit artikel haakt in op de bescherming van flora en fauna. Vanuit een
                    verantwoord groenbeheer sluit de gemeente Zwolle zich aan bij de door de
                    minister goed gekeurde gedragscode ‘Gedragscode Bosbeheer 2010-2015’. Dit houdt
                    in dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de broedperiode van 15 maart tot 15 juli wordt gerespecteerd, Deze
                            periode dient als rustperiode voor broedvogels;</al></li><li nr="·"><al>in de broedperiode geen onderhoud wordt gepleegd aan bomen en
                            bosplantsoen, tenzij dit:</al><lijst><li nr="°"><al> onderhoud aan laanbomen betreft. Ook wel vorm- of
                                    begeleidingssnoei genoemd;</al></li><li nr="°"><al>Er gekapt moet worden om onveilige situaties op te heffen</al></li><li nr="°"><al>Er gekapt moet worden ter voorkoming van besmettelijke
                                    boomziektes.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bij alle overige vergunningen wordt, indien relevant, als voorschrift opgenomen
                    dat binnen een bepaalde periode een houtopstand niet geveld mag worden vanwege
                    een vaste rust- en verblijfplaats van een dier, behorende tot een beschermde
                    diersoort, volgens de Flora- en Faunawet.</al><al>.</al><al>Volgens lid 5 sub b van dit artikel kan in de vergunning als voorschrift worden
                    opgenomen de verplichting tot het opstellen van een natuurtoets naar mogelijke
                    effecten op beschermde flora en fauna. De natuurtoets moet aantonen of
                    uitsluiten dat er negatieve effecten zijn te verwachten door de kap, om
                    strijdigheid met hogere natuurwetgeving te voorkomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Herplant- / instandhoudingsplicht</tussenkop><al>Bij kap zonder vergunning wordt een herplantplicht opgelegd. De
                    herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer gedetailleerd
                    soort, locatie en plantwijze voorschrijven. Deze voorschriften moeten wel
                    volgens het beleid zoals in de toelichting op artikel 9 is uitgeschreven passen.
                    De uitwerking van de herplantplicht kan deel uitmaken van een breder opgezet
                    handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de ernst van de
                    overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan
                    worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. </al><al>Artikel 5:18 Wabo biedt de mogelijkheid- indien sprake is van een herstel,- of
                    instandhoudingssanctie van het velverbod- onder oplegging van last onder
                    bestuursdwang of dwangsom, bij het besluit tot herplantverplichting tevens te
                    bepalen dat de uitvoering van het besluit tevens geldt voor de
                    rechtsopvolger.</al><al>De landelijke richtlijnen voor bouwen of aanleggen nabij (beschermde) bomen
                    zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Verplichting bescherming standplaats, wortels en stam. In beginsel
                            plaatsing bouwhekken op de rand van de kroonprojectie;</al></li><li nr="2."><al>Geen(tijdelijke) bouwmaterialen en geen bouwkeet (enz.) onder de boom
                            (kroonprojectie).</al></li><li nr="3."><al>Geen verstoring van het maaiveld; niet graven, ophogen of verdichten
                            door zwarematerialen, voertuigen, enz.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>In beginsel geen bouwverkeer in de kroonprojectie. Indien dit
                            onvermijdelijk is dan zijn deugdelijke rijplaten verplicht.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Graven indien onvermijdelijk onder kroonprojectie uitsluitend met de
                            hand.</al></li><li nr="6."><al>Kabels en leidingen niet dichter dan 2 meter van de stam van bomen of
                            indien het onvermijdelijk is dient er op voldoende diepte geboord te
                            worden.</al></li><li nr="7."><al>Verandering van grondwaterpeil is niet toegestaan. Indien
                            peilverandering onvermijdelijk is, moet dagelijks voldoende water
                            gegeven worden.</al></li><li nr="8."><al>8.Schadelijk stoffen zoals cement, olie, zout, zuren, kalk of andere
                            chemicaliën nooit onder bomen laten uitvloeien.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Snoeiwerk uitsluitend door deskundige boomverzorgers (European Tree
                            workers of met aantoonbare ervaring) laten uitvoeren.</al></li><li nr="10."><al>Geen ondoordringbare (niet water- en zuurstofdoorlatende) lagen over
                            boomwortels; dus geen beton, asfalt enz. </al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 10 Schadevergoeding</tussenkop><al>De Boswet schrijft in artikel 17 voor dat een gemeentelijke verordening dit
                    artikel moet bevatten, hoewel uit de (gepubliceerde) rechtspraak geen enkel
                    geval van een schade-uitkering op grond van dit artikel bekend is. Rechters
                    lijken niet snel (onredelijk) nadeel aanwezig te achten indien een vergunning om
                    te vellen geweigerd wordt.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Afstand van de erfgrenslijn</tussenkop><al>Lid 1 en lid 2 van artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek (BW) geeft het bekende
                    verwijderingsrecht voor bomen, die staan binnen twee meter, en heesters en
                    heggen, die staan binnen een halve meter vanaf de erfgrens. Maar in lid 2 van
                    dit artikel 5:42 BW staat “tenzij ingevolge een verordening of gewoonte een
                    kleinere afstand is toegelaten”. In deze verordening is een artikel toegevoegd
                    waarbij de afstand tot de erfgrens wordt verkleind om niet alleen bomen en
                    heesters/heggen beter te beschermen, maar vooral om burengeschillen beperkt te
                    houden en artikel 5:42 niet op te veel bomen van toepassing te laten zijn. Er
                    zijn immers ook nog artikelen over overlast/hinder (art. 5:37 BW) en
                    overhangende takken en doorschietende wortels (art. 5:44 BW) en schade (art.
                    6:162 BW). Met “nihil”-afstand voor heesters en heggen is bedoeld bescherming te
                    geven aan deze natuurlijke wijze van erfafscheiding. Het is al zeer vele jaren
                    constante rechtspraak dat in een burengeschil de rechter eerst kijkt of in een
                    gemeentelijke verordening de wettelijke twee meter afstand is ingeperkt.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Bestrijding iepziekte / onveilige bomen</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om de besmettelijke boomziekten iepziekte adequaat te
                    kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en de
                    besmetting wordt voorkomen.</al><al>In het vijfde lid is een bijzondere bestuursdwang bevoegdheid in aanvulling op
                    de algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid opgenomen, vanwege de ernst
                    van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen, met name voor een “beherende”
                    afdeling. </al><al>Dit bestuursrechtelijke artikel laat onverlet de privaatrechtelijke
                    verplichtingen, dus dat elke boomeigenaar ten alle tijde moet voldoen aan de
                    zorgplicht voor de veiligheid van zijn </al><al>houtopstand.</al><al/><al>In acute probleemsituaties door houtopstanden, (meestal in geval van gevaar voor
                    zaken of personen), moet er meteen gehandeld kunnen worden. Een voorbeeld van
                    een acute probleemsituatie is dat uit een waarneming of inspectie blijkt dat een
                    boom dermate instabiel is dat er een groot risico is voor het afbreken van grote
                    takken of het omvallen van de boom, of op andere wijze gevaar vormt, waarbij het
                    risico op schade of letsel voor aanwonenden of passanten groot is. Dit ter
                    beoordeling door een deskundig medewerker van de gemeente Zwolle of in
                    noodsituaties door politie of brandweer.</al><al/><al>Daarnaast kan de Burgemeester toestemming geven tot direct vellen, indien sprake
                    is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of
                    veiligheid, op grond van de artikel 175 van de Gemeentewet. </al><al/><tussenkop>Artikel 13 Strafbepaling</tussenkop><al>De Wabo verbiedt in artikel 2.3 het handelen in strijd met een voorschrift uit
                    een omgevingsvergunning. Door artikel 5.4 Invoeringswet Wabo is het handelen
                    zonder omgevingsvergunning of het handelen in strijd met een omgevingsvergunning
                    strafbaar gesteld in de Wet economische delicten. </al><al/><al>Overtreding van artikelen 3, 4, 8, 9 en 12 (alle leden daarvan) van deze
                    verordening en heeft als strafmaat een hechtenis van maximaal 6 maanden,
                    taakstraf en/of een geldboete van de tweede categorie (maximaal € 3.900,-- (per
                    01.01.2013). Maar ingeval van een economisch delict vanwege handelen in strijd
                    met een omgevingsvergunning (art. 2.3 Wabo) is de geldboete van de vierde
                    categorie tot maximaal €19.500,-- (per 01.01.2013) op grond van artikel 6 Wet
                    economische delicten. De boomwaarde kan verhogend op de geldboete werken. Indien
                    de boomwaarde hoger is dan een vierde gedeelte van € 19.500,-- kan een geldboete
                    worden opgelegd van maximaal € 75.000,--.</al><al/><al>De op grond van artikel 13 van deze verordening ingestelde strafvervolging laat
                    onverlet de mogelijkheid van het instellen door het bevoegd gezag van een
                    privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan
                    gemeentelijke bomen of houtopstand.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Slotbepaling </tussenkop><al>Op vergunningen of ontheffingen, die zijn afgegeven voor de inwerkingtreding van
                    deze verordening, waartegen nog een bezwaar, beroep of hoger beroep procedure
                    aanhangig is,blijft de oude verordening van toepassing. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>