<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300252_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-05-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2012-05-30</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 147 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand, art. 8 lid 1 onder g, art. 8 lid 2 onder d, art. 35 lid 5 en 9</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-04-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012, 2012.00030</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 maart 2012,
                        nummer 2012.00030; </al><al/><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de raad het als zijn taak beschouwt bij te dragen aan de
                                doelstelling om het aantal schoolgaande kinderen uit financieel
                                minder daadkrachtige gezinnen dat om financiële redenen
                                maatschappelijk niet meedoet, met de helft terug te dringen;</al></li><li nr="2."><al>deze verordening de wijze beschrijft waarop deze taak door het
                                college wordt uitgevoerd, met inbegrip van de wijze waarop invulling
                                wordt gegeven aan het begrip maatschappelijke participatie;</al></li></lijst><al/><al>gelet op:</al><al>artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, artikel 8, eerste lid onder g,
                        artikel 8, tweede lid onder d en artikel 35, vijfde en negende lid van de
                        Wet werk en bijstand;</al><al/><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de <vet>Verordening maatschappelijke participatie
                            schoolgaande kinderen</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><label>Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="69*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="2*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<vet>de wet:</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<vet>het college:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Veenendaal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<vet>de raad:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeenteraad van de gemeente Veenendaal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<vet>maatschappelijke participatie:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Het deelnemen aan activiteiten met een sportief,
                                                sociaal dan wel cultureel karakter door schoolgaande
                                                kinderen van ouders met een laag inkomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<vet>voorziening:</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Een vorm van financiële ondersteuning of
                                                ondersteuning in natura die het college benut voor
                                                het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel
                                                35, vijfde lid van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.<vet>schoolgaand kind:</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Ten laste komend kind van een ouder met een laag
                                                inkomen, voor wie de leer- of kwalificatieplicht
                                                geldt als bedoeld in artikel 4 van de
                                                Leerplichtwet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.<vet>laag inkomen:</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Een inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde
                                                bijstandsnorm.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><label>Beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Beleid en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college geeft uitvoering aan het beleid ter bevordering van de
                                maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen conform de
                                door de raad vastgestelde Meerjarennota ‘meer voor minder’
                                -minimabeleid 2012-2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de meerjarennota als genoemd in lid 1 zijn de volgende
                                voorzieningen als bedoeld in deze verordening, opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>Geld-terugregeling voor gezinsleden ad € 100;</al></li><li nr="b."><al>Geld-terugregeling extra voor kinderen ad € 140;</al></li><li nr="c."><al>PC-regeling voor gezinnen met schoolgaande kinderen ad €
                                        600;</al></li><li nr="d."><al>Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering;</al></li><li nr="e."><al>Lokale kortingskaart voor minima;</al></li><li nr="f."><al>€ 20.000,- aan financiële middelen voor het jeugdsportfonds
                                        waardoor kinderen kunnen deelnemen aan allerlei
                                        sportactiviteiten;</al></li><li nr="g."><al>Toevoeging van € 20.000,- aan het jeugdsportfonds ten
                                        behoeve van zwemlessen diploma A voor kinderen van
                                        minima.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verantwoordelijkheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zet zich in voor het tot stand komen en onderhouden van
                                samenwerkingsverbanden die bijdragen aan maatschappelijke
                                participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt voorzieningen aan, gericht op maatschappelijke
                                participatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een voorziening, bedoeld in het tweede lid, het
                                rechtskarakter heeft van categoriale bijzondere bijstand, bedoeld in
                                artikel 35, vijfde lid, van de wet, draagt het college er zorg voor
                                dat deze bijstand uitsluitend wordt verstrekt aan een belanghebbende
                                met een laag inkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vorm van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij de raad anders heeft bepaald, stelt het college de vorm van
                                een voorziening vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de vorm van een voorziening kiest het college
                                voor de vorm die naar zijn oordeel het meest doeltreffend is om de
                                maatschappelijke participatie te bevorderen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt de dag na de bekendmaking in werking en werkt
                            terug tot en met 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            participatie schoolgaande kinderen.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 24 mei 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de heer mr. E.J. Kruijswijk Jansen - raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>de heer mr. T. Elzenga - voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Algemeen </vet></al><al/><al><vet>Verordeningsplicht</vet></al><al>Op 1 januari 2012 is de “Wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand en
                    samenvoeging van de wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering
                    van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid
                    van uitkeringsgerechtigen”, kortweg “Wet Aanscherping Wwb, in werking
                    getreden.</al><al/><al>In de motie Blanksma-Spekman c.s. vraagt de Tweede Kamer de regering om
                    gemeenten financieel af te rekenen als zij onvoldoende bijdragen aan de
                    doelstelling om het aantal schoolgaande kinderen uit de arme gezinnen dat om
                    financiële redenen maatschappelijk niet meedoet, met de helft terug te dringen.
                    Bij de uitvoering van deze motie heeft de regering gekozen voor het steviger
                    stimuleren van gemeenten om hier daadwerkelijk werk van te maken. Daartoe
                    voorziet de wet in een verordeningsplicht voor de gemeenteraad (Wwb art. 8, lid
                    1 onder g) ten aanzien van regels voor categoriale bijzondere bijstand voor
                    maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen (Wwb art. 35, lid 5).
                    Hierbij moet de verordening aan de volgende drie voorwaarden voldoen:</al><lijst><li nr="1."><al>de categoriale bijzondere bijstand mag uitsluitend verstrekt worden aan
                            gezinnen met een inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde
                            bijstandsnorm (Wwb art. 35, lid 9)</al></li><li nr="2."><al>in de verordening moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze
                            invulling wordt gegeven aan het begrip “maatschappelijke participatie”
                            (Wwb art. 8, lid 2 onder d).</al></li></lijst><al/><al><vet>Invulling verordeningsplicht</vet></al><al>Op 3 november 2011 heeft de gemeenteraad van de gemeente Veenendaal de
                    Meerjarennota ‘meer voor minder’ - minimabeleid 2012-2015 vastgesteld alsmede
                    een aantal categoriale minimamaatregelen. Een aantal van deze maatregelen is
                    bestemd voor de doelgroep van de verplichte verordening voor maatschappelijke
                    participatie van schoolgaande kinderen. </al><al/><al>Met dit raadsbesluit wordt gedeeltelijk voldaan aan de verordeningsplicht,
                    namelijk het vaststellen van regels voor categoriale bijzondere bijstand voor
                    maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen (Wwb art. 35, lid 5) en
                    verstrekking uitsluitend aan gezinnen met een inkomen tot 110% van de van
                    toepassing zijnde bijstandsnorm (Wwb art. 35, lid 9). Hiermee wordt echter niet
                    voldaan aan de voorwaarde om invulling te geven aan het begrip “maatschappelijke
                    participatie” (Wwb art. 8, lid 2 onder d). Daarnaast verwijst het besluit niet
                    naar de verordeningsplicht (Wwb art 8, lid 1 onder g).</al><al/><al>Deze verordening voldoet aan alle voorwaarden binnen de Wwb en verwijst voor de
                    voorzieningen naar het eerder vastgestelde minimabeleid.</al><al/><al><vet>Artikelgewijs</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>Gebruikte begrippen waarvan de betekenis niet zonder meer duidelijk is, worden
                    hier omschreven. </al><al/><al>Het begrip ‘maatschappelijke participatie’ is hier omschreven, ter uitvoering
                    van de opdracht van de wetgever, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g
                    Wwb. Er is gekozen voor een ruime betekenis. Maatschappelijke participatie kan
                    op vele wijzen plaatsvinden en niet ieder kind is hetzelfde. Niet alleen wordt
                    verwezen naar de soorten activiteiten, maar ook naar de doelgroep. Deze
                    begripsomschrijving heeft als voordeel dat op andere plaatsen in de verordening
                    volstaan kan worden met het begrip ‘maatschappelijke participatie’, waarmee dan
                    gedoeld wordt op de activiteiten van de hier beschreven doelgroep.</al><al/><al>Het begrip ‘voorziening’ is in de verordening gebruikt en heeft ook een ruime
                    betekenis gekregen. In wezen wordt met iedere vorm van financiële ondersteuning
                    of ondersteuning in natura door het college die specifiek is bestemd voor de
                    maatschappelijke participatie van kinderen, uitvoering gegeven aan de
                    verordeningsplicht. Een dergelijke voorziening kan categoriale bijzondere
                    bijstand zijn, maar ook een tegemoetkoming of kostenvergoeding dan wel een
                    subsidie of verstrekking ‘in natura’, zolang dit maar bijdraagt aan de
                    participatie.</al><al/><al>Schoolgaande kinderen staan centraal in het beleid met betrekking tot
                    maatschappelijke participatie. Dit begrip wordt in de Wwb onder artikel 35, lid
                    5 alleen omschreven als een kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt.
                    Met de begripsomschrijving onder f wordt onder schoolgaand kind niet alleen een
                    kind verstaan dat feitelijk schoolgaand is, maar ook zij die de verplichting
                    hebben omdat ze onder de leerplicht of kwalificatieplicht vallen.</al><al/><al>Het begrip laag inkomen is beschreven, omdat het begrip in de definitie van
                    maatschappelijke participatie wordt aangehaald. Met deze definitie voldoet de
                    verordening aan artikel 35, negende lid van de Wwb.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Beleid en voorzieningen</vet></al><al>Het minimabeleid is reeds door de raad vastgesteld in de Meerjarennota ‘meer
                    voor minder’ -minimabeleid 2012-2015. In de nota, vastgesteld op 3 november
                    2011, zijn (flankerende) minimamaatregelen opgenomen. In dit artikel van de
                    verordening zijn deze reeds vastgestelde maatregelen herhaald. Indien de raad
                    deze verordening vaststelt, stelt de raad daarmee geen nieuwe regels vast, maar
                    bevestigt de raad eerder vastgestelde regels.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Verantwoordelijkheid college</vet></al><al>Met betrekking tot het beleid, gericht op maatschappelijke participatie van
                    schoolgaande kinderen, krijgt het college in dit artikel nog enkele opdrachten. </al><al/><al>Allereerst is in lid 1 bepaalt dat het college zich inzet voor dienstverlening
                    door derden. Maatschappelijke participatie is niet een exclusieve taak van de
                    overheid. Ook allerlei maatschappelijke instellingen dragen daaraan bij. Het
                    college krijgt de opdracht om te zoeken naar wegen om de samenwerking met die
                    partijen op te zoeken en te onderhouden, zodat de maatschappelijke participatie
                    wordt bevorderd.</al><al/><al>In het tweede lid is vastgelegd dat het college de opdracht krijgt om vormen van
                    ondersteuning te creëren die de participatie ondersteunen (zie voor het begrip
                    “vorm” de artikelsgewijze toelichting van artikel 1 met betrekking tot het
                    begrip ‘voorziening’). Zoals ook uit artikel 4 van de verordening volgt, bepaalt
                    het college de vorm, tenzij de gemeenteraad deze heeft bepaald in de
                    meerjarennota Minimabeleid.</al><al/><al>Het derde lid bepaalt dat voorzieningen met het karakter van categoriale
                    bijstand, onder de beperking van de inkomensgrens van 110% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm vallen. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Vorm van een voorziening</vet></al><al>Het college kiest de vorm van een voorziening, tenzij daarover reeds iets is
                    bepaald in deze verordening of de gemeenteraad anders heeft bepaald in de
                    meerjarennota als bedoeld in artikel 3, lid 3 van deze verordening of de
                    gemeenteraad langs andere wegen daarover een standpunt inneemt (zie voor het
                    begrip ‘vorm’ de artikelsgewijze toelichting van artikel 1 met betrekking tot
                    het begrip ‘voorziening’). Uitgangspunt is de meest doeltreffende vorm,
                    uiteraard voorzover dat financieel- en uitvoeringstechnisch realiseerbaar
                    is.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Inwerkingtreding</vet></al><al>De datum van inwerkingtreding is 1 januari 2012. Hoewel in artikel 78v van de
                    Wwb is opgenomen dat de verordeningsplicht op een nader te bepalen tijdstip
                    vervalt, is geen concrete datum genoemd. Om die reden is er geen horizonbepaling
                    opgenomen in de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Citeertitel</vet></al><al>Geen nadere toelichting.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>