<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR300018_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening Waterschap Vallei en Veluwe 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vallei en Veluwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vallei en Veluwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad, 19 maart 2013, uitgave nummer
                20</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Waterschap Vallei en Veluwe 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Waterschap Vallei en Veluwe 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit tot vaststelling Inspraakverordening Waterschap Vallei en
                            Veluwe 2013</vet></al><al>Het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe;</al><al>op het voorstel van de Voorbereidingscommissie van 13 november 2012;</al><al>overwegende dat het in verband met de instelling van Waterschap Vallei en
                        Veluwe wenselijk is om een inspraakverordening op te stellen;</al><al>gelet op artikel 79 van de Waterschapswet;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende Inspraakverordening Waterschap Vallei en Veluwe
                        2013;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>waterschap:</cursief> Waterschap Vallei en Veluwe; </al></li><li nr="b."><al><cursief>bestuursorgaan:</cursief> het college van dijkgraaf en
                                heemraden of het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al><cursief>ingezetene:</cursief> ingezetene van het waterschap in de
                                zin van artikel 11 van de Waterschapswet;</al></li><li nr="d."><al><cursief>belanghebbende:</cursief> belanghebbende in de zin van
                                artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="e."><al><cursief>inspraak:</cursief> de door of namens het college van
                                dijkgraaf en heemraden aan ingezeten en belanghebbenden geboden
                                gelegenheid om hun zienswijze kenbaar te maken over door het
                                bestuursorgaan te nemen besluiten en voorgenomen beleid; </al></li><li nr="f."><al><cursief>beleidsvoornemen:</cursief> het voornemen van het
                                bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Object van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan kan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten
                            of inspraak wordt geboden bij de voorbereiding van waterschapsbeleid,
                            het vaststellen van verordeningen, regelingen of besluiten, behoudens
                            het bepaalde in lid 2. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende besluiten vallen in ieder geval onder de werking van deze
                            verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>de keur en de daarop gebaseerde algemene regels;</al></li><li nr="b."><al>de kostentoedelingsverordening;</al></li><li nr="c."><al>het peilbesluit; </al></li><li nr="d."><al>de legger;</al></li><li nr="e."><al>het beheerplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend, indien het besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>strekt tot uitvoering van hogere regelgeving waarbij het
                                    bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; </al></li><li nr="b."><al>uitsluitend interne werking heeft; </al></li><li nr="c."><al>ziet op een wijziging van beleid of van een besluit van het
                                    bestuursorgaan van ondergeschikte betekenis, dan wel die
                                    uitsluitend of hoofdzakelijk om juridisch-technische dan wel
                                    redactionele redenen plaatsvindt; </al></li><li nr="d."><al>een belastingverordening betreft;</al></li><li nr="e."><al>de vereiste spoed zich daartegen naar het oordeel van het
                                    college van dijkgraaf en heemraden verzet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijze van inspraak</titel></kop><al>De ontwerpbesluiten die onder de werking van deze verordening vallen, worden
                        voorbereid met inachtneming van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                        bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Terinzagelegging</titel></kop><al>Een ontwerpbesluit wordt voor een ieder gedurende zes weken ter inzage
                        gelegd op het kantoor van het waterschap en is in te zien op de website van
                        het waterschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reacties</titel></kop><al>Ingezetenen en belanghebbenden, die in hun zienswijze daarom hebben
                        verzocht, worden door het college van dijkgraaf en heemraden in de
                        gelegenheid gesteld hun zienswijze mondeling toe te lichten, tenzij een
                        dergelijk verzoek kennelijk onredelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Rapportages</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het bestuursvoorstel wordt melding gemaakt van de gehouden
                            inspraakprocedure en de beschouwingen over de ingekomen zienswijzen.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorstel en het dienaangaande vastgestelde besluit van het college
                            van dijkgraaf en heemraden of van het algemeen bestuur, wordt
                            toegezonden aan degenen die hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op
                                de dag van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De Inspraakverordening Waterschap Vallei &amp; Eem 2012, vastgesteld
                                door het algemeen bestuur van Waterschap Vallei &amp; Eem op 25
                                januari 2012, alsmede de Inspraakverordening Waterschap Veluwe,
                                vastgesteld op 15 oktober 2005 door het algemeen bestuur van
                                Waterschap Veluwe en laatst gewijzigd bij besluit van 28 april 2010,
                                worden ingetrokken met ingang van de dag, volgend op de dag van
                                bekendmaking van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Inspraakverordening
                                Waterschap Vallei en Veluwe 2013’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 27
                        februari 2013.</ondertekening><ondertekening>mr. G.P. Dalhuisen ir. G. Verwolf</ondertekening><ondertekening>secretaris dijkgraaf</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Inspraakverordening Waterschap Vallei en Veluwe
                        2013</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Artikel 79 van de Waterschapswet verplicht het algemeen bestuur van het
                    waterschap tot het vaststellen van een inspraakverordening waarin regels worden
                    gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen bij de voorbereiding van
                    het beleid van dat bestuur worden betrokken. In artikel 79, tweede lid van de
                    Waterschapswet is bepaald dat de inspraak wordt verleend door toepassing van
                    afdeling 3.4 van de Algemeen wet bestuursrecht (Awb), voorzover in de
                    verordening niet anders is bepaald.</al><al>Inspraak conform afdeling 3.4 van de Awb ziet er als volgt uit: het
                    bestuursorgaan legt het ontwerp met daarbij de stukken die redelijkerwijs nodig
                    zijn om het ontwerp te kunnen beoordelen zes weken ter inzage (artikel 3:11 en
                    3:16 Awb). In artikel 3:12 Awb is bepaald hoe kennisgeving van de
                    terinzagelegging plaats dient te vinden. Belanghebbenden kunnen tijdens de zes
                    weken dat het ontwerp ter inzage ligt schriftelijk of mondeling hun zienswijze
                    naar voren brengen (artikel 3:15 Awb). Het bestuur beoordeelt alle ingediende
                    zienswijzen en besluit of deze al dan niet tot aanpassing van het
                    beleidsvoornemen of het besluit moeten leiden. Degenen die bij de voorbereiding
                    hun zienswijze naar voren hebben gebracht, worden over het definitieve besluit
                    geïnformeerd. Dit gebeurt tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de
                    bekendmaking van het besluit (artikel 3:43 en 3:44 Awb). Vermeld moet hierbij
                    worden welke rechtsbescherming openstaat tegen het genomen besluit (artikel 3:45
                    Awb).</al><al>Het doel van de inspraak is tweeledig. Aan de ene kant wordt aan ingezetenen en
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over een ontwerpbesluit
                    naar voren te brengen. Aan de andere kant is het voor het waterschap een
                    belangrijk hulpmiddel om op basis van een evenwichtige belangenafweging tot een
                    besluit te komen.</al><al>Inspraak is slechts zinvol wanneer er voor het waterschapsbestuur een
                    keuzemogelijkheid is. Indien het waterschap geen keuze heeft, hetgeen met name
                    voor kan komen als het een gebonden besluit betreft dat voortvloeit uit een
                    voorschrift van hoger gezag, kan het waterschap ook geen rekening houden met
                    meningen van ingezetenen en belanghebbenden. Hiervoor is in artikel 2 lid 3 een
                    regeling opgenomen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In het algemene deel van de toelichting is het doel en het belang van de
                    inspraak al aan de orde geweest. De verantwoordelijkheid voor de inspraak is
                    gelegd bij het college van dijkgraaf en heemraden, omdat het hierbij gaat om de
                    uitvoering van een verordening en dat is een taak van het college van dijkgraaf
                    en heemraden.</al><al>Met betrekking tot het begrip ‘ingezetene' wordt aansluiting gezocht bij artikel
                    11 van de Waterschapswet. Dit artikel bepaalt dat ‘ingezetenen' degenen zijn die
                    hun werkelijke woonplaats in het waterschap hebben. Degenen die volgens de
                    gemeentelijke basisadministratie woonachtig zijn in het gebied worden -
                    behoudens tegenbewijs - geacht de werkelijke woonplaats te hebben in het gebied
                    en daarmee ‘ingezetene' te zijn.</al><al>De Awb verstaat onder het begrip ‘belanghebbende' in artikel 1:2 ‘degene wiens
                    belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken'. Dat betekent dat het belang
                    bij het besluit reëel moet zijn. Het belang moet bepaalbaar zijn, waardoor
                    degene die zich persoonlijk onderscheidt van mensen die enig belang hebben bij
                    het besluit. Het belang moet verder actueel zijn. Tenslotte geldt dat er
                    voldoende verband (causaal verband) moet bestaan tussen de gevolgen van het
                    besluit en het geraakt worden van het belang. Voor bestuursorganen geldt verder
                    dat de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd moeten worden. Voor
                    andere rechtspersonen geldt dat onder hun belangen ook de belangen worden
                    geschaard die zij krachtens hun doelstellingen en feitelijke werkzaamheden in
                    het bijzonder behartigen. </al><al>Met 'inspraak' wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling
                    3.4 van de Awb bedoeld, in aansluiting op artikel 79 van de Waterschapswet,
                    waarin deze afdeling van toepassing wordt verklaard op de beleidsvoornemens van
                    het waterschap. Het gaat hier om de voorbereiding van waterschapsbeleid,
                    verordeningen, regelingen en overige besluiten van algemene strekking. Het
                    begrip beleidsvoornemens is derhalve een ruim begrip en beperkt zich niet tot
                    beleidsregels als bedoeld in titel 4.3 van de Awb. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Artikel 79 van de Waterschapswet verplicht het algemeen bestuur van het
                    waterschap tot vaststelling van regels met betrekking tot de wijze waarop
                    burgers bij de voorbereiding van het beleid van dit bestuur worden betrokken.
                    Het is aan de beoordeling van het algemeen bestuur overgelaten ten aanzien van
                    welke beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. In artikel 2 van deze
                    verordening worden de besluiten aangewezen waarop de procedure van inspraak op
                    grond van deze verordening van toepassing is. Als er in wetten en andere hogere
                    regelgeving is bepaald dat inspraak verplicht is, gaan die bepalingen vóór; de
                    verordening heeft dus een aanvullend karakter. Enkele voorbeelden van inspraak
                    op grond van andere wetten en hogere regelgeving: </al><lijst><li nr="-"><al>Een projectplan tot aanleg van een primaire waterkering (artikel 5.5 en
                            5.6 Waterwet);</al></li><li nr="-"><al>Een vergunning voor het lozen van stoffen (artikel 6.16 Waterwet);</al></li><li nr="-"><al>De legger van waterstaatswerken (artikel 4.3 Waterverordening Vallei en
                            Eem / 4.3 Waterverordening Veluwe).</al></li></lijst><al>In andere gevallen kan het bestuursorgaan zelf bepalen of er inspraak vereist is
                    (artikel 3:10 lid 1 Algemene wet bestuursrecht).</al><al>Het is duidelijk dat de inspraakprocedure met name zijn werking moet vinden in
                    het vaststellen van besluiten van het algemeen bestuur met een algemene
                    strekking. Voor besluiten die een individu of een beperkte groep betreffen, is
                    het houden van een inspraakprocedure niet altijd noodzakelijk.</al><al>Onder de werking van de verordening vallen in ieder geval de in het tweede lid
                    opgesomde besluiten. Daarbij gaat het om de keur, de
                    kostentoedelingsverordening, de legger (zowel de leggerverplichting uit artikel
                    78, tweede lid van de Waterschapswet als de leggerverplichting uit artikel 5.1
                    van de Waterwet), peilbesluiten en het beheerplan. </al><tussenkop>Keur</tussenkop><al>De keur bevat diverse verplichtingen, bijvoorbeeld onderhoudsplichten en het
                    verbod om diverse handelingen in het watersysteem te verrichten, respectievelijk
                    om daarvoor een vergunning aan te moeten vragen. Dit zijn ingrijpende
                    verplichtingen, zodat inspraak op haar plaats is.</al><tussenkop>Peilbesluiten</tussenkop><al>In peilbesluiten wordt opgenomen welk oppervlaktewaterpeil voor een bepaald
                    gebied wordt gehanteerd. Dat is uiteraard van belang voor degenen, die in zo’n
                    gebied wonen en voor het gebruik van hun grond. Vanwege de ingrijpendheid dient
                    hiervoor inspraak plaats te vinden..</al><al>Het vaststellen van leggers is geregeld in artikel 78 van de Waterschapswet en
                    artikel 5.1 van de Waterwet. Volgens het tweede lid van artikel 78 stelt het
                    algemeen bestuur de legger vast, waarin de onderhoudsplichtigen of
                    onderhoudsverplichtingen worden aangewezen. Artikel 5.1 van de Waterwet bepaalt
                    dat het waterschap een legger vaststelt, waarin is omschreven waaraan
                    waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. In
                    de praktijk wordt één leggerdocument vastgesteld, waarin beide leggers zijn
                    opgenomen. </al><al>Het is voor ingezetenen en belanghebbenden van belang te weten wie
                    onderhoudsplichtig is van waterstaatswerken en wat de onderhoudsplicht inhoudt.
                    Dat geldt ook voor de afmeting en dergelijke van waterstaatswerken. Dat over het
                    vaststellen van een legger inspraak wordt verleend ligt daarom voor de
                    hand.</al><al>In het derde lid is aangegeven in welke gevallen geen inspraak wordt verleend.
                    De reden dat belastingverordeningen uitgezonderd zijn, is te vinden in het feit
                    dat verordeningen in hoofdzaak dienen ter vaststelling van de tarieven. De basis
                    voor de tarieven wordt gelegd in de kostentoedelingsverordening en de begroting.
                    De kostentoedelingsverordening is een algemeen verbindend voorschrift en valt
                    onder de inspraakprocedure. Voor vaststelling van de begroting geldt de
                    procedure uit de artikelen 100 en 101 van de waterschapswet. Hiermee is de
                    inspraak op voorhand al voldoende verzekerd. In de Memorie van Toelichting bij
                    de Veegwet (Kamerstukken II, 2007-2008, 31 515, nr. 3) inzake de Waterschapswet
                    wordt tevens expliciet tot uitdrukking gebracht dat belastingverordeningen niet
                    onder de Inspraakverordeningen behoeven te vallen.</al><al>Van spoedeisendheid (letter e) kan sprake zijn wanneer bijvoorbeeld blijkt dat
                    er in verband met een gebleken tekortkoming na een wateroverlastperiode met de
                    grootste spoed een nieuw gemaal moet worden gebouwd ter voorkoming van nieuwe
                    problemen. Het volgen van de inspraakprocedure volgens deze verordening neemt
                    enkele maanden in beslag en het bestuur kan dan van oordeel zijn, dat zo’n
                    tijdsverlies niet verantwoord is.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Met deze bepaling wordt duidelijk gemaakt dat ook wanneer er vrijwillig wordt
                    gekozen om inspraak toe te passen, hierop de procedure van afdeling 3.4 van de
                    Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Artikel 3:11 Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat het ontwerpbesluit ter
                    inzage moet worden gelegd; dit artikel geeft daarvan een verdere
                    uitwerking.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Een openbare zitting waarop belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om
                    hun schriftelijk ingediende bezwaren mondeling toe te lichten, is geen
                    wettelijke verplichting. Daarom bepaalt artikel 5 dat het dagelijks bestuur
                    degenen die daarom verzoeken de gelegenheid daartoe moet geven, tenzij het
                    verzoek kennelijk onredelijk is. Dit laatste is toegevoegd om het dagelijks
                    bestuur de mogelijkheid te geven aan een dergelijk verzoek geen gevolg te
                    geven.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De Waterschapswet en de Awb geven geen regels over de rapportage naar aanleiding
                    van de ingekomen zienswijzen. Wel is bepaald dat de ingekomen zienswijzen voor
                    de resterende tijd ter inzage moeten worden gelegd en dat er van de mondeling
                    ingekomen zienswijzen een verslag moet worden gemaakt (artikel 3:14
                    respectievelijk artikel 3:17 van de Awb).</al><al>In artikel 6 van deze verordening worden nadere regels gegeven omtrent de
                    rapportage van de gehouden inspraakprocedure. </al><al>Op deze manier kan het bestuursorgaan een duidelijk en volledig beeld krijgen
                    van de ingekomen zienswijzen en kan het op basis hiervan een volledige
                    belangenafweging maken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>