<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299956_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Regels van de beheersverordening 'Almkerk-Centrum 2013'</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-04-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Altena Nieuws 27 juni 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regels van de beheersverordening 'Almkerk-Centrum 2013'</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 3.38 Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Agendapunt 8 Raadsvergadering 25 juni 2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regels van de beheersverordening 'Almkerk-Centrum 2013'</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>begrippen</titel></kop><al> In deze regels wordt verstaan onder:</al><al><vet>1.1 verordening</vet></al><al> de beheersverordening 'Almkerk-Centrum 2013' met identificatienummer</al><al> NL.IMRO.0874.ALMKBV2013-VSG1 van de gemeente Woudrichem.</al><al><vet>1.2 beheersverordening</vet></al><al> de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende</al><al> bijlagen).</al><al><vet>1.3 aanduiding:</vet></al><al> een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels</al><al> regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.</al><al><vet>1.4 aanduidingsgrens:</vet></al><al> de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.</al><al><vet>1.5 archeologische waarde</vet></al><al> de aan een gebied toegekende, of naar verwachting voorkomende, waarde in verband met de kennis</al><al> en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.</al><al><vet>1.6 bebouwing:</vet></al><al> één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</al><al><vet>1.7 bedrijfswoning</vet></al><al> een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het</al><al> huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van</al><al> het gebouw of het terrein.</al><al><vet>1.8 bestemmingsgrens</vet></al><al> de grens van een bestemmingsvlak.</al><al><vet>1.9 bestemmingsvlak</vet></al><al> een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.</al><al><vet>1.10 bestaand</vet></al><al> a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip van de</al><al> vaststelling van de beheersverordening of mag worden gebouwd op grond van een</al><al> omgevingsvergunning;</al><al> b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op</al><al> het tijdstip van de vaststelling van de beheersverordening.</al><al><vet>1.11 bouwen</vet></al><al> het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een</al><al> bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een</al><al> standplaats.</al><al><vet>1.12 bouwgrens</vet></al><al> de grens van een bouwvlak.</al><al><vet>1.13 bouwperceel</vet></al><al> een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende</al><al> bebouwing is toegelaten.</al><al><vet>1.14 bouwperceelgrens</vet></al><al> een grens van een bouwperceel.</al><al><vet>1.15 bouwvlak</vet></al><al> een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde</al><al> gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.</al><al><vet>1.16 bouwwerk</vet></al><al> een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.</al><al><vet>1.17 detailhandel</vet></al><al> het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen</al><al> en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending</al><al> anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.</al><al><vet>1.18 dienstverlening</vet></al><al> het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te</al><al> woord wordt gestaan en geholpen.</al><al><vet>1.19 gebouw:</vet></al><al> elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden</al><al> omsloten ruimte vormt.</al><al><vet>1.20 horecabedrijf</vet></al><al> een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt</al><al> en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een</al><al> vermaaksfunctie, met uitzondering van erotisch getinte vermaaksfunctie en een discotheek.</al><al><vet>1.21 maatschappelijke voorzieningen</vet></al><al> educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en</al><al> voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, woonzorg en kinderopvang, alsook</al><al> ondergeschikte detailhandel en horecabedrijf ten dienste van deze voorzieningen.</al><al><vet>1.22 nutsvoorzieningen</vet></al><al> voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations,</al><al> schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor</al><al> telecommunicatie.</al><al><vet>1.23 kantoor</vet></al><al> het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate</al><al> rechtstreeks te woord wordt gestaan.</al><al><vet>1.24 peil</vet></al><al> a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die</al><al> weg ter plaatse van de hoofdtoegang;</al><al> b. in afwijking van het bepaalde onder a, voor bouwwerken die zijn gebouwd in het talud van de dijk</al><al> en/of op een afstand van ten hoogste 4 meter uit de grens van de dijkweg: de hoogte van de kruin</al><al> van de dijk;</al><al> c. bij bouwen boven of op het water: het gemiddelde waterpeil;</al><al> d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. In geval</al><al> van een brug en aanbrug is het aansluitende afgewerkte maaiveld de bovenkant van het wegdek.</al><al><vet>1.25 plastisch kunstwerk</vet></al><al> een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat wordt aangemerkt als uiting van beeldende kunst.</al><al><vet>1.26 seksinrichting</vet></al><al> de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij</al><al> bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische</al><al> aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,</al><al> seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een</al><al> erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.</al><al><vet>1.27 Staat van Horeca-activiteiten</vet></al><al> de lijst van horeca-activiteiten, zoals opgenomen in bijlage 1, deeluitmakende van deze regels.</al><al><vet>1.28 vloeroppervlakte</vet></al><al> de totale oppervlakte van binnen gebouwen gelegen ruimten.</al><al><vet>1.29 water en waterhuishoudkundige voorzieningen</vet></al><al> al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere</al><al> waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen, alsmede voorzieningen die nodig zijn</al><al> ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en</al><al> waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen,</al><al> inflaten etc.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Wijze van meten</titel></kop><al> Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:</al><al><vet>2.1 bouwhoogte van een bouwwerk:</vet></al><al> vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde,</al><al> met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de</al><al> aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.</al><al><vet>2.2 dakhelling:</vet></al><al> langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.</al><al><vet>2.3 goothoogte van een bouwwerk:</vet></al><al> a. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee</al><al> gelijk te stellen constructiedeel;</al><al> b. in afwijking van het onder a gestelde geldt dat bij het meten van de goothoogte van een</al><al> bouwwerk dakkapellen buiten beschouwing worden gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de</al><al> gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De</al><al> goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of</al><al> een daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel van de dakkapel.</al><al><vet>2.4 inhoud van een bouwwerk:</vet></al><al> tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de</al><al> scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.</al><al><vet>2.5 oppervlakte van een bouwwerk:</vet></al><al> tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts</al><al> geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het</al><al> bouwwerk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Centrum</titel></kop><al><vet>3.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al> De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><al> a. detailhandel;</al><al> b. bij detailhandel behorende en daaraan verwante dienstverlening en bedrijfsactiviteiten, zoals</al><al> bankfilialen, reisbureaus, verhuur- en reparatie-inrichtingen;</al><al> c. horeca voor zover deze bedrijven voorkomen in de categorie 1 en 2 van de bij deze regels</al><al> behorende Staat van Horeca-activiteiten;</al><al> d. maatschappelijke voorzieningen;</al><al> e. kantoren;</al><al> f. wonen;</al><al> met daarbij behorende:</al><al> g. magazijnen en opslagplaatsen;</al><al> h. tuinen, erven en terreinen;</al><al> i. groenvoorzieningen;</al><al> j. openbare verkeersruimte;</al><al> k. parkeervoorzieningen;</al><al> l. toegangswegen;</al><al> m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.</al><al><vet>3.2 Bouwregels</vet></al><al><cursief>3.2.1 Algemeen</cursief></al><al> Op of in deze gronden mogen ten dienste van de bestemming worden gebouwd:</al><al> a. gebouwen;</al><al> b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al><al> met inachtneming van de volgende bepalingen:</al><al><cursief>3.2.2 Gebouwen</cursief></al><al> a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;</al><al> b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding</al><al> 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;</al><al> c. het bebouwingspercentage mag maximaal 100% bedragen.</al><al><cursief>3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</cursief></al><al> a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag maximaal 8</al><al> m bedragen;</al><al> b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mag maximaal 2,7</al><al> m bedragen;</al><al> c. in afwijking van het bepaalde onder a en b de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 9</al><al> m bedragen.</al><al><vet>3.3 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al><cursief>3.3.1 Strijdig gebruik</cursief></al><al> Tot een strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:</al><al> a. de nieuwvestiging van een:</al><al> 1. Bevi-inrichting;</al><al> 2. detailhandel in volumineuze goederen;</al><al> b. bedrijven en instellingen, anders dan die zijn toegestaan in lid 3.1.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Groen</titel></kop><al><vet>4.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al> De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><al> a. groenvoorzieningen;</al><al> b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;</al><al> c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - muziekkapel' tevens voor een</al><al> muziekkapel;</al><al> met daarbij behorende:</al><al> d. waterlopen, waterpartijen en waterberging;</al><al> e. bermen en beplanting;</al><al> f. speelvoorzieningen;</al><al> g. parkeervoorzieningen;</al><al> h. nutsvoorzieningen;</al><al> i. straatmeubilair, afvalcontainers, kunstwerken en hondentoiletten;</al><al> j. verhardingen ten behoeve van wegen, zoals bushaltes, in- en uitvoegstroken en in- en uitritten;</al><al> k. voet- en fietspaden.</al><al><vet>4.2 Bouwregels</vet></al><al><cursief>4.2.1 Algemeen</cursief></al><al> Op of in deze gronden mogen ten dienste van de bestemming worden gebouwd:</al><al> a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al><al> met inachtneming van de volgende bepalingen:</al><al><cursief>4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</cursief></al><al> a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m;</al><al> b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van palen, masten en plastische</al><al> kunstwerken niet meer bedragen dan 6 m;</al><al> c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van speelvoorzieningen en pergola's</al><al> niet meer bedragen dan 5 m;</al><al> d. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen</al><al> - muziekkapel' een muziekkapel toegestaan met de bestaande maatvoering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatschappelijk</titel></kop><al><vet>5.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al> De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><al> a. maatschappelijke voorzieningen;</al><al> met daarbij behorende:</al><al> b. tuinen, erven en terreinen;</al><al> c. groenvoorzieningen;</al><al> d. openbare verkeersruimte;</al><al> e. parkeervoorzieningen;</al><al> f. toegangswegen;</al><al> g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.</al><al><vet>5.2 Bouwregels</vet></al><al><cursief>5.2.1 Algemeen</cursief></al><al> Op of in deze gronden mogen ten dienste van de bestemming worden gebouwd:</al><al> a. gebouwen;</al><al> b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al><al> met inachtneming van de volgende bepalingen:</al><al><cursief>5.2.2 Gebouwen</cursief></al><al> a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;</al><al> b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding</al><al> 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;</al><al> c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet mee bedragen dan met de aanduiding 'maximum</al><al> bouwhoogte (m)' is aangegeven;</al><al> d. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 100%, tenzij met de</al><al> aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' anders is aangegeven.</al><al><cursief>5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</cursief></al><al> a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag niet meer</al><al> bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;</al><al> b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mag maximaal 2,7</al><al> m bedragen;</al><al> c. in afwijking van het bepaalde onder a en b mag de bouwhoogte van palen en masten maximaal 9</al><al> m bedragen.</al><al><vet>5.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al> Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 onder a</al><al> voor de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen, zoals tuinhuisjes en bergingen buiten het</al><al> bouwvlak, mits:</al><al> a. het gezamenlijk oppervlak van de gebouwen per bestemmingsvlak niet meer bedraagt dan 200</al><al> m2;</al><al> b. de goothoogte van de gebouwen niet meer bedraagt dan 3 m.</al><al><vet>5.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al><cursief>5.4.1 Strijdig gebruik</cursief></al><al> Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:</al><al> a. wonen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Sport</titel></kop><al><vet>6.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al> De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><al> a. sportvoorzieningen;</al><al> met daarbij behorende:</al><al> b. wegen en paden;</al><al> c. parkeervoorzieningen;</al><al> d. waterlopen en waterpartijen;</al><al> e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;</al><al> f. groenvoorzieningen;</al><al> g. speelvoorzieningen</al><al> h. tuinen en erven</al><al> i. voorzieningen van algemeen nut.</al><al><vet>6.2 Bouwregels</vet></al><al><cursief>6.2.1 Algemeen</cursief></al><al> Op of in deze gronden mogen ten dienste van de bestemming worden gebouwd:</al><al> a. gebouwen;</al><al> b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al><al> met inachtneming van de volgende bepalingen:</al><al><cursief>6.2.2 Gebouwen</cursief></al><al> a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;</al><al> b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding</al><al> 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;</al><al> c. het bebouwingspercentage mag maximaal 100% bedragen;</al><al><cursief>6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</cursief></al><al> a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag maximaal 6</al><al> m bedragen;</al><al> b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mag maximaal 2,7</al><al> m bedragen;</al><al> c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van palen, masten en ballenvangers</al><al> maximaal 9 m bedragen.</al><al><vet>6.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al> Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 onder a</al><al> voor de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen, zoals bergingen, buiten het bouwvlak,</al><al> mits:</al><al> a. het gezamenlijk oppervlak van de gebouwen niet meer bedraagt dan 200 m2;</al><al> b. de goothoogte van de gebouwen niet meer bedraagt dan 3 m.</al><al><vet>6.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al> Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:</al><al> a. wonen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verkeer - Verblijfsgebied</titel></kop><al><vet>7.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al> De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><al> a. woonstraten en pleinen;</al><al> b. voet- en fietspaden;</al><al> c. groenvoorzieningen;</al><al> d. geluidwerende voorzieningen;</al><al> e. speelvoorzieningen;</al><al> f. waterlopen, waterpartijen en waterberging;</al><al> g. ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' tevens voor een evenemententerrein;</al><al> met daarbij behorende:</al><al> h. voorzieningen van algemeen nut.</al><al><vet>7.2 Bouwregels</vet></al><al><cursief>7.2.1 Algemeen</cursief></al><al> Op of in deze gronden mogen ten dienste van de bestemming worden gebouwd:</al><al> a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</al><al> met inachtneming van de volgende bepalingen:</al><al><cursief>7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</cursief></al><al> a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen;</al><al> b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van plastische kunstwerken,</al><al> lichtmasten, andere palen en andere masten niet meer dan 9 m bedragen;</al><al> c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van speelvoorzieningen en pergola's</al><al> niet meer dan 5 m bedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Water</titel></kop><al><vet>8.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al> De voor Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><al> a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;</al><al> b. groenvoorzieningen;</al><al> c. extensief recreatief gebruik;</al><al> met daarbij behorende:</al><al> d. bruggen, dammen, duikers en aanlegsteigers.</al><al><vet>8.2 Bouwregels</vet></al><al><cursief>8.2.1 Algemeen</cursief></al><al> Op of in deze gronden mogen worden gebouwd:</al><al> a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming en ten dienste van</al><al> aangrenzende wegen en paden;</al><al> met inachtneming van de volgende bepalingen:</al><al><cursief>8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</cursief></al><al> a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen;</al><al> b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 9</al><al> m bedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waarde - Archeologie 3</titel></kop><al><vet>9.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al> De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar</al><al> voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle</al><al> verwachte archeologische informatie in de bodem.</al><al><vet>9.2 Bouwregels</vet></al><al> Op de lid 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:</al><al> a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van</al><al> het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voorzover bij de bouw geen</al><al> grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m;</al><al> b. bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 50 m² voorzover bij de bouw geen</al><al> grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m en voor zover niet meer dan 2,5 m uit</al><al> de plaats van de bestaande fundering wordt gebouwd.</al><al><vet>9.3 Nadere eisen</vet></al><al> Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en afmetingen</al><al> van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de inrichting en het gebruik van de gronden,</al><al> indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige</al><al> archeologische monumenten of resten aanwezig zijn, met dien verstande dat de nadere eisen erop</al><al> gericht zijn de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.</al><al><vet>9.4 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al><cursief>9.4.1 Bouwen ondergeschikte bestemmingen</cursief></al><al> Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid</al><al> 9.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:</al><al> a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag</al><al> goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden</al><al> (meer) aanwezig zijn; of</al><al> b. Indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is</al><al> vastgesteld;</al><al> c. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag</al><al> goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door</al><al> bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of</al><al> d. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch</al><al> onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport, in voldoende</al><al> mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden</al><al> verstoord:</al><al> 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering</al><al> van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;</al><al> of</al><al> 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of</al><al> 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige</al><al> op het terrein van de archeologische monumentenzorg, namelijk een archeologische instantie</al><al> met een opgravingsbevoegdheid.</al><al><cursief>9.4.2 Verplichting rapportage</cursief></al><al> Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend</al><al> archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt</al><al> gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de</al><al> gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm</al><al> Nederlandse Archeologie (KNA).</al><al><cursief>9.4.3 Advies</cursief></al><al> Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in lid 9.4.1,</al><al> laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische</al><al> monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA.</al><al><vet>9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of</vet></al><al><vet>werkzaamheden</vet></al><al><cursief>9.5.1 Verbod</cursief></al><al> Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen</al><al> bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:</al><al> a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m;</al><al> b. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen)</al><al> van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist;</al><al> c. het verrichten van grondroeractiviteiten, waartoe worden gerekend afgraven, ophogen,</al><al> ontgronden, woelen, vergraven, mengen, diepploegen en egaliseren, anders dan normaal spit- en</al><al> ploegwerk;</al><al> d. het aanleggen van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een al</al><al> bestaande drainage;</al><al> e. het aanleggen, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, vijver, greppels en andere wateren;</al><al> f. het verlagen van het grondwaterpeil, anders dan door middel van het graven van sloten of het</al><al> toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;</al><al> g. het indrijven van voorwerpen in de grond;</al><al> h. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- of pompputten;</al><al> i. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;</al><al> j. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet- ruiter- of rijwielpaden, banen of</al><al> parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;</al><al> k. het aanleggen van oppervlakteverhardingen;</al><al> l. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van de</al><al> daarbij behorende constructies.</al><al><cursief>9.5.2 Uitzondering</cursief></al><al> Het in lid 9.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke:</al><al> a. voorzover de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van</al><al> onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen</al><al> bestaande tracés van kabels en leidingen;</al><al> b. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden</al><al> van de beheersverordening een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden in dit</al><al> kader is verleend;</al><al> c. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het</al><al> bestaande maaiveld;</al><al> d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 50 m2;</al><al> e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit</al><al> de plaats van de bestaande fundering van een bestaand bouwwerk.</al><al><cursief>9.5.3 Toelaatbaarheid</cursief></al><al> Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1 wordt slechts verleend indien:</al><al> a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag</al><al> goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden</al><al> aanwezig zijn; of</al><al> b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag</al><al> goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door</al><al> bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of</al><al> c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch</al><al> onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport in voldoende mate</al><al> is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen</al><al> worden verstoord:</al><al> 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in</al><al> de bodem kunnen worden behouden; of</al><al> 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of</al><al> 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een</al><al> deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, namelijk een</al><al> archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid.</al><al><cursief>9.5.4 Advies</cursief></al><al> Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te</al><al> verbinden als bedoeld in lid 9.5.3 onder c, vraagt het bevoegd gezag advies aan de deskundige op</al><al> het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse</al><al> Archeologie-KNA.</al><al><vet>9.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk</vet></al><al> a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een</al><al> aanwezig bouwwerk te slopen, indien de oppervlakte van het bouwwerk meer bedraagt dan 50 m²</al><al> en de diepte meer bedraagt dan 0,30 m onder het bestaande peil;</al><al> b. aan de omgevingsvergunning kan in elk geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt</al><al> begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een</al><al> opgravingsvergunning). Hiervoor is een door de het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd</al><al> Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse</al><al> Archeologie (KNA);</al><al> c. indien tijdens de begeleiding van de sloopwerkzaamheden vondsten van zeer hoge waarden</al><al> worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag, dat in het</al><al> belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kan verbinden aan de</al><al> omgevingsvergunning;</al><al> d. de vergunning wordt niet verleend, indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de</al><al> archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Anti-dubbeltelregeling</titel></kop><al> Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering</al><al> is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten</al><al> beschouwing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Algemene bouwregels</titel></kop><al><vet>11.1 Ondergronds bouwen</vet></al><al> Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden, gelden</al><al> behouden in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen tot 4 meter onder maaiveld.</al><al><vet>11.2 Bestaande maten</vet></al><al><cursief>11.2.1 Maximale en minimale maatvoering</cursief></al><al> Indien afstanden tot, bouwhoogte, aantallen en/of oppervlakten van bestaande (legale) bouwwerken,</al><al> op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening meer dan maximaal danwel minder</al><al> bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als</al><al> maximaal dan wel minimaal toelaatbaar worden aangehouden.</al><al><cursief>11.2.2 Heroprichting</cursief></al><al> In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 11.2.1 uitsluitend van toepassing,</al><al> indien het geschiedt op dezelfde plaats.</al><al><vet>11.3 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening</vet></al><al> De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van de onderwerpen van stedenbouwkundige</al><al> aard blijven buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:</al><al> a. de richtlijnen voor het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van het afwijken van</al><al> de stedenbouwkundige bepalingen;</al><al> b. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergronds hoofdtransportleidingen;</al><al> c. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;</al><al> d. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;</al><al> e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;</al><al> f. de ruimte tussen bouwwerken.</al><al><vet>11.4 Parkeernormen</vet></al><al> Bij het oprichten van gebouwen en het veranderen in gebruik dient te worden voorzien in voldoende</al><al> parkeeraccommodatie, inclusief parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers, conform de</al><al> parkeernormen zoals opgenomen in de als bijlage 2 bij deze regels gevoegde Notitie Parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Algemene gebruiksregels</titel></kop><al> Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend:</al><al> a. het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk verkeer onttrokken) voer-,</al><al> vaar-, of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;</al><al> b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond,</al><al> bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;</al><al> c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;</al><al> d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Algemene afwijkingsregels</titel></kop><al> Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, kan het</al><al> bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels van het plan</al><al> voor:</al><al> a. het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van oppervlakten, goothoogten,</al><al> bouwhoogten, bebouwingsgrenzen en bouwvlakken met ten hoogste 10%, met dien verstande</al><al> dat deze omgevingsvergunning niet verleend kan worden voor woonschepen;</al><al> b. het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten behoeve van nutsdoeleinden,</al><al> zoals trafostations, wachthuisjes, poldergemalen, telefooncellen en naar de aard en omvang</al><al> daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor</al><al> motorbrandstoffen, voor zover deze bouwwerken geen grotere oppervlakte dan 20 m2 hebben en</al><al> de maximale bouwhoogte niet meer dan 5 m is met de daarbij behorende toegangswegen,</al><al> andere verhardingen en voorzieningen;</al><al> c. geringe afwijkingen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde</al><al> plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van</al><al> het terrein, mits de afwijking in situering niet meer dan 5 m bedraagt;</al><al> d. het bouwen van antenne-installaties, antennemasten en overige communicatievoorzieningen tot</al><al> een bouwhoogte van 40 m.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overige regels</titel></kop><al> Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van</al><al> bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet,</al><al> algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt</al><al> dan wel van kracht is op het moment van inwerkingtreding van deze beheersverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al><vet>15.1 Overgangsrecht bouwwerken</vet></al><al><cursief>15.1.1 Algemeen</cursief></al><al> Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in</al><al> uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en</al><al> afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,</al><al> a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al><al> b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de</al><al> aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de</al><al> dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.</al><al><cursief>15.1.2 Afwijken</cursief></al><al> Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 15.1.1 een omgevingsvergunning</al><al> verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 15.1.1 met maximaal</al><al> 10 %.</al><al><cursief>15.1.3 Uitzondering</cursief></al><al> Lid 15.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van</al><al> inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor</al><al> geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.</al><al><vet>15.2 Overgangsrecht gebruik</vet></al><al><cursief>15.2.1 Algemeen</cursief></al><al> Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de</al><al> beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.</al><al><cursief>15.2.2 Veranderen strijdig gebruik</cursief></al><al> Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in lid 15.2.1, te veranderen</al><al> of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de</al><al> afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.</al><al><cursief>15.2.3 Onderbreken strijdig gebruik</cursief></al><al> Indien het gebruik, bedoeld in het lid 15.2.1 na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor</al><al> een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten</al><al> of te laten hervatten.</al><al><cursief>15.2.4 Uitzondering</cursief></al><al> Lid 15.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende</al><al> bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Slotregel</titel></kop><al> Deze regels worden aangehaald als: Regels van de beheersverordening 'Almkerk-Centrum 2013'.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>