<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299817_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kinderopvang 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-06-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kinderopvang 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">art. 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0017017">art. 1.25 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011, 2011.00022</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening kinderopvang 2011 vervangt de Verordening Wet Kinderopvang (VWK) gemeente Veenendaal, vastgesteld op 23 september 2004</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kinderopvang 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 mei 2011, nummer
                        2011.00022;</al><al/><al>overwegende dat:</al><al>de gemeenteraad regels vaststelt omtrent de tegemoetkoming van de gemeente
                        aan kinderopvang. Deze regels hebben betrekking op de verlening, de
                        voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming;</al><al/><al>gelet op:</al><al>artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 1.25 van de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen;</al><al/><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de <vet>Verordening kinderopvang 2011</vet>.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en daarop berustende regelingen wordt verstaan
                            onder: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>1. het college</vet></al></entry><entry><al>Het college van burgemeester en wethouders van
                                                Veenendaal;</al></entry></row><row><entry><al><vet>2. de wet:</vet></al></entry><entry><al>DE Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                                                peuterspeelzalen;</al></entry></row><row><entry><al><vet>3. kinderopvang:</vet></al></entry><entry><al>Opvang van kinderen van 0 tot 12 bij kindcentrum of
                                                bij gastouder via gastouderbureau;</al></entry></row><row><entry><al><vet>4. doelgroep:</vet></al></entry><entry><al>Een ouder als bedoeld in artikel 1.22 van de
                                                wet;</al></entry></row><row><entry><al><vet>5. toetsingsinkomen:</vet></al></entry><entry><al>Het inkomen zoals bedoeld in artikel 1.7 van de wet
                                                en het bepaalde in opvang in artikel 1 van de
                                                Regeling indexering kinderopvang en de daarbij
                                                behorende bijlage;</al></entry></row><row><entry><al><vet>6. berekeningsjaar:</vet></al></entry><entry><al>Het actuele kalenderjaar waarop de tegemoetkoming
                                                betrekking heeft;</al></entry></row><row><entry><al><vet>7. BSM</vet></al></entry><entry><al>Het nummer als bedoeld in artikel 1, van de Wet
                                                algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Aanvraag van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                            bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en BSN van de ouder; </al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam en BSN van de partner en als dit een
                                    ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de
                                    partner; </al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de
                                    aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; </al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van de kinderopvang, waarin in ieder
                                    geval per kind wordt aangegeven: het verwachte aantal uren
                                    opvang per week, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de
                                    opvang; </al></li><li nr="e."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de
                                    ouder behoort tot de doelgroep; </al></li><li nr="f."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                    besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt dat voor de aanvraag gebruik gemaakt wordt van een
                            door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                            aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanvrager een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                            ondertekend door de partner. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorlopige verlening van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het vorige lid bedoelde termijn met ten hoogste
                            vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk
                            in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de aanvrager niet behoort tot
                        de doelgroep. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend maximaal één maand voor de datum waarop
                            de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college is ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                            tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang
                            zal plaatsvinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een
                            berekeningsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor
                            een andere periode verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Omvang van de opvang</titel></kop><al>Het college verstrekt de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang
                        per week dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs
                        noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid/opleiding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van opvang
                            bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling dat de ouder tot de doelgroep behoort; </al></li><li nr="b."><al>de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                    tegemoetkoming betrekking heeft; </al></li><li nr="c."><al>Bij kinderopvang door een kindcentrum: naam en adres van het
                                    kindcentrum; bij kinderopvang door een gastouder: naam en adres
                                    van het gastouderbureau, naam en adres van de gastouder en op
                                    welk adres de opvang plaatsvindt; </al></li><li nr="d."><al>de periode en de omvang van de opvang per week of per maand
                                    waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; </al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop het maandelijkse bedrag van de tegemoetkoming
                                    wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt
                                    verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; </al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen van de ouder.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse
                            termijnen uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                            bevoorschotting.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Definitieve vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder verstrekt binnen acht weken na afloop van de periode waarvoor
                            de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de
                            werkelijke kosten van kinderopvang over deze periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de definitieve tegemoetkoming binnen acht weken na
                            ontvangst van het overzicht van de kosten vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken
                            betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Teveel betaalde voorschotten worden verrekend met lopende
                            tegemoetkomingen / voorschotten dan wel teruggevorderd op grond van het
                            bepaalde in de wet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan afzien van terugvordering conform een beleidsregel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de ouder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder of partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden
                            daarvan uit eigen beweging mededeling van alle inlichtingen en gegevens
                            die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de hoogte van de
                            tegemoetkoming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouder of partner verstrekt desgevraagd het college, binnen een door
                            het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens van hem en zijn
                            partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van
                            de gemeente van belang zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onjuiste gegevens en onvoldoende medewerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de ouder of partner de gegevens, zoals genoemd in artikelen 2 en
                            12 van deze Verordening, niet, niet tijdig of niet volledig heeft
                            verstrekt en hen dit te verwijten valt, dan kan het college het recht op
                            de tegemoetkoming voor de duur van ten minste acht weken
                            opschorten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet mededeling van deze opschorting en nodigt de ouder of
                            partner uit om het verzuim te herstellen binnen een gestelde
                            termijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouder of partner het verzuim niet binnen de gestelde termijn
                            herstelt, kan het college het recht op de tegemoetkoming intrekken vanaf
                            het moment dat het recht is opgeschort.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan het besluit tot verlening van de tegemoetkoming of het
                            besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele
                            van de ontvanger wijzigen in de situaties als bedoeld in afdeling 4.2.5
                            en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de ten onrechte of teveel betaalde tegemoetkoming
                            terugvorderen conform het bepaalde in artikel 1.38 van de wet en het
                            bepaalde in titel 4.4 van de Awb.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bewaarplicht</titel></kop><al>De ouder bewaart alle bewijsstukken die aan de verstrekking van de
                        tegemoetkoming ten grondslag liggen tenminste gedurende vijf jaar na de
                        vaststelling en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het college voor
                        controledoeleinden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                        overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitvoering en nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze verordening
                            nadere beleidsregels vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening Wet Kinderopvang (VWK) gemeente Veenendaal, vastgesteld op 23
                        september 2004, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 18 genoemde
                        datum van inwerkingtreding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking acht dagen na de bekendmaking en werkt
                        terug tot en met 1 januari 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kinderopvang 2011. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 16 juni 2011,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de heer mr. E.J. Kruijswijk Jansen - raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>de heer mr. T. Elzenga - voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>