<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299763_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening winkeltijden Molenwaard 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentemolenwaard.nl">Het Kontakt, 11 juli 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Winkeltijdenverordening Molenwaard 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Winkeltijdenwet en het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Mozard42546</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening winkeltijden Molenwaard 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Molenwaard; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op de Winkeltijdenwet en het Vrijstellingenbesluit
                        Winkeltijdenwet;</al><al/><al>besluit</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening winkeltijden Molenwaard 2013</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de wet: de Winkeltijdenwet; </al></li><li nr="·"><al>b. winkel: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de wet; </al></li><li nr="·"><al>c. feestdag: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                Pinksterdag, eerste Kerstdag </al></li><li nr="·"><al> en tweede Kerstdag; </al></li><li nr="·"><al>d. college: het college van burgemeester en wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college beslist op een aanvraag om een ontheffing binnen 4 weken
                            na de dag waarop de aanvraag om ontheffing is ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan de beslissing voor ten hoogste 4 weken verdagen.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Overdracht van de ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Een ontheffing op grond van deze verordening is overdraagbaar na
                            verkregen toestemming van het college. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. In geval van een voorgenomen overdracht doet de houder van de
                            ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college
                            onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde
                            rechtverkrijgende. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Intrekken of wijzigen van de ontheffing</titel></kop><al>Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien:</al><lijst><li nr="·"><al>a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt; </al></li><li nr="·"><al>b. veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten dit
                                noodzakelijk maken in verband met het belang of de belangen ter
                                bescherming waarvan de ontheffing is vereist; </al></li><li nr="·"><al>c. het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf
                                anders dan in een winkel gevaar oplevert voor de openbare orde, de
                                veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse; </al></li><li nr="·"><al>d. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                zijn of worden nagekomen; </al></li><li nr="·"><al>e. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen
                                een redelijke termijn; </al></li><li nr="·"><al>f. de houder dit aanvraagt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Feestdagenregeling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het verbod genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef onder b van de
                            wet, geldt niet op door het college aan te wijzen feestdagen per
                            kalenderjaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>. Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                            situaties</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college kan voor wat betreft zondagen of feestdagen ontheffing
                            verlenen van de in artikel 2 van de wet genoemde verboden, ten behoeve
                            van: </al><lijst><li nr="o"><al>a. bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard; </al></li><li nr="o"><al>b. het uitstallen van goederen; </al></li><li nr="o"><al>c. tentoonstellingen in kunstateliers en galeries </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De ontheffing kan worden verleend in geval van feestelijkheden,
                            bijeenkomsten, veilingen of beurzen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Toerisme</titel></kop><al>De verboden, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de wet gelden, om reden
                        van op de gemeente gericht toerisme, voor zover zij betrekking hebben op de
                        zondagen en de feestdagen, niet voor het gebied als aangegeven op de bij dit
                        besluit behorende kaart. (Molengebied Werelderfgoed Kinderdijk). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening winkelsluiting Graafstroom (1995) en
                        Winkeltijdenverordening Nieuw-Lekkerland 1997 worden ingetrokken</al><al> met ingang van de dag waarop deze verordening in werking treedt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De op basis van de Verordening winkelsluiting Graafstroom (1995) en
                        Winkeltijdenverordening Nieuw-Lekkerland 1997</al><al> Verleende ontheffingen blijven van kracht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Naam.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Winkeltijdenverordening
                        Molenwaard 2013”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is
                        bekendgemaakt. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Molenwaard gehouden op
                        2 juli 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.R. van der Borg dr. T.C. Kanters</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet. Daarin is een winkel gedefinieerd als: een voor het publiek
                        toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te
                        worden verkocht.</al><al>Voor de omschrijving van het begrip feestdag is aansluiting gezocht bij
                        artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet. In de wet is geen
                        definitie opgenomen van feestdag, maar worden de volgende dagen genoemd als
                        dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn (naast de zondag):
                        Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste
                        en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de modelverordening
                        gedefinieerd als feestdag. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b van
                        de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn
                        vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Deze dagen vallen dus
                        niet onder het begrip feestdag in de modelverordening.</al><al>Door in de verordening het begrip feestdag te definiëren, kan waar nodig
                        worden volstaan met het woord “feestdag” of “feestdagen” en hoeven niet
                        steeds alle dagen bij naam genoemd te worden. Koninginnedag en
                        Bevrijdingsdag (5 mei) zijn, voor zover deze dagen niet op zondag vallen, in
                        de wet niet aangemerkt als een dag waarop de winkels gesloten moeten
                        zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Overdracht van de ontheffing</titel></kop><al>De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van het
                        college. De ontheffing kan aan een (rechts)persoon worden verleend als het
                        gaat om straatverkoop als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de
                        Winkeltijdenwet. Als het om een winkel gaat, heeft de ontheffing naar zijn
                        aard betrekking op het pand waarin het winkelbedrijf wordt uitgeoefend. Als
                        het om een ontheffing voor straatverkoop gaat biedt de tussenkomst het
                        college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de handel en wandel van de
                        opvolger. Als het gaat om overdracht van het winkelpand aan een ander
                        rechthebbende, moet het college kunnen toetsen of de ontheffing in stand kan
                        blijven of dat er eventueel andere voorschriften aan moeten worden
                        verbonden. Er kan immers sprake zijn van een heel ander soort winkel dan
                        voorheen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)</titel></kop><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 3, tweede lid, Winkeltijdenwet,
                        dat de raad de mogelijkheid geeft de bevoegdheid die in het eerste lid aan
                        de raad wordt gegeven, te delegeren aan het college. Dit is wel een beperkte
                        delegatie: de raad zelf verleent vrijstelling, B&amp;W bepalen wanneer die
                        precies geldt door het aanwijzen van maximaal 12 koopzondagen per jaar. De
                        eerste twee leden van artikel 3 Winkeltijdenwet luiden:</al><lijst><li nr="·"><al>1. De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf door hem aan te
                                wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen van de in
                                artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
                                zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag. De beperking tot twaalf
                                dagen per kalenderjaar geldt voor elk deel van de gemeente
                                afzonderlijk. </al></li><li nr="·"><al>2. De gemeenteraad kan, al dan niet onder het stellen van regels, de
                                in het eerste lid bedoelde bevoegdheid delegeren aan burgemeester en
                                wethouders. </al></li></lijst><al>De gemeenteraad kan ook zelf de twaalf koopzondagen/feestdagen aanwijzen. In
                        dat geval hoeft dit artikel niet in de verordening te worden opgenomen. De
                        vrijstelling wordt dan in de verordening zelf opgenomen, terwijl de
                        aangewezen dagen bijvoorbeeld in een bijlage bij de verordening worden
                        opgenomen. Deze bijlage kan </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                            situaties</titel></kop><al>Dit artikel steunt op artikel 4, tweede lid, Winkeltijdenwet. Artikel 4
                        luidt:</al><lijst><li nr="·"><al>1. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van de in artikel
                                2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag,
                                Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
                                eerste of tweede Kerstdag, verlenen op grond van plotseling
                                opkomende bijzondere omstandigheden. </al></li><li nr="·"><al>2. Zij kunnen in door de gemeenteraad bij verordening aangewezen
                                gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde
                                verboden ten behoeve van bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard
                                en ten behoeve van het uitstallen van goederen. </al></li><li nr="·"><al>3. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden
                                verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften
                                worden verbonden. </al></li></lijst><al>Aangezien de Winkeltijdenwet in artikel 7, eerste lid een directe
                        bevoegdheid verleent aan het college om vrijstelling te verlenen op grond
                        van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden hoeft deze mogelijkheid
                        niet afzonderlijk te worden genoemd in de verordening. Wel worden hier op
                        grond van het tweede lid van artikel 4 van de Winkeltijdenwet de gevallen
                        aangewezen waarin ontheffing kan worden verleend ten behoeve van bijzondere
                        gelegenheden van tijdelijke aard.</al><al>Uit de bewoordingen van artikel 4, eerste lid, van de Winkeltijdenwet in
                        relatie tot die van 3, vierde lid volgt dat deze ontheffing zowel op
                        aanvraag als ambtshalve kan worden verleend.</al><al>In artikel 7, eerste lid onder c worden tentoonstellingen in kunstateliers
                        en galeries genoemd. De reden daarvan is het volgende. Kunstateliers en
                        galeries zijn winkels, maar hebben in de Winkeltijdenwet een speciale
                        status, die voortkomt uit de oude Winkelsluitingswet en het daarop
                        berustende Besluit gemeentelijke ontheffingen Winkelsluitingswet. In artikel
                        4 van dat landelijk geldende besluit was een afzonderlijke regeling
                        opgenomen voor kunstateliers en galeries. Deze bepaling hield in dat
                        burgemeester en wethouders ontheffing konden verlenen ten behoeve van het
                        uitstallen van niet fabrieksmatig vervaardigde kunstvoorwerpen door of voor
                        rekening van de vervaardiger daarvan, voor de zon- en feestdagen en de
                        sluitingsuren op werkdagen. Bij het opstellen van de Winkeltijdenwet in 1996
                        is deze ontheffingsmogelijkheid niet meer expliciet overgenomen in het
                        Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Daar kwamen direct veel vragen over.
                        In overleg met het ministerie van Economische Zaken zijn de kunstateliers en
                        de galeries in artikel 7, tweede lid, van de toenmalige en nu het eerste lid
                        van de huidige modelverordening Winkeltijdenwet opgenomen. Op grond van
                        artikel 4, tweede lid, van de wet, zoals uitgewerkt in artikel 7, eerste lid
                        van de modelverordening, kunnen burgemeester en wethouders ontheffing
                        verlenen voor de zon- en feestdagen voor bijzondere situaties. De wet laat
                        hierin de gemeenten beleidsvrijheid. Met gebruikmaking van deze
                        beleidsvrijheid kan de ontheffing verleend worden voor tentoonstellingen in
                        kunstateliers en galeries. De achtergrond van deze bijzondere status voor
                        kunstateliers en galeries is dat de mogelijkheden voor kunstenaars aan hun
                        werk bekendheid te geven door middel van (verkoop)tentoonstellingen niet te
                        zeer aan banden gelegd mag worden. Bovendien spelen concurrentieoverwegingen
                        hier nauwelijks een rol, gezien het individuele karakter van de betrokken
                        voorwerpen.</al><al>Onder bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard kunnen feestelijkheden
                        worden verstaan. In een uitspraak van 28 oktober 2008, LJN: BG2147
                        (Amsterdam Noord), heeft het CBB het begrip “feestelijkheden” ingevuld. Het
                        ging in deze zaak onder meer om de vraag of allerlei buitenlandse en nogal
                        buitenissige feestdagen zoals de Chinese dag van het kind, de Amerikaanse
                        "doe vriendelijk dag" en dergelijke konden worden aangemerkt als
                        "feestelijkheden" zoals bedoeld in de Winkeltijdenverordening van het
                        desbetreffende stadsdeel. Uit de uitspraak blijkt "….dat het moet gaan om
                        feestelijkheden die bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard zijn. Bij
                        het hanteren van het begrip "bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard"
                        moet er een verband kunnen worden aangewezen met een gebeurtenis dan wel met
                        het beleven of uiten van opvattingen of gevoelens, waaraan blijkens een
                        breed gedragen mening van de bevolking of een bevolkingsgroep op landelijk
                        dan wel op lokaal niveau, een feestelijke, gedenkwaardige betekenis moet
                        worden gehecht."</al><al>In een uitspraak van 18 december 2009 bepaalde de voorzieningenrechter dat
                        het verlenen van ontheffing om op zondag 20 december open te zijn in verband
                        met het plaatsvinden van een feestelijkheid (de laatste zondag voor
                        Kerstmis), niet mogelijk was. In deze mondelinge uitspraak overwoog de
                        rechter: “Er is echter niet gebleken welke feestelijkheid op die dag plaats
                        zal vinden en tevens niet of de genoemde feestelijke activiteiten ten tijde
                        van het verlenen van de ontheffing reeds gepland waren. Doordat de
                        ontheffing is verleend aan alle winkeliers in de gemeente Lisse, komt de
                        ontheffing eigenlijk overeen met het aanwijzen van een extra algemene
                        koopzondag. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat de gemeenteraad de
                        mogelijkheid heeft om burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven
                        twaalf koopzondagen aan te wijzen. De gemeenteraad heeft deze bevoegdheid
                        echter beperkt tot zes zon- en feestdagen, van welke bevoegdheid ook gebruik
                        is gemaakt. Door het aanwijzen van deze extra koopzondag, hebben
                        burgemeester en wethouders in strijd met de verordening gehandeld.” (LJN BK
                        7097, Lisse).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Toerisme</titel></kop><al>De grondslag van het artikel in de modelverordening is artikel 3, derde lid,
                        onder a van de Winkeltijdenwet. De wet laat de keuze tussen het verlenen van
                        vrijstelling door de raad of het op basis van de verordening verlenen van
                        ontheffing door burgemeester en wethouders. Artikel 3, derde lid, aanhef en
                        onder a van de wet luidt:</al><lijst><li nr="3."><al>De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in
                                het eerste lid bedoelde verboden of aan burgemeester en wethouders
                                de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in die verordening aan te
                                wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op een
                                daartoe strekkende aanvraag ontheffing van die verboden te verlenen
                                ten behoeve van:</al></li><li nr="a."><al>op de betrokken gemeente of een deel daarvan gericht toerisme, mits
                                de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is
                                gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of
                                ontheffing mogelijk worden gemaakt; (…....)</al></li></lijst><al>Door het wetsvoorstel 31728 wordt dit artikellid uit de Winkeltijdenwet
                        aangescherpt in die zin dat er sprake moet zijn van substantieel toerisme in
                        de gemeente en dat de raad dan wel het college bij zijn besluit nadrukkelijk
                        de volgende belangen moet meewegen:</al><lijst><li nr="·"><al>a. werkgelegenheid en economische bedrijvigheid in de gemeente,
                                waaronder mede wordt begrepen het belang van winkeliers met weinig
                                of geen personeel en van winkelpersoneel, </al></li><li nr="·"><al>b. de zondagsrust in de gemeente, en </al></li><li nr="·"><al>c. de leefbaarheid, veiligheid en de openbare orde in de gemeente.
                            </al></li></lijst><al>In de Memorie van Toelichting wordt nog met nadruk op de volgende aspecten
                        gewezen. Van belang is allereerst dat de bepaling alleen mag worden
                        toegepast als er sprake is van toerisme van een substantiële omvang in de
                        gemeente of een deel daarvan. Daarnaast moet het gemeentebestuur aangeven
                        dat de aantrekkingskracht van de gemeente of het desbetreffende deel ervan
                        geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door
                        de vrijstelling of de bevoegdheid om ontheffing te verlenen mogelijk worden
                        gemaakt. De toeristische aantrekkingskracht van de gemeente moet met andere
                        woorden autonoom zijn. Verder is van belang dat de winkelopening moet dienen
                        ter ondersteuning van het toerisme. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>In dit model is gekozen voor een vaste datum van inwerkingtreding. Dat is
                        duidelijker en later makkelijker terug te vinden dan een afzonderlijk
                        besluit van het college. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>