<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299714_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening gemeente Schiedam 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Nieuwe Stadsblad, gemeenteberichten d.d. 10-07-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening gemeente Schiedam 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, artikel 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 012/2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening gemeente Schiedam 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schiedam;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 februari
                            2013<vet>,</vet></al><al>betreffende het vaststellen van de Parkeerverordening gemeente Schiedam
                        2013; kenmerk (SOBORVGI nr. 12BIJ00396)</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en </al><al>artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al/><al>gelezen het advies van de raadscommissie d.d. 4 maart 2013</al><al/><al>besluit de:</al><al/><al>Parkeerverordening gemeente Schiedam 2013</al><al/><al>vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel><vet>Definities en begripsomschrijvingen</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van college;</al></li><li nr="b."><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="c."><al><cursief>motorvoertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in het R VV 1990 art. 1.z en art. 1.i.a;</al></li><li nr="d."><al><cursief>parkeren</cursief>: het gedurende een aaneengesloten
                                    periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
                                    onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
                                    onmiddellijk Iaden of lossen van goederen, op binnen de gemeente
                                    gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                    weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                                    wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="e."><al><cursief>houder</cursief>. degene die naar de omstandigheden als
                                    houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien
                                    verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al><cursief>parkeerapparatuur</cursief>. parkeermeters,
                                    parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeerders en hetgeen
                                    naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al><cursief>parkeerapparatuurplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    behorend bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al><cursief>belanghebbendenplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    die</al></li><li nr="i."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het R VV 1990, of
                                    gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1
                                    van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats
                                    niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="j."><al><cursief>vergunning</cursief>: een door college verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="k."><al><cursief>vergunninghouder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="l."><al><cursief>autodate</cursief>: het herhaald en opeenvolgend
                                    gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een
                                    overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of
                                    tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;</al></li><li nr="m."><al><cursief>aanbieder</cursief>. de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodate ter beschikking
                                    stelt;</al></li><li nr="n."><al><cursief>deelnemer</cursief>: een natuurlijke persoon die een
                                    overeenkomst heeft gesloten inzake autodate;</al></li><li nr="o."><al><cursief>standplaats</cursief>: de parkeerplaats waar een
                                    motorvoertuig bestemd voor autodate geparkeerd wordt.</al></li><li nr="p."><al><cursief>overloopgebied: </cursief>door college aangewezen
                                    weggedeelten/straatgedeelte waar geen betaald parkeren regime
                                    van kracht is en die grenzen aan een gebied waar
                                    belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                    gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel><vet>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                                vergunningbewijzen</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan<cursief>, </cursief>bij openbaar te maken
                                        besluit<cursief>, </cursief>weggedeelten aanwijzen die
                                    bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                    vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                    toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan overloopgebieden aanwijzen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
                                    vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                    of parkeerapparatuurplaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en
                                    verlenen van een vergunning.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning kan in ieder geval worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont
                                            in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn of woont in een overloopgebied (categorie
                                            I);</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een
                                            beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                            belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                            te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                            die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in het gebied waar
                                            belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                            te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn een
                                            motorvoertuig te parkeren (categorie II);</al></li><li nr="c."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd
                                            voor autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een
                                            gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn (categorie III). De eigenaar of houder van
                                            een motorvoertuig die voldoet aan beide in de leden a.
                                            en b. gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de
                                            eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden
                                            aan de onder a. genoemde voorwaarde.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                    verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een
                                    goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
                                    vergunning voor categorie III kan het college voorschriften en
                                    beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het
                                    belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer
                                    veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor
                                    het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt
                                    begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.</al></li><li nr="5."><al>Het college is te allen tijde bevoegd om in bijzondere gevallen
                                    –op grond van een duidelijke motivering- in afwijking van het
                                    gestelde in het derde lid parkeervergunningen te
                                    verstrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een
                                    aanvraag voor een vergunning.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                    hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze
                                    termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                            motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                    betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel><vet>Verbodsbepalingen</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig
                                    te plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                    middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de
                                    kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking
                                    te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de
                                    tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is
                                    toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de
                                            parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet
                                            onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking
                                            wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                            parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                            verstreken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
                                    eigenaar of houder van het motorvoertuig -een vergunning is
                                    verleend voor het parkeren op de betreffende categorie
                                    parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar
                                    is voorzien van een vergunning en niet gehandeld wordt in strijd
                                    met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                    parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de Verordening op de
                                    heffing en invordering van parkeerbelastingen 2012
                                    naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het niet betalen van
                                    het verschuldigde parkeergeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan
                                    vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te
                                    parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                            voorzien van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                            voorwaarden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De verboden als bedoeld in artikel 8, lid 2 en artikel 9 geldt
                                    niet voor het plaatsen of laten staan respectievelijk het
                                    parkeren of geparkeerd te houden van als zodanig duidelijk
                                    herkenbare motorvoertuigen van brandweer, politie en
                                    ambulancediensten;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel
                                    7, lid 1.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel><vet>Strafbepaling</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel><vet>Overgangs- en slotbepalingen</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Parkeerverordening Gemeente
                            Schiedam 2013'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop het
                                    op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening gemeente Schiedam 2003, als vastgesteld door
                                    de gemeenteraad van Schiedam.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    2003 worden geacht verleend te zijn krachtens deze verordening
                                    en zijn geldig tot de in de vergunning vermelde datum, doch niet
                                    langer dan tot 1 maart 2014.</al></li><li nr="4."><al>Ontheffingen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    2003 en daarop gebaseerde collegebesluiten verliezen hun
                                    geldigheid op de datum van inwerkingtreding van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="5."><al>De krachtens de Parkeerverordening 2003 aangewezen gebieden
                                    worden geacht mede te zijn aangewezen op basis van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van 14 maart 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, J. Gordijn</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, C.H.J. Lamers</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>