<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299703_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Overleg Lokaal Onderwijsbeleid Veenendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2000-03-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Overleg Lokaal Onderwijsbeleid Veenendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0003420">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0003549">Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0002399">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-03-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-03-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2000, 2000/03021/12699</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Overleg Lokaal Onderwijsbeleid Veenendaal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 11 februari
                        2000, nr. 2000/03021/12699;</al><al/><al>overwegende dat:</al><al>het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het overleg tussen de
                        gemeente en de schoolbesturen over het lokaal onderwijsbeleid;</al><al/><al>gezien het:</al><lijst><li nr="1."><al>advies van de raadscommissie Onderwijs, Sport en Sociale Zaken;</al></li><li nr="2."><al>gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen
                                d.d. 19 januari 2000.</al></li></lijst><al/><al>gelet op:</al><al>de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de Wet op het
                        primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet
                        onderwijs;</al><al/><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de <vet>Verordening Overleg Lokaal Onderwijsbeleid
                            Veenendaal</vet>.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="38*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="62*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<vet>schoolbestuur:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>het bevoegd gezag van een volgens de <cursief>Wet op
                                                  het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra
                                                </cursief>en de Wet op het voortgezet onderwijs
                                                bekostigde openbare of bijzondere school voor
                                                basisonderwijs, <cursief>speciale school voor
                                                  basisonderwijs, school voor speciaal voortgezet
                                                  onderwijs,</cursief> voor speciaal onderwijs/voor
                                                voortgezet speciaal onderwijs/voor speciaal en
                                                voortgezet speciaal onderwijs/voor voorbereidend
                                                wetenschappelijk onderwijs/voor algemeen voortgezet
                                                onderwijs/voor voorbereidend beroepsonderwijs, die
                                                gelegen is op het grondgebied van de gemeente;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<vet>advies:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de
                                                  <cursief>Wet op het primair onderwijs, de Wet op
                                                  de expertisecentra </cursief>en de Wet op het
                                                voortgezet onderwijs;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<vet>burgemeester en wethouders:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2</nr><titel>Overleg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie overlegorgaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin
                                    burgemeester en wethouders met de vertegenwoordigers van alle
                                    schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en
                                    uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overlegorgaan komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht
                                            overleg van toepassing is als bedoeld in de <cursief>Wet
                                                op het primair onderwijs, de Wet op de
                                                expertisecentra</cursief> en de Wet op het
                                            voortgezet onderwijs;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal
                                            onderwijsbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is
                                    artikel 9 niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling overlegorgaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het
                                    overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe maximaal twee
                                    vertegenwoordigers (of vervangers) aan, die namens dit bestuur
                                    aan het overleg deelnemen. Van deze vertegenwoordigers fungeert
                                    er één als woordvoerder. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen
                                    in het overlegorgaan. Voor het bepalen van het aantal
                                    vertegenwoordigers is het gestelde in het eerste lid, tweede
                                    volzin van overeenkomstige toepassing aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt burgemeester en
                                    wethouders in het overlegorgaan. De portefeuillehouder onderwijs
                                    fungeert als voorzitter van het overlegorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit wenst
                                of een meerderheid van vertegenwoordiger(s) van schoolbesturen,
                                genoemd in artikel 3, dit wensen, deelnemen aan een overleg.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad
                                    doen over een onderwerp, zenden zij de voorgenomen inhoud van
                                    dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie,
                                    als bedoeld in artikel 7, toe aan alle schoolbesturen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
                                    datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen.
                                    Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum
                                    van het overleg liggen ten minste twee weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor
                                    de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders
                                    stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het overleg wordt ten minste éénmaal per jaar gepland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van het
                                overlegorgaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorbereidend overleg tussen
                                vertegenwoordigers van de schoolbesturen en burgemeester en
                                wethouders instellen dat voorafgaat aan het overleg in het
                                overlegorgaan. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een
                                inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet
                                overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het
                                gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder
                                a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, eventueel na een verzoek van
                                    één of meerdere schoolbesturen, een agendaoverleg instellen.
                                    Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het
                                    overlegorgaan aan de orde kunnen komen. Op grond hiervan stellen
                                    burgemeester en wethouders de agenda op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het agendaoverleg neemt de portefeuillehouder onderwijs
                                    deel. De vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het
                                    overlegorgaan worden voor het agendaoverleg uitgenodigd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een of meer schoolbesturen of burgemeester en wethouders
                                    een advies wensen over een onderwerp waarop het op
                                    overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken ze dit
                                    uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale
                                    zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
                                    gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies
                                    wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven
                                    tussen het onderwerp en de vrijheid van richting en de vrijheid
                                    van inrichting van het onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid
                                    hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om
                                    advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een
                                    verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop
                                    van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de Onderwijsraad
                                    over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt
                                    opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad
                                    burgemeester en wethouders uitnodigt het verzoek voor het
                                    uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij
                                    nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag
                                    waarop het verzoek is aangevuld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het
                                    advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een
                                    afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle
                                    schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van
                                    het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen
                                    van het voorstel over een onderwerp waarover advies is gevraagd,
                                    worden de schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van
                                    het advies uitgenodigd voor nader overleg. </al><al>In alle andere gevallen beoordelen burgemeester en wethouders of
                                    nader overleg over het advies wenselijk is. Zij geven dit aan
                                    bij de toezending van het afschrift van het advies.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen twee
                                    weken plaats nadat het advies is uitgebracht. Burgemeester en
                                    wethouders informeren de raad over dit overleg in de vorm van
                                    een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken een verslag van het
                                    overleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen,
                                    waarbij per onderwerp wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b
                                            van toepassing is;</al></li><li nr="b."><al>of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
                                            bereikt;</al></li><li nr="c."><al>de in het overleg door de deelnemers naar voren
                                            gebrachte zienswijzen en - indien van toepassing - de
                                            zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg
                                            toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke
                                            voorstel.</al></li></lijst><al>Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan
                                    eveneens een weergave opgenomen in het verslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
                                    kunnen burgemeester en wethouders spoedheidshalve het verslag
                                    ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen twee
                                    weken na de dag waarop het conceptverslag is toegezonden, kunnen
                                    de schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg hun
                                    opmerkingen over het concept van het verslag schriftelijk
                                    kenbaar maken. Burgemeester en wethouders stellen het verslag
                                    vast met inachtneming van de opmerkingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen het verslag gelijktijdig met
                                    het voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad.
                                    Voorzover burgemeester en wethouders afwijken van de tijdens het
                                    overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld in
                                    het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij de redenen aan van
                                    het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over het
                                    voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat
                                    de meerderheid van de raadscommissie of een deel van de
                                    raadscommissie dat volgens burgemeester en wethouders geacht
                                    wordt een meerderheid in de raad te vertegenwoordigen, van
                                    oordeel is dat het voorstel inhoudelijk bijstelling behoeft, dan
                                    kan een heropening van het overleg plaatsvinden. Burgemeester en
                                    wethouders beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in
                                    ieder geval indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft
                                    op een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a,
                                    waarover overeenstemming in het overlegorgaan was bereikt.
                                    Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen, dan
                                    roepen zij het overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch
                                    uiterlijk vóór het moment waarop de raad een definitief besluit
                                    neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de
                                    vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven op
                                    het oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en wethouders
                                    informeren de raad over het resultaat van dit overleg in de vorm
                                    van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10. De
                                    raad betrekt de in dit aanvullend verslag neergelegde
                                    zienswijzen bij zijn definitieve besluitvorming over het
                                    onderwerp.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al> In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester enwethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen in het overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening overleg lokaal
                                onderwijsbeleid gemeente Veenendaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de
                                verordening overleg lokaal onderwijsbeleid Veenendaal door de
                                gemeenteraad vastgesteld op 20 november 1997, in werking na
                                vaststelling</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gedaan ter openbare vergadering van 30 maart 2000,</ondertekening><ondertekening>A.R. Veenstra - de loco-secretaris,</ondertekening><ondertekening> drs. J.J. Spros - de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>