<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299663_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Schadevergoedingsregeling Waterschap Vallei en Veluwe 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vallei en Veluwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vallei en Veluwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Schadevergoedingsregeling Waterschap Vallei en Veluwe 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">waterschapsblad</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Schadevergoedingsregeling Waterschap Vallei en Veluwe 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Schadevergoedingsregeling Waterschap Vallei en Veluwe 2013</vet></al><al><vet>Besluit tot vaststelling van de Schadevergoedingsregeling Waterschap
                            Vallei en Veluwe 2013</vet></al><al><vet>_______________________________________________</vet><vet>_____________</vet></al><al>Het algemeen bestuur van het Waterschap Vallei en Veluwe;</al><al>op het voorstel van de Voorbereidingscommissie van 13 november 2012;</al><al>overwegende dat:</al><al>het noodzakelijk is een schadevergoedingsregeling vast te stellen waarin
                        nadere regels worden gegeven voor verzoeken tot vergoeding van schade als
                        gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid in het
                        kader van het waterbeheer;</al><al>gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Waterschapswet en
                        de Waterwet;</al><al><vet>b e s l u i t</vet>:</al><al>vast te stellen de volgende Schadevergoedingsregeling Waterschap Vallei en
                        Veluwe 2013:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>het waterschap:</cursief> Waterschap Vallei en
                                    Veluwe;</al></li><li nr="b."><al><cursief>het algemeen bestuur:</cursief> het algemeen bestuur
                                    van het waterschap;</al></li><li nr="c."><al><cursief>het dagelijks bestuur:</cursief> het college van
                                    dijkgraaf en heemraden van het waterschap;</al></li><li nr="d."><al><cursief>schade:</cursief> het negatieve verschil in de omvang
                                    van het vermogen zoals dat op een bepaald moment wordt
                                    vastgesteld en de omvang welke dit vermogen op datzelfde
                                    tijdstip zou hebben gehad indien de schadeveroorzakende
                                    gebeurtenis niet zou zijn ingetreden;</al></li><li nr="e."><al><cursief>belanghebbende:</cursief> een natuurlijke of
                                    rechtspersoon die schade lijdt tengevolge van de in artikel 2
                                    genoemde overheidsdaad;</al></li><li nr="f."><al><cursief>commissie:</cursief> het adviesorgaan als bedoeld in
                                    artikel 6.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Procedurebepalingen inzake schadevergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het verzoek tot schadevergoeding</titel></kop><al>Degene die schade lijdt of zal lijden als bedoeld in de artikelen 7.14
                            tot en met 7.20 van de Waterwet kan aan het dagelijks bestuur van het
                            waterschap een verzoek tot schadevergoeding richten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Indien door het waterschap redelijkerwijze kan worden voorzien dat
                            iemand schade lijdt of zal lijden als gevolg van de in artikel 2
                            bedoelde besluiten of handelingen van het waterschap, informeert het
                            dagelijks bestuur deze persoon omtrent deze schadevergoedingsregeling en
                            verwijst daartoe naar de bepalingen zoals hierin opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kennelijke (on)gegrondheid van het verzoek</titel></kop><al>Indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur een verzoek als
                            bedoeld in artikel 2 kennelijk ongegrond is, dan wel zonder nader
                            onderzoek voor toewijzing vatbaar is, kan het dagelijks bestuur
                            daaromtrent beslissen, zonder zich te laten adviseren door de commissie
                            als bedoeld in artikel 6 en zijn de artikelen 6 tot en met 11 niet van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Advisering over het verzoek door de adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 4,
                                stelt het dagelijks bestuur het verzoek, binnen vier weken na
                                ontvangst daarvan, in handen van de adviescommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verzoeker wordt schriftelijk door het dagelijks bestuur in kennis
                                gesteld van het feit dat de adviescommissie over het verzoek zal
                                adviseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling van de adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur benoemt de adviescommissie en wijst tevens de
                                voorzitter aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviescommissie bestaat uit drie deskundigen, die geen deel
                                uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van
                                het algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vereisten voor de vervulling van de adviestaak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verzoeker stelt de adviescommissie alle gegevens ter beschikking
                                die nodig zijn voor een goede vervulling van de adviestaak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De door de adviescommissie te maken kosten worden door het
                                waterschap vergoed, voor zover deze naar het oordeel van het
                                dagelijks bestuur noodzakelijk zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Horen van de verzoeker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De adviescommissie stelt het waterschap en de verzoeker en/of diens
                                gemachtigden in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te
                                brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviescommissie zendt daartoe tenminste twee weken voorafgaand
                                aan de hoorzitting een schriftelijke uitnodiging aan het waterschap
                                en de verzoeker.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van het waterschap en/of de verzoeker kunnen door hem
                                meegebrachte deskundigen worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van hetgeen overeenkomstig de voorgaande leden naar voren is
                                gebracht wordt een verslag gemaakt. Het verslag maakt deel uit van
                                het advies van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Behandeling door adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De adviescommissie adviseert of er sprake is van schade die
                                redelijkerwijze niet of niet geheel ten laste van de verzoeker
                                behoort te blijven. Indien, naar het oordeel van de commissie, aan
                                de verzoeker een schadevergoeding toekomt, adviseert zij over de
                                aard en omvang van de schadevergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie stelt binnen zes weken nadat het verzoek haar ter hand
                                is gesteld een schriftelijk advies op. Dit advies wordt zowel het
                                waterschap als de verzoeker toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat kan het dagelijks bestuur op
                                verzoek van de commissie de termijn voor advisering verdagen. De
                                verzoeker wordt hiervan door het dagelijks bestuur schriftelijk in
                                kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op het verzoek tot schadevergoeding</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur beslist binnen zes weken na ontvangst van het
                            advies van de commissie op het verzoek tot schadevergoeding.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen inzake de schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>De schadevergoeding wordt voldaan in geld of in een andere vorm dan
                            betaling van een geldsom.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Gederfde rente</titel></kop><al>Van de schadevergoeding maakt deel uit een vergoeding van gederfde en/of
                            betaalde rente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voordeelstoerekening</titel></kop><al>Indien het betrokken besluit of de betrokken handeling voor de verzoeker
                            naast schade tevens voordeel oplevert wordt dit voordeel bij de
                            vaststelling van de te vergoeden schade verrekend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Schadevergoedingsregeling
                            Waterschap Vallei en Veluwe 2013’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend
                                    op de dag van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De Schadevergoedingsregeling Waterschap Vallei en Eem,
                                    vastgesteld door het algemeen bestuur van Waterschap Vallei
                                    &amp; Eem op 6 januari 1997, alsmede de
                                    Schadevergoedingsregeling Waterschap Veluwe, vastgesteld door
                                    het algemeen bestuur van Waterschap Veluwe op 6 januari 1997,
                                    worden ingetrokken met ingang van de dag, volgend op de dag van
                                    bekendmaking van deze verordening.</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur
                            van 27 februari 2013.</al><al>mr. G.P. Dalhuisen ir. G. Verwolf</al><al>secretaris dijkgraaf</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Schadevergoedingsregeling Waterschap Vallei en Veluwe
                        2013</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al><cursief>Inleiding</cursief>Het vergoeden van schade die is
                    ontstaan door een rechtmatig handelen door een bestuursorgaan wordt
                    ‘nadeelcompensatie' genoemd. Artikel 7.14 van de Waterwet (Wtw) bevat een
                    algemene regeling die voorziet in de vergoeding van schade als gevolg van de
                    rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid in het kader van het
                    waterbeheer. </al><al>Artikel 7.14 Wtw heeft niet alleen betrekking op schade die uit de toepassing
                    van de Waterwet voortvloeit maar ook op de uitoefening van taken en bevoegdheden
                    die zowel op de Waterschapswet als op een verordening zoals de keur
                    berusten.</al><al>Voorbeelden van schadeveroorzakende handelingen die onder de reikwijdte van
                    artikel 7.14 Wtw vallen zijn onder meer de uitvoering van waterstaatkundige
                    werkzaamheden, de aanleg of wijziging van waterstaatswerken, het verlenen,
                    aanscherpen en intrekken van vergunningen of het opleggen van
                    gedoogplichten.</al><al>Artikel 7.15 Wtw is een specifieke schadevergoedingsregeling voor schade bij
                    waterberging. Het artikel is geen zelfstandige grondslag voor vergoeding van
                    schade in verband met wateroverlast en overstroming, maar is een nadere
                    uitwerking van artikel 7.14 Wtw. In artikel 7.15 Wtw is uitdrukkelijk geregeld
                    dat ook schade door wateroverlast of overstroming in aanmerking komt voor
                    vergoeding krachtens artikel 7.14 Wtw. Dit betekent echter niet dat elke vorm
                    van wateroverlast of overstroming onder de reikwijdte van artikel 7.14 Wtw valt.
                    Uit de samenhang tussen de artikelen 7.14 en 7.15 Wtw volgt dat de wateroverlast
                    of overstroming het gevolg moet zijn van een maatregel die door het waterschap
                    is genomen met het oog op het vergroten van de afvoer- en bergingscapaciteit van
                    watersystemen. </al><al>Naast de schadevergoedingsregeling van artikel 7.14 kent de Waterwet enkele
                    specifieke schaderegelingen: een regeling voor schade toegebracht aan
                    waterstaatswerken (artikelen 7.21 WTw) en een schadevergoedingsregeling in
                    verband met grondwateronttrekkingen (artikel 7.18 Wtw e.v).</al><al>De schadevergoedingsregelingen in de wet zijn bedoeld als uitputtende regelingen
                    zodat aanvullende regeling van het recht op schadevergoeding bij verordening
                    zoals een keur of een provinciale verordening niet mogelijk is.</al><al>Voorrangsregeling Omdat het waterschap aan de lat staat om de wateropgave het
                    hoofd te bieden door (onder andere) bergingsgebieden te realiseren- en een
                    bestemmingsplanwijziging in het verlengde daarvan ligt - is het onwenselijk dat
                    er voor de gemeente een primaire schadevergoedingsplicht ontstaat (ook al kan
                    zij de hogere kosten verhalen op het waterschap). </al><al>De wetgever heeft dat in de Invoeringswet bij de Waterwet onderkend en heeft
                    daarom een ‘voorrangsregeling' in het leven geroepen (artikel 7.16 Wtw). Deze
                    regeling houdt in dat als er een beroep op de wettelijke
                    nadeelcompensatieregeling uit de Waterwet mogelijk is (artikel 7.14 Wtw), de
                    wettelijke regels ten aanzien van planschade in de Wet ruimtelijke ordening
                    buiten toepassing blijven. Dat betekent dat als een benadeelde kan vragen om
                    nadeelcompensatie (en dat zal bij het aanleggen van bergingsgebieden altijd zo
                    zijn als de wettelijke procedures gevolgd worden) het waterschap ook een oordeel
                    moet geven over het al dan niet aanwezig zijn van planologisch nadeel door een
                    eventuele wijziging van het bestemmingsplan.</al><al>Hoe het waterschap tot een oordeel over de ruimtelijke aspecten moet komen, zegt
                    de wetgever niet, anders dan de regeling die voor de nadeelcompensatieverzoeken
                    geldt.</al><al>Procedureverordening De waterschappen zijn bevoegd om ter uitvoering van artikel
                    7.14 Wtw een verordening op te stellen met regels van procedurele aard. De
                    onderhavige verordening is een verordening als bedoeld in artikel 7.14, lid 2,
                    tweede volzin en lid 3, derde volzin Wtw. Het is een procedurele regeling die
                    van toepassing is op alle verzoeken om schadevergoeding die (na inwerkingtreding
                    van de verordening) bij het waterschap op grond van artikel 7.14 of artikel 7.15
                    Wtw worden ingediend. De regels van deze verordening hebben geen betrekking op
                    de toepassing van de in de inleiding genoemde specifieke schaderegelingen voor
                    schade aan waterstaatswerken en schade wegens onttrekken van grondwater.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>In dit artikel wordt geregeld dat het verzoek moet worden ingediend bij het
                    dagelijks bestuur (college van dijkgraaf en heemraden).</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Deze bepaling geeft invulling aan in de jurisprudentie gestelde eisen aan
                    overheidsoptreden. Voorafgaand aan het schadeveroorzakende optreden informeert
                    het waterschap belanghebbenden over het bepaalde in deze regeling.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Indien reeds na beperkt onderzoek blijkt dat het verzoek niet kan worden
                    toegewezen, dan wel zonder nader onderzoek kan worden toegewezen, is sprake van
                    kennelijke ongegrondheid respectievelijk kennelijke gegrondheid van het verzoek.
                    De kennelijke (on)gegrondheid van het verzoek moet duidelijk zijn zonder dat
                    nader op de inhoudelijke aspecten van de zaak wordt ingegaan.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Indien het verzoek niet kennelijk (on)gegrond is wordt deze in handen gesteld
                    van een adviescommissie. De keuze om, voordat het dagelijks bestuur beslist op
                    het verzoek, een onafhankelijke commissie te laten adviseren, is ingegeven door
                    de wens de legitimiteit van de besluitvorming zo goed mogelijk te
                    waarborgen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De benoeming van de adviescommissie geschiedt uit oogpunt van slagvaardigheid
                    plaats door het dagelijks bestuur.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>De gegevensverstrekking door het waterschap aan de adviescommissie is geregeld
                    in artikel 3:7 Algemene wet bestuursrecht. Het eerste lid van dit artikel
                    bepaalt dat het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op
                    verzoek van de adviseur, de gegevens ter beschikking stelt die nodig zijn voor
                    een goede vervulling van diens taak. Het tweede lid van dit artikel verklaart
                    artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van overeenkomstige
                    toepassing. Artikel 10 Wob bevat uitzonderingen voor privacygevoelige gegevens
                    en vertrouwelijke bedrijfsgegevens.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>In de oude regeling werd in lid 4 van dit artikel bepaald: "Indien de aanvrager
                    gebruik maakt van deskundigen zijn de daaraan verbonden kosten voor zijn
                    rekening". De Waterwet laat een dergelijke regeling niet meer toe. De Memorie
                    van Toelichting (TK 30 818, nr. 3) vermeldt hierover op p. 135: "Indien het
                    redelijk was dat een getroffene deskundige bijstand heeft ingeroepen en de
                    omvang van de daarmee gepaard gaande kosten redelijk was, komen ook deze kosten
                    voor vergoeding in aanmerking".</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Aan de adviescommissie kan de opdracht worden gegeven rekening te houden met het
                    ter zake door het Rijk, de provincie of het waterschap gevoerde beleid, mits een
                    zorgvuldig onderzoek daardoor niet wordt belemmerd. Indien de adviescommissie
                    concludeert dat er sprake is van schade welke op grond van deze regeling voor
                    vergoeding in aanmerking komt, adviseert zij zowel over de omvang als over de
                    meest voor de hand liggende vorm van vergoeding. Het dagelijks bestuur kan de
                    adviestermijn verlengen om te voorkomen dat de adviescommissie in de problemen
                    zou raken indien de voorliggende zaak erg gecompliceerd is en een zorgvuldige
                    advisering meer tijd vergt dan er binnen de daarvoor gestelde termijn
                    beschikbaar is. </al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Alvorens op het verzoek te beslissen vormt het dagelijks bestuur zich een
                    zelfstandig oordeel omtrent alle van belang zijnde aspecten van de zaak. Artikel
                    3 : 9 Algemene wet bestuursrecht bepaalt hier over dat indien een besluit berust
                    op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht,
                    het bestuursorgaan zich er van moet vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige
                    wijze heeft plaatsgevonden. In het hier aan de orde zijnde geval is sprake van
                    een zogenaamd deskundigenadvies, zodat de vereiste toetsing daarvan door het
                    dagelijks bestuur zich zal kunnen beperken tot een beperkte
                    deugdelijkheidstoets. Voor een volledige toetsing door het dagelijks bestuur
                    ontbreekt immers de deskundigheid. De beslistermijn van het dagelijks bestuur is
                    gesteld op zes weken na ontvangst van het advies. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>De schadevergoeding kan zowel in geld als in natura plaatsvinden. Denkbaar is
                    immers dat het nemen van feitelijke maatregelen adequater is dan het verlenen
                    van een schadevergoeding in geld.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>In het bijzonder bij besluiten omtrent het verlenen van schadevergoeding kan de
                    beslistermijn soms erg lang zijn zonder direct als onredelijk lang bestempeld te
                    kunnen worden. Bij gecompliceerde zaken is een beslistermijn variërend van een
                    half jaar tot een jaar niet ongewoon. Het is in beginsel niet redelijk dat de
                    gedurende de beslistermijn door de benadeelde gederfde of betaalde rente voor
                    zijn rekening te laten. De benadeelde maakt in beginsel aanspraak op vergoeding
                    van gederfde of betaalde rente vanaf het moment waarop de schade zich voordoet
                    tot het moment van het toekenningsbesluit, waarna direct betaling van de
                    schadevergoeding volgt. De rente maakt deel uit van de totale schadevergoeding,
                    zodat slechts de over het uit te betalen schadebedrag gederfde of betaalde reële
                    rente wordt vergoed. </al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Voordeelstoerekening wordt beschouwd als een ongeschreven rechtsregel van ons
                    recht en is hier uit oogpunt van rechtszekerheid vastgelegd. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>