<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299640_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.opsterland.nl, 04-07-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-48431</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidskader parkeren in groenstroken Opsterland 2007, inwerking getreden op 24-08-2007;</al><al>Beleidskader parkeren van grote voertuigen Opsterland 2007, inwerking getreden op 24-08-2007;</al><al>Aanwijziging van plaatsen/gebieden als bedoeld in artikel 2:46 APV, inwerking getreden op 22-10-2010 en ingetrokken op 16-07-2015;</al><al>Beleidsregels voor het hebben en inrichten van terrassen in de openbare ruimte Opsterland 2013, inwerking getreden op 01-04-2013;</al><al>Aanwijzingsbesluit, inwerking getreden op 23-04-2015;</al><al>Aanwijzing ligplaatsen recreatievaartuigen, inwerking getreden op 01-07-2015;</al><al>Aanwijsbesluit hinderlijk drankgebruik Opsterland 2015, inwerking getreden op 16-07-2015</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Opsterland;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 mei
            2013;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten,
                  respectievelijk de raad, de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 8
                  van de Wegenverkeerswet (oud) en artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet
                  algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening</al></li><li nr="d."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                  Woningwet;</al></li><li nr="e."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                  kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="f."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties
                  daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze
                  toegankelijk zijn;</al></li><li nr="h."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk
                  of persoonlijk recht;</al></li><li nr="i."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet
                  1994.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                  ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de beslissing op
                  een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                  omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een
                  vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:10.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan
                  drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig
                  heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of
                  ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten
                  hoogste acht weken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                  verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van
                  het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                  vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan
                  verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing is zaaksgebonden, tenzij bij of krachtens deze
              verordening anders is bepaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking, schorsing of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, geschorst of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                  verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                  opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of
                  wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming
                  waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen
                  niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een
                  daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn,
                  binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Lex silencio positivo</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien niet tijdig op een aanvraag tot het geven van een vergunning als bedoeld
                  in deze verordening is beslist, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                  bestuursrecht van toepassing, en de gevraagde vergunning van rechtswege
                  gegeven.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3. Awb niet van toepassing op
                  de artikelen 2:25 (evenementen), artikel 2:37 (speelgelegenheden), artikel 2:67
                  (verkoop consumentenvuurwerk) en artikel 3:4 (seksinrichtingen).</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt voor
              onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard
              van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing kan door het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd
              in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing,
                    onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                    ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen
                        te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van
                        publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;</al><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen
                        of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die
                    door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare
                    veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde
                    verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen,
                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld
                    in de Wet openbare manifestaties.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden,
                    geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de
                    betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en
                        van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van
                        beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig
                        verloop te bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip
                    van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na
                    12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de
                    kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                    voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde
                    termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken (vervallen)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als artiest, muzikant, fotograaf,
                    tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het
                    belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                    milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en
                    uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke
                  functie ervan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                    publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar
                        oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig
                        en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het
                        doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;</al></li><li nr="b."><al>het object hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet
                        voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al></li><li nr="c."><al>het object of het beoogde gebruik overlast oplevert voor gebruikers van in
                        de nabijheid gelegen onroerende zaken;</al></li><li nr="d."><al>het object of beoogde gebruik risico oplevert voor de openbare orde en
                        veiligheid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                    verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19;</al></li><li nr="c."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:30.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het
                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal
                    wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste
                    lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                    artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                    omgevingsrecht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te
                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten,
                    aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                    brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten
                        zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of
                        voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van
                    hun publieke taak.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in
                    een bestaande uitweg naar de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of
                        verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van
                        tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een
                        situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande
                        situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg heeft
                        verboden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                        parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt
                        aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere
                        uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat
                        van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen zes weken na
                    ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt
                    verboden.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de
                    Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid in de openbare ruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige
                wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of op andere wijze
                hinder of gevaar wordt veroorzaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput,
                brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te
                openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                    duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door
                    het college aangewezen periode.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of
                    binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht
                    betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te
                    laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover in de
                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3,
                    van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover het roken
                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat
                    bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de
                    openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                    verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                    Privaatrecht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor
                    stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen,
                    opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als
                    bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen
                    indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                    toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die deel
                    uitmaken van de hoogspanningslijn.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te
                        belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de
                        onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of
                        op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                        belemmeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                    vaarwegenverordening.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek
                    toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                        Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid
                        geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare
                        manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:37 van deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze
                        verordening;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;</al></li><li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te
                    houden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse evenementen,
                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement een barbecue of straatfeest in de open lucht betreft,
                        en</al></li><li nr="b."><al>het geen belemmering vormt voor het doorgaande verkeer en de
                        bereikbaarheid voor hulpdiensten, en</al></li><li nr="c."><al>de burgemeester daarvan tenminste tien werkdagen voorafgaand aan het
                        evenement in kennis wordt gesteld met een door de burgemeester vastgesteld
                        meldingsformulier.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt voorts niet voor een feest,
                    muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp
                    wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring bij evenementen</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                    verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                    consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder
                    geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                    discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een
                    bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                    horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie
                    kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li><li nr="c."><al>houder: degene die een horecabedrijf exploiteert.</al></li><li nr="d."><al>bezoeker: elke bezoeker, niet zijnde:</al><lijst><li nr="1."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed en
                        aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde
                        graad;</al></li><li nr="2."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van
                        het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde
                        lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen
                        noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploiteren van terrassen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een terras te exploiteren, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>met betrekking tot de ligging en het onderhoud aan het terras door de
                        exploitant niet de nodige zorgvuldigheid wordt betracht;</al></li><li nr="b."><al>het terras ontsierend is voor het straatbeeld;</al></li><li nr="c."><al>het terras gevaar of hinder oplevert voor de omgeving;</al></li><li nr="d."><al>op wegen of weggedeelten, bestaande uit een rijbaan en een trottoir, het
                        terras op de rijbaan wordt geplaatst of op het trottoir tussen het terras en
                        de rijbaan en de rijbaan of de geplaatste objecten geen vrije en
                        onbelemmerde doorgang aanwezig is voor voetgangers, invaliden- en
                        kinderwagens, of;</al></li><li nr="e."><al>het elders dan bij het pand wordt aangelegd waar het bedrijf wordt
                        geëxploiteerd, of;</al></li><li nr="f."><al>op wegen of weggedeelten, enkel bestaand uit een trottoir, geen vrije en
                        onbelemmerde doorgang van minimaal 3,50 meter aanwezig is en blijft ten
                        behoeve van hulpdiensten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het
                    tweede lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijden horecabedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers geopend te
                    hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 08.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 03.00 en 08.00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan van het verbod zoals gesteld in het eerste lid ontheffing
                    verlenen.</al></li><li nr="3."><al>De ontheffing zoals bedoeld in het tweede lid wordt slechts verleend aan een
                    horecabedrijf dat met de gemeente, politie en Openbaar Ministerie een
                    horecaconvenant is aangegaan.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in de vorige leden kan de burgemeester andere
                    sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe
                    behorend terras.</al></li><li nr="5."><al>Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voor zover op de Wet milieubeheer
                    gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                    zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of
                    meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:31 geldende
                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                    onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden gedurende de tijd
                dat het bedrijf krachtens artikel 2:31 of ingevolge een op grond van artikel 2:32
                genomen besluit gesloten dient te zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in
                    artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                    lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar of een
                    voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op
                    enig andere wijze overdraagt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring in horecabedrijf</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de
                Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van
                artikel 2:28 tot en met 2:31.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en
                Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Schenktijden paracommercie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder een paracommerciële rechtspersoon wordt in deze afdeling verstaan: een
                    rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met
                    beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve,
                    sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige
                    aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.</al></li><li nr="2."><al>Het is een paracommerciële instelling uitsluitend toegestaan alcoholhoudende
                    dranken te verstrekken vanaf 1 uur voor tot 1 uur na activiteiten welke passen
                    binnen de statutaire doelstelling van de instelling;</al></li><li nr="3."><al>De in het vorige lid genoemde schenktijden mogen in ieder geval niet liggen
                    buiten de volgende tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor paracommerciële instellingen waarbij het faciliteren van sociale
                        interactie voortvloeit uit de doelstellingen (dorpshuizen) van zondag tot
                        donderdag dagelijks van 15.00 tot 24.00 uur en van vrijdag tot zaterdag van
                        15.00 tot 01.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>voor de overige paracommerciële instellingen van maandag tot en met
                        vrijdag van 18.00 tot 24.00 uur, op zaterdag van 15.00 tot 24.00 uur en
                        zondag van 15.00 tot 22.00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het is verboden in een paracommerciële instelling alcoholhoudende drank te
                    verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of bijeenkomsten gericht
                    op derden;</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het in het vorige lid bepaalde mag in een paracommerciële
                    instelling waarbij het faciliteren van sociale interactie direct voortvloeit uit
                    de statutaire doelstellingen (dorpshuizen of mfc`s) die gelegen zijn in een
                    afgelegen en of op zichzelf staande kern, wel alcohol worden verstrekt tijdens
                    dergelijke bijeenkomsten, voor zo ver in die kern geen beschikbare geschikte
                    horeca-inrichting aanwezig is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Voorschriften aan horecavergunning</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning verleend op grond van de Drank- en
                Horecawet voorschriften verbinden. Deze voorschiften kunnen (alleen) worden
                gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>ter bescherming van de volksgezondheid, of</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de openbare orde, of</al></li><li nr="c."><al>ter voorkoming van oneerlijke mededinging, of</al></li><li nr="d."><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                    Horecawet.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                    toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                    bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij
                    geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te
                    exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder
                        b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van
                        Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                        kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen,
                        of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de
                        kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                        de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert een vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                        leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                        ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de
                        speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend
                        bestemmingsplan.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de
                        Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                        Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
                        van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e,
                        van de Wet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan
                    maximaal twee kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen is één speelautomaat toegestaan, met dien
                    verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning,
                    een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                    behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een
                    niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                    behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                    behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het
                    lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of een gedeelte van een onroerende zaak
                    dat vanaf die openbare plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een
                    openbare plaats of een gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats
                    zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te
                        plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                        aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter,
                        cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld
                    wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor
                    het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen
                    en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de
                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is
                    verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                    inzage af te geven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water te vervoeren of bij
                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, lijm(stof), kalk, teer, kleur-
                    of verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                    gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als
                    verboden in artikel 2:40.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij
                    zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn
                    gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of
                    erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal
                    door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                    voorkomen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                        constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                        afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners
                        van nabij de openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                        berokkent.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                    artikel 424, 426bis, of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                    Wegenverkeerswet 1994.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het
                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken
                    flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                    hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van
                        de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor
                        een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in of in de directe nabijheid van een portiek of
                        poort op te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een
                        gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor
                    publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een
                    voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op
                te houden in of op of in de directe nabijheid van een voor het publiek toegankelijk
                portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
                rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte
                dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                desbetreffende ruimte is bestemd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en
                plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de
                burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod op duidelijke wijze
                kenbaar wordt gemaakt aan de bezoekers van het terrein.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                    verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college
                        aangewezen plaats; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd;
                        of</al></li><li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander
                        identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door
                    het college aangewezen plaatsen. </al></li><li nr="3."><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing
                    op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond
                        laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of
                        sociale hulphond.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond
                    zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg of een gedeelte van de weg dat bestemd of mede bestemd is voor
                        het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of plantsoen;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid,
                    onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod
                    wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat
                    de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                    hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of
                    een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op
                    een openbare plaats of op het terrein van een ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                    aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband,
                    van ten hoogste 1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                    voorzien te houden van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide
                        stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht
                        dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte
                        binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe
                        delen binnen de korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient een hond
                    als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister
                    op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip
                    die met een chipreader afleesbaar is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast
                    of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting
                    in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                    dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college
                        gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is
                        aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een
                    plaats die krachtens het eerst lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of
                    meer verboden bedoeld in het eerste lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg gelegen weiland of
                terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die
                weg niet kan bereiken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft
                voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de
                omgeving hinder veroorzaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of
                    ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een
                    doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                    vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat
                        mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                    verplichtingen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                  Strafrecht</titel></kop><al>Een handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:</al></li><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres
                    en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig
                    is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage
                    te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam
                    en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te
                    houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk
                waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                  verkoopdagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                    consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking
                    stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college.</al></li><li nr="2."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in
                    het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen
                    plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat
                    gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover in het
                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1,
                    van het Wetboek van Strafrecht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                    (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve
                    wijze te verbranden op zodanige wijze dat gevaar, schade of hinder voor de
                    omgeving kan worden veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/ of dergelijke voorwerpen met een
                        maximale inhoud van vijftig liter, met gebruikmaking van acetyleengas
                        afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of
                        gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen en</al></li><li nr="b."><al>het gebruik plaatsvindt tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00
                        uur en</al></li><li nr="c."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing;</al></li><li nr="2."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen
                    voor het houden van dieren;</al></li><li nr="3."><al>op voldoende afstand van andere (gevaarlijke) objecten zoals tankstations,
                    lpg-tanks e.d.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet Milieubeheer, de Wet
                    wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                    stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te
                vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een
                voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke
                doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven,
                daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                    handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
                    handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                    worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                    Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,
                    seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                    tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                    elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die
                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                    die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                    hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen
                    te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                    rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                    exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                    bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke
                    leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                    escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering
                    van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze
                        verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende
                        redenen noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor
                zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven
                als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de
                uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels
                vaststellen.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen en escortbedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een
                    seksinrichting te exploiteren of te wijzigen in door het college aangewezen
                    gebieden of delen van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in andere gebieden of delen
                    van de gemeente dan de in het eerste lid bedoelde.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een escortbedrijf te
                    exploiteren of te wijzigen.</al></li><li nr="4."><al>In de aanvraag om en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of
                        de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de
                    beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een
                        psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het
                        Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in
                        Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en
                        Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                        rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                        Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken
                        onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro
                        of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                        onder a van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede wegens
                        overtreding van:</al><lijst><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet , de
                            Opiumwet , de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g , 140 , 240b , 242 tot en met 249 ,
                            252 , 250a (oud), 273a , 300 tot en met 303 , 416 , 417 , 417bis , 426 ,
                            429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8
                            of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d , 13 , 14 , 27 en 30b van de Wet op de
                            Kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid
                        onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van
                        de Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom minder dan 375
                        euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                        beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
                        intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant
                    of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste
                    een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning
                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                    hem ter zake geen verwijt treft.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden seksinrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin
                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag
                    tussen 02.00 en 08.00 uur;</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in
                    artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                    vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden
                    gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid,
                    dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de
                    daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                    gebaseerde voorschriften.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval
                    van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                    bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                        geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                        gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht,
                    maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar
                    bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder
                    dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder
                    in de seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                    seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten
                        genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven
                        tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                        (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of
                        krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze,
                    passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door
                    politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                    richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen kan door
                    politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en gedurende de
                    tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
                    een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                    belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in
                    het derde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan
                    in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de
                    tijden bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien dat in
                    verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester
                    opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te
                exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en
                leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen,
                  afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop
                    goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                    afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt
                        dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                        openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang
                        van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                    aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen
                    tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste
                    lid, van de Grondwet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Aanwijzing gebieden</titel></kop><al>Het college kan gebieden of delen van de gemeente aanwijzen waar seksinrichtingen
                wel of niet gevestigd mogen worden.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning
                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                    aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
                    verdagen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde
                        eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                        in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
                        exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                        leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                        personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het
                        Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                        vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan,
                    onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4,
                    eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                    artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                        leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde
                exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk
                heeft beëindigd.</al><al>2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de
                exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer in de
                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de
                    exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het
                    bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende
                    vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde
                    in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                    toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden
                    uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als
                    bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                    besloten.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien
              van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder
                    of anderszins een inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein
                    aantal inrichtingen is verbonden en die als zodanig door het college is
                    aangewezen en bekendgemaakt;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of
                    een klein aantal inrichtingen en die als zodanig is aangemerkt door het
                    college.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                    Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                    dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van
                    het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                    dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college
                    bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de
                    gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan voor de aangewezen collectieve festiviteiten nadere regels
                    stellen met betrekking tot het voorkomen of beperken van geluid- en
                    lichthinder.</al></li><li nr="5."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een
                    nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te
                    voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld
                    in het eerste lid aanwijzen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Toestemming incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan bepalen dat voor een inrichting tijdens incidentele
                    festiviteiten de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                    van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten
                    minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                    kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat een inrichting tijdens incidentele festiviteiten
                    de verlichting langer aan kan houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij
                    artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de
                    houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de
                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan voor incidentele festiviteiten nadere regels stellen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van
                    het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te
                    hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties,
                    het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Geluidhinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft
                voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de
                omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Afvalstoffen (vervallen; in aparte verordening geregeld)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke
                behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afzetten: het afzagen van een stam, met het oogmerk dat de boom zich weer
                    herstelt;</al></li><li nr="b."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom in de zin van de Boswet;</al></li><li nr="c."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van
                    minimaal tien centimeter op een hoogte van 1,3 meter boven het maaiveld. In
                    geval van meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam;</al></li><li nr="d."><al>dunnen: het volledig verwijderen van bomen, heesters of struiken om de
                    overblijvende planten meer ruimte te geven;</al></li><li nr="e."><al>rooien: planten met wortelkluit uit de grond halen;</al></li><li nr="f."><al>tuin; een stuk grond, gelegen op hetzelfde perceel als een woning, waar
                    planten groeien met een recreatief doel;</al></li><li nr="g."><al>vellen: rooien, afzetten, dunnen, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                    verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering
                    van de boom ten gevolge kunnen hebben.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te
                    doen vellen indien het een houtopstand betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom of in een tuin, indien het een eik of beuk betreft
                        met een stamomtrek van minimaal 90 cm (diameter ≥ 30 cm) op 1,3 meter boven
                        maaiveldhoogte, of;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom en buiten een tuin, indien het een boom betreft met
                        een stamomtrek van minimaal 30 cm (diameter ≥ 10 cm) op 1,3 meter boven
                        maaiveld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de boom; of</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de boom; of</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de boom voor stads- en dorpsschoon; of</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de boom; of</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de boom; of</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de boom.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is
                    van groot gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bomen, beplantingen en kweekgoed
                    als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Boswet op grond waarvan de
                    gemeenteraad onbevoegd is om regelen te stellen ter bewaring van genoemde
                    soorten.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Schorsende werking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Van de vergunning kan geen gebruik worden gemaakt voordat zij definitief is
                    geworden, oftewel voordat:</al><lijst><li nr="a."><al>de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken zonder dat bezwaar of beroep
                        is ingediend;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;</al></li><li nr="c."><al>beslist is op het beroep en geen verzoek tot voorlopige voorziening is
                        gedaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt ook als de vergunning conform artikel 1:7
                    van rechtswege is verleend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Kennisgeving Boswet</titel></kop><al>Wanneer een afschrift is ontvangen van de bevestiging van ontvangst van de
                kennisgeving als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit
                afschrift als een melding.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                    voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het
                    bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herbeplant.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij
                    tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze
                    niet-gedijende beplanting moet worden vervangen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
                    toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere
                    wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                    waarop de houtopstand zich bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot
                    het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten
                    overeenkomstig de door het college gegeven aanwijzingen binnen een gestelde
                    termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij
                    worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze
                    niet-gedijende beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
                    toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan
                    de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt dan wel
                    aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                    de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen en
                    binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                    bedreiging wordt weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid
                    is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>18 Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5: 42 Burgerlijk Wetboek bedraagt 0,5 meter voor
                zowel bomen, heggen en heesters.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                    opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid,
                    kan het college plaatsen aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de
                    Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen, waar het
                    verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                    aanwezig te hebben:</al></li><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
                    vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:23 of onderdelen daarvan, indien het
                    plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                    anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                    ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen
                    en oude metalen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                    krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale
                    Verordening</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren
                door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in
                gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig
                waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste
                lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                nachtverblijf.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te
                    plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                    bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik
                    door de rechthebbende op een terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste
                    lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:9 kan de ontheffing worden geweigerd in
                    het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een dorps- of stadsgezicht.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 4:24, eerste lid niet van toepassing op door het
                    college aangewezen plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden,
                    genoemd in artikel 4:24, vierde lid.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement
                    verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens
                    zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement
                    verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                        betaling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die
                        in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig
                        is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                        persoon.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
                    voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen,
                    verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg
                        te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt
                        een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te
                    parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                    verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
                verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van
                    onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg
                    te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Caravans e.a. kampeermiddelen op de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan
                    verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op de
                        weg, waar dit naar het oordeel van het college buitensporig is met het oog
                        op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                        uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn
                        oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder
                    a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin
                    geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                    Provinciale landschapsverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                    handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                    handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op de
                    weg.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot
                    en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van de in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                    verlenen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
                    bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige
                    wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
                    aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                    voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig
                    ter plaatse noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten
                    staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                    groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de
                        overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die
                        voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien
                    van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van
                    schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen
                    onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat
                    van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op een openbare plaats
                    te laten staan.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van
                    geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het
                    aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte
                    stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                    indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de
                    opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                    wordt.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de
                    ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                    diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan
                    huis;</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet
                        ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
                        aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                        eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in
                        artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
                        aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare
                    veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en
                    08.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Venten met gedrukte stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met
                    gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en
                    geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld
                    in artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen; of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede
                    lid.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats
                    op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of
                    afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                    middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160,
                        eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li><li nr="c."><al>een vaste plaats op een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:22.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen
                    of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                    bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:9 kan de vergunning worden
                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving
                        niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een
                        deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen
                        van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                        redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                        komt.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder
                vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                    het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor
                    bouwwerken.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het
                    publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en
                    incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                    standplaats, zoals een rommelmarkt, boekenmarkt of kerstfair.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
                        onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester</al><lijst><li nr="a."><al>in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                        toegankelijk gebouw of plaats een snuffelmarkt te organiseren of toe te
                        laten, waar ter plaatse aanwezige goederen worden verhandeld, </al></li><li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op
                        een - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of
                        plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats
                        wordt of is ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of
                        te verstrekken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die geheel en voortdurend dan wel nagenoeg
                    geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                    Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:9 kan een vergunning als bedoeld in het
                    eerste lid worden geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet
                    ingestelde markt.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met een melding
                    indien:</al><lijst><li nr="-"><al>het een eendaagse markt betreft, en</al></li><li nr="-"><al>het aantal verwachte bezoekers niet meer bedraagt dan 500 personen,
                        en</al></li><li nr="-"><al>de markt tussen 09:00 en 21:00 uur plaatsvindt, en</al></li><li nr="-"><al>er aantoonbaar rekening is gehouden met de bereikbaarheid voor
                        hulpdiensten en de parkeerproblematiek, en</al></li><li nr="-"><al>er voldaan wordt aan de bepalingen van het Besluit brandveilig gebruik
                        bouwwerken en/of de brandbeveiligingsverordening, en</al></li><li nr="-"><al>de organisator de burgemeester tenminste drie weken voorafgaand aan de
                        markt in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld
                        meldingsformulier</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Indien binnen 10 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier als bedoeld
                    in lid 4 door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden kan de markt zoals
                    gemeld plaatsvinden.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een
                    voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                    aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                    constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van
                    het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                    belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar
                    water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met
                    een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan
                    uiterlijk twee weken tevoren een aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder,
                    en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde
                    onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen, te hebben dan wel
                    een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college
                    aangewezen gedeelten van het openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een
                    ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid
                    aangewezen gedeelten van openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                        veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een
                        ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen op de plaatsen die met
                        "V" of "B" zijn aangegeven op de Ligplaatsenkaart.</al></li><li nr="b."><al>Het is buiten de plaatsen die met "V" of "B" zijn aangegeven op de
                        ligplaatsenkaart verboden met een woonschip ligplaats in te nemen of te
                        hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip ter beschikking te
                        stellen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan aan een vergunning als bedoeld in lid 3, onder a,
                    voorschriften verbinden in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid,
                    de veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Na het innemen van een ligplaats die met "V" is aangegeven op de
                    Ligplaatsenkaart wordt na intrekking van de vergunning als bedoeld in lid 3,
                    onder a, niet opnieuw een vergunning als bedoeld in lid 3, onder a,
                    verleend.</al></li><li nr="6."><al>Het in de leden 1,2,3 en 4 bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer,
                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                    Vaarwegenverordening Friesland van toepassing is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:24 bepaalde kan het
                    college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking
                    tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                    openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                    de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college
                    gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van
                    een ligplaats op te volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin
                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de
                    Provinciale landschapsverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in
                strijd met het krachtens artikel 5:24, tweede lid en artikel 5:25, tweede lid
                bepaalde.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in
                    de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens,
                    dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen,
                    zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                    bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het
                water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk
                gebruik ongeschikt te maken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water
                    ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan
                    hinder of gevaar kan ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in
                    openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te
                    bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend
                    in of aan een openbaar water, los te maken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Aanleggen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te leggen in of
                    aan een rietkraag of aan een krachtens artikel 5:34 als zodanig aangewezen
                    oever.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het de rechthebbende op een
                    vaartuig verboden daarmee langer dan gedurende ten hoogste drie
                    achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te
                    leggen.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende drie
                    achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben
                    gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door een met de handhaving van de
                    bepalingen in deze afdeling belaste ambtenaar wordt aangetroffen op enig
                    tijdstip van de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na
                    die drie dagen.</al></li><li nr="4."><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn
                    gebleven indien het vaartuig binnen een straal van 500 meter – hemelsbreed
                    gemeten – gerekend vanaf de in het tweede lid bedoelde aanlegplaats wordt
                    aangetroffen.</al></li><li nr="5."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig vaartuig binnen
                    vijf dagen nadat het is verplaatst op de in het tweede lid bedoelde plaats
                    opnieuw aan te leggen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen,
                    voor zover het betreft een krachtens artikel 5:34 als zodanig aangewezen
                    oever.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Ankeren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een
                    rietkraag of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een rietkraag, in een
                    krachtens artikel 5:34 als zodanig aangewezen oever.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een
                    vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die
                    daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de
                    omgeving van het vaartuig.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van de verboden als gesteld in het eerste en tweede lid
                    ontheffing verlenen voor zover het betreft een krachtens artikel 5:34 aangewezen
                    water of oever.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Varen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in een
                    rietkraag te varen.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een
                    vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel 5:34 aangewezen
                    water.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het tweede lid gestelde verbod ontheffing
                    verlenen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Aanwijzing door het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd oevers en/ of wateren aan te wijzen als bedoeld in
                    artikel 5:31, 5:32 en 5:33, waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te
                    varen.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende een bepaalde
                    periode van kracht is en/ of slechts voor één of meer categorieën vaartuigen zal
                    gelden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Vaartuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een vaartuigwrak in het openbare water te plaatsen of te
                    hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in
                    onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                    toestand verkeert.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet
                    milieubeheer van toepassing is.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als
                    bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1,
                    onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                    wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                    motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                    hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college
                    aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
                        en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                        bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1
                    van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                    sportmotoren</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken,
                    plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich
                    te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1,
                    onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                    paard.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college
                    aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                    van deze terreinen in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen
                    en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van
                        andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en
                        verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                        hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de
                        terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                        voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die
                        gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder
                        d bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden'
                        aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of
                        krachtens die verordening zijn aangewezen als "toestel".</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                    verbod.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te
                  stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                    in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of
                    te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het
                    verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
                        worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:9 kan de ontheffing worden geweigerd
                    ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien
                    door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                    Provinciale milieuverordening.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op
                  grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft
                  met een geldboete van de eerste categorie:</al><al>2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);</al><al>2:6 (beperking verspreiden geschreven en gedrukte stukken);</al><al>2:9 (straatartiest);</al><al>2:10 (voorwerpen op de weg);</al><al>2:11 (aanleggen etc. weg);</al><al>2:12 (aanleggen etc. uitweg);</al><al>2:15 (hinderlijke beplanting);</al><al>2:16 (openen straatkolken e.d.);</al><al>2:18 (rookverbod in bossen en natuurterreinen);</al><al>2:21 (voorzieningen voor verkeer en verlichting);</al><al>2:22 (objecten onder hoogspanningslijn);</al><al>2:23 (veiligheid op het ijs);</al><al>2:33 (aanwezigheid in gesloten horecabedrijf);</al><al>2:35 (ordeverstoring in horecabedrijf);</al><al>2:39 (betreden gesloten woning of lokaal);</al><al>2:40 (plakken en kladden);</al><al>2:41 (vervoer plakgereedschap);</al><al>2:42 (vervoer inbrekerswerktuigen);</al><al>2:45 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen);</al><al>2:46 (hinderlijk drankgebruik);</al><al>2:47 (verboden gedrag bij of in gebouwen);</al><al>2:48 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten);</al><al>2:50 (overlast fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein);</al><al>2:54 (loslopende honden);</al><al>2:55 (verontreiniging door honden);</al><al>2:56 (gevaarlijke honden);</al><al>2:57 (houden van hinderlijke of schadelijke dieren);</al><al>2:69 (gebruik van carbid)</al><al>2:73 (bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling);</al><al>3:9 (straatprostitutie);</al><al>3:10 (sekswinkels);</al><al>3:11 (tonen pornografische afbeeldingen);</al><al>4:4 (overige geluidhinder);</al><al>4:8 (natuurlijke behoefte doen);</al><al>4:21 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame);</al><al>4:24 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen);</al><al>5:2 (parkeren voertuigen autobedrijf);</al><al>5:3 (te koop aanbieden voertuigen);</al><al>5:4 (defecte voertuigen);</al><al>5:5 (voertuigwrakken);</al><al>5:6 (caravans e.d. op de weg);</al><al>5:7 (parkeren reclamevoertuigen);</al><al>5:8 (parkeren van grote voertuigen);</al><al>5:9 (parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen);</al><al>5:11 (aantasting groenvoorziening);</al><al>5:23 (voorwerpen in openbaar water);</al><al>5:24 (ligplaats woonschepen en vaartuigen);</al><al>5:26 (verbod innemen ligplaats);</al><al>5:27 (beschadigen waterstaatswerken);</al><al>5:28 (reddingsmiddelen);</al><al>5:29 (veiligheid op het water;</al><al>5:30 (overlast aan vaartuigen);</al><al>5:35 (vaartuigwrakken);</al><al>5:36 (crossterreinen);</al><al>5:37 (beperking verkeer in natuurgebieden);</al><al>5:38 (verbod afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur stoken).</al></li><li nr="2."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op
                  grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft
                  met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en
                  kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                  uitspraak:</al><al>2:25 (evenement);</al><al>2:26 (ordeverstoring bij evenementen);</al><al>2:30 (exploiteren van terrassen);</al><al>2:31 (sluitingstijden horecabedrijf);</al><al>2:34 (handel in horecabedrijven);</al><al>2:35 (ordeverstoring in horecabedrijf)</al><al>2:37 (speelgelegenheden);</al><al>2:72 (verkoop consumentenvuurwerk);</al><al>2:75 (drugshandel op straat); </al><al>3:4 (seksinrichtingen);</al><al>3:6 (sluitingstijden seksinrichtingen);</al><al>3:8 (aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder);</al><al>4:10 (kapverbod);</al><al>4:14 (herplantplicht)</al><al>5:13 (collecte);</al><al>5:15 (venten);</al><al>5:18 (standplaatsen);</al><al>5:22 (snuffelmarkten).</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                  verordening zijn belast de door het college daartoe aangewezen
                  toezichthouders.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                  deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan
                  te wijzen personen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
              overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke
              strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
              leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning
              zonder toestemming van de bewoner.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:5, derde lid, die
              golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
              verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens
              deze verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Citeertitel en Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                  Opsterland 2013.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 15 juli 2013.</al></li><li nr="3."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Algemene
                  plaatselijke verordening Opsterland 2010 ingetrokken.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 juni 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Ieke Zwart Francisca Ravestein</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>Inhoudsopgave</al><al/><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al/><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking, schorsing of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Lex silencio positivo</al><al>Artikel 1:8 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</al><al>Artikel 1:9 Weigeringsgronden</al><al/><al>Hoofdstuk 2 Openbare orde</al><al/><al>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</al><al/><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al/><al>Afdeling 2 Betoging</al><al/><al>Artikel 2:2 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen en openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:5 (gereserveerd)</al><al/><al>Afdeling 3 (gereserveerd)</al><al/><al>Artikel 2:6 (gereserveerd)</al><al/><al>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</al><al/><al>Artikel 2:7 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:8 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest</al><al/><al>Afdeling 5 Bruikbaarheid van de weg</al><al/><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
          functie ervan</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><al/><al>Afdeling 6 Veiligheid in de openbare ruimte</al><al/><al>Artikel 2:13 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:14 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2:17 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:20 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><al/><al>Afdeling 7 Evenementen</al><al/><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring bij evenementen</al><al/><al>Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven</al><al/><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploiteren van terrassen</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijden horecabedrijf</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring in horecabedrijf</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2:35 Schenktijden paracommercie</al><al>Artikel 2:36 Voorschriften aan horecavergunning</al><al/><al>Afdeling 9 Toezicht op speelgelegenheden</al><al/><al>Artikel 2:37 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:38 Speelautomaten</al><al/><al>Afdeling 10 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al/><al>Artikel 2:39 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:40 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:41 Vervoer plakgereedschap e.d</al><al>Artikel 2:42 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2:43 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:44 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:45 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:46 Hinderlijk drankgebruik</al><al>Artikel 2:47 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:48 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel 2:49 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:50 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d</al><al>Artikel 2:51 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:52 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:53 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:54 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:55 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2:56 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:57 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:58 Loslopend vee</al><al>Artikel 2:59 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:60 (gereserveerd)</al><al/><al>Afdeling 11 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al/><al>Artikel 2:61 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:62 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:63 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
          Strafrecht</al><al>Artikel 2:64 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (vervallen)</al><al>Artikel 2:65 Handel in horecabedrijven (vervallen</al><al/><al>Afdeling 12 Vuurwerk</al><al/><al>Artikel 2:66 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:67 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
          verkoopdagen</al><al>Artikel 2:68 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><al>Artikel 2:69 Gebruik van carbid</al><al/><al>Afdeling 13 Drugsoverlast</al><al/><al>Artikel 2:70 Drugshandel op straat</al><al/><al>Afdeling 14 (gereserveerd)</al><al/><al>Artikel 2:71 (gereserveerd)</al><al/><al>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</al><al/><al>Afdeling 1 Begripsbepalingen</al><al/><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al/><al>Afdeling 2 Seksinrichtingen,straatprostitutie, sekswinkels e.d.</al><al/><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen en escortbedrijf</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden seksinrichting</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
          goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al>Artikel 3:12 Aanwijzing gebieden</al><al/><al>Afdeling 3 Beslissingstermijn; weigeringsgronden</al><al/><al>Artikel 3:13 Beslissingstermijn</al><al>Artikel 3:14 Weigeringsgronden</al><al/><al>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al/><al>Artikel 3:15 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:16 Wijziging beheer</al><al/><al>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk
          aanzien van de gemeente</al><al/><al>Afdeling 1 Geluidhinder</al><al/><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Toestemming incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4:5 Geluidhinder door dieren</al><al>Artikel 4:6 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:7 (gereserveerd)</al><al/><al>Afdeling 2 Afvalstoffen (vervallen)</al><al/><al>Afdeling 3 Bodem-,weg en milieuverontreiniging</al><al/><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al/><al>Afdeling 4 Het bewaren van houtopstanden</al><al/><al>Artikel 4:9 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:10 Kapverbod</al><al>Artikel 4:11 Schorsende werking</al><al>Artikel 4:12 Boswet</al><al>Artikel 4:13 Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><al>Artikel 4:14 Herplant-/instandhoudingsplicht</al><al>Artikel 4:15 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:16 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:17 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:18 Afstand van de erfgrenslijn</al><al/><al>Afdeling 5 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</al><al/><al>Artikel 4:19 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al>Artikel 4:20 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:21 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:22 (gereserveerd)</al><al/><al>Afdeling 6 Kamperen buiten kampeerterreinen</al><al/><al>Artikel 4:23 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:24 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:25 Aanwijzing kampeerplaatsen </al><al/><al>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</al><al/><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen</al><al/><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Caravans e.a. kampeermiddelen op de weg</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 (gereserveerd)</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al/><al>Afdeling 2 Collecteren</al><al/><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al/><al>Afdeling 3 Venten</al><al/><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al><al/><al>Afdeling 4 Standplaatsen</al><al/><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><al/><al>Afdeling 5 Snuffelmarkten</al><al/><al>Artikel 5:21 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:22 Organiseren van een snuffelmarkt</al><al/><al>Afdeling 6 Openbaar water</al><al/><al>Artikel 5:23 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:24 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5:25 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5:26 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5:27 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:28 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:29 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:30 Overlast aan vaartuigen</al><al>Artikel 5:31 Aanleggen</al><al>Artikel 5:32 Ankeren</al><al>Artikel 5:33 Varen</al><al>Artikel 5:34 Aanwijzing door het college</al><al>Artikel 5:35 Vaartuigwrakken</al><al/><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</al><al/><al>Artikel 5:36 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:37 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al/><al>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</al><al/><al>Artikel 5:38 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur
          te stoken</al><al/><al>Hoofdstuk 6 Straf,- overgangs- en slotbepalingen</al><al/><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6:5 Citeertitel en Inwerkingtreding</al><al>Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013</al></bijlage></regeling></body></cvdr>