<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299622_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wonen Zuid-Limburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2013, 57</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wonen Zuid-Limburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 105, lid 1, juncto art. 143, Provinciewet, art. 4.1, Wet Ruimtelijke Ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-21</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wonen Zuid-Limburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening Wonen Zuid-Limburg</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> regio Zuid-Limburg: het gebied bestaande uit de gemeenten Sittard-Geleen, Stein, Beek, Schinnen, Heerlen, Onderbanken, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Simpelveld, Voerendaal, Maastricht, Meerssen, Eijsden-Margraten, Valkenburg aan de Geul, Gulpen-Wittem en Vaals.</al></li><li nr="b."><al> bestemmingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).</al></li><li nr=""><al>In deze verordening wordt onder bestemmingsplan tevens begrepen:
    </al><lijst><li nr="-"><al> een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de Wro;</al></li><li nr="-"><al> een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 Wro;</al></li><li nr="-"><al> een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken;</al></li><li nr="-"><al> een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> bestaande planvoorraad: woningen die zijn opgenomen in de op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde bestemmingsplannen en die nog niet zijn gerealiseerd.</al></li><li nr="d."><al> Woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Nieuwe woningbouw</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een bestemmingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van nieuwe woningen aan de bestaande planvoorraad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het eerste lid is niet van toepassing op:
    </al><lijst><li nr="a."><al> nieuwe woningen die voldoen aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde 'Kwaliteitscriteria nieuwe woningen Zuid-Limburg';</al></li><li nr="b."><al> de toevoeging van maximaal één woning;</al></li><li nr="c."><al> een bestemmingsplan dat op grond van een rechterlijke uitspraak moet worden vastgesteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking na bekendmaking ervan in het Provinciaal Blad</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Wonen Zuid-Limburg.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Nieuwe bestemmingsplannen dienen met onmiddellijke ingang aan het verbod van artikel 2, eerste lid, te voldoen.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten voornoemd,
drs. Th.J.F.M. Bovens, voorzitter
drs. J.J. Braam, griffier
Uitgegeven, 4 juli 2013</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting
Aanleiding
In de Agenda voor POL 2014 is onder meer de opdracht gegeven voorstellen uit te werken voor een
strakkere sturing van de woningmarkt in Zuid-Limburg, door middel van een verordening. Die opdracht
wordt momenteel uitgewerkt in het kader van de totstandkoming van POL 2014.
De woningmarkt in het algemeen en in Zuid-Limburg in het bijzonder bevindt zich momenteel in een
crisis.
De absolute afname van de bevolking, op korte termijn in Zuid-Limburg en na 2030 in Midden- en Noord-
Limburg, betekent dat er een overaanbod dreigt aan woningen. Daarbij leidt de verandering in de opbouw
van de bevolking, in combinatie met maatschappelijke en economische ontwikkelingen, ertoe dat andere
eisen worden gesteld aan de woningen, de woon- en leefomgeving en daarbij behorende voorzieningen.
Willen we dat de kwaliteit van wonen in Zuid-Limburg overeind blijft en zich verder ontwikkelt tot een
interessant vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven, zijn stringente maatregelen nodig om de
woningmarkt uit het slop te trekken.
De provincie werkt hiertoe samen met de gemeenten, regio's en private partners aan een nieuwe aanpak
van de woningmarkt in alle drie de regio's van Limburg. Daarbij wordt gewerkt aan visievorming omtrent
gezamenlijke ambities en zal ook een afgewogen geheel van maatregelen worden vastgesteld. Eén van
die mogelijke maatregelen is regelgeving via een provinciale verordening.
Het duurt echter nog geruime tijd voordat POL 2014 en de bijbehorende wijzigingen van de
Omgevingsverordening Limburg in werking treden. Dit terwijl de problemen zich opstapelen en de situatie
op de woningmarkt zienderogen verslechtert. Het is van eminent belang dat er op korte termijn een
interventie wordt gepleegd om ervoor te zorgen dat de situatie op de woningmarkt de komende twee
jaren niet verder verslechtert.
Die verslechtering zou met name kunnen gebeuren doordat er op regionale schaal relatief te veel nieuwe
woningen worden gebouwd zonder dat er woningen worden onttrokken. Hierdoor ontstaat een
overaanbod waarbij steeds meer woningen leeg komen te staan en verloedering en
leefbaarheidsproblemen ontstaan, vooral in die wijken waar verouderde en niet-courante woningen staan.
Tevens valt hierdoor de dynamiek in de woningmarkt verder terug waardoor deze verder stagneert en het
steeds moeilijker wordt voor mensen om te verhuizen naar een woning die past bij hun behoeften.
Daarnaast zijn veel bestaande woningplannen ontworpen in een periode waarin minder zicht was op de
snelheid waarmee de demografische ontwikkelingen in Zuid-Limburg zich manifesteren. Hierdoor sluiten
ze programmatisch niet voldoende aan bij de verwachte verandering in de vraag voor wat betreft kwaliteit
of ligging die hierdoor optreedt. De mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit neemt
steeds verder toe. Ingrijpen om dit proces te stoppen is daarmee urgent en kan niet wachten op POL
2014.
Doelstelling
Met de verordening wordt beoogd te borgen dat de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad op peil
blijft en aansluit bij de vraag van de huidige en toekomstige woonconsument. De vitaliteit en de kwaliteit
van wonen en leven in zuid-Limburg wordt hiermee versterkt.
De Verordening moet voorkomen dat de mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit
verder toeneemt. Dit betekent dat het overaanbod aan woningen niet verder mag toenemen en dat de
kwaliteit van nieuwbouw woningen moet voldoen aan de eisen van de huidige en toekomstige
woonconsument.
Er mogen geen ‘’ongewenste’’ woningen bij komen. We gebruiken hier de term 'ongewenst' om aan te
geven dat het niet de bedoeling is dat de hele woningmarkt 'op slot' gaat. Er zijn plannen in de maak voor
woningen die ook in deze fase als wenselijk en zelfs noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Ook valt
het niet uit te sluiten dat in de nabije toekomst nieuwe plannen worden gemaakt voor woningen, die
eveneens wenselijk worden geacht. Dergelijke plannen moeten natuurlijk doorgang kunnen vinden.
4
De vraag of een plan wenselijk is – en dus buiten het verbod van de verordening valt – hangt van een
groot aantal factoren af. Factoren die samenhangen met het plan zelf, de locatie en de invloed op de
woningvoorraadontwikkeling in zijn geheel. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de prioriteit die een plan
heeft in de regionale planning, inbreidingslocatie versus uitbreiding, duurzaamheid van het plan en de
relatie met leegstand van kantoren en winkels. In elk geval gaan wij ervan uit dat indien tegenover een
nieuw plan voldoende compenserende maatregelen in de vorm van sloop en/of het schrappen van
bestaande, harde plancapaciteit staan, een dergelijk plan doorgang moet kunnen vinden.
In de verordening wordt aan Gedeputeerde Staten de opdracht gegeven om een beleidsregel te maken
(de 'Kwaliteitscriteria nieuwe woningen Zuid-Limburg') aan de hand waarvan per geval kan worden
vastgesteld of er sprake is van een gewenste of ongewenste woningbouwontwikkeling. Indien een
woningbouwplan voldoet aan de criteria, dan is het verbod van de verordening niet op dat plan van
toepassing.
De beleidsregel is een flexibel instrument en kan tussentijds gewijzigd worden, indien de omstandigheden
of gewijzigde inzichten daartoe aanleiding geven. Als dat gebeurt dan treedt de gewijzigde beleidsregel in
werking op het moment dat deze wordt bekend gemaakt.
Harde, zachte en nieuwe plannen
Er worden drie soorten woningbouwplannen onderscheiden: harde, zachte en nieuwe plannen.
Onder 'harde' plannen verstaan wij alle nieuwe woningen die zijn opgenomen in bestemmingsplannen,
beheersverordeningen en omgevingsvergunningen, die op het moment van inwerkingtreding van deze
verordening door de gemeenteraad en burgemeester en wethouders zijn vastgesteld.
Bij de 'zachte' plannen gaat het om initiatieven voor nieuwe woningen die wel al bekend zijn, maar
waarvoor nog geen bestemmingsplan c.s. is vastgesteld. Het gaat om een breed scala aan initiatieven in
allerlei stadia van voorbereiding. Zolang voor het betreffende initiatief nog geen definitief
bestemmingsplan is vastgesteld, valt het onder de zachte plancapaciteit.
Nieuwe plannen zijn initiatieven die nu nog niet bekend zijn en waarmee dus nog geen rekening is
gehouden bij het bepalen van de regionale planvoorraad.
Deze verordening heeft geen betrekking op de woningen die zijn opgenomen in de 'harde' plannen. Die
woningen kunnen in beginsel worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat een gemeente uit eigener
beweging altijd bevoegd is om de bestaande plannen te herzien, maar op het moment dat de gemeente
via zo'n herziening woningen toevoegt, geldt het verbod van de verordening. Bestaande woningen mogen
dus wel worden geschrapt, maar er mogen geen nieuwe worden toegevoegd.
Bij zachte plannen gaat het om initiatieven die nog in voorbereiding zijn, dat wil zeggen dat de
gemeenteraad nog geen definitief besluit heeft genomen tot vaststelling van het bestemmingsplan of dat
burgemeester en wethouders nog geen besluit hebben genomen om de gevraagde
omgevingsvergunning te verlenen. Voor die plannen geldt dat de voorbereidingsactiviteiten mogen
worden voortgezet, maar de definitieve vaststelling of vergunningverlening moet vooralsnog worden
aangehouden. Die aanhouding duurt totdat er een definitieve regeling in POL 2014 en de
Omgevingsverordening Limburg in werking is getreden (zie hierna).
Werkingsduur en aanpassing van POL-aanvullingen Nieuwe Wro en VGK
Deze verordening is een tijdelijke regeling, bedoeld om de periode tussen nu en de vaststelling van POL
2014 te overbruggen. Door het vaststellen van deze verordening wordt het beleid in twee POLaanvullingen
gewijzigd.
In de eerste plaats de POL-aanvulling Nieuwe Wro van 2008. Die is opgesteld toen de huidige Wro in
werking trad, met daarin de nieuwe mogelijkheid om via een verordening invloed uit te oefenen op de
door de gemeenten op te stellen bestemmingsplannen. Destijds is bepaald dat de provincie Limburg dit
instrument niet zal inzetten voor de doorwerking van het provinciale ruimtelijke beleid.
5
Nu, bij de voorbereiding van POL 2014, wordt die keuze heroverwogen. Omdat de situatie op de
woningmarkt van dien aard is dat POL 2014 niet kan worden afgewacht, wordt met deze verordening
vooralsnog tijdelijk van de POL-aanvulling nieuwe Wro afgeweken.
In de tweede plaats de Pol-aanvulling Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering (VGK)
van 2009. Daarin is het vigerende volkshuisvestingsbeleid van de provincie Limburg vastgelegd en
uitgewerkt in de Provinciale Woonvisie van 1 februari 2011. Dat beleid wordt momenteel eveneens aan
een heroverweging onderworpen. Dat gebeurt in het kader van POL 2014. In POL 2014 is de
herstructurering van de woningmarkt één van de twaalf prioritaire thema's. Bij die heroverweging zullen
uitdrukkelijk ook de rolverdeling en het sturingsvraagstuk aan bod komen, voor alle drie de Limburgse
regio's. Onder meer zal dan bekeken worden of de inzet van het instrument regelgeving noodzakelijk is
om sturing te geven aan de beleidsvoornemens op de woningmarkt. In de Agenda voor POL 2014, die in
juni 2012 is vastgesteld, hebben wij al aangegeven ervan uit te gaan dat een verordening in de regio
Zuid-Limburg noodzakelijk zal blijken te zijn, gelet op de precaire situatie van de woningmarkt aldaar.
Op dit moment is er nog geen verordening voor wonen in de provincie Limburg. Een dergelijk instrument
werd bij het vaststellen van de POL-aanvulling VGK nog niet nodig geacht. De omstandigheden zijn
echter (drastisch) gewijzigd. Vandaar dat wij om de hierboven vermelde redenen hebben besloten om
voor Zuid-Limburg de POL-aanvulling op dit punt te herzien en over te gaan tot het vaststellen van deze
verordening. Deze herziening is tijdelijk, want zodra POL 2014 wordt vastgesteld, zal er nieuw beleid voor
de gehele woningmarkt worden vastgesteld, inclusief de bijbehorende verordening. De nu voorliggende
verordening zal alsdan weer worden ingetrokken.
Wettelijke grondslag
Deze verordening is gebaseerd op artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Dat artikel geeft
Provinciale Staten de mogelijkheid om regels te stellen voor bestemmingsplannen,
omgevingsvergunningen waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan en voor
beheersverordeningen. Op grond van artikel 2.12 van de Crisis- en herstelwet worden
projectuitvoeringsbesluiten die afwijken van een bestemmingsplan, gelijkgesteld met een
omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voor de duidelijkheid
hebben wij het projectuitvoeringsbesluit nog eens apart genoemd in de definitiebepalingen van deze
verordening.
De regels in deze verordening zijn zogenaamde instructieregels, dat wil zeggen een opdracht aan het
bevoegde gezag, gericht op de inhoud of de toelichting van een bestemmingsplan. Het bevoegde gezag
(gemeenteraad of burgemeester en wethouders) moet die regels in acht nemen wanneer het een besluit
neemt. De opdracht is dus bindend, er mag niet van worden afgeweken.
Artikelgewijze toelichting
In artikel 1 zijn enkele definities opgenomen die van belang zijn voor de afbakening van de verordening.
Als eerste is de reikwijdte van de verordening bepaald, door aan te geven welke gemeenten onder het
begrip 'regio Zuid-Limburg' vallen. Dat zijn de gemeenten die op dit moment samenwerken in de
woonregio's Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek en Maastricht en Mergelland. Deze regio's vormen
samen de woonregio Zuid-Limburg.
In de tweede plaats is het begrip 'bestemmingsplan' nader bepaald. Het is de bedoeling dat de
verordening niet alleen betrekking heeft op bestemmingsplannen, maar ook op omgevingsvergunningen
waarmee wordt afgeweken van een bestemmingsplan. Immers, ook met zo'n omgevingsvergunning
kunnen nieuwe woningen worden gerealiseerd zonder dat het bestemmingsplan wordt aangepast.
Datzelfde geldt voor het projectuitvoeringsbesluit uit de Crisis- en herstelwet, dat met name bedoeld is
voor de bouw van nieuwe woningen. Via de begripsbepaling worden al deze planvormen onder het ene
begrip 'bestemmingsplan' gebracht.
Tenslotte wordt het begrip 'bestaande planvoorraad' gedefinieerd en is naar aanleiding van de
inspraakreacties op het ontwerp, een definitie van het begrip 'woning' toegevoegd.
6
Artikel 2, eerste lid, bevat het eigenlijke verbod. Dat verbod richt zich op de toevoeging van nieuwe
woningen aan de bestaande planvoorraad. Het maakt niet uit op welke manier die toevoeging plaatsvindt
– een gewijzigde of nieuwe bestemming, functiewijziging, herbestemming, etc. Ook de verandering van
de ene naar de andere woonvorm valt onder het verbod. Er komt dan een woonvorm bij die er eerst nog
niet was. Zo'n (kwalitatieve) verandering kan ook gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad.
Het verbod geldt voor alle plannen die worden vastgesteld nadat de verordening in werking is getreden.
Het maakt niet uit of het gaat om een heel nieuw bestemmingsplan of een plan dat nu nog in procedure
is, bijvoorbeeld wel in ontwerp, maar nog niet definitief vastgesteld.
In artikel 2, tweede lid, zijn de uitzonderingen op het verbod opgenomen. Die uitzonderingen worden
opgenomen in een nog vast te stellen beleidsregel. Die beleidsregel krijgt de naam 'Kwaliteitscriteria
nieuwe woningen Zuid-Limburg'. De beleidsregel wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten en zal
gelijktijdig met de verordening bekend gemaakt worden via het Provinciaal Blad. Op dat moment treden
de verordening en de beleidsregel gelijktijdig in werking.. Ook worden de beleidsregel en de verordening
via de provinciale website bekend gemaakt.
De verordening en de beleidsregel zullen begin juli 2013 in werking treden. De datum waarop dat gebeurt
is tevens de peildatum om te bepalen of een woningbouwplan valt onder de bestaande planvoorraad of
niet.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking op 5 juli 2013
ARTIKEL III
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Wonen Zuid-Limburg
 </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>