<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299560_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2013, 3</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 17, eerste lid en artikel 8 WWB</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB12.0221</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                                bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de
                                        artikelen 475c tot en met 475e Wetboek van Burgerlijke
                                        Rechtsvordering;</al></li><li nr="b."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel
                                        18a, vijfde lid, Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde
                                        lid, Wet werk en bijstand.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verrekenen zonder in achtneming beslagvrije voet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De recidiveboete wordt door het college verrekend zonder
                                inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf de eerste dag van de maand volgend op
                                het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is
                                opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verrekenen met in achtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Indien er sprake is van dringende redenen kan, in afwijking van artikel
                            2, het college de recidiveboete metinachtneming van de beslagvrije voet
                            verrekenen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2 en 3 zijn eveneens van toepassing op de verrekening van
                            (een) eerder opgelegde bestuurlijke boete(s) indien en voor zover die
                            boete(s) nog niet is/zijn betaald op het moment van verrekening van de
                            recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive WWB.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Na haar bekendmaking treedt de verordening in werking op 1 januari
                            2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering </ondertekening><ondertekening>van 17 december 2012.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 treedt de “Wet aanscherping Handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving” in werking, waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd bij
                    schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB. </al><al>Bij recidive wil de wetgever een hogere bestuurlijke boete opleggen, in beginsel
                    150% van het benadelingsbedrag. Daarnaast wil de wetgever de bestuurlijke boete
                    bij recidive volledig verrekenen met de (toekomstige) uitkering en daarbij de
                    beslagvrije voet tijdelijk buiten werking stellen totdat de boete is afbetaald. </al><al>In artikel 8 van de WWB is daartoe expliciet bepaald dat de gemeenteraad bij
                    verordening deze uitoefening van de bevoegdheid vastlegt. </al><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>In dit artikel is een aantal begrippen nader omschreven. Deze omschrijvingen
                    behoeven geen nadere toelichting. Ter verduidelijking wordt hierbij nog wel
                    opgemerkt dat op grond van artikel 18a, vijfde lid, van de WWB sprake is van
                    recidive wanneer binnen vijf jaar na het opleggen van een bestuurlijke boete of
                    strafrechterlijke sanctie opnieuw niet voldaan wordt aan de verplichtingen van
                    artikel 17, eerste lid, van de WWB of artikel 30c, tweede en derde lid, van de
                    Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.</al><al>Wanneer er een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, is het
                    bovengenoemde tijdvak geen vijf maar tien jaar (artikel 18a, zesde lid,
                    WWB).</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Verrekenen zonder in achtneming beslagvrije voet</tussenkop><al>Een recidiveboete wordt, wanneer belanghebbende een uitkering op grond van de
                    Wet werk en bijstand ontvangt, gedurende drie maanden verrekend met deze
                    uitkering zonder dat daarbij rekening gehouden wordt met de beslagvrije voet.
                    Dit betekent dat de gehele uitkering aangewend wordt om de recidiveboete te
                    voldoen. Het uitgangspunt hierbij is dat fraude niet mag lonen. In deze situatie
                    is sprake van een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht waardoor te
                    veel of ten onrechte bijstand is verstrekt en de gemeente dus herhaaldelijk is
                    benadeeld.</al><al>In dit kader wordt nog opgemerkt dat met de tweede nota van wijziging (33 207)
                    de bepalingen over de verrekening van de bestuurlijke boete bij recidive
                    aangevuld is de Wet aanscherping Handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving met
                    een nieuw lid op grond waarvan een deel van de uitkering wordt vrijgelaten in
                    verband met zorgkosten en woonkosten en de kosten van kinderen.</al><al>Voor de WWB is een dergelijke voorziening NIET noodzakelijk geacht, omdat bij
                    een volledige verrekening van de bijstandsuitkering de zorgtoeslag, de
                    huurtoeslag en kindgebonden budget behouden blijven. </al><al>Voor andere uitkeringen geldt voor de verrekening van de bestuurlijke boete een
                    termijn van vijf jaar. Vanwege de minimum bestaansvoorziening is deze termijn in
                    de WWB vastgesteld op ten hoogste drie maanden. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Verrekenen met in achtneming beslagvrije voet</tussenkop><al>Op grond van dit artikel kan het college in individuele gevallen op grond van
                    dringende redenen, in afwijking van artikel 2, besluiten om de recidiveboete te
                    verrekenen met een lopende bijstandsuitkering met in achtneming van de
                    beslagvrije voet.</al><al>Een voorbeeld van dringende redenen kan zijn wanneer een gezin met één of
                    meerdere minderjarige kinderen door een verrekening van de recidiveboete zonder
                    in achtneming van de beslagvrije voet een zodanige huurachterstand oploopt welke
                    zou leiden tot een huisuitzetting.</al><al>Bij het verrekenen van de recidiveboete moet in alle gevallen de omstandigheden
                    van de persoon of gezin onderzocht worden. Daarbij dient een afweging gemaakt te
                    worden tussen de individuele omstandigheden ten opzichte van het feit dat er
                    sprake is een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht waardoor de
                    gemeente is benadeeld. </al><al>Het enkele feit dat een persoon of gezin door de verrekening zonder in
                    achtneming van de beslagvrije voet geen middelen heeft om in de noodzakelijke
                    kosten van het bestaan te kunnen voorzien, wordt niet aangemerkt als dringende
                    reden.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</tussenkop><al>De bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet is ook van toepassing op
                    eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening
                    van de recidiveboete die eerdere boetes nog niet zijn voldaan (artikel 60b,
                    derde lid, WWB).</al><al>In dit artikel is geregeld dat de bepalingen in deze verordening ook van
                    toepassing zijn op de nog openstaande boetes, wanneer het college deze boetes
                    gaat verrekenen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>