<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299485_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Toeristenbelasting 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Toeristenbelasting 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
                            (Verordening toeristenbelasting 2011).</vet></al><al/><al>Besluit behorende bij het voorstel tot invoering van toeristenbelasting met
                        ingang van het belastingjaar 2011.</al><al>De raad van de gemeente Mill en Sint Hubert;</al><al>gezien de voorstellen van het college van burgemeester en wethouders d.d. 10
                        en 24 november 2009;</al><al>gehoord de commissie Samenlevingszaken en Bestuur van 24 november 2009;</al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet: </al><al><vet>BESLUIT</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn
                        opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de
                        gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: </al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
                                voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van
                                deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                                opvang Asielzoekers.</al></li><li nr="3."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
                                verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="4."><al>op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
                                verschuldigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt berekend over de vergoeding die ter zake van het
                            verblijf met overnachten in rekening wordt gebracht, de
                            toeristenbelasting daaronder niet begrepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplichtige ondernemer is in de zin van de Wet op de
                            omzetbelasting wordt als vergoeding aangemerkt het bedrag dat als
                            verschuldigd wegens logies aan de heffing aan omzetbelasting is
                            onderworpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt 3,5 procent.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 25,-- worden niet opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening
                        toeristenbelasting 2011”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Mill en Sint Hubert op 10 december 2009.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De Griffier, De Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mw. S de Best-Boere mr. J.Th.C.M. Verheijen </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de ‘Verordening toeristenbelasting Mill en Sint Hubert
                        2011’.</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Artikel 224 Gemeentewet maakt het mogelijk om een toeristenbelasting te heffen
                    voor het houden van verblijf door niet-ingezetenen. Het gaat hier om een
                    algemene belasting waarvan de opbrengsten toevloeien aan de algemene middelen
                    van de gemeente. Dat laat onverlet dat tegenover de opbrengsten ook aanzienlijke
                    investeringen staan die direct of indirect ten goede komen aan de
                    recreatief-toeristische sector. Te denken valt aan extra uitgaven voor openbare
                    orde en veiligheid, voor verkeer en vervoer (zoals recreatieve fietspaden en
                    bewegwijzering), voor evenementen, promotie en VVV en voor investeringen in
                    recreatievoorzieningen en musea. </al><al>Hoewel de Gemeentewet daartoe niet verplicht, beperkt de verordening het
                    belastbaar feit tot een verblijf met betaalde overnachting. Deze beperking is
                    aangebracht uit een oogpunt van uitvoerbaarheid. Zonder deze nadere beperking
                    zou bijvoorbeeld ook de logeerpartij bij familie tot belastingheffing moeten
                    leiden. Dit is in de praktijk niet te controleren en te handhaven.</al><al>Met de keuze voor overnachtingen tegen een vergoeding in welke vorm ook, sluit
                    de verordening aan bij een in de praktijk bestaand afrekenmoment. Degene die
                    gelegenheid biedt tot overnachting zal immers ervoor zorg dragen dat hij de
                    afgesproken vergoeding ontvangt. Daarnaast zal de ontvangen vergoeding in de
                    (financiële) administratie worden verantwoord. De heffing van de
                    toeristenbelasting sluit daarmee aan bij een al bestaande wettelijke plicht tot
                    het voeren van een administratie. Dit maakt de controle en handhaving
                    uitvoerbaar.</al><al>Hoewel niet verplicht voorgeschreven, is de naam ‘toeristenbelasting’ ontleend
                    aan artikel 224 Gemeentewet. Opgemerkt wordt dat de naam de lading van de
                    belastingheffing op grond van deze verordening niet volledig dekt. In navolging
                    van de Gemeentewet stelt deze verordening aan de overnachting geen eisen van
                    toeristische of recreatieve aard. Ook in de jurisprudentie is al meermalen
                    bevestigd dat ook betaald verblijf met overnachting zonder toeristische of
                    recreatieve aanleiding, tot belastingplicht leidt.</al><al>De redactie vloeit voort uit de onlangs door de Verenging van Nederlandse
                    Gemeenten (VNG) gepresenteerde herziene modelverordening Toeristenbelasting. Bij
                    de opstelling daarvan is mede gekeken naar een breder draagvlak voor de
                    belastingheffing en een terugdringing van de administratieve lasten. Voor een
                    goede spreiding van lasten is het wenselijk dat het belastbaar feit niet onnodig
                    wordt ingeperkt. Doel is alle overnachtingen waarvoor de verblijfhouder een
                    vergoeding in welke vorm dan ook verschuldigd is, in de heffing te betrekken.
                    Alleen dan kan het tarief zo laag mogelijk worden gehouden. Gelet op het
                    voorgaande is het belastbaar feit in de nieuwe verordening neutraal
                    geformuleerd.</al><al>Om de ondernemers een redelijke termijn te geven om zich op de heffing van
                    toeristenbelasting voor te bereiden, wordt de deze belasting ingevoerd met
                    ingang van 1 januari 2011.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 - Belastbaar feit</tussenkop><al>Ter voorkoming van discussies is het belastbaar feit neutraal geformuleerd. </al><tussenkop>Artikel 2 – Belastingplicht</tussenkop><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot nachtverblijf. De
                    betreffende ondernemer mag de belasting verhalen op degene die verblijf houdt. </al><tussenkop>Artikel 3 - Vrijstellingen</tussenkop><al>De Gemeentewet schrijft geen verplichte vrijstellingen voor. Desondanks is
                    ervoor gekozen enkele bijzondere verblijfsvormen vrij te stellen. Het gaat
                    hierbij om verblijfsvormen waarbij de verblijfhouder doorgaans geen vrije keuze
                    heeft. Naast verzorgden en verpleegden in verzorgings-, verpleeg- en
                    ziekenhuizen is daarbij in een vrijstelling voorzien voor asielzoekers die door
                    het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers zijn gehuisvest. </al><al>In de praktijk komt het voor dat mensen meer dan 90 dagen een gemeubileerde
                    woonruimte huren (bijvoorbeeld bij een stacaravan of een standplaats). In dat
                    geval doet zich niet alleen het belastbaar feit van de toeristenbelasting voor
                    (overnachten tegen vergoeding) maar ook dat van de forensenbelasting (90 dagen
                    of meer beschikken over een gemeubileerde woonruimte). In de oude verordening
                    was ter zake een gelijkluidende vrijstellingsbepaling opgenomen. Onze gemeente
                    kent overigens (nog) geen forensenbelasting. Dit artikellid hoeft dan ook (nog)
                    niet te worden toegepast. Dat geldt eveneens voor de passage over de
                    watertoeristenbelasting. </al><tussenkop>Artikel 4 - Maatstaf van heffing</tussenkop><al>Als maatstaf van heffing is gekozen voor de ‘vergoeding die ter zake van het
                    verblijf met overnachten in rekening wordt gebracht’ als heffingsmaatstaf
                    gehanteerd, waarbij - zoveel mogelijk - aansluiting wordt gezocht bij de heffing
                    van de BTW. De ervaringen met deze wijze van heffing zijn uitstekend. Voor
                    ondernemers en gemeente zijn de administratieve lasten laag. De controle en
                    handhaving is voor de gemeente erg praktisch uitvoerbaar. </al><tussenkop>Artikel 5 - Tarief</tussenkop><al>De te betalen belasting is gebaseerd op een percentage van de omzet. </al><al>Het tariefpercentage is 3,5 %. Als ondernemers hun prijzen verhogen, stijgen de
                    toeristenbelastingopbrengsten automatisch mee. Jaarlijkse indexering van het
                    toeristenbelastingtarief is dus niet nodig. </al><tussenkop>Artikel 6 - Belastingjaar</tussenkop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Hieraan doet niet af dat het
                    onderkomen waar wordt overnacht, maar een gedeelte van het jaar is opengesteld.
                    Deze beperkte openstelling komt tot uitdrukking in de omzet in die periode. </al><tussenkop>Artikel 7 - Wijze van heffing</tussenkop><al>De toeristenbelasting wordt bij aanslag geheven. Doordat de belastingschuld pas
                    aan het einde van het jaar kan worden vastgesteld, vindt de aanslagregeling in
                    het volgende kalenderjaar plaats. Daarop vooruitlopend legt de gemeente in de
                    loop van het belastingjaar voorlopige aanslagen toeristenbelasting op.</al><tussenkop>Artikel 8 – Aanslaggrens</tussenkop><al>Om praktische redenen geldt een aanslaggrens.</al><tussenkop>Artikel 9 - Termijnen van betaling</tussenkop><al>Deze artikelen geven enkele aanwijzingen voor de aanslagregeling.</al><tussenkop>Artikel 10 – Kwijtschelding</tussenkop><al>Het zakelijk karakter van toeristenbelasting leent zich niet voor
                    kwijtschelding</al><tussenkop>Artikel 11 - Nadere regels door het college van burgemeester en
                    wethouders</tussenkop><al>De heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen is mede geregeld in
                    de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet. Op grond van deze
                    wetten kan het college nadere regels stellen. Dit artikel legt dit ook voor de
                    toeristenbelasting vast. De nadere regels zijn vastgelegd in de
                    Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen.</al><tussenkop>Artikel 12 - Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel regelt op welk moment de verordening in werking treedt en vanaf welk
                    moment de belasting volgens de nieuwe verordening wordt geheven. Dat is 1
                    januari 2011. De ondernemers wordt hiermee een redelijke termijn gegeven om zich
                    op de nieuwe heffing voor te bereiden.</al><tussenkop>Artikel 13 - Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan met welke verkorte naam de verordening kan worden
                    aangehaald. </al><al>Burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert,</al><al>Mr R.P. Hoffmann mr. J.Th.C.M. Verheijen</al><al>secretaris burgemeester </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>