<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299308_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2013, 3</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Aartikel 147, lid 1 Gemeentewet, artikel 8a WWB en artikel 35 en artikel 20 IOAW en IOAZ</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-09-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB12.0222</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                                bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet(ten): Wet werk en bijstand (WWB), Wet
                                        inkomensvoorziening oudere engedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                        werknemers (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en
                                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                                        (IOAZ);</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van Burgemeester en
                                        Wethouders;</al></li><li nr="c."><al>uitkering en uitkeringsnorm: de bijstand, bedoeld in artikel
                                        5, onderdelen b en d (inclusief de langdurigheidstoeslag)
                                        van de WWB en artikel 5 vierde lid IOAW en IOAZ;</al></li><li nr="d."><al>participatievoorzieningen: voorzieningen, subsidies,
                                        vergoedingen voor kosten welke zijn verstrekt in het kader
                                        van de participatie, conform de
                                        participatieverordening;</al></li><li nr="e."><al>handhaving: alle activiteiten van de gemeente die erop
                                        gericht zijn dat regels worden nageleefd;</al></li><li nr="f."><al>bestuurlijke boete: de boete bedoeld in de artikelen 18a WWB
                                        en 20a IOAW respectievelijk IOAZ.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor het nemen van preventieve
                                maatregelen gericht op hetvoorkomen van oneigenlijk gebruik en
                                misbruik (fraude) van de wetten. Hieronder wordt onder meer verstaan
                                dat het college belanghebbenden vroegtijdig voorlicht en
                                activiteiten en instrumenten inzet om de dienstverlening te
                                optimaliseren, waardoor een spontane naleving van regels bevorderd
                                wordt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt repressieve maatregelen gericht op het bestrijden
                                van fraude. Hieronder wordt onder meer verstaan dat overtreding en
                                fraude vroegtijdig geconstateerd en voortvarend afgehandeld worden
                                en dat bij geconstateerde fraude daadwerkelijk de ten onrechte
                                verstrekte bijstand wordt teruggevorderd en/of een opgelegde
                                bestuurlijke boete conform de wetten wordt opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlichting en communicatie</titel></kop><al>Het college kan bij beleidsregels invulling geven aan de
                            fraudepreventie. Deze beleidsregels kunnenin ieder geval betrekking
                            hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de
                                    rechten en plichten die aan het ontvangen van uitkering evenals
                                    aan ondersteuning bij arbeidsinschakeling zijn verbonden;</al></li><li nr="b."><al>de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van controle bij de vaststelling van het (verdere)
                                    recht;</al></li><li nr="d."><al>de handelwijze bij inconsequenties bij de vaststelling van het
                                    (verdere) recht;</al></li><li nr="e."><al>het gebruik van themacontroles bij de beoordeling van het
                                    (verdere) recht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verificatie en valideren van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college voert bij de aanvraag en de vaststelling van (verder)
                                recht bestandsvergelijkingenuit waarbij actuele gegevens worden
                                gecontroleerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van de in het vorige lid bedoelde controle kan de
                                uitkering, de uitkeringsnorm en/of ondersteuning bij participatie na
                                verificatie bij de belanghebbende worden aangepast aan de veranderde
                                omstandigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college controleert de rechtmatigheid van de verstrekte
                                uitkering en uitkeringsnorm aan de hand van onderzoeken welke nader
                                vastgelegd worden in beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de controle als bedoeld in het vorige lid, neemt het
                                college besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de
                                uitkering en de wederzijds tussen het college en de belanghebbende
                                resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt informatie die relevant is voor het recht op
                                uitkering dan wel participatievoorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gevolgen van fraude</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                                inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de
                                toekenning, de hoogte, de duur of de voortzetting van de uitkering,
                                dan wel de ondersteuning bij participatie gericht op
                                arbeidsinschakeling legt het college een bestuurlijke boete op
                                conform art 18a WWB en 20a IOAW respectievelijk IOAZ en vordert de
                                eventueel ten onrechte ontvangen uitkering terug.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een gedraging van belanghebbende, als bedoeld in het vorige
                                lid, leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college,
                                onverminderd de mogelijkheid de ten onrechte ontvangen kosten van
                                uitkering of participatie terug te vorderen, aangifte bij het
                                Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar
                                Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bevoegdheid College</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening,
                            nadere regels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Handhavingsverordening WWB,
                            IOAW en IOAZ 2013”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na haar bekendmaking treedt de verordening in werking op 1
                                    januari 2013.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening is
                                    ingetrokken de ‘Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012,
                                    door de raad vastgesteld in zijn vergadering op 19 december
                                    2011.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 17 december 2012.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Artikel 8a WWB, artikel 35, eerste lid, onderdeel c van de IOAW en artikel 35,
                    eerste lid, onderdeel c van de IOAZ bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                    regels stelt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van uitkering,
                    evenals voor bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wetten. De
                    mogelijkheden voor daadwerkelijk optreden door de gemeente zijn verruimd bij de
                    Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Stb. 2012, 462,
                    inwerkingtreding 1 januari 2013).</al><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een gelijkluidende
                        betekenis als de omschrijving in de WWB, de IOAW, de IOAZ en de Awb.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In dit lid worden omschrijvingen gegeven van begrippen die meer dan eens in
                        de verordening voorkomenen waarvan het van belang is dat er telkens
                        hetzelfde onder wordt verstaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><al>Handhaving omvat alle activiteiten van de gemeente die erop gericht zijn dat
                        regels worden nageleefd om het misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkering
                        en de voorzieningen geboden in het kader van participatie zoveel mogelijk
                        wordt voorkomen.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment waarop
                        de belanghebbende een beroep doet op uitkering. Preventieve maatregelen
                        spelen dan ook veel meer dan voorheen een belangrijke rol binnen handhaving.
                        Door belanghebbenden vroegtijdig te informeren en door daarop de
                        dienstverlening te optimaliseren wordt een spontane naleving van regels
                        bevorderd. Hierbij is wel van belang te benadrukken dat de cliënt door het
                        sturen van een beschikking, individueel, geïnformeerd wordt over de ter zake
                        geldende rechten en plichten.</al><al>Na de voorlichting en heldere communicatie over het fraudebeleid van de
                        afdeling Publiekszaken (locatie drs. F. Bijlweg 2), vindt een goede controle
                        plaats op aanvraag, dan wel bij een onderzoek naar de (verdere) voortzetting
                        van het recht, waardoor voorkomen wordt dat belanghebbenden ten onrechte
                        uitkering of een participatievoorziening ontvangen. De controle op de
                        aanvraag en bij voortzetting, wordt onder andere vorm gegeven door middel
                        van huisbezoeken en het gebruik van het Inlichtingenbureau en het Suwi-net,
                        waarin actuele gegevens staan van de belanghebbenden met betrekking tot
                        inkomen uit loon of uitkering.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Hoewel getracht wordt meer en beter in te zetten op preventieve maatregelen,
                        blijven repressievemaatregelen binnen het handhavingsbeleid onontbeerlijk.
                        De repressiemiddelen zijn: afstemming van deuitkering, aangifte bij het
                        Openbaar Ministerie, lik-op-stuk terugvorderen, opleggen van een
                        bestuurlijke boete en de gevolgen voor de participatievoorzieningen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlichting en communicatie</titel></kop><al>Handhaving gaat over de balans tussen rechten en plichten. Hierbij is het
                        dan ook onontbeerlijk datbelanghebbenden worden voorgelicht over de rechten
                        en plichten met betrekking tot de sociale zekerheid. Voorlichting is een
                        continu proces, van aanvraag tot toekenning tot beëindiging en
                        terugvordering. Het is de bedoeling dat voorlichting ook wordt verstrekt op
                        digitale wijze. </al><al>Handhaven van de regelgeving impliceert dat deze te handhaven moet zijn. Met
                        andere woorden dienende regels, de beschikkingen, de verplichtingen en
                        voorwaarden voor iedereen duidelijk en eenduidig tezijn, voor zowel de
                        belanghebbende als de uitvoerder.</al><al>Belanghebbenden helpen om zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien is
                        mogelijk de beste preventie van fraude. Hierbij is het van belang dat een
                        aantal disciplines (de afdeling, andere afdelingen van de gemeente, het
                        Werkplein, re-integratiebedrijven, schuldhulpverlening e.d.) met elkaar
                        samenwerken, zodat cliënten gemotiveerd, begeleid en ondersteund worden in
                        hun stappen richting zelfstandige bestaansvoorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verificatie en valideren van gegevens</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In de desbetreffende wetten is de inlichtingenplicht van de belanghebbende
                        verwoord, welke van toepassing is op alle stadia van verlening van uitkering
                        en ondersteuning bij participatie. Onderdeel hiervan is het overleggen van
                        de (al dan niet gevraagde) gegevens. Bij het onderzoek bij de aanvraag of de
                        (verdere) voortzetting dient beoordeeld te worden in hoeverre de verstrekte
                        inlichtingen juist en volledig zijn. Verificatie van de overgelegde gegevens
                        kan niet alleen plaatsvinden aan de hand van de door de belanghebbende
                        verstrekte bewijsstukken. Om zekerheid te verkrijgen over de volledigheid
                        van de verstrekte gegevens en inlichtingen is verificatie nodig van deze
                        gegevens bij een aantal andere instanties. Bij voortzetting dient nagegaan
                        te worden of de gegevens nog steeds juist zijn (valideren). Bij valideren
                        spelen ook gegevens een rol die andere instanties tussentijds hebben
                        verstrekt.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Wanneer uit bestandsvergelijkingen onregelmatigheden blijken in de actuele
                        gegevens kan de uitkering dan wel de ondersteuning bij participatie
                        aangepast worden, waarbij eerst een controle bij de belanghebbende dient
                        plaats te vinden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al>In beleidsregels worden de termijnen worden ingevuld, waarbinnen de
                        controleonderzoeken moeten worden verricht, op welke doelgroepen die
                        onderzoeken gericht zijn en onder welke voorwaarden die onderzoeken kunnen
                        plaatsvinden.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>In het kader van handhaving en eventueel lik-op-stuk-beleid is het zaak
                        alert te reageren op relevantesignalen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gevolgen van fraude</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Dit lid regelt dat een bestuurlijke boete wordt opgelegd conform art 18a WWB
                        indien sprake is van fraude.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In dit lid is geregeld dat aangifte van fraude wordt gedaan bij het Openbaar
                        Ministerie. De voorwaardenvoor aangifte worden jaarlijks afgestemd met het
                        Openbaar Ministerie.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al><vet>Artikelen 7 t/m 9</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>