<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299268_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening wet inburgering gemeente Hellendoorn 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hellendoorn Journaal, 12-7-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Inburgering gemeente Hellendoorn 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020611/geldigheidsdatum_31-12-2012/Hoofdstuk2/Artikel8">Wet inburgering, art. 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020611/geldigheidsdatum_31-12-2012#Hoofdstuk5_2_Artikel19">Wet inburgering, art. 19, lid 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020611/geldigheidsdatum_31-12-2012#Hoofdstuk5_2_Artikel23">Wet inburgering, art. 23, lid 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020611/geldigheidsdatum_31-12-2012#Hoofdstuk5_3_Artikel24e">Wet inburgering, art. 24e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020611/geldigheidsdatum_31-12-2012#Hoofdstuk5_3_Artikel24f">Wet inburgering, art. 24f</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020611/geldigheidsdatum_31-12-2012#Hoofdstuk6_2_Artikel35">Wet inburgering, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0032031/geldigheidsdatum_13-09-2012/ArtikelX">Wijzigingswet Wet inburgering, enz. (versterking eigen verantwoordelijkheid inburgeringsplichtige)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13INT01676</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is op 1 januari 2022 vervallen door de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021. De Wet inburgering en deze verordening blijven van toepassing op personen op wie de Wet inburgering van toepassing was voor 1 januari 2022. </al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening wet inburgering gemeente Hellendoorn 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hellendoorn;</al><al>gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 21
                        mei 2013;</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24e, 24f en 35 van
                        de Wet inburgering, zoals deze luidde op 31 december 2012 en artikel X van
                        de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering (2012,
                        430) en artikel 149 van de gemeentewet;</al><al>overwegende</al><lijst><li nr="-"><al>dat de raad bij verordening regels dient vast te stellen over de
                                informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen,
                                alsmede over inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen en
                                over rechten en plichten vanwege een inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening; en</al></li><li nr="-"><al>dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                                bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan
                                worden opgelegd;</al></li><li nr="-"><al> dat als gevolg van de wijziging van de Wet inburgering de taken van
                                gemeenten op het terrein van inburgering op termijn beëindigd zullen
                                worden;</al></li><li nr="-"><al> dat gedurende een overgangsperiode gemeenten nog een aantal taken
                                op het terrein van inburgering zullen uitoefenen;</al></li></lijst><al>b e s l u i t: </al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening wet inburgering gemeente Hellendoorn 2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Hellendoorn;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering zoals die luidde op 31 december
                                        2012;</al></li><li nr="c."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>inburgeringsvoorziening: een cursus welke toeleidt naar het
                                        inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                                        taal I of II;</al></li><li nr="e."><al>taalkennisvoorziening: is gericht op de verwerving van de
                                        kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het
                                        afronden van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel
                                        7.2.2. eerste lid, onderdelen a. en b. van de Wet Educatie
                                        en Beroepsonderwijs;</al></li><li nr="f."><al>inburgeringsplichtige: persoon, bedoeld in artikel X, tweede
                                        tot en met vijfde lid van de wetswijziging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtige op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze wordt geïnformeerd over zijn
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtige gebruik maken van de volgende middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>foldermateriaal;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke website en gemeentepagina;</al></li><li nr="c."><al>individuele klantcontacten;</al></li><li nr="d."><al>informatieverstrekking door derden (zelforganisaties,
                                        vluchtelingenwerk en verwante organisaties).</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>Het college biedt aan de inburgeringsplichtige, die:</al><lijst><li nr="a."><al>houder is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28
                                    van de Vreemdelingenwet 2000, of</al></li><li nr="b."><al>geestelijke bedienaar is, als bedoeld in artikel 1, onderdeel g
                                    van de wet, en geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel c, van de wet,</al></li></lijst><al>een voorziening aan, zover de inburgeringsplichtige uiterlijk 31
                            december 2012 inburgeringsplichtig is geworden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de voorziening aan de inburgeringsplichtige,
                                bedoeld in artikel 3 onder a, af op het startniveau en de
                                vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                                positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 3 onder a, een
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt
                                het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 3 onder a, biedt
                                het college maatschappelijke begeleiding aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="-"><al>het aanbieden van trajectbegeleiding;</al></li><li nr="-"><al>het houden van voortgangsgesprekken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet,
                                wordt in ten hoogste 36 maandelijkse termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van een
                                voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand op grond van de
                                Wet werk en bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet,
                                wordt door het college vergoed aan de inburgeraar, waarvan het
                                inkomen gelijk is aan de voor hem/haar geldende bijstandsnorm, bij
                                het behalen van het inburgeringsdiploma binnen de termijn van drie
                                jaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening cq onafhankelijke
                                    diagnosestelling;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste keer deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>het meewerken aan een onderzoek wanneer door persoonlijke
                                    omstandigheden de inburgeringsplichtige niet in staat is deel te
                                    nemen aan het inburgeringstraject en/of inburgeringsexamen of
                                    het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het aanbod van een voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet, schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                                wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                aan de voorzieningen worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige, aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al
                                dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college
                                binnen acht weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot
                                vaststelling van de voorziening, overeenkomstig het gedane
                                aanbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de inburgeringsplichtige het aanbod weigert, is hij zelf
                                verantwoordelijk voor zijn voorbereiding op het inburgeringsexamen.
                                Het college zal binnen twee weken na weigering een
                                handhavingsbeschikking versturen, waarmee de termijn aanvangt
                                waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                                hebben behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een voorziening bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="d."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheid van het opleggen van sancties.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,-- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                en geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek,
                                bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,-- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening of de
                                voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de
                                verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                                taal I of II heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,-- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 van de wet vastgestelde termijn inburgeringsexamen heeft
                                behaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,-- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op
                                die van haar bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening Inburgering gemeente Hellendoorn 2010 wordt
                                ingetrokken met ingang van de dag volgende op die van haar
                                bekendmaking. De intrekking werkt terug tot 1 januari 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Inburgering
                            gemeente Hellendoorn 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier de voorzitter
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd. In de wet, zoals
                    die gold tot 31 december 2012, was aan de gemeenten een aantal belangrijke taken
                    toebedeeld. Door de gewijzigde wet vervallen de taken van de gemeenten. Wel
                    blijven de gemeenten op grond van het overgangsrecht met name de eerste jaren na
                    de inwerkingtreding van de wetswijziging een aantal taken uitoefenen. Dit
                    betreft met name inburgeringsplichtigen die al met een traject gestart zijn in
                    staat te stellen dit af te maken. Daarnaast blijven de gemeenten een zorgplicht
                    houden ten aanzien van oude inburgeraars, waardoor ze eventueel ook handhavend
                    op moeten kunnen treden.</al><al>In de Wet inburgering worden de begrippen “inburgeringvoorziening” en
                    “taalkennisvoorziening” gebruikt. In de hieronder staande toelichting wordt voor
                    deze begrippen de term “voorziening” gebruikt, dit uit overweging van
                    leesbaarheid.</al><al>De voor de gemeente belangrijkste wijzigingen als gevolg van de invoering van de
                    nieuwe Wet inburgering zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>De verantwoordelijkheid voor de inburgering wordt bij de
                            inburgeringsplichtige neergelegd. Dit betekent dat het tot de eigen
                            verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige behoort om te bepalen
                            hoe hij aan zijn inburgeringsplicht voldoet en dat hij daarvoor zelf de
                            kosten draagt. Daarmee vervalt de plicht van gemeenten om voor
                            inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen te zorgen. De taken
                            die de gemeente heeft ten aanzien van het oproepen van (potentieel)
                            inburgeringsplichtigen en het doen van een onderzoek (intake) vervallen
                            daarmee eveneens.</al></li><li nr="-"><al>De doelgroep wordt beperkt tot vreemdelingen die op of na de
                            inwerkingtreding van de wet rechtmatig verblijf verkrijgen voor verblijf
                            in Nederland en (direct of in een later stadium) een verblijfsvergunning
                            voor bepaalde tijd krijgen voor een niet-tijdelijk doel (asiel of
                            gezinsvorming/hereniging) of als geestelijke bedienaar.</al></li><li nr="-"><al>De mogelijkheid voor gemeenten om vrijwillige inburgeraars
                            (EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de Wet
                            inburgering een inburgeringsvoorziening aan te bieden vervalt.
                            Vrijwillige inburgeraars kunnen net als iedere andere burger via het
                            reguliere onderwijs de noodzakelijke (taal)vaardigheid en kennis
                            verwerven om volledig deel te kunnen nemen aan de samenleving.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Een overgangsregeling, die erin voorziet:</al><lijst><li nr="o"><al>dat gemeenten diegenen, die al een aanbod hebben gehad en zich
                                    momenteel voorbereiden op het inburgeringsexamen, in staat
                                    stellen dit voort te zetten en heet examen af te leggen;</al></li><li nr="o"><al>dat gemeenten handhaven dat inburgeraars die vóór 1 januari 2013
                                    inburgeringsplichtig zijn geworden aan hun inburgeringsplicht
                                    voldoen;</al></li><li nr="o"><al>dat gemeenten een aanbod doen aan asielgerechtigden en
                                    geestelijke bedienaren, die vóór 1 januari 2013
                                    inburgeringsplichtig zijn geworden, maar nog geen aanbod hebben
                                    gehad vóór die datum. Daarbij blijft ongewijzigd dat voor
                                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen een voorziening ook uit
                                    maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid van de wet)
                                    bestaat.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Met ingang van 1 januari 2013 zullen de gemeenten per nieuwe
                            inburgeringsplichtige asielgerechtigde van de regering een eenmalige
                            bijdrage ontvangen van € 1000,--. Dat bedrag is tijdelijk verhoogd naar
                            € 2000,-- (alleen voor inburgeringsplichtige asielgerechtigden en
                            inburgeringsplichtige nareizende gezinsleden die gedurende 2013 hun
                            verblijfsvergunning krijgen; daarna wordt de bijdrage weer €
                            1000,--).</al><al/></li></lijst><al>De Verordening inburgering gemeente Hellendoorn 2010 is aangepast aan de
                    gewijzigde wet.</al><al>In deze nieuwe verordening wordt alleen het aanbodstelsel toegepast. De
                    mogelijkheid, die artikel 19a van de oude wet bood om het college de bevoegdheid
                    te geven inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen vast te stellen,
                    zonder dat eerst een aanbod aan de inburgeringsplichtigen wordt gedaan, is
                    vervallen per 1 januari 2013. Het college biedt de inburgeringsplichtige een
                    aanbod aan en stelt de voorziening vast overeenkomstig het aanbod als de
                    inburgeringsplichtige het aanbod heeft aanvaard.</al><al>Na 1 januari 2013 kan de gemeente alleen een aanbod doen aan asielgerechtigden
                    en geestelijke bedienaren, die uiterlijk 31 december 2012 inburgeringplichtig
                    zijn geworden en nog geen voorziening hebben aangeboden gekregen. Aan anderen
                    kunnen gemeenten nog wel voorzieningen aanbieden, maar niet meer op grond van de
                    Wet inburgering.</al><al>Gemeenten blijven de opdracht houden om de inburgeringsplichtigen in de
                    gemeenten, die onder het overgangsrecht vallen, goed te informeren over de
                    rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet.</al><al>Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven
                    die onder het overgangsrecht vallen. Dit betreft inburgeringsplichtigen, die
                    voor 1 januari 2013 hun inburgeringsplicht hebben opgelegd gekregen en voor die
                    datum een gemeentelijk aanbod hebben gekregen. Omdat zich na 1 januari 2013 nog
                    geschillen kunnen voordoen tussen gemeenten en degenen, die op grond van de wet
                    zoals die gold tot en met 31 december 2012, inburgeringsplichtig zijn, werken
                    deze handhavingsbepalingen ook door na 1 januari 2013.</al><al/><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 van de wet).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van een voorziening en de
                            rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            voorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde
                            lid, van de wet).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 van de
                            wet).</al></li></lijst><al><vet>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Artikel 8 van de wet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                    vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                    inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en plichten
                    uit hoofde van de wet over het aanbod van een voorziening en de toegang tot die
                    voorzieningen.</al><al><vet>Regels met betrekking tot het aanbieden van voorzieningen aan
                        inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door
                    het aanbieden van een voorziening. Onder het overgangsrecht zijn gemeenten
                    verplicht een voorziening aan te bieden aan geestelijke bedienaren en
                    asielgerechtigden. Dit geldt voor geestelijke bedienaren, die vóór 1 januari
                    2013 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog geen voorziening hebben
                    aangeboden gekregen. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het
                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en
                    omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. De inburgeringsplichtige is
                    verplicht een eigen bijdrage van € 270 te betalen voor de voorziening. Een
                    taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de
                    Nederlandse taal, die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                    mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, van de wet).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een voorziening ook uit
                    maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid van de oude wet). Met ingang
                    van 1 januari 2013 ontvangen de gemeenten per inburgeringsplichtige
                    asielgerechtigde van de regering een eenmalige bijdrage van € 1000,--. Dat
                    bedrag is tijdelijk verhoogd naar € 2000,-- (alleen voor inburgeringsplichtige
                    asielgerechtigden en inburgeringsplichtige nareizende gezinsleden die gedurende
                    2013 hun verblijfsvergunning krijgen; daarna wordt de bijdrage weer €
                    1000,--).</al><al>De wet draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van een voorziening. In de wet is ook vastgelegd
                    over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>de procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan</al><al>iinburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, van de
                            wet).</al></li><li nr="-"><al>de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, van de
                            wet).</al></li><li nr="-"><al>de vaststelling door het college van een passende voorziening, met
                            inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening
                            (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, van de wet).</al></li><li nr="-"><al>de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            voorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking
                            op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid
                            van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, van de wet).</al></li></lijst><al><vet>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete</vet></al><al>Artikel 35 van de wet draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. Daarbij moeten zij artikel 34 van de wet in acht nemen, welk
                    artikel bepaalt wat het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete opgelegd
                    mag zijn.</al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen, die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering zoals die gold op 31 december
                    2012, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering, ook van toepassing
                    zijn op deze verordening.</al><al><vet>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeraars</vet></al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering.
                    De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                    informatievoorziening wordt georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 van de wet dat
                    de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatievertrekking
                    door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en
                    plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                    de inburgeringsvoorzieningen. Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking
                    van deze verplichting.</al><al>Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt de raad in dit
                    artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening aan de
                    inburgeringsplichtigen.</al><al><vet>Artikel 3 Inburgeringsvoorziening</vet></al><al>Vanaf 1 januari 2013 is het college nog slechts verplicht een voorziening aan te
                    bieden aan asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke
                    bedienaren, die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden.</al><al><vet>Artikel 4 De samenstelling van de voorziening </vet></al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende voorziening, met inbegrip van de
                    totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid,
                    onderdeel b, van de wet). In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen
                    het college de opdracht heeft voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtigde
                    een op de persoon toegesneden voorziening samen te stellen.</al><al>De samenstelling van de voorziening voor geestelijke bedienaren wordt geregeld
                    bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de
                    voorziening, die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden, naar eigen inzicht
                    vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigden die een voorziening gericht op
                    arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de voorziening
                    daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde
                    lid, van de wet, dat een aanbod voor een voorziening aan een
                    inburgeringsplichtige niet wordt gedaan, indien dat de arbeidsinschakeling
                    belemmert.</al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de voorziening gecombineerd moet worden met een
                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als een
                    inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die
                    bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                    socialzekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid
                    te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid van de wet). Het college
                    is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                    inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid van de wet).</al><al>Het tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor
                    te zorgen dat de voorziening wordt afgestemd op de re-integratievoorziening.
                    Aangezien deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op grond
                    van sociale zekerheidswetten of –regelingen ook door andere partijen dan het
                    college (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de
                    verantwoordelijke uitvoerders van de sociale zekerheidswet of –regeling: het
                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), eigen risicodragers of
                    overheidswerkgevers (artikel 21 van de wet).</al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de voorziening kan opnemen. In de wet is geregeld waaruit een
                    inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een cursus die toeleidt
                    naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                    II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19,
                    derde lid, van de wet).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen maakt ook maatschappelijke
                    begeleiding een verplicht onderdeel uit van de voorziening (artikel 19, zesde
                    lid, van de wet). Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het college als
                    onderdeel van de voorziening aan inburgeringsplichtigen kan opnemen, kan gedacht
                    worden aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden van voortgangsgesprekken
                    met de inburgeringsplichtigen. Ook kan worden gedacht aan een uitbreiding van de
                    opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke stage of een aparte
                    module die gericht is op het verwerven van kennis van de Nederlandse
                    samenleving.</al><al>Trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zullen vooral van
                    belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen voorziening in comnbinatie met
                    een re-integratievoorziening krijgen. Bij voorzieningen gericht op
                    arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten reeds een vast onderdeel van
                    de voorziening.</al><al><vet>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage </vet></al><al>In de verordening moeten regels worden gesteld, die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, van de wet). De
                    hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit
                    bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23,
                    tweede lid, van de wet).</al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige
                    het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal termijnen te betalen. Artikel
                    24, eerste lid, van de wet maakt het bij inburgeringsplichtigen, die algemene
                    bijstand ontvangen, mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met
                    deze uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat worden
                    vastgelegd in de beschikking tot toekenning van de voorziening.</al><al><vet>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, van de wet dat
                    bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en
                    plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld.
                    Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen, die
                    in het artikel worden genoemd, aan inburgeraars in het kader van een voorziening
                    op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de toekenning van de
                    voorziening deze verplichtingen vast.</al><al><vet>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen, die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang, omdat
                    zo’n aanbod de start is van een procedure die –als het goed is – leidt tot een
                    besluit tot het toekennen van een voorziening.</al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van
                    een voorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat
                    het aanbod wordt gestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat
                    ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijkheid ontstaan over
                    het feit dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van de
                    voorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking
                    moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat, als de inburgeringsplichtige het
                    aanbod aanvaardt of weigert, hij dit schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het
                    derde lid). Het meest praktische is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt
                    in de vorm van het laten ondertekenen door de inburgeringsplichtige van een
                    verklaring die door de gemeente is opgesteld.</al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt
                    dat hij wel een voorziening wil, maar dat hij gelet op zijn situatie bepaalde
                    wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod van de gemeente. Als de
                    gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane aanbod moeten aanpassen.
                    Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen.</al><al><vet>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</vet></al><al>Het besluit tot het toekennen van een voorziening is een beschikking. Dit
                    betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in
                    bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in
                    ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan verbonden
                    rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden
                    vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de voorziening (artikel 23, eerste
                    lid, van de wet). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen
                    van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene
                    (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid). In de beschikking
                    hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding te worden gemaakt (onderdeel c).
                    Onderdeel d bepaalt dat in de beschikking moet worden vastgesteld in hoeveel
                    termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                    plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering).
                    Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al><vet>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                        overtredingen</vet></al><al>Artikel 35 van de wet draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 van de wet zijn voor de verschillende
                    overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd.</al><al>De boetebedragen, die in de verordening worden opgenomen, zijn maximumbedragen
                    en geen gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                    bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding,
                    omstandigheden en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.
                    Bovendien moet het college daarbij zonodig rekening houden met de omstandigheden
                    waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid van de wet). Deze
                    bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke
                    boete zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele
                    omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige.</al><al><vet>Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                        overtreding</vet></al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9 mogelijk
                    is.</al><al>Het eerste en tweede lid kunnen alleen in de verordening worden opgenomen als in
                    artikel 9, eerste en tweede lid, lagere maximumboetedragen zijn opgenomen dan de
                    maximumbedragen in de wet. De verhoogde boetebedragen ingeval van herhaling van
                    de overtreding mogen uiteraard niet hoger zijn dan de maximumbedragen die in
                    artikel 34 van de wet worden genoemd.</al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                    overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen, bijvoorbeeld 12
                    maanden. Gemeenten kunnen een kortere of langere termijn vaststellen.</al><al>Artikel 34, onderdeel d van de wet biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                    bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500,-- naar maximaal € 1000,-- in
                    het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                    verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen. Dit
                    is geregeld in het derde en vierde lid van dit artikel.</al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                    inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                    boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 9,
                    derde lid van de verordening. Op grond van artikel 32 van de wet moet het
                    college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de
                    inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen dan wel op een
                    andere wijze aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan. Als de
                    inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet
                    heeft behaald, maakt het derde lid het mogelijk dat het college een hogere boete
                    vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt € 1000,-- (artikel 34, onderdeel d van
                    de wet). Ook in dat geval zal in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten
                    worden opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    behalen.</al><al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn niet aan de
                    inburgeringsplicht heeft voldaan, regelt het vierde lid dat het college wederom
                    een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De maximumboete in het vierde lid
                    geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen door de
                    inburgeringsplichtige.</al><al>Het vierde lid kan alleen in de verordening worden opgenomen als in het derde
                    lid niet het wettelijk maximum van € 1000,-- is vastgesteld. Alleen in dat geval
                    is er ruimte voor het verhogen van het maximumbedrag van de bestuurlijke boete
                    (tot maximaal € 1000,--).</al><al><vet>Artikel 11 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 12 Citeertitel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>