<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299213_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rond de Linde, 06-02-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 33, derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-01-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-02-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2003-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2003</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn als
                                        bedoeld in de Wet Openbaarheid van Bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan
                                worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer
                                ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                                mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
                                ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris kan beslissen dat de ambtelijke bijstand geweigerd
                                wordt indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 1, derde lid, betreft en de
                                        fractie van het betreffende raadslid reeds volledig gebruik
                                        heeft gemaakt van het aan deze fractie op grond van artikel
                                        5, lid 2, beschikbaar gestelde aantal uren ambtelijke
                                        bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                                wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het
                                verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo
                                spoedig mogelijk over het verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke raadsfractie heeft per jaar recht op ambtelijke bijstand als
                                bedoeld in artikel 1, lid 3, te verlenen door de griffier of een
                                medewerker van de griffie. De totaal beschikbare capaciteit wordt
                                gelijkelijk over alle fracties verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Elke raadsfractie heeft per jaar recht op ambtelijke bijstand als
                                bedoeld in artikel 1, lid 3, te verlenen door de reguliere
                                ambtelijke organisatie. De totaal beschikbare capaciteit wordt
                                gelijkelijk over alle fracties verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Jaarlijks voor 1 december verstrekt de griffier een overzicht van
                                het aantal uren ambtelijke bijstand als bedoeld in lid 1 en lid 2
                                waarop de fracties voor het daaropvolgende jaar recht hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De griffier houdt een register bij van de verleende ambtelijke
                                bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 3, waarin per verzoek om
                                bijstand wordt opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie dan wel het aantal fracties ten
                                gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt het recht op ambtelijke
                                bijstand met ingang van de eerste dag van de maand na de
                                verkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie tijdens de zittingsperiode wordt het
                                op grond van artikel 4, eerste en tweede lid, vastgestelde recht op
                                ambtelijke bijstand voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij samenvoeging van fracties tijdens de zittingsperiode wordt het
                                op grond van artikel 4, eerste en tweede lid, vastgestelde recht op
                                ambtelijke bijstand voor de nieuwe fractie bepaalt door de som van
                                de aan de oorspronkelijke fracties toegekende rechten op ambtelijke
                                bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier verstrekt na afloop van elk kwartaal per fractie een
                                overzicht van de aan die fractie verleende ambtelijke bijstand aan
                                de fractievoorzitter. Dit overzicht geeft ook aan op hoeveel uren
                                ambtelijke bijstand de fractie in dat jaar nog recht heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht op ambtelijke bijstand is aan het kalenderjaar gebonden.
                                Niet-genoten ambtelijke bijstandsuren kunnen niet worden
                                overgeheveld naar een volgend dienstjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het
                                register.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand of
                                de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over
                                een dergelijk verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het
                                gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het
                                betrokken raadslid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie heeft het recht om ten behoeve van fractieactiviteiten
                                om niet gebruik te maken van lokaliteiten in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder gebruik van lokaliteiten is tevens begrepen de personele inzet
                                van bodedienst en de verstrekking van koffie en thee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bode is belast met de toewijziging van de verschillende
                                ruimten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een fractie buiten de in het vergaderschema opgenomen
                                fractievergaderingen gebruik wenst te maken van een ruimte in het
                                gemeentehuis, wordt dit voornemen tenminste 10 dagen van tevoren
                                kenbaar gemaakt aan de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het inzien van raadsstukken, documentatie en vakliteratuur
                                wordt om niet een leeskamer ter beschikking gesteld aan alle raads-
                                en burgercommissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze ruimte is voorzien van een koffieapparaat en een
                                kopieermachine, welke om niet gebruikt kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Uitsluitend ten behoeve van fractieactiviteiten kan elke fractie om
                                niet gebruik maken van de kopieerfaciliteiten van het
                                gemeentehuis</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal gemaakte kopieën worden per fractie geregistreerd.
                                Jaarlijks ontvangen de fractievoorzitters een overzicht van de per
                                fractie gemaakte kopieën.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Jaarlijks bij de begrotingsbehandeling zal worden bezien in hoeverre een
                            financiële bijdrage voor de fractieondersteuning noodzakelijk en
                            financieel haalbaar is</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 30 januari 2003,</al><al/><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>de griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept></al><al/><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier of een
                    ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt
                    hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur
                    heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van
                    bestuur. Voor niet openbare documenten wordt een regeling gegeven in de
                    artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet.</al><al/><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan
                    van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het
                    college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de
                    ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
                    van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.</al><al/><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al/><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                    griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                    griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al/><al>Op grond van het tweede lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept></al><al/><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In dit artikel is verder aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept></al><al/><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het
                    betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    secretaris.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 4</onderstreept></al><al/><al>Het recht op ambtelijke bijstand komt toe aan elk individueel raadslid. Om
                    praktische redenen is er voor gekozen om de omvang van het recht op bijstand
                    niet te koppelen aan individuele raadsleden maar een totaalrecht per fractie
                    vast te stellen. Door aan iedere raadsfractie een vooraf bepaalde hoeveelheid
                    uren op ambtelijke bijstand door de griffier en de reguliere ambtelijke
                    organisatie toe te kennen wordt een extra garantie geboden dat dit recht ook
                    geëffectueerd kan worden. Het biedt de organisatie bovendien de mogelijkheid
                    enigszins grip te houden op de omvang van de werkzaamheden. Deze begrenzing
                    geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1,
                    eerste lid, onderdeel a en b. Deze hulp kan onbeperkt verleend worden.</al><al/><al>Het register dat door de griffier wordt bijgehouden maakt het mogelijk na te
                    gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan een
                    belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte aan deze
                    voorzieningen.</al><al/><al>Voor 2003 is de totale beschikbare capaciteit voor ondersteuning van de raad in
                    kaart gebracht. Naast de ambtelijke bijstand als bedoeld in deze verordening
                    wordt daarin ook rekening gehouden met de diverse griffiers- en
                    notulistenfuncties alsmede de ontwikkeling van het instrumentarium voor wat
                    betreft de dualisering. Dit levert het volgende overzicht op.</al><al/><table><tgroup cols="7"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><colspec colname="colF"/><colspec colname="colG"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Totaal</vet></al></entry><entry><al><vet>Griffier</vet></al></entry><entry><al><vet>GGZ</vet></al></entry><entry><al><vet>BZ</vet></al></entry><entry><al><vet>Midd.</vet></al></entry><entry><al><vet>BMO</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>Structureel:</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Raads-/Commissiegriffier(s)</al></entry><entry><al>550</al></entry><entry><al>185</al></entry><entry><al>125</al></entry><entry><al>125</al></entry><entry><al>115</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Notulisten</al></entry><entry><al>395</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>143</al></entry><entry><al>143</al></entry><entry><al>108</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Subtotaal</vet></al></entry><entry><al><vet>945</vet></al></entry><entry><al><vet>185</vet></al></entry><entry><al><vet>268</vet></al></entry><entry><al><vet>268</vet></al></entry><entry><al><vet>223</vet></al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al><vet>Incidenteel:</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Ontwikkeling instrumentarium</al></entry><entry><al>440</al></entry><entry><al>340</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>100</al></entry></row><row><entry><al>Ambtelijke bijstand</al></entry><entry><al>1.150</al></entry><entry><al>700</al></entry><entry><al>100</al></entry><entry><al>150</al></entry><entry><al>100</al></entry><entry><al>100</al></entry></row><row><entry><al>Vervanging griffier</al></entry><entry><al>145</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>145</al></entry></row><row><entry><al>Vragen ex art. 37 Reglement van Orde</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry></row><row><entry><al>Overige vragen, vragenhalfuurtje e.d.</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Totaal</vet></al></entry><entry><al><vet>2.680</vet></al></entry><entry><al><vet>1.225</vet></al></entry><entry><al><vet>368</vet></al></entry><entry><al><vet>418</vet></al></entry><entry><al><vet>323</vet></al></entry><entry><al><vet>345</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Waar het in deze verordening met name om gaat is de ambtelijke bijstand. In de
                    verordening is er voor gekozen om het recht op ambtelijke bijstand van zowel de
                    griffier als van de reguliere ambtelijke organisatie voor elke raadsfractie
                    vooraf te kwantificeren, dit om een onevenredig beslag op de beschikbare
                    capaciteit door enige fractie te voorkomen. Daarbij wordt de beschikbare
                    capaciteit gelijkelijk verdeeld over de verschillende raadsfracties.</al><al/><al>Voor het jaar 2003 is de verdeling als volgt:</al><al/><al/><al/><table><tgroup cols="7"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><colspec colname="colF"/><colspec colname="colG"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Totaal</vet></al></entry><entry><al><vet>Griffier</vet></al></entry><entry><al><vet>GGZ</vet></al></entry><entry><al><vet>BZ</vet></al></entry><entry><al><vet>Midd.</vet></al></entry><entry><al><vet>BMO</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>Structureel:</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Raads-/Commissiegriffier(s)</al></entry><entry><al>550</al></entry><entry><al>185</al></entry><entry><al>125</al></entry><entry><al>125</al></entry><entry><al>115</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Notulisten</al></entry><entry><al>395</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>143</al></entry><entry><al>143</al></entry><entry><al>108</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Subtotaal</vet></al></entry><entry><al><vet>945</vet></al></entry><entry><al><vet>185</vet></al></entry><entry><al><vet>268</vet></al></entry><entry><al><vet>268</vet></al></entry><entry><al><vet>223</vet></al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al><vet>Incidenteel:</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Ontwikkeling instrumentarium</al></entry><entry><al>440</al></entry><entry><al>340</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>100</al></entry></row><row><entry><al>Ambtelijke bijstand</al></entry><entry><al>1.150</al></entry><entry><al>700</al></entry><entry><al>100</al></entry><entry><al>150</al></entry><entry><al>100</al></entry><entry><al>100</al></entry></row><row><entry><al>Vervanging griffier</al></entry><entry><al>145</al></entry><entry><al/></entry><entry><al> -</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>145</al></entry></row><row><entry><al>Vragen ex art. 37 Reglement van Orde</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry></row><row><entry><al>Overige vragen, vragenhalfuurtje e.d.</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry><entry><al>p.m.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Totaal</vet></al></entry><entry><al><vet>2.680</vet></al></entry><entry><al><vet>1.225</vet></al></entry><entry><al><vet>368</vet></al></entry><entry><al><vet>418</vet></al></entry><entry><al><vet>323</vet></al></entry><entry><al><vet>345</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Waar het in deze verordening met name om gaat is de ambtelijke bijstand. In de
                    verordening is er voor gekozen om het recht op ambtelijke bijstand van zowel de
                    griffier als van de reguliere ambtelijke organisatie voor elke raadsfractie
                    vooraf te kwantificeren, dit om een onevenredig beslag op de beschikbare
                    capaciteit door enige fractie te voorkomen. Daarbij wordt de beschikbare
                    capaciteit gelijkelijk verdeeld over de verschillende raadsfracties.</al><al/><al>Voor het jaar 2003 is de verdeling als volgt:</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Onderst.</vet></al></entry><entry><al><vet>Onderst.</vet></al></entry><entry><al><vet>Totaal ambt.</vet></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Griffie</vet></al></entry><entry><al><vet>Organisatie</vet></al></entry><entry><al><vet>ondersteuning</vet></al></entry></row><row><entry><al>W70</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>Nuenens Belang</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>Combinatie</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>CDA</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>VVD</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>PvdA</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>D66</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>VN</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>Fractie Ubachs</al></entry><entry><al>80</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>720</vet></al></entry><entry><al><vet>450</vet></al></entry><entry><al><vet>1.170</vet></al></entry></row><row><entry><al>Beschikbare uren</al></entry><entry><al><vet>700</vet></al></entry><entry><al><vet>450</vet></al></entry><entry><al><vet>1.150</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Jaarlijks kan aan de hand van de beschikbare capaciteit dan wel een grotere
                    behoefte een nieuwe verdeling worden opgemaakt. In de verordening is vastgelegd,
                    dat de griffier uiterlijk op 1 december aan alle fractievoorzitters een
                    overzicht geeft van het recht op ambtelijke bijstand voor het daarop volgende
                    jaar.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5</onderstreept></al><al>Aangezien de omvang van het recht op ambtelijke bijstand op fractieniveau wordt
                    vastgesteld, moet er in de verordening ook een regeling worden opgenomen wat te
                    doen, als het aantal dan wel de grootte van de fracties wijziging ondergaat. Dat
                    kan zich voordoen bij verkiezingen, dan wel bij splitsing of samenvoeging van
                    fracties.</al><al/><al>Bij verkiezingen vindt er herbereking plaats op basis van de nieuwe
                    getalsverhoudingen in de raad. Voor het aantal maanden t/m de verkiezingsmaand
                    gebeurt dit op basis de oude samenstelling en voor de eerste maand na de
                    verkiezingen t/m het einde van het jaar op basis van de nieuwe samenstelling. De
                    basisberekening zoals neergelegd in artikel 5, lid 1 en lid 2, geldt voor de
                    gehele zittingsperiode.</al><al/><al>Tussentijds kunnen zich echter wijzigingen voordoen als gevolg van splitsing of
                    samenvoeging van fracties. Bij splitsing van fracties is bepaald, dat het recht
                    voor de oorspronkelijke fractie over de nieuwe fracties verdeeld wordt op basis
                    van het bij de splitsing betrokken aantal raadsleden. Daarmee wordt voorkomen,
                    dat andere fracties rechten moeten inleveren als gevolg van zo'n splitsing. Bij
                    samenvoeging van fracties geldt, dat de rechten van de oorspronkelijke fracties
                    worden opgeteld.</al><al/><al>Een nieuwe verdeling op basis van de in artikel 5 vermelde
                    berekeningssystematiek vindt pas plaats na de eerstvolgende verkiezingen. De
                    eerste verdeling vindt plaats op basis van de getalsverhoudingen in de
                    gemeenteraad op het moment van vaststellen van deze verordening.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6</onderstreept></al><al>Teneinde de fractievoorzitters in de gelegenheid te stellen de voor hun fracties
                    ingezette ambtelijke capaciteit te bewaken en zo nodig bij te sturen, is
                    bepaald, dat elk kwartaal een overzicht van de verleende ambtelijke bijstand
                    evenals het nog resterende tegoed aan de fractievoorzitters wordt
                    verstrekt.</al><al/><al>Het recht op ambtelijke bijstand is jaargebonden. Dit houdt in, dat, indien in
                    enig jaar niet het volledige recht wordt gebruikt, het restant niet kan worden
                    overgeboekt naar een volgend jaar.</al><al/><al>In lid 3 van dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                    portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend door
                    onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de vergroting
                    van de afstand tussen raad en college die met de dualisering is gecreëerd, is
                    het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het verschaffen van
                    ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                    gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 7</onderstreept></al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat
                    een raadslid aangeeft dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim wordt gehouden.</al><al/><al>Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet
                    om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het
                    tweede lid bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het
                    betrokken raadslid wenden en niet tot de behandelende ambtenaar. Dit biedt
                    bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek
                    om ambtelijke bijstand.</al><al/><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 8</onderstreept></al><al>Artikel 33 van de Gemeentewet geeft de fracties ook recht op
                    fractieondersteuning. Veelal is dit een geldelijke vergoeding doch de wet sluit
                    niet uit dat dit op geld waardeerbare faciliteiten kunnen zijn. Mede gelet op de
                    zorgelijke financiële positie, heeft de werkgroep Dualisering er voor gekozen om
                    voorlopig voor het jaar 2003 de fractieondersteuning te beprken tot de
                    facilitaire voorzieningen. In artikel 8 betreft dit het om niet ter beschikking
                    stellen van ruimten in het gemeentehuis ten behoeve van fractieactiviteiten.
                    Veelal zal dit betreffen het houden van fractievergaderingen maar er zijn ook
                    andere activiteiten van fracties denkbaar. Omdat geen vaste ruimten beschikbaar
                    zijn, zal de verdeling van de beschikbare ruimten over de fracties door de bodes
                    plaatsvinden. Teneinde te kunnen waarborgen dat er én ruimte én personele
                    bezetting aanwezig is, dienen activiteiten, die buiten het vergaderschema
                    plaatsvinden, tenminste 10 dagen daarvoor aan de griffier te worden gemeld.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 9</onderstreept></al><al>Naast de vergaderfaciliteiten als bedoeld in artikel 8 wordt aan alle raadsleden
                    en burgercommissieleden ook continu een leeskamer beschikbaar gesteld. Deze
                    ruimte kan gebruikt worden om de ter inzage liggende stukken in te zien en
                    documentatie te raadplegen e.d. Ook een koffieautomaat en een kopieermachine
                    behoren tot de beschikbaar gestelde faciliteit.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 10</onderstreept></al><al>Naast het beschikbaar stellen van ruimten, kunnen de fracties ook ondersteund
                    worden door het beschikbaar stellen van kopieerfaciliteiten. Echter uitsluitend
                    voor activiteiten van de fracties in de raad. Het is dus niet de bedoeling dat
                    alle partijdrukwerk bij de gemeente kan worden neergelegd. Teneinde inzicht te
                    krijgen in de omvang daarvan, zal registratie daarvan plaatsvinden. Jaarlijks
                    wordt aan de fractievoorzitters een overzicht verstrekt van de omvang van het
                    gebruik van deze faciliteit.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 11</onderstreept></al><al>Niet mag worden uitgesloten, dat het in de (nabije) toekomst voor een goed
                    functioneren van de fracties nodig is om daar ook een financiële bijdrage voor
                    ter beschikking te stellen. In de verordening is vastgelegd, dat van jaar tot
                    jaar bij de behandeling van de begroting bekeken wordt:</al><lijst><li nr="a."><al> of het ontbreken van financiële ondersteuning afbreuk doet aan het goed
                            functioneren van de fracties;</al></li><li nr="b."><al> of een financiële bijdrage budgettair in te passen is.</al></li></lijst><al/><al>Gelet op de precaire financiële situatie van de gemeente wordt vooralsnog voor
                    het jaar 2003, buiten de in deze verordening genoemde facilaire ondersteuning,
                    afgezien van een financiële ondersteuning van de fracties.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 12</onderstreept></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><titel>BIJLAGE</titel></kop><al><vet>GEDRAGSREGELS M.B.T. INFORMATIEVRAGEN EX ART. 1 LID 1 VERORDENIG AMBTELIJKE
                        BIJSTAND 2002</vet></al><al/><al><vet>•</vet> Bij korte informatieve vragen dan wel verzoeken om afschrift van
                    dan wel inzage in stukken heeft het raadslid de keuze uit contact met de
                    griffier dan wel direct contact met de betrokken ambtenaar.</al><al><vet>•</vet> Korte informatieve vragen dan wel het verzoeken om afschrift van
                    bepaalde stukken worden bij voorkeur telefonisch dan wel via E-mail
                    gesteld.</al><al/><al><vet>•</vet> Indien een dergelijk verzoek niet telefonisch of via E-mail kan
                    worden afgedaan dan wel als een raadslid inzage wil hebben in bepaalde stukken,
                    wordt vooraf telefonisch contact opgenomen met de griffier of de behandelend
                    ambtenaar, teneinde af te spreken wanneer een bezoek gelegen komt.</al><al/><al><vet>•</vet> Artikel 1 lid 1 is uitdrukkelijk bedoeld voor informatieve vragen,
                    inzage in of afschriften van stukken. In principe moet er van uit worden gegaan,
                    dat dit verzoeken betreft die slechts een kort tijdsbeslag vergen van de
                    betrokken medewerker. Dit legt beperkingen op bij zowel de vragensteller als bij
                    de beantwoorder daarvan. Van beide zijden vergt dit de nodige discipline.</al><al/><al><vet>•</vet> Indien een verzoek als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de
                    Verordening meer dan 10 minuten vergt, wordt het beschouwd als bijstand op basis
                    van artikel 1 lid 3 van de verordening. De werkelijk bestede tijd wordt
                    geregistreerd en afgeboekt van het tegoed aan bijstandsuren van de betrokken
                    fractie.</al><al/><al>In juni 2003 een tussenevaluatie houden en in december een eindevaluatie over de
                    praktische werking van deze gedragsregels. Zonodig bijstelling van de afspraken
                    dan wel aanpassen van de verordening.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>