<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR299164_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gelet op artikel 213a van de Gemeentewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rond de Linde, 28-12-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Nuenen c.a.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">213a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-07-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>061214-085</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening gelet op artikel 213a van de Gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Nuenen ca.;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november
                        2006;</al><al/><al>gelet op artikel 213a van de Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende:</al><al/><al>Verordening voor periodiek onderzoek door het College naar de doelmatigheid
                        en doeltreffendheid van het door het College gevoerde bestuur, van de
                        gemeente Nuenen ca.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Doelmatigheid</al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke
                                effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van
                                middelen, of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat
                                wordt bereikt.</al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid</al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke
                                effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen van)
                            organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door de
                            gemeente. Iedere gemeentelijke organisatie-eenheid en gemeentelijke taak
                            wordt minimaal eens in de 8 jaar in zijn geheel aan een dergelijke toets
                            onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College toetst jaarlijks de doeltreffendheid van minimaal 2 (delen
                            van) programma's en van tenminste 1 paragraaf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College zendt ieder jaar uiterlijk voor 1 december een
                            onderzoeksplan naar de Raad van de in het erop volgende jaar te
                            verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><al>a) het object van onderzoek;</al><al>b) de reikwijdte van het onderzoek;</al><al>c) de onderzoeksmethode;</al><al>d) doorlooptijd van het onderzoek;</al><al>e) de wijze van uitvoering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de begroting
                            zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het College rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en
                        jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het College indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden ter kennisgeving aan de Raad aangeboden. Het College
                            neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                            maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding/intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de "Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Nuenen ca.",
                            vastgesteld door de Raad op 30 oktober 2003.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Nuenen ca.".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 14 december 2006.</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 2. Onderzoeksfrequentie</onderstreept></al><al>In artikel 2 wordt het College opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. De Raad eist een
                    minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het College.
                    Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid
                    en onderzoeken naar de doeltreffendheid.</al><al/><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering
                    van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten
                    eerste de gemeentelijke organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste
                    richten op de organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden wordt
                    onderzocht.</al><al/><al>Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op doelmatigheid worden
                    onderzocht, verplicht het artikel dat ieder onderdeel van de gemeente en elke
                    gemeentelijke taak minimaal eens in de acht jaar worden onderzocht.</al><al/><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                    programma's of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan
                    gehele begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kan het paragrafen
                    van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten. Ook deze onderzoeken
                    zouden in een tijdsduur van twee zittingsperiodes van de Raad alle programma's
                    en paragrafen moeten omvatten. Dit leidt tot een jaarlijkse doorlichting van 2
                    programma's en één paragraaf.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3. Onderzoeksplan</onderstreept></al><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het College. Vanzelfsprekend zal de Raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als hij dat nodig acht invloed uitte oefenen. Hierin voorziet het
                    onderzoeksplan.</al><al/><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken,
                    zij het uiteraard nog globaal. De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per
                    onderzoek uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt aangeboden aan de Raad, en de
                    Raad kan het ter bespreking agenderen, maar het wordt door het College
                    vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven wat in een onderzoeksplan
                    in ieder geval moet worden opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid
                    kunnen als volgt worden toegelicht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                            aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is.</al><al>Daarbij worden bij de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de
                            scheidslijnen aangegeven ten aanzien van de te onderzoeken procedures en
                            instrumenten. Bij de doeltreffendheidsonderzoeken worden duidelijk de
                            scheidslijnen met andere beleidsvelden aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                            organen (Raad, College), organisatie-eenheden en instellingen waarvoor
                            de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten
                            geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De
                            reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven
                            van het te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen,
                            organisatie-eenheden en instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet
                            van te voren duidelijk worden aangegeven. Aangegeven moet worden welk
                            tijdvak wordt onderzocht en welke organisatie-eenheden en niet
                            gemeentelijke instellingen bij het onderzoek worden betrokken.</al></li><li nr="c."><al>Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                            (benchmarking, enquête, enzovoorts).</al></li><li nr="d."><al>Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel onderverdeeld
                            in fasen.</al></li><li nr="e."><al>Onderzoeken kunnen in opdracht van het College worden uitgevoerd door
                            het ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van deskundigheid van
                            derden) of door derden. Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken
                            uitvoert zullen in de onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden
                            ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen
                            ter verbeteringen worden gegarandeerd. Dat betekent dat van het
                            onderzoek wel mag worden uitgevoerd door functionarissen die in hun
                            dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse en de
                            aanbevelingen tot verbetering echter moeten zoveel als mogelijk
                            onafhankelijk tot stand komen en uitgevoerd worden door functionarissen
                            die niet in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het
                            onderzoeksobject.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 4. Voortgang onderzoek</onderstreept></al><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met de inhoud van de programma's van
                    de begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens
                    te rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5. Rapportage en gevolgtrekking</onderstreept></al><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de Raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de Raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld.Systematische aandacht voor doelmatigheid en
                    doeltreffendheid impliceert ook het doel om te leren, om te denken over en te
                    streven naar verbetering, daarom is in deze verordening opgenomen dat evaluatie
                    en aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo
                    nodig door middel van een plan van verbetering het vervolgtraject moet worden
                    ingezet. De bedrijfsvoering is een zaak van het College. Het is dan ook het
                    College dat maatregelen moet nemen tot verbetering. Het College moet een plan
                    van verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van verbetering wordt uiteraard
                    ook ter kennisgeving aan de Raad gestuurd.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6. Inwerkingtreding</onderstreept></al><al>De thans voorliggende verordening ex artikel 213a van de Gemeentewet is een
                    wijziging op de gelijknamige verordening zoals de Raad deze destijds op 30
                    oktober 2003 heeft vastgesteld en die op 15 november 2003 in werking is
                    getreden.</al><al/><al>In deze gewijzigde verordening is de definitie van het begrip "doelmatigheid"
                    (artikel 1) aangepast en is opgenomen dat in het onderzoeksplan als bedoeld in
                    artikel 3 de budgetten worden aangegeven voor de uitvoering van de onderzoeken
                    naar doelmatigheid en doeltreffendheid (artikel 3, lid 3). De inwerkingtreding
                    is gelijk aan de inwerkingtreding van de eveneens gewijzigde verordeningen ex
                    artikel 212 en 213 van de Gemeentewet.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 7. Citeertitel</onderstreept></al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>