<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR298993_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Lokaal gezondheidsbeleid 2013-2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht, 2 juli 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Lokaal gezondheidsbeleid 2013-2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet publieke gezondheid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Lokaal gezondheidsbeleid 2013-2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsvergadering : 26 juni 2013</al><al>Agendanummer : 16</al><al>De raad van de gemeente Berkelland;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2013;</al><al>gezien het advies van de Welzijnsraad ingekomen 24 april 2013;</al><al>b e s l u i t : </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><lijst><li nr="I."><al>in te stemmen met de nota lokaal gezondheidsbeleid 2013 – 2016
                                "Voorkomen is beter dan genezen" en de daarin genoemde kaders;</al></li><li nr="II."><al>hiervoor structureel € 10.000,-- in de gemeentebegroting op te
                                nemen.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van </ondertekening><ondertekening>2 juli 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting raadsvoorstel </vet></al><al><vet>Raadsvergadering</vet>: 26 juni 2013 <vet>agendapunt : </vet>16</al><al><vet>Onderwerp : </vet>Vaststellen van het kader lokaal gezondheidsbeleid
                    2013-2016</al><al/><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al/><al/><al>Hierbij bieden wij u het kader lokaal gezondheidsbeleid 2013-2016 ter
                    besluitvorming aan. Wij hebben geprobeerd zoveel mogelijk te voldoen aan
                    veronderstelde wensen van de verschillende lezers. Het is een korte nota
                    geworden voor degenen die zich voor de behandeling hiervan willen beperken tot
                    de kern. Voor degenen die (op onderdelen) behoefte hebben aan nadere
                    achtergrondinformatie zijn een aantal bijlagen toegevoegd.</al><al>Dit beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeenten in de
                    regio Achterhoek en de GGD. </al><al/><al><onderstreept>Probleemstelling:</onderstreept></al><al>Er zijn grote groepen mensen die te weinig bewegen, nog steeds roken, veel
                    drinken en meer eten dan goed voor ze is. In combinatie met stress leidt een
                    ongezonde leefstijl tot suiker-, hart- en vaatziektes en/of overgewicht met
                    allerlei fysieke en psychische aandoeningen.</al><al>Gelet op onze (wettelijke) verantwoordelijkheid willen wij onze inwoners
                    aansporen tot een actieve en gezonde levensstijl. Dat willen we doen op basis
                    van een nog op te stellen (regionaal) uitvoeringsplan dat gebaseerd is op de
                    lokale beleidskaders, zoals die in de samenvatting van de nota zijn opgenomen. </al><al/><al><onderstreept>Hoe willen we onze doelstelling bereiken?</onderstreept></al><al>Korte interventies hebben een beperkt effect. Daarom willen we ook programma’s
                    van langere duur laten uitvoeren.</al><al>Uitgangspunten voor de <vet>interventies</vet> in het op te stellen
                    uitvoeringsprogramma zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>intersectoraal (binnen de zorg en tussen sectoren/organisaties);</al></li><li nr="-"><al>bewezen effectief;</al></li><li nr="-"><al>kostenprikkelend;</al></li><li nr="-"><al>gericht op de landelijke speerpunten;</al></li><li nr="-"><al>aansluitend bij initiatieven in de wijk/buurt/kern;</al></li><li nr="-"><al>aansluitend bij de doelgroep, met extra aandacht voor kwetsbare
                            mensen.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Financiering.</onderstreept></al><al>Voor de uitvoering van de vast te stellen interventies wordt zoveel mogelijk
                    gezocht naar financiering binnen bestaande budgetten. Om onze doelstelling te
                    bereiken gaan we ervan uit dat hiervoor extra middelen nodig zijn. Op dit moment
                    is nog niet te beoordelen hoeveel budget nodig is. We ramen de kosten vooralsnog
                    op € 10.000,00 per jaar. </al><al>Voor uitvoerige achtergrondinformatie verwijzen wij u naar de nota lokaal
                    gezondheidsbeleid “Voorkomen is beter dan genezen”.</al><al>Ook is het uitgebrachte advies van de Welzijnsraad bijgevoegd, waarbij een
                    aantal suggesties/aanbevelingen zijn gedaan. Wij zullen de mogelijkheden hiervan
                    onderzoeken en eventueel opnemen in het uitvoeringsplan.</al><al/><al/><al/><al/><al><vet>Voorkomen is beter dan genezen</vet></al><al/><al/><al>Preventief werken aan gezondheid via:</al><lijst><li nr="-"><al>de leefstijl</al></li><li nr="-"><al>de sociale en fysieke leefomgeving</al></li><li nr="-"><al>de beschikbaarheid van gezondheidszorgvoorzieningen</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Inhoudsopgave</vet> (leeswijzer)</al><al>Inleiding</al><al>Samenvatting</al><al>Kaders</al><al>Doelstelling gezondheidsbeleid</al><al>Gezondheid gerelateerde beleidsontwikkelingen</al><al>Denkrichting voor uitvoeringsprogramma</al><al/><al> FINANCIEN</al><al>Bijlage 1: Definities van volksgezondheid en preventie</al><al>Bijlage 2: Gezondheid van cijfers naar programmapunten</al><al>Bijlage 3: Gezondheidsbeleid en andere beleidsterreinen</al><al>Bijlage 4: Uitvoering gezondheidsbeleid 2009 - 2012</al><al/><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Op grond van de Wet publieke gezondheid is de gemeenteraad verplicht eens per 4
                    jaren een lokaal gezondheidsbeleidsplan vast te stellen. Hierin moet worden
                    opgenomen wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke acties hiervoor
                    worden ondernomen ter realisering van de doelen. Vooral dient hierbij gedacht te
                    worden aan de werkterrreinen jeugdgezondheidszorg, ouderengezondheidszorg en
                    algemene infectieziektebestrijding.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders moet de totstandkoming en de
                    continuiteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg bevorderen.
                    Ook bevordert het college de afstemming met de curatieve gezondheidszorg en de
                    geneeskundige hulpverlening.</al><al>Onze <cursief>doelstelling/taak </cursief>is op een integrale manier de
                    gezondheid van onze inwoners te beschermen en te bevorderen.Dit willen we onder
                    andere doen door mensen aan te sporen tot een actieve en gezonde levensstijl.
                    Dit is belangrijk voor maatschappelijke participatie, sociale activering en
                    samenhang en bevordering van welzijn. Wij willen dit zoveel mogelijk vanuit een
                    wijk, kerngerichte benadering. Uitgangspunt is de eigen kracht en
                    verantwoordelijkheid van de inwoners. Op langere termijn verwachten wij hierbij
                    een kostenbesparing op zorg te kunnen bereiken.</al><al>De Achterhoek is een regio met samenhang, een eigen identiteit en veel
                    onderlinge betrokkenheid. Dat zijn goede ingrediënten om de komende jaren, zo
                    nodig samen te blijven investeren in een gezondere leefstijl voor alle inwoners
                    met extra aandacht voor de kwetsbare groepen in combinatie met de toepassing van
                    bewezen effectieve leefstijlinterventies. Dit beleidsplan is dan ook tot stand
                    gekomen in samenwerking met de gemeenten in de regio Achterhoek en de GGD. Het
                    nog op te stellen uitvoeringsplan wordt gebaseerd op de lokale beleidskaders en
                    de regionale overeenkomsten. De uitvoering vindt zoveel mogelijk lokaal, kern-
                    en wijkgericht plaats. </al><al>De adviezen van onafhankelijke (nationale) adviesorganen geven aan dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de kosten van ons zorgstelsel uit de hand lopen door vooral ook de
                            vergrijzing;</al></li><li nr="-"><al>de sociaal economische gezondheidsverschillen, dat zijn de tweedeling
                            tussen gezonde en ongezonde mensen en de kloof tussen rijk en arm, nog
                            steeds groeien;</al></li><li nr="-"><al>de landelijke aanpak moet verschuiven van “zorg en ziekte” naar werken
                            aan “gezondheid en gedrag”(van zz naar gg), met een hoofdrol voor
                            preventie en gerichte leefstijlinterventies;</al></li><li nr="-"><al>gezondheidszorg een gezamenlijke taak is van “preventie”, “verzorging en
                            ondersteuning” en “geneeskundige behandeling”. De onderlinge samenhang
                            vergt samenwerking en regie. </al></li></lijst><al>De bronnen voor dit opgestelde beleidsplan zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>de speerpunten uit de landelijke preventienota “Gezondheid dichterbij”
                            (mei 2011);</al></li><li nr="-"><al>het sociaal profiel van de provincie Gelderland dat in juni 2012 is
                            vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>de nationale en regionale Toekomst Verkenning Volksgezondheid 2010
                            (VtV);</al></li><li nr="-"><al>de vierjaarlijkse GGD monitor en de adviezen van de Raad voor
                            volksgezondheid en zorg (RVZ).</al><al/></li></lijst><al><cursief>Procedure</cursief></al><al>Het beleidsplan Volksgezondheid wordt als beleidskader in de colleges van de
                    acht gemeenten van de regio Achterhoek besproken en ter besluitvorming
                    voorgelegd aan de gemeenteraden. Dit zal op verschillende tijdstippen
                    gebeuren.</al><al>Na de vaststelling van dit beleidskader wordt een (regionaal) uitvoeringsplan
                    opgesteld voor de projecten die gezamenlijk door acht of een deel daarvan worden
                    opgepakt, waarbij nader wordt bepaald welke initiatieven mogelijk alleen op
                    lokale schaal worden opgepakt. Het uitvoeringsprogramma wordt door het college
                    vastgesteld. Daarin worden de inhoudelijke onderwerpen apart uitgewerkt.
                    Regionale projecten hebben een schaalvoordeel. Er wordt aansluiting gezocht bij
                    Achterhoek 2020. Bij de verdere uitwerking heeft elke gemeente dus ruimte voor
                    een lokale invulling.</al><al/><al/><al><vet>SAMENVATTING</vet></al><al>Er zijn grote groepen mensen die te weinig bewegen, nog steeds roken, veel
                    drinken en meer eten dan goed voor ze is. In combinatie met stress leidt een
                    ongezonde leefstijl tot suiker-, hart- en vaatziektes en/of overgewicht met
                    allerlei fysieke en psychische aandoeningen.</al><al><cursief> Preventie van vermijdbare ziekten</cursief></al><al>De Wet publieke gezondheid (Wpg) stelt gemeenten (mede)verantwoordelijk voor de
                    preventie van de gezondheid, inclusief de zogeheten “welvaartziektes”. Iedereen
                    weet dat voorkomen beter is dan genezen. De welvaartsziektes:</al><lijst><li nr="-"><al>zijn het gevolg van de moderne, en steeds vaker kant en klare, voeding
                            met een forse toename aan vetten, zouten en suikers.</al></li><li nr="-"><al>worden versterkt door het gebrek aan beweging in ons doen en laten (auto
                            en digitalisering).</al></li><li nr="-"><al>zijn chronisch en drukken een zwaar stempel op de rest van je
                            leven.</al></li><li nr="-"><al>zijn (en dat is het goede nieuws…) vermijdbaar, maar dat kost mensen
                            moeite en kwetsbare groepen worden het snelst getroffen.</al></li></lijst><al><cursief>Gedragsverandering</cursief></al><al>Voor preventie is een ander gedrag nodig. Iedereen vindt zijn eigen gezondheid
                    belangrijk en is daar zelf verantwoordelijk voor. Toch neemt de omvang van de
                    moderne ziektes toe. Het is moeilijk om gezond te leven. Verkeerde voeding ligt
                    overal voor het grijpen. Gasgeven (autorijden) gaat mensen makkelijker af dan
                    stappen (wandelen) of trappen(fietsen).</al><al><cursief>Samenwerking</cursief></al><al>Preventie vergt een intersectorale aanpak, met een gezamenlijke inzet van
                    beschikbare budgetten/ financieringsbronnen. De gemeente is het overheidsorgaan,
                    dat de regie voert. Voor een doelmatige bescherming en bevordering van de
                    gezondheid moeten de vele instellingen, instanties en organisaties duurzaam gaan
                    samenwerken. Deze partners dienen hun eigen belangen ondergeschikt te maken aan
                    dit algemene belang. </al><al><cursief>Rol GGD</cursief></al><al>De GGD is voor de uitvoering van het gezondheidsbeleid de wettelijk aangewezen
                    instantie. Zij werken op regionale schaal voor, namens en in opdracht van de
                    gemeenten. De GGD krijgt haar geld via de gemeenten. We hebben de lijn ingezet
                    dat de GGD geen uitvoeringsorganisatie moet zijn, maar een adviserende en
                    ondersteunende.</al><al/><al><vet>KADERS</vet></al><al>Randvoorwaarden en uitgangspunten zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>Mensen zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid
                            en krijgen waar dat nodig is ondersteuning van de gemeente om die eigen
                            verantwoordelijkheid te kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>De uitvoering van de ondersteuning moet zoveel mogelijk aansluiten bij
                            de wijk- en kerngerichte aanpak en bij de 3 transities.</al></li><li nr="3."><al>Wij sluiten hierbij aan bij de door de raad vastgestelde Visienota
                            transities Sociaal Domein.</al></li><li nr="4."><al>De regie voor het ontwikkelen en uitvoeren van een lokaal
                            gezondheidsbeleid ligt bij de gemeente.</al></li></lijst><al><cursief>Dit is van belang voor de verbinding van de Volksgezondheid met de
                        andere beleidsterreinen (Wmo, jeugd, onderwijs, sport, arbeid, verkeer,
                        milieu, ruimtelijke ordening, openbare orde en veiligheid,
                        rampenbestrijding).</cursief></al><lijst><li nr="5."><al>Het beleid is gericht op de hele bevolking, met als doelgroepen: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>De verschillende leeftijdscategorieën;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>Inwoners met een relatief lage sociaal economische
                                        status;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>laaggeletterden;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>uitkeringsgerechtigden en</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>ouderen (voor het eerst nu expliciet in de Wpg art.
                                        5a).</cursief></al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Interventies richten zich op drie gezondheidsfactoren:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>leefstijl</vet>, met als speerpunten: overgewicht,
                                    diabetes, depressie, roken en schadelijk alcoholgebruik. Naast
                                    deze landelijke onderwerpen is seksuele gezondheid (van vooral
                                    jeugd en risicogroepen) een aanvulling.</al></li><li nr="b."><al><vet>fysieke en sociale</vet><cursief> (en virtuele)
                                        </cursief><vet>omgeving</vet>, moet minimaal voldoen aan de
                                    wettelijke normen voor de verschillende milieuonderdelen en
                                    bevordert, waar mogelijk,daarmee een duurzaam leefmilieu van de
                                    volksgezondheid .</al></li><li nr="c."><al><vet>beschikbaarheid van gezondheidszorgvoorzieningen</vet>,
                                    waarbij de gemeente het aanbod stimuleert op de volgende
                                    onderdelen:</al><lijst><li nr="o"><al>de aanwezigheid van 1<sup>e</sup> en 2<sup>e</sup>
                                            lijnszorgvoorzieningen voor zijn inwoners;</al></li><li nr="o"><al>de doorverwijzing van de 1<sup>e</sup> lijn naar de
                                            0<sup>e</sup> lijn (gemeentelijke sport en
                                            welzijnsvoorzieningen)</al></li><li nr="o"><al>samenwerking in de zorgketen.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="7."><al>Over de hele preventieketen is de GGD adviseur volksgezondheid voor de
                            gemeente. Dit vraagt:</al><lijst><li nr="o"><al>enerzijds regie door de gemeente (met ook stuurkracht) over de
                                    GGD. </al></li><li nr="o"><al>en anderzijds een sterke adviesfunctie van de GGD onder andere
                                    op het terrein van verstrekking van epidemiologische gegevens.
                                </al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Voor de effectieve ketengerichte aanpak wordt de samenwerking met
                            Caransscoop (de Regionale Ondersteuningsstructuur van de 1<sup>e</sup>
                            lijnszorg), de 1<sup>e</sup> lijn zelf en de zorgverzekeraar(s)
                            verstevigd en vergroot. </al></li><li nr="9."><al>Gemeenten geven als werkgever zelf het goede voorbeeld door intern de
                            gezondheid van bijvoorbeeld hun medewerkers te stimuleren en te
                            bevorderen. Zij draagt dit ook uit richting het bedrijfsleven.</al><al/></li></lijst><al><vet>Doelstellingen gezondheidsbeleid</vet></al><al>Gezonde mensen leven beter en als geheel met elkaar in een gezonde samenleving
                    met betaalbare zorg. De inzet van ons college is gericht op het voorkomen van
                    ziekten via:</al><lijst><li nr="-"><al>gezondheidsbescherming en –bevordering;</al></li><li nr="-"><al>ziektepreventie voor alle inwoners; </al></li><li nr="-"><al>specifieke aandacht voor kwetsbare groepen en “hun” knelpunten om daar
                            winst te boeken; </al></li><li nr="-"><al>het beperken van een tweedeling in de gezondheidszorg.</al></li></lijst><al>Van alle overheden staat de gemeente het dichtst bij de burger. Gemeenten hebben
                    samen goed zicht op de maatschappelijke problemen en ontwikkelingen. Bestuurlijk
                    (Rijk/ provincies/ gemeenten) gezien, is de gemeente dan ook het juiste niveau
                    voor de regie en aansturing van de publieke gezondheid. Op het niveau van de
                    leefgemeenschappen zijn verbindingen te maken tussen verschillende factoren die
                    van invloed zijn op gezondheid en de partijen en partners die daarbij een rol
                    spelen. </al><al>Wat betreft de meetbaarheid van de doelstellingen is er landelijk nog steeds
                    onderzoek naar de vraag of, en in hoeverre, de doelstellingen op het gebied van
                    volksgezondheid meetbaar gemaakt kunnen worden. Daar blijken aardig wat haken en
                    ogen aan te zitten. Het beoogde effect van een betere gezondheid is:</al><lijst><li nr="-"><al>meer kwaliteit van leven;</al></li><li nr="-"><al>meer kans op meedoen in de samenleving;</al></li><li nr="-"><al>minder kans op armoedeval en</al></li><li nr="-"><al>minder zorg en Wmo kosten </al></li></lijst><al>De maatschappij wordt nu geconfronteerd met de (financiële) gevolgen van het
                    minder gezonde leven uit het verleden. De overheveling van verantwoordelijkheden
                    uit de Algemene wet bijzondere ziektekosten(Awbz) naar de Wet maatschappelijke
                    ondersteuning (Wmo) en de transitie van de jeugdzorg en de participatiewet maken
                    het belang van gezondheidspreventie groter. Nu investeren in de preventie zal
                    zich op lange termijn terugverdienen in de eigen gemeentelijke portemonnee.</al><al>Dit plan heeft als doel de richting te geven voor de kortere en mogelijk langere
                    termijn. Kortdurende gedragsinterventies hebben echter weinig effect: het
                    bereiken van het effect op de volksgezondheid via een fundamentele
                    gedragsverandering is een kwestie van lange adem. In het uitvoeringsprogramma,
                    wat volgt op vaststelling van dit plan, gaat het om de concrete invulling van de
                    korte termijn interventies en hoe de resultaten gemeten (kunnen) worden. Een
                    resultaat voor de korte termijn kan bijvoorbeeld zijn een stijging van het
                    percentage mensen (jeugd, 55+) dat sport en beweegt.</al><al/><al><vet>Gezondheid gerelateerde beleidsontwikkelingen</vet></al><al>Deze nota is gebaseerd op de laatste ontwikkelingen in de volksgezondheid op
                    landelijk, provinciaal en regionaal niveau. In het kader hieronder een korte
                    schets (zie de bijlagen voor meer informatie):</al><al><cursief>Kinderen, jongeren, mensen met een sociaal lagere status en
                        laaggeletterden zijn vatbaar voor het ontwikkelen van welvaartsziekten.
                        Kinderen en jongeren staan bloot aan veel verleidingen ten aanzien van eten,
                        roken en alcohol en reageren daar nog impulsief op. Door groepsdruk, de
                        marketing van dit soort producten en de verslavende werking van sommige
                        artikelen zijn zij niet altijd in staat om de effecten van ongezond gedrag
                        voor later te overzien. Beschadiging van het jonge brein ligt op de
                        loer.</cursief></al><al><cursief>In een lagere sociaal economische klasse valt dit samen met een aantal
                        ongunstige factoren waardoor die groep een kortere levensverwachting heeft
                        dan mensen uit een hogere economische klasse. Het leven in een minder
                        gunstige sociale context maakt dat de mensen daar moeilijker bereikt kunnen
                        worden en de informatie mindereigen maken. Mensen met een sociaaleconomische
                        lagere status gedragen zich relatief vaker ongezond, omdat het korte
                        termijngenot het wint van de gezondheidswinst later. Daarbij komt nog het
                        feit dat ongezond voedsel vaak goedkoper is dan gezond
                    voedsel.</cursief></al><al><cursief>(Bron: RVZ, achtergrondstudie “welvaartsziektes: andere ziekten, andere
                        aanpak” dec. 2011 pag. 13). </cursief></al><al>Vanaf 2007 is het landelijk beleid gericht op: overgewicht, diabetes, depressie,
                    roken en schadelijk alcoholgebruik. De landelijke preventienota “Gezondheid
                    Dichterbij” van 2011 legt de nadruk meer dan voorheen op eigen kracht en eigen
                    verantwoordelijkheid voor de gezondheid, met “bewegen” en “jeugd” als thema’s.
                    Dit kwam terug in de landelijke beleidsbrief sport uit 2011. “Gezondheid
                    Dichterbij” onderstreept dat gemeenten het eerst aan zet zijn als het gaat om
                    preventie. Gemeenten worden geacht meer te kunnen doen met minder middelen.</al><al><cursief>Terugtrekking Rijk</cursief></al><al>De nadruk op de eigen verantwoordelijkheid en de nieuwe rol van de lokale
                    overheid heeft inmiddels geleid tot het stopzetten van landelijke
                    leefstijlcampagnes zoals “stoppen-met-roken”. Bezuinigingen zijn doorgevoerd op
                    kennisinstituten en onderzoeksinstellingen. In vergelijking met
                    medicijnontwikkeling is relatief weinig geïnvesteerd in bewezen effectieve
                    preventieve programma’s. Preventieve producten zijn geweerd uit het basispakket
                    van de zorgverzekeraars; er waren bijvoorbeeld al verregaande afspraken over de
                    opname van de Beweegkuur in de polis. Specialisten hebben gewaarschuwd dat het
                    stopzetten van voorlichtingsprogramma’s een risico voor terugval heeft. De Raad
                    voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) heeft het over een tekortkoming in het
                    zorgverzekeringsstelsel als dat gericht is op zorg (hoge kosten) en niet op
                    gezondheid (lage kosten) met preventie dus. De
                    Volksgezondheidstoekomstverkenning 2010 (VTV) meldt niet voor niets dat
                    gemeentelijke gezondheidsbevordering op deze manier naar verwachting geen
                    substantiële bijdrage zal leveren aan de vermindering van deze
                    volksgezondheidsproblemen. Het advies van de VTV is:</al><lijst><li nr="I."><al>het verder verspreiden van <cursief>effectief gebleken</cursief>
                            preventieprojecten in gemeenten en</al></li><li nr="II."><al>het beter op elkaar <cursief>afstemmen van preventie en
                                behandeling</cursief>. </al><al/></li></lijst><al><vet>Denkrichting voor uitvoeringsprogramma</vet></al><al>Korte interventies hebben een beperkt effect. Het beleid zal ook moeten leiden
                    tot programma’s van langere duur met een breed politiek draagvlak, voldoende
                    (financiële) middelen en (zorg) partijen, die de interventie duurzaam
                    uitvoeren.</al><al>Uitgangspunten voor de <vet>interventies</vet> in het op te stellen
                    uitvoeringsprogramma:</al><lijst><li nr="-"><al>intersectoraal (binnen de zorg en tussen sectoren/organisaties);</al></li><li nr="-"><al>bewezen effectief;</al></li><li nr="-"><al>kostenprikkelend;</al></li><li nr="-"><al>gericht op de landelijke speerpunten;</al></li><li nr="-"><al>aansluitend bij initiatieven in de wijk/buurt/kern;</al></li><li nr="-"><al>aansluitend bij de doelgroep, met extra aandacht voor kwetsbare
                            mensen.</al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>Regie</cursief></vet></al><al>De GGD ontvangt haar geld via de gemeenten. Dit maakt dat de gemeenten samen de
                    regie kunnen voeren. De ruimte voor het voeren van regie in een beleidsterrein
                    met zo veel partners, partijen, instellingen, mede overheden, instituten, raden
                    en adviesorganen is beperkt.</al><al>Wij hebben de lijn ingezet dat de GGD geen uitvoeringsorganisatie moet zijn maar
                    een adviserende en ondersteunende.</al><al>De geldstroom van het Rijk wordt eerder minder dan meer. Omdat de gemeenten zelf
                    weinig geld hebben, is het zaak samen te zoeken naar slimme verbindingen. Dit
                    kan enerzijds door samenwerking in de regio en anderzijds door integrale lokale
                    samenwerking met bundeling van middelen, daar waar dit kan. De GGD zal ook haar
                    bijdrage moeten blijven leveren om middelen zo efficiënt en effectief mogelijk
                    in te zetten. Nieuwe projecten vragen om een monitoring en evaluatie.</al><al>Voor de gewenste regie is nader onderzoek nodig over de volgende vragen:</al><lijst><li nr="-"><al>hoe kan de GGD vanuit de gemeente(n) optimaal worden aangestuurd?</al></li><li nr="-"><al>hoe om te gaan met de dubbele rol van gemeenten als opdrachtgever en
                            opdrachtnemer?</al></li><li nr="-"><al>welke rol krijgen de portefeuillehouders volksgezondheid en hun
                            ambtelijke vooroverleg in de diverse transitieprocessen binnen de
                            Achterhoek?</al></li><li nr="-"><al>waar ligt de link tussen lokaal gezondheidsbeleid en het Wmo-beleid en
                            hoe komt die in beeld?</al></li><li nr="-"><al>welke gezondheidsgegevens wil de gemeente?, en hoe?
                                <cursief>(geografisch georiënteerd aanleveren via bijvoorbeeld
                                buurt/wijkscans / gezondheidsmonitors GGD / registraties Wmo /
                                registraties zorgverzekeraar / gezondheidsgegevens 1<sup>e</sup>
                                lijn/ ziekenhuizen etc)</cursief>.</al></li></lijst><al>Voor de uitvoering van de eigen taken en de verbinding naar de andere
                    beleidsterreinen zijn ook een aantal acties nodig: </al><lijst><li nr="-"><al>gebruik blijven maken van mogelijkheden van combinatiefunctionarissen
                            en/of buurtsportcoaches;</al></li><li nr="-"><al>de integrale Jeugdgezondheidszorg afstemmen met het CJG en de transitie
                            Jeugdzorg;</al></li><li nr="-"><al>Stimuleren van de ketenzorg: core-care-cure.( bescherming,zorg en
                            genezing) Intern betekent dit aansluiten bij de Wmo (beleid en
                            uitvoering) ,Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Extern de
                            zorgverzekeraars betrekken bij preventie (voor zover die dat toestaan)
                            en werken aan versterken van de eerstelijnszorg. </al></li><li nr="-"><al>Mogelijke actiepunten genoemd in de bijlage voor het
                            uitvoeringsporogramma.</al><al/></li></lijst><al><vet>FINANCIEN</vet></al><al>Tot op heden worden de activiteiten op het terrein van volksgezondheid
                    gefinancierd binnen bestaande budgetten en de reguliere taken die diverse
                    organisaties al in hun aanbod hebben, zoals bijvoorbeeld de GGD en Yunio. Ook
                    wordt deelname van jeugd aan sportactiviteiten gestimuleerd door het
                    subsidieëren op basis van het aantal jeugdleden. Daarnaast vindt
                    sportstimulering plaats door het organiseren van activiteiten door de Sport
                    Federatie Berkelland.</al><al>Voorkomen is beter dan genezen. Wij hechten dus aan het grote belang van
                    preventie. Op de eerste plaats natuurlijk in het gezondheids belang van onze
                    inwoners. Daarnaast gaan wij ervan uit dat ons dit ook financieel voordeel
                    oplevert. Door de drie decentralisaties worden wij immers steeds meer financieel
                    verantwoordelijk voor de kosten van (gezondheids) zorg.</al><al>Wij willen daarom voor de uitvoering van het nog op te stellen
                    uitvoeringsprogramma structureel € 10.000,00 beschikbaar stellen.</al><al/><al/><al><vet>Bijlage 1:</vet></al><al><vet>Definities van volksgezondheid en preventie</vet></al><al><vet><cursief>Volksgezondheid</cursief></vet></al><al>Volgens de World Health Organisation (WHO) is gezondheid een optelsom van het
                    sociaal, psychisch en lichamelijk welbevinden van de mens. De vier maatgevende
                    determinanten (factoren) zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>erfelijke en biologische factoren,</al></li><li nr="2."><al>leefstijl,</al></li><li nr="3."><al>sociale en fysieke omgeving en</al></li><li nr="4."><al>de beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorgvoorzieningen.</al></li></lijst><al>Gemeenten hebben geen invloed of rol op de eerste factor. Dit beleidskader is
                    gericht op de overige drie, waarbij het concreet gaat om zaken als wonen,
                    milieu, veiligheid, inkomen, onderwijs, arbeid, recreatie, welzijn en sociale
                    contacten.</al><al>De gezondheid van een mens is voor een groot deel het gevolg van zijn gedrag
                    (leefstijl), waar hij zelf verantwoordelijk voor is. De leefstijl wordt voor een
                    groot deel bepaald door zijn omgeving.</al><al>De sociale omgeving heeft invloed op de groepsnormen en -waarden.</al><al>De sociaal economische positie heeft invloed op de bereikbaarheid en het eten
                    van gezond en gevarieerd voedsel. Op dit vlak is de consumptie van kant-en-klaar
                    producten vaak ongezond door het hoge gehalte aan vetten, zout en suikers. De
                    fysieke omgeving bepaalt de mogelijkheden die er zijn voor gezond of ongezond
                    leven: “hoe dichtbij is de snackbar?”.</al><al>Naast deze sociale en fysieke omgeving krijgt ook de
                        <onderstreept>virtuele</onderstreept> omgeving invloed, via het internet.
                    Deze zorgt er ook voor dat het zittende leven wordt versterkt en in enkele
                    gevallen dat mensen (jongeren) het onderscheid tussen fictie en werkelijkheid
                    slechter onderscheiden. </al><al><vet><cursief>Preventie</cursief></vet></al><al>De definitie van preventie is herzien. De klassieke indeling in primaire,
                    secundaire en tertiaire preventie gaf problemen bij de begrenzing van de
                    verzekerde preventie binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw). In navolging van het
                    College voor Zorgverzekerden (CVZ) geldt nu ook voor dit beleidsplan de
                    vierdeling in universele, selectieve, geïndiceerde en zorg gerelateerde
                    preventie (zie kader).</al><al><cursief>De klassieke definiëring van preventie:</cursief></al><lijst><li nr="o"><al><cursief>Primaire preventie is het voorkomen van ziekten en bevordering
                                gezondheid;</cursief></al></li><li nr="o"><al><cursief>Secundaire preventie is vroegtijdige signalering van
                                ziekten;</cursief></al></li><li nr="o"><al><cursief>Tertiaire preventie is tekorten in de gezondheidstoestand
                                tegemoet komen, zelfredzaamheid verhogen, kwaliteit van leven
                                verbeteren.</cursief></al></li></lijst><al>De nieuwe definities van het CVZ:</al><lijst><li nr="o"><al><vet>Universele preventie</vet> is gericht op de hele bevolking om het
                            ontstaan van ziekte of risicofactoren te voorkomen of te
                            verminderen;</al></li><li nr="o"><al><vet>Selectieve preventie</vet> richt zich (ongevraagd) op (hoge)
                            risicogroepen in de bevolking en bevordert de gezondheid met behulp van
                            specifieke preventieprogramma's. Het opsporen en toe leiden naar de zorg
                            is onderdeel van een dergelijk programma; </al></li><li nr="o"><al><vet>Geïndiceerde preventie</vet> richt zich op individuen die veelal
                            nog geen gediagnosticeerde ziekte hebben, maar wel risicofactoren of
                            symptomen. Geïndiceerde preventie heeft tot doel het ontstaan van ziekte
                            of verdere gezondheidsschade te voorkomen door een
                            interventie/behandeling.</al></li><li nr="o"><al><vet>Zorg gerelateerde preventie</vet> is gericht op individuen met een
                            ziekte op meerdere gezondheidsproblemen. Deze preventie heeft tot doel
                            het individu te ondersteunen bij zelfredzaamheid, ziektelast te
                            reduceren en 'erger' te voorkomen.</al></li><li nr="o"><al>Hieronder deze vier in één plaatje:</al></li></lijst><al>Er is ruimte voor samenwerking tussen gemeente/GGD en zorgverzekeraar daar waar
                    selectieve preventie en geïndiceerde preventie elkaar raken.</al><table><tgroup cols="12"><colspec colname="col1" colwidth="15*"/><colspec colname="col2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colwidth="7*"/><colspec colname="col5" colwidth="8*"/><colspec colname="col6" colwidth="8*"/><colspec colname="col7" colwidth="8*"/><colspec colname="col8" colwidth="7*"/><colspec colname="col9" colwidth="9*"/><colspec colname="col10" colwidth="9*"/><colspec colname="col11" colwidth="9*"/><colspec colname="col12" colwidth="8*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Gezondheid</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Chronische ziekten</al></entry><entry colname="col2"><al>Leeftijds</al><al>groep</al></entry><entry colname="col3"><al>Aalten</al></entry><entry colname="col4"><al>Berkelland</al></entry><entry colname="col5"><al>Bronckhorst</al></entry><entry colname="col6"><al>Doetinchem</al></entry><entry colname="col7"><al>Montferland</al></entry><entry colname="col8"><al>Oost Gelre</al></entry><entry colname="col9"><al>O.IJsselstreek</al></entry><entry colname="col10"><al>Winterswijk</al></entry><entry colname="col11"><al>Achterhoek</al></entry><entry colname="col12"><al>Bron en jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Diabetes Mellitus (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>65+</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry><entry colname="col4"><al>14</al></entry><entry colname="col5"><al>16</al></entry><entry colname="col6"><al>19</al></entry><entry colname="col7"><al>21</al></entry><entry colname="col8"><al>17</al></entry><entry colname="col9"><al>13</al></entry><entry colname="col10"><al>14</al></entry><entry colname="col11"><al>16</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hartinfarct (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>65+</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>3</al></entry><entry colname="col5"><al>7</al></entry><entry colname="col6"><al>6</al></entry><entry colname="col7"><al>6</al></entry><entry colname="col8"><al>8</al></entry><entry colname="col9"><al>5</al></entry><entry colname="col10"><al>4</al></entry><entry colname="col11"><al>5</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gewrichtsslijtage (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>65+</al></entry><entry colname="col3"><al>42</al></entry><entry colname="col4"><al>31</al></entry><entry colname="col5"><al>35</al></entry><entry colname="col6"><al>36</al></entry><entry colname="col7"><al>39</al></entry><entry colname="col8"><al>37</al></entry><entry colname="col9"><al>35</al></entry><entry colname="col10"><al>33</al></entry><entry colname="col11"><al>36</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dementie prevalentie in 2011 (aantal)</al></entry><entry colname="col2"><al>hele bevolking</al></entry><entry colname="col3"><al>444</al></entry><entry colname="col4"><al>745</al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>706</cursief></al></entry><entry colname="col6"><al>887</al></entry><entry colname="col7"><al>529</al></entry><entry colname="col8"><al>458</al></entry><entry colname="col9"><al>595</al></entry><entry colname="col10"><al>526</al></entry><entry colname="col11" morerows="3"><al>niet beschikbaar</al></entry><entry colname="col12"><al>TNO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dementie verblijf in 2011 (aantal)</al></entry><entry colname="col2"><al>hele bevolking</al></entry><entry colname="col3"><al>133</al></entry><entry colname="col4"><al>223</al></entry><entry colname="col5"><al>212</al></entry><entry colname="col6"><al>266</al></entry><entry colname="col7"><al>159</al></entry><entry colname="col8"><al>138</al></entry><entry colname="col9"><al>179</al></entry><entry colname="col10"><al>158</al></entry><entry colname="col12"><al>TNO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dementie verwachte prevalentie in 2030 (aantal)</al></entry><entry colname="col2"><al>hele bevolking</al></entry><entry colname="col3"><al>778</al></entry><entry colname="col4"><al>1243</al></entry><entry colname="col5"><al>1159</al></entry><entry colname="col6"><al>1644</al></entry><entry colname="col7"><al>1063</al></entry><entry colname="col8"><al>876</al></entry><entry colname="col9"><al>969</al></entry><entry colname="col10"><al>708</al></entry><entry colname="col12"><al>TNO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dementie verwachte verblijf in 2030 (aantal)</al></entry><entry colname="col2"><al>hele bevolking</al></entry><entry colname="col3"><al>233</al></entry><entry colname="col4"><al>373</al></entry><entry colname="col5"><al>348</al></entry><entry colname="col6"><al>493</al></entry><entry colname="col7"><al>319</al></entry><entry colname="col8"><al>263</al></entry><entry colname="col9"><al>291</al></entry><entry colname="col10"><al>212</al></entry><entry colname="col12"><al>TNO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Valongevallen in de afgelopen 3 maanden (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>65+</al></entry><entry colname="col3"><al>19</al></entry><entry colname="col4"><al>14</al></entry><entry colname="col5"><al>14</al></entry><entry colname="col6"><al>15</al></entry><entry colname="col7"><al>15</al></entry><entry colname="col8"><al>19</al></entry><entry colname="col9"><al>13</al></entry><entry colname="col10"><al>16</al></entry><entry colname="col11"><al>15</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOA</al></entry><entry colname="col2"><al>hele bevolking</al></entry><entry colname="col3" nameend="col11" namest="col3"><al>Toename SOA (Chlamydia, Gonorroe en Syfilis) in 2011 t.o.v.
                                        2010 in de regio Gelre-IJssel* </al></entry><entry colname="col12"><al>SOA, 2011</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>BIJLAGE 2: Gezondheid van cijfers naar programmapunten</vet></al><table><tgroup cols="12"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="10*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="8*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="9*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="9*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="9*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="8*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="10*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="8*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="8*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="4*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al><vet>Kwaliteit van leven </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ervaren gezondheid</al></entry><entry colname="col2"><al>Leeftijdsgroep</al></entry><entry colname="col3"><al>Aalten</al></entry><entry colname="col4"><al>Berkelland</al></entry><entry colname="col5"><al>Bronckhorst</al></entry><entry colname="col6"><al>Doetinchem</al></entry><entry colname="col7"><al>Montferland</al></entry><entry colname="col8"><al>Oost Gelre</al></entry><entry colname="col9"><al>O.IJsselstreek</al></entry><entry colname="col10"><al>Winterswijk</al></entry><entry colname="col11"><al>Achterhoek</al></entry><entry colname="col12"><al>Bron en jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Goed ervaren gezondheid (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 en 4</al></entry><entry colname="col3"><al>97</al></entry><entry colname="col4"><al>97</al></entry><entry colname="col5"><al>98</al></entry><entry colname="col6"><al>97</al></entry><entry colname="col7"><al>98</al></entry><entry colname="col8"><al>97</al></entry><entry colname="col9"><al>98</al></entry><entry colname="col10"><al>98</al></entry><entry colname="col11"><al>98</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>90</al></entry><entry colname="col4"><al>87</al></entry><entry colname="col5"><al>89</al></entry><entry colname="col6"><al>89</al></entry><entry colname="col7"><al>87</al></entry><entry colname="col8"><al>89</al></entry><entry colname="col9"><al>88</al></entry><entry colname="col10"><al>88</al></entry><entry colname="col11"><al>89</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>65+</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry><entry colname="col4"><al>78</al></entry><entry colname="col5"><al>74</al></entry><entry colname="col6"><al>65</al></entry><entry colname="col7"><al>63</al></entry><entry colname="col8"><al>70</al></entry><entry colname="col9"><al>73</al></entry><entry colname="col10"><al>76</al></entry><entry colname="col11"><al>71</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Psychische gezondheid (MHI-5)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Psychisch ongezond (% met zorgelijke score </al><al>op vragen naar psychisch welbevinden)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al>10</al></entry><entry colname="col7"><al>12</al></entry><entry colname="col8"><al>9</al></entry><entry colname="col9"><al>11</al></entry><entry colname="col10"><al>13</al></entry><entry colname="col11"><al>10</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>65 jaar en ouder</al></entry><entry colname="col3"><al>13</al></entry><entry colname="col4"><al>12</al></entry><entry colname="col5"><al>12</al></entry><entry colname="col6"><al>13</al></entry><entry colname="col7"><al>20</al></entry><entry colname="col8"><al>12</al></entry><entry colname="col9"><al>19</al></entry><entry colname="col10"><al>12</al></entry><entry colname="col11"><al>14</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Psychosociale problemen (SDQ)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Indicatie voor psychosociale problemen </al></entry><entry colname="col2"><al>Middelbare scholieren, klas 2 en 4</al></entry><entry colname="col3"><al>13</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry><entry colname="col5"><al>11</al></entry><entry colname="col6"><al>11</al></entry><entry colname="col7"><al>9</al></entry><entry colname="col8"><al>9</al></entry><entry colname="col9"><al>13</al></entry><entry colname="col10"><al>11</al></entry><entry colname="col11"><al>11</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>(% met zorgelijke score op vragen naar psychosociale
                                        problemen; scoort als grensgeval of verhoogd op SDQ)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Depressie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heeft een verhoogd risico op een angststoornis of depressie
                                        (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>32</al></entry><entry colname="col4"><al>34</al></entry><entry colname="col5"><al>35</al></entry><entry colname="col6"><al>33</al></entry><entry colname="col7"><al>41</al></entry><entry colname="col8"><al>36</al></entry><entry colname="col9"><al>37</al></entry><entry colname="col10"><al>35</al></entry><entry colname="col11"><al>35</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Jonge mantelzorgers</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Groeit op met een ernstig of langdurig ziek gezinslid
                                        (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>Middelbare scholieren, klas 2 en 4</al></entry><entry colname="col3"><al>34</al></entry><entry colname="col4"><al>37</al></entry><entry colname="col5"><al>40</al></entry><entry colname="col6"><al>40</al></entry><entry colname="col7"><al>37</al></entry><entry colname="col8"><al>31</al></entry><entry colname="col9"><al>41</al></entry><entry colname="col10"><al>38</al></entry><entry colname="col11"><al>37</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="12"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="15*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="7*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="8*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="8*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="8*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="7*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="9*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="9*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="9*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="8*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al><vet>Factoren die de gezondheid beïnvloeden: leefstijl
                                        </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overgewicht</al></entry><entry colname="col2"><al>Leeftijds</al><al>groep</al></entry><entry colname="col3"><al>Aalten</al></entry><entry colname="col4"><al>Berkelland</al></entry><entry colname="col5"><al>Bronckhorst</al></entry><entry colname="col6"><al>Doetinchem</al></entry><entry colname="col7"><al>Montferland</al></entry><entry colname="col8"><al>Oost Gelre</al></entry><entry colname="col9"><al>O.IJsselstreek</al></entry><entry colname="col10"><al>Winterswijk</al></entry><entry colname="col11"><al>Achterhoek</al></entry><entry colname="col12"><al>Bron en jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Overgewicht inclusief obesitas (%; gemeten)</al></entry><entry colname="col2"><al>5 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>8</al></entry><entry colname="col4"><al>11</al></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al>12</al></entry><entry colname="col7"><al>15</al></entry><entry colname="col8"><al>8</al></entry><entry colname="col9"><al>12</al></entry><entry colname="col10"><al>9</al></entry><entry colname="col11"><al>11</al></entry><entry colname="col12"><al>JGZ, 2010-2012</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>14 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>19</al></entry><entry colname="col4"><al>18</al></entry><entry colname="col5"><al>13</al></entry><entry colname="col6"><al>15</al></entry><entry colname="col7"><al>18</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry><entry colname="col9"><al>17</al></entry><entry colname="col10"><al>14</al></entry><entry colname="col11"><al>16</al></entry><entry colname="col12"><al>JGZ, 2010-2012</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Overgewicht inclusief obesitas (%; op basis van
                                        zelfrapportage)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>44</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry><entry colname="col5"><al>48</al></entry><entry colname="col6"><al>46</al></entry><entry colname="col7"><al>54</al></entry><entry colname="col8"><al>44</al></entry><entry colname="col9"><al>54</al></entry><entry colname="col10"><al>47</al></entry><entry colname="col11"><al>49</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>65 jaar en ouder</al></entry><entry colname="col3"><al>61</al></entry><entry colname="col4"><al>64</al></entry><entry colname="col5"><al>64</al></entry><entry colname="col6"><al>63</al></entry><entry colname="col7"><al>59</al></entry><entry colname="col8"><al>58</al></entry><entry colname="col9"><al>66</al></entry><entry colname="col10"><al>59</al></entry><entry colname="col11"><al>64</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Bewegen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beweegt minder dan 7 uur per week (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>4 t/m 11 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry><entry colname="col5"><al>27</al></entry><entry colname="col6"><al>20</al></entry><entry colname="col7"><al>17</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry><entry colname="col9"><al>15</al></entry><entry colname="col10"><al>15</al></entry><entry colname="col11"><al>16</al></entry><entry colname="col12"><al>MJ, 2009</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voldoet niet aan Nederlandse Norm Gezond Bewegen </al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>81</al></entry><entry colname="col4"><al>78</al></entry><entry colname="col5"><al>80</al></entry><entry colname="col6"><al>80</al></entry><entry colname="col7"><al>83</al></entry><entry colname="col8"><al>83</al></entry><entry colname="col9"><al>84</al></entry><entry colname="col10"><al>82</al></entry><entry colname="col11"><al>82</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>(% dat niet iedere dag minimaal 1 uur beweegt)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voldoet niet aan Nederlandse Norm Gezond Bewegen </al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry><entry colname="col4"><al>21</al></entry><entry colname="col5"><al>21</al></entry><entry colname="col6"><al>25</al></entry><entry colname="col7"><al>28</al></entry><entry colname="col8"><al>21</al></entry><entry colname="col9"><al>24</al></entry><entry colname="col10"><al>27</al></entry><entry colname="col11"><al>23</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>(% dat minder dan 5 dagen per week minimaal 30 minuten
                                        beweegt)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Voeding</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Eet niet dagelijks groente (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>0 t/m 11 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>50</al></entry><entry colname="col4"><al>43</al></entry><entry colname="col5"><al>53</al></entry><entry colname="col6"><al>52</al></entry><entry colname="col7"><al>59</al></entry><entry colname="col8"><al>47</al></entry><entry colname="col9"><al>56</al></entry><entry colname="col10"><al>49</al></entry><entry colname="col11"><al>51</al></entry><entry colname="col12"><al>MJ, 2009</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>55</al></entry><entry colname="col4"><al>51</al></entry><entry colname="col5"><al>54</al></entry><entry colname="col6"><al>63</al></entry><entry colname="col7"><al>64</al></entry><entry colname="col8"><al>46</al></entry><entry colname="col9"><al>59</al></entry><entry colname="col10"><al>54</al></entry><entry colname="col11"><al>56</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>57</al></entry><entry colname="col4"><al>55</al></entry><entry colname="col5"><al>62</al></entry><entry colname="col6"><al>64</al></entry><entry colname="col7"><al>69</al></entry><entry colname="col8"><al>55</al></entry><entry colname="col9"><al>64</al></entry><entry colname="col10"><al>57</al></entry><entry colname="col11"><al>61</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Eet niet dagelijks fruit (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>0 t/m 11 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>42</al></entry><entry colname="col4"><al>41</al></entry><entry colname="col5"><al>36</al></entry><entry colname="col6"><al>42</al></entry><entry colname="col7"><al>41</al></entry><entry colname="col8"><al>39</al></entry><entry colname="col9"><al>43</al></entry><entry colname="col10"><al>42</al></entry><entry colname="col11"><al>41</al></entry><entry colname="col12"><al>MJ, 2009</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry><entry colname="col4"><al>63</al></entry><entry colname="col5"><al>71</al></entry><entry colname="col6"><al>64</al></entry><entry colname="col7"><al>68</al></entry><entry colname="col8"><al>67</al></entry><entry colname="col9"><al>70</al></entry><entry colname="col10"><al>72</al></entry><entry colname="col11"><al>69</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>67</al></entry><entry colname="col4"><al>68</al></entry><entry colname="col5"><al>64</al></entry><entry colname="col6"><al>69</al></entry><entry colname="col7"><al>69</al></entry><entry colname="col8"><al>69</al></entry><entry colname="col9"><al>68</al></entry><entry colname="col10"><al>64</al></entry><entry colname="col11"><al>67</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eet minder dan twee keer per week vis (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>79</al></entry><entry colname="col4"><al>74</al></entry><entry colname="col5"><al>75</al></entry><entry colname="col6"><al>69</al></entry><entry colname="col7"><al>72</al></entry><entry colname="col8"><al>77</al></entry><entry colname="col9"><al>73</al></entry><entry colname="col10"><al>75</al></entry><entry colname="col11"><al>74</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontbijt minder dan vijf dagen per week (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry><entry colname="col4"><al>12</al></entry><entry colname="col5"><al>11</al></entry><entry colname="col6"><al>17</al></entry><entry colname="col7"><al>17</al></entry><entry colname="col8"><al>12</al></entry><entry colname="col9"><al>18</al></entry><entry colname="col10"><al>14</al></entry><entry colname="col11"><al>14</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontbijt niet dagelijks (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>17</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry><entry colname="col5"><al>18</al></entry><entry colname="col6"><al>27</al></entry><entry colname="col7"><al>21</al></entry><entry colname="col8"><al>19</al></entry><entry colname="col9"><al>21</al></entry><entry colname="col10"><al>23</al></entry><entry colname="col11"><al>20</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontbijt minder dan 6 dagen per week (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>65 jaar en ouder</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>4</al></entry><entry colname="col5"><al>4</al></entry><entry colname="col6"><al>3</al></entry><entry colname="col7"><al>7</al></entry><entry colname="col8"><al>6</al></entry><entry colname="col9"><al>5</al></entry><entry colname="col10"><al>7</al></entry><entry colname="col11"><al>5</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Roken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rookt soms of dagelijks (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>22</al></entry><entry colname="col4"><al>18</al></entry><entry colname="col5"><al>19</al></entry><entry colname="col6"><al>14</al></entry><entry colname="col7"><al>14</al></entry><entry colname="col8"><al>17</al></entry><entry colname="col9"><al>18</al></entry><entry colname="col10"><al>17</al></entry><entry colname="col11"><al>17</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rookt (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>23</al></entry><entry colname="col4"><al>25</al></entry><entry colname="col5"><al>21</al></entry><entry colname="col6"><al>20</al></entry><entry colname="col7"><al>20</al></entry><entry colname="col8"><al>26</al></entry><entry colname="col9"><al>24</al></entry><entry colname="col10"><al>26</al></entry><entry colname="col11"><al>23</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Passief roken (% dat thuis is blootgesteld aan rook in de
                                        zeven dagen voorafgaand aan het onderzoek)</al></entry><entry colname="col2"><al>0 t/m 11 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry><entry colname="col4"><al>8</al></entry><entry colname="col5"><al>6</al></entry><entry colname="col6"><al>8</al></entry><entry colname="col7"><al>6</al></entry><entry colname="col8"><al>7</al></entry><entry colname="col9"><al>7</al></entry><entry colname="col10"><al>7</al></entry><entry colname="col11"><al>7</al></entry><entry colname="col12"><al>MJ, 2009</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>31</al></entry><entry colname="col4"><al>31</al></entry><entry colname="col5"><al>30</al></entry><entry colname="col6"><al>32</al></entry><entry colname="col7"><al>31</al></entry><entry colname="col8"><al>27</al></entry><entry colname="col9"><al>33</al></entry><entry colname="col10"><al>33</al></entry><entry colname="col11"><al>31</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Alcohol</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Drinkt alcohol (% dat alcohol heeft gedronken vier weken
                                        voorafgaand aan het onderzoek)</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry><entry colname="col4"><al>20</al></entry><entry colname="col5"><al>20</al></entry><entry colname="col6"><al>13</al></entry><entry colname="col7"><al>14</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry><entry colname="col9"><al>18</al></entry><entry colname="col10"><al>17</al></entry><entry colname="col11"><al>17</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Binge-drinken</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 4</al></entry><entry colname="col3"><al>59</al></entry><entry colname="col4"><al>55</al></entry><entry colname="col5"><al>60</al></entry><entry colname="col6"><al>49</al></entry><entry colname="col7"><al>45</al></entry><entry colname="col8"><al>63</al></entry><entry colname="col9"><al>57</al></entry><entry colname="col10"><al>54</al></entry><entry colname="col11"><al>56</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>(% dat tenminste eenmaal vijf of meer glazen alcohol bij een
                                        gelegenheid heeft gedronken, vier weken voorafgaand aan het
                                        onderzoek)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Voldoet niet aan advies Gezondheidsraad (% dat meer dan 7
                                        (vrouw) of 14 (man) glazen alcohol per week drinkt)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>29</al></entry><entry colname="col4"><al>29</al></entry><entry colname="col5"><al>26</al></entry><entry colname="col6"><al>24</al></entry><entry colname="col7"><al>29</al></entry><entry colname="col8"><al>35</al></entry><entry colname="col9"><al>26</al></entry><entry colname="col10"><al>29</al></entry><entry colname="col11"><al>28</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>65 jaar en ouder</al></entry><entry colname="col3"><al>22</al></entry><entry colname="col4"><al>21</al></entry><entry colname="col5"><al>21</al></entry><entry colname="col6"><al>23</al></entry><entry colname="col7"><al>18</al></entry><entry colname="col8"><al>25</al></entry><entry colname="col9"><al>20</al></entry><entry colname="col10"><al>22</al></entry><entry colname="col11"><al>22</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Seksualiteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heeft wel eens geslachtsgemeenschap gehad (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>14</al></entry><entry colname="col5"><al>19</al></entry><entry colname="col6"><al>16</al></entry><entry colname="col7"><al>16</al></entry><entry colname="col8"><al>11</al></entry><entry colname="col9"><al>15</al></entry><entry colname="col10"><al>18</al></entry><entry colname="col11"><al>15</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebruikt niet altijd een condoom bij geslachtsgemeenschap
                                        (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>6</al></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>8</al></entry><entry colname="col7"><al>7</al></entry><entry colname="col8"><al>4</al></entry><entry colname="col9"><al>6</al></entry><entry colname="col10"><al>9</al></entry><entry colname="col11"><al>7</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="12"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="15*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="7*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="8*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="8*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="8*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="7*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="9*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="9*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="9*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="8*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al><vet>Factoren die de gezondheid beïnvloeden: fysieke
                                            omgeving</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ventileren</al></entry><entry colname="col2"><al>Leeftijds</al><al>groep</al></entry><entry colname="col3"><al>Aalten</al></entry><entry colname="col4"><al>Berkelland</al></entry><entry colname="col5"><al>Bronckhorst</al></entry><entry colname="col6"><al>Doetinchem</al></entry><entry colname="col7"><al>Montferland</al></entry><entry colname="col8"><al>Oost Gelre</al></entry><entry colname="col9"><al>O.IJsselstreek</al></entry><entry colname="col10"><al>Winterswijk</al></entry><entry colname="col11"><al>Achterhoek</al></entry><entry colname="col12"><al>Bron en jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woning</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ventileert onvoldoende in woonkamer (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>57</al></entry><entry colname="col4"><al>51</al></entry><entry colname="col5"><al>49</al></entry><entry colname="col6"><al>51</al></entry><entry colname="col7"><al>60</al></entry><entry colname="col8"><al>46</al></entry><entry colname="col9"><al>53</al></entry><entry colname="col10"><al>57</al></entry><entry colname="col11"><al>53</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ventileert onvoldoende in slaapkamer (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>23</al></entry><entry colname="col4"><al>21</al></entry><entry colname="col5"><al>22</al></entry><entry colname="col6"><al>23</al></entry><entry colname="col7"><al>30</al></entry><entry colname="col8"><al>21</al></entry><entry colname="col9"><al>27</al></entry><entry colname="col10"><al>26</al></entry><entry colname="col11"><al>24</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ventileert onvoldoende in badkamer (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>56</al></entry><entry colname="col4"><al>53</al></entry><entry colname="col5"><al>64</al></entry><entry colname="col6"><al>53</al></entry><entry colname="col7"><al>53</al></entry><entry colname="col8"><al>62</al></entry><entry colname="col9"><al>61</al></entry><entry colname="col10"><al>60</al></entry><entry colname="col11"><al>57</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ventileert onvoldoende in keuken (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>52</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry><entry colname="col5"><al>44</al></entry><entry colname="col6"><al>51</al></entry><entry colname="col7"><al>57</al></entry><entry colname="col8"><al>48</al></entry><entry colname="col9"><al>50</al></entry><entry colname="col10"><al>54</al></entry><entry colname="col11"><al>50</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Schoollokalen</al></entry><entry colname="col2"><al>4 t/m 12 jaar</al></entry><entry colname="col3" nameend="col11" namest="col3"><al>Minder dan 60% van de scholen in de regio Gelre-IJssel haalt
                                        de streefwaarde voor CO2-concentratie in de winter
                                        niet*</al></entry><entry colname="col12"><al>rVTV, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Geluidshinder</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ondervindt ernstige geluidshinder, (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry><entry colname="col4"><al>13</al></entry><entry colname="col5"><al>16</al></entry><entry colname="col6"><al>23</al></entry><entry colname="col7"><al>18</al></entry><entry colname="col8"><al>16</al></entry><entry colname="col9"><al>22</al></entry><entry colname="col10"><al>17</al></entry><entry colname="col11"><al>18</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="12"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="15*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="7*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="8*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="8*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="8*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="7*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="9*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="9*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="9*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="8*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al><vet>Factoren die de gezondheid beïnvloeden: fysieke
                                            omgeving</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sociale contacten</al></entry><entry colname="col2"><al>Leeftijdsgroep</al></entry><entry colname="col3"><al>Aalten</al></entry><entry colname="col4"><al>Berkelland</al></entry><entry colname="col5"><al>Bronckhorst</al></entry><entry colname="col6"><al>Doetinchem</al></entry><entry colname="col7"><al>Montferland</al></entry><entry colname="col8"><al>Oost Gelre</al></entry><entry colname="col9"><al>O.IJsselstreek</al></entry><entry colname="col10"><al>Winterswijk</al></entry><entry colname="col11"><al>Achterhoek</al></entry><entry colname="col12"><al>Bron en jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Is geen lid van een vereniging (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>4 t/m 11 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>19</al></entry><entry colname="col4"><al>16</al></entry><entry colname="col5"><al>17</al></entry><entry colname="col6"><al>21</al></entry><entry colname="col7"><al>18</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry><entry colname="col9"><al>19</al></entry><entry colname="col10"><al>21</al></entry><entry colname="col11"><al>18</al></entry><entry colname="col12"><al>MJ, 2009</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>17</al></entry><entry colname="col4"><al>16</al></entry><entry colname="col5"><al>17</al></entry><entry colname="col6"><al>21</al></entry><entry colname="col7"><al>16</al></entry><entry colname="col8"><al>11</al></entry><entry colname="col9"><al>18</al></entry><entry colname="col10"><al>19</al></entry><entry colname="col11"><al>17</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Eenzaamheid</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Matig tot zeer ernstig eenzaam (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>37</al></entry><entry colname="col4"><al>36</al></entry><entry colname="col5"><al>36</al></entry><entry colname="col6"><al>39</al></entry><entry colname="col7"><al>35</al></entry><entry colname="col8"><al>34</al></entry><entry colname="col9"><al>35</al></entry><entry colname="col10"><al>40</al></entry><entry colname="col11"><al>36</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>65+</al></entry><entry colname="col3"><al>42</al></entry><entry colname="col4"><al>35</al></entry><entry colname="col5"><al>37</al></entry><entry colname="col6"><al>38</al></entry><entry colname="col7"><al>42</al></entry><entry colname="col8"><al>34</al></entry><entry colname="col9"><al>36</al></entry><entry colname="col10"><al>40</al></entry><entry colname="col11"><al>38</al></entry><entry colname="col12"><al>MO, 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Onveilig voelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voelt zich 's avonds of 's nachts wel eens onveilig (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>11</al></entry><entry colname="col4"><al>7</al></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al>13</al></entry><entry colname="col7"><al>13</al></entry><entry colname="col8"><al>12</al></entry><entry colname="col9"><al>13</al></entry><entry colname="col10"><al>11</al></entry><entry colname="col11"><al>11</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col12" namest="col1"><al>Huiselijk geweld</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Is ooit slachtoffer geweest van huiselijk geweld (%)</al></entry><entry colname="col2"><al>klas 2 &amp; 4</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry><entry colname="col4"><al>4</al></entry><entry colname="col5"><al>6</al></entry><entry colname="col6"><al>5</al></entry><entry colname="col7"><al>4</al></entry><entry colname="col8"><al>4</al></entry><entry colname="col9"><al>5</al></entry><entry colname="col10"><al>6</al></entry><entry colname="col11"><al>5</al></entry><entry colname="col12"><al>ME, 2011</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>19 t/m 64 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry><entry colname="col4"><al>7</al></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>8</al></entry><entry colname="col7"><al>8</al></entry><entry colname="col8"><al>10</al></entry><entry colname="col9"><al>9</al></entry><entry colname="col10"><al>8</al></entry><entry colname="col11"><al>8</al></entry><entry colname="col12"><al>MV, 2008</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief>Bewegen</cursief></vet></al><al>Regelmatig voldoende beweging verlaagt het risico op het ontstaan van ziekten,
                    zoals coronaire hartziekten ( veroorzaakt door vernauwing in de kransslagaders),
                    diabetes en depressie. Daarnaast draagt voldoende beweging bij aan het voorkómen
                    en terugdringen van overgewicht. De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) stelt
                    dat jongeren iedere dag één uur tenminste matig intensief moeten bewegen. In de
                    Achterhoek beweegt 84% van de 4- tot en met 11-jarigen zeven uur per week of
                    meer en van de middelbare scholieren voldoet 82% aan deze norm. Dit is in
                    vergelijking beter dan in de andere regio’s. De norm voor volwassenen en ouderen
                    is minimaal vijf dagen van de week, maar bij voorkeur alle dagen, een half uur
                    matig intensieve lichamelijke activiteit. Van de volwassenen voldoet 77% aan de
                    norm en 61% van de ouderen. </al><al><cursief>De regering streeft ernaar dat er voor iedere Nederlander een passend
                        sport- en beweegaanbod in de buurt aanwezig is, dat bovendien veilig en
                        toegankelijk is. Om dit te realiseren moet binnen gemeenten worden
                        samengewerkt bij diverse beleidsterreinen als volksgezondheid, jeugd,
                        ruimtelijke ordening, welzijn en veiligheid. Daarnaast is het belangrijk om
                        gebruik te maken van de bestaande lokale netwerken van diverse betrokken
                        organisaties in de sportsector, onderwijs, kinderopvang, welzijn, zorg,
                        woningcorporaties en het bedrijfsleven.</cursief></al><al/><al><vet><cursief>Overgewicht</cursief></vet></al><al>Overgewicht komt meer voor naarmate mensen ouder zijn: van de 5-jarigen in de
                    Achterhoek heeft 11% overgewicht, van de 14-jarigen 16%, van de volwassenen 49%
                    en van de ouderen 64%. In de Achterhoek hebben relatief veel volwassenen en
                    ouderen overgewicht. Overgewicht en vooral obesitas zijn een risico voor
                    aandoeningen als diabetes, hartziekten en artrose, die weer leiden tot
                    lichamelijke beperkingen, psychosociale problemen, ziekteverzuim en
                    arbeidsongeschiktheid.</al><al><cursief>Het ministerie van VWS streeft naar een stabilisatie van het aantal
                        volwassenen met overgewicht en een daling van het aantal kinderen met
                        overgewicht. In de GGD regio Noord- en Oost- Gelderland zijn beide
                        doelstellingen nog niet gehaald. Overgewicht is dus een probleem. Een
                        integrale en langdurige aanpak is nodig om overgewicht tegen te gaan. De
                        sleutel voor een duurzame oplossing ligt in gezamenlijke acties van partijen
                        en beleidssectoren om de leefomgeving gezonder te maken. Elke verandering in
                        de fysieke en sociale omgeving die te veel eten ontmoedigt, het
                        voedselaanbod gezonder maakt of lichamelijke activiteit bevordert, draagt
                        bij aan de preventie van overgewicht. </cursief></al><al>Voor het uitvoeringsprogramma</al><al>De gemeente heeft voor <vet>bewegen</vet> en <vet>overgewicht</vet> het aanbod
                    in beeld en streeft naar een integraal beleid met verbindingen tussen sport,
                    gezondheid, onderwijs en ruimtelijk beleid (aantrekkelijke wandel- en
                    fietspaden, sportvoorzieningen, beweegvriendelijke schoolpleinen etc).</al><al/><al><vet><cursief>Roken</cursief></vet></al><al>Roken is de belangrijkste vermijdbare oorzaak van vroegtijdige sterfte en van
                    veel chronische ziekten, zoals longkanker, chronische longziekten en hart- en
                    vaatziekten. Van de middelbare scholieren in de Achterhoek rookt 17%, van de
                    volwassenen 23% en van de ouderen 10%. Ook meeroken is een risico voor de
                    gezondheid. In de week voor het zogenaamde Electrische Monitor en
                    Voorlichtings-onderzoek (E-MOVO) van de GGD is 7% procent van de kinderen en 31%
                    van de middelbare scholieren thuis blootgesteld aan tabaksrook. </al><al><cursief>Het beleid heeft vier instrumenten: wet- en regelgeving,
                        prijsmaatregelen, ondersteuning bij het stoppen en voorlichting en
                        informatie.Het ministerie van VWS streefde naar een daling van 28% rokers in
                        2005 naar 20% in 2010. In 2010 lag het percentage rokers in Nederland echter
                        nog op 27%.De drie pijlers van het nationale tabaksontmoedigingsbeleid
                        zijn:</cursief></al><lijst><li nr="-"><al><cursief>voorkómen dat mensen gaan roken,</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>stimuleren en ondersteunen van rokers om te stoppen
                                en</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>beschermen van niet-rokers tegen tabaksrook.</cursief></al></li></lijst><al>Voor het uitvoeringsprogramma</al><al>In acht nemen regels en controle op rookvrije ruimten. Voorlichting op
                    scholen.</al><al><vet><cursief>Alcoholgebruik</cursief></vet></al><al>Het alcoholgebruik in de Achterhoek is hoger dan in de andere regio’s van de GGD
                    regio Noord- en Oost-Gelderland. Alcohol heeft negatieve effecten op bijna alle
                    organen van het lichaam. Naast gezondheidsschade is er te vaak ook sprake van
                    sociale schade, zoals schooluitval en werkloosheid; en vaak in combinatie met
                    een ander probleem zoals gedragsstoornissen (schoolverzuim en agressief gedrag).
                    Een harde grens tussen schadelijk en niet-schadelijk alcoholgebruik bestaat
                    niet. Jongeren verdragen alcohol slechter omdat ze nog in de groei zijn. Het
                    drinken van alcohol op jonge leeftijd kan leiden tot hersenschade. Daarom
                    adviseert het Trimbos-instituut om alcoholgebruik zo lang mogelijk uit te
                    stellen, in ieder geval tot het zestiende jaar. Dit wordt naar verwachting 18
                    jaar. Hoe langer men wacht, hoe beter het is. Preventie van verslavingsproblemen
                    behoort ook tot de prestatievelden van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                    (Wmo). </al><al>Het advies voor alcoholgebruik van de Gezondheidsraad voor volwassenen is niet
                    meer dan twee glazen alcohol per dag voor mannen en niet meer dan één glas per
                    dag voor vrouwen. Bijna tweederde van de volwassenen en ruim een derde van de
                    ouderen vanaf 65 jaar gaan over de norm. Veel jongeren in de Achterhoek drinken
                    al voor hun zestiende verjaardag. Van de 13 en 14 jarigen drinkt 17% regelmatig
                    alcohol. Ruim de helft van de 15- en 16-jarigen heeft in de vier weken
                    voorafgaand aan het E-MOVO onderzoek bij minstens één gelegenheid vijf of meer
                    glazen alcohol gedronken.</al><al><cursief>Het kabinet wil met een landelijk alcoholbeleid bereiken
                    dat:</cursief></al><lijst><li nr="-"><al><cursief>kinderen niet voor hun zestiende jaar gaan
                            drinken,</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>jongeren minder gaan drinken,</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>minder mensen alcoholafhankelijk worden en</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>overmatig alcoholgebruik afneemt.</cursief></al></li></lijst><al><cursief>Landelijk wordt een samenhangend pakket van instrumenten ingezet om
                        schadelijk alcoholgebruik te beperken: voorlichting, wet- en regelgeving,
                        afspraken met de alcoholbranche en accijnsheffing op alcoholhoudende drank.
                        Gemeenten hebben verschillende mogelijkheden vanuit de Drank- en Horecawet
                        om op lokaal niveau verdere invulling te geven aan het alcoholbeleid,
                        zoals:</cursief></al><lijst><li nr="-"><al><cursief>het verhogen van de leeftijdsgrens voor verkoop,</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>sluitingstijden van cafés koppelen aan leeftijden
                            en</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>beleid rondom ontheffingen.</cursief></al></li></lijst><al>Voor het uitvoeringsprogramma</al><al>Naar vermogen anticiperen op veranderende landelijke wetgeving. Het
                    gezondheidsbeleid op dit punt verbinden met het beleid voor de Openbare orde en
                    veiligheid (bestrijding overlast).</al><al/><al><vet><cursief>Gebruik genotsmiddelen</cursief></vet></al><al>In de Achterhoek gebruikte 4% van de middelbare scholieren cannabis en 1%
                    harddrugs in de vier weken voorafgaand aan het EMOVO onderzoek in 2011. Bij een
                    eerder onderzoek in 2008 onder volwassenen gebruikte 2% cannabis en minder dan
                    0,6% harddrugs. De gezondheidsrisico’s van cannabisproducten (hasj, marihuana)
                    zijn relatief onschuldig in vergelijking tot die van roken en alcoholgebruik.
                    Cannabis heeft geen sterk verslavende werking. Het risico van afhankelijkheid
                    neemt wel toe bij langdurig frequent gebruik. Harddrugs zoals heroïne, cocaïne,
                    amfetamine en XTC zijn doorgaans schadelijker voor de gezondheid dan cannabis.
                    Veel harddrugs zijn sterk lichamelijk of geestelijk verslavend. </al><al/><al><vet><cursief>Diabetes mellitus (suikerziekte)</cursief></vet></al><al>Dit is in Nederland één van de meest voorkomende ziekten. Ongeveer 90% van de
                    mensen heeft het zogeheten “type 2”. Risicofactoren hiervoor zijn vooral
                    overgewicht en onvoldoende bewegen. Type 2 komt vaker voor naarmate men ouder
                    wordt. Door de vergrijzing zal het aantal mensen met diabetes mellitus type 2
                    dan ook toenemen. In de Achterhoek heeft 14% van de bevolking diabetes. Op basis
                    van de demografische ontwikkelingen zal deze groep tussen 2010 en 2020 groeien
                    naar 17%. </al><al><cursief>Diabetes kan goed met leefstijlinterventies teruggedrongen worden.
                        Preventief is veel winst te behalen bij groepen met een hoger risico. Dit
                        zijn:</cursief></al><lijst><li nr="-"><al><cursief>jongeren met overgewicht,</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>mensen met een lage sociaal economische status,</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>allochtonen met een bovenmatig risico en</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>mensen die een voorstadium hebben maar dat nog niet
                                weten.</cursief></al></li></lijst><al><cursief>De rol van de gemeenten ligt in het verbinden van preventie met de
                        1<sup>e</sup>lijn. Gemeenten en GGD worden daarmee natuurlijke partners van
                        de 1<sup>e</sup>lijnszorg en de Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS’en).
                    </cursief></al><al>Voor het uitvoeringsprogramma</al><al>Zicht krijgen op de samenwerking/ afstemming van het hulpverleningsaanbod. Goede
                    voorbeelden van elders door partners laten overnemen.</al><al><vet><cursief>Depressie</cursief></vet></al><al>Mensen met depressie zijn vaak ernstig beperkt in hun sociaal en maatschappelijk
                    functioneren en hun kwaliteit van leven gaat achteruit. Risicofactoren
                    zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>vrouwelijk geslacht,</al></li><li nr="-"><al>leeftijd van 25 tot 45 jaar,</al></li><li nr="-"><al>familiegeschiedenis,</al></li><li nr="-"><al>persoonlijkheidskenmerken als excessieve geremdheid en geringe
                            zelfwaardering,</al></li><li nr="-"><al>armoede,</al></li><li nr="-"><al>traumatische ervaringen,</al></li><li nr="-"><al>weinig sociale steun en</al></li><li nr="-"><al>de aanwezigheid van een ziekte </al></li></lijst><al>In de Achterhoek heeft ruim een op de drie volwassenen en ouderen een risico op
                    depressies of angststoornis. Bij middelbare scholieren komen dit soort gevoelens
                    voor bij 13%. Dit percentage is iets lager dan elders in de regio Noord- en
                    Oost-Gelderland.Toch vinden wij dit percentage erg hoog. Wij hebben een
                    onderzoek gedaan naar depressie onder jongeren.</al><al><cursief>Voor depressiepreventie stelde het ministerie van VWS in de nota
                        ‘Kiezen voor gezond leven’ het doel als volgt: meer mensen krijgen
                        preventieve hulp tegen depressies. Volgens het Rijksinstituut voor
                        Volksgezondheid en Milieu(RIVM) lijkt deze doelstelling landelijk gehaald.
                        Voor de regio Noord- en Oost-Gelderland is het niet bekend of dat zo
                        is.</cursief></al><al>Voor het uitvoeringsprogramma</al><al>Vanuit het onderzoek naar depressie onder jongeren in de gemeente nagaan of het
                    aantal jongeren met depressieve gevoelens kan worden verminderd.</al><al/><al><vet><cursief>Ouderengezondheidszorg </cursief></vet><cursief>(Wpg art.
                        5a)</cursief></al><al>De gemeente is volgens de Wpg verantwoordelijk voor het monitoren, signaleren en
                    voorkómen van gezondheidsproblemen bij ouderen. Ook vanuit de Wmo, die tot doel
                    heeft te bevorderen dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig
                    kan blijven wonen, is een goede gezondheid voor ouderen van belang. Op 1 januari
                    2012 was 19% van de inwoners van de Achterhoek 65-plus. In de komende jaren zal
                    dit aantal toenemen. Het aantal 80-plussers zal in de periode 2010-2030 zelfs
                    bijna verdubbelen van 13.800 tot 25.500. </al><al><cursief>Voor een verbetering van de volksgezondheid is het van belang dat er
                        gezonde jaren bijkomen. Mensen moeten dan niet al te veel hinder hebben van
                        ouderdomskwalen en fysieke beperkingen die hen verhinderen om aan het
                        maatschappelijke leven deel te nemen. Met maatregelen in de ruimtelijke
                        ordening en het regisseren van samenwerking kunnen gemeenten bijdragen aan
                        een fysieke en sociale omgeving waarin ouderen lang zelfstandig kunnen
                        blijven functioneren. </cursief></al><al>Voor het uitvoeringsprogramma</al><al>Voorzieningenniveau ouderproof maken/houden. De voortschrijdende
                    extramuralisering volgen en nagaan of en zo ja hoe de gemeente hierop moet/kan
                    inspelen. Zorg op maat leveren voor thuiswonende mensen met dementie. Ouderen
                    stimuleren te bewegen via voorzieningen dicht bij huis: sport/ wandelen/ winkel
                    etc. Aandacht vragen voor valpreventie. Stimuleren van zorgvoorzieningen via de
                    digitale snelweg (e-health). In de “going concern” sfeer aandacht blijven vragen
                    voor bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen.</al><al/><al><vet><cursief>Seksuele gezondheid</cursief></vet></al><al>Van de middelbare scholieren (klassen 2 en 4) heeft 15% geslachtsgemeenschap
                    gehad. Bijna de helft van deze groep gebruikt niet altijd een condoom. Jongeren
                    in de Achterhoek gebruiken vaker een condoom dan die elders in de regio GGD
                    Noord- en Oost-Gelderland. Sinds 2007 worden jaarlijks meer seksueel
                    overdraagbare aandoeningen vastgesteld bij bezoekers van het soa-spreekuur van
                    GGD Noord- en Oost-Gelderland.</al><al>Seksuele gezondheid gaat zowel over de fysieke gezondheid als over gedrag op het
                    gebied van relaties en seksualiteit. Het bevorderen van de seksuele gezondheid
                    vloeit voort uit de Wpg, waarvoor gemeenten en GGD’en verantwoordelijk zijn. Het
                    is goed om de preventie van seksueel risicogedrag te richten op kwetsbare
                    groepen bij zowel jongeren als volwassenen. Het gaat dan om laagopgeleide
                    jongeren, allochtonen, mannen die seks hebben met mannen en (jeugd)prostituees
                    en hun klanten. Voor jongeren onder de 25 jaar met vragen over hun seksuele
                    gezondheid bestaan er de Sense-consulten. In de regio Noord- en Oost- Gelderland
                    worden in vergelijking met elders relatief weinig Sense-consulten
                        uitgevoerd<vet>. </vet>De gemeenten kunnen een bijdrage leveren aan het
                    vergroten van de bekendheid van Sense-consulten onder inwoners en lokale
                    professionals.</al><al>Voor het uitvoeringsprogramma</al><al>Blijven zorgen voor optimale mogelijkheden voor het melden van signalen van
                    kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld.</al><al/><al><vet>Milieu en fysieke zaken</vet> voor het uitvoeringsprogramma </al><al>Nieuwe voorzieningen worden in goed overleg ruimtelijk geordend met aandacht
                    voor de volksgezondheidsaspecten zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>bereikbaarheid en toegankelijkheid openbare ruimten en gebouwen.</al></li><li nr="-"><al>gevolgen en complicaties van fijnstof, geluidshinder, milieuoverlast,
                            megastallen etc.</al></li><li nr="-"><al>opkomende infectieziekten zoals Q koorts.</al></li><li nr="-"><al>voor (gevolgen) UMTS- en GSM masten (voorlichting inwoners).</al></li></lijst><al>Bestrijding eikenprocessierups. Gebiedsgerichte onderzoeken bedrijfsterreinen,
                    oude woonwijken en dergelijk op te verwijderen asbest. Aandacht voor een gezond
                    binnenmilieu in woningen en/of scholen.</al><al><cursief>Voorbeeld van een praktische aanpak bij een mogelijk risico op
                        infectieziekten.</cursief></al><al>Vergunningverlener controleert of er kritische punten zijn op dit vlak. Bij
                    twijfel, hoe gering ook, wordt de aanvraag met de GGD besproken alvorens de
                    vergunning te verstrekken. In overleg met de GGD worden verbeteringen
                    aangebracht om de risico’s te minimaliseren.</al><al/><al><vet>Bijlage 3</vet></al><al><vet>Gezondheidsbeleid en andere beleidsterreinen</vet></al><al><vet>Toelichting op de Wpg en de Wmo</vet></al><al/><al><vet><cursief>a. Wet publieke gezondheid(Wpg)</cursief></vet></al><al>Per 1 december 2008 is de Wet publieke gezondheid (Wpg) van kracht. Deze wet
                    geeft uitvoering aan de Internationale Gezondheidsregeling van mei 2005 en is
                    gericht op infectieziektenbestrijding. De wet bevat eveneens de gemeentelijke
                    taken op het terrein van de volksgezondheid. De collectieve preventie richt zich
                    op bewaking, bescherming en bevordering van de gezondheid van de bevolking en
                    van specifieke groepen; hieronder valt ook het voorkomen en vroegtijdig opsporen
                    van ziekten. Ook dient de gemeente zorg te dragen voor continuïteit, samenhang
                    en afstemming binnen de collectieve preventie zelf en met de curatieve
                    gezondheidszorg. De gemeenten dienen de GGD in stand te houden. De GGD voert
                    deze (wettelijke) taken uit.</al><lijst><li nr="-"><al>Gezondheidsonderzoek </al></li><li nr="-"><al>Jeugdgezondheidszorg</al></li><li nr="-"><al>Ouderengezondheidszorg</al></li><li nr="-"><al>Gezondheidsbevordering</al></li><li nr="-"><al>Medische milieukunde</al></li><li nr="-"><al>Technische hygiënezorg</al></li><li nr="-"><al>Infectieziektebestrijding</al></li><li nr="-"><al>Psychosociale hulp bij rampen.</al></li></lijst><al>Volksgezondheid kent geen wettelijke afdwingbare eisen met sancties. De
                    bevorderingstaken van de Wpg zijn minder dwingend voor gemeenten dan de
                    uitvoeringstaken die veel andere wetten opdragen. De publieke gezondheid legt
                    het binnen gemeenten en/of het gemeentelijke apparaat gemakkelijk af tegen
                    sociale zaken, ruimtelijke ordening en de Wet maatschappelijke ondersteuning
                    (RVZ dec. 2011). Gezondheidsbevordering kan echter niet los worden gezien van
                    andere wettelijke taken.</al><al/><al><vet><cursief>b. Wet maatschappelijke ondersteuning(Wmo) </cursief></vet></al><al>De Wmo en het gezondheidsbeleid zijn twee gemeentelijke beleidsterreinen die
                    elkaar raken. Preventie en inzet van voorliggende (collectieve) Wmo
                    voorzieningen zijn meer en meer noodzakelijk in plaats van veel duurdere
                    (individuele) zorg aanspraken. Het vormt tevens een te verwachten uitkomst van
                    de Kanteling in werkwijze waarbij de eigen verantwoordelijkheid en eigen kunnen
                    meer dan voorheen wordt aangesproken.</al><al>Maatschappelijke ondersteuning kan bijdragen aan de bevordering van de
                    gezondheid. Andersom draagt gezondheidsbevordering bij aan maatschappelijke
                    participatie.</al><al>De meeste prestatievelden binnen de Wmo vallen onder de fysieke en sociale
                    omgevingsfactoren, die bestaan uit factoren als wonen, veiligheid,
                    inkomen,onderwijs, welzijn en sociale contacten. Ook heeft de Wmo indirect
                    invloed op een aantal leefstijlfactoren, door bijvoorbeeld het bevorderen van
                    het verslavingsbeleid (prestatieveld 9), maar ook door het geven van informatie,
                    advies en cliëntondersteuning (prestatieveld 3). Het verlenen van voorzieningen
                    aan mensen met beperkingen of problemen ten behoeve van het behoud van hun
                    zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer valt
                    onder de (gezondheids)zorg (prestatieveld 6).</al><al>Preventie, cure en care zijn opeenvolgende stadia in het (ziekte)proces. Binnen
                    de prestatievelden van de Wmo gaat het om preventie, zorg en welzijn (care), en
                    wonen. De Wpg gaat vooral over preventie en tot op zekere hoogte behandeling
                    (cure). De raakvlakken tussen de Wmo en de Wpg liggen vooral op het preventieve
                    vlak (bron: notitie Wcpv-Wmo 2006).</al><al><vet>Overeenkomsten en verschillen Wpg en Wmo</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="36*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Wpg</al></entry><entry colname="col3"><al>Wmo</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Initiatief</al></entry><entry colname="col2"><al>-Bij de maatschappij: het Rijk en de gemeenten</al><al>-Maatschappelijke hulpvraag</al><al>-Collectief belang (publiek domein)</al><al>-Actief, ongevraagd,</al><al>anticiperend</al></entry><entry colname="col3"><al>-Bij de gemeenten en het individu</al><al>-Naast maatschappelijke hulpvraag, ook individuele
                                        hulpvraag</al><al>-Consumentenbelang (private partijen)</al><al>-Zowel actief, ongevraagd, anticiperend, als passief,
                                        gevraagd en reactief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Doel</al></entry><entry colname="col2"><al>De gezondheid van alle burgers</al><al>bevorderen</al></entry><entry colname="col3"><al>Alle burgers maatschappelijk mee laten doen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Doelgroep</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle burgers</al></entry><entry colname="col3"><al>Alle burgers</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kernfuncties</al></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidsbescherming, gezond-heidsbevordering en</al><al>ziektepreventie</al></entry><entry colname="col3"><al>Maatschappelijke ondersteuning</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Soorten taken</al></entry><entry colname="col2"><al>Beleidsbevorderings- en uitvoeringstaken</al></entry><entry colname="col3"><al>Beleids-, bevorderings- en</al><al>uitvoeringstaken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beleidsterrein</al></entry><entry colname="col2"><al>Raakt diverse beleidsterreinen</al></entry><entry colname="col3"><al>Raakt diverse beleidsterreinen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verantwoording</al></entry><entry colname="col2"><al>Nota Lokaal gezondheidsbeleid 4</al><al>jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Nota WMO 4 jaarlijks</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Financiering</al></entry><entry colname="col2"><al>Hoofdzakelijk overheid (gemeente)</al></entry><entry colname="col3"><al>Hoofdzakelijk overheid (gemeente)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Regie</al></entry><entry colname="col2"><al>Gematigd decentraal, regie <vet>gedeeltelijk </vet>bij
                                        gemeenten </al></entry><entry colname="col3"><al>Sterk decentraal, regie <vet>volledig </vet>bij
                                        gemeenten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Branche</al></entry><entry colname="col2"><al>Preventie, cure</al></entry><entry colname="col3"><al>Preventie, care/ ondersteuning/welzijnen wonen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Soorten preventie</al></entry><entry colname="col2"><al>Universele, selectieve preventie</al></entry><entry colname="col3"><al>Selectieve, geïndiceerde preventie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheidsaspecten</al></entry><entry colname="col2"><al>Fysieke, sociale en psychische</al></entry><entry colname="col3"><al>Sociale, psychische en fysieke (nadruk op welbevinden, de
                                        psychosociale kant</al><al>van gezondheid)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>De nationale en regionale Volksgezondheid toekomstverkenning (VTV)
                        2010</vet></al><al><vet>Samenvatting</vet></al><al>Met de volksgezondheid in Nederland gaat het redelijk goed, afgaande op cijfers
                    in deze editie van de Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV). Zo is de
                    levensverwachting</al><al>van Nederlanders de laatste jaren toegenomen. Toch bevat deze verkenning geen
                    pleidooi om in het volksgezondheidbeleid gas terug te nemen. Integendeel. De
                    verkenning leert dat investeren in gezondheid mogelijk en wenselijk blijft en
                    voor de Nederlandse economie zelfs onontbeerlijk.</al><al>De VTV 2010 bevat een schat aan gegevens over de gezondheid van Nederlanders en
                    de inspanningen om die te bevorderen. Het zet op een rij wat is bereikt en wat
                    er dankzij lopend beleid de komende jaren verwacht mag worden. Bovenal laat deze
                    verkenning zien dat Nederland kan en moet blijven investeren in de gezondheid
                    van burgers. Omdat gezondheid een groot goed is, maar ook omdat een vergrijzende
                    economie gezonde burgers broodnodig heeft. De levensverwachting van Nederlanders
                    is nog steeds lager dan die van ons omringende en vergelijkbare landen.
                    Bovendien bestaat er een zorgwekkend verschil tussen laag opgeleide en hoog
                    opgeleide Nederlanders, en dat verschil wordt ondanks veel maatregelen in het
                    verleden niet kleiner.</al><al>De frequentie van ongezonde leefgewoonten van Nederlanders neemt niet of
                    nauwelijks af. Over de afgelopen onderzoeksperiode viel alleen op het gebied van
                    roken lichte winst te melden, maar dat neemt niet weg dat Nederlanders nog
                    steeds meer roken dan inwoners van landen om ons heen. Daar komt nog bij dat
                    bijna de helft van de Nederlanders te zwaar is, en ruim tien procent lijdt zelfs
                    aan ernstig overgewicht. Richtlijnen voor gezonde voeding worden op grote schaal
                    niet gehaald, net als die voor lichamelijke beweging.</al><al>Het toch al zorgwekkende verschil tussen de levensverwachting van laag en hoog
                    opgeleide Nederlanders blijkt nog dubbel zo groot wanneer wordt gekeken naar het
                    aantal jaren dat mensen zonder lichamelijke gezondheidsbeperkingen leven. Laag
                    opgeleide Nederlanders leven gemiddeld 14 jaar korter zonder beperkingen dan
                    hoog opgeleiden. Ook dit verschil is in de afgelopen jaren niet afgenomen.</al><al><onderstreept>Investeren in volksgezondheid is investeren in de samenleving en
                        de economie als geheel, en daarmee een cruciale prioriteit voor de
                        overheid.</onderstreept></al><al/><al><vet>Regionale toekomstverkenning 2010</vet></al><al><vet><cursief>Kernboodschappen</cursief></vet></al><al>De regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning (rVTV) geeft inzicht in de
                    gezondheidssituatie in de regio Noord- en Oost-Gelderland. Bij de samenstelling
                    van de rVTV is gebruik gemaakt van diverse gegevens- en informatiebronnen over
                    gezondheid, ziekte, zorg en preventie, binnen en buiten de GGD. Dit rapport
                    levert de feitelijke onderbouwing voor keuzes in het gezondheidsbeleid zowel op
                    regionaal als op gemeentelijk niveau. Dit onderdeel bevat de belangrijkste
                    bevindingen van de rVTV en sluit af met een zestal aanbevelingen voor
                    gezondheidsbeleid in de regio Noord- en Oost-Gelderland.</al><al><vet>Levensverwachting en sterfte vergelijkbaar met landelijk
                    gemiddelde</vet></al><al>De levensverwachting in de regio Noord- en Oost-Gelderland is 80,0 jaar en het
                    sterftecijfer is gemiddeld 72,3 per 10.000 mensen per jaar. Beide getallen komen
                    overeen met het landelijk gemiddelde. Wel is de sterfte aan ziekten van de
                    ademhalingsorganen en door vervoersongevallen in deze regio relatief hoog ten
                    opzichte van de gemiddelde sterfte in Nederland.</al><al><vet>Diabetes, gewrichtsslijtage en coronaire hartziekten komen het meest
                        voor</vet></al><al>Op basis van gegevens uit zorgregistraties is diabetes met 44,2 patiënten per
                    1.000 inwoners de meest voorkomende chronische aandoening in de regio Noord- en
                    Oost Gelderland. Hierna volgen gewrichtsslijtage en coronaire hartziekten met
                    respectievelijk 43,8 en 43,5 patiënten per 1.000 inwoners. De meest zelf
                    gerapporteerde aandoeningen zijn migraine (ernstige hoofdpijn, 10,8%),
                    gewrichtsslijtage (9,9%) en een (ernstige) rug aandoening (8,7%).
                    Gewrichtsslijtage komt vooral bij ouderen voor.</al><al><vet>Aantal ouderen groeit</vet></al><al>Het percentage 80-plussers zal in de regio Noord- en Oost-Gelderland in de
                    periode 2010-2040 meer dan verdubbelen van 4 naar 9%. Daarmee stijgt niet alleen
                    het aantal ouderen dat woont in verzorgingshuizen en verpleeghuizen, maar ook
                    het aantal zelfstandig wonende ouderen. Een groot deel van hen is vrouw en
                    alleenstaand. Van de ouderen heeft driekwart te maken met één of meer chronische
                    aandoeningen. Door de vergrijzing van de bevolking zullen tot 2020 chronische
                    aandoeningen als coronaire hartziekten, gezichtsstoornissen, chronische
                    bronchitis en dementie met 20 tot 25% toenemen. Dementie is één van de tien
                    aandoeningen met de grootste ziektelast, die bovendien voor mensen in de
                    omgeving veel gevolgen heeft. Bij een groeiend aantal ouderen neemt de behoefte
                    aan mantelzorg, professionele zorg en speciale voorzieningen toe. Het is een
                    goede zaak dat al veel gemeenten zich vanuit het gezondheidsbeleid richten op de
                    ondersteuning van mantelzorg, valpreventie en preventie van eenzaamheid.</al><al><vet>Meer risico op gezondheidsachterstand bij bepaalde
                    bevolkingsgroepen</vet></al><al>Mensen met een lage opleiding en weinig inkomsten hebben een kortere
                    levensverwachting en een slechtere gezondheid dan mensen die beter zijn opgeleid
                    en meer verdienen. Zo leven laagopgeleiden gemiddeld zes à zeven jaar korter dan
                    hoogopgeleiden. Een andere groep die naar verhouding minder gezond is, zijn
                    mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst. Deze bevolkingsgroepen hebben een
                    minder gunstige leefstijl, minder gunstige omgevingsfactoren en mede hierdoor
                    een minder goede gezondheid. Het aantal mensen met een laag inkomen en het
                    aantal niet-westerse allochtonen in de regio Noord-en Oost-Gelderland zal in de
                    toekomst toenemen.</al><al><vet>Oude en nieuwe infectieziekten steken de kop op</vet></al><al>Na een jarenlange dalende trend is het aantal tuberculosepatiënten in de regio
                    Noord- en Oost-Gelderland gestegen van 41 nieuwe gevallen in 2008 tot 54 nieuwe
                    gevallen in 2009. Dit is het gevolg van de toename van immigranten en
                    asielzoekers uit landen waar veel tuberculose voorkomt. Ook het aantal mensen
                    met een seksueel overdraagbare aandoening (soa) is in de afgelopen jaren
                    toegenomen. De GGD constateerde in 2007 bij 294 bezoekers van het soa-spreekuur
                    een soa; in 2009 was dit aantal gestegen tot 387. De verwachting is dat deze
                    trend zich voortzet. Hoewel het aantal melkgeitenbedrijven in de regio relatief
                    hoog is, is de verspreiding van Q-koorts tot nu toe beperkt gebleven, namelijk
                    13 slachtoffers ten opzichte van 2.357 in heel Nederland. Evenals in de rest van
                    Nederland neemt de ziekte van Lyme sinds 1994 toe. Besmette teken brengen deze
                    ziekte over. In 2009 waren er in de helft van de gemeenten in de regio Noord-en
                    Oost-Gelderland minimaal 200 besmettingen per 10.000 inwoners ten opzichte van
                    50-200 besmettingen per 10.000 inwoners landelijk.</al><al><vet>Leefstijl en omgevingsfactoren voor verbetering vatbaar</vet></al><al>Mensen kunnen door hun leefstijl hun gezondheid beïnvloeden. Maar ook de
                    omgeving, het milieu, kan op iemands gezondheid van invloed zijn. Hieronder
                    volgt een overzicht van de belangrijkste feiten:</al><al>• roken is nog steeds de belangrijkste vermijdbare oorzaak van ziekte en
                    sterfte. In de regio Noord- en Oost-Gelderland rookt 17% van de middelbare
                    scholieren en 24% van de volwassenen;</al><al>• overgewicht is na roken de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte. In
                    deze regio komt overgewicht meer voor en het neemt verder toe dan
                    landelijk;</al><al>• alcoholgebruik onder jongeren neemt af in deze regio, maar is nog steeds te
                    hoog. Bijna de helft van de vierdeklassers drinkt in een periode van vier weken
                    bij minstens één gelegenheid vijf of meer glazen alcohol en één op de drie
                    volwassenen overschrijdt de norm voor verantwoord alcoholgebruik;</al><al>• bewegen verkleint de kans op vroegtijdig overlijden en het risico op het
                    ontstaan van diverse ziekten. In deze regio voldoen de meeste middelbare
                    scholieren en een kwart van de volwassenen niet aan de Nederlandse Norm Gezond
                    Bewegen;</al><al>• Gezonde voeding verkleint het risico op het ontstaan van diverse ziekten,
                    zoals hart- en vaatziekten, kanker en diabetes. De meerderheid van de regionale
                    bevolking kan op dit terrein gezondheidswinst boeken omdat men onvoldoende
                    groente, fruit en vis eet;</al><al>• veilig vrijen is van belang om soa te voorkomen. In deze regio heeft één op de
                    zes middelbare scholieren ervaring met geslachtsgemeenschap. De helft van deze
                    groep gebruikt niet altijd een condoom;</al><al>• huiselijk geweld kan lichamelijk geweld, geestelijk geweld, seksueel geweld of
                    verwaarlozing van kinderen zijn. Ongeveer één op de dertien volwassenen geeft
                    aan slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Zowel slachtoffers, daders
                    als kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld, hebben baat bij goede
                    begeleiding;</al><al>• ventilatie verbetert de kwaliteit van het binnenmilieu. In het binnenmilieu
                    kunnen verschillende stoffen voorkomen die schadelijk zijn voor de gezondheid,
                    zoals tabaksrook, radon, vocht en allergenen. De meerderheid van de woningen en
                    scholen in de regio wordt onvoldoende geventileerd;</al><al>• geluidshinder is een groeiend probleem. Blootstelling aan geluid kan hinder
                    veroorzaken en leiden tot lichamelijke klachten en verminderde prestaties. Eén
                    op de vijf volwassenen in de regio ondervindt ernstige geluidshinder. Het
                    wegverkeer en de buren zijn de belangrijkste geluidsbronnen.</al><al><vet><cursief>Aanbevelingen voor gezondheidsbeleid</cursief></vet></al><al><vet>Geef meer aandacht aan preventie</vet></al><al>De urgentie van preventie is nog steeds groot. De door het ministerie van
                    Volksgezondheid, Welzijn en Sport gestelde preventie doelstellingen zijn noch
                    landelijk noch in de regio Noord- en Oost-Gelderland allemaal gehaald. Het
                    aantal volwassenen en jongeren met overgewicht stabiliseert landelijk, maar
                    stijgt in onze regio. Te veel inwoners roken zelf of roken mee met anderen in
                    hun omgeving. Het aantal alcohol drinkende jongeren en volwassen
                    probleemdrinkers is nog altijd te hoog. Steeds meer inwoners kampen met
                    diabetes. Landelijk krijgen meer inwoners preventieve hulp tegen depressies;
                    voor de regio Noord- en Oost-Gelderland zijn daarvan geen cijfers bekend.</al><al>De Handleiding Gezonde Gemeente (2010) geeft gemeenteambtenaren en lokale
                    professionals van preventieorganisaties handvatten om de thema’s roken,
                    depressie, overgewicht, alcohol en seksuele gezondheid op te nemen in het lokale
                    gezondheidsbeleid. Belangrijke elementen zijn een integrale aanpak en een
                    gezonde leefomgeving. Voorts is het van belang om meer inwoners met een lage
                    sociaaleconomische status en meer inwoners van niet-westerse afkomst te
                    bereiken.</al><al><vet>Gebruik meer erkende interventies</vet></al><al>In de regio Noord- en Oost-Gelderland wordt geen optimaal gebruik gemaakt van de
                    landelijk beschikbare, erkende interventies. Steeds meer interventies zijn door
                    de Erkenningscommissie van het Centrum Gezond Leven (CGL) van het Rijksinstituut
                    voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beoordeeld op kwaliteit en effectiviteit.
                    Vooral het aantal interventies dat is erkend als ‘goed beschreven’ of
                    ‘theoretisch goed onderbouwd’ is de afgelopen jaren flink gegroeid. Daarnaast is
                    door het CGL een beperkt aantal interventies erkend als ‘waarschijnlijk
                    effectief’ of ‘bewezen effectief’. Sommige landelijk erkende interventies worden
                    al wel regionaal ingezet, vele andere nog niet. Regionale preventieorganisaties
                    gebruiken niet-beoordeelde interventies, waarvan weinig bekend is over de
                    werkzaamheid. De organisaties kunnen kwaliteit en effectiviteit van deze
                    niet-beoordeelde regionale interventies inzichtelijk maken, door ze goed te
                    evalueren en voor erkenning in te dienen bij het CGL.</al><al><vet>Pas integraal gezondheidsbeleid toe</vet></al><al>Via integraal gezondheidsbeleid kan de gemeente het haar inwoners gemakkelijk
                    maken om zich gezond te gedragen (bijvoorbeeld door voldoende speeltuintjes,
                    zitbanken en fietspaden aan te leggen en door geen alcohol te schenken op
                    plekken waar jeugd komt). Daarnaast kan de gemeente mensen die dat nodig hebben,
                    stimuleren, gebruik te maken van diverse voorzieningen (bijvoorbeeld door mensen
                    via het zorgloket hierop te attenderen). Gemeenten hebben twee belangrijke
                    bestuurlijke instrumenten om het integraal gezondheidsbeleid vorm te geven. De
                    eerste is de nota lokaal gezondheidsbeleid, waaraan verschillende
                    beleidsterreinen van een gemeente hun inbreng kunnen leveren. Als tweede biedt
                    de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) diverse mogelijkheden. Dat komt
                    onder andere omdat deze wet gericht is op het vergroten van de leefbaarheid, op
                    goede informatieverstrekking en op mensen die onvoldoende zelfredzaam zijn. De
                    kern van de Wmo is dat iedereen kan meedoen in de samenleving.</al><al><vet>Geef kwetsbare mensen extra aandacht</vet></al><al>Het is belangrijk dat gemeenten, om gezondheidsachterstanden aan te pakken, bij
                    de uitvoering van hun gezondheidsbeleid expliciet aandacht besteden aan mensen
                    uit kwetsbare groepen. Dit zijn onder andere mensen met een laag inkomen en
                    mensen met een niet-westerse achtergrond, maar ook mensen die niet zelfredzaam
                    zijn. De gemeente kan mensen uit deze kwetsbare groepen ondersteunen met
                    speciale voorzieningen en regelingen.</al><al><vet>Verbeter samenhang tussen gemeentelijk gezondheidsbeleid en
                        eerstelijnszorg</vet></al><al>Gemeenten kunnen de preventieve en curatieve zorg stimuleren om met elkaar af te
                    stemmen en samen te werken. De gemeente kan partners uit de eerstelijnszorg, die
                    een functie vervullen in bestaande structuren, zoals het Centrum voor Jeugd en
                    Gezin (CJG), een Stichting Welzijn Ouderen of een gezondheidscentrum, bij elkaar
                    brengen. Mogelijke thema’s voor samenwerking zijn opvoedingsondersteuning,
                    valpreventie, aanpak overgewicht, diabetes, overmatig alcoholgebruik, vroege
                    opsporing psychische problematiek, voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten en
                    ondersteuning van jongeren die opgroeien met een ernstig of langdurig ziek
                    familielid.</al><al><vet>Versterk netwerkbenadering tussen gemeenten onderling</vet></al><al>Netwerkbenadering of ‘<cursief>concerted action</cursief>’ betekent dat
                    gemeenten een gezamenlijk en samenhangend actieprogramma opstellen, gebaseerd op
                    de best beschikbare kennis. Partners die een belangrijke taak hebben bij de
                    uitvoering van dit actieprogramma zijn vertegenwoordigd en er is sprake van een
                    eenduidige regie. De gemeente voert de regie, desgewenst met ondersteuning van
                    de GGD. Hierbij zijn politieke wil en een lange adem belangrijke
                    randvoorwaarden.</al><al><vet><cursief>Beleidsnota’s</cursief></vet></al><al><cursief>Hier volgen samenvattingen van belangrijke landelijke, provinciale en
                        regionale beleidsnota’s op basis waarvan de gemeenten hun lokaal
                        gezondheidsbeleid (mede) vorm en inhoud kunnen geven.</cursief></al><al><vet>Delandelijke beleidsnota volksgezondheid</vet></al><al>In de nota <cursief>Gezondheid dichtbij</cursief> (mei 2011) benoemt de minister
                    de landelijke prioriteiten die aanknopingspunten bieden voor het gemeentelijk
                    gezondheidsbeleid. Deze moeten gemeenten in hun eigen nota’s in acht nemen. Het
                    kabinet staat voor eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. De
                    kabinetsvisie is uitgewerkt in drie thema’s:</al><lijst><li nr="1."><al>Vertrouwen in gezondheidsbescherming </al></li><li nr="2."><al>Zorg en sport dichtbij in de buurt </al></li><li nr="3."><al>Zelf beslissen over leefstijl </al></li></lijst><al>De vijf speerpunten uit de preventienota 2006 blijven belangrijk. Dit zijn
                    overgewicht, diabetes, depressie, roken en schadelijk alcoholgebruik. Het accent
                    ligt op bewegen.</al><al><vet><cursief>Uitgangspunten van het kabinet</cursief></vet></al><al>Gezondheid moet weer iets van de Nederlander zelf worden. Dat betekent
                    terughoudendheid met ge- en verboden, ongevraagd advies en keuzebeperkingen
                    vanuit de overheid. Er komt een omslag van ‘gezond moeten leven’ naar
                    ‘makkelijker toegankelijk maken van gezonde keuzes’.</al><al><vet><cursief>Vertrouwen in gezondheidsbescherming</cursief></vet></al><al>Verschillende risicofactoren voor de gezondheid kunnen mensen zelf niet of
                    moeilijk beïnvloeden, bijvoorbeeld op het terrein van crisisbeheersing en
                    infectieziektebestrijding.</al><al><vet><cursief>Zorg en sport dichtbij in de buurt</cursief></vet></al><al>Herkenbare en toegankelijke zorgvoorzieningen in de buurt of digitaal bereikbaar
                    (eHealth) kunnen bijdragen aan het bevorderen van gezondheid. Evenals tijdige
                    signalering van gezondheidsrisico's en toepassing van effectieve interventies en
                    innovatieve behandelwijzen. Het kabinet wil dat iedereen veilig kan sporten,
                    bewegen en spelen in de buurt. Hiervoor zijn voldoende en laagdrempelige
                    voorzieningen nodig. Het kabinet geeft hier samen met gemeenten, de sportsector
                    en private partijen een positieve impuls aan. Beweegmogelijkheden in de buurt
                    die aansluiten bij de wensen van ouderen, moeten worden gestimuleerd. Er dient
                    tevens aandacht te zijn voor eenzaamheid van ouderen en voor goede voeding.</al><al><vet><cursief>Zelf beslissen over leefstijl</cursief></vet></al><al>Als het om leefstijl gaat, schrijft de overheid mensen zo min mogelijk voor wat
                    ze wel of niet mogen. Mensen maken zelf keuzes. Die keuzes worden gemaakt in een
                    omgeving waarin de gezonde keuze gemakkelijk is. Diverse maatschappelijke
                    sectoren en gemeentelijke beleidsterreinen dragen hieraan bij. </al><al><vet><cursief>Extra aandacht voor jeugd</cursief></vet></al><al>De jeugd heeft de toekomst. Hier besteedt het kabinet extra aandacht aan. Naast
                    bevordering van (het aanleren van) een gezonde leefstijl, vroege signalering van
                    risico's en inzet op weerbaarheid om dagelijkse verleidingen te weerstaan, vindt
                    het kabinet dat het stellen van grenzen en het stimuleren van een gezonde basis
                    bij de jeugd gerechtvaardigd zijn. Het kabinet zet in op het positief stimuleren
                    van gezond gedrag en op het ontwikkelen van weerbaarheid.</al><al>Hierbij verdienen drie thema’s extra aandacht: </al><lijst><li nr="1."><al>gezond gewicht, door sport, spel en bewegen en een verantwoord
                            voedingspatroon</al></li><li nr="2."><al>riskant en problematisch middelengebruik, en </al></li><li nr="3."><al>seksuele gezondheid.</al></li></lijst><al>Ouders en opvoeders zijn als eerste verantwoordelijk voor het gezond opgroeien
                    van hun kinderen. Ze hebben een voorbeeldfunctie en moeten consequent normen en
                    grenzen stellen.</al><al><vet><cursief>Publiek private samenwerking (PPS)</cursief></vet></al><al>Het kabinet ziet publiek private samenwerking van betrokken partijen (gemeenten,
                    bedrijfsleven, gezondheidsorganisaties en onderwijs) als een kansrijk middel om
                    de gezonde keuze maximaal aantrekkelijk en toegankelijk te maken. </al><al><vet><cursief>Gemeenten aan zet</cursief></vet></al><al>De gemeente is de bestuurslaag die het dichtste bij de burger staat. Daarom zijn
                    gemeenten beter in staat om maatwerk te leveren, in te spelen op de leefwereld
                    van de burgers en rekening te houden met de specifieke lokale omstandigheden. </al><al>Steeds meer participatievoorzieningen worden naar gemeenten overgeheveld. Voor
                    effectief beleid is het van belang het beleidsplan Wmo goed af te stemmen met de
                    nota gezondheidsbeleid. </al><al>De uitgangspunten van het kabinet kunnen goed worden gebruikt door
                    gemeenten.</al><al>Dit betekent: </al><lijst><li nr="-"><al>Inzetten op spelen, bewegen en sporten; </al></li><li nr="-"><al>Jeugd benoemen als belangrijke doelgroep voor het lokaal
                            gezondheidsbeleid; </al></li><li nr="-"><al>Stimuleren van publiek private samenwerking op lokaal niveau; </al></li><li nr="-"><al>Verbindingen leggen tussen verschillende beleidsterreinen en gezondheid;
                        </al></li><li nr="-"><al>Een bijdrage leveren aan het realiseren van ‘gezondheid in de buurt’.
                        </al></li></lijst><al><cursief>Gezondheidsbevordering </cursief></al><al>Gezondheidsbevordering is vooral een taak van de gemeenten die daarvoor, via het
                    Gemeentefonds, financiële middelen ontvangen. </al><al>De rijksoverheid heeft ondersteuningsprogramma's voor lokaal gezondheidsbeleid
                    opgezet. De komende jaren wordt gestopt met (massamediale) campagnes.</al><al/><al><vet>Preventie van welvaartsziekten effectief en efficiënt georganiseerd; advies
                        Raad voor Volksgezondheid &amp; Zorg, dec. 2011</vet></al><al>De organisatie van preventie van welvaartsziekten staat in geen verhouding tot
                    de ziektelast. Meer effectiviteit en efficiency in de organisatie van preventie
                    van welvaartsziekten begint met versterking van het eigenaarschap bij de
                    landelijke en de lokale overheid en bij zorgverzekeraar. Landelijk en lokaal zal
                    preventie van welvaartsziekten steviger worden aangepakt. Het aandeel van
                    ongezonde leefstijl in de ziektelast van kanker, diabetes en hart- en
                    vaatziekten (31% voor mannen, 23% voor vrouwen, vooral bij laag opgeleiden) zal
                    daardoor afnemen.</al><al>Mensen leven langer in gezondheid. Publieke gezondheid en curatieve zorg worden
                    niet langer als aparte domeinen gezien. Gemeente en zorgverzekeraars zullen
                    samen gezondheidsplannen op wijk/buurtniveau gaan maken en uitvoeren, ook op
                    locaties die nog niet eerder waren ontdekt. Daarvoor komt, onder voorwaarden, 1%
                    van het budget voor curatieve zorg beschikbaar. </al><al/><al/><al><vet>Aanbevelingen</vet></al><al><vet>1.Versterk het eigenaarschap van gezondheid bij zorgverzekeraars</vet></al><al>Maak ook voor verzekeraars sturen op gezondheidsdoelen tot uitgangspunt:</al><lijst><li nr="a."><al>Stel een preventiefonds in, gefinancierd uit premiemiddelen. Dit fonds
                            wordt gevuld met 1% van de premiemiddelen van de Zvw. Met dit bedrag
                            wordt lokaal/regionaal gezondheidsbeleid betaald </al></li><li nr="b."><al>Onderzoek gezondheidsprikkels in de ex ante ( “van te voren”)
                            risicoverevening.</al></li><li nr="c."><al>Verruiming van de mogelijkheden voor geïndiceerde preventie in het
                            basispakket voor de zorgverzekering.</al></li></lijst><al><vet>2. Versterk het gezondheidsbeleid van de gemeente</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Creëer met een “weetplicht” van gemeenten een juist gevoel van urgentie;
                            Gemeenten zijn de formele eigenaar van volksgezondheid op lokaal niveau,
                            maar systematische preventie van welvaartsziekten (zoals bij
                            infectieziekten) is er nog onvoldoende. Er lijkt weinig gevoel van
                            urgentie. Toch is de gemeente de aangewezen partij om leiding te geven
                            aan een brede aanpak binnen de gemeentelijke organisatie en aan
                            mobilisering van andere partijen (scholen, bedrijfsleven, sport, zorg).
                        </al></li><li nr="b."><al>Centraliseer de huidige subsidiemiddelen voor de implementatie van
                            preventieve interventies bij het RIVM.</al></li><li nr="c."><al>Gemeenten moeten GGD’en ruimte geven voor ontwikkeling en toepassing van
                            hun professionaliteit op het terrein van welvaartsziekten.</al></li></lijst><al><vet>3. Neem zelf een actieve rol</vet></al><al>Stimulansen voor gemeenten en verzekeraars zijn kosteneffectiever als de
                    Minister duidelijke visie en opvattingen over het belang van gezondheid
                    uitdraagt. </al><lijst><li nr="a."><al>Wees duidelijk over welvaartsziekten.</al></li><li nr="b."><al>Verruim de gezondheidsbescherming.</al></li><li nr="c."><al>Verhoog de accijns op tabak en alcohol en onderzoek de mogelijkheden om
                            met een vettax en/of een hogere BTW op voedsel gezond gedrag te
                            bevorderen.</al><al/><al><vet>Samenvatting</vet></al><al>Welvaartsziekten, dus gezondheidsschade door leefgewoonten die
                            samenhangen met de moderne welvaart, komen er in het preventiebeleid
                            bekaaid vanaf, in vergelijking met infectieziekten en ongevallen. Dit is
                            niet in verhouding met de omvangrijke ziektelast die ze veroorzaken.
                            Betere leefgewoonten zouden niet alleen de levensverwachting, maar ook
                            het aantal gezonde jaren en het aantal jaren zonder beperking of
                            chronische aandoeningen kunnen vergroten. Nu zien we dat de
                            levensverwachting (veel) sterker stijgt dan het aantal jaren zonder
                            beperking of chronische ziekte. Preventie heeft in dit perspectief van
                            stijgende zorgvraag dus ook grote maatschappelijke voordelen, in termen
                            van productiviteit en participatie, betaald en onbetaald. Preventie is
                            een van de oplossingen voor de stijgende zorguitgaven en de knelpunten
                            op de arbeidsmarkt die nu snel op ons afkomen.</al><al/><al><vet>Transitie Jeugdzorg</vet></al><al>In het Regeerakkoord 2010 is een ingrijpende wijziging van het
                            jeugdstelsel afgesproken. Het kabinet brengt uiterlijk in 2016 alle
                            vormen van jeugdzorg onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Zo kunnen
                            gemeenten sturen op lokaal samenhangende zorg voor gezinnen en
                            jeugdigen. Conform de Bestuursafspraken 2011–2015 worden gemeenten
                            verantwoordelijk voor de huidige provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg
                            incl. de jeugdbescherming en de jeugdreclassering, de jeugdzorgPlus
                            (gesloten jeugdzorg), geestelijke gezondheidzorg voor jeugdigen
                            (jeugd-GGZ), zorg voor jeugd met een licht verstandelijk beperking
                            (jeugd-LVB). </al><al>Met de verschuiving van de jeugdzorg naar gemeenten wil het kabinet er
                            voor zorgen dat het jeugdstelsel eenvoudiger wordt. Dat is nodig om een
                            snellere en effectievere inzet van ondersteuning of hulp mogelijk te
                            maken. De jeugdzorg moet beter aansluiten bij de eigen kracht en de
                            sociale netwerken van jeugdigen en hun ouders of verzorgers. Ook moet
                            voorkomen worden dat ouders en jeugdigen verdwalen in het systeem. Het
                            nieuwe stelsel kent door één wettelijk kader en één financieringssysteem
                            voor de jeugdzorg meer doelmatigheid en maakt meer integrale zorg in
                            geval van meervoudige problematiek beter mogelijk. Gemeenten krijgen een
                            grote mate van beleidsvrijheid.</al><al>(bron: transitieagenda jeugdzorg, maart 2012; gezamenlijke agenda van
                            Rijk/VNG/IPO)</al><al/><al><vet>Transitie Decentralisatie begeleiding</vet></al><al>Hierbij gaat het om de overheveling van extramurale begeleiding, incl.
                            vervoer naar de Wmo. Vanaf 2014 worden gemeenten hiervoor
                            verantwoordelijk. Deze decentralisatie biedt kansen om de ondersteuning
                            bij zelfredzaamheid en participatie dichterbij de inwoners te
                            organisaren. Gemeenten zijn in staat de eigen kracht en mogelijkheden
                            van de inwoners en hun sociale netwerk aan te spreken en maatwerk in de
                            directe omgeving te realiseren.Ook kunnen zij verbindingen leggen met
                            andere Wmo-voorzieningen en andere gemeentelijke domeinen zoals
                            reintegratie, de bijstand en het woonbeleid. Begeleiding wordt zo meer
                            doelmatig en effectief georganiseerd. Er gelden geen individuele rechten
                            en een verzekerde zorgplicht maar een gemeentelijke compensatieplicht
                            conform art. 4 van de Wmo. Het gaat op dit moment landelijk in de Awbz
                            om circa 180.000 mensen met een CIZ-indicatie voor extramrale
                            begeleiding. In de Awbz worden zes groepen onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>ouderen met somatische en of psychogeriatrische
                                    problematiek</al></li><li nr="2."><al>volwassenen met psychische problematiek</al></li><li nr="3."><al>mensen met een verstandelijke beperking</al></li><li nr="4."><al>mensen met een zintuigelijke beperking</al></li><li nr="5."><al>mensen met een lichamelijke of chronische ziekte</al></li><li nr="6."><al>en jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met
                                    opvoed- en opgroeiproblemen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Transitie Passend onderwijs</vet></al><al>Het kabinet wil dat leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben,
                            beter worden geholpen. Scholen zijn vanaf 1 augustus 2014 verplicht een
                            passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning
                            nodig hebben. De Tweede Kamer heeft in maart 2012 ingestemd met het
                            wetsvoorstel passend onderwijs. Het wetsvoorstel ligt nu ter goedkeuring
                            in de Eerste Kamer. De geplande bezuiniging van € 300 miljoen op passend
                            onderwijs gaat niet door. Dit is besloten in het Begrotingsakkoord 2013.
                            De 5 fracties in de Tweede Kamer (VVD, CDA, D66, GroenLinks en
                            ChristenUnie) en het demissionaire kabinet hebben daarover in april 2012
                            overeenstemming bereikt.</al><al>Voor elk kind een passende onderwijsplek. Ook kinderen die extra
                            aandacht nodig hebben, zoals leerlingen met een handicap of een
                            gedragsstoornis, hebben recht op goed onderwijs. Op dit moment moeten
                            ouders vaak zelf op zoek naar een passende onderwijsplek voor hun kind.
                            Vanaf augustus 2014 moeten scholen ervoor zorgen dat er voor elk kind
                            dat extra ondersteuning nodig heeft een passende plek is (zorgplicht).
                            Dat kan zijn op de school waar de ouders hun kind hebben aangemeld, maar
                            ook op een andere school die beter kan inspelen op de ondersteuning die
                            het kind nodig heeft, in het regulier of in het speciaal onderwijs. De
                            school van aanmelding is ervoor verantwoordelijk om de leerling een
                            passende plek aan te bieden.</al><al>De landelijke indicatiestelling en de rugzak verdwijnen. In plaats
                            daarvan organiseren en financieren de samenwerkende scholen de
                            ondersteuning die een kind in de klas nodig heeft. De schoolbesturen
                            werken samen in een samenwerkingsverband om dit te realiseren</al><al>(bron: site passend onderwijs, Rijksoverheid)</al><al/><al><vet>Conceptwetsvoorstel Jeugdwet,18 juli 2012</vet></al><al>De evaluatie van de Wet op de jeugdzorg en de analyse van de
                            parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg laten belangrijke
                            tekortkomingen van het huidige stelsel zien: </al><lijst><li nr="-"><al>een te grote druk op gespecialiseerde zorg;</al></li><li nr="-"><al>tekortschietende samenwerking rond kinderen en gezinnen;</al></li><li nr="-"><al>afwijkend gedrag wordt onnodig gemedicaliseerd;</al></li><li nr="-"><al>het kosten opdrijvend effect als afgeleide van deze
                                    knelpunten.</al></li></lijst><al>Dit wetsvoorstel voorziet in een decentralisatie van alle ondersteuning,
                            hulp en zorg voor jeugd en ouders naar gemeenten, zowel bestuurlijk als
                            financieel. Gemeenten zijn hierdoor beter in staat om integraal beleid
                            te ontwikkelen en maatwerk te bieden, afgestemd op de lokale situatie en
                            uitgaand van de mogelijkheden en de behoeften van de individuele
                            jeugdigen en hun ouders. Door de verantwoordelijkheid voor een positief
                            opvoed- en opgroeiklimaat, voor preventie, voor vroegsignalering tot en
                            met de (zware) gespecialiseerde zorg en de uitvoering van
                            kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering bij gemeenten te
                            leggen, wordt het makkelijker verbindingen te leggen tussen zorg,
                            onderwijs, werk en inkomen, sport en veiligheid. De regering wil een
                            samenleving met daarin een jeugdstelsel dat de zorgrelaties tussen
                            mensen onderling vooropstelt. Zorgrelaties tussen mensen, binnen het
                            gezin, in familie-, buurt- of andere informele of gemeenschapsverbanden
                            vormen een belangrijk en natuurlijk vehikel voor sociale cohesie en een
                            bron van sociaal kapitaal. Zorgen voor elkaar versterkt de individuele
                            en collectieve vermogens in de samenleving; een zichzelf versterkend
                            proces. De overheid dient dit proces zoveel als mogelijk te faciliteren
                            en er daarbij voor te waken dat zij deze zorgtaken niet overneemt. Die
                            cultuuromslag leidt er ook toe dat we anders tegen de zorg aankijken dan
                            we gewend zijn. Het gaat om een visie op de pedagogische civil society
                            waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de
                            school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke
                            rol spelen. Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling en
                            een succesvolle schoolloopbaan ligt aan de basis van welbevinden,
                            economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap.</al><al/><al><vet>Eén gezondheidsmonitor voor lokaal en landelijk beleid</vet></al><al>Om de verschillende landelijke en lokale gegevensbronnen regionaal,
                            landelijk en in de tijd met elkaar te kunnen vergelijken is het nodig
                            die gegevensverzamelingen op elkaar af te stemmen. Om dit mogelijk te
                            maken werken het RIVM, GGD Nederland en het CBS nauw samen. Met als
                            doel: één gezondheidsmonitor met vergelijkbare gegevens op alle niveaus.
                            Het CBS verzamelt jaarlijks gegevens over gezondheid van de gehele
                            bevolking via een landelijke gezondheidsenquête. Door gegevens samen te
                            voegen over vier jaar kunnen regionale vergelijkingen worden gemaakt.
                            Voor de lokale monitors werken de GGD’en met gestandaardiseerde
                            vragenlijsten aan efficiënter en betere kwaliteit van onderzoek. De
                            omvang van deze gegevensverzameling is uniek. De Lokale en Nationale
                            Monitor gezondheid (LNM) bestaat uit de Monitor Jeugdgezondheid:
                            kinderen van0 tot 19 jaar, de Monitor Volksgezondheid: volwassenen van
                            19 tot 65 jaar en de Monitor Gezondheid Ouderen:ouderen vanaf 65 jaar.
                            In verband met verschillen in de manier waarop gegevens worden verzameld
                            en verschillende uitvraagmomenten is het niet mogelijk op basis van de
                            LNM landelijke cijfers te berekenen voor bijvoorbeeld de VTV. Met één
                            gezondheidsmonitor behoort dit tot de verleden tijd. Gestart wordt met
                            de harmonisering van de monitors voor volwassenen en ouderen. De monitor
                            voor jeugd volgt later<vet> . </vet>Met de in gang gezette ontwikkeling
                            krijgen gemeenten:</al><al>• De beschikking over referentiecijfers op landelijk, regionaal en
                            lokaal niveau door afstemming en samenvoeging van gegevensbronnen.</al><al>• Vergelijkbare cijfers door uniformiteit in cijfers en begrippen en
                            uniforme werkwijzen van GGD’en.</al><al>• Ruimte voor lokale invulling: verdiepend onderzoek en analyses op
                            lokaal niveau.</al><al>• Via verrijking de beschikking over meer gegevens voor beleid.</al><al>Kortom, meer doelmatigheid en efficiëntere werkwijzen, waarbij GGD´en en
                            CBS gebruikmaken van elkaars expertise.</al><al>(bron: GGD Nederland</al><al/><al><vet>Ouderengezondheidszorg</vet></al><al>In 2009 is in de Wet Publieke Gezondheid een nieuw artikel gevoegd. Op
                            het niveau van lokale overheden kan het beste worden aangesloten bij de
                            behoeften van de ouderen zelf. Bij de uitvoering van artikel 5a Wpg is
                            het dan ook belangrijk dat de ouderen zelf centraal gesteld worden. Op
                            het gebied van ouderengezondheidszorg worden al veel activiteiten
                            aangeboden en ouderen maken vaak ook gebruik van bestaande (lokale)
                            voorzieningen zowel binnen de zorg (huisartsenzorg, thuiszorg) als daar
                            buiten (maatschappelijke ondersteuning). Het is dus niet zo zeer een
                            kwestie van het ontwikkelen van een nieuw aanbod als wel dat gemeenten
                            bestaande voorzieningen en structuren beter op elkaar moeten laten
                            aansluiten, waarbij de gemeenten vanuit een regierol de betreffende
                            partijen beter met elkaar verbinden. Het is van belang om aan te sluiten
                            bij de behoeften van ouderen en het al aanwezige aanbod. De kunst is om
                            vanuit het gezondheidsbeleid verbindingen te leggen tussen de sectoren
                            preventie,curatie en welzijn. Informatie over gezondheidsbevordering en
                            preventie is te vinden op
                                <onderstreept>www.loketgezondleven.nl</onderstreept></al><al>(Bron: Brief minister 2009 / Reminder: aanhaken bij
                            Ouderengezondheidszorg,GGD Nederland)</al><al/></li><li nr="d."><al><vet>Beleidsbrief Sport: “Sport en Bewegen in Olympisch perspectief”
                                VWS, mei 2011</vet></al><al><cursief>Visie sport- en beweegbeleid </cursief></al><al>Sporten en bewegen zijn voor veel mensen een populaire vorm van
                            vrijetijdsbesteding. Het is goed voor de gezondheid maar vooral ook leuk
                            om te doen. Wekelijks zijn miljoenen mensen direct of indirect betrokken
                            bij sport- en beweegactiviteiten. Ze nemen zelf deel aan deze
                            activiteiten, leveren hier als vrijwilliger een actieve bijdrage aan of
                            ze leven mee met (top)sporters langs de lijn, of via de media. Sporten
                            en bewegen dragen bij aan sociale en educatieve doeleinden zoals de
                            ontwikkeling en weerbaarheid van kinderen, het leren over sportiviteit
                            en respect, maatschappelijke participatie, maar ook aan het verbeteren
                            van de leefbaarheid in de buurt. Het kabinet hecht veel waarde aan sport
                            en bewegen als basis voor een gezonde en actieve leefstijl, waarbij de
                            keuzevrijheid en veiligheid van mensen voorop staat. Topsport heeft een
                            grote toegevoegde waarde voor de samenleving. Het levert ons, behalve
                            medailles, een gevoel van trots op en het inspireert tot het verleggen
                            van de eigen grenzen. Topsportevenementen brengen een enorme publieke
                            belangstelling met zich mee. Het werven en organiseren van evenementen
                            kan een grote maatschappelijke en economische meerwaarde hebben. De
                            evenementen dragen onder andere bij aan het nationale trots, Holland
                            Branding, toerisme, het stimuleren van vrijwilligerswerk en het
                            professionaliseren van de topsport. </al><al/><al><vet><cursief>Prioriteiten voor nieuw beleid </cursief></vet></al><al>Er zijn drie prioriteiten te benoemen voor het sport- en beweegbeleid
                            waar dit kabinet de komende jaren het verschil wil gaan maken: </al><al>1.Sport en bewegen in de buurt</al><al>De ambitie van het kabinet is dat iedere Nederlander, jong of oud, met
                            of zonder beperking, veilig kan sporten en bewegen in de eigen buurt. Om
                            te bereiken dat het lokale sport- en beweegaanbod aansluit op de vraag
                            van bewoners is het belangrijk dat er lokaal slimme verbindingen gelegd
                            worden tussen onder andere sport, school, zorg, welzijn en het
                            bedrijfsleven.</al><al><cursief>2. </cursief>Werken aan een veiliger sportklimaat</al><al>Om veilig en met plezier te kunnen sporten,</al><al><cursief>3. </cursief>Uitblinken in sport </al><al>Het kabinet ondersteunt de ambitie van de georganiseerde sport om als
                            Nederland bij de beste 10 topsportlanden van de wereld te horen.</al><al>Het kabinet wil daarnaast de economische betekenis van sport beter
                            benutten, zowel in de breedtesport als in de topsport. Sport is namelijk
                            een goed platform voor innovatie en biedt kansen voor ondernemerschap en
                            export. De gouden driehoek van sport, bedrijfsleven en wetenschap moeten
                            we versterken en van meer economische betekenis laten zijn.</al><al>Ten slotte omarmt dit kabinet de Olympische ambitie van Nederland en
                            heeft het streven om de Olympische en Paralympische Spelen van 2028 naar
                            Nederland te halen.</al><al/><al><vet><cursief>Extra middelen bestrijding Overgewicht bij
                                    kinderen</cursief></vet></al><al>In het Begrotingsakkoord 2013 is afgesproken dat van de extra middelen
                            voor preventie en palliatieve zorg (€ 100 miljoen vanaf 2013) een bedrag
                            van € 26 miljoen zal worden besteed aan het tegengaan van obesitas bij
                            kinderen </al><al> De middelen zullen worden ingezet voor het versterken en intensiveren
                            van bestaande programma’s gericht op het bevorderen van een gezonde
                            leefstijl van de jeugd. De inzet is primair gericht op voeding en
                            bewegen, maar daar waar mogelijk wordt - aansluitend bij de omslag in
                            het leefstijlbeleid - een verbredingslag gemaakt naar andere
                            leefstijlthema’s. </al><al>Hoofdlijnen zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>Jongeren op gezond gewicht: intensiveren op en ook na 2014
                                    continueren van het Convenant Gezond Gewicht, door eerder op te
                                    schalen en de aansluiting met de lokale zorgsector te verbeteren
                                    (€ 3 miljoen). Hierbij kan het gaan om obesitas maar ook om
                                    andere eetstoornissen zoals anorexia.</al></li><li nr="-"><al>Gezonde school: de aanpak behelst zowel de doorontwikkeling van
                                    de gezonde schoolmethode, als ook het meer inzetten op de
                                    “voorschool”, een doorlopende leerlijn gezond gewicht, behoud
                                    van kennis over voeding en gezond gedrag (waaronder bewegen)
                                    binnen het primair onderwijs en het verspreiden van interventies
                                    gericht op een gezonde schoolomgeving (€ 5 miljoen).</al></li><li nr="-"><al>Geoormerkte verhoging van de Sportimpuls (onderdeel van het
                                    programma Sport en Bewegen in de Buurt) voor het kopiëren van
                                    interventies die gericht zijn op de aanpak van overgewicht bij
                                    kinderen (€ 2 miljoen).</al></li><li nr="-"><al>Impuls individueel contactmoment voor adolescenten (vanaf 14
                                    jaar) en evt. aanvullende (collectieve) activiteiten voor
                                    leerlingen in voortgezet en middelbaar onderwijs door de
                                    jeugdgezondheidszorg (€ 15 miljoen).</al></li><li nr="-"><al>Betere informatievoorziening via centra voor Jeugd en Gezin over
                                    een gezonde leefstijl aan ouders en jeugd (stichting
                                    opvoeden.nl) (€ 1 miljoen)</al></li></lijst><al>(bron: brief VWS, 25 juni 2012)</al><al/><al><vet>Handreiking Gezonde Gemeente</vet></al><al>De digitale Handreiking Gezonde Gemeente is dé verzamelplaats van
                            informatie voor gemeentelijk gezondheidsbeleid. U vindt informatie, tips
                            en voorbeelden om uw beleidsproces in te richten en om de preventie van
                            gezondheidsproblemen in de gemeente concreet te maken Wat vindt u in
                            deze handreiking?</al><lijst><li nr="·"><al>Context en randvoorwaarden van gemeentelijk
                                    gezondheidsbeleid.</al></li><li nr="·"><al>Beleidscyclus met de belangrijkste aandachtspunten tijdens het
                                    voorbereiden, het formuleren van doelen, het uitvoeren en het
                                    evalueren.</al></li><li nr="·"><al>Zes themadelen om de preventieve aanpak lokaal concreet te maken
                                    van: roken, overgewicht, depressie, alcohol, seksuelegezondheid
                                    en letsel.</al></li><li nr="·"><al>Interventieoverzichten met aanbevolen interventies per
                                    thema.</al></li><li nr="·"><al>Checklists om snel de informatie te selecteren die voor u van
                                    belang is.</al></li><li nr="·"><al>De mogelijkheden voor adviesenondersteuning bij gemeentelijk
                                    gezondheidsbeleid op rij en tips voor het gebruik van de
                                    handreiking.</al></li></lijst><al>(bron: <onderstreept>www.loketgezondleven.nl</onderstreept>)</al><al/></li></lijst><al><vet>Zichtbare schakel: wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt.
                        Nieuwsbericht | 07-06-2012</vet></al><al>De ministeries van Binnenlandse Zaken en (Volksgezondheid, Welzijn en Sport
                    stellen via het gemeentefonds structureel € 10 miljoen beschikbaar voor
                    projecten rond wijkverpleegkundigen. Door het geld rechtstreeks aan gemeenten
                    beschikbaar te stellen kunnen wijkverpleegkundigen gebiedsgericht ingezet
                    worden. Gemeenten kunnen per stad, wijk of buurt maatwerk bieden. Het ZonMw
                    programma 'Zichtbare schakel: wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt' wordt
                    hiermee in een nieuwe vorm voortgezet. Dat programma werd begeleid en
                    gefinancierd via een rijksbijdrage aan ZonMw, een zelfstandig bestuursorgaan
                    voor zorgonderzoek en zorginnovatie. </al><al>Uit een tussenrapportage van het programma blijkt dat de wijkverpleegkundige een
                    grote betekenis heeft in het tijdig signaleren van dreigende
                    gezondheidsproblemen of overbelasting van mantelzorgers. De inzet leidt tot
                    betere samenwerking tussen de diverse (zorg)organisaties in de buurt. De meeste
                    samenwerking speelt zich af tussen de huisarts, de thuiszorg en
                    welzijnsorganisaties</al><al/><al><vet>Centra voor jeugd en gezin in gemeenten, een samenwerkingsproject met
                        gemeentelijke rekenkamers, 13 juni 2012</vet></al><al>Het CJG is geen zelfstandige organisatie, maar is ontworpen als een
                    netwerkorganisatie waarbinnen jeugdgezondheidszorg (Jgz) voor 0- tot 19-jarigen
                    wordt aangeboden, en opvoed- en opgroeiondersteuning aan kinderen tot 23 jaar en
                    hun ouders/verzorgers. In en rond het CJG werken bestaande instellingen die met
                    jeugd te maken hebben (zoals onderwijsinstellingen, Bureau Jeugdzorg,
                    welzijnswerk, buurtwerk, jongerenwerk, de jeugdgezondheidszorg, politie en
                    justitie, Haltbureaus enzovoort) met elkaar samen. Op die manier moeten CJG’s
                    voorkomen dat ouders en kinderen worden geconfronteerd met hulpverleners die
                    niet op de hoogte zijn van elkaars werkzaamheden. Het CJG heeft tot doel om
                    snel, goed en gecoördineerd advies te bieden, en vervolgens te zorgen voor hulp
                    op maat. In het onderzoek hebben wij samen met gemeentelijke
                    rekenkamercommissies gekeken naar de manier waarop 42 gemeenten hun CJG’s
                    organisatorisch en financieel hebben vormgegeven. Ook hebben we onderzocht in
                    hoeverre er samenwerking tot stand is gekomen binnen het netwerk van
                    hulpverleners en wat daarvan de resultaten zijn. Conclusie: Gemeenten en
                    hulpverleners hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in het realiseren
                    van CJG-inlooppunten. De uitvoering van deze afspraken staat vaak nog in de
                    kinderschoenen en als het gaat om de verantwoording daarover moet er nog het
                    nodige gebeuren. Het is, zo benadrukken gemeenten en hulpverleners, nog te vroeg
                    om de CJG’s af te rekenen op hun prestaties.</al><al><cursief>Belangrijkste bevindingen</cursief></al><al>Uit het onderzoek komen verscheidene zaken naar voren die bij de CJG’s nog
                    ontbreken c.q. verbetering behoeven. Wat bij de CJG’s vooralsnog ontbreekt, is
                    om te beginnen een referentiekader aan de hand waarvan de doelmatigheid en
                    doeltreffendheid van een CJG kan worden beoordeeld en waar nodig aan- of
                    bijgestuurd kan worden. Wij hebben in de eerste plaats vastgesteld dat vaak niet
                    of onvoldoende in toetsbare termen is geformuleerd welke taken het CJG precies
                    heeft en welk maatschappelijk effect de gemeente daarmee wil bereiken. Een
                    verbeterpunt betreft verder de bekendheid van het CJG. Deze blijkt in veel
                    gemeenten nog onvoldoende. Een goede risicosignalering en zorgcoördinatie worden
                    belemmerd doordat er onvoldoende gebruik wordt gemaakt van domein overstijgende
                    instrumenten zoals de digitale verwijsindex risicojongeren (waarmee kan worden
                    opgespoord welke professionals contact hebben met een kind) en gezamenlijk
                    casusoverleg. Ook zijn in veel gemeenten nog niet alle relevante partners
                    betrokken bij de risicosignalering en bij de afspraken over zorgcoördinatie. Een
                    ander verbeterpunt betreft de eenheid van het CJG. Veel CJG’s hebben nog te zeer
                    het karakter van een bedrijfsverzamelgebouw, waarin elke hulpverlener denkt en
                    handelt vanuit zijn eigen organisatie of zorgdomein. Een gezamenlijke
                    ‘CJG-identiteit’ is er over het algemeen nog niet. Om het CJG (of een
                    organisatie zoals het CJG) op termijn zijn beoogde ‘poortwachtersfunctie’ te
                    kunnen laten vervullen in het nieuwe stelsel van jeugdzorg, is gegeven de
                    bevindingen in het onderzoek aandacht vereist voor de volgende
                    ontwikkelpunten:</al><lijst><li nr="·"><al>versterken van de sturingskracht van de gemeente;</al></li><li nr="·"><al>versterken van de signaleringsfunctie;</al></li><li nr="·"><al>verbreden van de zorgcoördinatie;</al></li><li nr="·"><al>ontwikkelen van de CJG-identiteit (externe bekendheid en interne
                            betrokkenheid);</al></li><li nr="·"><al>aandacht voor potentiële tegenstelling binnen het CJG tussen preventie
                            en hulp bij zware problematiek.</al><al/></li></lijst><al><vet>Provincie Gelderland Sociaal beleid</vet></al><al>De provincie Gelderland draagt op een flexibele en vraaggerichte manier bij aan
                    het aanpakken van de grote maatschappelijke uitdagingen. Ze zet zich in voor
                    leefbaarheid, actief burgerschap, gezondheid, zorg, en jeugd. De dynamiek van
                    maatschappelijke ontwikkelingen is groot en op onderdelen ongewis. Er zijn vele
                    betrokken actoren van uiteenlopende aard: overheden en politiek, marktpartijen,
                    maatschappelijke organisaties, burgers, particuliere initiatieven en
                    groeperingen.</al><al>De sociaal-maatschappelijke opgaven zijn omvangrijk en complex, maar de rol van
                    de provincie op sociaal terrein is beperkt. De eerste
                    beleidsverantwoordelijkheid ligt bij gemeenten en maatschappelijke organisaties
                    en oplossingen moeten vrijwel altijd tot stand worden gebracht in samenwerking
                    en partnerschap. De bijdrage van de provincie sluit daar op aan, zij signaleert
                    en agendeert. Doelen en resultaten liggen dan ook niet voor vele jaren vast maar
                    sluiten aan op de kansen en ontwikkelingen van het moment. De provincie
                    Gelderland brengt de maatschappelijke vraagstukken in beeld waarbij een lokale
                    aanpak (alleen) niet volstaat of waar tijdelijke extra ondersteuning of extra
                    impuls nodig is. De provincie brengt partijen bij elkaar en draagt bij aan een
                    gemeenschappelijke aanpak. De uitvoering van het nieuwe Sociaal Profiel start
                    per 2013, 2012 was een transitiejaar waarin aandacht was voor afbouw, ombouw,
                    opbouw en voorbereiding. De provincie signaleert twee trends die uitgangspunt
                    zijn voor het nieuwe sociaal profiel van de provincie Gelderland.De
                        transformatie<vet>; </vet>Mensen worden meer aangesproken op hun eigen
                    keuzes en verantwoordelijkheden en moeten zelf in beweging komen om opgewassen
                    te raken tegen de gewone (of ongewone) gebeurtenissen in het leven. Als tweede
                    ziet de provincie een wijzigende bevolkingssamenstelling. Tekorten op de
                    arbeidsmarkt, arbeidsmigratie, ontgroening en vergrijzing van de bevolking maken
                    dat er nieuwe uitdagingen op ons afkomen. De demografische ontwikkelingen worden
                    nog eens versterkt door een langzaam voortschrijdende urbanisatie: jonge
                    gezinnen trekken steeds meer naar grotere stedelijke omgevingen.</al><al/><al><vet>Provinciaal Beleidskader Jeugd 2013-2016….de toekomst! Arnhem, 27 juni
                        2012</vet></al><al>De Gelderse doelen op hoofdlijnen zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>kinderen en opvoeders centraal</al></li><li nr="2."><al>de jeugdzorg transformeren</al></li><li nr="3."><al>samen doen</al></li><li nr="4."><al>ervaring en kennis gebruiken en delen en het goede behouden</al></li></lijst><al>De provincie voert de wet uit en verbetert daar waar kan. Gemeenten zijn als
                    ontvangende partij verantwoordelijk voor het nieuwe stelsel. Zij voeren de regie
                    over de inrichting en uitvoering van het nieuwe stelsel. Zij moeten de ruimte
                    krijgen een visie te ontwikkelen en aan te geven hoe zij de jeugdzorg willen
                    integreren in het nieuwe stelsel voor jeugd. Daarbij zullen verbindingen worden
                    gelegd met bestaande en nieuwe (gedecentraliseerde) gemeentelijke taken. Verder
                    moeten zij alles in gereedheid brengen om de jeugdzorg te ontvangen en tot een
                    slagvaardige uitvoering van het nieuwe stelsel te komen. Om deze functies
                    optimaal te kunnen vervullen, worden op lokaal en op bovenlokaal niveau
                    verbindingen aangegaan. Zo worden voor de verschillende opgaven passende
                    schaalgroottes gecreëerd. Iedere gemeente, iedere regio, werkt in haar eigen
                    kaders en transitieplannen uit op welke wijze zij deze rol invulling geven;
                    welke keuzes worden gemaakt en welke inzet wordt gepleegd. Provincie: zorgvuldig
                    beëindigen van taken, zorgvuldig overdragen door kennis te delen De provincie
                    wil gemeenten bij dit proces ondersteunen. Wij willen gemeenten helpen door
                    vanuit onze ervaring met de jeugdzorg mee te denken en mee te werken, waar
                    mogelijk, nodig en gewenst. In het overdrachtsproces staat voor ons
                    zorgvuldigheid voorop. Kinderen mogen niet de dupe worden van de
                    overdracht.</al><al/><al><vet>Gelderland Sport</vet></al><al>De provincie wil met haar sportbeleid investeren in een gezond, vitaal en
                    aantrekkelijk Gelderland. Meer sportende inwoners die er een gezonde en een
                    actieve leefstijl op na houden. Ook wil de provincie eraan bijdragen van
                    Gelderland een “Sportland” te maken en sporttalenten de ruimte geven zich tot
                    topsporter te ontwikkelen. Vanaf 1 augustus 2012 kunnen bedrijven, gemeenten en
                    (sport)organisaties gebruik maken van de nieuwe subsidieregeling Gelderland
                    Sport! De provincie Gelderland stelt subsidies beschikbaar voor sportieve
                    bewegingsruimte, actieve senioren, sport en gezondheid bij jeugd,
                    talentontwikkeling en sportevenementen in de kernsporten judo, volleybal,
                    wielersport, paardensport en atletiek (inclusief wandelen); Kennis en innovatie
                    en vitale werknemers<vet>.</vet></al><al><vet>(bron:
                    </vet><onderstreept>www.Gelderland.nl</onderstreept><vet>)</vet></al><al/><al><vet>Regio Achterhoek</vet></al><al><vet>Achterhoek Agenda 2020</vet></al><al>Een innovatief, ambitieus en duurzaam plan voor de toekomst van de Achterhoek
                    dat naadloos aansluit op agenda’s en toekomstvisies van provincie, rijk en
                    Europa. Op 30 november 2011 ondertekenden 150 partijen (overheid, ondernemers en
                    maatschappelijke organisaties, de drie 0’s) het Convenant Achterhoek 2020, dat
                    hun samenwerking en inspanning voor de agenda 2020 bekrachtigde. De Agenda werkt
                    vanuit vier thema’s: Innovatieve &amp; duurzame economie, Slim &amp; snel
                    verbinden, Vitale leefomgeving en Kansrijk platteland. Het gezondheidsbeleid van
                    de Achterhoekse gemeenten heeft de meeste raakvlakken met de werkplaats Vitale
                    Leefomgeving. T.a.v. gezondheid wordt er vanuit de Vitale werkplaats gewerkt aan
                    2 thema’s; Gezondheid en zelfmanagement en Met een Gezonde jeugd naar een Vitale
                    Toekomst.</al><al/><al><vet>Regionale aanpak transitie decentralisaties</vet></al><al>In Regioverband is de wens en het voornemen geuit de decentralisaties
                    gezamenlijk op te pakken. Het bundelen van krachten bespaart kosten, samen
                    hebben de gemeenten meer kennis en kwaliteit in huis, gezamenlijke inkoop levert
                    financiële voordelen op, regionaal werkende aanbieders hoeven niet met elke
                    gemeente afspraken te maken, dit maakt het mogelijk zoveel mogelijk middelen
                    voor de directe zorg te reserveren en zo min mogelijk voor overhead en een
                    gezamenlijke lobby richting Den Haag en provinvcie is sterker. Regionale
                    samenwerking hoeft niet in te houden dat er geen lokale keuzes gemaakt kunnen
                    worden. De gemeenten kiezen voor een projectmatige aanpak.</al><al/><al><vet>Integrale Jeugdgezondheidszorg</vet></al><al>Gemeenten zijn gezamenlijk met de GGD en de thuiszorgorganisaties aan het
                    onderzoeken hoe de organisatie van de jeugdgezondheidszorg te veranderen. Het
                    gaat niet slecht maar een andere, integrale organisatievorm is beter uitgerust
                    op de toekomst en de ontwikkelingen rond de jeugdzorg. Voor het onderzoek naar
                    een nieuwe wijze van organisatie zullen gezamenlijke randvoorwaarden moeten
                    worden gesteld:</al><lijst><li nr="1."><al>de jeugdige en zijn ouders/verzorgers staan centraal</al></li><li nr="2."><al>er is sprake van een doorlopende lijn van preventieve zorg en monitoring
                            jeugdigen van -9 maanden tot 23 jaar.</al></li><li nr="3."><al>verplichtingen en wettelijke kaders staan aan de basis van een model
                            integrale jgz</al></li><li nr="4."><al>optimale aansluiting op de (door)ontwikkeling van het CJG: een voor
                            jeugdigen en ouders/verzorgers herkenbaar lokaal loket</al></li><li nr="5."><al>optimale aansluiting bij de jeugdzorg</al></li><li nr="6."><al>er is bij voorkeur één uitvoeringsorganisatie Jgz binnen het CJG</al></li><li nr="7."><al>de Jgz levert conform de door gemeenten gestelde kaders, budget en
                            verantwoordingsplicht</al></li><li nr="8."><al>minstens budgettair neutraal ten opzichte van de huidige situatie. Wel
                            is er ruimte voor pilots.</al></li></lijst><al>Op basis van een onderzoeksrapport zijn de aanbevelingen van de stuurgroep en de
                    reacties van GGD en thuiszorg besproken in het portefeuillehouders overleg
                    volksgezondheid (juli en okt. 2012) Binnen het Algemeen Bestuur van de GGD is
                    inmiddels duidelijk geworden dat een definitieve nieuwe vorm vooralsnog niet
                    haalbaar is, zulks in afwachting van de transitie jeugdzorg. Wel is er ruimte
                    voor uitvoering van pilots gecreëerd op lokaal/regionaal niveau.</al><al/><al/><al><vet>BIJLAGE 4</vet></al><al><vet>Uitvoering gezondheidsbeleid 2009-2012</vet></al><al>In de nota lokaal gezondheidsbeleid 2009-2012 staat vermeld dat er tweejaarlijks
                    een voortgangsrapportage aan de gemeenteraad ter kennisname wordt aangeboden. In
                    verband met de naderende volgende nota lokaal gezondheidsbeleid hebben wij u
                    gemeld dat wij u om praktische redenen tegelijk met deze nota zullen rapporteren
                    over de uitvoering van het gezondheidsbeleid over de volledige periode 2009 tot
                    en met 2012.</al><al>We hebben destijds aangesloten bij de speerpunten van de Rijksnota “Kiezen voor
                    gezond leven”, waarbij als vijf grootste gezondheidsbedreigers zijn
                    genoemd”</al><al>Roken; schadelijk alcoholgebruik; overgewicht; diabetes, depressie.</al><al>Op basis van de GGD-onderzoeken is toen besloten om naast de reguliere door de
                    GGD en Yunio uit te voeren preventietaken, vooral aandacht te besteden aan:</al><lijst><li nr="-"><al>Alcoholmatiging jeugd</al></li><li nr="-"><al>Terugdringen van overgewicht (jeugd, volwassenen)</al></li><li nr="-"><al>Vroegtijdig signaleren en voorkomen van eenzaamheid (ouderen)</al></li><li nr="-"><al>Vroegtijdig signaleren en voorkomen van bewegingsproblemen
                            (ouderen)</al></li></lijst><al>Voor het gemeentelijk uitvoeringsprogramma is hierbij uitgegaan van de
                    activiteiten die diverse organisaties al in hun aanbod hebben. Vanuit onze visie
                    op sport wordt deelname van de jeugd gestimuleerd, mede door het subsidiëren op
                    basis van het aantal jeugdleden. Ook vindt sportstimulering plaats door het
                    organiseren van activiteiten door de Sport Federatie Berkelland.</al><al>Bij de GGD en Yunio gaat het hierbij om de uitvoering van hun wettelijke
                    basistakenpakket op het gebied van collectieve preventie,
                    infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. Daarnaast verstrekken wij
                    jaarlijks subsidie voor de uitvoering van het zogenaamde maatwerkdeel, dat zich
                    met name richt op de thema’s taal, opvoeding en voeding. </al><al>Ons college streeft er naar steeds gezondheidsaspecten integraal mee te nemen
                    bij beslissingen op allerlei terreinen die direct van invloed zijn op de
                    gezondheid van de bevolking. In het format van de B en W –adviezen is hiervoor
                    het onderdeel “gezondheidsaspecten” standaard opgenomen.</al><al/><al><vet>Alcoholmatiging Jeugd</vet></al><al>Vanaf 2005 is het project ‘Alcoholmatiging Jeugd in de Achterhoek’ uitgevoerd.
                    Het project heeft goede resultaten geboekt. Het aantal kinderen dat op de
                    basisschool wel eens alcohol drinkt, is fors afgenomen, evenals hoe vaak en hoe
                    veel zij drinken. Het aantal jongeren onder de 16 dat alcohol drinkt, is
                    eveneens zeer sterk gedaald. In 2003 was in de Achterhoek het actueel gebruik in
                    klas 2 van het voortgezet onderwijs nog 56%, in 2011 17%. Voor klas 4 was dit
                    resp. 86% en 71%. In klas 4 is vooral zichtbaar dat zodra kinderen 16 zijn,
                    alcoholgebruik begint. Veel vijftienjarige 4<sup>e</sup> klassers drinken nog
                    niet; eenmaal 16 drinken zij snel vaak en veel.</al><al>Wij hebben tot en met 2011 meegedaan in het regionale project. Om de
                    investeringen van de afgelopen jaren niet verloren te laten gaan hebben we
                    borgingsafspraken gemaakt.</al><al>Het doel van de borging is dat via een onderhoudsbasis van activiteiten minimaal
                    de behaalde resultaten worden vastgehouden. De borging houdt in dat de betrokken
                    organisaties IrisZorg, Halt, politie en GGD activiteiten vanuit hun basistaken
                    blijven uitvoeren. Ook wij houden de aandacht voor alcoholmatiging jeugd vast.
                    Deze activiteiten zijn vastgelegd in een borgingsnotitie. In 2012 hebben we
                    gesprekken gevoerd met de bedrijven/instellingen/verenigingen waar jongeren
                    beneden 16 jaar zonder problemen alcohol kunnen krijgen.</al><al>Dit bleek uit een in 2011 gehouden mysteryshoponderzoek. We zetten de gesprekken
                    met alle secoren die alcohol verkopen in 2013 voort in combinatie met het geven
                    van voorlichting over de uitvoering van de Nieuwe Drank- en Horecawet. Hierbij
                    hopen wij te komern tot een betere handhaving van het
                    alcoholverstrekkingenbeleid aan jongeren.</al><al>De herziene Drank- en Horecawet is vanaf 2013 van kracht en geeft de gemeente
                    nieuwe bevoegdheden en verantwoordelijkheden om een preventief
                    alcoholmatigingsbeleid te voeren. </al><al/><al><vet>Bewegen voor ouderen</vet></al><al>Door Betula worden met behulp van vrijwilligers sport- en spelactiviteiten </al><al>georganiseerd. (Zwemmen, koersbal en gym)</al><al/><al><vet>Verminderen van eenzaamheid bij ouderen</vet></al><al>Vanaf 2009 is door Betula een ouderenadviseur, nu welzijnsconsulent, ingezet met
                    als belangrijke pijler de (persoonlijke) ondersteuning van ouderen in hun
                    welzijn in de breedste zin van het woord.</al><al>De pijler spitst zich toe op het afleggen van huisbezoeken voor individuele
                    ondersteuning, het signaleren van knelpunten en/of leemtes en de coördinatie van
                    de seniorenvoorlichting. Door vrijwillige ouderenadviseurs/seniorenvoorlichters
                    worden jaarlijks huisbezoeken afgelegd waarbij zij informatie geven op het
                    gebied wonen, welzijn, zorg en financiën. </al><al>Daarnaast coördineert Betula de maaltijdverstrekking aan ouderen. Vrijwilligers
                    bezorgen maaltijden, gecombineerd met een dagelijks praatje. Wanneer de
                    deelnemer niet thuis wordt aangetroffen of de deur niet open doet, meldt de
                    vrijwilliger dit bij Betula. Van hieruit wordt dan actie ondernomen. Dit heeft
                    een belangrijke signaleringsfunctie.</al><al>Ook is door Betula het project noabercontact gestart. Het project bevordert en
                    regelt contact tussen vragers, die behoefte hebben aan contact, begeleiding of
                    praktische hulp en plaatsgenoten, bij voorkeur in wijk of buurt.</al><al>Daarnaast worden er regelmatig, ontspanningsmiddagen en eetcafés georganiseerd
                    voor ouderen en alleenstaanden.</al><al/><al><vet>Huiselijk geweld</vet></al><al>Tot en met 2010 hebben wij geparticipeerd in het project Huiselijk Geweld
                    Achterhoek.</al><al>Doel van het project was het zo snel mogelijk signaleren, opsporen en blijvend
                    stoppen van huiselijk geweld en hulp bieden aan slachtoffers, daders en
                    kinderen. Het onderwerp huiselijk geweld heeft binnen de gemeente en diverse
                    hulpverleningsinstellingen inmiddels een duidelijke structuur gekregen. Hierbij
                    bestaan korte lijntjes met het Steunpunt Huiselijk Geweld. Daarnaast is de
                    burgemeester belast met het nemen van besluiten over het tijdelijk huisverbod.
                    Het onderwerp staat nog steeds geregeld op de agenda van het ambtelijk overleg
                    Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. (OGGz) Op dit moment is de invoering van
                    de wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling actueel. </al><al/><al><vet>Hartveilig wonen.</vet></al><al>Bij een acute stilstand in de bloedsomloop, telt iedere minuut, waarvan 6
                    minuten cruciaal zijn. Belangrijke tijd verstrijkt tot professionele
                    hulpverleners arriveren. Begin 2010 zijn wij gestart met het project Hartveilig
                    wonen ofwel “burenhulp”. Het project gaat over de gecoördineerde inzet van
                    geschoolde gecertificeerde AED-vrijwilligers bij een hartstilstand. De
                    gezondheidswinst is in de eerste minuten na een circulatiestilstand te behalen.
                    Daarbij spelen reanimeren, het gebruik van een AED (Automatische Externe
                    Defibrillator) in combinatie met een vrijwilligersnetwerk een belangrijke rol.
                    Er moeten hiervoor voldoende AED’s op openbare plaatsen beschikbaar zijn. De
                    vrijwilligers worden ingezet door middel van het Landelijke Reanimatie
                    Oproepsysteem (LROS) vanuit de gemeenschappelijke meldkamers. Vrijwilligers uit
                    de directe omgeving van de patiënt krijgen in voorkomende situaties een
                    sms-bericht met een bijbehorende tekst.</al><al>Over 2012 waren 546 vrijwillige hulpverleners beschikbaar en 48 openbare AED’s.
                    In 2012 zijn er 29 reanimatiemeldingen met vrijwilligers gedaan. De gemiddelde
                    leeftijd van het slachtoffer lag rond 62 jaar.</al><al>Het slagingspercentage is 22 procent. Dit is een aanzienlijke gezondheidswinst
                    ten aanzien van de situatie voor invoering van het project.</al><al>Wij hebben voor het aanjagen van het project over de jaren 2011, 2012 en 2013
                    een tegemoetkoming in de kosten toegezegd tot en met 2013. Wij gaan er hierbij
                    vanuit dat na 2013 het systeem zelfstandig verder gaat, zonder gemeentelijke
                    financiële ondersteuning.</al><al/><al><vet>Depressiepreventie jongeren</vet></al><al>In 2012 hebben wij in samenwerking met de GGD en AGORA Academische werkplaats
                    een onderzoek uitgevoerd naar depressiepreventie bij jongeren. De hoofdvraag was
                    hoe het aantal jongeren in Berkelland met depressieve gevoelens verminderd kan
                    worden. In Berkelland heeft 1 op de 10 middelbare scholieren last van
                    depressieve gevoelens (voorstadium van depressie) De volgende oorzaken worden
                    hiervoor aangegeven:</al><al>Het missen van een luisterend oor thuis, het hebben van een zorgtaak thuis (
                    door ziekte/verslaving van gezinsleden), echtscheidingsproblematiek en
                    eenzaamheid vanwege gebrekkige sociale aansluiting.</al><al>Over dit onderwerp is een minisymposium georganiseerd, waarbij door 45
                    aanwezigen van diverse organisaties is gezocht naar mogelijkheden om depressie
                    bij jongeren in Berkelland nog beter te voorkomen. Hiervoor zijn een aantal
                    verbeterpunten aangedragen.</al><al>Zo liggen er verbetermogelijkheden bij de toeleiding vanuit scholen naar
                    professioneel aanbod. Hiervoor is bijvoorbeeld een snelle intake en voldoende
                    terugkoppeling belangrijk. Daarnaast kunnen ouders en docenten beter ondersteund
                    worden in het signaleren van problemen en het bieden van een luisterend oor. Ook
                    liggen er kansen door beter aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren
                    zelf en hun vrienden. De gemeente kan mogelijk als medefinancier meer invloed
                    uitoefenen op de aanwezigheid en kwaliteit van het preventie-aanbod.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>