Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Opsterland

Reglement voor de raadscommissies Opsterland 2013

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOpsterland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingReglement voor de raadscommissies Opsterland 2013
CiteertitelReglement voor de raadscommissies van Opsterland 2013
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 82

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

27-06-201314-04-2014nieuwe regeling

24-06-2013

www.opsterland.nl, 27-06-2013

2013-45711

Tekst van de regeling

Intitulé

Reglement voor de raadscommissies Opsterland 2013

Beetsterzwaag, 24 juni 2013

 

gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;

gelezen het voorstel van de voorzitter van het presidium;

 

BESLUIT

 

vast te stellen het volgende

 

REGLEMENT VOOR DE RAADSCOMMISSIES OPSTERLAND 2013

 

Vanwege de leesbaarheid is in dit reglement alleen de mannelijke persoonsvorm gebruikt.

 

Artikel 1 Algemeen

Er zijn ter voorbereiding van de raadsvergaderingen twee raadscommissies ingesteld, te weten de Kommisje Mienskip en de Kommisje Romte.

 

Artikel 2 Doel van de raadscommissies

  • 1.

    De raadscommissies hebben tot doel het uitwisselen van informatie in een vroeg stadium van het besluitvormingsproces.

  • 2.

    De raadscommissies hebben tevens tot doel de burger in de gelegenheid te stellen onderwerpen onder aandacht te brengen van de commissieleden. De wijze waarop wordt geregeld via het spreekrecht.

  • 3.

    Het politieke debat en de uiteindelijke besluitvorming vindt plaats in de raadsvergadering.

     

Artikel 3 Taken van de raadscommissies

De raadscommissies hebben tot taak het voorbereiden van de raadsvergaderingen, waarbij de commissies ook kunnen aangeven of een raadsvoorstel als hamerstuk of bespreekstuk geagendeerd wordt voor de raad. Daarnaast is er in de raadscommissies ruimte voor overleg met het college van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 4 Samenstelling en benoeming

  • 1.

    Een commissie bestaat in de eerste plaats uit raadsleden. De leden van een raadsfractie worden zoveel mogelijk gelijkmatig verdeeld over beide commissies.

  • 2.

    Daarnaast kan elke fractie één niet-raadslid voordragen als commissielid.

  • 3.

    De fracties doen omtrent de bemensing van beide commissies een voorstel aan de raad.

  • 4.

    De raad benoemt de commissieleden voor een tijdvak dat afloopt op het moment van het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 5.

    De fractie die een voorzitter levert, is gerechtigd in diens plaats een extra commissielid te leveren.

  • 6.

    Niet-raadsleden worden door de voorzitter beëdigd in de vergadering van de raad, waarin hun benoeming plaats vindt.

     

Artikel 5 Voorzitter

  • 1.

    De raad benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter voor elk van de commissies. Deze benoeming geldt voor een tijdvak dat afloopt op het moment van het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.

  • 3.

    De voorzitter is belast met

    • a.

      het leiden van de vergadering

    • b.

      het handhaven van de orde

    • c.

      het doen naleven van dit reglement

    • d.

      hetgeen dit reglement hem verder opdraagt.

       

Artikel 6 Griffier

  • 1.

    De griffier is in elke vergadering van een raadscommissie aanwezig.

  • 2.

    Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.

  • 3.

    De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen.

     

Artikel 7 Verhindering bijwoning vergadering

Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen stelt voor aanvang van de vergadering de griffier hiervan in kennis.

 

Artikel 8 Vervanging en ontslag

  • 1.

    De plaatsvervangend voorzitter zit de vergadering voor bij afwezigheid van de voorzitter.

  • 2.

    In het geval, dat een commissielid vanwege ziekte of om andere reden niet deelneemt aan een vergadering van een commissie, geeft hij daarvan onverwijld kennis aan de voorzitter.

  • 3.

    In een situatie als bedoeld onder het tweede lid kan het commissielid worden vervangen door een ander raadslid of niet-raadslid namens dezelfde fractie, aan te wijzen door die fractie. De fractie informeert de voorzitter tijdig over deze vervanging.

  • 4.

    Vervanging zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel door niet-raadsleden kan alleen door niet-raadsleden die zijn benoemd en beëdigd zoals omschreven in artikel 4.

  • 5.

    De leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij berichten dit aan de voorzitter van de gemeenteraad.

  • 6.

    In een door ontslagname of anderszins ontstane vacature wordt door de raad zo spoedig mogelijk voorzien. Bij een vacature van een raadslid geldt de procedure van de Kieswet voor de opvolging. Bij een vacature van een niet-raadslid doet de betreffende fractie een voorstel.

     

Artikel 9 Overleg met burgemeester en wethouders

In de regel worden burgemeester en wethouders geacht in de vergadering aanwezig te zijn en indien daartoe uitgenodigd een toelichting te geven of vragen te beantwoorden. Ambtenaren kunnen de burgemeester en wethouders bij het geven van een toelichting of beantwoorden van vragen ondersteunen.

 

Artikel 10 Beraadslaging met derden

  • 1.

    De commissie kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de commissie deelnemen aan beraadslagingen over bepaalde agendapunten.

  • 2.

    Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de commissie genomen, alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

  • 3.

    Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing.

     

Artikel 11 Vergadering, agendabepaling en inzage stukken

  • 1.

    De commissie vergadert als regel maandelijks en tevens indien de raad of de voorzitter dit nodig oordelen.

  • 2.

    De agendacommissie als bedoeld in het Reglement van orde van de gemeenteraad maakt tijdig voor de aanvang van elk kalenderjaar voor beide commissies een conceptvergaderschema, welk vergaderschema door de raad definitief wordt vastgesteld.

  • 3.

    De voorzitter roept de leden tot de vergadering op.

  • 4.

    De voorzitter draagt er zorg voor – spoedeisende gevallen uitgezonderd – dat ieder lid ten minste tien dagen voor het houden van een vergadering de oproep, de agenda en de te behandelen stukken ontvangt.

  • 5.

    De voorzitter brengt dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis.

  • 6.

    De inhoud van de agenda wordt voorlopig vastgesteld door de agendacommissie en definitief vastgesteld op voorstel van de voorzitter door de raadscommissie.

  • 7.

    De op een uitgeschreven vergadering betrekking hebbende stukken liggen ten minste drie werkdagen vóór het tijdstip van de vergadering voor een ieder ter inzage.

  • 8.

    Naast deze openbare stukken kunnen voor leden van de commissie vertrouwelijke stukken bij de griffier ter inzage worden gelegd. Hiervan wordt melding gemaakt in het betreffende stuk.

  • 9.

    Ook niet in een commissie vertegenwoordigde raadsleden kunnen kennis nemen van deze vertrouwelijk stukken.

  • 10.

    Indien de op de agenda vermelde onderwerpen na verloop van 2,5 uur niet alle zijn behandeld, doet de voorzitter na een inventarisatie van die onderwerpen en raadpleging van de commissieleden een voorstel over de verdere behandeling of verdaging. De commissie beslist.

     

Artikel 12 Voldoende aanwezige leden

  • 1.

    De commissie bepaalt aan het begin van de vergadering of er voldoende leden aanwezig zijn om de vergadering doorgang te laten vinden.

  • 2.

    Gaat een vergadering niet door als gevolg van een beslissing zoals genoemd onder het eerste lid, dan wordt afhankelijk van de urgentie een vervangende vergadering belegd of worden de onderwerpen doorgeschoven naar de eerstvolgende maandelijkse vergadering.

     

Artikel 13 Rondvraag

  • 1.

    Tijdens de rondvraag kan een commissielid vragen aan het college stellen. De onderwerpen van de vragen worden zoveel mogelijk voorafgaand aan de vergadering doorgegeven aan de griffier.

  • 2.

    De voorzitter zal bevorderen dat de vragen zo spoedig mogelijk worden beantwoord.

     

Artikel 14 Openbaarheid

  • 1.

    De vergaderingen van de commissie worden als regel in het openbaar gehouden.

  • 2.

    De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde van het aantal aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 3.

    De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 4.

    Aan de door de commissie te houden vergaderingen wordt door de raad op een door hem te bepalen wijze openbare bekendheid gegeven. In de regel door publicatie in de gemeentelijke voorlichtingsrubriek en op de website.

  • 5.

    De agenda wordt bij de aanvang van de commissievergadering kosteloos aan aanwezigen op de publieke tribune ter hand gesteld.

     

Artikel 15 Geheimhouding

  • 1.

    Een commissie of de voorzitter van een commissie kan in een besloten vergadering omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan de commissie zijn overlegd, geheimhouding opleggen.

  • 2.

    De bepalingen van artikel 86 van de Gemeentewet zijn van toepassing op de oplegging en de opheffing van de geheimhouding.

  • 3.

    De opgelegde geheimhouding geldt ook voor niet in de raadscommissie zitting hebbende raadsleden, die van de inhoud van de vertrouwelijke stukken kennis hebben genomen.

     

Artikel 16 Spreekrecht burgers

  • 1.

    Burgers kunnen, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, tijdens een vergadering het woord voeren.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde spreekrecht geldt zowel voor onderwerpen die op de agenda van de vergadering staan, als voor niet geagendeerde onderwerpen.

  • 3.

    Het woord kan niet gevoerd worden over:

    • a.

      een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaarschrift of beroepschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;

    • d.

      onderwerpen die niet behoren tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur.

  • 4.

    Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer, eventueel namens wie hij wil inspreken en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. Hij dient aanwezig te zijn aan het begin van de vergadering.

  • 5.

    De voorzitter geeft het woord op de volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van die volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 6.

    Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord, in totaal is er per vergadering maximaal dertig minuten spreektijd. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn.

  • 7.

    Namens een organisatie kan slechts één persoon het woord voeren over een zelfde onderwerp.

  • 8.

    De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de commissie doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

     

Artikel 17 Handhaving van de orde

  • 1.

    De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde in de vergadering.

  • 2.

    Indien de voorzitter dit nodig oordeelt kan hij een spreker, die hiertoe door taalgebruik, gedrag of anderszins aanleiding geeft – na gedane waarschuwing – het woord ontnemen dan wel doen verwijderen uit de vergaderzaal.

  • 3.

    Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij – na gedane waarschuwing – de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune.

     

Artikel 18 Verslag

  • 1.

    De verslaglegging bestaat uit een digitale verslaglegging van de vergadering op een digitale gegevensdrager.

  • 2.

    De digitale vastlegging wordt in het gemeentelijk archief bewaard.

  • 3.

    Van een besloten vergadering wordt geen verslag gemaakt, tenzij de commissie hier anders over beslist.

  • 4.

    Er wordt een beknopte lijst van toezeggingen, gedaan door collegeleden in de commissievergadering, bijgehouden. Deze wordt als apart agendapunt ter bespreking geagendeerd voor iedere vergadering van een commissie.

     

Artikel 19 Uitleg reglement

Bij twijfel over uitleg van dit reglement en in gevallen waarin ze niet voorziet, beslist de commissie op voorstel van de voorzitter.

 

Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit reglement treedt in werking met ingang van 27 juni 2013.

  • 2.

    Tegelijkertijd vervalt dan het Reglement voor de raadscommissies 2009, vastgesteld op 7 september 2009.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als "Reglement voor de raadscommissies van Opsterland 2013”

     

     

    Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opsterland van 24 juni 2013.

     

     

     

    De griffier, De voorzitter,

     

     

     

    Ieke Zwart Francisca Ravestein