<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR298721_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Archiefverordening Drenthe 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2013, 26</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Archiefverordening Drenthe 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Archiefwet%201995">Archiefwet, art. 27, eerste lid en art. 29, tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-29</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013004008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit informatiebeheer provincie Drenthe 2014</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 29-5-2013</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Provinciaal blad 2013, 26</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Archiefverordening Drenthe 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><titel>Inhoud</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I,</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Archiefwet 1995;</al></li><li nr="b."><al>provinciale organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1,
                                onder b 1° van de wet, voor zover genoemd in de Provinciewet, met
                                uitzondering van de commissaris van de Koning(in) voor zover het de
                                archiefbescheiden betreft voor welke hij ingevolge artikel 23,
                                tweede lid, van de wet zorgdraagt;</al></li><li nr="c."><al>archiefbewaarplaats: de overeenkomstig artikel 28 van de wet
                                aangewezen archiefbewaarplaats; </al></li><li nr="d."><al>archiefruimte: ruimte bestemd voor de bewaring van
                                archiefbescheiden in afwachting van hun overbrenging naar een
                                archiefbewaarplaats;</al></li><li nr="e."><al>de archivaris: de overeenkomstig artikel 29 van de wet benoemde
                                provinciearchivaris, alsmede degenen die machtiging hebben gekregen
                                hem te vervangen; </al></li><li nr="f."><al>beheerder: degene die ingevolge artikel 3 is belast met het
                                beheer van de archiefbescheiden van de provinciale organen en de
                                lichamen en organen ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen, aan welke door één of meer provincies wordt deelgenomen,
                                voor zover die archiefbescheiden niet naar de archiefbewaarplaats
                                zijn overgebracht, en deze verordening op die archiefbescheiden van
                                toepassing is;</al></li><li nr="g."><al>beheereenheid: een door gedeputeerde staten als zodanig aan te
                                wijzen organisatieonderdeel, belast met de documentaire
                                informatievoorziening;</al></li><li nr="h."><al>informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures,
                                apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan archiefbescheiden
                                kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden, ontvangen, beheerd,
                                geordend en geraadpleegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II,</nr><titel>DE ZORG VAN GEDEPUTEERDE STATEN VOOR DE
                                ARCHIEFBESCHEIDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Gedeputeerde Staten wijzen een archiefbewaarplaats aan en dragen
                                zorg voor het inrichten en in stand houden van voldoende en
                                doelmatige archiefruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het aanwijzen van de
                                beheerder(s) en beheereenheden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor de aanstelling van voldoende en
                                deskundig personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het beheer
                                van de archiefbescheiden van de provinciale organen, ongeacht hun
                                vorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor dat het vervaardigen,
                                verwerken, ontvangen, bewerken, ontsluiten en bewaren van
                                archiefbescheiden zodanig plaatsvindt, dat het behoud van deze
                                bescheiden voldoende is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is ook van toepassing op het vervaardigen van
                                bescheiden bestemd voor een overheidsorgaan of andere
                                belanghebbende, van welke bescheiden redelijkerwijs kan worden
                                aangenomen dat zij bij dat orgaan of die belanghebbende voor
                                blijvende bewaring in aanmerking komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor dat jaarlijks op de
                                provinciale begroting voldoende middelen worden geraamd bestemd voor
                                de kosten die aan de zorg voor de archiefbescheiden zijn
                                verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen voorschriften vast voor het beheer van
                                de archiefbescheiden van de provinciale organen die niet naar de
                                archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Zij doen daarvan mededeling
                                aan Provinciale Staten of de Statencommissie die het aangaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Gedeputeerde Staten brengen eenmaal per jaar aan Provinciale Staten
                                verslag uit omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van
                                artikel 27 van de wet. Zij overleggen daarbij de verslagen die door
                                de archivaris aan hen zijn uitgebracht in verband met het beheer van
                                de archiefbewaarplaats en de uitoefening van het hem bij of
                                krachtens de wet opgedragen toezicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III,</nr><titel>TOEZICHT OP HET BEHEER VAN DE ARCHIEFBESCHEIDEN,
                                DIE NIET ZIJN OVERGEBRACHT NAAR DE ARCHIEFBEWAARPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De archivaris is bevoegd, ter uitoefening van het hem bij of
                                krachtens artikel 29, eerste lid, van de wet opgedragen toezicht, of
                                taken verband houdende met het toezicht, zich onder handhaving van
                                zijn verantwoordelijkheid te doen vervangen door een of meer
                                ambtenaren, die in het bezit zijn van een diploma archivistiek als
                                bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen vast binnen welke tijdvakken de
                                archivaris de archiefbescheiden, de ruimten en de informatiesystemen
                                waarin deze worden bewaard, inspecteert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De archivaris doet eenmaal per jaar aan Gedeputeerde Staten verslag
                                betreffende de bij de beheerder(s) uitgevoerde inspecties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheerder(s) verstrek(t)(ken) aan de archivaris alle
                                bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een goede
                                vervulling van zijn taak en verle(ent)(nen) de benodigde medewerking
                                om inzicht te verschaffen in de ordening en de toegankelijkheid van
                                archiefbescheiden en in de opzet en de werking van de
                                informatiesystemen waarin deze archiefbescheiden zijn
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De archivaris heeft, met inachtneming van de voorschriften en
                                besluiten ten aanzien van vertrouwelijke en/of geheime
                                archiefbescheiden, toegang tot alle archiefbescheiden van
                                provinciale organen, de ruimten en de informatiesystemen waarin deze
                                zijn bewaard en opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De archivaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het
                                toezicht mededeling aan de beheerder(s) en ook, indien hij hiertoe
                                aanleiding vindt, aan Gedeputeerde Staten. Hij geeft daarbij aan
                                welke voorzieningen naar zijn oordeel in het belang van een goed
                                beheer moeten worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De beheerder(s) doe(n)(t) tijdig mededeling aan de archivaris van
                                het voornemen tot:</al><lijst><li nr="a."><al>opheffing, samenvoeging of splitsing van een provinciaal orgaan
                                of beheereenheid of overdracht van één of meer taken aan een ander
                                overheidsorgaan of een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting en
                                ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al></li><li nr="c."><al>verandering van de plaats van bewaring van
                                archiefbescheiden;</al></li><li nr="d."><al>ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een
                                informatiesysteem;</al></li><li nr="e."><al>vervanging van archiefbescheiden door reproducties;</al></li><li nr="f."><al>vervreemding van archiefbescheiden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV,</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>De Archiefverordening provincie Drenthe 1996 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                publicatie in het Provinciaal blad en werkt alsdan terug tot 1
                                januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de Archiefverordening
                                provincie Drenthe 2013.</al><al><vet>ARCHIEFVERORDENING PROVINCIE DRENTHE 2013</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting</titel></kop><al><cursief>Inleiding</cursief></al><al>Deze Archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276
                                en 277, gewijzigd Stb. 233 en 276, 2012 en Stb. 243, 2012) en het
                                Archiefbesluit 1995 (Stb. 671). De verordening dient door
                                Provinciale Staten te worden vastgesteld op grond van de in de
                                aanhef genoemde artikelen in de Archiefwet 1995.</al><al>Een nieuwe provinciale Archiefverordening is nodig als gevolg van
                                twee wijzigingen van de Archiefwet.</al><al id="anker-_ftnref1">1. De veranderingen in het interbestuurlijk
                                toezicht. Door de inwerkingtreding van de Wet revitalisering
                                generiek toezicht vindt per 1 oktober 2012 alle interbestuurlijk
                                toezicht plaats op grond van de Gemeentewet, niet meer op grond van
                                specifieke wetgeving zoals de Archiefwet. Uit de Archiefwet zijn per
                                1 oktober 2012 de bepalingen over het provinciale toezicht op
                                gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen dan ook
                                vervallen. De daarop aansluitende bepalingen uit de provinciale
                                Archiefverordeningen zijn daarmee eveneens vervallen. Voor het
                                nieuwe generieke interbestuurlijke toezicht worden nieuwe
                                provinciale regelingen vastgesteld en/of afspraken vastgelegd. </al><al id="anker-_ftnref3">2. De wijzigingen van de Archiefwet die te maken
                                hebben met de decentralisatie van archieftaken naar de provincies.
                                Deze zijn per 1 januari 2013 in werking getreden. Ook dit heeft
                                gevolgen voor de inhoud van de provinciale
                                archiefverordeningen.</al><al>Samengevat houden de wijzigingen het volgende in:</al><al>a. Schrappen van de bepalingen over het interbestuurlijk
                                archieftoezicht;</al><al>b. Wijzigen van de bepalingen over de zorg voor, het beheer van en
                                het interne toezicht op de provinciale archivering.</al><al>Op b. wordt hieronder nader ingegaan.</al><al><cursief>Decentralisatie: provincies worden verantwoordelijk voor
                                    eigen historisch archief</cursief></al><al>Vanaf 1 januari 2013 hebben de provincies als gevolg van de
                                wetswijziging ook de zorg, dat is de bestuurlijke
                                verantwoordelijkheid inclusief financiering, voor hun historische
                                archieven. Dit naast de zorg die zij vanouds al hadden voor hun
                                recente archieven, dat wil zeggen de dynamische en semi-statische
                                archieven die in de organisatie berusten. Tot aan de wetswijziging
                                had de minister van OCW de archiefzorg voor de historische archieven
                                van de provincies. Deze archieven werden dan ook beheerd in de
                                rijksarchiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden. In de
                                Bestuursafspraken 2011 2015 tussen Rijk, IPO, VNG en Unie van
                                Waterschappen is voorts afgesproken, dat de provincies tot en met
                                2015 hun historisch archief bij deze rijksarchiefbewaarplaatsen
                                blijven onderbrengen. Deze hebben na fusie met gemeentearchieven en
                                andere instellingen in de afgelopen jaren de naam ‘Regionaal
                                Historische Centra (RHC's) in de provinciehoofdsteden' gekregen. In
                                onze provincie gaat het om het Drents Archief. Het wordt in genoemde
                                Bestuursafspraken aan de provincies overgelaten, hoe zij deze
                                aansluiting juridisch vormgeven. Na 2015 zijn de provincies vrij te
                                bepalen, welke archiefbewaarplaats zij aanwijzen voor hun historisch
                                archief.</al><al id="anker-_ftnref4">De wetswijziging en bestuursafspraken betreffen
                                de historische provinciearchieven vanaf 1801. Artikel 26, tweede
                                lid, van de wet blijft in dit opzicht ongewijzigd. Dit lid bepaalt
                                dat de archieven van de rechtsvoorgangers van de huidige provincies,
                                de provinciale en departementale besturen, blijven berusten in de
                                rijksarchiefbewaarplaats en dus vallen onder de zorg van de
                                minister. Deze archieven van vóór 1801 blijven ook na afloop van de
                                Bestuursakkoordperiode, dus na 2015, bij de RHC's in de
                                provinciehoofdsteden en de provincies gaan niet voor het beheer
                                ervan betalen. </al><al>De wijzigingen betreffen dus ook provinciale archieven die vanaf
                                2013 van blijvend belang zijn en oud genoeg - twintig tot dertig
                                jaar oud - om als historisch archief overgebracht te worden naar een
                                archiefbewaarplaats. In de loop van de tijd zal er dus steeds meer
                                provinciaal historisch archief ontstaan, waar de provincies
                                verantwoordelijk voor zijn. De wetsartikelen 12 tot en met 17
                                bepalen, dat deze archieven in principe openbaar en toegankelijk
                                zijn voor ieder die dat wil, en welke uitzonderingen er op deze
                                openbaarheid mogelijk zijn. De uitzonderingen betreffen voornamelijk
                                de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De provincies kunnen
                                bij de overbrenging van historisch archief bepalen, voor welke van
                                hun archieven deze uitzonderingen gelden. Naarmate de provincies
                                meer digitaal gaan werken, zal er in de toekomst ook meer historisch
                                digitaal archief ontstaan.</al><al><cursief>Veranderingen in het interne toezicht</cursief></al><al>Naast de nieuwe verantwoordelijkheid van de colleges van
                                Gedeputeerde Staten voor de historische archieven is ook het
                                wettelijke toezicht op de interne provinciale archivering, dat wil
                                zeggen op de recente, dynamische en semi-statische archieven,
                                veranderd. De functie van provinciaal archiefinspecteur is vervallen
                                en er is nu een nieuwe wettelijke functionaris: de
                                provinciearchivaris.</al><al>De inspecteur was rechtstreeks verantwoordelijk aan Gedeputeerde
                                Staten, bracht regelmatig verslag aan dit college uit over het
                                toezicht op de dynamische en semi-statische provinciale archieven,
                                en was verplicht in het bezit van een diploma archivistiek. De
                                wetgever bedoelde daarmee aan de colleges regelmatig een
                                onafhankelijk en professioneel oordeel over de uitvoering van de
                                eigen archiefzorg te geven. De provinciearchivaris heeft dezelfde
                                rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college, dezelfde
                                toezichtsbevoegdheden en is ook verplicht in bezit van een diploma
                                archivistiek. Nieuw is, dat de provinciearchivaris naast het
                                toezicht op de dynamische en semi-statische provinciale archieven
                                ook het beheer van de historische provinciearchieven tot taak
                                heeft.</al><al>Een tweede verandering is, het als gevolg van de decentralisatie,
                                het facultatief worden van de functie provinciearchivaris, waar de
                                provinciale archiefinspecteur een verplichte figuur was. Wanneer
                                Gedeputeerde Staten als gevolg van de wetswijziging besluiten, geen
                                provinciearchivaris te benoemen, wordt het beheer van de historische
                                archieven een taak van de provinciesecretaris. Het toezicht op de
                                dynamische en semi-statische archieven van de provincie blijft dan
                                oningevuld.</al><al>Toezicht op de historische archieven van de provincies, bijvoorbeeld
                                vanuit het Rijk, was nooit ingevuld en dat blijft zo, ook na de
                                wetswijziging.</al><al>Deze verordening is, evenals wet en besluit, niet alleen van
                                toepassing op klassieke, papieren archiefbescheiden, maar ook op
                                moderne, digitale informatiedragers.</al><al>De regeling is niet van toepassing op de archiefbescheiden van de
                                commissaris van de Koningin, voor zover bedoeld in artikel 23,
                                tweede lid, van de wet en artikel 182, eerste en tweede lid, van de
                                Provinciewet.</al><al><cursief>Artikelsgewijze toelichting</cursief></al><al><vet>ARTIKEL 1</vet></al><al>Begripsbepalingen zijn alleen uit de wet overgenomen als daaraan in
                                deze verordening een meer specifieke betekenis moest worden
                                toegekend. </al><al><vet>ARTIKEL 2</vet></al><al>De Archiefregeling (Stcrt. 2010, nr. 70, wijziging Stcrt. 2010, nr.
                                17967 en Stcrt. 2012, nr. 26238) stelt op grond van artikel 13,
                                vierde lid, van het Archiefbesluit 1995 vast, aan welke bouwkundige
                                en inrichtingseisen de archiefbewaarplaats voor het historisch
                                archief en archiefruimten voor de semi-statische archieven moeten
                                voldoen.</al><al>In de Bestuursafspraken met het Rijk is vastgelegd, dat in de
                                periode 2011-2015 de provincies als archiefbewaarplaats de
                                rijksarchiefbewaarplaats in de hoofdplaats van elke provincie
                                aanwijzen. In deze rijksarchiefbewaarplaats, voor onze provincie bij
                                het Drents Archief, werden tot aan de wetswijziging de provinciale
                                historische archieven ook bewaard. De archieven zijn en blijven daar
                                wettelijk openbaar voor bezoekers, tenzij het college van
                                Gedeputeerde Staten op grond van de wet daaraan beperkingen stelt.
                                Vanaf 2015 zijn de provincies vrij een archiefbewaarplaats aan te
                                wijzen, mits deze voldoet aan de wettelijke eisen. Zij kunnen dan
                                eventueel een andere keus maken dan de rijksarchiefbewaarplaats. De
                                wettelijke regels over openbaarheid van de historische archieven en
                                mogelijke uitzonderingen daarop blijven in alle gevallen
                                gelden.</al><al>De Archiefwet stelt, dat archieven ongeacht hun vorm in goede,
                                geordende en toegankelijke staat bewaard moeten worden. Ook digitale
                                archieven vallen daaronder. Wanneer de provincies overgaan op
                                digitaal archiveren en geen nieuw papieren archief meer wordt
                                gevormd, ontstaat er op den duur origineel digitaal historisch
                                archief. Dit vereist specifieke beheersomstandigheden en
                                maatregelen. De provincies worden ook daarvoor verantwoordelijk.
                                Landelijk zijn initiatieven genomen voor gemeenschappelijke
                                e-depotvoorzieningen, waarbij de provincies zich te zijner tijd
                                kunnen aansluiten.</al><al><vet>ARTIKEL 3</vet></al><al>Beheerder(s) en beheereenheden van de niet overgebrachte archieven
                                kunnen worden aangewezen in het Besluit Informatiebeheer, zie
                                artikel 7 en de toelichting daarop.</al><al><vet>ARTIKEL 4</vet></al><al>Door de wetswijziging krijgen de provincies naast de al bestaande
                                verantwoordelijkheid voor de recente archieven die nog in de eigen
                                organisatie berusten, ook de verantwoordelijkheid voor de
                                historische provinciale archieven vanaf 1801, die momenteel bij de
                                RHC's in de provinciehoofdsteden berusten. Dit houdt ook in de
                                verantwoordelijkheid voor het personeel, niet alleen het personeel
                                dat het dynamische en semi-statisch archief beheert, maar ook het
                                personeel dat het historisch archief beheert. Tot en met 2015 zal
                                het beheer van de historische provinciale archieven als gevolg van
                                de genoemde Bestuursafspraken met het Rijk uitgevoerd blijven worden
                                door het RHC in de provinciehoofdstad, inclusief de personele
                                aspecten. Het geheel van deze kosten is al vastgesteld voor de
                                periode van het Bestuursakkoord. De uitvoering kan in overeenkomsten
                                en afspraken met het Drents Archief worden geregeld, afhankelijk van
                                de gekozen juridische vorm. Na 2015 kan desgewenst een andere keuze
                                worden gemaakt voor het onderbrengen van de historische archieven en
                                de daaraan verbonden personele aspecten. Voor beheer van digitaal
                                historisch archief is in de toekomst gespecialiseerd personeel
                                nodig, zie de toelichting bij artikel 2.</al><al><vet>ARTIKEL 5</vet></al><al>De Archiefregeling stelt op grond van artikel 11, tweede lid van het
                                Archiefbesluit 1995 nadere regels over de kwaliteit van en de
                                procedures rond het materiële behoud van de daarvoor in aanmerking
                                komende archiefbescheiden. Dit geldt voor archieven ongeacht hun
                                vorm, dus ook voor digitaal archief. Het Archiefbesluit 1995 kent de
                                in dit artikel bedoelde verplichting slechts ten behoeve van de
                                interne archiefbescheiden. Uit overwegingen van behoorlijk bestuur
                                en ter besparing van conserveringskosten voor de overheid als geheel
                                is dit echter te beperkt. Als toezichthouder op lagere overheden
                                heeft het college van gedeputeerde staten ook meer recht van spreken
                                als het zichzelf dezelfde normen oplegt. De provincie heeft als
                                ontvanger van door andere overheden opgemaakte archiefbescheiden
                                daarvan zelf ook profijt. </al><al><vet>ARTIKEL 7</vet></al><al>Deze voorschriften worden in het Besluit Informatiebeheer en
                                eventueel andere uitvoeringsregelingen opgenomen. Omdat gedeputeerde
                                staten na de dualisering ook zorgdrager zijn gebleven voor de
                                archiefbescheiden van Provinciale Staten, dienen Provinciale Staten
                                formeel op de hoogte te worden gesteld van de ook voor hen geldende
                                uitvoeringsregels op grond van deze Archiefverordening. </al><al><vet>ARTIKELEN 8 EN 11</vet></al><al>Binnen één zittingsperiode vernemen Provinciale Staten dus vier maal
                                wat er op het gebied van de archiefzorg en het toezicht daarop heeft
                                plaatsgevonden.</al><al id="anker-_ftnref5">Een jaarlijkse verslaglegging is op grond van de
                                versterking van het horizontale toezicht tengevolge van de Wet
                                revitalisering generiek toezicht wenselijk. Het wordt aan
                                Gedeputeerde Staten overgelaten in welke vorm zij de rapportage aan
                                Provinciale Staten uitbrengen. Het beheer van het historisch archief
                                zal als gevolg van de Bestuursafspraken onder de
                                verantwoordelijkheid van de provinciearchivaris tot en met 2015 door
                                het Drents Archief worden uitgevoerd, zie de Inleiding op deze
                                toelichting. De jaarlijkse verslaglegging door de archivaris geldt
                                ook voor het beheer van het historisch archief. Na 2015 kan voor de
                                uitvoering van het beheer een andere keuze worden gemaakt.</al><al><vet>ARTIKEL 12</vet></al><al>De ontwikkelingen op het gebied van de moderne informatietechnologie
                                hebben in de wet geleid tot een gewijzigde definitie van de term
                                "archiefbescheiden" (artikel 1). De wetgever heeft - binnen de
                                formele betekenis van het begrip archiefbescheiden - bedoeld onder
                                deze term alle op enigerlei wijze vastgelegde informatie te
                                begrijpen inclusief die welke slechts via informatietechnologie
                                opgevraagd kan worden.</al><al>Ondanks de ruimere betekenis van "archiefbescheiden" kan de materie
                                veelal met de traditionele bepalingen worden geregeld, zij het dat
                                sommige begrippen een andere, ruimere inhoud hebben gekregen. Dat
                                heeft onder andere gevolgen voor een term als "beheer". Zo zal het
                                voor het toezicht op het beheer van digitale archiefbescheiden niet
                                meer voldoende zijn dat toegang tot de ruimte is verzekerd. De
                                formulering betreffende de noodzakelijke medewerking is ontleend aan
                                de artikelen 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en 45
                                van de Wet persoonsregistraties. Artikel 17 van het Archiefbesluit
                                1995 regelt op overeenkomstige wijze het door de algemene
                                rijksarchivaris uit te oefenen toezicht op de rijks- en andere
                                overheidsorganen.</al><al><vet>ARTIKEL 14</vet></al><al>Slechts die aspecten van de uitoefening van de archiefzorg en het
                                archiefbeheer zijn hier vermeld, die bij constatering achteraf tot
                                onevenredig hoge kosten zouden kunnen leiden, of die ernstige schade
                                voor het behoud dan wel de openbaarheid van de archiefbescheiden en
                                de rechtszekerheid van de burger tot gevolg zouden hebben.</al><al id="anker-_ftn1"> Wet revitalisering generiek toezicht, gepubliceerd
                                Staatsblad 233, 2012. Zie daarin Bijlage hoofdstuk V artikel 5.2:
                                ook het provinciale archieftoezicht op de waterschappen vindt in de
                                nieuwe constellatie plaats op grond van de Gemeentewet.</al><al id="anker-_ftn2"> Voor de invulling van het interbestuurlijk
                                archieftoezicht in de nieuwe vorm is door het IPO (mei 2012) een
                                sectorspecifiek aanvullend beleidskader interbestuurlijk
                                archieftoezicht vastgesteld. Ook kan in een algemene provinciale
                                verordening op het verstrekken van systematische informatie door
                                gemeenten en waterschappen of in convenanten met gemeenten een en
                                ander nader worden geregeld voor alle sectoren, inclusief het
                                archieftoezicht. Zie Staatsblad 330, 2012.</al><al id="anker-_ftn3"> Wet van 19 april 2012 tot wijziging van onder meer
                                de Archiefwet 1995 in verband met onder meer het beleggen van de
                                zorg over provinciale archiefbescheiden ook na overbrenging naar een
                                archiefbewaarplaats bij Gedeputeerde Staten, Stb. 243, 2012.</al><al id="anker-_ftn4"> 1801 wordt beschouwd als het jaar waarin de
                                provincies in hun huidige vorm ontstonden. Zie het antwoord van de
                                staatssecretaris op vragen van Kamerleden hierover, in <cursief>Nota
                                    naar aanleiding van het verslag inzake het voorstel tot
                                    wijziging van onder meer de Archiefwet, </cursief>Kamerstukken
                                33 095, 1 maart 2012.</al><al id="anker-_ftn5"> Een van de principes van het nieuwe
                                interbestuurlijk toezicht, zoals neergelegd in de Wet revitalisering
                                generiek toezicht, is dat de horizontale verantwoording of interne
                                toezichtsrol bij decentrale overheden versterkt moet worden. Daarmee
                                kan het interbestuurlijk toezicht meer op afstand blijven.
                                Versterking van de horizontale verantwoording geldt ook voor de
                                provincies, des te meer omdat op het terrein van de Archiefwet het
                                interbestuurlijk toezicht vanuit het Rijk nader wordt ingevuld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>