<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR298719_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Losser</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Dinkellander 24-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Losser 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>18-12-2012, 5</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 23 bevat een hardheidsclausule. De “Financiële verordening 2007”, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 oktober 2007 wordt hierbij ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Losser</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Losser, Gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders d.d. 13 november 2012; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,
                        Besluit vast te stellen: De Verordening op de uitgangspunten voor het
                        financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting
                        van de financiële organisatie van de gemeente Losser.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. Afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                            organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid
                            aan het college heeft.</al><al> b. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                            verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                            functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de
                            gemeente Losser en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet
                            worden afgelegd.</al><al> c. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op
                            het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente
                            Losser.</al><al> d. Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                            regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                            collegebesluiten.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling </titel></kop><al> 1. De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                            (deel)programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al><al> 2. De raad stelt op voorstel van het college, daar waar zinvol per
                            programma, relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen
                            van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                            diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                            beleid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Integrale Planning &amp; Controlcyclus</titel></kop><al> Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan
                            de raad aan, met daarin in elk geval de data voor het aanbieden van de
                            nota’s van wijziging, tussentijdse rapportage, gemeenterekening,
                            kadernota en programmabegroting met de meerjarenraming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inrichting programmabegroting en gemeenterekening</titel></kop><al> 1. Bij de programmabegroting worden onder elk van de programma’s op
                            productniveau de lasten en baten aangegeven en bij de gemeenterekening
                            worden onder elk van de programma’s op productniveau de gerealiseerde
                            lasten en baten weergegeven.</al><al> 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting
                            worden de benodigde investeringskredieten weergegeven, opgedeeld naar
                            nieuwe c.q. uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen.</al><al> 3. In de gemeenterekening wordt van de investeringen de uitputting van
                            de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                            totale uitgaven weergegeven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Kaders ontwerp begroting</titel></kop><al> Het college biedt voor 30 juli aan de raad een kadernota aan, waarin
                            opgenomen een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor de
                            ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en meerjarenraming.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Autorisatie programmabegroting, investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><al> 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de
                            totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
                            dekkingsmiddelen.</al><al> 2. Bij de begrotingsbehandeling autoriseert de raad de
                            vervangingsinvesteringen waarvoor dekking aanwezig is.</al><al> 3. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
                            met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al><al> 3. Gedurende het boekjaar is het aan de raad voorbehouden om
                            (aanvullend) investeringskredieten beschikbaar te stellen.</al><al> 4. De raad verleent décharge aan het college aan de hand van de
                            programmabegroting en de, door de accountant goedgekeurde,
                            gemeenterekening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage </titel></kop><al> 1. Het college informeert de raad middels een tussentijdse rapportage
                            over de realisatie van de begroting en over de uitputting van de
                            investeringskredieten van de gemeente over de eerste periode van het
                            begrotingsjaar. </al><al> 2. De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de
                            programma-indeling van de programmabegroting. In de tussentijdse
                            rapportage worden opmerkelijke financiële (groter dan € 10.000,-) en
                            beleidsmatige verschillen, zowel wat betreft de lasten als de geleverde
                            resultaten, toegelicht.</al><al> 3. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of
                            de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling
                            behoeven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gemeenterekening </titel></kop><al> Het college legt verantwoording af over de realisatie van de
                            programma’s, waarbij per programma inzicht wordt gegeven in:</al><al> a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd;</al><al> b. de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te
                            bereiken;</al><al> c. de gerealiseerde baten en lasten.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa </titel></kop><al> 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijging- of
                            vervaardigingprijs.</al><al> 2. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende
                            kosten.</al><al> 3. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte
                            grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de
                            vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kunnen
                            voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de
                            rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan
                            worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente
                            is geactiveerd.</al><al> 4. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met
                            uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn
                            gewaardeerd.</al><al> 5. Immateriële vaste activa worden in principe zo snel mogelijk
                            afgeschreven.</al><al> 6. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                            actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar
                            afgeschreven.</al><al> 7. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                            van de exploitatie gebracht.</al><al> 8. Op de materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                            artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten (BBV), wordt jaarlijks afgeschreven. Hierbij worden de
                            volgende, maximale, afschrijvingstermijnen in acht genomen:</al><al> a. 40 jaar: nieuwbouw kantoren, woonruimten, schoolgebouwen en
                            bedrijfsgebouwen;</al><al> b. 40-60 jaar: rioleringen;</al><al> c. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren, woonruimten,
                            schoolgebouwen en bedrijfsgebouwen;</al><al> d. 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;</al><al> e. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
                            telefooninstallaties; kantoormeubilair;</al><al> schoolmeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke
                            woonruimten en</al><al> bedrijfsgebouwen;</al><al> f. 8 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; personenauto’s;
                            lichte motorvoertuigen;</al><al> g. 5 jaar: automatiseringsapparatuur, software en lespakketten voor
                            onderwijsdoeleinden;</al><al> h. niet: gronden en terreinen;</al><al> i. in bijzondere gevallen kan van deze afschrijvingstermijnen
                            gemotiveerd bij raadsbesluit worden afgeweken;</al><al> 9. Activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                            artikel 35 van het BBV, worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                            bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Indien
                            hiervan bij raadsbesluit wordt afgeweken, wordt het actief lineair
                            afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere
                            door de raad aan te geven tijdsduur.</al><al> 10. Het materiële vaste activum wordt geactiveerd in het jaar van
                            ingebruikname. De afschrijving start met ingang van het daaropvolgende
                            begrotingsjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overheveling specifieke exploitatiebudgetten </titel></kop><al> Het college verzoekt de gemeenteraad vóór 1 januari van het volgende
                            jaar, bij het niet volledig besteden van specifieke
                            exploitatiebudgetten, het overgebleven bedrag toe te voegen aan een
                            bestemmingsreserve “nog uit te voeren werkzaamheden”. Het college geeft
                            daarbij aan op welke (specifieke) budgetten en/of projecten het verzoek
                            betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor dubieuze vorderingen </titel></kop><al> 1. Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><al> a. onroerende zaakbelasting gebruikers;</al><al> b. onroerende zaakbelasting eigenaren;</al><al> c. hondenbelasting;</al><al> d. rioolrechten;</al><al> e. afvalstoffenheffing;</al><al> wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het
                            historische percentage van oninbaarheid.</al><al> 2. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                            oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de
                            openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen </titel></kop><al> 1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                            reserves en voorzieningen aan. De nota wordt door de raad
                            vastgesteld.</al><al> 2. De nota behandelt:</al><al> a. de vorming en besteding van reserves;</al><al> b. de vorming en besteding van voorzieningen;</al><al> c. de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de
                            voorzieningen;</al><al> d. de relatie tot de nota weerstandsvermogen beschreven in artikel
                            16.</al><al> 3. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening verstrekt het
                            college jaarlijks een overzicht van de stand van reserves en
                            voorzieningen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al> 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                            van de gemeente wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij
                            de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte
                            kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente
                            verleende diensten.</al><al> 2. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                            voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                            kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                            reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al><al> 3. De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald
                            door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de (geraamde)
                            financieringsbehoefte.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Paragrafen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement </titel></kop><al> 1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                            weerstandsvermogen en risicomanagement aan. De nota wordt door de raad
                            vastgesteld.</al><al> 2. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><al> a. de vorm en inhoud van risicomanagement binnen de gemeente;</al><al> b. wijze van bepalen van het weerstandsvermogen en de vereisten
                            hieromtrent;</al><al> 3. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt ingegaan op
                            een inventarisatie van de risico’s, een inventarisatie van het
                            weerstandsvermogen en het beleid omtrent de risico’s en het
                            weerstandsvermogen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen </titel></kop><al> 1 Het college biedt tenminste eens in de vier jaar de volgende plannen
                            aan:</al><al> Een integrale, overkoepelende, nota kapitaalsgoederen voor de openbare
                            ruimte, een wegenbeleidsplan, verbreed gemeentelijk rioleringsplan,
                            kwaliteitsplan groenonderhoud en beleidsplan Openbare verlichting. De
                            plannen geven het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het
                            beoogde onderhoudsniveau. In de plannen staat ook vermeld wat de
                            (meerjarige) financiële consequenties zijn van de plannen in relatie tot
                            de meerjarencijfers van de begroting en het meerjarig budgettaire
                            beslag. De plannen worden door de raad vastgesteld.</al><al> 2. Het college biedt eens in de vier jaar het Meerjaren Onderhoudsplan
                            voor (onderwijs)gebouwen ter vaststelling aan de raad aan. Dit plan
                            geeft inzicht in de onderhoudskwaliteit.</al><al> 3. Bij de gemeenterekening doet het college in de paragraaf onderhoud
                            kapitaalgoederen verslag van de financiële consequenties en de voortgang
                            van het geplande onderhoud aan openbare verlichting, groen, wegen,
                            riolering en water, vastgoed, onderwijsgebouwen en
                            sportaccommodaties.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Financiering / Treasury </titel></kop><al> 1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                            treasurystatuut aan. Het statuut wordt door de raad vastgesteld.</al><al> 2. In het treasurystatuut wordt aandacht besteed aan:</al><al> a. taken en bevoegdheden;</al><al> b. verantwoordingrelaties en bijhorende informatievoorziening.</al><al> 3. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt ingegaan op,
                            de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, de liquiditeitsplanning en de
                            financieringsbehoefte voor de komende drie jaar, de rentevisie en de
                            rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de treasuryfunctie en de
                            limieten voor het opnemen van kredieten in rekening-courant, het
                            uitzetten van tijdelijk overtollige middelen en het aantrekken van
                            langlopende geldleningen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen </titel></kop><al> 1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                            verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen aan. De nota wordt
                            door de raad vastgesteld.</al><al> 2. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><al> a. de definities en de kaders met betrekking tot verbonden partijen en
                            gesubsidieerde instellingen;</al><al> b. het doel en het beleid met betrekking tot verbonden partijen en
                            gesubsidieerde instellingen.</al><al> 3. In de paragraaf verbonden partijen van de programmabegroting en de
                            gemeenterekening wordt ingegaan op nieuwe beleidsvoornemens, nieuwe
                            verbonden partijen, het beëindigen en wijzigen van bestaande verbonden
                            partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen.</al><al> 4. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt met
                            betrekking tot de gesubsidieerde instellingen ingegaan op nieuwe
                            beleidsvoornemens en een overzicht gegeven van de toegekende
                            gemeentelijke subsidies.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Grondbeleid </titel></kop><al> 1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                            grondbeleid aan. De nota wordt door de raad vastgesteld.</al><al> 2. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><al> a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                            gemeente;</al><al> b. de kaders voor het te voeren grondbeleid;</al><al> c. de voorraadverwerving en transformatie naar bouwrijpe grond;</al><al> d. de uitgifte van gronden en grondprijzen.</al><al> 3. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt ingegaan op
                            de uitvoering van de nota grondbeleid en met name op de belangrijkste
                            financiële ontwikkelingen, zoals de actuele en prognose van de te
                            verwachten resultaten van de totale grondexploitatie.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>(Financiële) administratie</titel></kop><al> Het college draagt er zorg voor dat:</al><al> 1. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet
                            aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten en
                            andere relevante wet- en regelgeving;</al><al> 2. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
                            de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke
                            verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al><al> 3. de administratie zodanig van opzet en werking is, dat zij in ieder
                            geval dienstbaar is voor:</al><al> a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                            gemeente;</al><al> b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                            activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden,
                            vorderingen en schulden, enzovoorts;</al><al> c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                            maken van kostencalculaties;</al><al> d. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                            tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                            regelgeving;</al><al> e. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                            daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Financiële organisatie </titel></kop><al> Het college draagt de zorg voor en legt vast:</al><al> a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                            eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de diensten;</al><al> b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                            verantwoordelijk-heden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                            voldaan en de betrouw-baarheid van de verstrekte informatie aan beleids-
                            en beheersorganen is gewaarborgd;</al><al> c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                            investeringskredieten;</al><al> d. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten
                            en baten aan de producten van de productraming en de
                            productrealisatie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Interne controle </titel></kop><al> 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                            jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                            balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                            van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                            herstel.</al><al> 2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                            eigendommen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al> 1. Het college draagt zorg voor en legt in het “inkoop- en
                            aanbestedingsbeleid” de interne regels (protocol) voor de inkoop en
                            aanbesteding van werken, diensten en leveringen vast. Het beleid wordt
                            vastgesteld door de Raad en ten minste eenmaal in de drie jaar
                            geëvalueerd.</al><al> 2. In het inkoop- en aanbestedingsbeleid wordt aandacht besteed
                            aan:</al><al> a. juridische- en organisatorische uitgangspunten;</al><al> b. ethische en ideële uitgangspunten;</al><al> c. procedures omtrent inkoop en aanbesteding.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al> 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                            raad.</al><al> 2. De raad kan afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                            toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. De
                            stukken voor het begrotingsjaar 2013 en latere begrotingsjaren voldoen
                            aan de bepalingen van deze verordening.</al><al> 2. De “Financiële verordening 2007”, vastgesteld bij raadsbesluit van 2
                            oktober 2007 wordt ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Losser 2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 18 december 2012. </al></slotformulering><ondertekening>giffier, voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><al> Algemeen</al><al> Deze verordening regelt bepaalde onderwerpen in de verhouding tussen de raad en
                    het college. Artikel 1. Definities</al><al> Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en
                    gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten.
                    Enkele begrippen uit de verordening worden in artikel 1 van de verordening
                    gedefinieerd. Artikel 2. Programma-indeling</al><al> Dit artikel bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de
                    programmabegroting waarin de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt.
                    De raad legt op basis van dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur
                    van de begroting vast. Mede op basis van het BBV bepaalt de gemeente het aantal
                    en de inhoud van de programma's van de begroting. De gemeente kan daardoor de
                    begrotingsopzet aanpassen aan de eigen politiek-bestuurlijke wensen. Artikel 4.
                    Inrichting programmabegroting en gemeenterekening</al><al> In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de programmabegroting. In het eerste lid wordt het college
                    opgedragen om bij de gemeenterekening de realisatie op productniveau toe te
                    voegen. Opgemerkt moet worden dat het overzicht van de realisatie op
                    productniveau bij het jaarverslag wordt gevoegd en niet bij de jaarrekening.
                    Anders gaat het overzicht van de realisatie onderdeel uitmaken van de
                    accountantscontrole, hetgeen niet de bedoeling kan zijn. In dit artikel wordt
                    tevens de verplichting om in de begroting aandacht te besteden aan de
                    investeringen nader uitgewerkt door te bepalen dat er bij de uiteenzetting van
                    de financiële positie een overzicht van de investeringen wordt gegeven. Artikel
                    6. Autorisatie programmabegroting, investeringkrediet en
                    begrotingswijzigingen</al><al> Dit artikel bevat nadere regels voor de autorisatie van de programmabegroting
                    en investeringskredieten. In lid 1 is weergegeven dat autorisatie van de baten
                    en lasten plaats vindt op programmaniveau. Artikel 9. Waardering &amp;
                    afschrijving vaste activa</al><al> De hoofdregels voor activering en afschrijving van kapitaalgoederen zijn in dit
                    artikel vastgelegd. Deze uitgangspunten worden verder uitgewerkt in de nota
                    activeren en afschrijven. De te hanteren afschrijvingstermijnen maken daar ook
                    onderdeel van uit.</al><al> De raad bepaald de afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen. Hierbij
                    geldt het criterium dat de afschrijvingsmethodiek en de afschrijvingstermijnen
                    van een actief met economisch nut moeten afstemmen met de verwachte levensduur.
                    Indien dit wordt nagelaten, wordt het getrouwe beeld van de jaarrekening
                    aangetast.</al><al> Activa met een maatschappelijk nut worden, zo mogelijk onder aftrek van
                    bijdragen van derden en bijdragen, uit de bestemmingsreserve ten laste van de
                    exploitatie gebracht. Artikel 10. Overheveling specifieke
                    exploitatiebudgetten</al><al> Indien het budget in het oude jaar nog niet is besteed (ofwel de afgesproken
                    activiteiten zijn nog niet uitgevoerd / afgerond), maar wel voor uitvoering van
                    activiteiten in het nieuwe jaar nodig is, is overheveling van budget benodigd.
                    Voor een rechtmatige aanwending van de overgehevelde middelen naar het nieuwe
                    jaar moet de begroting van dat jaar worden aangepast. Gekozen is om de
                    gemeenteraad te laten besluiten dat bij het niet volledig besteden van
                    specifieke budgetten een bestemmingsreserve mag worden gevormd waaruit in een
                    volgend jaar deze specifieke lasten kunnen worden gedekt. Het is een min of meer
                    generiek besluit waarbij de specifieke budgetten worden genoemd. Een voorbeeld
                    van een specifiek budget is het budget voor het onderhoud van wegen. Indien het
                    onderhoud van de weg nog niet is afgerond aan het eind van het jaar, dan dient
                    het budget overgeheveld te worden naar het nieuwe jaar. Artikel 11. Voorziening
                    voor dubieuze vorderingen</al><al> Artikel 11 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening
                    voor verwachte oninbare vorderingen. Voor het bepalen van de hoogte van de
                    voorziening is gekozen voor een scheiding in bulkfacturen en overige facturen.
                    Voor de bulkfacturen wordt een voorziening getroffen op basis van het
                    historische percentage van oninbaarheid, omdat individuele beoordeling
                    ondoenlijk is. Artikel 12. Reserves en voorzieningen</al><al> Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves. Hoe groot moet het eigen vermogen zijn om
                    risico’s op te vangen en gaan we een investering financieren door
                    belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel
                    beleidsmatige vragen die thuishoren bij de raad.</al><al> Het eerste lid van dit artikel bepaalt, dat het college een nota over de
                    reserves en voorzieningen aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad.
                    In het derde lid wordt bepaald dat een overzicht van de stand van reserves en
                    voorzieningen wordt opgenomen in de programmabegroting en de gemeenterekening.
                    Artikel 13. Kostprijsberekening</al><al> In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, let b Gemeentewet wordt geëist.
                    De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                    besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In dit artikel
                    worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen gegeven.</al><al> Op grond van lid 2 moeten ook worden meegenomen de kosten compensabele BTW voor
                    rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing. De begroting en
                    gemeenterekening zijn exclusief de compensabele BTW. Voor dit soort heffingen is
                    echter in de wet bepaald dat ze wel meegenomen mogen worden in de
                    kostprijsberekening, omdat de gemeente deze kosten wel heeft, ook al wordt de
                    BTW gecompenseerd. Artikel 14 t/m 18 Paragrafen</al><al> In de artikelen 14 t/m 18 worden de verplicht voorgeschreven paragrafen volgens
                    het BBV nader uitgewerkt. Deze paragrafen moeten een dwarsdoorsnede van de
                    programmabegroting en de gemeenterekening vormen. Per paragraaf is aangegeven
                    waarover jaarlijks bij de programmabegroting en gemeenterekening moet worden
                    gerapporteerd. Artikel 19. (Financiële) administratie</al><al> In artikel 19 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties
                    van de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet de regels en activiteiten die daarvoor in de uitvoering
                    nodig zijn. Dat is een taak van het college. Deze zal deze zaken wel in een
                    besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de ambtelijke organisatie.</al><al> Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het BBV zijn onder andere
                    waarderingsgrondslagen, balansindeling en verplicht op te leveren financiële
                    gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële administratie moeten gegevens worden
                    aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook
                    aan gedeputeerde staten in hun rol als toezichthouder, het rijk, de Europese
                    Unie etc. Artikel 20. Financiële organisatie</al><al> In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                    voor het college, waaraan hij zich moet houden.</al><al> In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen. In het onderdeel c worden eisen gesteld aan de budgettoedeling
                    en de verantwoording daarover. In onderdeel d wordt aangegeven dat voor de
                    verdeling en toerekening van kosten aan de producten verdeelsleutels moeten
                    worden vastgesteld. Artikel 21. Interne controle</al><al> De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne
                    controle. Daarmee verkrijgt de raad de zekerheid dat het college voldoet aan de
                    eisen genoemd in deze verordening.</al><al> In lid 2 is aangegeven dat regels voor het voorkomen van misbruik en
                    oneigenlijk gebruik vastgelegd moeten zijn. Hier kan gekozen worden voor het
                    opstellen van een nota of meerdere aparte regelingen, zoals declaratieregeling
                    en gedragsregels internet. Artikel 22. Aanbesteding en inkoop</al><al> De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                    belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen
                    hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve
                    aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid
                    kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Dit
                    artikel legt aan het college de zorg op om regels op te stellen voor de
                    aanbesteding van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van
                    de Europese Unie dient daarbij nageleefd te worden. Doordat de regels worden
                    vastgelegd kan de accountant bij zijn controle van de gemeenterekening nagaan of
                    de interne regels (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, het is een
                    onderdeel van de rechtmatigheidstoets.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>