<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR298647_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Flevopost</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, artikel 108</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapsbesluit, hoofdstuk 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>167414</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Zuiderzeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het bestuursvoorstel met nummer 167495 d.d.4 april 2013, behorend
                        bij zaaknummer 167395;</al><al>gelet op artikel 108 van de Waterschapswet en hoofdstuk 4 van het
                        Waterschapsbesluit,</al><al><cursief>besluit:</cursief></al><al>vast te stellen de: </al><al>Verordening op de uitgangspunten voor het beleid, voor het beheer en voor de
                        inrichting van de beleids- en verantwoordingsfunctie van Waterschap
                        Zuiderzeeland 2013.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 (definities)</vet></al><al/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. administratie:</al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens alsmede
                        het verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                        functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van het
                        waterschap en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                        afgelegd;</al><al>b. financiële administratie:</al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                        verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                        (onderdelen van) de organisatie van het waterschap, teneinde te komen tot
                        een goed inzicht in:</al><al>- de financiële positie;</al><al>- het financieel beheer;</al><al>- de uitvoering van de begroting;</al><al>- de uitvoering van investeringsprojecten;</al><al>- het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al>- alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover;</al><al>c. rechtmatigheid:</al><al>de mate waarin in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving,
                        waaronder waterschapsverordeningen alsmede besluiten van de Algemene
                        Vergadering en het college van Dijkgraaf en Heemraden, wordt gehandeld;</al><al>d. doelmatigheid:</al><al>de mate waarin bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van
                        middelen worden gerealiseerd;</al><al>e. doeltreffendheid:</al><al>de mate waarin de beoogde doelen en effecten van het beleid ook
                        daadwerkelijk worden behaald;</al><al>f. netto-kosten:</al><al>lasten die aan een bepaald programma, product c.q. kostendrager worden
                        toegerekend en waarvan zijn afgetrokken de baten (met uitzondering van de
                        belasting– en andere algemene opbrengsten) die aan hetzelfde programma,
                        product c.q. kostendrager worden toegerekend;</al><al>g. beleidsproducten:</al><al>de beleidsproducten die zijn opgenomen in de door de Unie van Waterschappen
                        vastgestelde BBP-productenstructuur;</al><al>h. beheerproducten:</al><al>de beheerproducten die zijn opgenomen in de door de Unie van Waterschappen
                        vastgestelde BBP-productenstructuur;</al><al>i. Waterschapswet:</al><al>de Waterschapswet zoals deze luidt na het in werking treden van de Wet
                        modernisering waterschapsbestel van 21 mei 2007 (Staatsblad 2007, 208);</al><al>j. Waterschapsbesluit:</al><al>‘Besluit van 29 november 2007, houdende regels met betrekking tot de
                        waterschappen‘ (Staatsblad 2007, 497).</al><al/><al>Hoofdstuk 2 Beleidsvoorbereiding en verantwoording </al><al/><al>Kaderstelling </al><al/><al>Artikel 2 (beleids- en verantwoordingscyclus) </al><al>1. De Algemene Vergadering stelt de onderdelen van de beleids- en
                        verantwoordingscyclus voor het begrotingsjaar en de periode van de
                        meerjarenraming vast.</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat de onderdelen
                        van de beleids- en verantwoordingscyclus voldoen aan de relevante bepalingen
                        van hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit, aan relevante overige wetgeving
                        en aan datgene wat in deze verordening wordt bepaald.</al><al/><al>Artikel 3 (programma’s) </al><al>De Algemene Vergadering stelt een programma-indeling vast.</al><al/><al>Beleidsbepaling </al><al/><al>Artikel 4 (kaders meerjarenbeleid) </al><al>Het college van Dijkgraaf en Heemraden biedt jaarlijks bevindingen over de
                        beleidsuitvoering in het voorgaande begrotingsjaar en mogelijke kaders voor
                        het beleid in de komende begrotingsjaren aan de Algemene Vergadering
                        aan.</al><al/><al>Artikel 5 (meerjarenraming) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden biedt jaarlijks een
                        meerjarenraming met toelichting aan de Algemene Vergadering aan waarin
                        voorstellen worden gedaan voor het beleid in het volgende begrotingsjaar en
                        ten minste de drie daaropvolgende jaren.</al><al>2. In het onderdeel ‘financiering’ van de toelichting van de meerjarenraming
                        worden opgenomen:</al><al>a. een vermogensbehoefteplanning;</al><al>b. een beschouwing over de renteontwikkeling;</al><al>c. een rentegevoeligheidsanalyse.</al><al/><al>Artikel 6 (ontwerpbegroting en geplande investeringen) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden biedt jaarlijks ter vaststelling
                        een ontwerpbegroting aan de Algemene Vergadering aan waarin voorstellen
                        worden gedaan voor het beleid in het volgende begrotingsjaar.</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat voorafgaand aan
                        de begrotingsbehandeling het investeringsplan is geagendeerd. Het
                        investeringsplan biedt een overzicht van voorgenomen investeringen van
                        Waterschap Zuiderzeeland. In het investeringsplan zijn de raming van de
                        investeringsuitgaven en van de aan de investeringen gerelateerde inkomsten
                        opgenomen.</al><al/><al>Artikel 7 (vaststelling begroting en investeringskredieten) </al><al>1. De Algemene Vergadering autoriseert met het vaststellen van de begroting
                        de netto-kosten die per programma zijn opgenomen alsmede de dekkingsmiddelen
                        die zijn opgenomen in de begroting naar kostendragers.</al><al>2. De uitgaven en inkomsten van voorgenomen investeringen uit het
                        investeringsplan, bedoeld in artikel 6 lid 2, waarvan de geplande
                        aanvangsdatum in het begrotingsjaar ligt, worden bij de vaststelling van de
                        jaarbegroting geautoriseerd. Het college van Dijkgraaf en Heemraden kan na
                        vaststelling van de jaarbegroting beschikken over de in de jaarbegroting
                        opgenomen investeringskredieten, voor zover het investeringskredieten
                        waarvan de Algemene Vergadering in de jaarbegroting heeft aangegeven voor de
                        daadwerkelijke kredietopening geen uitwerkingsvoorstel van het college van
                        Dijkgraaf en Heemraden te willen ontvangen. </al><al>3. Voor investeringen die in de loop van het begrotingsjaar in uitvoering
                        worden genomen en waarvoor geen autorisatie bij het vaststellen van de
                        jaarbegroting is verleend, legt het college van Dijkgraaf en Heemraden
                        voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en
                        een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de
                        Algemene Vergadering voor.</al><al>4. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er ten aanzien van de raming
                        van de netto-kosten naar programma´s voor dat deze netto-kosten, door middel
                        van kostentoerekening, eenduidig kunnen worden toegewezen aan de
                        beheerproducten.</al><al/><al>Uitvoering, sturing en beheersing </al><al/><al>Artikel 8 (uitvoering begroting) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt voor het per programma
                        verzamelen en vastleggen van gegevens over de maatregelen die getroffen zijn
                        en prestaties die geleverd worden, de doelstellingen en effecten die bereikt
                        worden en de netto-kosten die gemaakt worden, opdat de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de Algemene
                        Vergadering, kunnen worden getoetst.</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat de netto-kosten
                        van de programma’s en de netto-investeringsuitgaven van de programma’s,
                        zoals geautoriseerd door de Algemene Vergadering, niet worden
                        overschreden.</al><al>3. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat de
                        dekkingsmiddelen die zijn opgenomen in de begroting naar kostendragers,
                        zoals geautoriseerd door de Algemene Vergadering, niet worden
                        onderschreden.</al><al/><al>Artikel 9 (ruimte bij begrotingsuitvoering) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden is bevoegd overschrijding van
                        geautoriseerde netto-kosten te dekken uit het bedrag voor onvoorzien in de
                        begroting. Over de benutting van post onvoorzien wordt achteraf aan de
                        Algemene Vergadering gerapporteerd.</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden is bevoegd na afloop van het
                        begrotingsjaar de netto-kosten van een programma met 5% van de netto-kosten
                        te overschrijden met een maximum van € 500.000 zonder toestemming vooraf van
                        de Algemene Vergadering indien de middeleninzet past binnen het vastgestelde
                        beleid en indien de hiervoor benodigde financiële ruimte elders binnen de
                        begroting kan worden gevonden. Een dergelijk feit wordt achteraf aan de
                        Algemene Vergadering gerapporteerd.</al><al>3. Het college van Dijkgraaf en Heemraden is bevoegd de voor een investering
                        netto geraamde uitgaven te overschrijden zonder toestemming vooraf van de
                        Algemene Vergadering indien deze mutaties passen binnen het vastgestelde
                        beleid, het totale investeringsvolume per programma en de kapitaallasten.
                        Een dergelijke overschrijding wordt achteraf aan de Algemene Vergadering
                        gerapporteerd.</al><al/><al>Rapportage en interne verantwoording </al><al/><al>Artikel 10 (actieve informatieplicht, tussentijdse rapportage en
                        begrotingswijzigingen) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden informeert de Algemene Vergadering
                        zo spoedig mogelijk indien de realisatie van het beleid in betekenende mate
                        afwijkt van hetgeen in de begroting is opgenomen.</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden informeert de Algemene Vergadering
                        door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van het beleid
                        dat in de begroting is opgenomen en over de uitvoering van
                        investeringen.</al><al>3. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                        programma-indeling van de begroting.</al><al>4. De rapportages gaan in op afwijkingen van betekenende mate, zowel wat
                        betreft de middeleninzet, de maatregelen die getroffen en prestaties die
                        geleverd worden, als de doelstellingen en effecten die bereikt worden.</al><al>5. In de rapportages wordt voorts in ieder geval aandacht besteed aan
                        afwijkingen van betekenende mate van:</al><al>- de besteding van investeringsuitgaven en realisatie van
                        investeringsinkomsten;</al><al>- de dekkingsmiddelen die zijn opgenomen in de begroting naar
                        kostendragers;</al><al>- de renteontwikkeling op de kapitaalmarkt.</al><al>6. Indien noodzakelijk doet het college van Dijkgraaf en Heemraden in de
                        rapportages voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en
                        investeringskredieten alsmede bijstellingen van het beleid. Zonodig legt het
                        college van Dijkgraaf en Heemraden een voorstel tot begrotingswijziging aan
                        de Algemene Vergadering voor.</al><al/><al>Artikel 11 (jaarverslaggeving) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden legt na afloop van ieder
                        begrotingsjaar verantwoording af aan de Algemene Vergadering over de
                        uitvoering van de programma’s door middel van het ter vaststelling aanbieden
                        van het jaarverslag en de door de accountant gecontroleerde
                        jaarrekening.</al><al>2. De Algemene Vergadering bepaalt aan de hand van de uitvoering van de
                        programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                        bijstelling behoeven.</al><al>3. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er ten aanzien van de
                        realisatie van de netto-kosten naar programma’s voor dat deze netto-kosten,
                        door middel van kostentoerekening, eenduidig kunnen worden toegewezen aan de
                        beleidsproducten en de beheerproducten.</al><al/><al>Hoofdstuk 3 Uitgangspunten financieel beleid </al><al/><al>Artikel 12 (financieel beleid algemeen) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden doet voorstellen aan de Algemene
                        Vergadering die zijn gericht op een volledig en actueel beleid van het
                        waterschap ten aanzien van de volgende onderwerpen:</al><al>a. waardering en afschrijving van activa;</al><al>b. weerstandsvermogen, risicomanagement, reserves en voorzieningen;</al><al>c. kostentoerekening en onderbouwing tarieven;</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat de in het eerste
                        lid bedoelde voorstellen in overeenstemming zijn met de relevante bepalingen
                        van hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit, met andere regelgeving die van
                        toepassing is en met de in het vervolg van deze verordening opgenomen
                        aanvullende eisen.</al><al/><al>Artikel 13 (waardering en afschrijving van activa) </al><al>1. Het beleid ten aanzien van waardering en afschrijving van activa omvat in
                        ieder geval:</al><al>a. investeringen met verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs lager dan €
                        50.000 worden niet geactiveerd;</al><al>b. de wijze waarop het waterschap omgaat met de verplichtingen uit het
                        Waterschapsbesluit dat de bijdragen van eigen personeel, de rente over het
                        tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend en de
                        mogelijkheid dat een redelijk deel van de kosten van ondersteunende diensten
                        van het waterschap in de vervaardigingsprijs van vaste activa worden
                        opgenomen;</al><al>c. de afbakening tussen investering en onderhoud;</al><al>d. de afschrijvingsmethode.</al><al>2. De Algemene Vergadering stelt krachtens deze verordening regels voor
                        waardering en afschrijving van activa vast.</al><al>3. De regels voor waardering en afschrijving van activa worden ten minste
                        eenmaal in de vier jaar door de Algemene Vergadering vastgesteld.</al><al/><al>Artikel 14 (kostentoerekening en onderbouwing tarieven) </al><al>1. Het beleid omtrent kostentoerekening en onderbouwing van tarieven omvat
                        in ieder geval:</al><al>a. een beschrijving van het kostentoerekeningssysteem;</al><al>b. de wijze waarop het waterschap invulling geeft aan de eis uit het
                        Waterschapsbesluit dat de kostentoerekening plaatsvindt op basis van
                        objectieve, bedrijfseconomische criteria;</al><al>c. de kwantitatieve grondslagen die onderdeel vormen van de
                        kostentoerekeningssystematiek;</al><al>d. de methodiek voor de berekening van de rentelasten van vaste activa;</al><al>e. de onderbouwing van de tarieven die gelden voor de door het
                        waterschapsbestuur in rekening te brengen rechten als bedoeld in artikel 115
                        van de Waterschapswet, zijnde rechten ter zake van:</al><al>- het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst
                        bestemde bezittingen van het waterschap of van voor de openbare dienst
                        bestemde werken of inrichtingen die bij het waterschap in beheer of in
                        onderhoud zijn;</al><al>- het genot van door of vanwege het bestuur van het waterschap verstrekte
                        diensten;</al><al>- het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of
                        ontheffingen;</al><al>f. de onderbouwing van de prijs van producten en diensten die het waterschap
                        aan derden kan leveren, waaronder ook begrepen verhuur, verkoop en
                        erfpachting van onroerende zaken die aan derden kunnen worden geleverd,
                        alsmede de kosten van bestuursdwang, en waarbij onderscheid wordt gemaakt in
                        directe kosten, indirecte kosten en toegerekende kosten;</al><al>g. de mate van kostendekkendheid van de onder e en f bedoelde tarieven.</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat er een actueel
                        overzicht is van de tarieven, prijzen en kosten van de in dit artikel
                        bedoelde rechten, diensten en zaken.</al><al/><al>Artikel 15 (financiering) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat bij de
                        uitoefening van de financieringsfunctie:</al><al>a. goede ondersteuning plaatsvindt van uitsluitend de taken die in het
                        reglement aan het waterschap zijn opgedragen;</al><al>b. een continue toegang tot de financiële markten is;</al><al>c. voldoende financiële middelen worden aangetrokken en overtollige gelden
                        worden uitgezet om de programma’s binnen de door de Algemene Vergadering
                        vastgestelde kaders van de meerjarenraming en de begroting te kunnen
                        uitvoeren;</al><al>d. de volgende risico’s verbonden aan de financieringsfunctie worden
                        beheerst: renterisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s,
                        koersrisico’s en valutarisico’s;</al><al>e. de kosten van de leningen zo veel mogelijk worden beperkt en er een
                        voldoende rendement op de uitzettingen wordt bereikt;</al><al>f. een bijdrage wordt geleverd aan het bereiken van een financiële
                        balansstructuur die dienstbaar is aan de doelstellingen van het
                        waterschap;</al><al>g. de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de
                        geldstromen en financiële posities worden beperkt.</al><al>2. Het risicobeheer van het waterschap wordt gebaseerd op de volgende
                        uitgangspunten:</al><al>a. ten opzichte van de taken die in het reglement aan het waterschap zijn
                        opgedragen heeft de financieringsfunctie een ondersteunende rol.
                        Financiering volgt en is dienstbaar aan deze taken (servicecentrum);</al><al>b. de uitvoering van de financieringsfunctie is er op gericht toekomstige
                        risico’s zo veel mogelijk te vermijden;</al><al>c. bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                        aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                        het college van Dijkgraaf en Heemraden indien mogelijk zekerheden;</al><al>d. het wettelijk kader van de Wet Fido wordt als uitgangspunt voor het
                        beheersen van renterisico’s gehanteerd;</al><al>e. wat betreft de toekomstige omvang en samenstelling van de portefeuille
                        vlottende opgenomen en verstrekte leningen wordt de kasgeldlimiet van de Wet
                        Fido in acht genomen;</al><al>f. wat betreft de toekomstige omvang en samenstelling van de portefeuille
                        vaste opgenomen en verstrekte leningen wordt de renterisiconorm van de Wet
                        Fido in acht genomen;</al><al>g. de Algemene Vergadering wordt geïnformeerd indien de kasgeldlimiet of de
                        renterisiconorm dreigen te worden overschreden.</al><al>3. Het college van Dijkgraaf en Heemraden neemt bij de uitvoering van de
                        financieringsfunctie de volgende richtlijnen en limieten in acht:</al><al>a. in besluiten over uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties
                        en financiële participaties wordt het openbaar belang van dergelijke
                        uitzettingen gemotiveerd;</al><al>b. het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij
                        wederpartijen die voldoen aan de criteria die bij of krachtens de Wet Fido
                        gesteld zijn;</al><al>c. overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende
                        waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van
                        de looptijd in tact is;</al><al>d. middelen worden uitsluitend uitgezet in de vorm van de volgende
                        instrumenten:</al><al>e. rekening–courant faciliteiten;</al><al>f. kasgeldleningen;</al><al>g. vaste geldleningen;</al><al>h. uitzettingsvormen (zoals deposito’s);</al><al>i. onderhandse leningen.</al><al>j. het gebruik van derivaten is niet geoorloofd;</al><al>k. overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen
                        of het verlenen van garanties luiden in euro’s van een lidstaat die
                        deelneemt aan de Economische en Monetaire Unie;</al><al>l. de hoofdsom van een verstrekte lening is niet onderhevig aan
                        indexatie;</al><al>m. aandelen worden niet gekocht tenzij dit gebeurt in het kader van de
                        uitvoering van de in het eerste lid bedoelde publieke taken uitsluitend na
                        een daartoe genomen besluit van de algemene vergadering.</al><al/><al>Hoofdstuk 4 Paragrafen in begroting en jaarverslag </al><al/><al>Artikel 16 (algemeen) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat de paragrafen in
                        begroting en in het jaarverslag voldoen aan de relevante bepalingen van het
                        Waterschapsbesluit en aan de in deze verordening opgenomen aanvullende
                        eisen.</al><al>2. In de paragrafen van de begroting wordt ingegaan op de wijze waarop in
                        het begrotingsjaar invulling zal worden gegeven aan het desbetreffende
                        onderdeel van het in artikel 12 bedoelde beleid:</al><al>a. kostentoerekening;</al><al>b. weerstandsvermogen;</al><al>c. financiering.</al><al>3. Indien het in het tweede lid bedoelde beleid afwijkt van de in het
                        desbetreffende onderdeel van het in artikel 12 bedoelde beleid vastgelegde
                        kaders wordt daarop in de betreffende paragraaf ingegaan, waarbij de reden
                        van afwijking wordt vermeld.</al><al>4. De paragrafen van het jaarverslag bevatten de verantwoording van hetgeen
                        in de overeenkomstige paragrafen van de begroting is opgenomen. Indien
                        tijdens de realisatie is afgeweken van de kaders die zijn vastgelegd in het
                        desbetreffende onderdeel van het in artikel 12 bedoelde beleid wordt daarop
                        specifiek ingegaan, waarbij de reden van afwijking wordt vermeld.</al><al/><al>Artikel 17 (paragraaf weerstandsvermogen) </al><al>Het college van Dijkgraaf en Heemraden geeft in de paragraaf
                        weerstandvermogen van de begroting en van het jaarverslag de significante
                        wijzigingen aan op de meest recente organisatiebrede risicoanalyse. Het
                        college van Dijkgraaf en Heemraden rapporteert over bestuurlijk relevante
                        risico’s, welke het beleid van het waterschap kunnen raken, onderverdeeld
                        naar interne en externe bedreigingen.</al><al/><al>Hoofdstuk 5 Administratie en organisatie </al><al/><al>Artikel 18 (administratie) </al><al>Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat de administratie
                        zodanig van opzet en werking is, dat zij in ieder geval dienstbaar is
                        voor:</al><al>1. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in het
                        waterschap als geheel en in zijn organisatie-onderdelen;</al><al>2. het geven van een actueel en volledig inzicht in de bezittingen van het
                        waterschap, waaronder ook worden begrepen de niet-geactiveerde objecten met
                        cultuurhistorische waarde (waaronder panden, bedrijfsgebouwen,
                        bedrijfsmiddelen en kunstvoorwerpen) alsmede overige investeringen die niet
                        zijn geactiveerd;</al><al>3. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                        activa, voorraden, vorderingen, schulden, rechten, verplichtingen,
                        ontvangsten, betalingen, kosten en opbrengsten;</al><al>4. het verschaffen van informatie over baten, lasten, prestaties,
                        maatregelen en effecten aan budgethouders voor zowel de planning, de
                        uitvoering als de verantwoording van de realisatie;</al><al>5. een doelmatig beheer van geldstromen en financiële posities;</al><al>6. een goede interne en externe informatievoorziening over de uitvoering van
                        de financieringsfunctie;</al><al>7. het inzicht krijgen in en bevorderen van de rechtmatigheid, de
                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                        de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                        regelgeving;</al><al>8. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid
                        en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                        beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;</al><al>9. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan
                        ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de
                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                        de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                        regelgeving.</al><al/><al>Artikel 19 (financiële administratie) </al><al>Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt er voor dat:</al><al>1. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoen aan
                        het Waterschapsbesluit en andere relevante wet- en regelgeving;</al><al>2. de financiële administratie tijdig alle door de Algemene Vergadering en
                        het college van Dijkgraaf en Heemraden genomen besluiten waaraan financiële
                        gevolgen verbonden zijn alsmede alle overige gegevens en stukken verstrekt
                        krijgt die ten behoeve van een juiste verzorging van de financiële
                        administratie, de verslaggeving en het beheer van de vermogenswaarden nodig
                        is;</al><al>3. de vereiste informatie tijdig verstrekt wordt aan het rijk, de
                        provincie(s), de Europese Unie en het Centraal Bureau voor de Statistiek,
                        alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen
                        opleggen aan het waterschap.</al><al/><al>Artikel 20 (organisatie en administratieve organisatie) </al><al>1. Het college van Dijkgraaf en Heemraden zorgt voor:</al><al>a. een eenduidige indeling van de organisatie van het waterschap en een
                        eenduidige toewijzing van de taken van het waterschap aan organisatorische
                        eenheden;</al><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan
                        en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en
                        beheersorganen is gewaarborgd;</al><al>c. waarborging van een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering
                        van de begroting;</al><al>d. verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen
                        ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;</al><al>e. maken afspraken met de verantwoordelijken voor organisatorische eenheden
                        over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze
                        en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en
                        uitputting van middelen;</al><al>f. regels voor de verlening van decharge over het gevoerde beheer van de
                        organisatorische eenheden;</al><al>g. interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken,
                        diensten en leveringen die waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming
                        met de Europese en nationale regels ter zake;</al><al>h. regels die aangeven welke elementen in ieder geval moeten worden
                        opgenomen in voorstellen voor investeringsbesluiten die aan de Algemene
                        Vergadering of het college van Dijkgraaf en Heemraden worden
                        voorgelegd;</al><al>i. regels ter uitvoering van het gestelde in artikel 15;</al><al>j. regels ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen
                        en eigendommen van het waterschap.</al><al>2. Het college van Dijkgraaf en Heemraden actualiseert de in het eerste lid
                        bedoelde organisatie zodra hiertoe aanleiding is.</al><al/><al>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen </al><al/><al>Artikel 21 (inwerkingtreding) </al><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                        2014, met dien verstande dat de begroting, de jaarverslaggeving, de
                        uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende
                        toelichtingen, zoals bedoeld in de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit en
                        deze verordening, die betrekking hebben op het begrotingsjaar 2014 en latere
                        begrotingsjaren voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al><al>2. De meerjarenramingen die worden opgesteld in begrotingsjaren met ingang
                        van 2014 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al><al>3. De ‘Verordening beleid- en verantwoordingsfunctie Waterschap
                        Zuiderzeeland’, die is vastgesteld bij besluit van 28 oktober 2010,
                        vervallen, met dien verstande dat zij van kracht blijven ten aanzien van de
                        begrotingsjaren tot en met 2013.</al><al/><al>Artikel 22 (citeertitel) </al><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Verordening beleids-
                        en verantwoordingsfunctie Waterschap Zuiderzeeland’. </al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering d.d.28 mei 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Lelystad, 28 mei 2013,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>ir. J.B. van der Veen. mr. ir. H.L. Tiesinga.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>