<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR298400_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies Nuenen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ronde de Linde, 24-06-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies Nuenen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-20</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-02-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies Nuenen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nuenen c.a.;</al><al/><al>gezien het voorstel van het presidium;</al><al/><al>gelet op de desbetreffende bepalingen in de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>1. vast te stellen de Verordening op de raadscommissies Nuenen 2010.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid of burgercommissielid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemeen bestuurlijke zaken en Financiën (ABZ/FIN);</al></li><li nr="b."><al>Samenleving (S);</al></li><li nr="c."><al>Ruimte (R).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie ABZ/FIN adviseert en overlegt over onderwerpen
                                betreffende de volgende programma’s uit de begroting:</al><al>Programma Onderwerp</al><al>16. Dienstverlening</al><al>17. Burgerzaken</al><al>18. Dorps- en wijkgerichtwerken</al><al>19. Openbare orde en veiligheid</al><al>20. Brandweer</al><al>21. Rampenbestrijding</al><al>38. Gemeenteraad</al><al>39. Bestuurlijke samenwerking</al><al>41. Bedrijfsvoering</al><al>42. Onroerende zaakbelasting</al><al>43. Overige belastingen en leges</al><al>44. Algemene uitkering</al><al>45. Leningen, beleggingen etc.</al><al>46. Onvoorziene uitgaven</al><al>47. Beleidsvoornemens</al><al>48. Mutaties reserves</al><al>49. Resultaat</al><al>Overige zaken</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie S adviseert en overlegt over onderwerpen
                                betreffende de volgende programma’s uit de begroting:</al><al>Programma Onderwerpen</al><al>3. Kunst, cultuur en volwasseneneducatie</al><al>4. Jongerenwerk</al><al>5. Bevordering zelfredzaamheid </al><al>6. Individuele voorzieningen WMO</al><al>7. Gezondheidszorg</al><al>8. Huisvesting basisonderwijs</al><al>9. Huisvesting voortgezet onderwijs</al><al>10. Lokale educatieve agenda</al><al>11. Sport</al><al>12. Werk</al><al>13. Bijstand en aanverwante artikelen</al><al>14. Minimabeleid</al><al>15. Vreemdelingenbeleid</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie R adviseert en overlegt over onderwerpen
                                betreffende de volgende programma’s uit de begroting</al><al>Programma Onderwerp</al><al>1. Ruimtebalans</al><al>2. Grondexploitaties</al><al>22. Ruimtelijke plannen</al><al>23. Volkshuisvesting / woningbouw</al><al>24. Bouw- en sloopvergunningen</al><al>25. Handhaving</al><al>26. Wegen, straten en pleinen</al><al>27. Openbare verlichting</al><al>28. Openbaar groen en watergangen</al><al>29. Huisvuil en afvalverwerking</al><al>30. Rioleringen</al><al>31. Speelvoorzieningen</al><al>32. Monumenten</al><al>33. Verkeer</al><al>34. Milieu</al><al>35. Bedrijfsleven en detailhandel</al><al>36. Toerisme</al><al>37. Evenementen</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in principe in de afzonderlijke raadscommissies besproken.
                                Om efficiency redenen kan het presidium beslissen om een
                                gezamenlijke vergadering van de raadscommissies te beleggen. Het
                                presidium beslist in dergelijke gevallen in welke raadscommissie het
                                onderwerp aan de orde zal komen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien er een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat, de rol van voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    of vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over
                                    in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie leden
                                per fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid (burgercommissielid)
                                zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. Het
                                heeft de voorkeur dat de leden tijdens de laatste verkiezingen van
                                de raad op de kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben
                                gestaan. Voor elke fractie kan één burgercommissielid per commissie
                                benoemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Niet-raadsleden leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun
                                functie een eed af ten overstaan van de voorzitter van de raad.
                                Artikel 14 van de Gemeentewet is hier van overeenkomstige
                                toepassing, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen
                                “raadscommissie”.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere
                                raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, die
                                zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis
                                van een lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het vierde
                                lid, genoemde vereisten en heeft dezelfde bevoegdheden als het lid
                                dat hij/zij vervangt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>Zwangerschapsverlof</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad wegens zwangerschapsverlof, c.q.
                                bevalling niet in staat is de vergaderingen van de commissie of
                                commissies waarvan zij lid is bij te wonen, kan de raad een
                                tijdelijk en plaatsvervangend lid van deze commissie of commissies
                                benoemen. Als zodanig zijn benoembaar personen die voorkomen op de
                                kandidatenlijst van de desbetreffende groepering voor de
                                laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen voorzover hij/zij door die
                                groepering zijn voorgedragen en voldoen aan de eisen voor benoeming
                                tot lid van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De benoeming van het in het eerste lid bedoelde plaatsvervangende
                                lid geldt voor een termijn van maximaal 16 weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een lid de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij/zij is
                                aangewezen, houdt hij/zij op lid te zijn van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het plaatsvervangend lid heeft dezelfde bevoegdheden als het lid dat
                                hij/zij vervangt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De vergoedingsregeling raads-/commissieleden is op het
                                plaatsvervangend lid niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de
                                plaatsvervangend voorzitter fungeert een door de raadscommissie uit
                                zijn midden aangewezen lid als tijdelijk voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onverenigbare betrekkingen niet-raadsleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadscommissie is voor niet-raadsleden
                                onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het
                                gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>ambtenaren van de burgerlijke stand;</al></li><li nr="b."><al>onderwijspersoneel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met ambtenaar als bedoeld in het eerste lid worden voor de
                                toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die in dienst van de
                                gemeente op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht
                                werkzaam zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                derde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger en de voorzitter kunnen te allen
                                tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de
                                raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in
                                of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een ambtenaar
                                als commissiegriffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe door de raad en het college aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De adviezen en andere stukken die van de commissie uitgaan worden
                                door de commissiegriffier ofde griffier mede ondertekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><al>De voorzitter nodigt de burgemeester, één of meer wethouders en de
                            secretaris uit om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                            beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies
                                    plaats in de eerste week van de maand:</al><lijst><li nr="a."><al>Ruimte vergadert op dinsdag.</al></li><li nr="b."><al>Samenleving vergadert op woensdag.</al></li><li nr="c."><al>Algemeen bestuurlijke zaken en Financiën vergadert op
                                            donderdag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de raadscommissies beginnen om 19.30 uur en
                                    vinden in principe plaats in de commissiekamer van het
                                    gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts als de voorzitter het nodig
                                    oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met
                                    opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproeponder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid kan voorstellen onderwerpen op de agenda van de
                                    commissie te plaatsen. Een dergelijk voorstel wordt tenminste 14
                                    dagen voor de commissievergadering schriftelijk bij de griffier
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de
                                    agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissies en zo
                                    mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in de Rond de Linde of op de voor
                                    aankondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, evenals de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het
                                            meespreekrecht als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Meespreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers hebben meespreekrecht. Zij kunnen meepraten c.q. het
                                    woord voeren over een geagendeerd onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter dient aan het begin van de vergadering een formele
                                    inventarisatie te maken van wie gebruik wenst te maken van het
                                    meespreekrecht. Burgers die van het meespreekrecht gebruik
                                    willen maken melden dit voor aanvang van de vergadering aan de
                                    griffier. Hij of zij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het agendapunt waarbij men gebruik wil maken
                                    van het meespreekrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burger krijgt de mogelijkheid om zijn zienswijze over een
                                    onderwerp in te brengen en volgt de vergaderdiscipline zoals die
                                    ook voor raadsleden en niet raadsleden geldt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgers hebben geen adviesbevoegdheid. De leden van de commissie
                                    bepalen het advies en kunnen de inbreng van een burger mee laten
                                    wegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                    moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt het verslag van de vorige
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                    hebben het recht een voorstel tot wijziging van het verslag aan
                                    de raadscommissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat
                                    of niet duidelijk weergeeft wat gezegd of geadviseerd is. Een
                                    voorstel tot wijziging dient voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de commissiegriffier te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag houdt in:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de
                                            secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen
                                            voorzover aanwezig, evenals van de overige personen die
                                            het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>welke leden afwezig waren;</al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="d."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen der aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="e."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder
                                            vermelding van de namen van de leden die mededeling
                                            hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met
                                            aantekening van de namen van de leden die zich niet
                                            uitgelaten hebben;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 24 door de raadscommissie is
                                            toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                                    griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aantal spreektermijnen en spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                    ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of
                                    voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de
                                    secretaris spreken van hun plaats of van de spreekplaats en
                                    richten zich tot de voorzitter. Zij voeren het woord nadat het
                                    aan de voorzitter is gevraagd en van hem verkregen is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De volgorde van sprekers wordt door de voorzitter bepaald. De
                                    volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                    wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>De voorzitter en een lid kan een voorstel doen over de spreektijd
                                van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    direct.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering waarin dat plaats heeft over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Na aanneming
                                    daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig
                                    doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn
                                    gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                                    toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen om het college of de leden de gelegenheid te geven tot
                                    onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat
                                    de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>deelname aan de beraadslagingen door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast het “meespreekrecht” kan de raadscommissie bepalen dat
                                    anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. In het kader van
                                    burgerparticipatie kan de raadscommissie actief verenigingen,
                                    betrokken burgers etc. uitnodigingen om deel te nemen aan het
                                    debat. Ten aanzien van het adviesrecht van externen geldt de
                                    bepaling van artikel 17, lid 5.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht. Een voorstel wordt
                                    voor de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd als de
                                    commissie daarover unaniem beslist;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. In het advies worden de standpunten van alle
                                    fracties opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25a</nr><titel>Vragenhalfuur en duur commissievergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het begin van elke commissievergadering is er een
                                    vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn
                                    ingediend. Dit vragenhalfuur duurt tot maximaal 20.00 uur. In
                                    dit vragenhalfuur kunnen vragen worden gesteld aan het college.
                                    Mocht het vragenhalfuur om 20.00 uur niet zijn afgelopen dan kan
                                    de commissie besluiten om de ingediende vragen af te
                                    handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de commissie dat tijdens het vragenhalfuur vragen
                                    wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp
                                    uiterlijk tot 17.00 uur voorafgaand aan de dag van de
                                    commissievergadering bij de voorzitter (via de griffier). De
                                    voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur
                                    aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende
                                    nauwkeurig acht aangegeven of als het onderwerp in de commissie
                                    van diezelfde dag aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin de aangemelde
                                    onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meer vragen aan het college te stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                    vragensteller desgewenst het woord om één aanvullende vraag te
                                    stellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur worden geen interrupties
                                    toegelaten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een commissievergadering eindigt uiterlijk om 23.00 uur. Mocht
                                    de agenda van de commissievergadering niet om 23.00 uur zijn
                                    afgelopen, dan kan de commissie besluiten om de agenda af te
                                    handelen. Mocht de commissie besluiten om de agenda niet af te
                                    handelen wordt er een nieuwe datum voor de behandeling van de
                                    onderwerpen gezocht.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter
                                en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 22
                            van deze verordening is van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet het voornemen heeft de geheimhouding op te heffen wordt
                            daarover, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd. De notulen van deze procedurele vergadering kunnen in een
                            openbare vergadering worden vastgesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, evenals het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van publicatie.</al><al>Op dat tijdstip vervalt de ”Verordening op de raadscommissies 2002 van
                            de raad van de gemeente Nuenen” vastgesteld bij raadsbesluit van 23
                            april 2002.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de
                            raadscommissies Nuenen 2010”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 20 mei 2010</al><al/><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. H.A.J.P. Duijmelinck.</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. W.R. Ligtvoet.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting</titel></kop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester.</al><al/><al>Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college
                    of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke
                    denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc
                    commissies en wijkraden.</al><al/><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. Op grond van artikel
                    82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk
                    acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                    raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben
                    in stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht
                    overigens niet tot het instellen van raadscommissies. De instelling van
                    raadscommissies geschiedt veelal bij verordening, waarin de taken bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies worden vastgelegd. Deze
                    verordening voorziet hierin.</al><al/><al>De voorliggende verordening is - evenals het geldende Reglement van orde voor de
                    vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen - een
                    afgeleide van het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het
                    model van de VNG is het uitgangspunt geweest voor deze verordening. Niet alles
                    is uit het model overgenomen. Afwijkende elementen uit de oude verordening zijn
                    behouden gebleven, voor zover zij de afgelopen jaren als waardevol zijn
                    bestempeld en nadrukkelijk aansluiten bij de (specifieke) Nuenense
                    bestuurspraktijk</al><al>De verordening zal in ieder geval aan het voorschrift moeten voldoen dat
                    collegeleden geen lid mogen zijn van raadscommissies. Bovendien moet de
                    voorzitter van een raadscommissie een raadslid zijn en zal er sprake moeten zijn
                    van een evenwichtige vertegenwoordiging van de fracties in de
                    raadscommissies.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 1. Begripsbepalingen</onderstreept></al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de
                        verordening moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen
                        eenmalig gedefinieerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 2. Instelling raadscommissies</onderstreept></al><al>In deze verordening is gekozen voor een stelsel van meerdere
                        raadscommissies.</al><al/><al>Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp
                        meerdere commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke
                        raadscommissie(s) het onderwerp besproken zal worden. In geval van een
                        gezamenlijke vergadering vervult de voorzitter van de commissie die het
                        onderwerp het meest aangaat, de rol van voorzitter. Het spreekt voor zich
                        dat dan ook de commissiegriffier van die commissie de functie van
                        commissiegriffier vervult. Onderwerpen die volgens deze verordening niet
                        zijn ingedeeld bij een commissie worden besproken in de commissie Algemeen
                        bestuurlijke zaken en Financiën. Dit is aangeduid met: “overige zaken”.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3. Taken</onderstreept></al><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid,
                        van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de
                        raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft
                        de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen
                        te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht
                        op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat
                        plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een
                        raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad.</al><al/><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot
                        uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp.
                        De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad
                        uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de
                        raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van
                        de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend
                        orgaan.</al><al/><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent
                        dat niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of
                        een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad
                        wordt besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het
                        presidium (bestaande uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de
                        raad).</al><al/><al><onderstreept>Artikel 4. Samenstelling</onderstreept></al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft
                        artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor
                        een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde
                        politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van
                        artikel vier voor dat een raadscommissie bestaat uit tenminste een en
                        maximaal drie leden per fractie naar evenredigheid van het aantal zetels in
                        de raad. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens
                        jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.
                        Om tot een evenwichtige verdeling te komen is gekozen voor een minimum en
                        een maximum aantal leden.</al><al/><al>De leden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit
                        houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen welke leden de
                        betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is
                        mogelijk dat de raad (moet) besluiten een voorgedragen lid niet te benoemen
                        tot lid van een commissie. Dit kan het geval zijn wanneer een
                        “burgercommissielid” niet voldoet aan de vereisten van de Gemeentewet.
                        Andere redenen om een dergelijke benoeming achterwege te laten zijn niet aan
                        de orde.</al><al/><al>Zoals uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                        raadslid te zijn. Wel is er in deze bepaling vanuit gegaan dat de politieke
                        groeperingen (fracties) de in het eerste lid bedoelde leden voordragen.
                        Daarnaast heeft het de voorkeur dat de in het eerste lid bedoelde leden op
                        de kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben gestaan. Dit in verband
                        met de ‘kenbaarheid’ (kiezerslegitimiteit) van de kandidaten bij de burgers.
                        Deze laatste eis hoeft niet te worden gesteld, de beslissing hierover is aan
                        de raad.</al><al/><al>Op grond van het vierde lid moeten leden voldoen aan hetgeen is bepaald in
                        de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder
                        andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel
                        moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als
                        bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met
                        artikel 15. Om te beoordelen of (niet) raadsleden voldoen aan de eisen van
                        de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een
                        geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten
                        voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van
                        artikel V4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De
                        vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek
                        (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de
                        leden benoemd worden.</al><al/><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties
                        in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie
                        bepaalt het vijfde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan
                        voordragen. Voor de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor
                        het lid van een raadscommissie. De vervangingsregeling geldt uitsluitend
                        voor de op basis van het eerste lid benoemde leden.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 4a Zwangerschapsverlof</onderstreept></al><al>Dit artikel is opgenomen om vervanging te kunnen regelen voor
                        raadscommissieleden die zwanger zijn. De bepalingen uit in artikel 4 gelden
                        ook hier.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5. Voorzitter</onderstreept></al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter
                        van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5,
                        eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun eventuele plaatsvervangers
                        "uit zijn midden" benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de
                        voorzitters van de raadscommissies door de raad te laten benoemen.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend
                        voorzitter op grond van artikel 1 van de verordening) geen lid van de
                        raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter
                        zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en
                        energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij
                        hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de
                        raadscommissie. Een andere keuze is echter ook denkbaar, de Gemeentewet
                        verzet zich er niet tegen dat de (plaatsvervangend) voorzitter tevens lid
                        van een raadscommissie is.</al><al/><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de
                        leden, van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                        samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de
                        voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad
                        eindigt (artikel 6, eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk
                        zal zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor
                        gekozen om geen termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde
                        geldt overigens voor artikel 4, tweede lid.</al><al/><al>Indien de afvaardiging van een fractie in een raadscommissie uit meerdere
                        personen bestaat kan de fractie overwegen om geen plaatsvervangers voor te
                        dragen. Gesteld zou kunnen worden dat in de “plaatsvervanging” dan in
                        principe voorzien is.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6. Onverenigbare betrekkingen
                            niet-raadsleden</onderstreept></al><al>Het is onwenselijk dat een niet-raadslid tegelijkertijd als ambtenaar
                        ondergeschikt is aan het gemeentebestuur. Zo staat de gezagsverhouding
                        ambtenaar - college eraan in de weg dat deze persoon onbelemmerd zijn taken
                        als raadscommissielid kan vervullen. In het tweede lid van dit artikel is
                        een aantal uitzonderingen gemaakt vanwege het feit dat de afstand tot het
                        bevoegd gezag van dien aard is, dat de betreffende ambtenaar daarvan in de
                        praktijk geen nadeel of hinder zal ondervinden.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 7. Zittingsduur en vacatures</onderstreept></al><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is
                        even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier
                        jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet
                        te ontslaan.</al><al/><al>Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een raadscommissie
                        eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel
                        4, derde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van
                        een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van
                        de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).</al><al/><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die
                        het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in
                        geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft
                        dan overigens op grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid.
                        Desgewenst kan de raad er voor kiezen om hiervoor een vergelijkbare
                        ontslagregeling als voor de voorzitter op te nemen door aanvulling van het
                        vierde lid. De raad kan ook zonder voorstel van een fractie de
                        (plaatsvervangend) voorzitter van een raadscommissie ontslaan, bijvoorbeeld
                        indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet meer het vertrouwen van de
                        meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de
                        situatie van een tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door
                        overlijden.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 8. Griffier en commissiegriffier</onderstreept></al><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier.
                        Aangezien in Nuenen de commissiegriffier een ambtenaar uit de reguliere
                        ambtelijke organisatie is, is het college de werkgever en zal het presidium
                        in overleg met het college moeten beslissen welke ambtenaar deze functie
                        vervult en wie hem bij zijn afwezigheid of verhindering vervangt.</al><al/><al>Uit het tweede lid volgt dat de commissiegriffier altijd bij de
                        vergaderingen van de raadscommissie aanwezig is. In principe neemt een
                        commissiegriffier geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                        raadscommissie op grond van artikel 24 van deze verordening altijd de
                        mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten
                        nemen.</al><al/><al>Het bepaalde in het vierde spreekt voor zich en behoeft geen
                        toelichting.</al><al>Adviezen van de commissie worden door de voorzitter en de commissiegriffier
                        of griffier ondertekend. Omdat deze bepaling enkel de griffier en de
                        commissiegriffier betreft wordt er gesproken van medeondertekening (zie
                        vijfde lid).</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 9. Aanwezigheid college, burgemeester, secretaris en
                            deskundigen</onderstreept></al><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college, de burgemeester of
                        secretaris deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. De commissie
                        kan per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en
                        of de genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde
                        lid, dat artikel 24, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard,
                        is hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet
                        besloten vergaderingen. In openbare vergaderingen kunnen collegeleden en de
                        burgemeester uiteraard altijd aanwezig zijn.</al><al>Afhankelijk van het te behandelen onderwerp of voorstel kan het wenselijk
                        worden geacht dat een deskundige de commissievergadering bijwoont. Dit kan
                        een ambtenaar zijn, maar het kan ook een deskundige derde.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><al><vet><cursief>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</cursief></vet></al><al><onderstreept>Artikel 10. Vergaderfrequentie</onderstreept></al><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een
                        vaste dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een
                        raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of
                        indien ten minste twee fracties hierom vragen. In plaats van twee fracties
                        kan gekozen worden voor een bepaald deel van de raadscommissie. Het
                        presidium kan hierin een rol vervullen. Indien een raadscommissie een
                        hoorzitting wil houden, kan de voorzitter gebruik maken van het vierde lid
                        en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de
                        voorzitter hierover overleg voert met de griffier. Indien de
                        commissiegriffier echter meer inhoudelijke taken vervult, is het ook
                        denkbaar dat hierover overleg wordt gevoerd met de commissiegriffier.</al><al/><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen
                        bepaling, aangezien artikel 82, vijfde lid van de Gemeentewet, hierin
                        voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van de gemeentewet van
                        toepassing verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen
                        van de raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek
                        van een vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de voorzitter
                        kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen. Van
                        een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet
                        openbaar is tenzij de raadscommissie anders beslist.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 11. Oproep</onderstreept></al><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda
                        voor een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering.
                        Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld
                        bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten
                        aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                        kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 13, vierde lid).</al><al/><al><onderstreept>Artikel 12. De agenda</onderstreept></al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                        Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende
                        rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en
                        vierde lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat
                        een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of
                        advies aan het college wordt gezonden. Een raadscommissie, niet het college,
                        bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                        geagendeerd wordt. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden
                        met het college of de secretaris.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken</onderstreept></al><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken
                        die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op
                        een vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Dit is in de leeskamer
                        van het gemeentehuis. Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente
                        blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd
                        kunnen leden van raadscommissies bij de griffier inzien.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 14. Openbare kennisgeving</onderstreept></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter
                        van een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag,
                        het tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                        voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met
                        de schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven
                        plaats ter inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de
                        herziening van deze verordening en van het reglement van orde voor de raad
                        is tevens de verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op internet te
                        plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de
                        hand liggende regeling die, doordat alle gemeenten beschikking hebben over
                        een website, ook praktisch uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op
                        grond van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 2. Orde der vergadering</cursief></vet></al><al><onderstreept>Artikel 15. Presentielijst</onderstreept></al><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de
                        commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het
                        vergaderquorum aanwezig is. Indien de griffier tevens de functie van
                        commissiegriffier op zich neemt, ondertekent hij de presentielijst.
                        Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen voor de leden
                        van een raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 16. Opening der vergadering en quorum</onderstreept></al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                        raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel
                        16 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                        leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden
                        vergaderd.</al><al/><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien
                        het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                        raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard
                        staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip,
                        nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er
                        enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden
                        gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te
                        versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de
                        raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 17. Meespreekrecht burgers</onderstreept></al><al>Uit de evaluatie van het vergaderstelsel is naar voren gekomen dat er meer
                        ruimte moet worden geboden aan het inspreekrecht van burgers. In Nuenen
                        wordt voorgesteld om de burgers de mogelijkheid te bieden om over
                        onderwerpen mee te praten. Burgers hebben geen adviesrecht.</al><al/><al>In het eerste lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                        voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor
                        bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift
                        indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn
                        formele procedures die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder
                        zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen
                        uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de
                        benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de
                        belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of
                        functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. </al><al/><al>Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij
                        op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen
                        indienen. Deze procedure gaat vóór het spreekrecht van burgers.</al><al>Het is mogelijk om het meespreekrecht te beperken tot die onderwerpen die op
                        de agenda van de raadscommissie staan. In het geval de burgers de
                        mogelijkheid hebben om een burgerinitiatief in te dienen ligt het wellicht
                        meer voor de hand om alleen meespreekrecht toe te staan over geagendeerde
                        onderwerpen. Burgers hebben immers het instrument van een initiatief om
                        onderwerpen op de agenda te plaatsen. Indien er geen mogelijkheid is tot
                        burgerinitiatief kan het spreekrecht het instrument van de burger zijn om
                        aandacht te vragen voor een onderwerp. In dit geval ligt het voor de hand om
                        dit instrument niet teveel in te perken.</al><al/><al>De burgers die wensen mee te praten melden dit melden bij de griffier. De
                        raadscommissievoorzitter zal aan het begin van een vergadering aan de
                        aanwezigen vragen of zij willen deelnemen aan de beraadslagingen. Hierdoor
                        kan er flexibel worden omgegaan met dit punt en kan de servicegerichtheid
                        naar de burger worden vergroot.</al><al/><al>Het verslag van de commissievergadering wordt toegezonden aan de burgers die
                        hebben ingesproken.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 18. Verslag</onderstreept></al><al>De voorzitter, de leden, de collegeleden hebben ingevolge het derde lid het
                        recht een voorstel tot wijziging van het verslag te doen. Een voorstel tot
                        wijziging wordt voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de
                        commissiegriffier ingediend. Het is aan de raadscommissie om te beslissen of
                        een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                        raadscommissie het verslag vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk
                        voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de
                        Raad van State). De commissiegriffier stelt het verslag op, maar de
                        uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij de griffier op grond
                        van het achtste lid. Na vaststelling van het verslag ondertekenen de
                        voorzitter en de commissiegriffier deze.</al><al/><al>De overige leden spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 19. Aantal spreektermijnen en
                            spreekregels</onderstreept></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden.
                        Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens
                        niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na
                        de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van
                        een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te
                        geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadcommissie van
                        mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij
                        daartoe uitdrukkelijk besluiten.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 20. Spreektijd</onderstreept></al><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                        initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde
                        geldt voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet
                        voor te stellen. De voorzitter kan dit wel doen om de orde tijdens de
                        vergadering te handhaven.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 21. Voorstellen van orde</onderstreept></al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                        beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                        betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                        beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen
                        is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is
                        hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het
                        schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing</onderstreept></al><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                        spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter
                        bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                        beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                        interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich
                        niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid,
                        van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing
                        is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies
                        niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te
                        leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen.
                        Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.</al><al/><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door
                        de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het
                        aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de
                        vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de
                        vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere
                        verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een
                        lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering
                        voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij
                        artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft
                        ten aanzien van raadsleden.</al><al/><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van
                        goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de
                        orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune
                        wordt verwezen naar artikel 30 van deze verordening.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 23. Beraadslaging</onderstreept></al><al>Om de duur van vergaderingen niet onnodig te verlengen wordt over een
                        voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn
                        geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid
                        opgenomen. Zowel de voorzitter als de leden hebben het recht om voor te
                        stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Het eerste lid brengt daarmee
                        tot uitdrukking dat een raadscommissie zijn eigen werkwijze bepaalt. Het
                        recht wordt aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past in het
                        streven naar dualisering, aangezien dualisering versterking van de
                        vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een raadscommissie
                        veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties
                        over adequate instrumenten te beschikken.</al><al/><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de
                        tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt
                        direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde
                        termijn toegevoegd (zie artikel 19).</al><al/><al><onderstreept>Artikel 24. Deelname aan beraadslaging door
                            anderen</onderstreept></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                        geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de
                        Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van
                        raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het
                        is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde
                        functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen.
                        Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de
                        burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze hebben op grond van
                        artikel 8 van deze verordening al het recht om aan de beraadslagingen deel
                        te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de
                        leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te
                        doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over de spreektijd of over
                        de orde van de vergadering of het geven van een advies aan de raad.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 25. Advies</onderstreept></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een
                        onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist.
                        Een raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming
                        in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                        raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De
                        leden beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om
                        recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief
                        minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties opgenomen.
                        Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het
                        fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies
                        aan de raad.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 25 a Vragenhalfuur en duur van
                            commissievergadering.</onderstreept></al><al>Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde artikel 155, eerste
                        lid, van de nieuwe Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is
                        dan ook een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de
                        instelling van een vragenhalfuur voorafgaand aan iedere vergadering en
                        daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde
                        wenselijk is.Wel is bewust gekozen voor een algemene regeling van het
                        vragenhalfuur. Veelal fungeert de rondvraag in de raadsvergadering als een
                        mogelijkheid tot het stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is het
                        echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig
                        is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak
                        van de raad ten goede komt kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd
                        worden. De bepaling van de tijdsduur van de commissievergaderingen is
                        opgenomen om een eindrichttijd aan te geven en geen nachtwerk te maken van
                        de vergaderingen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>5.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 26. Algemeen</onderstreept></al><al>De kernbepaling om een besloten vergadering te houden is artikel 86 van de
                        Gemeentewet. Van de artikelen 26, 27, 28 en 29 van deze verordening gaat een
                        aanvullende werking uit. Artikel 26 bepaalt dat op een besloten vergadering
                        de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn voor
                        zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de
                        vergadering. Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan
                        onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                        stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze
                        verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van
                        die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo
                        zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar
                        gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking
                        hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie
                        moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de
                        Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 27. Verslag</onderstreept></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                        overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                        schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag
                        wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu
                        dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het
                        eerste lid van artikel 25 dat het verslag van een besloten vergadering ter
                        inzage ligt bij de griffier. De raadscommissie beslist ingevolge het tweede
                        lid over het openbaar maken van dit verslag.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 28. Geheimhouding</onderstreept></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                        rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                        procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een
                        raadscommissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een
                        raadscommissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een
                        raadscommissie opleggen. Overigens kan een raadscommissie ook geheimhouding
                        opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de
                        raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede
                        lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder
                        die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van
                        stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt
                        totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar
                        opheft.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 29. Opheffing geheimhouding</onderstreept></al><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding
                        die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                        overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe
                        van hoor en wederhoor.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>6.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 30. Toehoorders en pers</onderstreept></al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de
                        voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen
                        vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor
                        raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het
                        derde lid voorziet hierin.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties</onderstreept></al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                        kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                        uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 32. Verbod gebruik mobiele telefoons</onderstreept></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                        mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                        onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de
                        voorzitter aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel
                        stand-by te laten staan.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 33: Uitleg verordening, artikel 34: Inwerkingtreding
                            en artikel 35: Citeertitel.</onderstreept></al><al>Deze artikelen hoeven geen toelichting.</al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>