<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29835_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde Algemeen Bestuur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Wetterskip Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Wetterskip Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde Algemeen Bestuur</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>uitbreiding</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>orde van de vergaderring algemeen bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Reglement van orde Algemeen Bestuur
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
            <al>a. voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur of diens
                            plaatsvervanger;</al>
            <al>b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of
                            ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                            opgenomen;</al>
            <al>c.subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                            naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                            waarop het betrekking heeft;</al>
            <al>d.motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                            een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al>
            <al>e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                            vergadering;</al>
            <al>f. initiatiefvoorstel: een voorstel tot het nemen van een beslissing
                            zonder dat daaraan een ontwerpbesluit van het dagelijks bestuur ten
                            grondslag ligt;</al>
            <al>g.interpellatie: vraag om inlichtingen in een vergadering van het
                            algemeen bestuur over enig punt van algemeen waterschapsbelang;</al>
            <al>h.secretaris: de secretaris-directeur of de door het dagelijks bestuur
                            daartoe aangewezen plaatsvervangend secretaris.</al>
            <al>i.Interruptie: korte directe onderbreking van een spreker voor het
                            plaatsen van een opmerking of een vraag.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>De voorzitter</titel>
            </kop>
            <al>De voorzitter is belast met:</al>
            <al>1.het leiden van de vergadering;</al>
            <al>2.het handhaven van de orde;</al>
            <al>3.het doen naleven van het reglement van orde;</al>
            <al>4.hetgeen de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit of dit reglement hem
                            verder opdraagt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>De secretaris</titel>
            </kop>
            <al>1. De secretaris is in elke vergadering van het algemeen bestuur
                            aanwezig.</al>
            <al>2. De secretaris kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                            de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Het voorzittersoverleg</titel>
            </kop>
            <al>1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot een voorzittersoverleg.</al>
            <al>2. Het voorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter en de voorzitters
                            van de fracties en, indien de geborgde zetels aparte fracties vormen, de
                            voor die geborgde fracties aangewezen vertegenwoordigers.De leden van
                            het voorzittersoverleg hebben elk één stem. Het dagelijks bestuur wijst
                            een ambtenaar aan als secretaris van het voorzittersoverleg.</al>
            <al>3.Het voorzittersoverleg heeft tot taak aanbevelingen te doen inzake de
                            organisatie en werkwijze van het algemeen bestuur en zijn
                            commissies.</al>
            <al>4.Een lid van het voorzittersoverleg wijst een lid van het algemeen
                            bestuur aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het voorzittersoverleg
                            vervangt.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Commissies</titel>
            </kop>
            <al>1.Het algemeen bestuur besluit tot de instelling van een of meer vaste
                            commissies voor advies.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur kan bijzondere of tijdelijke commissies
                            instellen.</al>
            <al>3. Bij het besluit tot instelling van een commissie worden
                            samenstelling, taak en werkwijze geregeld.</al>
            <al>4. Het algemeen bestuur stelt voor de vergaderingen van de commissies
                            een reglement van orde vast.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming leden dagelijks bestuur; fracties</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel>
            </kop>
            <al> 1.Bij elke benoeming van nieuwe leden van het algemeen bestuur stelt
                            het algemeen bestuur op voordracht van de voorzitter een commissie in
                            bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur.</al>
            <al>De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende
                            stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het
                            stembureau.</al>
            <al>2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                            uit aan het algemeen bestuur en doet daarbij een voorstel voor een
                            besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                            minderheidsstandpunt</al>
            <al>3.Het algemeen bestuur beslist terstond over de toelating, tenzij wegens
                            onvolledigheid of onduidelijkheid van de stukken tot verdaging wordt
                            besloten.</al>
            <al>4.Na een verkiezing als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 4 van de
                            Waterschapswet roept de voorzitter de toegelaten leden van het algemeen
                            bestuur op om in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in
                            nieuwe samenstelling, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af
                            te leggen.</al>
            <al>5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                            een nieuw benoemd lid van het algemeen bestuur op voor de vergadering
                            van het algemeen bestuur waarin over diens toelating wordt beslist om de
                            voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Benoeming leden dagelijks bestuur</titel>
            </kop>
            <al>1.De verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vindt direct
                            plaats na het afleggen van de eed of verklaring en belofte bedoeld in
                            artikel 6, vierde lid.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur stelt met in achtneming van het bepaalde in de
                            Waterschapswet en het Reglement vast uit hoeveel leden het dagelijks
                            bestuur bestaat.</al>
            <al>3.De fractievoorzitter meldt de naam van zijn kandidaat of de namen van
                            zijn kandidaten aan de voorzitter, die daarvan mededeling doet aan het
                            algemeen bestuur.</al>
            <al>4.Bij de verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vinden eerst
                            de stemmingen plaats voor het aantal zetels voor de categorie
                            ingezetenen en vervolgens voor de zetel of zetels voor de
                            vertegenwoordiger(s) van de geborgde zetels. De stemmingen vinden
                            schriftelijk plaats.</al>
            <al>5.Bij de benoeming van een lid van het dagelijks bestuur van buiten de
                            kring van het algemeen bestuur wordt overeenkomstig artikel 6, eerste
                            lid, een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                            aan de eisen van de Waterschapswet. De werkwijze van deze commissie is
                            overeenkomstig artikel 6, tweede lid.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Fracties</titel>
            </kop>
            <al>1.De leden van het algemeen bestuur, die door het stembureau op dezelfde
                            kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, alsmede de leden van het
                            algemeen bestuur, die zijn benoemd overeenkomstig artikel 14, eerste,
                            tweede en derde lid, van de Waterschapswet, worden bij de aanvang van de
                            zitting als</al>
            <al>één fractie beschouwd. Is onder een lijst slechts één lid verkozen,
                            respectievelijk voor een categorie</al>
            <al>van belanghebbenden slechts één lid benoemd, dan wordt dit lid als een
                            afzonderlijke fractie eschouwd.</al>
            <al>2.De fractie voert in het algemeen bestuur als naam de aanduiding die
                            boven de kandidatenlijst was geplaatst, respectievelijk de naam
                            “Ongebouwd”, ”Natuurterreinen” of “Bedrijven”.</al>
            <al>3.De namen van degenen, die als voorzitter van de fractie en als diens
                            plaatsvervanger optreden,</al>
            <al>worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Zolang deze
                            namen nog niet zijn</al>
            <al>doorgegeven worden voor de categorie Ingezetenen de lijsttrekkers geacht
                            voorzitter te zijn en voor</al>
            <al>respectievelijk de categorieën “Ongebouwd”, “Natuurterreinen” en
                            “Bedrijven” de oudste in leeftijd.</al>
            <al>4. a. Indien:</al>
            <al>– één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                            optreden;</al>
            <al>– twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al>
            <al>– één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                            fractie,wordt hiervan zo</al>
            <al>spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.</al>
            <al>b.Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden
                            met ingang van de</al>
            <al>eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na de mededeling
                            daarvan.</al>
            <al>5.Het algemeen bestuur beslist of en zo ja op welke wijze de fracties
                            door het waterschap worden</al>
            <al>ondersteund.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Vergaderingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Vergaderfrequentie</titel>
              </kop>
              <al>1.Het algemeen bestuur vergadert ten minste één keer per twee
                                maanden. Het algemeen bestuur stelt</al>
              <al>daartoe een vergaderschema vast. De vergaderingen zijn openbaar en
                                worden gehouden in het</al>
              <al>kantoor van het waterschap.</al>
              <al>2.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                aanvangsuur bepalen of een andere</al>
              <al>vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is
                                van een spoedeisende situatie,</al>
              <al>overleg in het voorzittersoverleg.</al>
              <al>3.Ingeval de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordelen
                                of één vijfde van het aantal zitting</al>
              <al>hebbende leden schriftelijk, met opgave van redenen, om een
                                vergadering verzoekt, wordt deze vergadering binnen 14 dagen
                                belegd.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Oproep</titel>
              </kop>
              <al>1.De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de
                                leden van het algemeen bestuur</al>
              <al>een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en
                                plaats van de vergadering.</al>
              <al>2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 37, eerste</al>
              <al>en tweede lid, van de Waterschapswet bedoelde stukken, worden
                                tegelijkertijd met de schriftelijke</al>
              <al>oproep aan de leden van het algemeen bestuur verzonden.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Agenda</titel>
              </kop>
              <al>1.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk</al>
              <al>48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                                opstellen. Deze wordt met de</al>
              <al>daarbij behorende stukken aan de leden van het algemeen bestuur
                                verzonden en openbaar gemaakt.</al>
              <al>2.Bij aanvang van de vergadering stelt het algemeen bestuur de
                                agenda vast. Op voorstel van een lid</al>
              <al>van het algemeen bestuur of de voorzitter kan het algemeen bestuur
                                bij de vaststelling van de agenda</al>
              <al>onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al>
              <al>3.Wanneer het algemeen bestuur een onderwerp onvoldoende voor de
                                openbare beraadslaging</al>
              <al>voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie
                                of aan het dagelijks bestuur</al>
              <al>nadere inlichtingen of advies vragen.</al>
              <al>4.Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur of van de
                                voorzitter kan het algemeen bestuur de</al>
              <al>volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Ter inzage leggen van stukken</titel>
              </kop>
              <al>1.Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                de agenda dienen, worden</al>
              <al>gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een
                                ieder op het kantoor van het</al>
              <al>waterschap ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep stukken ter inzage</al>
              <al>worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van het
                                algemeen bestuur en zo</al>
              <al>mogelijk in een openbare kennisgeving.</al>
              <al>2.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                kantoor van het waterschap</al>
              <al>gebracht.</al>
              <al>3.Indien omtrent stukken op grond van artikel 37, eerste of tweede
                                lid, van de Waterschapswet</al>
              <al>geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het
                                eerste lid, onder berusting</al>
              <al>van de secretaris en verleent deze de leden van het algemeen bestuur
                                inzage.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Openbare kennisgeving</titel>
              </kop>
              <al/>
              <al>1.De vergadering wordt door aankondiging in de regionale dagbladen,
                                op de voor afkondigingen in</al>
              <al>het waterschap gebruikelijke wijze en door plaatsing op de website
                                van het waterschap openbaar</al>
              <al>gemaakt.</al>
              <al>2. De openbare kennisgeving vermeldt:</al>
              <al>a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda
                                van de vergadering;</al>
              <al>b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering
                                behorende stukken kan inzien;</al>
              <al>c. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                indien digitaal beschikbaar, op de website van het waterschap
                                geplaatst.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Orde der vergadering</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Presentielijst</titel>
              </kop>
              <al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van het algemeen
                                bestuur de presentielijst. De</al>
              <al>secretaris draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst. Aan
                                het einde van elke vergadering</al>
              <al>wordt die lijst door de voorzitter en de secretaris door
                                ondertekening vastgesteld.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Zitplaatsen</titel>
              </kop>
              <al>1.De voorzitter, de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en
                                de secretaris hebben een vaste</al>
              <al>zitplaats, door de voorzitter bij aanvang van iedere nieuwe
                                zittingsperiode van het algemeen bestuur</al>
              <al>aangewezen.</al>
              <al>2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg in het voorzittersoverleg.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel>Opening vergadering; quorum</titel>
              </kop>
              <al>1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                meer dan de helft van het aantal</al>
              <al>leden van het algemeen bestuur blijkens de presentielijst aanwezig
                                is.</al>
              <al>2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                vereiste aantal leden aanwezig is,</al>
              <al>bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige
                                leden, de dag en het uur van de</al>
              <al>volgende vergadering.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel>Inspreekrecht burgers/ingezetenen</titel>
              </kop>
              <al>1.Na de opening van de vergadering stelt de voorzitter aanwezige
                                burgers gedurende maximaal dertig</al>
              <al>minuten op hun verzoek in de gelegenheid in de vergadering het woord
                                voeren, zulks met</al>
              <al>inachtneming van de volgende bepalingen.</al>
              <al>2 Het woord kan niet gevoerd worden:</al>
              <al>a. over onderwerpen die niet op de agenda staan;</al>
              <al>b. over onderwerpen waarover al in een commissievergadering het
                                woord gevoerd kon worden.</al>
              <al>3.Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor
                                de aanvang van de vergadering</al>
              <al>aan de voorzitter of de secretaris, onder vermelding van het
                                onderwerp of agendapunt.</al>
              <al>4.De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde</al>
              <al>afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de
                                vergadering. De voorzitter kan de</al>
              <al>vergadering voorstellen de inspreker het woord te geven direct
                                voorafgaande aan de behandeling van</al>
              <al>het agendapunt waarover de inspreker het woord wil voeren.</al>
              <al>4.Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                voorzitter verdeelt de spreektijd</al>
              <al>evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De
                                voorzitter kan tevens in bijzondere</al>
              <al>gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De
                                inspreker voert het woord nadat de</al>
              <al>voorzitter hem dit heeft verleend.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel>Begin bij hoofdelijke stemming</titel>
              </kop>
              <al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt
                                de voorzitter mede bij welk lid</al>
              <al>van het algemeen bestuur, de hoofdelijke stemming zal beginnen.
                                Daartoe wordt bij loting een</al>
              <al>volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde
                                lid begint de hoofdelijke stemming.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel>Verslag</titel>
              </kop>
              <al>1. De secretaris draagt zorg voor een kort verslag van de
                                vergadering.</al>
              <al>2. Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                mogelijk, aan de leden van het</al>
              <al>algemeen bestuur toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke
                                oproep. Het conceptverslag wordt</al>
              <al>gelijktijdig aan de overige personen, die het woord gevoerd hebben,
                                toegezonden.</al>
              <al>3.De leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de secretaris
                                hebben het recht een voorstel tot</al>
              <al>verandering aan het algemeen bestuur te doen, indien het
                                conceptverslag onjuistheden bevat of niet</al>
              <al>duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot
                                verandering dient voor de</al>
              <al>aanvang van de vergadering bij de secretaris te worden
                                ingediend.</al>
              <al>Het verslag bevat ten minste:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de secretaris, de leden van het
                                        algemeen en dagelijks bestuur,</al></li>
              </lijst>
              <al>alsmede van de leden die afwezig waren en van overige personen die
                                het woord gevoerd hebben;</al>
              <lijst>
                <li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al></li>
                <li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding
                                        van de namen van de aanwezigen</al></li>
              </lijst>
              <al>die het woord voerden;</al>
              <al>d.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding
                                bij hoofdelijke stemming van</al>
              <al>de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening
                                van de namen van de leden</al>
              <al>die zich overeenkomstig de Waterschapswet van stemming hebben
                                onthouden of zich bij het</al>
              <al>uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al>
              <al>e.de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen,
                                voorstellen van orde, moties,</al>
              <al>amendementen en subamendementen;</al>
              <al>f.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                die personen aan wie het op</al>
              <al>grond van het bepaalde in artikel 25 door het algemeen bestuur is
                                toegestaan deel te nemen aan</al>
              <al>de beraadslagingen.</al>
              <al>5.Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,
                                waarna dit door de voorzitter en de</al>
              <al>secretaris wordt ondertekend.</al>
              <al>6.Het verslag wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering opgesteld.
                                Voor zover de aard en de</al>
              <al>inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt het
                                verslag openbaar gemaakt door</al>
              <al>plaatsing in de regionale dagbladen, of op de voor afkondigingen in
                                het waterschap gebruikelijke</al>
              <al>wijze en door plaatsing op de website van het waterschap.</al>
              <al>7.Al hetgeen ter vergadering besproken is, kan worden vastgelegd met
                                behulp van geluidsdragers</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel>Ingekomen stukken</titel>
              </kop>
              <al>1.Bij het algemeen bestuur ingekomen stukken, waaronder
                                schriftelijke mededelingen van het</al>
              <al>dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur, worden op een lijst
                                geplaatst. Deze lijst wordt aan de</al>
              <al>leden van het algemeen bestuur toegezonden en ter inzage
                                gelegd.</al>
              <al>2.Na de vaststelling van het verslag stelt het algemeen bestuur, op
                                voorstel van het dagelijks bestuur,</al>
              <al>de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel>Aantal spreektermijnen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij het algemeen bestuur
                                        anders beslist.</al></li>
                <li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li>
                <li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                                initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, 
                                                die motie of dat voorstel.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend 
                                het spreken over een voorstel van
                                orde.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel>Spreektijd</titel>
              </kop>
              <al>Op voorstel van de voorzitter of een lid van het algemeen bestuur
                                kan het algemeen bestuur voor daarbij te bepalen onderwerpen de spreektijd per fractie
                                vaststellen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>23</nr>
                <titel>Handhaving orde; schorsing</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van dit reglement te herinneren;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
                                                dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>2.Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
                                interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde
                                geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het 
                                woord ontzeggen.</al></li>
                <li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt
                                verstoord - de vergadering sluiten.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>24</nr>
                <titel>Beraadslaging</titel>
              </kop>
              <al>1.Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                van het algemeen bestuur</al>
              <al>beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al>
              <al>2.Op verzoek van een lid van het algemeen bestuur of op voorstel van
                                de voorzitter kan het algemeen</al>
              <al>bestuur besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd
                                te schorsen ten einde het</al>
              <al>dagelijks bestuur of de leden de gelegenheid te geven tot onderling
                                nader beraad. De</al>
              <al>beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken
                                is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>25</nr>
                <titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel>
              </kop>
              <al>1.Het algemeen bestuur kan bepalen dat anderen dan de in de
                                vergadering aanwezige leden van het algemeen en dagelijks bestuur deelnemen aan de beraadslaging.</al>
              <al>2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één
                                der leden van het algemeen bestuur genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het
                                aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>26</nr>
                <titel>Stemverklaring</titel>
              </kop>
              <al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het algemeen bestuur
                                tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                motiveren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>27</nr>
                <titel>Beslissing</titel>
              </kop>
              <al>1.Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.</al>
              <al>2.Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn
                                geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al>
              <al>3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Procedures bij stemmingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>28</nr>
                <titel>Algemene bepalingen over stemming</titel>
              </kop>
              <al>1.De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het
                                voorstel zonder stemming is aangenomen.</al>
              <al>2.In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
                                verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 38a
                                Waterschapswet van stemming te hebben onthouden.</al>
              <al>3.Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling.</al>
              <al>4.Stemming vindt plaats bij handopsteking, tenzij de voorzitter of
                                één der leden hoofdelijke stemming verlangt.</al>
              <al>5.De voorzitter verzoekt eerst de leden die voor zijn een hand op te
                                steken; daarna verzoekt hij de leden die tegen zijn een hand op te steken. Wanneer de uitslag naar
                                het oordeel van de voorzitter of slechts één lid niet duidelijk is, geschiedt alsnog stemming bij
                                hoofdelijke oproeping.</al>
              <al>6.Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de secretaris) de
                                leden van het algemeen bestuur bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
                                daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
                                volgorde van de presentielijst.</al>
              <al>7.Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid,
                                dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 38a Waterschapswet moet onthouden,
                                verplicht zijn stem uit te brengen.</al>
              <al>8.De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit
                                te spreken, zonder enige toevoeging.</al>
              <al>9.Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn
                                vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                verandering.</al>
              <al>10.Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen
                                het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen
                                kunnen worden heropend.</al>
              <al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een
                                volgende vergadering bedoeld in de vorige volzin, is het voorstel niet aangenomen.</al>
              <al>11.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling
                                van het genomen besluit.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29</nr>
                <titel>Stemming over amendementen en moties</titel>
              </kop>
              <al>1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                wordt eerst over dat amendement gestemd.</al>
              <al>2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.</al>
              <al>3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden
                                gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                stemming wordt gebracht.</al>
              <al>4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>30</nr>
                <titel>Stemming over personen</titel>
              </kop>
              <al>1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                benoeming, het opstellen van een voordracht of een aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de
                                voorzitter 3 leden tot stembureau.</al>
              <al>2.Ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet op grond van de
                                Waterschapswet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De
                                stembriefjes dienen identiek te zijn.</al>
              <al>3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter
                                beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.</al>
              <al>4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en
                                wordt een nieuwe stemming gehouden.</al>
              <al>5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 38c van de Waterschapswet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen
                                behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.</al>
              <al>6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                het algemeen bestuur, op voorstel van de voorzitter.</al>
              <al>7.Onder de zorg van de secretaris worden de stembriefjes
                                onmiddellijk na vaststelling van de uitslagvernietigd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>31</nr>
                <titel>Herstemming over personen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                        volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                        stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                        stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij
                                        de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                                        personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                        uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                        plaatshebben.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de
                                        stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>32</nr>
                <titel>Beslissing door het lot</titel>
              </kop>
              <al>1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke,
                                briefjes geschreven.</al>
              <al>2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.</al>
              <al>3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Rechten van leden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>33</nr>
              <titel>Amendementen</titel>
            </kop>
            <al>1.Ieder lid van het algemeen bestuur kan tot het sluiten van de
                                beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een
                                geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden
                                van het algemeen bestuur, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                                zijn.</al>
            <al>2.Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).</al>
            <al>3.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de
                                voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge
                                indiening kan worden volstaan.</al>
            <al>4.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>34</nr>
              <titel>Moties</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan ter vergadering een
                                        motie indienen.</al></li>
              <li nr="2."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                        voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.</al></li>
              <li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn 
                                behandeld.</al></li>
              <li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat
                                de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>35</nr>
              <titel>Voorstellen van orde</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van het algemeen bestuur kunnen tijdens
                                de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                        vergadering betreffen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist het algemeen bestuur
                                        terstond.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>36</nr>
              <titel>Initiatiefvoorstel</titel>
            </kop>
            <al>1.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al>
            <al>2.De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de
                                eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste
                                geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.</al>
            <al>3.De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij het algemeen bestuur oordeelt
                                dat:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met
                                een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;</al></li>
              <li nr="b."><al>het voorstel eerst dient te worden behandeld in een
                                        commissie;</al></li>
              <li nr="c."><al>het voorstel voor advies naar het dagelijks bestuur dient te
                                        worden gezonden. In dit geval bepaalt het algemeen bestuur in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>Het algemeen bestuur kan voorwaarden stellen aan de
                                        indiening en behandeling van een voorstel.</al></li>
              <li nr="5."><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het
                                        ontslag van een lid van het dagelijks bestuur, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk
                                voorstel kan na instemming van het algemeen bestuur terstond aan de 
                                agenda toegevoegd worden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Voorstel dagelijks bestuur</titel>
            </kop>
            <al>Het algemeen bestuur kan een voorstel van het dagelijks bestuur
                                terugverwijzen. Een terugverwezenbvoorstel wordt opnieuw geagendeerd voor de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij het algemeen bestuurbanders beslist.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Interpellatie</titel>
            </kop>
            <al>1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens
                                in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang
                                van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke
                                omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen
                                vragen.</al>
            <al>2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van het algemeen- en dagelijks bestuur. Bij de vaststelling van de
                                agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
                                stemming gebracht. Het algemeen bestuur bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al>
            <al>3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van het algemeen bestuur, de leden van het dagelijks bestuur
                                niet meer dan eenmaal, tenzij het algemeen bestuur hen hiertoe
                                verlof geeft.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Schriftelijke vragen</titel>
            </kop>
            <al>1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of
                                mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen, die niet voldoen aan het hiervoor gestelde,
                                worden per omgaande aan de &gt;indiener teruggestuurd.</al>
            <al>2.De vragen worden bij de secretaris ingediend. Deze draagt er zorg
                                voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van het algemeen bestuur en
                                het dagelijks bestuur of de voorzitter worden gebracht.</al>
            <al>3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt
                                plaats in de eerstvolgende algemeen bestuursvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze
                                termijnen kan plaatsvinden, stelt het dagelijks bestuur of de voorzitter de vragensteller
                                hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
                                Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al>
            <al>4.De antwoorden van het dagelijks bestuur of de voorzitter worden
                                door tussenkomst van de secretaris aan de leden van het algemeen
                                bestuur toegezonden.</al>
            <al>5.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende algemeen bestuursvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde
                                algemeen bestuursvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere
                                inlichtingen vragen omtrent het door de voorzitter of door het dagelijks bestuur gegeven
                                antwoord, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40</nr>
              <titel>Inlichtingen</titel>
            </kop>
            <al>1.Indien een lid van het algemeen bestuur over een onderwerp
                                inlichtingen als bedoeld in artikelen 89 en 97 van de Waterschapswet verlangt, wordt een verzoek daartoe,
                                door tussenkomst van de secretaris schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur of de
                                voorzitter.</al>
            <al>2.De secretaris draagt er zorg voor dat de overige leden van het
                                algemeen bestuur een afschrift van dit verzoek krijgen.</al>
            <al>3.De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al>
            <al>4.De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de</al>
            <al>antwoorden zullen worden gegeven.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>41</nr>
              <titel>Rondvraag</titel>
            </kop>
            <al>Voor de sluiting van de vergadering wordt gelegenheid geboden vragen
                                te stellen over niet op de agenda voorkomende onderwerpen. Deze onderwerpen dienen voor de
                                aanvang van de vergadering bij de secretaris te zijn aangemeld.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>42</nr>
              <titel>Verslag en verantwoording</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1"><al>Een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks
                                    bestuur, de voorzitter of de secretaris, die door het algemeen
                                    bestuur is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een
                                    openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
                                    ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
                                    heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de
                                    lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de
                                    vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen
                                    bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door het algemeen bestuur
                                    gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen
                                    naar de desbetreffende commissie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan aan een persoon als
                                    bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De
                                    regels voor het stellen van schriftelijke vragen zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer een lid van het algemeen bestuur een persoon als bedoeld in
                            het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als
                            zodanig, besluit het algemeen bestuur over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van
                            inlichtingen zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                            of instituties, waarin het algemeen bestuur een van zijn leden heeft benoemd.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Besloten vergadering</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>43</nr>
              <titel>Algemeen</titel>
            </kop>
            <al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>44</nr>
              <titel>Verslag</titel>
            </kop>
            <al>Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter
                            vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt het algemeen
                            bestuur een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag.
                            Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de secretaris
                            ondertekend.</al>
            <al>1</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>45</nr>
              <titel>Geheimhouding</titel>
            </kop>
            <al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist het algemeen bestuur
                            overeenkomstig artikel 37, derde en vierde lid, van de Waterschapswet of omtrent de inhoud van de
                            stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>46</nr>
              <titel>Opheffing geheimhouding</titel>
            </kop>
            <al>Het algemeen bestuur kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Het
                            algemeen bestuur kan deze beslissing nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door
                            meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Toehoorders en pers</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>47</nr>
              <titel>Toehoorders en pers</titel>
            </kop>
            <al>1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al>
            <al>2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>48</nr>
              <titel>Geluid- en beeldregistraties</titel>
            </kop>
            <al>1.Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering van
                            het algemeen bestuur geluiddan wel beeldregistraties willen maken doen
                            hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                            aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de
                            vrijheid van pers aantasten.</al>
            <al>2.Het algemeen bestuur kan besluiten dat zijn vergaderingen met behulp
                            van internet kunnen worden gevolgd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>49</nr>
              <titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel>
            </kop>
            <al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>50</nr>
              <titel>Uitleg reglement</titel>
            </kop>
            <al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist het algemeen bestuur op voorstel van de voorzitter.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>51</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit reglement treedt direct na vaststelling in werking.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de
                                    vergaderingen van het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân vastgesteld bij besluit van de
                            Voorbereidingscommissie d.d. 27 maart 2003 en 
                            gewijzigd bij besluit van het voorlopig algemeen bestuur d.d. 21
                            augustus 2003.</al></li>
              <li nr="3."><al>Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van orde algemeen
                            bestuur Wetterskip Fryslân”.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van
                        Wetterskip Fryslân,</ondertekening>
        <ondertekening>van 10 februari 2009.</ondertekening>
        <ondertekening>Ir. P.A.E. van Erkelens,</ondertekening>
        <ondertekening>dijkgraaf.</ondertekening>
        <ondertekening>Drs. M.M. van Akkeren RC</ondertekening>
        <ondertekening>secretaris-directeur.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>