<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR298215_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gemeente Heerhugowaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Publicatie in Heerhugowaards Nieuwsblad d.d. 11-6-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8 eerste lid onderdeel i WWB</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2013073</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gemeente Heerhugowaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de Raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 april 2013</al><al> artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>b e s l u i t</al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende Verordening verrekening bestuurlijke
                        boete bij recidivegemeente Heerhugowaard.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al><lijst><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad: de raad van de gemeente Heerhugowaard;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Heerhugowaard;</al></li><li nr="c."><al>de WWB: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>de Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="e."><al>uitkering: de door het college verleende bijstand in het
                                            kader van de WWB;</al></li><li nr="f."><al>boete(bedrag): bestuurlijke boete genoemd in artikel
                                            18a, eerste lid van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="g."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel
                                            18a, vijfde lid van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="h."><al>verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60,
                                            vierde lid van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="i."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de
                                            artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van
                                            Burgerlijke Rechtsvordering;</al></li><li nr="j."><al>huur: basisbedrag huur exclusief eventuele
                                            servicekosten, verzekeringen of gas, water, licht;</al></li><li nr="k."><al>netto woonlasten: bedrag ter hoogte van de huur na
                                            aftrek van de huurtoeslag of de hypotheekrente na aftrek
                                            van de hypotheekrenteaftrek.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BESLAGVRIJE VOET BIJ VERREKENING WEGENS RECIDIVE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekening met de uitkering zonder inachtneming beslagvrije
                                voet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verrekent op grond van artikel 60b, eerste en tweede
                                    lid van de WWB het openstaande boetebedrag met de algemene
                                    bijstand zonder dat het bepaalde in artikel 4:93, vierde lid van
                                    de Awb juncto artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering in acht wordt genomen.</al></li><li nr="2."><al>De verrekening bedoeld in het eerste lid geschiedt gedurende de
                                    eerste drie maanden na dagtekening van het besluit tot oplegging
                                    van een recidiveboete.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verzoek tot doorbetaling huur en hypotheekrente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belanghebbende kan verzoeken om, in afwijking van het bepaalde in
                                artikel 2, eerste lid, de netto woonlasten gedurende de in artikel
                                2, tweede lid genoemde periode direct vanuit de bijstand te voldoen.
                                Indien dit verzoek wordt toegekend wordt de verrekening op de
                                doorbetaling van de netto woonlasten aangepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien belanghebbende ook een andere bron van inkomsten heeft, maar
                                deze inkomsten zijn lager dan de netto woonlasten dan wordt alleen
                                het verschil tussen de inkomsten en de netto woonlasten direct
                                vanuit de bijstand voldaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen als de
                                belanghebbende:</al><lijst><li nr="a."><al>redelijkerwijs over voldoende gelden kan beschikken om de
                                        genoemde drie maanden in zijn levensonderhoud te
                                        voorzien;</al></li><li nr="b."><al>naast de bijstand nog een andere bron van inkomsten heeft
                                        ter hoogte van minimaal de netto woonlasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder gelden, als genoemd in het derde lid, wordt verstaan: de voor
                                belanghebbende(n) direct beschikbare gelden op bank- en/of
                                spaarrekening(en).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met de uitkering met inachtneming beslagvrije
                                voet</titel></kop><al>Belanghebbende kan het college verzoeken om, in afwijking van artikel 2,
                            eerste lid, het openstaande boetebedrag met in achtneming van artikel
                            4:93 van de Awb juncto artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke
                            Rechtsvordering te verrekenen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>toepassing van het bepaalde in artikel 2 en 3 onaanvaardbare
                                    consequenties heeft voor de minderjarige belanghebbende(n);
                                </al></li><li nr="b."><al>de gezondheidstoestand van (één van de) belanghebbende(n)
                                    ernstig wordt bedreigd doordat mogelijkheden ontbreken om een
                                    noodzakelijke medicatie of behandeling op medische indicatie te
                                    financieren; of</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van andere dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde boetes</titel></kop><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid juncto artikel 60b, derde lid van de WWB, indien en voor zover deze
                            boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de
                            recidiveboete.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verzoek andere gemeente tot verrekening recidiveboete</titel></kop><al>Indien een belanghebbende een verzoek op grond van artikel 60b, tweede
                            lid van de WWB doet, besluit het college op dit verzoek met inachtneming
                            van de artikelen in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive gemeente Heerhugowaard”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt de dag na bekendmaking in werking en werkt terug tot
                            en met 1 januari 2013.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 28 mei 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al>INLEIDING</al><al>Op 1 januari 2013 is de “Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving” in werking getreden. Deze wet betreft een zogeheten Verzamelwet
                    op het gebied van de sociale zekerheidswetgeving. In deze Verzamelwet zijn
                    ondermeer wijzigingen aangaande de WWB opgenomen.</al><al>Voor de Wet werk en bijstand (WWB) introduceert deze wet de bestuurlijke boete
                    bij een schending van de inlichtingenplicht. Het college is verplicht de
                    bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij
                    deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht worden genomen.
                    Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive dan krijgt het
                    college de bevoegdheid om in de eerste drie maanden na oplegging boete deze
                    boete volledig te verrekenen met de bijstand.</al><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over deze bevoegdheid tot het tijdelijk buiten werking stellen van de
                    beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee
                    de ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden, waarin het
                    buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht.
                    De keuze om gebruik te maken van deze ruimte en de situaties of omstandigheden
                    die bij de besluitvorming worden meegewogen zijn in deze verordening tot uiting
                    gebracht.</al><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich overigens slechts uit over het al
                    dan niet in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de
                    recidiveboete.</al><al/><al>Onderstaand volgt de artikelsgewijze uitleg.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel worden de begrippen, die in de verordening worden aangehaald,
                    gedefinieerd.</al><al/><al><onderstreept>Bij sub h</onderstreept> nog de volgende aanvulling: de WWB kent
                    een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripspaling
                    opgenomen in de verordening.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 2 BESLAGVRIJE VOET BIJ VERREKENING WEGENS RECIDIVE</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Verrekening met de uitkering zonder inachtneming beslagvrije
                    voet </tussenkop><al>In het <onderstreept>eerste lid</onderstreept> is bepaald dat het college het
                    gestelde in artikel 60b, eerste en tweede lid van de WWB in beginsel onverkort
                    toepast ingeval er sprake is van een recidiveboete en de belanghebbende een
                    bijstandsuitkering ontvangt.</al><al>Door deze bepaling in de verordening op te nemen wordt tot uiting gebracht dat
                    de uitkering algemene bijstand in beginsel volledig wordt aangewend ter
                    verrekening met en voldoening van de recidiveboete (artikel 60b, eerste lid van
                    de WWB) ook als het college een verzoek van een andere gemeente ontvangt om de
                    recidiveboete te verrekenen met de uitkering algemene bijstand. Ook dan wordt in
                    beginsel de bescherming van de beslagvrije voet niet toegepast (artikel 60b,
                    tweede lid van de WWB). Echter als de belanghebbende een verzoek doet tot het
                    toch toepassen van de beslagvrije voet dan treedt het gestelde in artikel 6 in
                    werking. </al><al/><al>In het <onderstreept>tweede lid</onderstreept> is de maximale duur van de
                    periode waarover de verrekening<onderstreept> zonder bescherming van de
                        beslagvrije voet</onderstreept> wordt toegepast bepaald. De duur is
                    ondermeer afhankelijk van de hoogte van de boete.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Verzoek tot doorbetaling huur en hypotheekrente</tussenkop><al>Uit het <onderstreept>eerste lid</onderstreept> blijkt dat de belanghebbende
                    zelf een verzoek tot doorbetaling van de huur of hypotheekrente vanuit zijn
                    uitkering dient te richten aan het college. Het opnemen van dit artikel in de
                    verordening stelt de belanghebbende in staat om bij onvoldoende eigen gelden
                    toch de netto woonlasten te kunnen blijven betalen. Het initiatief hiertoe ligt
                    niet bij het college. Indien het verzoek wordt gehonoreerd zal de
                    (recidive)boete voor een lager bedrag per maand met de uitkering kunnen worden
                    verrekend. Het college betaalt de netto woonlasten in dat geval rechtstreeks
                    door aan de verhuurder of hypotheekverstrekker.</al><al/><al>In het <onderstreept>tweede lid</onderstreept> wordt gerefereerd aan situaties
                    waarin de belanghebbende naast de bijstandsuitkering nog een andere
                    inkomstenbron heeft. Als die inkomstenbron onvoldoende hoog is om de netto
                    woonlasten volledig door de belanghebbende zelf te kunnen laten betalen, zal het
                    college het verschil tussen het bedrag van de netto woonlasten en het bedrag aan
                    inkomsten uit andere bron rechtstreeks vanuit de bijstand voldoen.</al><al/><al>Het <onderstreept>derde lid</onderstreept> bepaalt in welke gevallen het college
                    voormeld verzoek tot doorbetaling zonder meer weigert. Er worden twee situaties
                    omschreven waarin de belanghebbende over voldoende eigen gelden geacht wordt te
                    kunnen beschikken om in elk geval de netto woonlasten zelf te kunnen
                    betalen.</al><al/><al>In het <onderstreept>vierde lid</onderstreept> is bepaald dat met gelden niet de
                    saldi op de bank- en/of de spaarrekeningen op naam van de minderjarige,
                    inwonende kinderen van de belanghebbende(n) worden bedoeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Verrekenen met de uitkering</tussenkop><al>In dit artikel zijn een drietal situaties benoemd waarin het denkbaar is dat
                    volledige verrekening met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht.
                    Het college neemt in die gevallen ondanks de in de wet opgenomen bevoegdheid
                    toch de beslagvrije voet bij de verrekening in acht. Het gaat daarbij wel altijd
                    om individuele omstandigheden.</al><al/><al><onderstreept>S</onderstreept><onderstreept>ub a</onderstreept> wordt toegepast
                    indien door de verrekening zonder toepassing van de beslagvrije voet met name
                    voor de (mede)belanghebbende minderjarige gezinsleden onaanvaardbare
                    consequenties zouden optreden.</al><al>Uitsluitend vanwege het feit dat het de (mede-)belanghebbende minderjarige
                    gezinsleden ontbreekt aan de noodzakelijke middelen om in het bestaan te
                    voorzien, kan nog niet worden gesproken van onaanvaardbare consequenties zoals
                    in sub a bedoeld. Vast dient te staan dat sprake is van incidentele gevallen en
                    dat de behoeftige omstandigheden waarin de (mede)belanghebbende minderjarige
                    gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat afzien
                    van de verrekening in deze vorm volstrekt onvermijdelijk is. Dat het betrokkene
                    of medebelanghebbenden (minderjarige gezinsleden) door de verrekening aan
                    middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende
                    voorwaarde om te kunnen spreken van onaanvaardbare consequenties zoals in sub a
                    bedoeld.</al><al/><al><onderstreept>Sub b</onderstreept> is van toepassing indien door verrekening
                    zonder toepassing van de beslagvrije voet onaanvaardbare gevolgen voor de
                    gezondheidstoestand van de belanghebbende(n) kunnen ontstaan. Het gaat hier om
                    uitzonderlijke omstandigheden die van geval tot geval zullen worden beoordeeld. </al><al/><al>In <onderstreept>sub c</onderstreept> is bepaald dat het college kan besluiten
                    de verrekening zonder inachtneming van de beslagvrije voet niet of niet langer
                    toe te passen indien daarvoor andere dringende redenen aanwezig zijn. </al><al>Indien (verdere) verrekening zonder toepassing van de beslagvrije voet te
                    ernstige gevolgen voor de belanghebbende of de gezinssituatie zou kunnen hebben,
                    dan kan het college op grond van deze bepaling gemotiveerd besluiten de
                    beslagvrije voet alsnog in acht te nemen. De vraag wat onder deze zogeheten
                    dringende redenen wordt verstaan, kan moeilijk in zijn algemeenheid worden
                    beantwoord. </al><al>Bij dringende redenen is echter altijd uitsluitend sprake van redenen van
                    immateriële (niet-financiële) aard. Het hebben van schulden is bijvoorbeeld op
                    zich geen reden om de beslagvrije voet toch toe te passen.Nadrukkelijk geldt dat
                    steeds van geval tot geval aan de hand van alle omstandigheden de situatie van
                    de belanghebbende moet worden beoordeeld. </al><al/><tussenkop>Artikel 5. Eerder opgelegde boetes</tussenkop><al>In artikel 60b, derde lid van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te
                    verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                    bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn terugbetaald.</al><al>Dit artikel regelt dat deze verordening in dat geval ook van toepassing is op
                    die bestuurlijke boetes. De verrekening van die bestuurlijke boetes wordt dan
                    eveneens zonder inachtneming van de beslagvrije voet ten uitvoer gelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Verzoek andere gemeente tot verrekening
                    recidiveboete</tussenkop><al>Dit artikel is van toepassing indien een andere gemeente, waar de belanghebbende
                    eerst een uitkering of inkomensvoorziening genoot een verzoek tot verrekening
                    van de recidiveboete aan de nieuwe verblijfsgemeente richt, omdat de
                    belanghebbende daar nu een bijstandsuitkering heeft.</al><al/><al>Mocht de beslagvrije voet niet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende
                    het college waarvan hij thans uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet
                    alsnog toe te passen.</al><al>In artikel 60b, tweede lid van de WWB is bepaald dat het college van de nieuwe
                    gemeente de bevoegdheid heeft om aan dit verzoek tegemoet te komen. In de wet
                    wordt echter in het midden gelaten welke verordening van welke gemeente (de
                    verzoekende of de uitvoerende gemeente) dan van toepassing is. Om hier geen
                    misverstand over te laten bestaan is dit artikel in de verordening opgenomen. De
                    bevoegdheid van het college wordt gespecificeerd door te bepalen dat bij een
                    verzoek van een andere gemeente de onderhavige verordening leidend is. Het
                    college houdt hiermee de regie aangaande haar zorgplicht jegens de
                    belanghebbende(n).</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>