<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR298011_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beverwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beverwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Kennemer, d.d. 18-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0020031&amp;artikel=5&amp;g=2013-01-24">Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>C/R-13-00252 en 2012/55059</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5006</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente
            Beverwijk 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Beverwijk;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 november 2012,
                        nummer 2012/55059;</al><al/><al>gehoord de commissie Onderwijs, Sociale Zaken, Cultuur en Welzijn d.d. 18
                        december 2012;</al><al/><al>gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;</al><al/><al> besluit:</al><al/><al>Vast te stellen de ‘Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Beverwijk 2013’ 2012/55059;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>Lid 1.</lidnr><al><vet> Wet</vet></al><al>Wet maatschappelijke ondersteuning. </al></lid><lid><lidnr>Lid 2.</lidnr><al><vet> College</vet></al><al>College van burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>Lid 3.</lidnr><al><vet> Compensatieplicht</vet></al><al>Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een
                                aantoonbare beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal
                                probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen
                                op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie
                                teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te
                                verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per
                                vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale
                                verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het College
                                de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag
                                gelden en dat in het individuele geval maatwerk is. </al></lid><lid><lidnr>Lid 4.</lidnr><al><vet> Aanmelding</vet></al><al>Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat
                                hij of zij beperkingen ondervindt op grond van één of meer van de
                                acht resultaten zoals genoemd in artikel 2 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>Lid 5.</lidnr><al><vet> Gesprek</vet></al><al>Gesprek: een persoonlijk gesprek waarin met of namens degene die
                                maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn of haar gehele situatie
                                wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen
                                daarvan, de te bereiken resultaten, de eventuele oplossingen via
                                eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het sociale netwerk dan
                                wel via algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve, (wettelijk)
                                voorliggende en individuele voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>Lid 6.</lidnr><al><vet> Aanvraag </vet></al><al>Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te
                                komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te
                                bereiken in het kader van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>Lid 7.</lidnr><al><vet> Belanghebbende</vet></al><al>Belanghebbende: een persoon met een aantoonbare beperking, een
                                aantoonbaar chronisch psychisch probleem of een aantoonbaar
                                psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten
                                behoeve van het bevorderen van zijn of haar deelname aan het
                                maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor
                                zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                                aanmelding of een aanvraag doet of laat doen. </al></lid><lid><lidnr>Lid 8.</lidnr><al><vet> Psychosociaal probleem </vet></al><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid
                                en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het
                                maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand
                                ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn of haar sociale
                                omgeving<sup>[1]</sup><sup/>. </al><al/><al><sup>[1]</sup><sup/> Ontleend aan uitspraak CRvB 29-04-2009. LJN:
                                BI6832. Dit is een omgewerkt citaat uit de parlementaire behandeling
                                in die uitspraak geciteerd.</al></lid><lid><lidnr>Lid 9.</lidnr><al><vet> Algemene voorziening</vet></al><al>Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar
                                niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als
                                bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door
                                iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze
                                te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde
                                aanvraagprocedure. </al></lid><lid><lidnr>Lid 10.</lidnr><al><vet> Algemeen gebruikelijke voorziening</vet></al><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet
                                speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door
                                anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet –
                                aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten.</al></lid><lid><lidnr>Lid 11.</lidnr><al><vet> Collectieve voorziening </vet></al><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt
                                verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt.
                            </al></lid><lid><lidnr>Lid 12.</lidnr><al><vet> Voorliggende voorziening</vet></al><al>Voorliggende voorziening: een algemene, algemeen gebruikelijke of
                                collectieve voorziening. </al></lid><lid><lidnr>Lid 13.</lidnr><al><vet> Individuele voorziening </vet></al><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                                behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.
                            </al></lid><lid><lidnr>Lid 14.</lidnr><al><vet> Gebruikelijke zorg</vet></al><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het
                                huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als
                                algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. </al></lid><lid><lidnr>Lid 15.</lidnr><al><vet> Voorziening in natura </vet></al><al>Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het
                                resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in
                                eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. </al></lid><lid><lidnr>Lid 16.</lidnr><al><vet> Persoonsgebonden budget </vet></al><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                                bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.
                            </al></lid><lid><lidnr>Lid 17.</lidnr><al><vet> Financiële tegemoetkoming </vet></al><al>Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                                gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee te financieren voor het
                                te bereiken resultaat. </al></lid><lid><lidnr>Lid 18.</lidnr><al><vet> Mantelzorger </vet></al><al>Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1,
                                lid 1 onder b van de wet biedt. </al></lid><lid><lidnr>Lid 19.</lidnr><al><vet> Eigen bijdrage </vet></al><al>Eigen bijdrage: een financiële bijdrage die bij de verstrekking van
                                een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden
                                budget betaald moet worden door de belanghebbende waarop de regels
                                van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006,
                                450) van toepassing zijn. </al></lid><lid><lidnr>Lid 20.</lidnr><al><vet> Eigen aandeel </vet></al><al>Eigen aandeel: het aandeel in de kosten van maatschappelijke
                                ondersteuning dat bij verstrekking van een voorziening in de vorm
                                van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening van de
                                belanghebbende blijft. </al></lid><lid><lidnr>Lid 21.</lidnr><al><vet> Besluit</vet></al><al>Besluit: het Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke
                                ondersteuning gemeente Beverwijk 2013 dat bestaat uit door het
                                college op grond van deze verordening vast te stellen nadere
                                regelgeving. </al></lid><lid><lidnr>Lid 22.</lidnr><al><vet>International Classification of Functioning, Disability and
                                    Health</vet></al><al>International Classification of Functioning, Disability and Health:
                                het door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgestelde uniforme
                                classificatiesysteem dat het volledige functioneren van het
                                menselijk lichaam in gezonde staat in kaart brengt en dat gehanteerd
                                wordt om te bepalen op welk gebied iemand niet (goed) functioneert
                                en welke beperkingen dit tot gevolg heeft. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanmelding en aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid
                                1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een gesprek vooraf
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet
                                        eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al
                                        eerder een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van
                                        gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken
                                        resultaten; of</al></li><li nr="c."><al>Belanghebbende of het college dat nodig acht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen
                                dienen vervalt het gestelde in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Het college kan afwijken van het gesteld in lid 1 indien de situatie
                                hiertoe aanleiding geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanmelding</titel></kop><al>Een aanmelding kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch
                            worden gedaan door of namens een persoon met een beperking, een
                            chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte
                            heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname
                            aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification
                                of Functioning Disabilities and Health als basis voor het
                                begrippenkader worden gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger
                                en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen
                                de belangehebbende ondervindt bij en als gevolg van de uitvoering
                                van de mantelzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verslag</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het gesprek kan afgesloten worden met een verslag. Opmerkingen van
                                belanghebbende over de belangrijkste conclusies in dit verslag
                                kunnen als bijlage aan het verslag worden toegevoegd. Een door
                                belanghebbende ondertekend verslag kan dienen als aanvraagformulier
                                als bedoeld in artikel 7 lid 3.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend
                                van het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie
                                als aanvraagformulier kan dienen, een aanvraag indienen voor een
                                individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6
                                van de wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De aanvraag van een individuele voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of
                                elektronisch, zodra mogelijk, plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Bij de aanvraag kan, als er een ondertekend verslag van het gesprek
                                aanwezig is, dit ondertekende verslag als aanvraagformulier
                                beschouwd worden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Het maken van een afweging</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden,
                                    neemt het college het verslag van het gesprek als uitgangspunt.
                                    Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van
                                    de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de
                                    noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien
                                    van het te bereiken resultaat.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Alle voorliggende voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar
                                    zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in
                                    het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst
                                    beoordeeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van een schoon en
                                    leefbaar huis bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat
                                    schoon is. Dit geldt in ieder geval ten aanzien van de
                                    woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                    voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                    huishoudelijke werk.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt
                                    dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. </al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wonen in een geschikt huis</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het wonen in
                                    een geschikt huis bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken
                                    van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van
                                    de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten,
                                    berging, tuin of balkon. </al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de
                                    bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de
                                    woning.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte
                                    woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke
                                    verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze
                                    mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling vindt
                                    alleen plaats indien de aanpassing van de woning een bedrag van
                                    € 15.000,- te boven gaat.</al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een
                                    verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het beschikken
                                    over goederen voor primaire levensbehoeften bestaat uit het
                                    voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel,
                                    evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de
                                    noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder
                                    vallen.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen
                                    ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft
                                    levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede
                                    het bereiden van maaltijden.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor
                                    zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                    bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de
                                    individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te
                                    bereiken resultaat, wordt deze mogelijkheid eerst
                                    beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het beschikken
                                    over schone, draagbare en doelmatige kleding bestaat uit het
                                    aanwezig zijn van kleding in gewassen en zo nodig gestreken,
                                    opgevouwen of opgehangen staat.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en
                                    doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en
                                    opruimen van de dagelijkse was.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt
                                    dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het thuis
                                    kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren bestaat
                                    uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden
                                    aanwezige kinderen.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op het kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                    aanzien van het vervangen van de ouder die in principe voor de
                                    kinderen zorgt. Deze individuele voorziening wordt tijdelijk
                                    verstrekt ter overbrugging van een periode die noodzakelijk is
                                    voor het nemen van meer definitieve maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn deze zorg over te nemen, wordt dit
                                    in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of
                                    andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat
                                    worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>lid 5.</lidnr><al>Voor zover de in lid 3 en 4 genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                    en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen
                                    in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer,
                                    de keuken, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet
                                    en de douche, de berging, de tuin of het balkon te kunnen
                                    bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal
                                    functioneren mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een
                                    rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt
                                    deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                    verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van
                                    dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie,
                                    kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de
                                    directe woon- en leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel,
                                    kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                                    het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het
                                    verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon- en
                                    leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van collectief
                                    vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur of een aanwezige en
                                    bruikbare scootermobielpool die in de individuele situatie van
                                    de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat
                                    worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel
                                    te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                    contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan
                                    recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat
                                    uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het
                                    deelnemen aan gewenste activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste
                                    bestemmingen.</al></lid><lid><lidnr>lid 3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer
                                    aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de
                                    individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te
                                    bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst
                                    beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>lid 4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verstrekkingen in natura, als persoonsgebonden budget en als
                            financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Verstrekking van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Mogelijke verstrekkingswijzen</titel></kop><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als
                                persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden
                                verstrekt. Het college legt de hoogte van de financiële
                                tegemoetkoming en het persoonsgebonden budget vast in het
                                Besluit.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Verstrekking in natura</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                    beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al> welke de te treffen voorziening is en voor welk te
                                            bereiken resultaat deze gebruikt moet worden; en</al></li><li nr="b."><al> wat de duur is van de verstrekking is; en</al></li><li nr="c."><al> hoe de voorziening in natura verstrekt wordt; en</al></li><li nr="d."><al> Of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                            verstrekking is geregd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Verstrekking als persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Overwegende bezwaren</titel></kop><al>Het college legt in het Besluit vast in welke situaties sprake is
                                van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget
                                verstrekt wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                    persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al> voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden
                                            budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een
                                            programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan
                                            moet worden; en</al></li><li nr="b."><al> wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe
                                            deze omvang tot stand is gekomen; en</al></li><li nr="c."><al> wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                            persoonsgebonden budget bedoeld is; en</al></li><li nr="d."><al> Welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van
                                            het persoonsgebonden budget.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Verstrekking als financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                    financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking
                                    vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al> voor welk te bereiken resultaat de financiële
                                            tegemoetkoming bestemd is; en</al></li><li nr="b."><al> wat de duur van de verstrekking is; en</al></li><li nr="c"><al> of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                            verstrekking is geregeld; en</al></li><li nr="d"><al> Wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><lid><lidnr>lid 1.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening kan een eigen bijdrage
                                    of een eigen aandeel verschuldigd zijn ten aanzien van de
                                    volgende resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al> een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al> wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al> beschikken over goederen voor primaire
                                            levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al> beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                            kleding;</al></li><li nr="e."><al> het kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                            behoren;</al></li><li nr="f."><al> zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover
                                            het geen rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al> zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al> De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen
                                            en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                            religieuze activiteite</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>lid 2.</lidnr><al>Met inachtneming van het Besluit individuele voorzieningen
                                    maatschappelijke ondersteuning (Algemene Maatregel van Bestuur)
                                    legt het college de omvang van de eigen bijdragen en het eigen
                                    aandeel als bedoeld in het eerste lid van dit artikel vast in
                                    het Besluit.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>(Procedurele) bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming,
                            intrekking en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al> Een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis:
                                    maximaal 8 weken.</al></li><li nr="b."><al> Een voorziening voor het beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="c."><al> Een voorziening voor het beschikken over schone, draagbare en
                                    doelmatige kleding: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="d."><al> Een voorziening voor het kunnen zorgen voor kinderen die tot
                                    het gezin behoren: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="e."><al> Een voorziening voor het wonen in een geschikt huis:</al><lijst><li nr="1."><al> als het gaat om een voorziening waarvoor geen
                                            bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden: maximaal
                                            8 weken;</al></li><li nr="2."><al> als het gaat om voorzieningen waar wel bouwkundige
                                            offertes opgevraagd moeten worden: maximaal 16
                                            weken.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al> Een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning:
                                    maximaal 8 weken.</al></li><li nr="g."><al> Een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per
                                    vervoermiddel: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="h."><al> Een voorziening voor het ontmoeten van medemensen het op basis
                                    daarvan sociale verbanden aangaan: maximaal 8 weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>Lid 1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al> het te bereiken resultaat langdurig noodzakelijk is, tenzij
                                        kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te
                                        bereiken resultaat; en</al></li><li nr="b."><al> De te verstrekken voorziening als de
                                        goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>Lid 2.</lidnr><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al> indien de voorziening algemeen gebruikelijk is; of</al></li><li nr="b."><al> indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente
                                        Beverwijk; of</al></li><li nr="c."><al> voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of
                                        het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na
                                        te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                        goedkoopst-compenserend aan te merken valt; of</al></li><li nr="d."><al> Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag
                                        betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige
                                        wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale
                                        afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken
                                        is. Dit geldt niet wanneer de eerder vergoede of verstrekte
                                        voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden
                                        die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen of wanneer
                                        belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de
                                        veroorzaakte koste</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>Lid 1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene
                                door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens
                                relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al> op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen;
                                        of</al></li><li nr="b."><al> Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen
                                        en/of onderzoeke</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>Lid 2.</lidnr><al>Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie
                                in ieder geval om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de sociaal medische situatie van belanghebbende daarvoor
                                        aanleiding geeft; of</al></li><li nr="b."><al> het voornemen bestaat de gevraagde voorziening om medische
                                        redenen af te wijzen; of</al></li><li nr="c."><al> Het college dat overigens gewens</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college
                            mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs
                            duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>Lid 1.</lidnr><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                                geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al> niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld bij of krachtens deze verordening; of</al></li><li nr="b."><al> Beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat
                                        die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                        gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                        genome</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>Lid 2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                                tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet
                                of niet geheel is aangewend voor de bekostiging van het resultaat
                                waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis
                                daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                                persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit geldende
                            bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de
                            gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd ter zake van de uitvoering van deze verordening
                            en de daarop berustende besluiten algemeen verbindende voorschriften te
                            stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>De beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Beverwijk 2013 zijn onlosmakelijk verbonden met
                            de verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Beverwijk 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Overgangsbepalingen: aanvragen en bezwaren</titel></kop><lid><lidnr>Lid 1.</lidnr><al>Aanvragen die voor de inwerkingtreding van deze verordening worden
                                ingediend zullen worden beoordeeld overeenkomstig de bepalingen van
                                de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke
                                ondersteuning Beverwijk 2009, tenzij bepalingen van deze verordening
                                gunstiger zijn voor de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>Lid 2.</lidnr><al>Bezwaren die voor de inwerkingtreding van deze verordening worden
                                ingediend zullen worden beoordeeld volgens deze verordening, tenzij
                                dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening individuele
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk
                            2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Beverwijk, </al><al>de raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>TOELICHTING VERORDENING INDIVIDUELE VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BEVERWIJK 2013</label></kop><al><vet>INLEIDING</vet></al><al/><al>De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is op 1 januari 2007 van kracht
                    geworden.</al><al>De VNG en de CG-Raad en gezamenlijke Ouderenbonden hebben samengewerkt en
                    daaropvolgend is de “De Kanteling” ontstaan: een proces om de Wmo te doen
                    kantelen naar een wijze van uitvoeren die recht doet aan de bedoeling van de
                    wetgever, met name ten aanzien van het nieuwe begrip “compensatieplicht”. </al><al/><al>Deze verordening is de weerslag van twee zaken. Allereerst hebben de resultaten
                    van het project “De Kanteling” aan de basis gelegen van de in deze verordening
                    opgenomen tekst. Vervolgens is ook rekening gehouden met de jurisprudentie, met
                    name die van de Centrale Raad van Beroep. </al><al/><al>In deze verordening ligt het zwaartepunt op de te behalen resultaten in plaats
                    van op voorzieningen en op het zogenaamde “gesprek”, een open gesprek waarin
                    samen met de persoon die compensatie behoeft een zo volledig mogelijke
                    inventarisatie gemaakt wordt van zijn<sup/>situatie, zijn mogelijkheden en
                    onmogelijkheden, zijn wensen en individuele specifieke kenmerken en de problemen
                    die om een oplossing vragen. Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op
                    basis hiervan kan bekeken worden welke mogelijkheden er zijn om dit resultaat te
                    bereiken met oplossingen die al voorhanden zijn, zoals eigen mogelijkheden,
                    (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen, algemeen
                    gebruikelijke voorzieningen of collectieve voorzieningen. Daarna wordt duidelijk
                    op welke punten nog individuele voorzieningen nodig zijn. Na het gesprek volgt
                    eventueel een aanvraag voor individuele voorzieningen. Door deze wijze van
                    werken wordt het proces om te komen tot oplossingen in twee delen gesplitst: een
                    inventarisatiefase, gekarakteriseerd door het “gesprek” en een fase van
                    aanvraag, beoordeling en toekenning van individuele voorzieningen.</al><al/><al>Compensatieplicht </al><al>In artikel 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning is vastgelegd dat de
                    gemeente voorzieningen moet treffen ter compensatie van de beperkingen die een
                    persoon ondervindt in zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Dit
                    wordt de compensatieplicht genoemd. In de wet is bepaald dat deze personen in
                    staat moeten zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>een huishouden te voeren;</al></li><li nr="•"><al>zich te verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="•"><al>zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="•"><al>medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te
                            gaan.</al></li></lijst><al/><al>Vanuit deze domeinen heeft de VNG samen met de CG-raad en de CSO artikel 4 van
                    de wet geconcreti­seerd in acht resultaten.</al><lijst><li nr="1."><al>Wonen in een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="2."><al>Wonen in een voor hem/haar geschikt huis;</al></li><li nr="3."><al>Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="4."><al>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="5."><al>Thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;</al></li><li nr="6."><al>Zich verplaatsen in, om en nabij het huis;</al></li><li nr="7."><al>Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="8."><al>De mogelijkheid hebben om contacten te hebben met medemensen en deel te
                            nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.</al></li></lijst><al/><al>Deze acht resultaten dienen als uitgangspunt voor de Verordening
                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013, het Besluit
                    maatschappelijke ondersteuning Beverwijk 2013 en voor de beleidsregels
                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013. </al><al/><al>In artikel 4 van de wet is ook vastgelegd dat bij het bepalen of een persoon
                    gecompenseerd moet worden, het college rekening houdt met de persoonskenmerken
                    en behoefte van de persoon, waaronder verandering van woning in verband met
                    wijziging van leefsituatie, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit
                    oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. Dit betekent dat er maatwerk
                    geleverd moet worden en dat de eigen verantwoordelijkheid van de persoon een
                    centrale rol speelt.</al><al/><al>De eigen verantwoordelijkheid wordt door de VNG in beeld gebracht door middel
                    van onderstaand figuur. Zoals de pijl aangeeft, wordt er eerst gekeken naar wat
                    de persoon in kwestie zelf kan doen om de situatie te verbeteren en of het
                    sociaal netwerk uitkomst kan bieden. Daarna wordt bepaald of er voorliggende
                    voorzieningen zijn die het probleem oplossen. Biedt dit alles geen soelaas, dan
                    wordt bekeken of een individuele voorziening gewenst is.</al><al><extref doc="/cvdr/images/Beverwijk/i225737.pdf">Eigen verantwoordelijkheid door VNG</extref></al><al/><al><vet><cursief>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al><vet>Lid 1. Wet</vet></al><al>Waar staat Wet wordt bedoeld: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al/><al><vet>Lid 2. College </vet></al><al>Waar staat College wordt bedoeld: College van burgemeester en wethouders.</al><al/><al><vet>Lid 3. Compensatieplicht</vet></al><al>De compensatieplicht houdt een plicht in voor het college. Die plicht geldt in
                    ieder geval ten aanzien van personen met een beperking, een chronisch psychisch
                    of een psychosociaal probleem. Daarbij moet het gaan om ondervonden beperkingen
                    op het gebied van de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie. Doel
                    is betrokkenen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen
                    in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen
                    te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.</al><al>Bij wat het college ook besluit geldt: het moet gaan om maatwerk. Uitgegaan moet
                    worden van de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager. Dat legt een
                    beperking op aan de mogelijkheid algemene maatregelen te treffen, zoals het
                    hanteren van primaten. Dat is toegestaan, mits in het individuele geval steeds
                    wordt nagegaan of die algemene maatregel wel leidt tot maatwerk. Of zoals de
                    Centrale Raad het zegt: “Onder omstandigheden kan dit (maatwerk) leiden tot het
                    oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het College bij de uitvoering
                    van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Wmo hebben gemaakt in het concrete,
                    individuele geval niet kunnen worden toegepast wegens strijd met de in artikel 4
                    van de Wmo bedoelde compensatieplicht.”</al><al/><al><vet>Lid 4. Aanmelding</vet></al><al>In het kader van het gesprek wordt niet gesproken van een aanvraag maar van een
                    aanmelding. Dit geeft verschillende aspecten van het gesprek aan. Allereerst dat
                    het gesprek niet het onderzoek is naar een te verstrekken voorziening, maar het
                    onderzoek naar de situatie van betrokkene, zijn behoeften, de te bereiken
                    resultaten enz. Dit is dan uitgangspunt voor de beoordeling welke resultaten
                    bereikt kunnen worden met algemene voorzieningen die voor iedereen beschikbaar
                    zijn. Dit traject kan uiteindelijk ook nog leiden tot een aanvraag voor een
                    individuele voorziening. Het gesprek is evenwel geen vrijblijvende zaak: het
                    gesprek is mede de basis voor de eventuele aanvraag voor een individuele
                    voorziening. </al><al/><al><vet>Lid 5. Gesprek</vet></al><al>Onder "het gesprek" wordt de situatie verstaan waarbij degene die problemen
                    ondervindt op het terrein waar de compensatieplicht van toepassing is, in
                    gesprek komt met een vertegenwoordiger van het college, die samen met betrokkene
                    en eventueel aanwezige mantelzorger(s) inventariseert waar betrokkene en zijn
                    mantelzorger(s) problemen ondervindt, wat betrokkene nog zelf kan, wat de te
                    bereiken resultaten zijn in de ogen van betrokkene, wat de behoeften daarbij
                    zijn, welke oplossingen er in de maatschappij beschikbaar zijn via algemene
                    voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, voorliggende voorzieningen
                    en collectieve voorzieningen, zodat een basis ontstaat voor het zoeken naar
                    oplossingen voor de problemen. Met die oplossingen wordt het te bereiken
                    resultaat gerealiseerd. Voor zover die resultaten niet in die gesprekken al te
                    behalen zijn, zal een vervolg noodzakelijk zijn in de vorm van een aanvraag die
                    leidt tot een beschikking. Het gesprek zal de basis zijn voor de aanvraag. Het
                    verslag van het gesprek zal dan ook bij de aanvraag worden gevoegd. Wie direct
                    een aanvraag wil doen zonder gesprek verplaatst in feite het gesprek naar na de
                    aanvraag. Zonder gesprek, of beter gezegd zonder het onderzoek dat tijdens het
                    gesprek plaatsvindt, zal het lastig kunnen zijn maatwerk te leveren.</al><al>Het gesprek wordt in hoofdstuk 3 uitgewerkt.</al><al/><al><vet>Lid 6. Aanvraag</vet></al><al>De aanvraag in het kader van de Wmo volgt in principe op het gesprek. Het
                    gesprek kan achterwege blijven als de situatie van betrokkene volstrekt helder
                    is en betrokkene bekend is bij de gemeente. Hiervan kan sprake zijn bij
                    bijvoorbeeld vervanging van voorzieningen wegens het bereiken van de
                    afschrijvingstermijn, of als een bekende aanvrager een nieuwe aanvraag
                    doet.</al><al>De aanvraag kan schriftelijk of elektronisch gedaan worden.</al><al/><al><vet>Lid 7. Belanghebbende </vet></al><al>Doordat in de wet gesproken wordt over mantelzorgers en vrijwilligers als
                    doelgroep voor de compensatieplicht, kan het begrip ‘belanghebbende’ ruimer zijn
                    dan alleen betrokkene zelf. Daarom is het begrip belanghebbende opgenomen. Onder
                    belanghebbende kan dus ook verstaan worden de mantelzorger(s) van
                    betrokkene.</al><al/><al><vet>Lid 8. Psychosociaal probleem</vet></al><al>Het begrip psychosociaal probleem is vanuit de AWBZ in de Wmo opgenomen, maar
                    inmiddels als “grondslag” uit de AWBZ geschrapt. Dit is gebeurd omdat gebleken
                    is dat deze grondslag in de AWBZ financieel moeilijk te beheersen was. In de Wmo
                    heeft – volgens de parlementaire behandeling - dit begrip een heel specifieke
                    betekenis. Deze betekenis wordt hier als begripsomschrijving gehanteerd en is
                    overgenomen uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 29-04-2009.
                    LJN: BI6832). Het betreft met name een verlies van zelfstandigheid of deelname
                    aan het maatschappelijk verkeer, de kerndoelstelling van de Wmo.</al><al/><al><vet>Lid 9. Algemene voorziening</vet></al><al>Dit zijn voorzieningen, met name diensten of een combinatie van dienst en
                    product, die weliswaar niet bestemd zijn voor, noch te gebruiken zijn door alle
                    inwoners; anderzijds zijn ze door iedereen waarvoor ze wel bedoeld zijn op
                    eenvoudige wijze, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te verkrijgen of te
                    gebruiken . Voorbeelden zijn:</al><lijst><li nr="•"><al> De dagrecreatie voor ouderen </al></li><li nr="•"><al> De sociale alarmering </al></li><li nr="•"><al> De boodschappenbus, de supermarktservice, de vrijwillige
                            boodschaphulp</al></li><li nr="•"><al> De maaltijdservice en het eetcafé</al></li><li nr="•"><al> Klusjesdiensten om kleine woningaanpassingen te realiseren zoals de
                            buurtconciërge, klussendienst, 55+service, thuiszorgservice</al></li><li nr="•"><al> De (ramen)wasservice </al></li><li nr="•"><al> De rolstoel-pools en scootmobiel-pools voor incidentele situaties</al></li><li nr="•"><al> De kort durende huishoudelijke hulp</al></li><li nr="•"><al> Kinderopvang in al zijn verschijningsvormen </al></li></lijst><al>Een algemene voorziening is dus per definitie geen individuele voorziening en de
                    Wmo-regels rond eigen bijdragen/eigen aandeel gelden niet. </al><al/><al><vet>Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening </vet></al><al>Volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is een voorziening,
                    met name een product, algemeen gebruikelijk als het gaat om een voorziening die
                    niet speciaal bedoeld is voor mensen met een handicap, zodat de voorziening ook
                    op grote schaal door niet-gehandicapten wordt gebruikt, die gewoon in een
                    normale winkel te koop is en niet speciaal in de revalidatie-vakhandel of
                    soortgelijke winkels en die qua prijs niet (aanzienlijk) duurder is dan
                    vergelijkbare voorzieningen. De Centrale Raad van Beroep heeft aangegeven dat
                    als het gaat om vervanging van een zaak die (nog lang) niet afgeschreven is en
                    als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door onvermijdbare kosten
                    op grond van de handicap onder de bijstandsnorm komt, wellicht een uitzondering
                    op dit principe gemaakt moet worden.</al><al/><al><vet>Lid 11. Collectieve voorzieningen </vet></al><al>Dit zijn Wmo-voorzieningen die individueel worden verstrekt maar die toch door
                    meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het collectief
                    (vraagafhankelijk) vervoer (cvv) het meest duidelijke voorbeeld.</al><al>Cvv is geen algemene voorziening, omdat de normale aanvraagprocedure geldt, er
                    een beschikking wordt afgegeven en bezwaar en beroep mogelijk is. </al><al/><al><vet>Lid 12. Voorliggende voorziening </vet></al><al>Voorliggende voorzieningen kunnen zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen,
                    algemene voorzieningen of collectieve voorzieningen. Bij deze voorzieningen is
                    de functie bepalend: zij gaan vóór individuele voorzieningen. </al><al>Er zijn voorliggende voorzieningen die op basis van een andere wet verstrekt
                    kunnen worden. Dit zijn wettelijk voorliggende voorzieningen. Het verschilt per
                    situatie welke wet op welke wet voorliggend is. De AWBZ kan voorliggend zijn op
                    de Wmo, maar dat hoeft niet. Een maatstaf daarbij is dat “zelfstandig met
                    spullen” voorliggend is op “zelfstandig met mensen”.</al><al/><al><vet>Lid 13. Individuele voorziening </vet></al><al>In dit lid wordt de individuele voorziening gedefinieerd. Deze is niet voor
                    iedereen beschikbaar, maar uitsluitend voor diegenen die onder artikel 4 van de
                    wet vallen. Er wordt individueel onderzoek gedaan naar de noodzaak van deze
                    voorziening, de voorziening wordt bij beschikking toegekend en er staat bezwaar
                    en beroep open. Verder zijn alle regels van de wet van toepassing, zoals die
                    rond eigen bijdragen en eigen aandeel.</al><al/><al><vet>Lid 14. Gebruikelijke zorg </vet></al><al>Als in een leefeenheid meerdere meerderjarige personen wonen hebben zij
                    gezamenlijk de taak al het zich voordoende huishoudelijke werk te verrichten.
                    Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de verdeling en dit uitgangspunt heeft een
                    verplichtend karakter.</al><al/><al><vet>Lid 15. Voorziening in natura </vet></al><al>Omschreven is in dit lid wat een voorziening in natura is.</al><al/><al><vet>Lid 16. Persoonsgebonden budget </vet></al><al>Dit lid beschrijft het persoonsgebonden budget als een geldbedrag bedoeld om het
                    te bereiken resultaat te bereiken.</al><al/><al><vet>Lid 17. Financiële tegemoetkoming </vet></al><al>Vervolgens wordt omschreven wat een financiële tegemoetkoming is. Daarbij wordt
                    gesproken over een forfaitair bedrag, een bedrag waarbij geen rekening is
                    gehouden met het inkomen of met de werkelijke kosten.</al><al/><al><vet>Lid 18. Mantelzorger </vet></al><al>Dit geeft een begripsomschrijving van de mantelzorger. Daarvoor is aansluiting
                    gezocht bij de begripsomschrijving van mantelzorg zoals de wet die geeft in
                    artikel 1 lid 1 onder b: langdurige zorg die niet in het kader van een
                    hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit
                    diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de
                    sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar
                    overstijgt.</al><al/><al><vet>Lid 19. Eigen bijdrage</vet></al><al>Voor deze begripsomschrijving is aansluiting gezocht bij artikel 15 van de wet.
                    De eigen bijdrage is alleen van toepassing op een voorziening in natura en een
                    persoonsgebonden budget. Op de financiële tegemoetkoming is het eigen aandeel
                    van toepassing.</al><al/><al><vet>Lid 20. Eigen aandeel</vet></al><al>Voor deze begripsomschrijving is aansluiting gezocht bij artikel 4.1, lid 1 van
                    het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006, 450).</al><al/><al><vet>Lid 21. Besluit</vet></al><al>Waar staat Besluit wordt bedoeld: Besluit individuele voorzieningen
                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013.Dit besluit
                    bestaat uit door het college op grond van deze verordening vast te stellen
                    nadere regelgeving.</al><al/><al><vet>Lid 22. International Classification of Functioning, Disability and
                        Health</vet></al><al>De International Classification of Functioning, Disability and Health kan
                    tijdens het gesprek gebruikt worden om te inventariseren op welke gebieden
                    iemand niet (goed) functioneert en welke beperkingen dit tot gevolg heeft.</al><al/><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2. De te bereiken resultaten </cursief></vet></al><al><vet>Algemeen. </vet></al><al>Hoofdstuk 2 is het hart van de verordening. Hoofdstuk 2 betreft de te bereiken
                    resultaten, die afgeleid zijn uit de in artikel 4 genoemde doelstellingen van de
                    compensatieplicht.</al><al>Er zijn hieruit 8 te bereiken resultaten afgeleid: </al><lijst><li nr="a."><al> een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al> wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al> beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al> beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al> het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;</al></li><li nr="f."><al> zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al> zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en </al></li><li nr="h."><al> de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen
                            aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteit. </al></li></lijst><al>Op deze 8 terreinen heeft het college een resultaatverplichting: door de te
                    nemen algemene of individuele maatregelen moet het gestelde resultaat bereikt
                    kunnen worden. Ook de Centrale Raad van Beroep spreekt over
                    resultaatverplichting, bijvoorbeeld in de uitspraak van 10 december 2008².</al><al>²<extref doc="http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2008:BG6612&amp;keyword=BG6612" struct="INTERNET">CRvB 10-12-2008, LJN: BG6612</extref></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3. Aanmelding en aanvraag </vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat er een scheiding wordt aangebracht tussen een aanmelding
                    en een aanvraag. In een drietal situaties dient een gesprek voorafgegaan te
                    worden, namelijk wanneer iemand zich voor het eerst meldt voor een individuele
                    voorziening, of wanneer iemand zich niet voor het eerst meldt, maar wanneer er
                    sprake is van gewijzigde omstandigheden die een nieuw gesprek rechtvaardigen, of
                    indien ofwel belanghebbende ofwel de gemeente dat gewenst vindt. Dit
                    uitgangspunt wordt terzijde gezet als betrokkene aangeeft direct een aanvraag te
                    willen doen. Dan zal het gesprek tijdens de aanvraagprocedure plaats kunnen
                    vinden in de vorm van het noodzakelijke gemeentelijke onderzoek.</al><al>Globaal kan gesteld worden dat een aanvraag pas gedaan kan worden als op basis
                    van een gesprek een uitgebreide inventarisatie heeft plaatsgevonden en alle
                    mogelijke niet-individuele voorzieningen al zijn beoordeeld. Dat betekent dat
                    het voor de gemeente duidelijk moet zijn dat er geen andere oplossingen zijn dan
                    een individuele oplossing en dat de te bereiken resultaten en de manier waarop
                    die resultaten bereikt kunnen worden vastgelegd zijn en beoordeeld als vallend
                    onder de Wmo.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Aanmelding</vet></al><al>Artikel 4 bepaalt hoe een aanmelding gedaan kan worden. Een aanmelding leidt
                    niet tot een beschikking, dus er is geen sprake van een aanvraag die de regels
                    van de Algemene wet bestuursrecht dient te volgen. Daarom kan een aanmelding ook
                    mondeling (telefonisch of op een andere manier) worden gedaan, hetgeen niet voor
                    een formele aanvraag, zoals in hoofdstuk 4 genoemd, geldt.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Het gesprek</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het gesprek is voor iedereen die voor het eerst een beroep doet op de
                    compensatieplicht in het kader van de Wmo de logische start. Wie door eerdere
                    aanvragen en een eerder gesprek al bekend is kan wellicht de fase van het
                    gesprek overslaan. Dit zal niet altijd het geval zijn. Na een gewijzigde
                    situatie kan het van belang zijn een nieuw of een aanvullend gesprek te
                    houden.</al><al>Tijdens het gesprek wordt – geheel uitgaande van degene die aangeeft behoefte te
                    hebben aan compensatie, verder belanghebbende genoemd – een complete
                    inventarisatie gemaakt. Deze inventarisatie heeft nadrukkelijk het startpunt bij
                    de belanghebbende en kijkt naar:</al><lijst><li nr="•"><al> de beperking, het chronisch psychisch probleem of het psychosociaal
                            probleem dat basis is van de behoefte aan compensatie;</al></li><li nr="•"><al> de mogelijkheden die de belanghebbende ondanks dit probleem heeft;</al></li><li nr="•"><al> de onmogelijkheden die de belanghebbende ondervindt als gevolg van het
                            ondervonden probleem of de ondervonden problemen;</al></li><li nr="•"><al> de resultaten die belanghebbende wil bereiken op de verschillende in
                            deze verordening weergegeven terreinen;</al></li><li nr="•"><al> hetgeen belanghebbende inmiddels zelf heeft gedaan om bestaande
                            belemmeringen op te lossen;</al></li><li nr="•"><al> de mogelijkheden die belanghebbende heeft om deze resultaten via eigen
                            oplossingen, via algemene voorzieningen, via algemeen gebruikelijke
                            voorzieningen of via collectieve voorzieningen te bereiken;</al></li><li nr="•"><al> De mogelijkheden die de gemeente in principe biedt om de problemen via
                            een individuele voorziening op te lossen.</al></li></lijst><al>Het gesprek staat op zich los van een aanvraag voor een individuele voorziening
                    in het kader van prestatieveld 6 van de Wmo (artikel 1, lid 1 onder g sub 6
                    Wmo). Dit is van groot belang om te voorkomen dat er een claimgerichte invulling
                    van de Wmo plaatsvindt, welke invulling in strijd is met de doelstelling van de
                    Wmo. Dat heeft consequenties. Wanneer iemand met een claimgerichte aanvraag komt
                    en die uitsluitend claimgericht behandeld wil zien kan dit betekenen dat een
                    gemeente moeilijk maatwerk kan leveren. </al><al>Indien het gesprek door een ander gevoerd wordt dan de persoon die uiteindelijk
                    de eventuele beslissing over een individuele voorziening neemt is de overdracht
                    van alle informatie vanuit het gesprek naar de aanvraagprocedure van groot
                    belang. Omdat het op zich al van belang is dat het gesprek uitmondt in
                    volstrekte duidelijkheid over datgene wat in het gesprek is aangegeven, is er
                    voor gekozen om dit gesprek uit te laten monden in een verslag, dat voor akkoord
                    kan worden getekend, zodat het verslag indien gewenst als aanvraag gebruikt kan
                    worden indien individuele voorzieningen noodzakelijk blijken.</al><al>Bij het gesprek zal het begrippenkader van de ICF, de International
                    Classification of Functions, Disabilities and Health, uitgangspunt zijn. Ook bij
                    de formulering van de te bereiken resultaten is de ICF basis geweest. Het is de
                    wens van de wetgever geweest dat dit zou plaatsvinden<sup>3</sup><sup/>.</al><al><sup/></al><al><sup>3</sup>Toelichting amendement van het lid van Miltenburg c.s. TK 2005-2006,
                    30131 nr. 65: "Voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk biedt de International
                    Classification of Functioning, Disabilities and Health (ICF classificatie) een
                    uniform begrippenkader dat als grondslag kan dienen om de behoefte aan
                    voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen."</al><al/><al>Het gesprek zal alleen gevoerd kunnen worden door een persoon die ter plekke
                    uitstekend bekend is: kennis van alle in de regio aanwezige mogelijkheden aan
                    algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve en ook individuele voorzieningen
                    is onmisbaar voor het goed voeren van een gesprek. Na dit gesprek moet de
                    gemeente er immers van uit kunnen gaan dat alle voorliggende, door
                    belanghebbende zelfstandig aan te spreken mogelijkheden, bekeken zijn.</al><al>Mocht de gemeente nadat een aanvraag is ingediend behoefte hebben aan een
                    medisch advies of een onderzoek door een deskundige van een andere discipline,
                    dan vindt dit na het gesprek plaats. Een dergelijk onderzoek past niet in het
                    gesprek waarbij belanghebbende en zijn wensen en persoonlijke kenmerken het
                    uitgangspunt zijn en dat niet gericht is op een bepaalde individuele
                    voorziening.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al>Het gesprek wordt in principe bij de belanghebbende thuis gevoerd. Er is een
                    aantal argumenten aan te voeren waarom dit de meest geschikte plek is: het is de
                    vertrouwde omgeving van betrokkene, een professional kan zich gemakkelijker
                    aanpassen aan wisselende plaatsen dan een niet-professional, het kan relevant
                    zijn de leefomgeving van de belanghebbende te zien om de loop van het gesprek
                    beter te begrijpen, enz. Ook is het mogelijk het gesprek op het gemeentehuis te
                    houden. Dit omdat bijvoorbeeld in de thuissituatie door allerlei omstandigheden
                    (bijvoorbeeld door kleine kinderen) een gesprek niet mogelijk of uiterst
                    ingewikkeld is. Dit gesprek kan dan worden gevoerd in een spreekkamer, om de
                    privacy te waarborgen.</al><al>Verder is het mogelijk dat de belanghebbende aangeeft het gesprek liever elders
                    te voeren. Dat zou kunnen zijn bij een vertrouwenspersoon of een naast
                    familielid.</al><al/><al>Belanghebbende wordt vooraf geïnformeerd over het doel en de strekking van het
                    gesprek zodat hij zich kan voorbereiden. De informatiewordt verstrekt in de vorm
                    van een lijst met te bespreken punten.</al><al/><al>Lid 1 geeft aan dat de ICF de basis is voor het begrippenkader van het gesprek.
                    Dit wil niet zeggen dat de ICF op tafel moet komen of dat belanghebbende bekend
                    moet zijn met de ICF. Het ICF zal aan de basis liggen van de lijst met te
                    bespreken punten en de daarbij te gebruiken begrippen. Wel betekent dit dat de
                    gespreksvoerder het ICF dient te kennen. </al><al/><al>Lid 2 bepaalt dat als de aanmelding gedaan is door een mantelzorger, het gesprek
                    gevoerd zal worden met de mantelzorger en zo mogelijk ook met degene die door de
                    mantelzorger verzorgd wordt.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Het verslag.</vet></al><al>Artikel 6 bepaalt in lid 1 dat het gesprek met een verslag kan worden
                    afgesloten. Dit verslag zal niet ter plekke gemaakt worden. Het verslag kan het
                    beste zo snel mogelijk beschikbaar worden gesteld.</al><al>Belanghebbende heeft de mogelijkheid in het verslag correcties en aanvullingen
                    aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke verslag,
                    maar worden aan het oorspronkelijke verslag toegevoegd.</al><al>Als de belanghebbende het verslag ondertekent en het verslag is voorzien van
                    zijn naam, adres en een dagtekening kan het verslag dienen als basis voor een
                    individuele aanvraag, als dat (mede) de uitkomst is van het gesprek.</al><al/><al>Daarbij dient men zich te realiseren dat het gesprek gevoerd wordt vanuit de
                    belanghebbende en zijn behoeften en persoonlijke kenmerken. Van het verslag kan
                    dan ook niet verwacht worden dat het een objectieve weergave van de situatie van
                    betrokkene weergeeft: het zal duidelijk subjectieve aspecten bevatten. Deze
                    subjectieve aspecten zullen als zodanig herkenbaar moeten zijn. Bestaat er
                    uiteindelijk behoefte aan een objectieve onderbouwing, dan zal dat na de
                    aanvraag plaats moeten hebben.</al><al/><al>Lid 2 bepaalt dat het mogelijk is, indien daar aanleiding toe bestaat, met het
                    verslag van het gesprek een formele aanvraag bij de gemeente in te dienen. Met
                    die aanvraag wordt een formele procedure ingezet die gebonden is aan de regels
                    van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het een ander traject is met een ander
                    regime en een andere sfeer is de aanvraag in een nieuw hoofdstuk opgenomen.</al><al/><al><vet><cursief>Hoofdstuk 4. De aanvraag van een individuele voorziening
                        </cursief></vet></al><al><vet>Artikel 7. De aanvraag</vet></al><al/><al>In lid 1 is geregeld dat een aanvraag van een individuele voorziening altijd
                    schriftelijk moet worden gedaan, waarbij elektronisch een vorm van schriftelijk
                    is. Dit is een verplichting op grond van artikel 4:1 van de Algemene wet
                    bestuursrecht dat bepaalt dat, tenzij bij wettelijk voorschrift anders bepaald,
                    een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk moet worden
                    ingediend.</al><al/><al>Lid 2 bepaalt dat, als er een gesprek is gevoerd waarvan een verslag is gemaakt
                    dat is ondertekend, dit ondertekende verslag van het gesprek als basis voor een
                    aanvraag beschouwd kan worden.</al><al/><al><vet><cursief>Hoofdstuk 5. Beoordeling van de te bereiken
                        resultaten</cursief></vet></al><al>Hoofdstuk 5 van de verordening heeft een speciale opbouw. In paragraaf 1 worden
                    de algemene regels die voor alle 8 te bereiken resultaten gelden, opgesomd. Het
                    betreft dan met name het maken van een afweging. Zeker als de te verstrekken
                    voorziening niet (precies) datgene is wat betrokkene wenst, is dit van groot
                    belang: het gaat immers om het te bereiken resultaat en het college zal dan aan
                    moeten kunnen geven waarom dit toch als maatwerk kan gelden.</al><al>In paragraaf 2 wordt dan per te bereiken resultaat besproken wat de globale
                    kaders zijn.</al><al>Er is bewust gekozen voor het niet noemen van de voorzieningen die mogelijk
                    zijn. Allereerst laat de wet deze mogelijkheid toe.</al><al>Vervolgens is het principe van het gesprek en de daaropvolgende aanvraag zodanig
                    dat niet van meet af aan een bepaalde voorziening centraal in de procedure moet
                    staan maar het te bereiken resultaat en hoe dat mogelijk is. Focussen op een
                    bepaalde voorziening kan de aandacht daarvan zodanig afleiden dat de verkeerde
                    voorziening wordt toegekend.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al><vet>Artikel 8. Het maken van een afweging</vet></al><al>In lid 1 van artikel 8 is vastgelegd dat het college het verslag van het gesprek
                    als uitgangspunt neemt bij de beoordeling van de vraag welke voorzieningen
                    getroffen moeten worden. Daarbij gaat het college uit van de persoonskenmerken
                    en behoeften van de aanvrager, zoals artikel 4 van de wet voorschrijft. "Uitgaan
                    van" betekent dat het college die persoonskenmerken en behoeften als vertrekpunt
                    van het onderzoek en de afweging neemt. Bij het onderzoek zal gekeken worden
                    naar wat nodig is, wat mogelijk is en hoe maatwerk ten aanzien van de te
                    bereiken resultaten mogelijk is. Het college kijkt daarbij ook naar de
                    mogelijkheden van belanghebbende om het resultaat zelf te bereiken, bijvoorbeeld
                    met een bepaald hulpmiddel.</al><al/><al>Lid 2 bepaalt dat alle voorliggende voorzieningen die voor betrokkene
                    beschikbaar en in praktijk ook daadwerkelijk bruikbaar zijn, eerst beoordeeld
                    dienen te worden. Dat wil zeggen dat allereerst bekeken moet worden of via deze,
                    in de maatschappij logischerwijs voorhanden voorzieningen, de te bereiken
                    resultaten ook daadwerkelijk bereikt kunnen worden. Dat kan nodig zijn omdat men
                    niet weet welke voorzieningen er normaal voorhanden zijn. Als deze voorzieningen
                    toch niet leiden tot het te bereiken resultaat zal naar andere oplossingen
                    gezocht moeten worden en komen individuele voorzieningen ter beoordeling in
                    perspectief.</al><al>Als er geen gesprek heeft plaatsgevonden zal dit na de aanvraag gebeuren. Dus
                    met of zonder gesprek: er wordt in alle gevallen eerst beoordeeld welke
                    voorliggende voorzieningen een oplossing zouden kunnen bieden om het te bereiken
                    resultaat daadwerkelijk te bereiken.</al><al/><al><vet>Paragraaf 2. De te bereiken resultaten</vet></al><al><vet>Artikel 9. Een schoon en leefbaar huis. </vet></al><al>In lid 1 van artikel 9 wordt geschetst wat het te bereiken resultaat is ten
                    aanzien van een schoon en leefbaar huis. </al><al>Dit resultaat houdt in dat iedereen moet kunnen wonen in een huis dat schoon is
                    volgens de normen zoals die tot nu toe zijn gehanteerd. Wat betreft de vraag wat
                    onder schoon verstaan moet worden zijn normen geformuleerd in de beleidsregels.
                    Die normen zijn ontleend aan gangbare ideeën die bestaan in de maatschappij. Er
                    zijn ook beperkingen ten aanzien van de omvang van de woning, zoals het aantal
                    kamers, de oppervlakte van de kamers, waarbij uitgangspunt is de omvang van een
                    woning binnen de sociale woningbouw. Dit uitgangspunt is niet star: er zijn
                    altijd mogelijkheden bij te stellen naar boven of naar beneden. Maar een
                    aanvrager kan met een (sterk) afwijkende vraag ten aanzien van het onderdeel
                    omvang sociale woningbouw geen compensatie afdwingen voor het meerdere boven het
                    niveau sociale woningbouw. Dit zal in de beleidsregels nader worden
                    uitgewerkt.</al><al>Onder de ruimten die onder dit principe vallen zijn te rekenen: een woonkamer,
                    de aanwezige en gebruikte slaapkamers, de keuken en de sanitaire ruimten. Ook
                    een eventuele berging die daadwerkelijk in gebruik is, zal meegenomen worden. </al><al/><al>In lid 2 van artikel 9 wordt geschetst welke individuele voorzieningen
                    beschikbaar gesteld kunnen worden om het resultaat schoon en leefbaar huis te
                    bereiken. Dat gaat allereerst via licht en zwaar huishoudelijk werk, d.w.z. om
                    het droog en nat schoon en stofvrij maken en houden van de woning. Het aantal
                    benodigde uren voor deze activiteit zal bepaald worden via een normenschema dat
                    is opgesteld in samenwerking met de aanbieders van HH en in de jurisprudentie
                    van de Centrale Raad van Beroep is geaccepteerd als een redelijk uitgangspunt
                    voor de bepaling van de omvang van de hulp. Overigens kunnen ook andere
                    normenschema’s ontwikkeld worden, bijvoorbeeld door schoonmaakbedrijven. Hierbij
                    zal het te bereiken resultaat altijd centraal dienen te staan.</al><al/><al>Lid 3 van artikel 9 gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. </al><al>Er wordt rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid vanaf 18 jaar.
                    Wanneer die in staat zijn huishoudelijke werkzaamheden die onder de
                    compensatieplicht vallen over te nemen zal allereerst gekeken moeten worden of
                    dit in het kader van gebruikelijke zorg voorliggend is. Alle huisgenoten vanaf
                    18 jaar zijn met elkaar verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat
                    betekent dat wanneer één van de huisgenoten die het huishoudelijk werk doet,
                    uitvalt, via een herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten
                    overnemen. Alleen als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met enige
                    regelmaat langdurig afwezig zijn zal er plicht tot compensatie bestaan. Ook
                    aanwezige personen jonger dan 18 jaar, zoals thuiswonende kinderen, worden
                    geacht hun bijdrage aan het huishouden te leveren door hun kamer bij te houden
                    en hand- en spandiensten te verrichten.</al><al>Compensatieplicht bestaat er uiteraard ook als de huisgenoot zelf ook niet in
                    staat is het huishoudelijk werk te verrichten. Hiertoe zal onderzoek gedaan
                    moeten worden om dit vast te stellen.</al><al>Niet gewend zijn huishoudelijk werk te verrichten is geen reden tot compensatie.
                    Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van huisgenoten,
                    waaronder begrepen de kinderen, kan compensatieplicht betekenen. Door onderzoek
                    zal deze overbelasting vastgesteld moeten worden.</al><al/><al>Lid 4 bepaalt dat indien er sprake is van gebruikelijke zorg en er geen reden is
                    om aan te nemen dat deze gebruikelijke zorg niet uitgevoerd kan worden, er in
                    principe geen individuele voorziening toegekend zal kunnen worden. Omdat het om
                    maatwerk gaat, zal ook hiernaar nauwkeurig onderzoek gedaan moeten worden.
                    Hetzelfde geldt voor de in artikel 8 lid 2 gestelde uitzondering voor
                    voorliggende en andere voorzieningen die gewoon in de maatschappij beschikbaar
                    zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Wonen in een geschikt huis</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Als het gaat om het wonen in een geschikte woning hebben we het over de
                    woonvoorzieningen, zowel bouwkundig als niet-bouwkundig. Uitgangspunt is daarbij
                    dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. Het is niet zo dat
                    een gemeente voor een woning moet zorgen: dat is een eigen verantwoordelijkheid
                    van de aanvrager. De gemeente kan wel ondersteunen of bemiddelen bij het zoeken
                    naar een (geschikte) woning. Daarbij is uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt
                    naar een voor hem op dat moment meest geschikte beschikbare woning, uiteraard
                    passend bij het bestedingspatroon.</al><al>Heeft iemand een woning, dan zal de compensatieplicht betekenen dat eventuele
                    problemen met het normale gebruik van de woning opgelost worden. Daarbij kan
                    veelal gekozen worden uit meerdere mogelijke oplossingen.</al><al>Ook nu gaat het weer om woningen op het niveau sociale woningbouw. De ruimten
                    zijn dan ook weer in ieder geval de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en
                    sanitaire ruimten. Er kan altijd afgeweken worden naar boven of beneden, maar
                    omvangrijke woningen en zeer grote ruimten zullen niet als uitgangspunt voor
                    compensatie gelden.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om een geschikte woning is er een reeks aan mogelijke wijzen van
                    compensatie. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook kan het
                    mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is, of een
                    woning die gemakkelijker geschikt te maken is. In die situatie zal een afweging
                    moeten worden gemaakt van de diverse mogelijkheden. Uitgangspunt daarbij zijn de
                    behoeften van de aanvrager. Maar aan de andere kant is er ook de noodzaak tot
                    een doelmatige besteding van gemeenschapsgelden, waardoor zo veel mogelijk
                    aanvragers gecompenseerd kunnen worden met de beschikbare middelen. Door hier
                    gericht beleid op te maken kan het college sturen in de mogelijkheden. De
                    verschillende regels die gelden bij het maken van afwegingen zijn in de
                    beleidsregels opgenomen.</al><al>Ten aanzien van de vraag of er aangepast dient te worden of dat het plaatsen van
                    een herplaatsbare woonunit ook een oplossing kan zijn, spelen afwegingen over
                    afschrijving van de voorziening en over de vraag of de voorziening later
                    hergebruikt kan worden een belangrijke rol. Gestreefd wordt om aanpassingen die
                    bestaan uit een aanbouw alleen dan te realiseren als vastgelegd kan worden dat
                    deze aanpassing tijdens de gehele looptijd beschikbaar kan blijven voor een
                    gehandicapte. Dit zal over het algemeen uitsluitend te realiseren zijn bij
                    huurwoningen van sociaal verhuurders. In andere situaties zal indien mogelijk
                    gekozen worden voor het plaatsen van een losse woonunit.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Verhuizing naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken
                    woning kan een snelle(re) oplossing bieden dan het aanpassen van een woning.
                    Bovendien kan een woning zich niet lenen voor aanpassing. Dat kan betekenen dat
                    er eerst naar alternatieven gekeken zal moeten worden. Daarbij zal zo mogelijk
                    rekening gehouden worden met de behoeften van de aanvrager. Dat wil zeggen dat
                    in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich verhouden tot de (met
                    name financiële) belangen van de gemeente.</al><al/><al>Lid 4.</al><al>Als er voorliggende voorzieningen zijn of alternatieve voorzieningen die
                    goedkoper zijn, zal eerst beoordeeld worden of het hanteren hiervan nog leidt
                    tot maatwerk, zodat via deze voorzieningen het resultaat bereikt zou kunnen
                    worden.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire
                    levensbehoeften</vet></al><al>Lid 1 van artikel 11 beschrijft wat verstaan wordt onder het beschikken over
                    goederen voor primaire levensbehoeften. Het kunnen beschikken over goederen voor
                    primaire levensbehoeften betekent dat de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel
                    beschikbaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor toiletartikelen en
                    schoonmaakmiddelen. Deze dagelijkse benodigdheden kunnen op vele manieren in
                    huis komen. Compensatie houdt niet per definitie in dat de aanvrager zelf de
                    boodschappen moet kunnen doen. Er zal in redelijkheid gezocht worden naar een
                    oplossing waarmee het resultaat bereikt wordt. Te denken valt aan een
                    boodschappenservice, waarbij wel opgelet wordt dat de supermarkt qua prijsniveau
                    past bij het bestedingspatroon van de aanvrager.</al><al>Het gaat niet alleen om de ingrediënten maar ook om de maaltijden zelf.
                    Compensatie betekent dat de aanvrager beschikt over de verschillende maaltijden
                    door de dag heen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met medische
                    geïndiceerde diëten en kan rekening worden gehouden met de wensen van de
                    aanvrager. Het te bereiken doel kan behaald worden via een maaltijdservice, via
                    het gebruik maken van gezamenlijke maaltijden of via het – met behulp van een
                    vrijwilliger of anderszins – zelf bereiden van maaltijden. Ook kan het bereiden
                    van maaltijden worden overgenomen.</al><al/><al>Lid 2 van artikel 11 stelt welke hulpmiddelen gekozen kunnen worden om dit
                    resultaat te bereiken. Boodschappen kunnen op verschillende manieren gedaan
                    worden. Er kan gebruik gemaakt worden van beschikbare diensten, zoals een
                    boodschappenservice. Bij afwezigheid van dergelijke diensten, of indien de
                    kosten van de dienst, zowel wat betreft producten als wat betreft extra
                    bezorgkosten, dat rechtvaardigen, kan gekozen worden voor het inzetten van hulp
                    om de boodschappen te doen. Daarbij zal goedkoopst-compenserend leidraad zijn,
                    zodat het doen van boodschappen niet perse door de aanvrager zelf met hulp hoeft
                    te worden gedaan. Ook hier is het te bereiken resultaat van belang en is de
                    manier waarop daaraan ondergeschikt.</al><al/><al>Lid 3 bepaalt dat een bruikbare boodschappenservice of bruikbare
                    maaltijdvoorziening die leidt tot het te bereiken resultaat voorliggend is op
                    eventueel individuele voorzieningen. Om te bepalen of een boodschappenservice of
                    maaltijdvoorziening bruikbaar is, zal gekeken moeten worden naar onder andere
                    gezinssamenstelling en concrete beschikbaarheid. Als een voorliggende
                    voorziening niet beschikbaar is, kan daar uiteraard geen gebruik van worden
                    gemaakt. Ook indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                    beschikbaar en in staat zijn om werkzaamheden over te nemen is dit voorliggend
                    op eventueel individuele voorzieningen.</al><al/><al>Lid 4 bepaalt dat indien de in het vorige lid genoemde mogelijkheden aanwezig
                    zijn waarmee het resultaat bereikt kan worden, er geen ruimte bestaat voor een
                    individuele voorziening.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding
                    </vet></al><al>Lid 1 </al><al>Gemeenten dienen aanvragers in staat te stellen te beschikken over schone,
                    draagbare en doelmatige kleiding. Dit onderdeel is beperkt tot het verzorgen van
                    kleding die iemand in zijn bezit heeft. Begeleiding bij het kopen van kleding
                    valt niet onder afdwingbare compensatie, maar als daar behoefte aan bestaat, kan
                    de gemeente wel bemiddelen bij het regelen dat er geschikte en passende kleding
                    wordt gekocht, bijvoorbeeld met inschakeling van vrijwilligers. De wijze waarop
                    deze ondersteuning wordt geboden, is afhankelijk van de gezamenlijk door
                    aanvrager en gemeente te kiezen oplossing.</al><al>Als mobiliteit het probleem is, kan gedacht worden aan een vervoersvoorziening
                    om dat probleem op te lossen. Als er hulp bij het huishouden aanwezig is, zou
                    dit de oplossing kunnen bieden. Dat hoeft niet perse via het samen kopen van
                    kleding: het is ook mogelijk met behulp van anderen kleding aan te schaffen. Wat
                    doelmatige kleding precies is zal per situatie verschillen. Het moge duidelijk
                    zijn dat het gaat om dagelijkse kleding en niet om exceptionele kleding zoals
                    bijvoorbeeld speciale gelegenheidskleding.</al><al/><al>Lid 2 </al><al>Schone, draagbare en doelmatige kleding betekent dat er gewassen, gestreken en
                    eventueel gerepareerd moet kunnen worden, alles voor zover de aanvrager daartoe
                    niet in staat is. Het wassen zal veelal gebeuren met de algemeen gebruikelijke
                    wasmachine. Ook het drogen van de was vindt indien mogelijk plaats op moderne
                    wijzen van drogen: de wasdroger. Voor zover het noodzakelijk is kleding te
                    strijken kan dit ook onder te compenseren problemen vallen. Daarbij is weer
                    uitgangspunt wat in de maatschappij algemeen gangbaar is.</al><al/><al>Lid 3 en 4.</al><al>Als er voorliggende voorzieningen zijn, die tot het te bereiken resultaat kunnen
                    leiden, zal geen ruimte bestaan voor individuele voorzieningen. Hierbij wordt
                    uiteraard gekeken of er wel sprake is van maatwerk. Ook indien de belanghebbende
                    een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn om werkzaamheden
                    over te nemen is dit voorliggend op eventueel individuele voorzieningen.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                        behoren</vet></al><al>Lid 1 spreekt over de dagelijkse zorg van kinderen die tot het gezin behoren.
                    Dit kan onder de compensatieplicht behoren als een ouder met beperkingen dat
                    zelf niet kan. Compensatie is dan bedoeld als ondersteuning. Het zal nooit gaan
                    om volledige overname. In die situatie zullen andere oplossingen gezocht moeten
                    worden. Te denken valt aan voorliggende voorzieningen zoals kinderopvang.</al><al>Het ondersteunen bij de opvoeding in een ontregeld gezin valt onder de Wet op de
                    jeugdzorg en intensieve zorg voor gehandicapte kinderen, die de gebruikelijke
                    zorg overstijgt, valt onder de AWBZ.</al><al/><al>Lid 2 biedt de mogelijke oplossingen. Het verzorgen van kinderen die tot het
                    gezin behoren zal veelal van kortere duur zijn. De compensatie van het niet zelf
                    verzorgen (en opvoeden) van tot het gezin behorende kinderen zal bij een langere
                    duur opgelost kunnen worden via voorliggende voorzieningen. Soms zal tijdelijke
                    compensatie van belang zijn om de ouder(s) de gelegenheid te geven een
                    definitieve oplossing te zoeken. Voorliggende voorzieningen spelen dan een grote
                    rol. Te denken valt aan kinderopvang, gastouders, oppasgrootouders enz. </al><al/><al>Lid 3 bepaalt dat wanneer er een of meer huisgenoten beschikbaar en in staat
                    zijn om de dagelijkse verzorging voor de in het gezin aanwezige kinderen over te
                    nemen dit eerst in het kader van de gebruikelijke zorg beoordeeld wordt.
                    Hiervoor geldt dezelfde uitleg als de uitleg in artikel 9 lid 3 van deze
                    toelichting.</al><al/><al>Lid 4 en 5.</al><al>Voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden
                    die in de individuele situatie van de aanvrager kunnen leiden tot het te
                    bereiken resultaat kunnen het verstrekken van een individuele voorziening
                    onnodig maken. Er zal dus altijd eerst beoordeeld moeten worden of er sprake is
                    van dit soort oplossingsmogelijkheden.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning </vet></al><al>Lid 1. Het te bereiken resultaat betekent dat de aanvrager zich in, om en nabij
                    zijn woning moet kunnen verplaatsen. Daarbij dient gedacht te worden aan het
                    verplaatsen in het kader van het wonen, waarbij de woning bij alle
                    verplaatsingen centraal staat. Alle andere verplaatsingen, die verder gaan dan
                    de woning (zoals het gaan posten van een brief, het op bezoek gaan bij een
                    buurman of het maken van een ommetje) horen bij het volgende te bereiken
                    resultaat: zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Bij verplaatsen in en om
                    de woning horen wel de verplaatsing naar een centrale hal in een flat, waar
                    veelal de brievenbussen zijn, of het gebruik van een balkon of het gebruik van
                    de tuin. Wat de tuin betreft moet het mogelijk zijn in die tuin te komen, de
                    inrichting van de tuin is een eigen verantwoordelijkheid.</al><al>In de woning moeten de normale woonruimten bereikt kunnen worden. Te denken valt
                    aan de woonkamer, de keuken, het slaapvertrek, of mogelijk de slaapvertrekken,
                    het toilet en de douche. Als er een berging is, moet ook de berging bereikt
                    kunnen worden, als belanghebbende deze daadwerkelijk gebruikt.</al><al>In principe zullen zolders zonder stahoogte, veelal bereikbaar zonder vaste
                    trap, bijvoorbeeld een vlizotrap, niet onder de compensatieplicht vallen.</al><al>Het doel is dat men zich in die ruimten zodanig kan verplaatsen en zich daardoor
                    zodanig kan redden dat normaal functioneren mogelijk is. Om dit resultaat te
                    bereiken wordt compensatie geboden in de vorm van hulpmiddelen. Een voorbeeld is
                    een rolstoel voor verplaatsingen door de ruimte. Ook een tillift zou gezien
                    kunnen worden als een dergelijk middel. Doordat een belangrijk deel van de
                    tilliften met het plafond gerekend worden tot de voorzieningen waardoor in een
                    geschikte woning gewoond kan worden, wordt de tillift verder beschouwd als een
                    voorziening die daar onder valt.</al><al>De hulpmiddelen die het te bereiken resultaat kunnen bevorderen kunnen nieuw of
                    gebruikt zijn. Het is niet zo dat de compensatieplicht betekent dat iemand een
                    nieuwe voorziening moet ontvangen, de compensatieplicht betekent dat iemand met
                    de verstrekking het te bereiken resultaat moet kunnen bereiken.</al><al>Het kunnen verplaatsen in de woning zou kunnen betekenen dat er twee
                    voorzieningen verstrekt worden. Wanneer iemand een transfer kan maken, maar
                    overigens aangewezen is op een rolstoel, zou gekozen kunnen worden voor een
                    stoeltjeslift in combinatie met een rolstoel beneden en een rolstoel boven,
                    waardoor iemand in staat zal zijn om zich in de gehele woning te verplaatsen. In
                    deze situatie kunnen naast een traplift ook andere voorzieningen nodig zijn om
                    de woning rolstoeldoorgankelijk te maken.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>In principe zal een hulpmiddel voor verplaatsing in, om en nabij het huis (onder
                    de Wmo valt in veel gevallen de rolstoel) verstrekt worden als men een
                    dergelijke voorziening voor dagelijks zittend gebruik nodig heeft. Aan een
                    dergelijke noodzaak gaat vaak een periode vooraf waarin gebruik wordt gemaakt
                    van andere hulpmiddelen, (ooit) verstrekt op basis van de Zorgverzekeringswet of
                    AWBZ of zelf aangeschaft. </al><al>Het is wellicht in incidentele situaties noodzakelijk om een rolstoel voor
                    incidenteel gebruik te verstrekken. Het zal hierbij gaan om uitzonderingen:
                    uitgangspunt is dat een rolstoel alleen verstrekt wordt indien die noodzakelijk
                    is voor het verplaatsen in, om en nabij de woning.</al><al/><al>Lid 3 en 4.</al><al>Een rolstoelpool zou kunnen leiden tot een adequate oplossing voor het probleem
                    van het verplaatsen op andere plaatsen dan rond de woning. Daarom zal een
                    rolstoelpool een oplossing kunnen bieden voor diegenen die behoefte hebben aan
                    een oplossing voor incidenteel gebruik waarbij het gebruik niet in en om de
                    woning plaatsvindt.</al><al>Als daar sprake van kan zijn zal geen individuele voorziening worden
                    verstrekt.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. </vet></al><al>Lid 1.</al><al>Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel is het te bereiken
                    resultaat dat de aanvrager zich met een of ander vervoermiddel binnen zijn eigen
                    woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebied kan verplaatsen.</al><al>Die verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. Dat
                    zijn alle verplaatsingen die niet uitsluitend te maken hebben met verplaatsingen
                    in het kader van een betaalde baan. Heeft men voor dat soort verplaatsingen een
                    aparte voorziening nodig, die verder gaat dan de normale voorziening voor het
                    verplaatsen in het kader van het leven van alledag, dan zal deze voorziening
                    niet onder de compensatieplicht vallen maar vergoed dienen te worden vanuit de
                    voorzieningen ten behoeve van werken: zoals de Wia.</al><al>Maar het enkele feit dat je met de voorziening die je nodig hebt in het kader
                    van het leven van alledag, ook naar je werk kunt, ontslaat de gemeente niet van
                    de compensatieplicht. Ook niet- gehandicapten gebruiken hun auto vaak voor het
                    reguliere woon-werkverkeer of voor het vervoer in het kader van werk (waarvoor
                    zij dan een vergoeding ontvangen van de werkgever). </al><al/><al>Lid 2.</al><al>De individuele voorzieningen die verstrekt worden om als resultaat te bereiken
                    dat men zich met een of ander vervoermiddel in de woonplaats en directe omgeving
                    kan verplaatsen betreffen een breed scala van verplaatsingen. Uitgesloten zijn
                    verplaatsingen die met een speciaal middel gemaakt moeten worden in verband met
                    betaalde arbeid. Verder zijn ook vakanties en ander verblijf buiten het gebied
                    zoals omschreven met woonplaats en omgeving uitgesloten.</al><al>Voor dit soort verplaatsingen wordt door het Ministerie van VWS Valys
                    beschikbaar gesteld. Valys is aanvullend op de door de Wmo te compenseren
                    voorzieningen en valt buiten de verantwoordelijkheid van het college van
                    burgemeester en wethouders. Valys regelt het vervoer wanneer de pashouder een
                    vervoersbehoefte heeft die verder reikt dan 5 OV-zones vanaf het woonadres van
                    de pashouder of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand van meer dan
                    5 OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder. De gemeente is verantwoordelijk
                    voor de vervoersbehoefte van de pashouder tot en met vijf OV-zones vanaf diens
                    woonadres of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand tot en met 5
                    OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder. </al><al/><al>Binnen dit resultaat gaat het wel om verplaatsingen die nodig zijn voor het doen
                    van boodschappen (zodat ook op deze wijze het resultaat van het kunnen
                    beschikken over de eerste levensbehoeften wordt bereikt), om op bezoek te gaan,
                    om naar artsen, paramedici, specialisten te gaan en voor ziekenhuisonderzoek,
                    voor zover het zogenaamde zittend ziekenvervoer daar geen oplossing voor biedt.
                    Ook het vervoer om in de natuur te zijn, al dan niet met familie of vrienden, of
                    het vervoer om een kerk, een sporthal, of een museum te bezoeken valt onder de
                    compensatieplicht.</al><al>De omvang van de te bieden compensatie zal over het algemeen liggen tussen 1500
                    en 2000 kilometer per jaar. Het kan voorkomen dat er een grotere
                    vervoersbehoefte bestaat. Van belang is allereerst vast te stellen of dat een
                    realistische vervoersbehoefte is, gezien de medische, maar ook gezien de
                    financiële situatie van de aanvrager. Immers, met een laag inkomen kan men wel
                    de wens hebben veel verplaatsingen te maken, maar omdat voor iedere Nederlander
                    verplaatsen een prijskaartje heeft zal dat ook voor mensen met een handicap
                    gelden. Daarbij is het van belang vast te stellen of de vervoersbehoefte hiermee
                    spoort.</al><al/><al>Lid 3 en 4.</al><al>Ook bij de vervoersvoorzieningen kan een scootermobielpool een oplossing bieden
                    voor personen met een beperkte vervoersbehoefte op de korte afstand. Datzelfde
                    geldt voor het zogenaamde vraagafhankelijke vervoer van deur tot deur. Om
                    hierbij te komen tot maatwerk zal de vervoersbehoefte van de aanvrager
                    uitgangspunt zijn van de beoordeling welke voorziening nodig is om het te
                    bereiken resultaat te bereiken. Voorliggende voorzieningen kunnen individuele
                    voorzieningen voorkomen.</al><al/><al><vet>Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel
                        te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.
                    </vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben
                    met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                    activiteiten bestaat uit het kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het
                    deelnemen aan gewenste activiteiten. Daarbij kan gedacht worden aan
                    familiebezoek, aan het bezoeken van bijeenkomsten of het bezoeken van
                    kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het volgen van
                    cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen invullen.
                    Voorwaarden hiervoor zijn bijvoorbeeld het zich kunnen verplaatsen naar deze
                    bestemmingen. Daarvoor zal artikel 15 over het algemeen een voldoende oplossing
                    kunnen bieden.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Als vervoer voldoende in staat stelt aan activiteiten deel te nemen dan kan via
                    artikel 15 het vervoersprobleem opgelost worden. Voorzieningen voor
                    sportbehoeften kunnen worden verstrekt.</al><al/><al>Lid 3 en 4.</al><al>Als sprake is van voorliggende voorzieningen, die het probleem op kunnen lossen,
                    zal er geen ruimte meer zijn voor individuele voorzieningen.</al><al/><al><vet><cursief>Hoofdstuk 6. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget
                            en als financiële tegemoetkoming. eigen bijdrage en eigen
                            aandeel</cursief></vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1. Verstrekking van voorzieningen</vet></al><al><vet>Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen</vet></al><al>In dit artikel wordt behandeld in welke vormen voorzieningen verstrekt kunnen
                    worden. De mogelijkheden van een voorziening in natura of een persoonsgebonden
                    budget zijn voorgeschreven in artikel 6 van de wet. De financiële
                    tegemoetkomingen kunnen niet ontbreken omdat artikel 7 lid 2 van de wet spreekt
                    over een “financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische
                    ingreep in of aan de woonruimte”.</al><al/><al><vet>Paragraaf 2. Verstrekking in natura </vet></al><al><vet>Artikel 18. Inhoud beschikking</vet></al><al>Dit artikel bepaalt in lid 1 welke aspecten bij het verstrekken van een
                    voorziening in natura in de beschikking vastgelegd moeten worden.</al><al>Het gaat er daarbij allereerst om welke voorzieningen aan de orde zijn en in
                    relatie tot welke te bereiken resultaten deze staan. Vervolgens wordt aangegeven
                    wat de duur van de voorziening is: voor hoe lang wordt iets toegekend of hoe
                    lang moet men in principe de bepaalde voorziening kunnen gebruiken om het
                    resultaat te bereiken. Vervolgens is van belang te vermelden op welke wijze de
                    voorziening in natura verstrekt wordt. Als er sprake is van een overeenkomst
                    wordt deze overeenkomst vermeld.</al><al>Ook andere aspecten, speciaal aspecten die voor deze ene verstrekking gelden,
                    dienen in de beschikking opgenomen te worden.</al><al/><al>Lid 2 geeft aan dat als een eigen bijdrage gevraagd wordt, dit in de beschikking
                    komt te staan. Dit betreft alleen het gegeven dat een eigen bijdrage gevraagd
                    wordt. Hoe hoog de eigen bijdrage is zal door het CAK bepaald worden en door het
                    CAK bij afzonderlijke beschikking worden opgelegd.</al><al/><al><vet>Paragraaf 3. Verstrekking als persoonsgebonden budget </vet></al><al><vet>Artikel 19. Overwegende bezwaren</vet></al><al>Artikel 19 bepaalt dat die situaties waarin geen persoonsgebonden budget
                    (pgb)verstrekt wordt, ook al is dat aangevraagd, omdat zij vallen onder de
                    formulering van artikel 6 Wmo: “ overwegende bezwaren” door het college
                    opgenomen moeten worden in het Gemeentelijk besluit maatschappelijke
                    ondersteuning. Dit omdat het aantal situaties nog zeer beperkt is maar in de
                    loop der jaren meer situaties zullen ontstaan waarin tegen het verstrekken van
                    een pgb overwegende bezwaren bestaan. Dit kan zijn als vast staat dat
                    belanghebbende niet in staat is de gelden te beheren. Ook kan dit een situatie
                    zijn waarin het gaat om zeer kortdurende hulp bij het huishouden en het
                    verstrekken van een persoonsgebonden budget niet praktisch uitvoerbaar is. Dit
                    moet onderbouwd kunnen worden en uitzonderingen moeten mogelijk zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 20. Inhoud beschikking</vet></al><al>Lid 1 van artikel 20 bepaalt wat er bij het verstrekken van een persoonsgebonden
                    budget vastgelegd moet worden in de beschikking. Het gaat daarbij allereerst om
                    de formulering van het te bereiken resultaat zodat helder is waarvoor het
                    persoonsgebonden budget gebruikt moet worden. Dat kan beperkt zijn, zoals het
                    bezoeken van familie, vrienden en kennissen en het doen van boodschappen met een
                    scootermobiel, maar ook een meer algemeen geformuleerd resultaat, zoals het
                    maken van alle noodzakelijke verplaatsingen in de naaste woon- en
                    leefomgeving.</al><al>Als er een programma van eisen wordt verstrekt (waar is het geld voor bedoeld,
                    aan welke eisen moet voldaan zijn) wordt dat ook in de beschikking vastgelegd
                    onder bijvoeging van het programma van eisen.</al><al>Vervolgens kan in de beschikking worden vastgelegd wat de omvang van het
                    persoonsgebonden budget is, welk bedrag men ontvangt, met vermelding hoe dat
                    bedrag tot stand is gekomen. Tot slot moet voor wat betreft de verantwoording
                    ook in de beschikking worden vastgelegd wat van degene tot wie de beschikking is
                    gericht in dit opzicht wordt verwacht.</al><al/><al>Lid 2 van dit artikel bepaalt dat bij het heffen van een eigen bijdrage dit in
                    de beschikking vermeld moet worden, waarbij meegenomen kan worden dat het CAK de
                    hoogte van de eigen bijdrage vaststelt en per beschikking op zal leggen.</al><al/><al><vet>Paragraaf 4. Verstrekking van een financiële tegemoetkoming </vet></al><al><vet>Artikel 21. Inhoud beschikking </vet></al><al>Lid 1 bepaalt ten aanzien van de financiële tegemoetkoming wat in de beschikking
                    vermeld wordt. Het gaat hier allereerst om de vermelding van het te bereiken
                    resultaat waarvoor de financiële tegemoetkoming gebruikt dient te worden.
                    Daarnaast moet vermeld worden voor welke duur, voor welke periode de financiële
                    tegemoetkoming verstrekt wordt en tenslotte dient hier vermeld te worden of er
                    een overeenkomst van toepassing is op deze verstrekking. Uiteraard moet ook de
                    hoogte van de financiële tegemoetkoming vermeld worden.</al><al/><al>Lid 2.</al><al>Bij het verstrekken van een financiële tegemoetkoming bestaat de mogelijkheid
                    een eigen aandeel te vragen. Indien dit van toepassing is dient dit in de
                    beschikking vermeld te worden. De berekening van het eigen aandeel kan, in
                    tegenstelling tot de eigen bijdrage, door het college plaatsvinden. In de wet is
                    alleen voor de eigen bijdrage geregeld dat dit verplicht door het CAK dient te
                    gebeuren. Als een college zelf het eigen aandeel berekent dient er zorg voor te
                    worden gedragen dat de regels rond de cumulatie van eigen bijdragen in acht
                    worden genomen. Met name als al een eigen bijdrage AWBZ wordt betaald zal
                    herberekening (en wel wat de eigen bijdrage AWBZ betreft door het CAK) plaats
                    moeten vinden, aangezien een eigen aandeel op basis van de Wmo voor gaat op een
                    eigen bijdrage in het kader van de AWBZ.</al><al/><al><vet>Paragraaf 5. Eigen bijdrage en eigen aandeel </vet></al><al><vet>Artikel 22. Eigen bijdragen en eigen aandeel</vet></al><al>Artikel 15 van de wet biedt gemeenten de mogelijkheid om bij verstrekking van
                    voorzieningen in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget een eigen
                    bijdrage te vragen. Artikel 19 van de wet biedt de mogelijkheid om de hoogte van
                    financiële tegemoetkomingen af te stemmen op het inkomen van degene aan wie
                    maatschappelijke ondersteuning wordt verleend: het zogeheten eigen aandeel. In
                    dit artikel stelt de raad vast dat de wijze waarop dit wordt uitgevoerd, door
                    het college in het Besluit wordt vastgelegd. Uiteraard worden de grenzen van het
                    (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning in acht genomen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en
                        besluitvorming, intrekking en terugvordering </vet></al><al><vet>Artikel 23. Beslistermijn.</vet></al><al>De Algemene wet bestuursrecht regelt dat, als bij wettelijk voorschrift niet
                    anders is bepaald, een besluit genomen dient te worden binnen een redelijke
                    termijn. Die redelijke termijn is 8 weken. De Wmo bepaalt niets over
                    beslistermijnen. Het college heeft de mogelijkheid om afwijkende termijnen vast
                    te stellen. Hoewel het van belang is zo min mogelijk afwijkende termijnen te
                    hanteren, immers, de doorzichtigheid van de termijnen komt daardoor wellicht in
                    het geding, is het wenselijk om voor enkele onderdelen wel een langere termijn
                    vast te stellen. Dit geldt met name voor bouwkundige woonvoorzieningen. Zeker
                    als daar een offerte voor moet worden aangevraagd, zal daarmee de nodige tijd
                    gemoeid zijn, zodat de termijn van acht weken niet haalbaar is. Om dat helder te
                    hebben is het wenselijk deze termijn in de verordening op te nemen.</al><al/><al><vet>Artikel 24. Beperkingen</vet></al><al>Er geldt een aantal beperkingen bij het verstrekken van voorzieningen.</al><al/><al>Lid 1 onder a bepaalt dat een voorziening langdurig noodzakelijk moet zijn. Op
                    deze regel bestaat een duidelijke uitzondering: hulp bij het huishouden na een
                    ziekte of ziekenhuisopname. Als deze kortdurende hulp bij het huishouden binnen
                    een gemeente niet geleverd kan worden als algemene voorziening, dan zal deze
                    hulp als individuele voorziening verstrekt moeten worden.</al><al>Wat langdurig noodzakelijk is hangt geheel af van de situatie. Maar ook een te
                    bereiken resultaat voor een belanghebbende die terminaal is moet gerekend worden
                    tot langdurig noodzakelijk. De voorziening zal immers voor langere tijd
                    noodzakelijk zijn.</al><al/><al>Lid 1 onder b bepaalt dat de voorziening als de goedkoopst-compenserende
                    voorziening aangemerkt moet kunnen worden. Het gaat daarbij op de eerste plaats
                    om een voorziening die compenserend is voor de ondervonden problemen, zodat het
                    te bereiken doel daadwerkelijk bereikt kan worden. Maar wanneer dan meerdere
                    voorzieningen compenserend blijken te zijn mag volstaan worden met de
                    goedkoopste voorziening.</al><al/><al>Lid 2 bepaalt onder a dat geen voorziening wordt toegekend indien de voorziening
                    als algemeen gebruikelijk beschouwd wordt.</al><al>Verder wordt geen voorziening toegekend als niet meer is na te gaan of de
                    voorziening noodzakelijk was en of wel sprake was van een goedkoopst
                    compenserende voorziening. Is de voorziening te duur geweest dan kan de gemeente
                    volstaan met het vergoeden van een lager bedrag conform de
                    goedkoopst-compenserende voorziening.</al><al>Onder sub d van lid 2 wordt bepaald dat een voorziening niet wordt toegekend
                    wanneer een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder
                    is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de
                    normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. </al><al>Deze bepaling geldt niet wanneer de eerder vergoede of verstrekte voorziening
                    verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende
                    zijn toe te rekenen.</al><al>De bepaling geldt ook niet wanneer belanghebbende geheel of gedeeltelijk
                    tegemoetkomt in de door hem of haar veroorzaakte kosten. Dan gaat het om
                    situaties waarin door schuld van belanghebbende de voorziening onbruikbaar is
                    geworden.</al><al/><al><vet>Artikel 25. Advisering</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het kan noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de gevraagde voorziening een
                    beroep te doen op een (medisch) adviseur. Als daar aanleiding voor is biedt
                    artikel 25 daartoe de mogelijkheid. Geregeld is dat het college twee
                    mogelijkheden heeft: het college kan allereerst iemand oproepen op een bepaalde
                    plaats en tijd te verschijnen en daar die vragen te beantwoorden die nodig zijn
                    om tot een zorgvuldig besluit te komen.</al><al>De tweede mogelijkheid is uitgebreider: deze biedt ook de gelegenheid tot
                    onderzoek, bijvoorbeeld door een arts. Bij de advisering zal de ICF terminologie
                    gebruikt worden met het oog op de consistentie van verslag, onderzoek en
                    beoordeling.</al><al>Het zal duidelijk zijn dat er van deze mogelijkheden alleen maar gebruik kan
                    worden gemaakt als dit noodzakelijk is, dat wil zeggen als zonder dit onderzoek
                    een zorgvuldige besluitvorming niet mogelijk is.</al><al>In principe mag van de aanvrager verwacht worden mee te werken. Is de aanvrager
                    niet bereid tot medewerking, dan zal het college moeten beoordelen of zonder
                    deze medewerking een zorgvuldig besluit te nemen is. Is dat niet mogelijk dan
                    zal het college de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen. Is wel een
                    zorgvuldig besluit mogelijk dan zal dat besluit genomen moeten worden.</al><al/><al>Lid 2 geeft de situaties weer waarin een adviesinstantie (over het algemeen een
                    medisch adviseur) om advies gevraagd zal worden.</al><al>Uiteraard zal er een medisch advies moeten zijn bij een afwijzing op medische
                    gronden. En er kunnen zich situaties voordoen waarin de sociaal medische
                    situatie aanleiding geeft voor medisch advies.</al><al/><al><vet>Artikel 26. Wijziging situatie</vet></al><al>Dit artikel voorziet erin dat bij een gewijzigde situatie de plicht bestaat het
                    college hiervan op de hoogte te stellen als men kan vermoeden dat dit invloed
                    kan hebben op de verstrekte voorziening. Zo zal bij overlijden de voorziening
                    stopgezet kunnen worden en dienen de erven dit zo snel mogelijk te melden.
                    Uiteraard kan de gemeente in deze situatie ook via het GBA kennis hebben van
                    deze gewijzigde omstandigheid.</al><al>Andere omstandigheden zijn wellicht minder gemakkelijk te herkennen voor de
                    gemeente. In die situatie kan men op basis van dit artikel verwachten dat
                    wijzigingen worden doorgegeven. </al><al/><al><vet>Artikel 27. Intrekking</vet></al><al>Een besluit, genomen op basis van deze verordening, kan in bepaalde
                    omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden.</al><al>Dit zal gebeuren als bij de toekenning voorwaarden gesteld zijn en daar op enig
                    moment niet of niet meer aan is voldaan. In die situatie bestaat ook de
                    mogelijkheid tot terugvordering, indien de voorziening zich daartoe leent. Dat
                    is in artikel 28 geregeld.</al><al>Ook de situatie waarin beschikt is op basis van onjuist verstrekte gegevens
                    biedt de mogelijkheid een genomen beschikking geheel of gedeeltelijk in te
                    trekken. Ook in deze situatie kan terugvordering een mogelijkheid zijn.</al><al>Een beslissing wordt genomen met de bedoeling dat men daar een voorziening mee
                    treft. Als binnen 6 maanden na het nemen van de beslissing de voorziening nog
                    niet of niet geheel is getroffen, is er ook de mogelijkheid een beslissing
                    geheel of gedeeltelijk in te trekken.</al><al/><al><vet>Artikel 28. Terugvordering</vet></al><al>Indien een besluit is ingetrokken (en ook alleen maar in die situatie) kan
                    eventueel tot terugvordering worden overgegaan. Voorwaarde is dat het recht op
                    de voorziening is ingetrokken. Een voorziening in natura, een financiële
                    tegemoetkoming of een pgb kan worden teruggevorderd. Hierbij geldt een
                    privaatrechtelijke procedure.</al><al/><al>Terugvordering van een voorziening die in natura is verstrekt is ook mogelijk
                    als later blijkt dat de verstrekking onterecht is geweest doordat er onjuiste
                    gegevens zijn verstrekt.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen </vet></al><al><vet>Artikel 29. Hardheidsclausule</vet></al><al>Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat zal het college er niet aan ontkomen
                    om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te
                    beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende
                    aard.</al><al>Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te
                    verwachten is. Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke
                    beoordeling. Als ondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van
                    een niet billijke situatie is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan de
                    aanvrager ook een beroep doen op deze clausule.</al><al/><al><vet>Artikel 30. Indexering </vet></al><al>Bepaalde bedragen zullen jaarlijks aangepast worden zonder dat het college hier
                    iets voor hoeft te doen. Te denken valt daarbij aan de bedragen voor de eigen
                    bijdrage en het eigen aandeel. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
                    Sport zal deze bedragen jaarlijks aanpassen. Een college is op basis van dit
                    artikel ook bevoegd eigen bedragen aan te passen.</al><al>Om deze reden is het voor de hand liggend alle bedragen in het Besluit op te
                    nemen, zodat de bedragen snel en gemakkelijk aan te passen zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 31. Nadere regels</vet></al><al>Dit artikel regelt dat het college is bevoegd om algemeen verbindende
                    voorschriften te stellen. Deze worden vastgelegd in de Besluit individuele
                    voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013.</al><al/><al><vet>Artikel 32. Beleidsregels </vet></al><al>Dit artikel regelt dat de beleidsregels individuele voorzieningen
                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2013 onlosmakelijk zijn
                    verbonden met de verordening individuele voorzieningen maatschappelijke
                    ondersteuning gemeente Beverwijk 2013.</al><al/><al><vet>Artikel 33. Overgangsbepalingen: aanvragen en bezwaren</vet></al><al>De bepalingen van artikel 33 spreken voor zich en behoeven geen nadere
                    toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 34. Inwerkingtreding </vet></al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 35. Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel regelt tenslotte hoe deze verordening geciteerd kan worden. </al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>