<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297873_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Steenbergsebode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">wet werk en bijstand, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=36">wet werk en bijstand, art. 36 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BM1300664</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenbergen;</al><al>In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23
                        april 2013</al><al>Gelet op: artikel 147 Gemeentewet en artikel 8, lid 1, sub d, en lid 2, sub
                        b, juncto artikel 36 van de Wet werk en bijstand; overwegende dat de
                        Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012 aanpassing
                        behoeft;</al><al>besluit:</al><al>de Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013 vast te
                        stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en
                                        die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis
                                        als in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en
                                                wethouders van de gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><lijst><li nr="-"><al>alleenstaande: een alleenstaande als bedoeld
                                                  in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=4">artikel 4</extref>, lid 1, sub a, van de
                                                  wet;</al></li><li nr="-"><al>alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder
                                                  als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=4">artikel 4</extref>, lid 1, sub b, van de
                                                  wet;</al></li><li nr="-"><al>gehuwden: gehuwden als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=3">artikel 3</extref> van de wet;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=5">artikel 5</extref>, sub c, van de wet;</al></li><li nr="e."><al>referteperiode: als ingezetene van Nederland een
                                                periode van 3 kalenderjaren onmiddellijk voorafgaand
                                                aan het jaar van de aanvraag;</al></li><li nr="f."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=32">artikel 32</extref> van de wet, met dien
                                                verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover
                                                een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden
                                                gelezen als “de referteperiode”, waarbij een
                                                bijstandsuitkering, in afwijking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=32">artikel 32</extref> van de wet, voor de
                                                beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag
                                                als inkomen wordtgezien;</al></li><li nr="g."><al>vermogen: het vermogen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=34">artikel 34</extref> van de wet op de
                                                aanvraagdatum;</al></li><li nr="h."><al>minimumloon: het bruto minimumloon als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=8">artikel 8</extref>, lid 1, sub a, van de Wet
                                                minimumloon en minimumvakantiebijslag.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Voorwaarden</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 2.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Tot de doelgroep van de langdurigheidstoeslag behoren
                                        personen van 21 jaar en ouder doch jonger dan de
                                        pensioengerechtigde leeftijd met langdurig een laag inkomen,
                                        geen in aanmerking te nemen vermogen en geen uitzicht op
                                        inkomensverbetering.</al></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>Personen, die in de referteperiode een uitkering op
                                                grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20studiefinanciering%202000">Wet studiefinanciering 2000</extref> of de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tegemoetkoming%20onderwijsbijdrage%20en%20schoolkosten">Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                                  schoolkosten</extref> hebben genoten, worden
                                                geacht uitzicht op inkomensverbetering te hebben en
                                                komen niet voor een langdurigheidstoeslag in
                                                aanmerking.</al></li><li nr="b."><al>Personen die in de referteperiode langer dan 180
                                                dagen rechtens van hun vrijheid beroofd zijn
                                                geweest, hebben eveneens geen recht op een
                                                langdurigheidstoeslag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De criteria als vermeld in lid 1 en lid 2 alsmede die in artikel 1, lid 2, sub
                                        e, gelden bij gehuwden voor beiden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 3.</titel></kop><structuurtekst><al>Onder langdurig een laag inkomen wordt verstaan een gemiddeld
                                inkomen per maand dat gedurende de referteperiode niet uitkomt boven
                                100% van de geldende bijstandsnorm.</al><tussenkop> Artikel 4.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk
                                            van de gezinssituatie op de aanvraagdatum.</al></li><li nr="2."><al>De toeslag bedraagt: </al><lijst><li nr="-"><al>voor een alleenstaande € 367,00 per jaar;</al></li><li nr="-"><al>voor een alleenstaande ouder € 470,00 per
                                                  jaar;</al></li><li nr="-"><al>voor gehuwden € 524,00 per jaar.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien één van de gehuwden op de aanvraagdatum is
                                            uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag
                                            ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=11">artikel 11</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=13">artikel 13</extref>, lid 1, van de wet komt de
                                            rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                                            langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem of
                                            haar als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                            gelden.</al></li><li nr="4."><al>De in lid 2 genoemde bedragen worden elk jaar per 1
                                            januari aangepast met het percentage waarmee het
                                            minimumloon ten opzichte van 1 januari van het
                                            voorafgaande jaar is gestegen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 5.</titel></kop><structuurtekst><al>Door of namens het college van burgemeester en wethouders kan in
                                bijzondere gevallen ten gunste van de belang-hebbende worden
                                afgeweken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing
                                hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6.</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Verordening
                                langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013”.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 7.</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 8.</titel></kop><structuurtekst><al>De “Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012”,
                                vastgesteld in de openbare vergadering van XX december 2011, alsmede
                                de “Verordening tot 1<sup>e</sup> wijziging van de Verordening
                                langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012”, vastgesteld in de
                                openbare vergadering van XX september 2012, vervallen op 1 juli
                                2013.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 30 mei 2013</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die in de verordening
                    voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde onder wordt
                    verstaan. In een aantal gevallen wordt verwezen naar definities in de wet om
                    ervoor te zorgen, dat er zoveel mogelijk aansluiting blijft bij de wetgeving die
                    van toepassing is.</al><al>Bij de invulling van het begrip ”langdurig” is om praktische redenen gekozen de
                    referteperiode voortaan vast te stellen op 3 kalenderjaren onmiddellijk
                    voorafgaand aan het jaar van de aanvraag. Voorts dient er tijdens de
                    referteperiode een band met Nederland te zijn. De belanghebbende dient dan ook
                    tijdens de gehele referteperiode woonachtig te zijn geweest in Nederland. De
                    inschrijving als zodanig in de Gemeentelijke Basisadministratie is hierbij
                    leidend.</al><al>In de verordening wordt het begrip belanghebbende gebruikt. Dit begrip wordt in
                    artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht omschreven als degene wiens belang
                    rechtstreeks bij een besluit is betrokken.</al><al><vet>Artikel 2.</vet></al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De doelgroep is in feite iedereen die aan de criteria voldoet welke in deze
                    verordening nader zijn ingevuld.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Door de zinsnede ”geen uitzicht heeft op inkomensverbetering” wordt gewaarborgd
                    dat bepaalde groepen met een goed arbeidsmarktperspectief niet in aanmerking
                    komen voor de langdurigheidstoeslag. Bij studenten wordt ervan uitgegaan, dat
                    zij arbeidsmarktperspectief hebben.</al><al>Om te voorkomen dat degene met een baan en een minimuminkomen hieruit, die zijn
                    inkomenspositie middels avondstudie probeert te verbeteren, niet in aanmerking
                    zou komen, is bepalend of de studerende in de referteperiode studiefinanciering
                    heeft genoten. Studiefinanciering is immers alleen mogelijk bij een dagstudie en
                    bij studenten beneden een bepaalde leeftijd.</al><al>De langdurigheidstoeslag is een bijzondere vorm van categoriale bijstand. Hierin
                    ligt besloten, dat de gemeente binnen de grenzen van een redelijke
                    beleidstoepassing nadere regels mag stellen. Het is dan ook niet onredelijk een
                    lange periode van detentie aan te merken als een relevante omstandigheid voor
                    het recht op een langdurigheidstoeslag. De detentieperiode hoeft niet
                    aaneengesloten te zijn.</al><al><vet>Artikel 3.</vet></al><al>Zoals eerder gesteld, wordt onder langdurig verstaan een termijn van 3
                    kalenderjaren. Nadat betrokkene 3 jaar op een minimum inkomen is aangewezen, is
                    er over het algemeen niet veel reserveringsruimte over.</al><al>Onder een laag inkomen wordt verstaan een (gezamenlijk) inkomen dat gemiddeld
                    niet hoger is dan 100 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Onder de
                    bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke norm inclusief de gemeentelijke
                    toeslag of verlaging en de vakantietoeslag. Marginale overschrijdingen van deze
                    100 % grens als gevolg van een belastingtechnisch verschil in de
                    berekenings-wijze van het bruto/netto traject bij een inkomensvoorziening op
                    minimumniveau dienen genegeerd te worden (zie de uitspraken van de Centrale Raad
                    van Beroep d.d. 19 aug. 2008, LJN: BE8918 en d.d. 15 febr. 2011, LJN: BP5532).
                    Het enkele feit dat het netto inkomen van een belanghebbende met een
                    inkomensvoorziening op minimumniveau, in bepaalde maanden binnen de
                    referteperiode - uitsluitend als gevolg van een technisch verschil in de
                    berekeningswijze in het bruto/netto traject - enkele euro's hoger uitvalt dan de
                    van toepassing zijnde bijstandsnorm, staat toekenning van een
                    langdurigheidstoeslag niet in de weg.</al><al>Er is bewust niet gekozen om het recht op de langdurigheidstoeslag ook toe te
                    kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau. Het in aanmerking laten komen van
                    belanghebbenden met een hoger inkomen van bijvoorbeeld 110 % van de
                    bijstandsnorm valt niet te rijmen met de wettelijke uitsluiting van degenen die
                    de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Zij zijn immers uitgesloten van
                    het recht op een langdurigheidstoeslag, omdat het inkomen al voldoende hoger zou
                    zijn dan de bijstandsnorm voor belanghebbenden jonger dan de pensioengerechtigde
                    leeftijd. Afhankelijk van de gezinssituatie bedraagt het verschil tussen 5% en
                    10%. Onze gemeente kent geen categoriale bijzondere bijstandsregeling voor
                    gepensioneerden als bedoeld in artikel 35, lid 3, van de Wet werk en bijstand.
                    Het hanteren van een grens van 110 % zou daarom maken dat de uitsluiting van
                    gepensioneerden in dit geval strijdig is met het verbod op
                    leeftijdsdiscriminatie, zoals dat is vastgelegd in artikel 26 van het
                    Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.</al><al><vet>Artikel 4.</vet></al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk van de
                    gezinssituatie.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De bedragen zijn destijds afgeleid van de normenbrief van het Ministerie van
                    Sociale Zaken en Werkgelegenheid met de bijstandsbedragen. Vóór de
                    decentralisatie van de langdurigheidstoeslag op 1 januari 2009 werd de hoogte
                    hiervan bepaald door de rijksoverheid.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op een
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36 van de wet of deze verordening, hebben beide partners geen recht op
                    een langdurigheidstoeslag. Het recht op een langdurigheidstoeslag komt gehuwden
                    immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als
                    gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><al>In dit lid wordt een regeling getroffen overeenkomstig artikel 24 van de Wet
                    werk en bijstand voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is
                    uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag op grond van artikel 11 of
                    artikel 13, lid 1, van de Wet werk en bijstand. De wet voorziet immers niet in
                    een afwijzingsgrond voor het enig overblijvend rechthebbend gezinslid, terwijl
                    daarentegen het toekennen van het bedrag voor een gezin in dergelijke situaties
                    ook niet opportuun is. Met nadruk wordt erop gewezen, dat het hier betreft een
                    uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 11 of artikel 13, lid 1, van de Wet
                    werk en bijstand.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Om niet jaarlijks de verordening voor de bedragen te hoeven aanpassen is gekozen
                    om de hoogte jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met het minimumloon
                    waaraan ook de bijstandsnormen zijn gekoppeld. Omdat de bijstands-normen in
                    beginsel twee maal per jaar worden geïndexeerd en de langdurigheidstoeslag
                    slechts éénmaal, wordt steeds een vergelijking gemaakt met de
                    langdurigheidstoeslag per 1 januari van het voorafgaande jaar.</al><al><vet>Artikel 5.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 6.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 7.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 8.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>