<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297834_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Regels subsidieverstrekking SmpG Cultuur en Erfgoed 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2014, nr. 1799</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regels subsidieverstrekking SmpG Cultuur en Erfgoed 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Subsidieregeling Meerjarenprogramma's Gelderland 2012, artikel 3.6.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Gelderland 1998, artikelen 1.5 en 2.1 en paragraaf 4.1.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-08-19</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknummer 2012-020928</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidies, natuur en landschap, cultuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bijlage 1 Aanvraagformulier behorende bij de Regels subsidieverstrekking Cultuur en Erfgoed SmpG 2013, besluit van 4 juni 2013, zaaknummer 2012-020928 is te vinden in Provinciaal Blad van 5 juni 2013: PB2013/106 Bijlage 1: bijlage</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regels subsidieverstrekking SmpG Cultuur en Erfgoed 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND</al><al>Gelet op artikel 3.6 van de Subsidieregeling Meerjarenprogramma’s Gelderland
                        2012 en op de artikelen 1.5 en 2.1 en paragraaf 4.1 van de Algemene
                        subsidieverordening Gelderland 1998;</al><al>BESLUITEN</al><al>vast te stellen de volgende gewijzigde regeling: Regels subsidieverstrekking
                        SmpG Cultuur en Erfgoed 2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> AsG: de Algemene subsidieverordening Gelderland 1998;</al></li><li nr="b."><al> SmpG: Subsidieregeling Meerjarenprogramma’s Gelderland
                                    2012;</al></li><li nr="c."><al> Gelderland Cultuurprovincie!: Besluit van Provinciale Staten
                                    van 7 november 2012 (PS 2012-744);</al></li><li nr="d."><al> partner: een rechtspersoon die is aangewezen door Gedeputeerde
                                    Staten op grond van artikel 1, onder h, SmpG 2012;</al></li><li nr="e."><al> samenwerkingsverband: twee of meer partners die hun individuele
                                    aanvragen gezamenlijk indienen en die ook bij de uitvoering van
                                    hun programma’s samenwerken;</al></li><li nr="f."><al> scoringscriteria: nadere uitwerking van de criteria waarmee de
                                    rangschikking van de aanvragen wordt uitgevoerd;</al></li><li nr="g."><al> cultureel ondernemerschap: de wijze waarop een partner in zijn
                                    aanvraag onderbouwt hoe hij in de periode 2014-2016 de
                                    afhankelijkheid van subsidies in zijn bedrijfsvoering en
                                    activiteiten zal verminderen;</al></li><li nr="h."><al> cofinanciering: de inzet van eigen middelen van de partner, het
                                    gebruik maken van de mogelijk-heden van fonds voor Gelders
                                    Cultuurleningen of van een financiële bijdrage van een derde,
                                    nietzijnde een subsidie van een bestuursorgaan;</al></li><li nr=""><al>i. Erfgoedobject: Een onroerend goed dat wettelijke bescherming
                                    geniet op grond van de Monumentenwet 1988 of een gemeentelijke
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Algemene bepalingen subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie als bedoeld in artikel 5 van de SmpG wordt verstrekt voor
                                activiteiten die uitvoering geven aan de doelstellingen van het
                                programma Gelderland Cultuurprovincie!</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al> voor kosten van eenmalige activiteiten waarbij die kosten
                                        rechtstreeks zijn toe te rekenenaan de totstandkoming van de
                                        activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, en</al></li><li nr="b."><al> als de begroting voor de uitvoering van de activiteiten
                                        waarvoor subsidie wordt gevraagdmet inbegrip van de
                                        gevraagde provinciale subsidie sluitend is;</al></li><li nr="c."><al> in geval een partner een lening als element van de
                                        cofinanciering opgeeft, de bevestiging doorde
                                        geldverstrekker van de toekenning daarvan door ons is
                                        ontvangen voor 1 januari 2015.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het
                                formulier, opgenomen in bijlage 1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien partners samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij
                                hun aanvraag in via een penvoerder.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Uit de aanvraag van partners die tevens een begrotingssubsidie van
                                de provincie ontvangen voor de jaren 2014 tot en met 2016 dient
                                duidelijk te blijken voor welke aanvullende, niet door deze
                                begrotingssubsidie gedekte activiteiten subsidie wordt
                                aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Per tijdvak als bedoeld in artikel 3, vierde lid, SmpG kan een
                                partner maximaal één aanvraagper thema indienen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>Er wordt geen subsidie verstrekt voor:</al><lijst><li nr="a."><al> verrekenbare of compensabele belastingen, of heffingen;</al></li><li nr="b."><al> de omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten
                                    heeft gemaakt, omzetbelasting in aftrek kan brengen of
                                    gecompenseerd wordt uit het BTWcompensatiefonds als genoemd in
                                    artikel 2 van de Wet op het BTWcompensatiefonds;</al></li><li nr="c."><al> kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke
                                    procedures, provinciale leges, boetes en sancties;</al></li><li nr="d."><al> kosten gemaakt na 31 december 2016 met uitzondering van
                                    accountantskosten zoals bedoeld in artikel 5.3, derde lid, van
                                    de AsG;</al></li><li nr="e."><al> kosten verbonden aan de oprichting van een privaatrechtelijk
                                    rechtspersoon;</al></li><li nr="f."><al> niet noodzakelijke of bovenmatige kosten;</al></li><li nr="g."><al> kosten gemaakt voor 1 januari 2015.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.4 Afwijzing</titel></kop><al>Subsidie wordt niet verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al> uit de rangschikking van de aanvraag aan de hand van de
                                    scoringscriteria volgt dat de score van de aanvraag minder dan
                                    60 punten bedraagt;</al></li><li nr="b."><al> het subsidiebedrag minder zou bedragen dan € 10.000;</al></li><li nr="c."><al> de cofinanciering minder bedraagt dan 25%.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5 Uurloon en uurtarief</titel></kop><al>Loonkosten die de partner zelf maakt en betaalt zijn subsidiabel en
                            worden berekend door één van de volgende methoden:</al><lijst><li nr="a."><al> Een vast uurtarief van maximaal € 35,--.</al></li><li nr="b."><al> Het per medewerker berekend uurloon vermeerderd met een opslag
                                    voor indirecte kosten van maximaal 20% van het uurloon met een
                                    maximum van € 91,--.</al></li><li nr="c."><al> Voorzover het uurloon voor zelfstandigen en Directeur Groot
                                    Aandeelhouders of andere personen waarbij het loon niet
                                    eenduidig bepaald kan worden subsidiabel is, bedraagt dit
                                    maximaal € 35,--</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.6 Rangschikking</titel></kop><lijst><li nr="a."><al> Een aanvraag kan maximaal 100 punten scoren.</al></li><li nr="b."><al> Voor het invullen van de themadoelen (inhoud) worden maximaal
                                    70 punten toegekend en voor het cultureel ondernemerschap
                                    maximaal 30 punten.</al></li><li nr="c."><al> Gedeputeerde Staten plaatsen de aanvragen per thema in een
                                    prioriteitsvolgorde.</al></li><li nr="d."><al> De prioriteitsvolgorde wordt bepaald op basis van de scores per
                                    titel van hoofdstuk 3.</al></li><li nr="e."><al> Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in de volgorde van de
                                    vastgestelde prioriteit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.7 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit
                                te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden: </al><lijst><li nr="a."><al> de aard, inhoud en voortgang van de verrichte
                                        werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al> het aantal uren dat per persoon is besteed aan activiteiten
                                        die voor subsidie in aanmerking komen;</al></li><li nr="c."><al> de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en
                                        betaalde kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De administratie wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking
                                tot subsidievaststelling bewaard.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband,
                                dienen zij hun rapportages in via een penvoerder.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De jaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 7 van de SmpG 2012,
                                wordt voor 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop dit
                                betrekking heeft ingeleverd bij Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Themagebonden bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>titel 3.1 Podiumkunsten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> Realisatie van een onderscheidend en concurrerend
                                        cultuuraanbod ,</al></li><li nr="b."><al> Instandhouden én ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardig
                                        jeugdtheater of</al></li><li nr="c."><al> De ondersteuning van talentontwikkeling als
                                        kernwaarde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.1.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten
                                    met een maximum van 50.000 euro per partner.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien aan een partner reeds subsidie op grond van dit thema is
                                    verstrekt, bedragen de subsidies tezamen maximaal 75.000 euro. </al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.1.3 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.1.1.
                                is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>titel 3.2 Beeldende kunst en vormgeving</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.1 Subsidiabele activiteit</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> een bijdrage leveren aan het versterken van ondernemerschap
                                        in de sectoren beeldende kunst, mode en vormgeving binnen de
                                        culturele sector, op een</al><al/><al> wijze die anderen tot voorbeeld kunnen zijn;</al></li><li nr="b."><al> het verdienvermogen van kunstenaars vergroten zonder
                                        afbreuk te doen aan de artistieke authenticiteit;</al></li><li nr="c."><al> het versterken van cultureel ondernemerschap in de
                                        beeldende kunst, mode en vormgeving door enerzijds het
                                        creatieve vermogen in de sector beter te</al><al/><al> laten renderen en anderzijds het bewustzijn van de
                                        mogelijkheden bij potentiële opdrachtgevers te
                                        vergroten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten
                                    met een maximum van 35.000 euro per partner.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien aan een partner reeds subsidie op grond van dit thema is
                                    verstrekt, bedragen de subsidies tezamen maximaal 50.000
                                    euro.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.3 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.2.1 is
                                opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>titel 3.3 Media en bibliotheken</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.3.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> Verbeterde kennisontwikkeling, mediawijsheid en verbetering
                                        van de laaggeletterdheid of</al></li><li nr="b."><al> Ruimte voor creatieve ondernemers om nieuwe media, zoals
                                        social media en serious gaming in te zetten, zodat cultuur
                                        aan andere sectoren verbonden wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met
                                een maximum van 40.000 euro per partner voor de programmaperiode
                                2014-2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3.3 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.3.1.
                                is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>titel 3.4 Festivals</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.4.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> Festivals die zich kenmerken door een veelbelovend
                                        programma en hoge kwaliteit, beeldbepalend zijn door uniek
                                        aanbod in Gelderland met (inter)nationale uitstraling, en
                                        daarmee</al></li><li nr="b."><al> Gelderland op de kaart zetten met artistieke of
                                        inhoudelijke kwaliteit en</al></li><li nr="c."><al> Verbreding realiseren van het publiek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele
                                        kosten met een maximum van 40.000 euro per partner.</al></li><li nr="2."><al>Indien aan een partner reeds subsidie op grond van dit
                                        thema is verstrekt, bedragen de subsidies tezamen maximaal
                                        60.000 euro. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4.3 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.4.1.
                                is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>titel 3.5 Kwaliteit in de uitvoering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.5.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> Bevordering van de deskundigheid van gemeenten op het
                                        terrein van de instandhouding van het erfgoed en van de
                                        archeologie,</al></li><li nr="b."><al> Door samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en
                                        onderwijs, maakt jongeren enthousiast voor een carrière in
                                        de restauratiebouw,</al></li><li nr="c."><al> zorgen voor kwaliteit en continuiteit in het beheer van ons
                                        erfgoed of</al></li><li nr="d."><al> de toekomstbestendigheid van erfgoed wordt versterkt door
                                        innovatie, met name op het terrein van het
                                        energiebeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met
                                een maximum van 500.000 euro per partner voor de programmaperiode
                                2014-2016. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5.3 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.5.1.
                                is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 3.6 Musea en geschiedenis</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.6.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> Op innovatieve manier het verhaal kunnen blijven vertellen
                                        over Gelderse cultureel erfgoed, het verhaal over ons
                                        verleden of</al></li><li nr="b."><al> Musea vervullen een scharnierfunctie tussen kunst en
                                        cultuur uit het verleden en hedendaagse
                                        cultuuruitingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met
                                een maximum van 500.000 euro per partner voor de programmaperiode
                                2014-2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6.3 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.6.1.
                                is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 3.7 Herbestemming</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.7.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> Het inzichtelijk maken van cultuurhistorische waarden van
                                        herbestemd erfgoed (industrieel erfgoed of religieus
                                        erfgoed) inzichtelijk maken of</al></li><li nr="b."><al> Investeren in complexe herbestemmingsopgaves met aandacht
                                        voor energietransitie, waarbij industrieel erfgoed
                                        prioriteit krijgt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie voor bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten
                                met een maximum van 500.000 euro per partner voor de
                                programmaperiode 2014-2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7.3 Waardenstellend onderzoek</titel></kop><al>Subsidie onder het thema Herbestemming wordt verstrekt voor het
                                laten uitvoeren van een waardenstellend onderzoek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7.4</titel></kop><al>De subsidie voor bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten
                                met een maximum van 15.000 euro.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7.5 Weigeringsgrond</titel></kop><al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="1."><al> de activiteiten regulier beheer en onderhoud van gebouwen,
                                        bouwwerken of landschapselementen betreffen of</al></li><li nr="2."><al> de bouwkundige investeringen niet voldoen aan de op 24
                                        januari 2006 door Gedeputeerde Staten vastgestelde
                                        Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding
                                        Cultuurhistorische Waarden (PB 2006/17) en de Lijst met
                                        subsidiabele kosten en werkzaamheden ten behoeve van de
                                        berekening van de subsidiabele instandhoudingskosten (PB
                                        2006/18).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7.6 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.7.1.
                                is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 3. 8 Landschap en Archeologie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.8.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma
                                waarvan de activiteiten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> Inzichtelijk maken erfgoedwaarden van natuur en landschap,
                                        cultuurhistorische waarden van buitenplaatsen en
                                        buitenplaatsrijke gebieden,</al></li><li nr="b."><al> Investeren in de instandhouding en kwaliteit van het
                                        erfgoed van natuur en landschap, in de instandhouding en
                                        kwaliteit van buitenplaatsen (restauratie,
                                        functieverandering, duurzaamheids-bevordering), waarbij het
                                        verbinden met kunst- of cultuurelementen positief wordt
                                        gewaardeerd of</al></li><li nr="c."><al> Versterken van de programmatische samenwerking en
                                        afstemming met het netwerk, vergroting van het
                                        cultuurhistorisch besef en draagvlak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8.2 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten met
                                een maximum van 500.000 euro per partner voor de programmaperiode
                                2014-2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8.3 Waardenstellend onderzoek</titel></kop><al>Subsidie onder het thema Herbestemming wordt verstrekt voor het
                                laten uitvoeren van een waardenstellend onderzoek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8.4</titel></kop><al>De subsidie voor bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten
                                met een maximum van 15.000 euro. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8.5 Weigeringsgrond</titel></kop><al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="1."><al> de activiteiten regulier beheer en onderhoud van gebouwen,
                                        bouwwerken of landschapselementen betreffen of</al></li><li nr="2."><al> de bouwkundige investeringen niet voldoen aan de op 24
                                        januari 2006 door Gedeputeerde Staten vastgestelde
                                        Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding
                                        Cultuurhistorische Waarden (PB 2006/17) en de Lijst met
                                        subsidiabele kosten en werkzaamheden ten behoeve van de
                                        berekening van de subsidiabele instandhoudingskosten (PB
                                        2006/18).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8.6 Nadere uitwerking criteria</titel></kop><al>De nadere uitwerking van de criteria als bedoeld in artikel 3.8.1.
                                is opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Titel 3.9 Pacten</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>(gereserveerd)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1. Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regels subsidieverstrekking SmpG
                            Cultuur en Erfgoed 2013.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                            uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt
                            terug tot en met 3 juni 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Gedeputeerde Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 Aanvraagformulier behorende bij de Regels Subsidieverstrekking
                        Cultuur en Erfgoed SmpG 2013, besluit van 4 juni 2013, nr. 2012-020928, te
                        vinden in Provinciaal Blad nr. 2013/106 van 5 juni 2013.</titel></kop></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2 Nadere uitwerking criteria SmpG-subsidies Programma Cultuur en
                        Erfgoed, behorend bij de Regels Subsidieverstrekking Cultuur en Erfgoed SmpG
                        2013, besluit van 4 juni 2013, nr. 2012-020928, te vinden in Provinciaal
                        Blad nr. 2013/106 van 5 juni 2013 en gewijzigd bij besluit van 10 september
                        2013, nr. 2012-020928, te vinden in Provinciaal Blad nr. 2013/173 van 13
                        september 2013.</titel></kop></bijlage></regeling></body></cvdr>