<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297782_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Testverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Veendammer, 1 juli 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Testverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-06-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>284/BBO</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Veendam </intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Nummer: 284/BBO </vet></al><al>De raad van de gemeente Veendam,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 mei 2008, </al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                        Gemeentewet, </al><al><vet><onderstreept>b e s l u i t :</onderstreept></vet></al><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Algemene subsidieverordening gemeente Veendam </vet></al><al/><al>Luidende als volgt:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Raad: de raad van de gemeente Veendam.</al><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de </al><al>gemeente Veendam.</al><al>Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                            verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                            dan als betaling voor geleverde goederen of diensten.</al><al>Beleidsregel: een bij besluit door het college vastgestelde algemene
                            regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, waarin in
                            operationele zin het subsidiebeleid voor een specifiek beleidsveld wordt
                            uitgewerkt.</al><al>Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                            hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies voor bepaalde
                            activiteiten; in beleidsregels kan dit nader worden bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte subsidieverordening</titel></kop><al>Deze verordening geldt voor alle subsidies op het gebied van onderwijs,
                            welzijn, sport en cultuur, alsmede de aanvragen daarvoor.</al><al>Het college kan bepalen dat deze verordening ook geldt voor subsidies op
                            andere terreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheden raad en college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks via de gemeentebegroting de bedragen vast
                                die voor subsidiëring beschikbaar zijn. Deze vormen tevens de
                                subsidieplafonds.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd binnen deze begrotingsposten jaarlijks of per
                                tijdvak, een nader subsidieplafond vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd de wijze van verdelen van subsidieplafonds
                                nader te bepalen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieplafonds en de wijze waarop deze verdeeld worden, worden
                                vóór het tijdvak waarop zij betrekking hebben, bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan beleidsregels vaststellen ter uitvoering van het
                                subsidiebeleid binnen de door de raad vastgestelde
                                beleidkaders.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college is bevoegd besluiten te nemen tot verlening en
                                vaststelling van subsidies, alsmede besluiten tot weigering,
                                intrekking of wijziging van de subsidies.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college is bevoegd één of meerdere bepalingen van deze
                                verordening in bijzondere gevallen niet van toepassing te
                                verklaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Structurele subsidies worden slechts verstrekt aan rechtspersonen
                                zonder winstoogmerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien subsidieontvangers tijdens de subsidieperiode de statuten
                                wijzigen wordt het college hierover terstond geïnformeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan subsidie worden verleend aan natuurlijke
                                personen. De in deze verordening opgenomen bepalingen zijn dan
                                zoveel mogelijk overeenkomstig van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Administratie, onderzoek, risico's </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde de rechten en financiële verplichtingen
                                blijken, alsmede de betalingen en ontvangsten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger verleent desgevraagd medewerking aan
                                onderzoeken die de raad, het college of de rekenkamercommissie
                                (artikel 81o van de Gemeentewet) uitvoert. De medewerking houdt in
                                dat de subsidieontvanger: nadere inlichting verstrekt over
                                jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die
                                deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met
                                betrekking tot de subsidieontvanger;</al><al>genoemde jaarrekeningen, rapporten en documenten overlegt; en</al><al>toestaat dat de administratie bij de subsidieontvanger dan wel bij
                                de derde die de administratie in opdracht van de subsidieontvanger
                                voert, wordt onderzocht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontvanger van subsidiebedragen van &gt; € 5.000 is verplicht om
                                de risico’s die hij niet zelf kan dragen te verzekeren. Minimaal
                                geldt een verplichting voor een verzekering tegen het risico van
                                wettelijke aansprakelijkheid (incl. bestuur en vrijwilligers) en het
                                verzekerd houden van haar onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontbinding, fusie, faillissement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger stelt het college onverwijld op de hoogte van
                                het voornemen tot ontbinden of fusie van de rechtspersoon of van
                                zijn faillissement, dan wel het voornemen tot het doen van aangifte
                                daartoe of het aanvragen van surséance van betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij ontbinding van de rechtspersoon dienen de aanwezige middelen die
                                met subsidiegelden zijn opgebouwd terstond te worden terugbetaald.
                                Bij faillissement zullen deze bij de curator worden geclaimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gesubsidieerde organisaties zijn zodanig georganiseerd dat
                                personeel, vrijwilligers en degenen waarvoor activiteiten worden
                                georganiseerd, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het
                                beleid van de organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten van een organisatie mogen niet strijdig zijn met de
                                ingevolge de Grondwet en internationale verdragen erkende rechten
                                van de mens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Activiteiten van godsdienstige of politieke aard worden niet
                                gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kosten voor verteer en vertier worden niet gesubsidieerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Eerste subsidieaanvraag, eigen bijdragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een aanvraag voor een structurele subsidie moeten de volgende
                                stukken worden ingediend: </al><al>a. een activiteitenplan, begroting en opgave van het eigen vermogen; </al><al>b. de statuten en een kopie van de inschrijving bij de Kamer van
                                Koophandel; </al><al>c. een opgave van de bestuurssamenstelling;</al><al>d. alle andere informatie die het college nodig acht voor een goede
                                beoordeling van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidieaanvrager dient in zijn begroting altijd rekening te
                                houden met een redelijke eigen financiële bijdrage van leden c.q.
                                deelnemers. Het college kan hierover nadere voorschriften geven.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de subsidieaanvrager niet in staat blijkt te voldoen aan de
                                in deze verordening vermelde termijnen, kan het college besluiten om
                                uitstel te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Eigen vermogen</titel></kop><al>Het college is bevoegd om bij subsidieverlening voorwaarden te stellen
                            ten aanzien van het eigen vermogen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Betalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd voorschotten op verleende subsidies te
                                verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een subsidie beneden € 5.000,00 wordt het bedrag in de eerste
                                maand van het subsidiejaar in zijn geheel uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een hoger subsidiebedrag wordt het in vier gelijke termijnen
                                uitgekeerd, te weten in de eerste, de vierde, de zevende en de
                                tiende maand van het subsidiejaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd om tot een ander betalingsritme te besluiten.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een organisatie verplicht is subsidiegelden terug te betalen
                                moet dit gebeuren binnen een maand na dagtekening van de
                                beschikking. Bij latere terugbetaling worden administratie- en/of
                                invorderingskosten in rekening gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Accountantsverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een subsidiebedrag hoger dan € 25.000,00 kan het college een
                                organisatie verplichten om gelijktijdig met de jaarrekening een
                                accountantsverklaring te overleggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een subsidiebedrag hoger dan € 50.000,00 is de organisatie
                                verplicht om gelijktijdig met de jaarrekening een
                                accountantsverklaring te overleggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij budgetsubsidiëring kan als voorwaarde worden gesteld dat deze
                                verklaring tevens betrekking heeft op de naleving van de aan de
                                subsidieverlening verbonden verplichtingen, in het bijzonder van de
                                geleverde producten c.q. prestaties. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Weigering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en 4:35 Awb
                                        geregelde gevallen, worden geweigerd als naar het oordeel
                                        van het college redenen bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht
                                                op of niet aanwijsbaar in belangrijke mate ten goede
                                                komen aan de inwoners van de gemeente Veendam,
                                                behalve als dit verklaarbaar is vanuit de regionale
                                                centrumfunctie van Veendam;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of onvoldoende zullen worden besteed
                                                aan het doel waarvoor de subsidie wordt
                                                aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>subsidieverlening niet past binnen het gevoerde
                                                gemeentelijk beleid dan wel de betreffende
                                                activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit
                                                hebben;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten
                                                zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het
                                                algemeen belang of de openbare orde;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt
                                                om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een subsidieaanvraag niet tijdig of niet volledig is ingediend
                                kan het college, na een meegedeelde respijttermijn, besluiten deze
                                niet in behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een inhoudelijke of financiële verantwoording niet tijdig of
                                niet volledig is ingediend kan het college besluiten een sanctie toe
                                te passen, in het uiterste geval het op nihil vaststellen van de
                                subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidiesoorten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente Veendam kent verschillende subsidiesoorten die in de
                                volgende hoofdstukken worden genoemd. Het college bepaalt welke
                                subsidiesoort van toepassing is op een specifieke aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Structurele subsidies kunnen worden toegekend via jaarlijkse
                                beschikkingen dan wel via meerjarige beschikkingen. Bij meerjarige
                                subsidies wordt jaarlijks een indexering toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor een meerjarige periode een beschikking wordt afgegeven
                                wordt hierin vermeld op grond waarvan tussentijds de beschikking kan
                                worden bijgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij meerjarige beschikkingen kan het college besluiten om,
                                voorafgaand aan een nieuw subsidiejaar, de beschikking te wijzigen
                                indien zij van oordeel is dat de situatie van de gemeentefinanciën
                                dit vereist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op alle in deze verordening genoemde bedragen is eveneens indexering
                                als gebruikt in lid 2 van dit artikel van gelijke toepassing. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Budgetsubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een budgetsubsidie is een subsidie voor activiteiten die bijdragen
                                aan de realisering van gemeentelijke beleidsdoelen, uitgedrukt in
                                meetbare prestaties (output). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een activiteit is het geheel van producten gericht op een door het
                                college geformuleerd beleidsdoel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Producten zijn organisatiespecifieke teleenheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vraag gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor 1 juli voorafgaand aan het subsidiejaar deelt het college de
                                rechtspersoon, waarvan wordt verwacht dat die subsidievrager zal
                                zijn, mee ten behoeve van welke beleidsdoelen in het nieuwe jaar
                                (periode) een aanbod wordt verwacht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tevens deelt het college het financieel kader mee waarbinnen het
                                aanbod van de instelling zich kan bewegen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de jaarlijkse productiecyclus mede wordt bepaald door het ritme
                                van het schooljaar kan het college aangepaste data bepalen ten
                                aanzien van vraag, aanbod en beschikking. De subsidiënt wordt
                                hierover geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een op de vraag van het college geënte subsidieaanvraag moet worden
                                ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het
                                subsidiejaar, tenzij voor dat jaar reeds een beschikking is
                                afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden gevoegd een activiteitenplan en een kostprijs
                                per activiteit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het activiteitenplan wordt de relatie aangetoond tussen de
                                voorgenomen activiteiten en de gemeentelijke beleidsdoelen waarop
                                het aanbod betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college neemt een subsidieaanvraag niet in behandeling als deze
                                naar zijn oordeel geen aanbod bevat dat geënt is op de vraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Budgetoverleg</titel></kop><al>Het college treedt in overleg met de organisatie over de activiteiten,
                            de prestaties en de door het college voorgenomen aanvullende
                            subsidievoorwaarden, een en ander binnen het financiële kader.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieaanvraag wordt getoetst aan de beleidsdoelen zoals
                                bedoeld in art. 15 lid 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beschikking wordt meegedeeld welk bedrag beschikbaar wordt
                                gesteld, voor welke periode, voor welke activiteiten en/of
                                prestaties en onder welke aanvullende subsidievoorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de beschikking wordt tevens bepaald op basis waarvan achteraf de
                                definitieve vaststelling van de subsidie zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening wordt meegedeeld uiterlijk op
                                31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een latere indiening van de subsidieaanvraag leidt tot een
                                evenredige verschuiving van het moment waarop de beschikking wordt
                                afgegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van perioden januari t/m april, mei t/m augustus en
                                september t/m december brengt de organisatie binnen 1 maand verslag
                                uit over de (cumulatieve) voortgang van de activiteiten en de
                                geleverde prestaties in relatie tot de beleidsdoelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De laatste rapportage is tevens het inhoudelijk jaarverslag van de
                                organisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot deze
                                rapportages.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van het subsidiejaar dient de organisatie voor 1 april een
                                financieel jaarverslag in waaruit de kosten per activiteit blijken,
                                evenals een balans per 31 december van het subsidiejaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De definitieve subsidievaststelling geschiedt op basis van hetgeen
                                hierover in de beschikking is opgenomen, maar uiterlijk 4 maanden na
                                indiening van de jaarstukken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Een waarderingssubsidie heeft als doel de instandhouding van een
                            organisatie vanwege het belang dat door het college wordt gehecht aan de
                            inhoud en de doelgroep van de activiteiten. De hoogte van de subsidie
                            wordt berekend aan de hand van kengetallen. Ook kan voor het geheel of
                            voor bepaalde onderdelen een vast bedrag worden bepaald.
                            Subsidieverlening- en vaststelling vallen samen en hebben in principe
                            betrekking op een vierjarige periode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieaanvraag moet worden ingediend voor 1 oktober van het
                                jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, tenzij voor dat jaar reeds
                                een beschikking is afgegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een begroting en een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>informatie over kengetallen die van belang zijn voor de
                                        bepaling van de subsidie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan voor de in te dienen stukken een model
                                voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling wordt meegedeeld voor 1
                                januari van het subsidiejaar c.q. subsidieperiode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de subsidie mede is gebaseerd op het aantal leden worden tot
                                maximaal 25% de niet-Veendammer leden meegeteld. Daarboven geldt een
                                korting naar evenredigheid op het totale subsidiebedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van elk subsidiejaar dient de organisatie voor 1 april een
                                inhoudelijk jaarverslag en jaarrekening in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tevens wordt informatie gegeven over de kengetallen voor zover op
                                basis daarvan de subsidie is verleend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Exploitatiesubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een exploitatiesubsidie is een subsidie in het exploitatietekort dat
                                wordt berekend op basis van (percentages van) de subsidiabele lasten
                                van een organisatie, eventueel uitgesplitst naar kostensoorten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van subsidiabele lasten wordt bepaald aan de hand van de
                                ingediende begroting, met als vergelijkingsgrond de laatste
                                jaarrekening. Het college verbindt aan de subsidie een maximum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidiabele lasten zijn geraamde kosten die rechtstreeks verband
                                houden met de activiteiten die in het kader van de doelstelling van
                                de organisatie worden gepland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieaanvraag moet worden ingediend voor 1 oktober van het
                                jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, tenzij voor dat jaar reeds
                                een beschikking is afgegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een begroting met activiteitenplan. De begroting bevat een
                                        onderverdeling van de kostensoorten die voor de bepaling van
                                        de subsidie van belang zijn;</al></li><li nr="b."><al>een ledenlijst voor zover deze voor de bepaling van de
                                        subsidie nodig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de in te dienen stukken een model
                                voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening wordt meegedeeld voor 1 januari
                                van het subsidiejaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij subsidies &lt; € 5.000 per jaar in plaats van
                                een besluit tot subsidieverlening ook overgaan tot een directe
                                vaststelling. In dat geval wordt dit in de betreffende beschikking
                                vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van het subsidiejaar dient de organisatie voor 1 mei een
                                inhoudelijk en financieel jaarverslag in bij het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opzet van de jaarrekening is gelijk aan die van de ingediende
                                begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien op de aanvraag een besluit tot subsidieverlening is genomen,
                                stelt het college op basis van een beoordeling van jaarrekening de
                                subsidie definitief vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Binnen 3 maanden na indiening van de jaarstukken ontvangt de
                                organisatie de definitieve subsidiebeschikking.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Eenmalige subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eenmalige subsidie kan worden verstrekt voor projecten, bijzondere
                                activiteiten, experimenten of aanschaffingen die door het college
                                van belang worden geacht en die naar het oordeel van het college
                                niet binnen de reguliere exploitatie van een organisatie kunnen
                                worden gedekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ook voor bijzondere prestaties kan een eenmalige subsidie worden
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidiabele lasten zijn geraamde kosten die rechtstreeks verband
                                houden met de hiervoor genoemde bestemmingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieaanvraag moet worden ingediend tenminste 2 maanden voor
                                de start van de activiteit c.q. het doen van de investering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in een beleidsregel voor een specifiek beleidsveld
                                een ander moment c.q. andere momenten van indiening bepalen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag bevat een adequate motivering en beschrijving van de
                                activiteit, experiment of aanschaf, evenals een hierop betrekking
                                hebbende begroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een bijzondere prestatie is een melding hiervan bij het college
                                toereikend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen een maand na indiening van de aanvraag neemt het college
                                hierover een beslissing welke terstond aan de aanvrager wordt
                                meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan worden verstrekt als een vast bedrag of als een
                                garantiesubsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na toekenning wordt de subsidie in zijn geheel (als voorschot)
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij subsidies &lt; € 5.000 in plaats van een besluit
                                tot subsidieverlening ook overgaan tot een directe vaststelling. In
                                dat geval wordt dit in de betreffende beleidsregel c.q. in de
                                beschikking vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 t/m 4 geldt voor projecten een beslistermijn
                                van 3 maanden. De subsidiegrondslag en wijze van bevoorschotting
                                wordt in de beschikking bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 3 maanden na afloop van de besteding dient de aanvrager bij
                                het college een inhoudelijk en financieel verslag in bij het
                                college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een maand na indiening van het verslag wordt de subsidie
                                definitief door het college vastgesteld en vervolgens meegedeeld aan
                                de subsidieaanvrager.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij projecten geldt een beslistermijn van 3 maanden, waarbij de
                                subsidie wordt vastgesteld op basis van hetgeen hierover in de
                                beschikking is opgenomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Investeringssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Een investeringssubsidie is bedoeld voor een investering in onroerende
                            zaken die door het college van belang wordt geacht en waarvan de
                            kapitaalslasten redelijkerwijs niet binnen de reguliere exploitatie van
                            een organisatie kunnen worden gedekt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag moet vergezeld gaan van een begroting en een
                            inhoudelijke motivering van de voorgenomen investering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 6 maanden na indiening van de aanvraag neemt het college
                                hierover een beslissing, welke terstond aan de aanvrager wordt
                                meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een subsidieverlening boven € 10.000,00 dient de aanvrager aan
                                de volgende voorwaarden te voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>de accommodatie mag niet worden vervreemd, bezwaard of een
                                        functiewijziging ondergaan zonder voorafgaande toestemming
                                        van het college;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager is verplicht zorg te dragen voor een afdoende
                                        opstalverzekering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college besluit over de wijze van bevoorschotting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 3 maanden na realisatie van de investering dient door de
                                subsidieaanvrager financieel verantwoording te worden afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis hiervan wordt door het college de subsidie binnen 3 maanden
                                definitief vastgesteld en kenbaar gemaakt aan de
                                subsidieaanvrager.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet binnen een jaar na de subsidieverlening met de
                                realisatie van de investering een aanvang is gemaakt wordt de
                                subsidie op nihil vastgesteld en worden eventueel betaalde
                                voorschotten teruggevorderd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Ontheffing, hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen ontheffing verlenen van één
                                of meerdere verplichtingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele
                                gevallen de toepassing van een artikel van deze verordening of van
                                een beleidsregel leidt tot onbedoelde gevolgen of een onbillijke
                                situatie, dan is het college bevoegd hiervan af te wijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1-8-2008.</al><al>Per deze datum vervallen de subsidieverordeningen algemeen en de
                            deelverordeningen sport, cultuur, sociaal-culturele activiteiten en
                            peuterspeelzalen van 25-1-2004, laatstelijk gewijzigd 19-12-2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Algemene
                            subsidieverordening gemeente Veendam, 2008.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 23 juni
                        2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A. Meijerman </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R. Brekveld</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Algemene Wet Bestuursrecht (de Awb) regelt reeds veel aspecten van de
                    subsidiëring. Wat in de Awb is geregeld hoeft niet in de verordening te worden
                    opgenomen, maar soms is dat toch gedaan om de leesbaarheid van de verordening te
                    bevorderen. </al><al>In de Awb is ondermeer de mogelijkheid van bezwaar tegen een subsidiebeschikking
                    geregeld. Bij een negatief besluit op een bezwaarschrift is vervolgens beroep
                    mogelijk. In beschikkingen wordt steeds de mogelijkheid van bezwaar en beroep
                    vermeld. </al><al>In de subsidieverordening wordt een onderscheid gemaakt tussen subsidieverlening
                    (Awb 4.2.3) en subsidievaststelling (Awb 4.2.5). Als op basis van de aanvraag
                    het subsidiebedrag definitief wordt vastgelegd, vallen verlening en vaststelling
                    samen. We spreken dan van directe vaststelling.</al><tussenkop>Artikel 3 Bevoegdheden raad en college</tussenkop><al>De verordening stoelt op de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de
                    gemeenteraad en het college zoals deze voortvloeit uit de wet Dualisering. De
                    raad stelt de gemeentebegroting vast en bepaalt de beleidskaders waarbinnen
                    subsidiëring plaatsvindt. Binnen die grenzen neemt het college besluiten over
                    subsidies. Een belangrijk instrument hierbij zijn de beleidsregels die worden
                    gehanteerd voor groepen van gelijksoortige organisaties en bij eenmalige
                    subsidies.</al><tussenkop>Artikel 4-1 Rechtspersoonlijkheid</tussenkop><al>Onder rechtspersonen zonder winstoogmerk vallen zowel verenigingen als
                    stichtingen.</al><tussenkop>Artikel 7-3 Godsdienstige en politieke activiteiten</tussenkop><al>Deze activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking. Dit heeft echter geen
                    betrekking op activiteiten met een brede en informatieve strekking. Denk
                    bijvoorbeeld aan een informatie- en discussiebijeenkomst van een
                    jongerenorganisatie over politieke thema’s, gericht op de bevordering van de
                    maatschappelijke participatie van jongeren. Verder wordt evenmin uitgesloten het
                    sociaal-maatschappelijk werk dat vanuit een bepaalde levensovertuiging wordt
                    verricht of b.v. vakantie speelactiviteiten die voor alle kinderen toegankelijk
                    zijn.</al><tussenkop>Artikel 7-4 Verteer en vertier niet subsidiabel</tussenkop><al>Kosten van consumpties, etenswaren en kosten van activiteiten die enkel
                    betrekking hebben op vertier (uitstapjes, feesten e.d.) worden niet gerekend tot
                    subsidiabele kosten. Deze algemene regel heeft niet betrekking op kosten die in
                    redelijkheid gemaakt worden ten bate van vrijwilligers die zich belangloos
                    inzetten voor de organisatie van activiteiten. Ook in redelijkheid gemaakte
                    kosten voor representatie of personeel worden hier uitgezonderd.</al><al>Verder bedoelen we met ‘vertier’ niet de activiteiten waarbij de sociale
                    doelstelling voorop staat, zoals het voorkomen van isolement van ouderen of het
                    bieden van een zinvolle vrijetijdsbesteding aan jongeren. Wat dit betreft is het
                    wel aan de subsidieaanvrager om aan te geven wat de relatie is van de
                    voorgenomen activiteiten met de doelstelling van de organisatie dan wel met de
                    beleidsdoelen van de gemeente. </al><al>Artikel 8-3: Het verlenen van uitstel</al><al>De bevoegdheid tot ontheffing van indieningtermijnen wordt gedelegeerd aan het
                    college, waarna eventueel ondermandaat aan het betreffende
                    (sector)afdelingshoofd kan volgen. Op deze manier kan binnen de grenzen van het
                    algemene mandaatstatuut snel op bijzondere situaties worden gereageerd. </al><tussenkop>Artikel 9 Eigen vermogen</tussenkop><al>In verband met het streven naar administratieve vereenvoudiging wordt enkel een
                    regeling over het eigen vermogen getroffen als het college daartoe aanleiding
                    ziet. </al><tussenkop>NB: in art. 12 lid 1 onder e is nader geregeld dat subsidie mag worden
                    geweigerd als een aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt om de
                    activiteit uit te voeren. In de budgetcontracten is nu nog geregeld dat de
                    acceptabele algemene reserve van een instelling 5% van de omzet bedraagt, naast
                    de specifieke doelreserveringen.</tussenkop><tussenkop>Dit “overgangsrecht” geldt nog tot aan 1-1-2010, waarmee voor de grotere
                    instellingen duidelijkheid bestaat. Het college heeft geen behoefte aan een
                    algemene regeling voor de kleinere verenigingen en zal na 1-1-2010 per
                    instelling in de meerjarige budgetcontracten instellingspecifieke maatregelen
                    treffen.</tussenkop><tussenkop>Artikel 11 Accountantsverklaring</tussenkop><al>Bij budgetsubsidiëring hechten we belang aan een objectieve toets van de
                    geleverde producten c.q. prestaties. Een dergelijke toets stelt eisen aan zowel
                    de wijze waarop de gewenste output wordt geformuleerd als aan de manier waarop
                    door de instelling wordt geregistreerd en verantwoording wordt afgelegd. De
                    outputsubsidiëring van de professionele instellingen bevindt zich in
                    verschillende stadia van ontwikkeling. Afhankelijk daarvan wordt - na overleg
                    met de subsidieaanvrager - de concretisering van de objectieve toets door het
                    college bepaald en in de subsidiebeschikking vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 12 Weigering / verlaging / intrekking</tussenkop><al>De Algemene wet bestuursrecht bepaalt wanneer subsidie kan worden geweigerd.
                    Hiermee kan ondermeer misbruik van subsidie worden voorkomen. Deels aanvullend
                    op de Awb worden in artikel 12 situaties genoemd waarin tot weigering kan worden
                    overgegaan. </al><al>Artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt uitputtend wanneer een
                    subsidie lager kan worden vastgesteld. </al><tussenkop>Artikel 13 Subsidiesoorten en meerjarige subsidies</tussenkop><al>Er wordt een beperkt aantal subsidiesoorten onderscheiden. Elke subsidiesoort
                    kent zijn eigen toepassingsgebied en procedure. Daarom zijn hiervoor aparte
                    hoofdstukken ingeruimd. </al><al>Lid 2 van dit artikel biedt de mogelijkheid om voor meerdere jaren een
                    beschikking af te geven. Waar mogelijk zal hiervan gebruik worden gemaakt. Het
                    leidt tot een beperking van administratieve handelingen en het biedt
                    organisaties meer zekerheid voor de langere termijn. Bij een meerjarige subsidie
                    moeten organisaties nog wel jaarlijks hun financieel en inhoudelijk verslag
                    indienen. Op deze manier blijft de gemeente op de hoogte van ontwikkelingen en
                    kan worden getoetst of organisaties nog steeds voldoen aan de voorwaarden die in
                    de beschikking c.q. beleidsregel zijn opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 14-20 Budgetsubsidie</tussenkop><al>Budgetsubsidies worden met name toegepast bij professionele organisaties. De
                    gemeente wil hierbij sturen op ‘output’, op resultaat. Het gaat er om dat de
                    gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan de realisering van de gemeentelijke
                    beleidsdoelen. Wat dit betreft is een ontwikkelproces gaande. In grote lijnen
                    gaat het steeds om het volgende traject: </al><al>vraag gemeente &gt; aanbod instelling &gt; overleg &gt; beschikking &gt;
                    uitvoering &gt; verantwoording</al><al>Vooraf, achteraf en tussendoor gaat het telkens om de vraag of de inzet van de
                    organisatie bijdraagt aan de realisering van de beleidsdoelen. Het antwoord
                    hierop kan tussendoor leiden tot een bijstelling van de inzet van de organisatie
                    of tot een aanpassing van de vraag van de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 14 lid 3 (begripsbepaling)</tussenkop><al>”Producten zijn organisatiespecifieke teleenheden”. Afhankelijk van de
                    organisatie kan het hierbij gaan om bv.: aantal hulpverleningsgesprekken,
                    begeleidingsuren, bijeenkomsten, voorstellingen, lesuren e.d. Als besloten wordt
                    om de subsidie te koppelen aan gerealiseerde aantallen producten, zal in de
                    subsidiebeschikking worden vastgelegd welke afwijking van de in de
                    subsidieaanvraag vermelde aantallen leidt tot een bijstelling van het budget.
                    Vanwege nog lopende discussies kan deze systematiek niet in de verordening
                    worden vastgelegd. Ondermeer op dit onderdeel is nog sprake van een
                    ontwikkelproces, waarbij van gemeentezijde wordt gezocht naar een toetsbare
                    relatie tussen het budget en de mate waarin beleidsdoelen worden
                    gerealiseerd.</al><tussenkop>Artikel 16 lid 2 (subsidieaanvraag)</tussenkop><al>Bij de stichting Compaen gaat het meer specifiek om de volgende stukken:</al><lijst><li nr="·"><al>het activiteitenplan waarin tot uitdrukking komt de aard, omvang en
                            intensiteit van de geplande activiteiten, de doelgroepen waarop deze
                            zijn gericht en het verwachte resultaat in relatie tot de gemeentelijke
                            beleidsdoelen;</al></li><li nr="·"><al>een productenboek (het geheel van deelactiviteiten) waarin worden
                            vermeld: definities, specifieke kwaliteitseisen en
                            registratieafspraken;</al></li><li nr="·"><al>een integrale productiebegroting waarin per activiteit wordt aangegeven
                            met welke producten en in welke hoeveelheden wordt gewerkt aan de
                            gemeentelijke beleidsdoelen;</al></li><li nr="·"><al>een integrale begroting per product waarin alle kosten en opbrengsten
                            aan een product toegerekend.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 19 lid 1 (rapportages)</tussenkop><al>In rapportages worden in ieder geval vermeld: </al><lijst><li nr="·"><al>de resultaten in relatie tot de gemeentelijke beleidsdoelen. Afwijkingen
                            kunnen aanleiding zijn tot bijsturing;</al></li><li nr="·"><al>de gerealiseerde producten;</al></li><li nr="·"><al>trends en ontwikkelingen met betrekking tot de klantgroep, problematiek,
                            omgevingsfactoren e.d.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 21-24 Waarderingssubsidie</tussenkop><al>De gemeente subsidieert een groot aantal verenigingen en stichtingen vanuit een
                    waardering voor hun bijdrage aan het sociaal-maatschappelijk leven in de
                    gemeente, sport en cultuur hierbij inbegrepen. Waar mogelijk is de hoogte van de
                    financiële bijdrage gekoppeld aan het bereik van de doelgroep. Voor de gemeente
                    is het aantal leden of deelnemers een belangrijke indicatie voor de
                    maatschappelijke betekenis van de organisatie. Soms wordt een vast jaarlijks
                    bedrag bepaald om de instandhouding van een organisatie te faciliteren. In
                    andere gevallen wordt gekozen voor een combinatie van een vast bedrag plus een
                    bedrag dat afhangt van het aantal leden of deelnemers. In beleidsregels of
                    specifieke beschikkingen wordt een en ander verder uitgewerkt.</al><tussenkop>Artikel 23 Niet-Veendammer leden</tussenkop><al>De uitvoering van artikel 22 lid 3 geschiedt als volgt: als meer dan een kwart
                    van het aantal leden bestaat uit niet in Veendam ingeschreven personen wordt een
                    korting op het volgens de beleidsregel berekende subsidie toegepast gelijk aan
                    het percentage niet-Veendammer leden dat de 25% overschrijdt. Met andere
                    woorden: als bv. 30% bestaat uit niet-Veendammer leden wordt een korting van 5%
                    toegepast.</al><tussenkop>Artikel 25-28 Exploitatiesubsidie</tussenkop><al>Met de toekenning van een exploitatiesubsidie wordt eveneens een waardering voor
                    een organisatie en de activiteiten tot uiting gebracht. Het nadeel van
                    exploitatiesubsidies betreft de administratieve rompslomp, zowel voor
                    organisaties als voor de gemeente. Op termijn zal deze subsidiesoort naar
                    verwachting verdwijnen. </al><tussenkop>Artikel 29-32 Eenmalige subsidie</tussenkop><al>Voor elk van de sectoren welzijn, sport en cultuur worden door het college
                    afzonderlijke beleidsregels voor eenmalige subsidies vastgesteld. Hiermee worden
                    bijzondere eenmalige activiteiten of aanschaffingen mogelijk gemaakt, evenals
                    experimenten die een bron kunnen zijn voor vernieuwing. Ook voor projecten die
                    bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen is een eenmalige subsidie mogelijk. Om
                    procedures te versnellen en te vereenvoudigen is, bij aanwezigheid van een
                    beleidsregel, de besluitvorming gedelegeerd aan het betreffende afdelingshoofd
                    die hierover werkafspraken maakt met de portefeuillehouder.</al><tussenkop>Artikel 33-36 Investeringssubsidie</tussenkop><al>Deze subsidievorm wordt met name toegepast bij sportorganisaties. Het is evident
                    dat de mogelijkheden strekken voor zover budgetten hiervoor zijn gereserveerd
                    dan wel door de raad specifiek beschikbaar worden gesteld.</al><al>Investeringen in onderwijsaccommodaties vallen buiten het kader van deze
                    verordening. Op dat gebied bestaat een specifieke verordening
                    onderwijshuisvesting.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>