<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297704_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Steenbergen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">SteenbergseCourant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Steenbergen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=108">Gemeentewet, art. 108 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B1001437</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-40752</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-40753</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-40754</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-40755</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-40756</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Steenbergen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27
                        april 2010</al><al>Gelet op de artikelen 108 en 147 lid 1 van de Gemeentewet;</al><al>besluit :</al><lijst><li nr=""><al>1. De ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ vast te stellen, onder
                                intrekking van de Bomenverordening 2004;</al></li><li nr=""><al>2. De inwerkingtreding van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ en
                                de intrekking van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2004’pas in te
                                laten gaan met ingang van de datum van vaststelling van de lijst
                                ‘Waardevolle en monumentale bomen’ en de kaart ‘Beschermde
                                groenelementen’;</al></li><li nr=""><al>3. De vaststelling van de lijst ‘Waardevolle en monumentale bomen’
                                en de kaart ‘beschermde groenelementen’ over te dragen aan het
                                college van Burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Kapvergunning</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1: begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="A:"><al>houtopstand</al><al>Een of meer bomen en/of struiken, hakhout, houtwal, een grotere
                                    ( lint) begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van
                                    bosplantsoen;</al></li><li nr="B:"><al>boom</al><al>Een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam
                                    van minimaal 10 centimeter, zijnde een stamomtrek van 31,4
                                    centimeter, op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld gerekend
                                    langs de stam. Ingeval van meerstammigheid geldt de
                                    dwarsdoorsnede/stamomvang van de dikste stam. In het kader van
                                    een herplant- of instandhoudingplicht kunnen voorschriften
                                    gesteld of maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10
                                    centimeter diameter op 1,30 meter hoogte boven het
                                    maaiveld.</al></li><li nr="C:"><al>hakhout</al><al>Een of meer bomen en/of struiken of boomvormers, die met het
                                    doel periodiek te worden geveld, na elke velling opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></li><li nr="D:"><al>boomvormers</al><al>Een hoogopgaand, houtachtig, overblijvend, meerstammig
                                    gewas;</al></li><li nr="E:"><al>houtwal</al><al>Een grotere ( lint) begroeiing bestaande uit heesters, struiken,
                                    bomen ( bijvoorbeeld hagen en heggen) met een minimale breedte
                                    van 0,75 meter en een minimale hoogte van 1,30 meter;</al></li><li nr="F:"><al>Bos</al><al>Houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt die; </al><lijst><li nr="-"><al>Ofwel een grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="-"><al>Ofwel bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen,
                                            gerekend over het totale aantal rijen;</al></li></lijst></li><li nr="G:"><al>vormbomen</al><al>Knotbomen, leibomen en alle andere bomen waarvan uit de vorm
                                    blijkt dat ze regelmatig worden geknot en geleid;</al></li><li nr="H:"><al>Fruitboom</al><al>Een boom die deel uitmaakt van fruitteelt op commerciële
                                    basis;</al></li><li nr="I:"><al>knotten</al><al>Het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen
                                    takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als
                                    periodiek noodzakelijk onderhoud;</al></li><li nr="J:"><al>kandelaberen</al><al>Het tot op de hoofdtakken inkorten van houtopstand;</al></li><li nr="K:"><al>dunning</al><al>Velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                    houtopstand;</al></li><li nr="L:"><al>vellen</al><al>Kappen, afzagen, kandelaberen, rooien, met inbegrip van
                                    verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel
                                    bovengronds als ondergronds, waarvan met weet of behoort te
                                    weten dat die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    de houtopstand ten gevolge kunnen hebben dan wel de natuurlijke
                                    vorm van de houtopstand kunnen aantasten;</al></li><li nr="M:"><al>herplanten</al><al>Het planten van een houtopstand teneinde het verlies van een al
                                    of niet met vergunning gevelde houtopstand te compenseren;</al></li><li nr="N:"><al>iepziekte</al><al>Aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi ( Buism.)
                                    Nannf. ( syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau.)</al></li><li nr="O:"><al>iepenspintkever</al><al>Het insekt, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de
                                    soorten Scolytus scolytus ( F.) en Scolytus multistratus (
                                    Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></li><li nr="P:"><al>bebouwde kom</al><al>De bebouwde kom van de gemeente Steenbergen zoals vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de boswet;</al></li><li nr="Q:"><al>landbouwgronden</al><al>Gronden in gebruik voor de landbouw als bedoeld in artikel 1 van
                                    de landbouwwet;</al></li><li nr="R:"><al>boomwaarde</al><al>Wijze waarop de waarde van bomen wordt bepaald uitgedrukt in
                                    geld, te weten ‘Methode Raad’.</al></li><li nr="S:"><al>methode Raad</al><al>De waarde van bomen wordt bepaald door het product van de
                                    volgende factoren: </al><lijst><li nr="-"><al>De geïndexeerde eenheidsprijs ( per cm2 stamoppervlakte
                                            op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld.)</al></li><li nr="-"><al>De standplaatsfactor;</al></li><li nr="-"><al>De plantwijzefactor;</al></li><li nr="-"><al>De afschrijvingsfactor;</al></li><li nr="-"><al>De onderhoudsindicatie;</al></li><li nr="-"><al>Conditie;</al></li><li nr="-"><al>Herplantindicatie;</al></li></lijst></li><li nr="T:"><al>bomenlijst</al><al>De door het college meest recente vastgestelde lijst Waardevolle
                                    en Monumentale bomen Steenbergen’. Het betreft waardevolle bomen
                                    van gemeente, particulieren en bedrijven.</al></li><li nr="U:"><al>kaart ‘beschermde groenelementen’</al><al>De door het college meest recente vastgestelde ‘kaart met
                                    beschermde groenelementen Steenbergen’. Het betreft beschermde
                                    groenelementen van gemeente, particulieren en bedrijven.</al></li><li nr="V:"><al>boompaspoort</al><al>Een overzicht van de algemene gegevens van de boom,
                                    levensverwachting en conditie.</al></li><li nr="W:"><al>Monumentale bomen van Nederland van de Bomenstichting</al><al>Lijst opgesteld door de Bomenstichting. Eigenaren van bijzondere
                                    bomen kunnen aan de bomenstichting vragen of hun houtopstand op
                                    de monumentale bomenlijst mogen worden geplaatst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2: kapverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van college een houtopstand te
                                    vellen of te doen vellen, wanneer de houtopstand voorkomt op de
                                    bomenlijst, de kaart ‘beschermde groenelementen’, voldoet aan de
                                    beschrijving ‘bos’ en/of voorkomt op de lijst van de Monumentale
                                    Bomen van Nederland van de Bomenstichting.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet
                                    of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en
                                    wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 16;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan toestemming geven tot direct vellen, indien
                                    direct sprake is van grote gevaarzetting of van vergelijkend
                                    spoedeisend belang. De mondelinge toestemming wordt zo spoedig
                                    mogelijk op schrift gesteld en aan de aanvrager alsmede aan de
                                    belanghebbende toegezonden.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod in uitgesloten gebieden,
                                    aangegeven op de kaart ‘beschermde groenelementen’, geldt niet
                                    voor; </al><lijst><li nr="a."><al>Fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="b."><al>Fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                                            dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                            bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="c."><al>Kweekgoed;</al></li><li nr="d."><al>Houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                            bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen
                                            is buiten de bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                            zelfstandige eenheid vormt en; geen grotere oppervlakte
                                            beslaat dan 10 are of, in geval van rijbeplanting ,
                                            gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen
                                            omvat dan 20.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3: aanvraag vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning als bedoeld in artikel 2 moet schriftelijk
                                    gemotiveerd met gebruikmaking van het daartoe door burgemeester
                                    en wethouders vastgestelde aanvraagformulier en onder bijvoeging
                                    van een situatieschets worden aangevraagd. De aanvraag dient te
                                    geschieden door of namens en onder overlegging van een
                                    schriftelijke machtiging van degene, die krachtens zakelijk
                                    recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke
                                    bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te
                                    beschikken.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer door de teammanager van de dienst Regelingen ( LASER)
                                    van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan
                                    het college een afschrift is toegezonden van de
                                    ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al></li><li nr="3."><al>Op de aanvraag tot vergunning dient binnen 8 weken na ontvangst
                                    een beslissing genomen te worden. Het college kan deze termijn
                                    met 6 weken verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4: zakelijk karakter vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning geldt zowel voor de aanvrager als voor zijn
                                    rechtsverkrijgende.</al></li><li nr="2."><al>De rechtsverkrijgende is verplicht van de rechtsovergang binnen
                                    twee weken schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5: vergunning ex lege</titel></kop><al>De vergunning wordt geacht te zijn verleend, indien – behoudens het
                            bepaalde in artikel 17 – geen beslissing is genomen binnen 8 weken na
                            indiening van de aanvraag. Het college kan deze termijn met maximaal 6
                            weken verlengen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6: weigering/voorwaardelijke vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                    voorschriften verlenen in het belang van onder meer; </al><lijst><li nr="§"><al>Waardering van de houtopstand op basis van de
                                            toetsingscriteria vermeldt in de nota ‘Bomenbehoud
                                            Steenbergen’. </al><lijst><li nr="o"><al>Boomsoort </al><lijst><li nr="-"><al>Duurzaamheid</al></li><li nr="-"><al>Boomgrootte</al></li><li nr="-"><al>Inheemse soort</al></li><li nr="-"><al>Dendrologische waarde</al></li></lijst></li><li nr="o"><al>Stamdiameter</al></li><li nr="o"><al>Levensverwachting</al></li><li nr="o"><al>Groeivorm</al></li><li nr="o"><al>Ruimtelijke betekenis </al><lijst><li nr="-"><al>Schaarste</al></li><li nr="-"><al>Zichtbaarheid</al></li><li nr="-"><al>Landschappelijke waarde</al></li><li nr="-"><al>Waarde van dorps- en stadschoon</al></li></lijst></li><li nr="o"><al>Cultuurhistorische betekenis</al></li></lijst></li><li nr="§"><al>Flora en faunawet;</al></li><li nr="§"><al>Natuurbeschermingswet;</al></li><li nr="§"><al>Vogel- en habitatrichtlijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan de vergunning weigeren doch onder strikte
                                    voorschriften toestemming verlenen om de houtopstand te
                                    verplanten mits het verplanten vakkundig wordt uitgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de vergunning weigeren doch indien sprake is van
                                    dringende belangen de vergunning verlenen onder het voorschrift
                                    dat gecompenseerd wordt, mogelijk volgens een door de aanvrager
                                    te overleggen en door het college goed te keuren compensatieplan
                                    of overeenkomstig de door het college vastgestelde voorwaarden.
                                    Wordt een herplantvoorschrift gegeven, dan kan daarbij tevens
                                    worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op
                                    welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden
                                    vervangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7: Waardevolle en Monumentale bomenlijst en kaart
                                ‘Beschermde groenelementen’</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de beslissing omtrent de plaatsing van een houtopstand op de
                                    bomenlijst of op de kaart ‘beschermde groenelementen’ worden de
                                    criteria gebruikt zoals weergegeven in de nota ‘Boombehoud
                                    Steenbergen’.</al></li><li nr="2."><al>Voor een houtopstand voorkomend op de ‘Waardevolle en
                                    Monumentale’ bomenlijst wordt geen kapvergunning verleend,
                                    tenzij er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar
                                    spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid. De
                                    bewijslast hiertoe valt onder de verantwoordelijkheid van de
                                    aanvrager zijnde eigenaar dan wel bij degene die krachtens
                                    publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te
                                    beschikken.</al></li><li nr="3."><al>Een verzoek tot plaatsing of wijziging van de ‘Waardevolle en
                                    Monumentale’ bomenlijst of de kaart ‘Beschermde groenelementen’
                                    dient schriftelijk te worden aangevraagd respectievelijk te
                                    worden gedaan door, namens of met toestemming van de eigenaar of
                                    door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid
                                    gerechtigd is over de boom, bomen of houtopstanden te
                                    beschikken. Naast de eisen die artikel 4:2 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht daaraan stelt, dient de aanvraag een
                                    situatieschets te bevatten.</al></li><li nr="4."><al>Het college is bevoegd de bomenlijst en de kaart ’beschermde
                                    groenelementen’ te actualiseren.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders delen het besluit omtrent plaatsing
                                    op deze lijst schriftelijk mede aan de eigenaar en andere
                                    zakelijk gerechtigde en voor zover van toepassing, aan degene,
                                    die om plaatsing op de lijst heeft verzocht. Het besluit tot het
                                    plaatsen op voornoemde lijst moet worden gezien als een besluit
                                    als bedoeld in artikel 1:3 Algemene Wet Bestuursrecht.</al></li><li nr="6."><al>De bomenlijst omvat voor iedere boom afzonderlijk een aanduiding
                                    van standplaats/locatie, de boomsoort, foto, de waardering en
                                    toekomstverwachting.</al></li><li nr="7."><al>De eigenaar van een houtopstand die op de bomenlijst en /of op
                                    de kaart ‘beschermde groenelementen’ is opgenomen is verplicht
                                    schriftelijk mededeling te doen aan het college van; </al><lijst><li nr="-"><al>Het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand
                                            anders dan door velling op grond van een verleende
                                            vergunning. De mededeling dient te geschieden binnen 10
                                            dagen na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan;</al></li><li nr="-"><al>De dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk
                                            teniet gaan als gevolg van welke oorzaak dan ook. De
                                            mededeling dient te geschieden onmiddellijk zodra sprake
                                            is van dreiging dat de houtopstand geheel of
                                            gedeeltelijk teniet kan gaan.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Indien werkzaamheden gepland staan binnen of rondom de
                                    kroonprojectie van een houtopstand met name degene die vermeldt
                                    staan in de bomenlijst of op de kaart ‘beschermde
                                    groenelementen’ zijn de boombeschermingsmaatregelen zoals
                                    vermeldt in de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen’ van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8: Vergunningsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat: </al><lijst><li nr="-"><al>De bezwaar- of beroepstermijn voor derden is versterken
                                            zonder dat er bezwaar of beroep in ingediend;</al></li><li nr="-"><al>Beslist is op een verzoek om een voorlopige
                                            voorziening;</al></li><li nr="-"><al>Beslist is op het ingesteld bezwaar of beroep.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                    aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                    voorkomende flora en fauna.</al></li><li nr="3."><al>Tot de vergunning behoort het voorschrift dat het kappen of
                                    verplanten van een houtopstand niet mag plaatsvinden in het
                                    broedseizoen. Dit seizoen loopt van 15 maart tot 15 juli.</al></li><li nr="4."><al>Indien in voldoende termen aanwezig zijn om overeenkomstig het
                                    bepaalde in artikel 6, lid 2 en 3, een verplantplicht of
                                    herplantplicht te verbinden aan de vergunning doch uitvoering
                                    hiervan ( in ruimtelijke zin) niet of niet volledig tot de
                                    mogelijkheden behoort, kan het college van burgemeester en
                                    wethouders aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de
                                    vergunningaanvrager aan de herplantplicht dient te voldoen door
                                    een overeenkomstig de boomwaarde te bepalen vergoeding te
                                    storten in het bomenfonds</al></li><li nr="5."><al>Indien de waarde van de herplant minder bedraagt dan de waarde
                                    van de vervangen beplanting, dan kan voor het verschil van beide
                                    waarden aan een kapvergunning een voorschrift tot het betalen
                                    van een compensatiebedrag worden verbonden, welk bedrag in het
                                    bomenfonds moet worden gestort.</al></li><li nr="6."><al>Indien de waarde van de herplant minder bedraagt dan de waarde
                                    van de vervangen beplanting dan kan aan een kapvergunning het
                                    voorschrift worden verbonden dat er zoveel meer wordt herplant
                                    tot de waarde van de vervangen beplanting is bereikt.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning het
                                    voorschrift verbinden dat de vergunning niet ten uitvoer mag
                                    worden gelegd tot een in de toekomst gelegen nauwkeurig
                                    omschreven moment.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9: Bekendmaking</titel></kop><al>Van iedere aanvraag wordt de ontvangst zo spoedig mogelijk bekend
                            gemaakt op de website van de gemeente.</al><al>Elk besluit tot het verlenen van een kapvergunning wordt zo spoedig
                            mogelijk bekendgemaakt in een lokaal dag-, nieuws-, of
                            huis-aan-huisblad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10: vervaltermijn vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verleende vergunning vervalt indien daarvan niet binnen een
                                    jaar volledig gebruik is gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek deze termijn
                                    verlengen met maximaal 1 jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11: financiële compensatie/instandhoudingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                    in artikel 2 van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    college is geveld ( anders dan bij wijze van dunning) dan wel op
                                    andere wijze teniet is gegaan, zal het college aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan
                                    wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om de
                                    geldelijke waarde van de houtopstand volgens Methode Raad te
                                    vergoeden.</al></li><li nr="2."><al>De financiële compensatie wordt gestort in het gemeentelijk
                                    bomenfonds. Het bomenfonds wordt gebruikt voor de aanplant van
                                    nieuwe houtopstand.</al></li><li nr="3."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen
                                    welke termijn de vergoeding dient te worden voldaan.</al></li><li nr="4."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    artikel 2 van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt
                                    bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel degene die uit
                                    andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te
                                    geven aanwijzingen binnen een door het college te stellen
                                    termijn, voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt
                                    weggenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12: schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door toepassing van
                            artikel 2 of artikel 8 schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs
                            niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de
                            vergoeding niet anderszins is verzekerd, kennen burgemeester en
                            wethouders hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen
                            schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13: Bescherming houtopstanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om houtopstanden, die openbaar eigendom zijn </al><lijst><li nr="a."><al>Te beschadigingen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>Daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door
                                            ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen
                                            boomverzorgende taak.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare
                                    houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen behoudens
                                    met schriftelijke toestemming van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14: Burenrecht</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                            de minimale afstand van het hebben van bomen, heggen en struiken tot de
                            erfgrenslijn van een anders erf, indien het de erfgrenslijn betreft
                            tussen openbare en particuliere grond, vastgesteld op 1 meter voor bomen
                            en 0.5 meter voor heggen en struiken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15: bestrijding van iepziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding
                                    van iepziekte of vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
                                    rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te
                                    stellen termijn. : </al><lijst><li nr="a."><al>Indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>De iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>De niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen
                                            of zodanig te behandelen dat verspreiding van de
                                            iepziekte wordt voorkomen</al></li></lijst></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
                                            voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                            vervoeren;</al></li><li nr="b."><al>Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                            iepenhout en op iepenhout met een doorsnede van kleiner
                                            dan 4 centimeter;</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het onder a. van dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16: Ziekte, aantasting en gevaar</titel></kop><al>Indien burgemeester en wethouders van mening zijn dat een houtopstand
                            ziek of aangetast is, dan wel naar hun oordeel gevaar oplevert of kan
                            opleveren voor de verspreiding van die ziekte of aantasting, of
                            anderszins gevaar of schade kan toebrengen aan personen of goederen,
                            kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijke gerechtigde van de
                            grond dan wel aan degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het
                            treffen van voorzieningen, bij aanschrijving de verplichting opleggen om
                            de betreffende houtopstand te vellen of op een andere wijze door het
                            college te bepalen deze te behandelen binnen een door hen in de
                            aanschrijving te bepalen termijn en overeenkomstig de door hen gegeven
                            aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17: verhouding tussen kap- en bouw- of
                                aanlegvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de procedures betreffende kapvergunning en
                                    aanleg- en bouwvergunning in het ontwerpstadium op elkaar
                                    af.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag om kapvergunning kan worden aangehouden op de enkele
                                    grond dat de bouw- of aanlegplannen nog niet definitief
                                    zijn.</al></li><li nr="3."><al>Nadat voor een perceel een bouw- of aanlegvergunning is
                                    verleend, kan een kapvergunning aan rechthebbende aanvrager
                                    worden geweigerd, indien de aanvrager niet, of niet tijdig, of
                                    niet volledig aan het college de aanwezigheid op het perceel
                                    heeft gemeld van een houtopstand die voorkomt op de bomenlijst,
                                    de kaart ‘beschermde groenelementen’ voldoet aan de omschrijving
                                    ‘bos’ en/of voorkomt op de lijst van de Monumentale Bomen van
                                    Nederland van de Bomenstichting.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Straf- ,overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18: Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                            krachtens deze verordening gegeven voorschriften onderscheidenlijk
                            verplichtingen, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak. Bij de
                            strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde. De op
                            grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                            mogelijkheid tot het instellen door burgemeester en wethouders van
                            privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan
                            bomen of houtopstanden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19: Toezicht op naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders
                            aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20: Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de 1<sup>e</sup> dag na het
                            verstrijken van de termijn van zes weken na publicatie in een lokaal
                            dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad waarin zij is geplaatst en na
                            vaststelling van de lijst ‘Waardevolle en Monumentale bomen’ en de kaart
                            ‘Beschermde groenelementen’.</al><al>Op datzelfde tijdstip wordt de verordening ‘Boomverordening Steenbergen
                            2004’ ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21: Overgangsbepalingen</titel></kop><al>1. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens deze verordening
                            zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 blijven van kracht tot de tijd
                            waarvoor zij zijn verleend is verstreken of totdat zij worden
                            ingetrokken</al><al>2. Een aanvraag om vergunning, ingediend op grond van de vervallen
                            bepalingen bedoeld in het eerste lid en waarop nog geen besluit is
                            genomen op het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige
                            verordening, wordt behandeld als een aanvraag om een vergunning
                            overeenkomstig de bepalingen van de onderhavige vergunning.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 27 mei 2010</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Steenbergen/i262489.pdf">Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 1</extref></al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Steenbergen/i262490.pdf">Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 2</extref></al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Steenbergen/i262491.pdf">Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 3</extref></al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Steenbergen/i262492.pdf">Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 4</extref></al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Steenbergen/i262493.pdf">Kaart Beschermde groenelementen behorende bij bomenverordening 2010</extref></al></bijlage><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijs toelichting op ‘Bomenverordening Steenbergen
                    2010’</vet></al><al><vet>Artikel 1:</vet></al><lijst><li nr="A:"><al>Om alle misverstanden te voorkomen is de omschrijving van ‘houtopstand’
                            zo eenvoudig mogelijk te houden.</al></li><li nr="B:"><al>Vanwege de discussie over wat wel en niet een boom is, vooral bij
                            meerstammigheid, zeer jonge bomen en boomachtige struiken is gekozen
                            voor een precieze definitie van het begrip boom met eenvoudig te
                            controleren voorwaarden, opdat zo min mogelijk twijfel kan ontstaan. De
                            minimumdoorsnede van 10 cm is gekozen vanwege het feit dat deze maat
                            vaak wordt gehanteerd bij het bepalen van het al dan niet gemakkelijk
                            verplaatsbaar zijn van bomen, alsmede om aan te geven dat niet voor
                            ieder boompje een vergunning behoeft te worden aangevraagd. Ook
                            (solitaire) struiken - mits minimaal een stam van de vereiste dikte
                            aanwezig is - vallen onder de Bomenverordening. Dit kan gewenst zijn
                            rond landgoederen en in stedelijke parken.</al></li><li nr="I:"><al>De definitie van knotten is bedoeld ter afbakening van illegaal en
                            ondeskundig snoeien of terugzetten van daarvoor ongeschikte bomen en
                            geeft de mogelijkheid om zonder kapvergunning onderhoud te kunnen plegen
                            aan daarvoor wel geschikte bomen als bepaald in artikel 2 lid 3 sub c
                            van deze verordening.</al></li><li nr="J:"><al>De definitie van kandelaberen is bedoeld om juist voor deze methode van
                            snoeien wel een vergunning te verlangen. Aangezien kandelaberen slechts
                            door deskundigen uitgevoerd kan worden, bestaat het gevaar dat veel
                            bomen onherstelbaar worden beschadigd, indien dit zonder voorafgaande
                            kennisgeving geschiedt. Nu kandelaberen slechts bij uitzondering
                            geschiedt, is dit geen onacceptabele uitbreiding van het aantal
                            situaties waarvoor een kapvergunning moet worden aangevraagd te noemen.
                            Zie ook het gestelde onder i.</al></li><li nr="P:"><al>Blijkens het bepaalde in artikel 1 vijfde lid van de Boswet stelt de
                            gemeenteraad een bij Gedeputeerde Staten goed te keuren besluit vast,
                            welke voor de toepassing van deze wet de grenzen van de bebouwde kom van
                            de gemeente zijn. De nieuwe gemeenteraad zal dus de nieuwe grenzen
                            dienen vast te stellen.</al></li><li nr="L:"><al>Door ook handelingen "zowel boven- als ondergronds" op te nemen in de
                            definitie van vellen kan worden opgetreden tegen ernstige, ondergrondse
                            beschadigingen bij bijvoorbeeld de aanleg van kabels en leidingen. De
                            expliciete ondergrondse bescherming lijkt nodig gezien de achterstelling
                            in het Burgerlijk Wetboek van het kappen van wortels tegenover het
                            afsnijden van takken. Belangrijk is in dit verband de uitspraak van de
                            Hoge Raad van 15/12/1992 in de zaak Slootjes. De Hoge Raad stelde dat
                            ook het vakkundig, rigoureus knotten tot een stam met uitsteeksels (het
                            zgn. kandelaren of kandelaberen) ernstig beschadigen in de zin van dit
                            artikel kan zijn en dus kapvergunningplichtig is.</al></li><li nr="R:"><al>De boomwaarde wordt bepaald met behulp van de laatste richtlijnen van de
                            "Nederlandse Vereniging van Beëdigde Taxateurs van Bomen" , aangeduid
                            met de methode Raad. De boomwaarde wordt vastgesteld met de volgende
                            formule: </al><al>Boomwaarde = Uitgangswaarde (eenheidsprijs x stam oppervlakte) x
                            Correctiefactoren (Cl t/m C6). Correctiefactoren zijn te onderscheiden
                            in standplaatsfactor</al><al>plantwijzefactor</al><al>afschrijvingsfactor</al><al>onderhoudsindicatie</al><al>conditie/levensverwachting</al><al>herplantindicatie</al><al>Voor gedetailleerde informatie omtrent de methode Raad wordt verwezen
                            naar de meest recente Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van
                            Beëdigde Taxateurs van Bomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2: Kapverbod</vet></al><al>Commentaar Algemeen,</al><al>Artikel 2 geeft de werkingssfeer van de regeling aan. De regeling geldt zowel
                    binnen als buiten de bebouwde kom.</al><al>De vraag of houtopstand binnen of buiten de bebouwde kom ligt, is van belang
                    wanneer het gaat om bossen van een bosbouwonderneming, bedoeld in het tweede lid
                    sub e van artikel 2. Ligt een houtopstand van een dergelijke onderneming buiten
                    de bebouwde kom - hetgeen waarschijnlijk meestal geval is - dan is het kapverbod
                    alleen van toepassing wanneer het gaat om 'kleine" bossen.</al><al>Relatie met bouw- en aanlegvergunning</al><al>Artikel 2 bevat niet de uitzondering die artikel 5, eerste lid van de Boswet
                    voor het Rijk in het leven roept voor velling van houtopstand op grond die nodig
                    is voor de uitvoering van een werk overeenkomstig een goedgekeurd
                    bestemmingsplan, bijvoorbeeld het bouwen van woningen of de aanleg van
                    wegen.</al><al>Deze uitzondering is niet opgenomen met het oog op een maximale bescherming van
                    bomen. Immers, indien het bestemmingsplan geen voorschriften bevat met
                    betrekking tot de bescherming van een individuele boom (hetgeen meestal het
                    geval kan zijn), kan de bouwvergunning niet worden geweigerd. Het
                    limitatief-imperatieve stelsel van de Woningwet kent geen weigeringgrond met
                    betrekking tot de aanwezigheid van bomen. De enige wijze waarop bij voorgenomen
                    activiteiten toch nog een afweging met betrekking tot de aanvaardbaarheid van
                    het kappen van een boom mogelijk wordt gemaakt, bestaat uit een (kap)verordening
                    waarin voor bouwactiviteiten geen uitzondering op het kapverbod wordt gemaakt.
                    Dit is van des te groter belang in die gevallen waarin een bouwwerk binnen
                    hetzelfde bouwblok ook zo kan worden gesitueerd dat de boom niet hoeft te
                    sneuvelen. Ook in die gevallen is er echter wel sprake van een afweging van
                    belangen, waarin het belang van het behoud van de houtopstand niet altijd
                    zwaarder zal wegen. Burgemeester en Wethouders zullen bij verlening van
                    bouwvergunning overigens sterke argumenten moeten hebben om de kapvergunning
                    voor houtopstand die tengevolge van de bouwactiviteiten wel moet sneuvelen, te
                    weigeren. Andersom wordt er met het kappen van bomen met het oog op
                    bouwactiviteiten waarvoor de (bouw)vergunning niet in stand blijft, geen belang
                    meer gediend.</al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Dit lid introduceert het vergunningstelsel. In de Boswet wordt een
                    meldingsplicht (kennisgeving van voorgenomen velling) gehanteerd. Dat is te
                    verklaren uit het andere doel van de Boswet. Een eventuele kap van bos lost zich
                    op in de herplantplicht: de zaak is rond als (elders) weer een boom is geplant.
                    Het gaat niet zozeer om een bepaalde boom, maar om het totaal aantal bomen.</al><al>De boomverordening heeft voornamelijk ten doel juist een bepaalde boom of groep
                    van bomen uit oogpunt van behoud van natuurwaarde, landschappelijke waarde,
                    stads- en dorpsschoon of leefbaarheid te sparen. Met een herbeplanting is men
                    zelden gebaat. Het is dus zaak een maximale bescherming te scheppen. Deze geeft
                    het vergunningstelsel in grotere mate dan het meldingssysteem. In deze
                    verordening wordt daarom het vergunningstelsel gehanteerd, wat inhoudt dat er
                    een kapverbod geldt voor de houtopstanden welke staan op de bomenlijst of op de
                    kaart ‘Beschermde groenelementen’, behoudens daartoe verkregen vergunning</al><al><vet>Lid 2:</vet></al><al>Dit onderdeel voorziet in het geval dat bomen moeten worden geveld ter
                    bestrijding van de iepziekte of in het kader van een instandhoudingplicht dan
                    wel krachtens (andere) bepalingen van de boomverordening, bijvoorbeeld in
                    verband met verkeersveiligheid.</al><al><vet>Lid 3:</vet></al><al>In een acute probleemsituatie door houtopstanden, meestal dus gevaarzetting voor
                    zaken of personen door instabiliteit van bomen, moet er meteen gehandeld kunnen
                    worden. Burgemeester en wethouders zijn hiervoor bevoegd te verklaren. In het
                    belang van de duidelijkheid van het beleid rond bomen wordt een mondeling
                    genomen besluit zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en aan belanghebbenden
                    toegezonden. Tevens vindt publicatie plaats. Van een acute probleemsituatie kan
                    sprake bijvoorbeeld zijn indien de boom na blikseminslag, aanrijding of bij
                    constatering van dood, voorzienbaar en spoedig zal omvallen of anders grotere
                    takken uit de boom zullen vallen met risico van gevaarzetting. Het bekend zijn
                    met het risico van gevaarzetting en het voeren van de normale procedure kan tot
                    ongewenste effecten leiden (risicoaansprakelijkheid).</al><al><vet>Lid 4 sub d:</vet></al><al>Ingevolge artikel 15 derde lid van de Boswet is de gemeenteraad niet bevoegd
                    regelen te stellen ter bewaring van bossen en andere houtopstanden die deel uit
                    maken van bosbouwondernemingen, die als dusdanig bij het Bosschap geregistreerd
                    staan en gelegen zijn buiten de bebouwde kom (tenzij het een zelfstandige
                    eenheid betreft van minder dan 10 are of een zelfstandige rijbeplanting van
                    minder dan 20 bomen).</al><al><vet>Artikel 3: aanvraag vergunning</vet></al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Bij de aanvraag van de vergunning is het belangrijk dat deze door of namens de
                    zakelijk gerechtigde wordt gedaan. Een aanvraag van bijvoorbeeld een huurder
                    zonder dat er toestemming is gegeven door de eigenaar kan derhalve niet in
                    behandeling worden genomen. Een boom welke op de erfgrens staat is van beide
                    buren en een aanvraag dient met toestemming van beide buren ingediend te worden.
                    Een situatieschets, op te stellen door de aanvrager, kan in de praktijk nodig
                    blijken om te voorkomen dat men anders een tweede maal de kapvergunning voor een
                    andere houtkap zou kunnen gebruiken.</al><al><vet>Lid 2:</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting.</al><al><vet>Artikel 4: zakelijk karakter vergunning</vet></al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Opgenomen om bijvoorbeeld bij verkoop de nieuwe eigenaar te kunnen verplichten
                    de vergunningsvoorschriften na te komen, zoals bijvoorbeeld een
                    herplantingplicht.</al><al><vet>Artikel 5: Vergunning ex lege</vet></al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Artikel 6: Weigeringgronden</vet></al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid van het college. In alle
                    gevallen moet het college een belangenafweging maken. In afweging dient genomen
                    te worden de redenen van verwijdering tegenover de in artikel 6 genoemde
                    belangen. Bij de beoordeling van de zwaarte van de redenen van verwijdering
                    wordt gebruik gemaakt van de tabellen A; mate van overlast en B; categorieën van
                    overlast van de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen 2010’. Bij beoordelingen van
                    kapaanvragen is altijd sprake van maatwerk per situatie</al><al>Situaties die als reden voor verwijdering kunnen fungeren zijn; </al><lijst><li nr="•"><al>Indien de houtopstand door de staat waarin deze verkeert naar het
                            oordeel van Burgemeester en Wethouders de omgeving ontsiert;</al></li><li nr="•"><al>Indien de houtopstand naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders
                            een gevaar veroorzaakt voor de gehele omgeving;</al></li><li nr="•"><al>de houtopstand niet tot volle wasdom kan komen gezien de (te verwachten)
                            omvang van de houtopstand in relatie tot de omgeving en waarin de
                            houtopstand naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders onevenredig
                            veel overlast oplevert;</al></li><li nr="•"><al>de houtopstand verwijderd moet worden in het kader van bodemsanering,
                            bouwwerkzaamheden en herinrichtingwerkzaamheden waarbij de houtopstand
                            niet behouden kan worden.</al></li><li nr="•"><al>de houtopstand blijkens verklaring van de GGD onaanvaardbare risico's
                            oplevert voor de volksgezondheid.</al></li></lijst><al>Genoemde situaties worden door het college afgewogen tegenover de in artikel 6
                    genoemde belangen.</al><al><vet>Lid 2:</vet></al><al>Aangezien uit art. 2 lid 1 i.o. art 1 onder L blijkt dat verplanten ook onder de
                    vergunningplicht valt, is het in het eerste lid van dit artikel opgenomen.</al><al><vet>Lid 3:</vet></al><al>Het verbinden van een herplant voorwaarde aan een kapvergunning is algemeen
                    bekend en aanvaard in de rechtspraktijk. Tot de voorwaarden kunnen behoren een
                    termijn waarbinnen de herplant dient plaats te vinden, maat van de beplanting en
                    soort.</al><al><vet>Artikel 7: Waardevolle en Monumentale bomenlijst</vet></al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Lid 2:</vet></al><al>Indien de aanvrager van mening is dat er sprake is van grote gevaarzetting of
                    vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid dient de
                    aanvrager dit aantoonbaar te kunnen maken. Gevraagd kan worden om een rapportage
                    gemaakt door een deskundige op het gebied van bomen.</al><al><vet>Lid 3:</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Lid 4:</vet></al><al>Het mandaat tot het vaststellen van de bomenlijst en de kaart ‘beschermde
                    groenelement’ is overgedragen door de gemeenteraad aan het college van
                    Burgemeester en wethouders.</al><al>Lid 5,6,7:</al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Artikel 8: Vergunningsvoorschriften</vet></al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om te vermijden dat de boom al feitelijk is gekapt
                    voordat derden kennis van de kapvergunning hebben kunnen nemen. Overigens moet
                    worden opgemerkt dat een derde belanghebbende ook zelf uitstel van kappen kan
                    bewerkstelligen. Hij doet dit door aan de rechter een voorlopige voorziening te
                    vragen, inhoudende opschorting van een kapvergunning.</al><al><vet>Lid 2:</vet></al><al>Opgenomen uit natuurbeschermingsoogpunt voor bijzondere flora en fauna in en
                    rond een houtopstand.</al><al><vet>Lid 3:</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Lid 4:</vet></al><al>de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat
                    burgemeester en wethouders onder bepaalde voorwaarden ook de bevoegdheid hebben
                    om aan een kapvergunning een compensatiebedrag te verbinden. Deze
                    betalingsverplichting mag alleen worden opgelegd wanneer wordt voldaan aan de
                    voorwaarde dat het betaalde bedrag wordt gebruikt voor herplanting.</al><al><vet>Lid 5,6,7:</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Artikel 9: Bekendmaking</vet></al><al>Om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen een procedure te starten tegen
                    een te verlenen kapvergunning, wordt de ontvangst van de aanvraag, zodra hij in
                    behandeling kan worden genomen, gepubliceerd in een huis-aan-huisblad of een
                    ander . Derden-belanghebbenden kunnen op deze manier vroegtijdig ervan kennis
                    nemen en worden in de gelegenheid gesteld om hun bedenkingen tegen het voornemen
                    tot een te verlenen kapvergunningen in te dienen. Deze bedenkingen worden dan in
                    de afweging van de belangen nadrukkelijk meegewogen, waarna de indiener van de
                    bedenkingen middels het toezenden van het op aanvraag genomen besluit wordt
                    geïnformeerd. Desgewenst kan hij vervolgens gebruik maken van de hem ten dienste
                    staande rechtsmiddelen van bezwaar, beroep en voorlopige voorziening.</al><al>Het indienen van bedenkingen is een beperkte regeling. Deze regeling ziet niet
                    toe op het bepleiten van belangen, maar slechts op het verifiëren van de
                    gegevens die tot een afwijzing of anderszins bezwarende beschikking kunnen
                    leiden. In het bezwaarschrift van aanvrager of belanghebbenden wegen andere
                    belangen.</al><al>Wanneer er reden is te veronderstellen dat tussen gemeente en aanvrager verschil
                    van mening kan bestaan over de gegevens die de aanvrager zelf betreffen, is de
                    gemeente verplicht op grond van het bepaalde in artikel 4:7 Algemene wet
                    bestuursrecht de aanvrager hierover te raadplegen.</al><al>Als verwacht wordt dat belanghebbende bezwaar kan hebben tegen de te verlenen
                    beschikking en die beschikking zou steunen op gegevens en belangen die de
                    belanghebbende betreffen, terwijl die gegevens niet door hem zelf ter zake zijn
                    verstrekt, krijgt hij de gelegenheid zijn zienswijzen kenbaar te maken. Indien
                    het indienen van bedenkingen niet heeft geleid tot een voor belanghebbende
                    aanvaardbare beschikking, dan kan hij alsnog een bezwaarschrift indienen.</al><al>In situaties waarbij het noodzakelijk is dat met spoed een boom moet worden
                    geveld – b.v. bij gevaarzetting of ziekte – hebben burgemeester en wethouders de
                    bevoegdheid te bepalen dat de vergunning onmiddellijk van kracht wordt. Het zou
                    immers in dergelijke situaties bijzonder ongewenst zijn de bezwaarperiode af te
                    wachten alvorens de vergunning van kracht wordt.</al><al>Het eveneens publiceren van besluiten tot het verlenen van kapvergunningen is
                    bedoeld om zorgvuldig te zijn naar alle (derde)belanghebbenden.</al><al><vet>Artikel 10: vervaltermijn vergunning</vet></al><al>Om te voorkomen dat er misbruik van oude kapvergunningen wordt gemaakt, is de
                    mogelijkheid opgenomen een maximum termijn te stellen aan het gebruik van de
                    vergunning. Het beleid met betrekking tot het verlenen van vergunningen kan
                    immers veranderen. Daarnaast groeien ook bomen verder waardoor de afweging om al
                    of niet een kapvergunning te verstrekken zich in de loop van de tijd kan
                    wijzigen.</al><al>Tenslotte mag de periode van één jaar ook worden gehanteerd om, kijkend naar de
                    seizoenen, een juist moment te kiezen voor het kappen van de boom. Indien de
                    directe noodzaak niet speelt, is het aan te bevelen te wachten met kappen tot
                    het moment, dat de boom niet meer of nog niet in het blad staat. Zo nodig kunnen
                    burgemeester en wethouders de termijn verlengen met ten hoogste 1 jaar. Een
                    verzoek om verlenging (binnen de looptijd van het eerdere besluit) wordt
                    gepubliceerd als een ontvangen aanvraag. De beslissing tot verlenging is een
                    appelabel besluit.</al><al><vet>Artikel 11: financiële compensatie/instandhoudingplicht</vet></al><al><vet>Lid 1,2,3,4:</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Artikel 12: schadevergoeding</vet></al><al>Artikel 17 van de Boswet schrijft voor, dat de verordening een orgaan moet
                    aanwijzen, dat beslist met betrekking tot ingediende schadeclaims. Uit het
                    oogpunt van efficiency is het college van burgemeester en wethouders hiertoe het
                    meest geëigende orgaan. Het afwijzen van een kapvergunning kan bijvoorbeeld voor
                    betrokkene aanleiding zijn een schadeclaim bij de gemeente in te dienen. Echter
                    slechts in uitzonderlijke situaties zal eventuele schade niet ten laste mogen
                    blijven van betrokkene. Een schadeclaim is door de rechter tot op heden zelden
                    of nooit toegekend en lijkt voor een theoretisch geval gedacht.</al><al>Dit schijnbaar overbodige artikel wordt echter door een formele wet (Boswet)
                    voorgeschreven.</al><al><vet>Artikel 13: Bescherming houtopstanden</vet></al><al>Ter wille van volledigheid en duidelijkheid is dit artikel expliciet
                    opgenomen.</al><al><vet>Artikel 14: Burenrecht</vet></al><al>Artikel 5:42 lid 2 Burgerlijk Wetboek biedt de mogelijkheid om in een
                    verordening de minimale afstand tot de erfgrens waarop zonder toestemming van de
                    buren bomen mogen worden geplant, te bepalen op een afstand kleiner dan 2 meter
                    en voor heesters en heggen op een afstand kleiner dan een halve meter. Teneinde
                    een betere bescherming aan bomen, struiken en heesters te bieden is in de
                    verordening de minimale grens voor bomen vastgesteld op 1 meter en voor heesters
                    en struiken 0.5 meter gehanteerd.</al><al><vet>Artikel 15: Bestrijding van iepziekte</vet></al><al><vet>Lid 1,2:</vet></al><al>Dit artikel is nodig geworden nu het Besluit bestrijding iepziekte is opgeheven
                    en de Minister de gemeenten zelf de bevoegdheid heeft gelaten om tegen de ziekte
                    op te treden. Dit artikel zal met name toegepast kunnen worden met betrekking
                    tot de bestrijding van iepziekte.</al><al><vet>Artikel 16: ziekte, aantasting en gevaar</vet></al><al>Behoeft geen verdere toelichting</al><al><vet>Artikel 17: verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning</vet></al><al>Naar aanleiding van vele praktijkproblemen tussen de verschillende verordeningen
                    is dit artikel opgenomen.</al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Juist in het ontwerpstadium kunnen bouw- en aanlegplannen nog worden gewijzigd
                    en aangepast aan voorhanden en te behouden beplantingen. Een
                    standaardinventarisatie van aanwezige beplantingen als vast onderdeel iedere
                    bouw- of aanlegaanvraag is raadzaam. Ook kan dit ertoe leiden, dat kapaanvragen
                    buiten behandeling gesteld kunnen worden omdat de b.v. bouwplannen waarom een
                    boom zou moeten sneuvelen, nog slechts in het prille begin zijn (geen
                    bouwvergunning, nog geen wijziging bestemmingsplan). Goed overleg met de
                    aanvrager kan leiden tot het gewenst resultaat.</al><al><vet>Lid 2:</vet></al><al>Door het tegelijkertijd afgeven van de verschillende vergunningen wordt vermeden
                    dat de gemeente zichzelf in moeilijke situaties manoeuvreert, bijvoorbeeld het
                    redelijke wijze niet meer of slechts gedeeltelijk aanvullend kunnen zijn van een
                    kapvergunning op de reeds afgegeven bouwvergunning.</al><al><vet>Lid 3:</vet></al><al>Het is vaste rechtspraak dat er niet vroegtijdig gekapt mag worden als plannen
                    nog niet definitief zijn, zowel in juridische als financiële zin.</al><al><vet>Lid 4:</vet></al><al>Indien de aanwezigheid van waardevolle houtopstand bewust of opzettelijk is
                    verzwegen, kan dit artikel zeker toepassing vinden. In dit verband moet de
                    gemeente echter wel rekening houden met de werking van artikel 3:2 Awb: bij de
                    voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis
                    omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.</al><al><vet>Straf- ,overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 18: Strafbepaling</vet></al><al><vet>Lid 1:</vet></al><al>Volgens artikel 154 Gemeentewet kan op overtreding van een gemeentelijke
                    verordening een boete worden gesteld van ten hoogste ∈ 2268,-- (f 5.000) (2'
                    categorie) of ten hoogste drie maanden hechtenis. Indien het strafbare feit is
                    begaan door een rechtspersoon kan de rechter een geldboete opleggen van ten
                    hoogste ∈ 4537 (f 10.000) (3' categorie).</al><al>De rechter legt de straf op in overeenstemming met de ernst van het feit, de
                    omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de
                    dader, zoals daarvan tijdens de terecht zitting is gebleken. De boomwaarde is
                    dan ook één van de vele factoren die meewegen, en wel om het financiële in de
                    uitspraak te doen laten doorklinken. Veel gemeenten gaan bij opzettelijke,
                    illegale kap uit van de volle boomwaarde van de gevelde boom.</al><al><vet>Artikel 19: Toezicht op naleving</vet></al><al>De zin van de Boomverordening is zeer beperkt als de verordening niet wordt
                    gehandhaafd. Met de invoering van de 3' tranche van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb, 1 juli 1997) wordt de positie van de toezichthouders
                    geformaliseerd. De Awb kent de volgende bevoegdheden toe:</al><lijst><li nr="a."><al>betreden van plaatsen, met medeneming van de benodigde apparatuur, en
                            het zich doen vergezellen door andere personen;</al></li><li nr="b."><al>vorderen van inlichtingen;</al></li><li nr="vorderen"><al>van inzage van zakelijke gegevens en bescheiden, het maken van kopieën
                            hieronder begrepen;</al></li><li nr="c."><al>onderwerpen van zaken aan onderzoek, opneming en monster neming alsmede
                            het openen van verpakkingen en het zonodig meenemen van zaken;</al></li><li nr="d."><al>onderzoeken van vervoermiddelen en hun lading en van de bestuurder
                            vorderen van inzage van wettelijke voorgeschreven bescheiden alsmede
                            daartoe doen stilhouden en naar een andere plaats doen overbrengen van
                            het vervoermiddel.</al></li></lijst><al>Toezichthouders zijn niet bevoegd tot het opmaken van proces-verbaal.</al><al><vet>Artikel 20: Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit is een standaard bepaling</al><al><vet>Artikel 21: Overgangsbepalingen</vet></al><al>Dit is een standaard bepaling</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>