<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297606_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Burgerinitiatief Overijssel 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Overijssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Overijssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad PS/2012/235</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Burgerinitiatief Overijssel 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PS/2012/235</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-40802</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-40803</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Burgerinitiatief Overijssel 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_1_1_"> burgerinitiatiefvoorstel: een verzoek van
                            een initiatiefgerechtigde om een concreet voorstel met daarin een
                            ontwerp-besluit op de agenda van de vergadering van Provinciale Staten
                            te plaatsen. In dit voorstel wordt PS verzocht een besluit te nemen
                            zoals door de initiatiefnemer in het voorstel is omschreven; <noot id="d1761e70"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hoewel de term
                                    'burgerinitiatiefvoorstel' ruim moet worden opgevat, wordt wel
                                    verlangd dat daarin een concreet voorstel wordt opgenomen. Het
                                    burgerinitiatiefvoorstel beoogt meer dan alleen een discussie te
                                    starten. De indieners dienen een concreet doel vandaar dat de
                                    term burgerinitiatiefvoorstel is gehanteerd zodat Provinciale
                                    Staten worden gevraagd een concreet besluit te nemen. De
                                    indiener kan bij het opstellen en het indienen van een
                                    Burgerinitiatief een beroep doen op ondersteuning en advisering
                                    van de Statengriffie.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_1_2_"> Provinciale Staten: Provinciale Staten van
                            Overijssel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1761e90"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uit dit artikel volgt dat
                                    Provinciale Staten een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van
                                    een vergadering moeten plaatsen indien er sprake is van een
                                    geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde.
                                    Provinciale Staten zullen zich in dat geval dus in ieder geval
                                    moeten uitspreken over het burgerinitiatiefvoorstel. Van een
                                    geldig verzoek is sprake als: </noot.al><noot.lijst><noot.li><li.nr>1</li.nr><noot.al>het verzoek door ten minste het aantal van 1.500
                                            initiatiefgerechtigden wordt ondersteund; </noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>2</li.nr><noot.al>het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet
                                            in artikel 4 is uitgezonderd; </noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>3</li.nr><noot.al>aan de in artikel 5 gestelde procedurele
                                            voorwaarden wordt voldaan. In artikel 3 (zie hierna)
                                            wordt nader omschreven wanneer een persoon
                                            initiatiefgerechtigd is. </noot.al></noot.li></noot.lijst><noot.al>Over het vereiste dat het verzoek door tenminste 1.500
                                    initiatiefgerechtigden wordt ondersteund kan het volgende worden
                                    opgemerkt. Het burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om
                                    invloed uit te oefenen op de agenda van Provinciale Staten. Het
                                    is daarom een inbreuk op het uitgangspunt dat Provinciale Staten
                                    hun eigen agenda vaststellen. Dit is alleen gerechtvaardigd als
                                    het burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald
                                    gedeelte van de bevolking wordt gedragen. In geval van een
                                    duidelijke toe- of afname van het aantal initiatiefgerechtigden,
                                    kunnen Provinciale Staten dit aantal eenvoudig
                                    aanpassen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Provinciale Staten plaatsen een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda
                            van hun vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een
                            geldig verzoek is ingediend. Ongeldig is het verzoek dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_2_3_"> niet door ten minste 1.500
                            initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_2_4_"> een onderwerp als bedoeld in artikel 4
                            bevat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_2_5_"> niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in
                            artikel 5.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al><noot id="d1761e140"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet> Het ligt voor de hand het
                                initiatiefrecht toe te kennen aan kiesgerechtigden voor de
                                verkiezingen van Provinciale Staten, vanuit de gedachte dat het
                                burgerinitiatief een instrument is om burgers bij de besluitvorming
                                van Provinciale Staten te betrekken en die te beïnvloeden. Wie
                                kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B3 van de Kieswet. Er is
                                bewust voor gekozen om de 16- en 17-jarigen die binnen 2 jaar
                                kiesgerechtigd worden, ook in de gelegenheid te stellen om gebruik
                                te maken van het burgerinitiatiefvoorstel om ze meer bij de politiek
                                te betrekken. Zij hebben de mogelijkheid om een voorstel met behulp
                                van de Jongerenraad in te dienen. ]</noot.al></noot></al><al>Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing
                        van de leden van Provinciale Staten van Overijssel krachtens de Kieswet of
                        dat, door het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, binnen 2 jaar worden.
                        Voor het indienen van een initiatief kan door de 16- en 17-jarigen gebruik
                        worden gemaakt van de Overijsselse Jongerenraad. Voor de beoordeling of aan
                        de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de
                        dag van indiening van het verzoek bepalend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1761e157"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet> De beperkingen die dit artikel
                                    stelt aan de inhoud van een burgerinitiatiefvoorstel vloeien
                                    vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld
                                    weinig efficiënt om Provinciale Staten te belasten met de
                                    beraadslaging over een onderwerp waarover de Staten uiteindelijk
                                    geen beslissende bevoegdheid hebben. Een ander argument voor
                                    deze uitzondering is, dat de afstand tussen burger en bestuur
                                    alleen maar zou worden vergroot als de burger na het doorlopen
                                    van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat Provinciale
                                    Staten niets met het burgerinitiatiefvoorstel kunnen doen, omdat
                                    zij er niet over gaan. Een vraag die in strijd is met wettelijke
                                    termijnen of de aangegane verplichtingen van vastgesteld
                                    provinciaal beleid kan ook geen onderwerp van een
                                    burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de burger
                                    andere wegen open, zoals het spreekrecht in een vergadering van
                                    een Statencommissie of een spreekuur van een GS-lid. Ook moet
                                    voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures
                                    zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog
                                    hierop is bepaald dat het burgerinitiatiefvoorstel geen bezwaar
                                    tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van
                                    het provinciaal bestuur kan inhouden. Hiervoor heeft de burger
                                    andere wegen. Ten slotte is het evenmin de bedoeling dat zaken
                                    die recent nog in Provinciale Staten aan de orde zijn geweest
                                    opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een
                                    burgerinitiatief. Dit is niet doelmatig en zou een grote inbreuk
                                    maken op de agenda van Provinciale Staten. Deze beperking van
                                    artikel 4 sub e, geldt niet voor onderwerpen en voorstellen die
                                    in het kader van de behandeling van de Planning- en
                                    Controlcyclus aan de orde zijn geweest. De stukken in het kader
                                    van de P&amp;C-cyclus beslaan immers het hele werkterrein van de
                                    provincie en kunnen niet als specifieke voorstellen voor een
                                    bepaald onderwerp worden gezien. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_4_6_"> een onderwerp dat niet behoort tot de
                            bevoegdheid van Provinciale Staten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_4_7_"> een vraag over het provinciaal beleid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_4_8_"> een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de
                            Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het provinciaal
                            bestuur;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_4_9_"> een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de
                            Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het provinciaal
                            bestuur;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_4_10_"> een voorstel waarover korter dan een jaar
                            voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door Provinciale Staten
                            een besluit is genomen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_4_11_"> een onderwerp dat de persoonlijke
                            levenssfeer betreft;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_4_12_"> een onderwerp betreffende tarieven en
                            belastingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1761e211"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet> Omdat de Commissaris van de
                                    Koningin de voorzitter van de staten is, ligt het voor de hand
                                    om het burgerinitiatiefvoorstel bij haar in die hoedanigheid te
                                    laten indienen. Aan het verzoek is een aantal minimumvereisten
                                    gesteld. Het is uit praktische overwegingen zoals uniformiteit,
                                    overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam indiening van een
                                    burgerinitiatiefvoorstel plaats te laten vinden door middel van
                                    een standaardformulier voor burgerinitiatieven. Op dit formulier
                                    zal de verzoeker naast het voorstel plus toelichting, in ieder
                                    geval zijn personalia en die van zijn plaatsvervanger moeten
                                    aangeven. Ook de initiatiefgerechtigden die het verzoek
                                    ondersteunen zullen uiteraard vermeld moeten worden. Om fraude
                                    met namen te voorkomen kan naar personalia gevraagd worden als
                                    adressen en geboortedata. Met name dat laatste gegeven kan niet
                                    aan openbare bronnen als telefoonboeken worden ontleend. Op
                                    grond van deze gegevens kan de provincie onderzoeken of het
                                    verzoek de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen
                                    heeft. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_5_13_"> Het verzoek om een burgerinitiatiefvoorstel
                            op de agenda van de vergadering van Provinciale Staten te plaatsen wordt
                            schriftelijk ingediend bij de voorzitter van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_5_14_"> Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H51446_0_0_5_14_1_"> een nauwkeurige omschrijving van
                                    het burgerinitiatiefvoorstel en het gewenste besluit door
                                    Provinciale Staten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H51446_0_0_5_14_2_"> een omschrijving van het beoogde
                                    doel van het burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H51446_0_0_5_14_3_"> een toelichting op het
                                    burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H51446_0_0_5_14_4_"> de achternaam, de voornamen, het
                                    adres, de geboortedatum (alle duidelijk leesbaar) en de
                                    handtekening van de indiener en zijn plaatsvervanger;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H51446_0_0_5_14_5_"> een lijst met de voornamen,
                                    achternamen, adressen, geboortedata (alle duidelijkleesbaar) en
                                    handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het voorstel
                                    ondersteunen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_5_15_"> Voor de indiening van het verzoek wordt
                            gebruikgemaakt van het in bijlage I opgenomen modelverzoek
                            burgerinitiatiefvoorstel. De Ondersteuningsverklaring is in bijlage II
                            opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1761e257"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De burger moet erop kunnen
                                    vertrouwen dat Provinciale Staten zijn voorstel spoedig toetst
                                    aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Er
                                    zijn minimaal twee weken beschikbaar om het voorstel te kunnen
                                    controleren. Bij een maandelijkse vergadering van Provinciale
                                    Staten zal een geldig burgerinitiatiefvoorstel binnen maximaal
                                    twee maanden door Provinciale Staten besproken worden. Verzoeken
                                    waarvoor Provinciale Staten niet bevoegd zijn, kunnen worden
                                    doorgezonden naar Gedeputeerde Staten. Dat zal met name gebeuren
                                    als het College van Gedeputeerde Staten wel bevoegd is. Bij een
                                    geldig verzoek kunnen Provinciale Staten vragen om het
                                    burgerinitiatiefvoorstel van een advies te voorzien. </noot.al><noot.al>Met het derde tot en met het zevende lid worden vooral
                                    waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de afhandeling van
                                    een burgerinitiatiefvoorstel door Provinciale Staten. Op grond
                                    van het zesde lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk
                                    meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan
                                    dus een mededeling zijn, inhoudende dat het verzoek wordt
                                    afgewezen of een inhoudelijk besluit zijn. Wordt het verzoek tot
                                    plaatsing van een burgerinitiatief door Provinciale Staten
                                    afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de
                                    Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep op de
                                    rechter openstaan. Besluiten Provinciale Staten het
                                    burgerinitiatiefvoorstel te agenderen dan is er sprake van een
                                    voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of
                                    beroep (artikel 6:3 Awb).Afhankelijk van de inhoud van de
                                    beslissing op het initiatiefvoorstel zelf, zal er sprake zijn
                                    van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht dat
                                    vatbaar is voro bezwaar en beroep. Zo zal bijv. bezwaar en
                                    beroep openstaan indien Provinciale Staten n.a.v. het
                                    burgerinitiatiefvoorstel besluit een subsidie toe te kennen voor
                                    een bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om een
                                    verordening op bepaalde punten aan te passen. Tegen een zodanig
                                    besluit staat geen bezwaar en beroep open bij de rechter (art.
                                    8:2 Awb). ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_6_16_"> Provinciale Staten stellen in de
                            eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek vast
                            of het een geldig verzoek betreft zoals bedoeld in artikel 2, met dien
                            verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van
                            indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het
                            voorstel wordt beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_6_17_"> Indien Provinciale Staten het verzoek
                            afwijzen wegens strijd met artikel 4, onder a, en het onderwerp behoort
                            wel tot de bevoegdheid van het College van Gedeputeerde Staten van
                            Overijssel, dan zenden Provinciale Staten het voorstel door aan het
                            College van Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_6_18_"> Indien Provinciale Staten het verzoek
                            toewijzen, dan wordt het burgerinitiatiefvoorstel voor een volgende
                            vergadering van Provinciale Staten geagendeerd. Provinciale Staten
                            kunnen Gedeputeerde Staten verzoeken over het ingediende
                            burgerinitiatiefvoorstel een advies aan Provinciale Staten te
                            verstrekken. <noot id="d1761e282"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het derde lid is thans op
                                    heldere wijze aangegeven, dat de behandeling in de commissie en
                                    ook in Provinciale Staten zich toespitst op het
                                    burgerinitiatiefvoorstel zelf en niet op het eventueel
                                    uitgebrachte advies van Gedeputeerde Staten.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_6_19_"> De indiener van het
                            burgerinitiatiefvoorstel krijgt de gelegenheid het voorstel tijdens een
                            statencommissiedag toe te lichten en om met de leden van Provinciale
                            Staten van gedachten te wisselen. In afwijking van de spreektijdregeling
                            in het reglement van Orde voor Provinciale Staten van Overijssel 2011
                            stelt de Agendacommissie voor deze gedachtewisseling de spreektijd vast. <noot id="d1761e295"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het inspreekrecht zoals dat in het
                                    vierde lid is omschreven dient ruim te worden opgevat. Daarom is
                                    hierin een regeling opgenomen waarin is bepaald, dat in
                                    afwijking van de spreektijd regeling in het Reglement van Orde
                                    voor Provinciale Staten 2011, de Agendacommissie voor de
                                    behandeling van dit burgerinitiatiefvoorstel zelf een spreektijd
                                    vaststelt. Er dient een gedachtewisseling te ontstaan tussen de
                                    indiener en de aanwezige leden van Provinciale Staten. De
                                    indiener kan hierin aangeven wat het beoogde doel is van het
                                    initiatief. Dit moet echter wel passen binnen het doel van het
                                    agenderingsverzoek. Het starten van een algemeen debat tijdens
                                    de commissievergadering wordt niet beoogd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_6_20_"> De voorzitter van Provinciale Staten nodigt
                            de indiener schriftelijk uit voor de vergadering van Provinciale Staten
                            waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De indiener heeft,
                            voordat de behandeling van het burgerinitiatiefvoorstel een aanvang
                            neemt, de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader
                            toe te lichten. <noot id="d1761e308"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het vijfde lid is bepaald, dat
                                    de indiener ook in de vergadering van Provinciale Staten de
                                    gelegenheid krijgt het burgerinitiatiefvoorstel nader toe te
                                    lichten. De leden van Provinciale Staten kunnen ook voorafgaand
                                    aan de beraadslaging verduidelijkende vragen stellen aan de
                                    indiener. Vervolgens beginnen de meer politieke beraadslagingen
                                    van Provinciale Staten over het voorstel, waarbij de indiener
                                    geen rol meer heeft.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_6_21_"> Nadat Provinciale Staten over het
                            burgerinitiatiefvoorstel een besluit hebben genomen wordt van dit
                            besluit zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                            indiener.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_6_22_"> Nadat de indiener is ingelicht wordt het
                            besluit zo spoedig mogelijk algemeen bekendgemaakt door publicatie van
                            het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege
                            uitgegeven blad, op de provinciale website en in een of meer dag-,
                            nieuws- of huis-aan-huisbladen, danwel op een andere geschikte
                            wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1761e333"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet> Het artikel bepaalt dat, de
                                    voorzitter van Provinciale Staten, de Commissaris van de
                                    Koningin verplicht is om jaarlijks een verslag over het
                                    burgerinitiatief uit te brengen. Hierbij valt te denken aan
                                    getalsmatige gegevens(aantal ingediende, aantal toegewezen en
                                    aantal afgewezen burgerinitiatiefvoorstellen), alsmede aan een
                                    beknopt overzicht van de inhoud van de
                                    burgerinitiatiefvoorstellen, de besluiten van Provinciale Staten
                                    op de burgerinitiatiefvoorstellen. De werking van de verordening
                                    dient na ieder ingediend burgerinitiatief te worden geëvalueerd.
                                    Naar aanleiding van deze evaluatie kan de verordening worden
                                    bijgesteld. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_7_23_"> De voorzitter van Provinciale Staten brengt
                            elk jaar een verslag uit over de werking van het recht van initiatief in
                            de praktijk via het burgerjaarverslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_7_24_"> De werking van de verordening wordt na
                            ieder ingediend burgerinitiatief geëvalueerd en vervolgens kan
                            (desgewenst) de verordening worden bijgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_8_25_"> Deze verordening treedt in werking op de
                            eerstvolgende dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad van
                            Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H51446_0_0_8_26_"> De Verordening Burgerinitiatief Overijssel
                            2008 is op die dag ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Burgerinitiatief
                        Overijssel 2012.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i222892.pdf">bijlage_I_verzoek_burgerinitiatiefvoorstel.pdf (71 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i222893.pdf">bijlage_II_ondersteuningsverklaringen_burgerinitiatiefvoorstel.pdf (51 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>