<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297519_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag 2012 - 2</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2012, 40</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag 2012 - 2</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147, lid 1 en 3 en artikel 108, lid 2 Gemeentewet; artikel 8, lid 1 en artikel 36 Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB12.0162</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening langdurigheidstoeslag 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag 2012 - 2</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Algemene bepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet
                                    nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                    werk en bijstand.</al><al/></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en
                                            wethouders;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                            schoolkosten;</al></li><li nr="d."><al>Wsf : Wet studiefinanciering 2000;</al></li><li nr="e."><al>peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                            langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="f."><al>referteperiode: een aaneengesloten periode van 36
                                            maanden voorafgaand aan de peildatum;</al></li><li nr="g."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de
                                            wet, waarbij voor de zinsnede “een periode waarover een
                                            beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de
                                            referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in
                                            afwijking van artikel 32 van de wet, voor beoordeling
                                            van het recht op een langdurigheidstoeslag als inkomen
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="h."><al> uitzicht op inkomensverbetering: personen die in de
                                            komende jaren een ruimer inkomen kunnen verkrijgen,
                                            waaronder in ieder geval begrepen personen met een
                                            inkomen uit Wet studiefinanciering (Wsf) of de Wet
                                            tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
                                            (WTOS).</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Conform de bepalingen van artikel 36 eerste lid van de wet behoren
                                tot de doelgroep de personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65
                                jaar, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen
                                vermogen hebben, als bedoeld in artikel 34 van de wet en geen
                                uitzicht hebben op inkomensverbetering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen recht op de langdurigheidstoeslag hebben personen die op de
                                peildatum of gedurende de referteperiode een inkomen op grond van de
                                Wsf of de WTOS hebben ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 Langdurig laag inkomen</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder langdurig als bedoeld in artikel 36 eerste lid van de wet
                                wordt verstaan een ononderbroken periode van 36 maanden, direct
                                voorafgaand aan de peildatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder laag inkomen wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het in aanmerking te nemen netto-maandinkomen van maximaal
                                        100% van de vantoepassing zijnde bijstandsnorm.</al></li><li nr="b."><al>het in aanmerking te nemen netto-maandinkomen dat op grond
                                        van de Toeslagenwet isaangevuld tot het sociaal
                                        minimum.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>de gehuwden tezamen: 38,5% van de bijstandsnorm op 1
                                            januari, zoals opgenomen in artikel 21 onder c van de
                                            wet;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouders: 38,5% van de som van de
                                            bijstandsnorm op 1 januari, zoals opgenomen in artikel
                                            21 onder b van de wet en de toeslag, genoemd in artikel
                                            25, tweede lid, op 1 januari van de wet;</al></li><li nr="c."><al>alleenstaande: 38,5% van de som van de bijstandsnorm op
                                            1 januari zoals opgenomen in artikel 21 onder a<cursief>
                                                v</cursief>an de wet en de toeslag, genoemd in
                                            artikel 25, tweede lid, op 1 januari van de wet;</al></li><li nr="d."><al>de bedragen worden naar boven afgerond op hele
                                            euro’s.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
                                    peildatum bepalend.</al></li><li nr="3."><al>Op de toeslag, zoals opgenomen in het eerste lid, wordt in
                                    mindering gebracht het bedrag op jaarbasis waarmee de uitkering
                                    (inclusief de aanvulling op basis van de Toeslagenwet) van de
                                    belanghebbende, de van toepassing zijnde bijstandsnorm
                                    overschrijdt.</al></li><li nr="4."><al>Indien slechts een van de gehuwdenrecht op
                                    langdurigheidstoeslag heeft, is voor hem de norm gelijk aan de
                                    norm die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                    moeten gelden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bevoegdheid College</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening,
                            nadere regels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien
                            toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag
                            2012 - 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening treedt na haar bekendmaking in werking op de dag
                                    waarop de Wet afschaffing huishoudens inkomenstoets in werking
                                    treedt en werkt terug vanaf 1 januari 2012.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de verordening wordt de
                                    Verordening Langdurigheidstoeslag 2012, door de raad vastgesteld
                                    in zijn vergadering van 19 december 2011, ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 17 september 2012.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening is tot stand gekomen als gevolg van de wetswijziging van de Wet
                    werk en bijstand 2012 (WWB) nadat de Wet Afschaffing Huishoudinkomenstoets in
                    werking is getreden. In de Wet Afschaffing Huishoudinkomenstoets zijn de
                    definities van gezin en middelen herzien met het oog op bijstand van gehuwden
                    met meerderjarige inwonende kinderen en alleenstaanden of alleenstaande ouders
                    met meerderjarige inwonende kinderen. Daarmee is de aanscherping van de
                    gezinsbijstand en de huishoudinkomenstoets zoals die per 1 januari 2012 gold te
                    niet gedaan. </al><al>Generiek inkomensbeleid is voorbehouden aan het rijk. In de WWB is hierop een
                    expliciete uitzondering gemaakt met betrekking tot het verstrekken van
                    categoriale voorzieningen zoals de langdurigheidstoeslag, de categoriale
                    bijzondere bijstand aan chronisch zieken en gehandicapten, ouderen, mensen met
                    schoolgaande kinderen, de collectieve aanvullende ziektekostenverzekeringen,
                    stadspassen en voorzieningen op sociaal cultureel terrein.</al><al>De regering heeft ervoor gekozen de inkomensnormering voor al dit soort
                    categoriale gemeentelijke voorzieningen vast te stellen op 110% van het op het
                    huishoudtype toepasselijke (van het wettelijk minimumloon afgeleide) sociaal
                    minimum. Deze koppeling sluit aan bij de bestaande gemeentelijke praktijk, omdat
                    de colleges kijken naar het netto-inkomen om het recht op inkomensondersteuning
                    te bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met het huishoudtype en de daarbij
                    behorende bijstandsnorm. </al><al>De opdracht aan de gemeenteraad, zoals opgenomen in artikel 8 tweede lid onder c
                    WWB, is bij de wetwijziging van de Wet werk en bijstand 2012 (WWB) nadat de Wet
                    Afschaffing Huishoudinkomenstoets in werking is getreden ongewijzigd gebleven;
                    bij verordening dienen regels vastgesteld te worden met betrekking tot het
                    verlenen van een langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval
                    betrekking te hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen. </al><al>Gegeven die bevoegdheid is in deze verordening de invulling van het begrip laag
                    inkomen gehandhaafd op 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. </al><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>Door qua begripsomschrijving aan te sluiten bij de WWB wordt voorkomen dat na
                    eventuele wijzigingen van begripsomschrijvingen de verordening dient te worden
                    aangepast. </al><al>Met de invulling van het begrip peildatum wordt aangesloten bij de
                    jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin bepaald is dat niet van
                    belang is de datum waarop is aangevraagd maar geacht wordt te zijn gedaan tegen
                    de eerst mogelijke datum na afloop van de referteperiode. Omdat de peildatum
                    bepalend is voor welk recht van toepassing is, is het overbodig in deze
                    verordening eventueel overgangsrecht op te nemen. </al><al>Met betrekking tot het begrip “inkomen” is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de
                    verordening regels op te nemen over het begrip “langdurig, laag inkomen”, is de
                    gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel 36 lid 1 WWB
                    nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de in de
                    bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde en tevens door de regering bedoelde,
                    invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 van de wet, maar wordt de
                    wetstechnische imperfectie weggenomen. </al><tussenkop>Artikel 2 Doelgroep</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>De langdurigheidstoeslag is van toepassing voor diegenen met een laag inkomen.
                    Het maakt niet uit of het inkomen door werk of op een andere manier wordt
                    gegenereerd. Wel is het criterium “geen uitzicht op inkomensverbetering” van
                    toepassing. Daarmee is beoogd om diegenen die over concreet perspectief op
                    inkomensverbetering beschikken, uit te sluiten van het recht op
                    langdurigheidstoeslag. </al><tussenkop>Lid 2 </tussenkop><al>Studenten worden expliciet uitgesloten van de langdurigheidstoeslag. Van
                    studenten wordt per definitie gesteld dat zij perspectief hebben op
                    inkomensverbetering. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><tussenkop> Langdurig laag inkomen</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>De langdurigheidstoeslag is bedoeld voor diegenen die, gerekend vanaf de
                    peildatum tenminste drie jaar een minimuminkomen hebben. </al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het in aanmerking te nemen netto-maandinkomen (inclusief vakantietoeslag) kan
                    een uitkering betreffen maar ook een inkomen dat structureel laag is. Het
                    inkomen waarop een toeslag wordt verstrekt tot het sociaal minimum op grond van
                    de Toeslagenwet, wordt eveneens gerekend tot een laag inkomen. </al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte van de toeslag </tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt berekend naar een vast percentage
                    van 38,5% van de bijstandsnorm plus volledige gemeentelijke toeslag per maand,
                    inclusief vakantiegeld. Voor de hoogte wordt uitgegaan van de normen op 1
                    januari. Het bedrag wordt naar boven afgerond op hele euro’s. Daarmee zijn de
                    bedragen langdurigheidstoeslag per huishoudtype gelijk aan de bedragen zoals
                    opgenomen in de verordening langdurigheidstoeslag 2010. Door de bedragen te
                    koppelen aan de bijstandsnorm blijven de bedragen gelijke tred houden met de
                    actuele ontwikkelingen die de bijstandsnorm doormaakt. </al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>De peildatum is de datum waarop de periode van 36 maanden, waarin een laag
                    inkomen is ontvangen, is bereikt. Bij ongewijzigde omstandigheden blijft de
                    situatie op de peildatum bepalend. Bij wijziging van omstandigheden wordt een
                    nieuwe peildatum vastgesteld. </al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>Deze uitzondering is opgenomen in 2010 door wijziging van de Toeslagenwet,
                    waardoor personen met een uitkering onder het sociaal minimum een aanvulling op
                    grond van de Toeslagenwet, iets boven de bijstandsnorm uitkomen waardoor er een
                    afwijzing volgt. Vóór 2010 deed die situatie (uitkering + TW) zich niet voor. In
                    die gevallen kan een langdurigheidstoeslag worden verstrekt onder aftrek van het
                    bedrag waarmee de WWB-norm wordt overschreden. </al><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>Deze uitzondering dient overeenkomstig artikel 24 van de wet te worden
                    uitgevoerd en dus enkel ziet op de situatie dat er sprake is van uitsluiting van
                    een van de gehuwden ingevolge artikel 13, eerste lid van de wet. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>