<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297507_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke informatiekrant, 18-04-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-06-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dongen</al><al/><al>besluit vast te stellen:</al><al/><al>de <vet>Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                naderworden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                enbijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de WWB.</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        Dongen.</al></li><li nr="c."><al>de raad: de gemeenteraad van Dongen.</al></li><li nr="d."><al>sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve
                                        activiteit: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of
                                        culturele activiteit diebeoogt een sociaal isolement te
                                        voorkomen of te doorbreken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Maatschappelijke participatie</titel></kop><al>Uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie van een
                            ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, komen
                            in aanmerking voor bijstandsverlening op grond van deze verordening. Met
                            maatschappelijke participatie wordt bedoeld dat het oogmerk van
                            bijstandsverlening dient te zijn het voorkomen of doorbreken van een
                            sociaal isolement.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op bijzondere bijstand voor maatschappelijke
                            participatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep en Voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar;</al></li><li nr="b."><al>Die staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie
                                    van Dongen;</al></li><li nr="c."><al>Die ten laste komend zijn van een belanghebbende zoals bedoeld
                                    in artikel 35 lid 5 Wwb met een in aanmerking te nemen inkomen
                                    van ten hoogste een inkomen zoals bedoeld in artikel 35 lid 9
                                    Wwb ;</al></li><li nr="d."><al>waarbij de belanghebbende(n) niet beschikt over een vermogen
                                    boven de voor hen van toepassing zijnde vermogensgrens als
                                    bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB. </al></li><li nr="e."><al>Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve
                                    respectievelijk sportieve activiteiten in verband met
                                    ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 komen
                                    in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van
                                    deze verordening.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Maximale vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De maximale vergoeding of waarde van de vergoeding bedraagt
                                per</al><al>kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al> € 150,- per kalenderjaar voor een alleenstaande ouder of
                                        gezin per kind van 4 tot en met 11 jaar ten behoeve waarvan
                                        bijstand wordt verstrekt op grond van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>b. € 300,- per kalenderjaar voor een alleenstaande ouder of
                                        gezin per kind van 12 tot en met 17 jaar ten behoeve waarvan
                                        bijstand wordt verstrekt op grond van drdening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De bedragen genoemd in het eerste lid kunnen jaarlijks worden
                                geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex
                                volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden
                                op hele euro’s naar boven afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de
                                uitvoering van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De beleidsregels bevatten in ieder geval een richtsnoer van de te
                                verstrekken kosten in verband met sociaal-culturele, educatieve en
                                sportieve activ</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing hiervan
                            tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            participatie WWB 2013 gemeente Dongen.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013
                        gemeente Dongen</titel></kop><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden
                    belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke
                    participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen
                    op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning
                    rechtstreeks aan zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten
                    goede te late komen en vindt het daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere
                    bijstand aan deze groep in natura en niet als geldbedrag wordt verleend. Dit is
                    vastgelegd in artikel 48 lid 4 WWB.</al><al>Artikel 8 lid 1 onderdeel g WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                    regels moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan
                    een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een
                    beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met
                    maatschappelijke participatie van dat kind. Hierbij moet in ieder geval worden
                    bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke
                    participatie’ (artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB).</al><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt uitsluitend verstrekt aan
                    mensen met maximaal een inkomen van 110% van de op hem van toepassing zijnde
                    bijstandsnorm (artikel 35 lid 9 WWB).</al><al/><al><vet>Brede aanpak participatie </vet>Gemeenten krijgen de ruimte om de
                    participatie van kinderen breed aan te pakken. Samenwerking met
                    sportverenigingen, cultuurinstellingen, scholen en centra voor jeugd en gezin
                    vindt de minister van groot belang en komt de effectiviteit van het
                    armoedebeleid ten goede.</al><al/><al>De gemeente Dongen kent al jaren een aantal regelingen voor participatie van
                    schoolgaande kinderen in de vorm van het Minimafonds, de</al><al> schoolkostenregeling en de computerregeling. Volgens deze regelingen kunnen
                    kinderen deelnemen aan culturele, sportieve, educatieve en maatschappelijke
                    activiteiten. </al><al>De bepalingen uit de Verordening Minimafonds welke betrekking hebben op de
                    participatieregeling zijn overgeheveld van de Verordening Minimafonds naar de
                    Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012 gemeente Dongen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening maatschappelijke participatie WWB
                        2013 gemeente Dongen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
                    Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt
                    dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten
                    ook de Verordening moet worden gewijzigd. Ten aanzien van het beleid met
                    betrekking tot de voorzieningen voor maatschappelijke participatie geldt dat
                    deze uitsluitend betrekking mogen hebben op sociaal-culturele, educatieve of
                    sportieve activiteiten. In artikel 1</al><al>lid 2 onderdeel d van deze verordening is bepaald dat onder sociaalculturele,
                    educatieve respectievelijk sportieve activiteit wordt verstaan: een
                    maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een
                    sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.</al><al>Er kan worden gedacht aan een lidmaatschap van een sportvereniging of</al><al>toneelvereniging. Een lidmaatschap van een belangengroep, zoals een</al><al>vakbond, is geen sociaal-culturele of sportieve activiteit.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Maatschappelijke participatie</vet></al><al>In artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB is expliciet bepaald dat de gemeenteraad</al><al> in de verordening maatschappelijke participatie regels moet stellen over de
                    wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke
                    participatie’.</al><al>In artikel 2 van deze verordening is aangegeven dat uitsluitend kosten in
                    verband met maatschappelijke participatie in aanmerking komen voor
                    bijstandsverlening op grond van deze verordening. In artikel 2 van deze
                    verordening is voorts aangegeven dat het oogmerk van maatschappelijke
                    participatie het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement is.</al><al>Bij de invulling van het begrip maatschappelijke participatie is rekening
                    gehouden met het feit dat van categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in
                    artikel 35 lid 5 WWB geen sprake is voor zover het hoofddoel van de vergoeding
                    het subsidiëren van culturele, educatieve of sportieve activiteiten is. Er is
                    slechts sprake van bijstandsverlening indien voor belanghebbenden kosten worden
                    weggenomen die zij anders wel zouden maken. Daarom is voor de toepassing van
                    deze verordening slechts sprake van maatschappelijke participatie indien het
                    oogmerk van bijstandsverlening het voorkomen of doorbreken van een sociaal
                    isolement is.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Doelgroep en Voorwaarden</vet></al><al>In artikel 3 zijn de doelgroep en algemene voorwaarden opgenomen om in
                    aanmerking te komen voor categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in</al><al> artikel 35 lid 5 WWB. In artikel 3 onder c van deze verordening wordt voor de
                    duidelijkheid verwezen naar de voorwaarden die volgen uit de wet.</al><al>In artikel 3 lid e van deze verordening is voorts bepaald dat uitsluitend kosten
                    voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in
                    verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in
                    aanmerking komen voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze
                    verordening. Zie in dit verband ook de toelichting bij artikel 2 van deze
                    verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Maximale vergoeding</vet></al><al>In artikel 3 lid e van deze verordening is bepaald dat voor categoriale
                    bijzondere bijstand op grond van deze verordening kosten voor sociaal culturele,
                    educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met
                    ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in aanmerking komen.
                    Er is geen limiet gesteld aan de te verstrekken voorzieningen. Om de kosten
                    enigszins te kunnen beheersen is in artikel 4 van deze verordening de maximale
                    vergoeding per kind per kalenderjaar vastgelegd.</al><al/><al>Voor zover de bijstand in natura is verstrekt dient als vergoeding de waarde van
                    de vergoeding in aanmerking te worden genomen. Dit is het bedrag dat
                    belanghebbende zou hebben moeten betalen voor deze voorziening indien het
                    college hem deze voorziening niet zou hebben vergoed. In lid 2 is een
                    indexeringsbepaling opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Uitvoering</vet></al><al>Omdat de uitvoering van het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand is
                    opgedragen aan het college worden ten behoeve van de uitvoering nadere
                    beleidsregels gesteld. Deze beleidsregels dienen als handvat voor de
                    uitvoering.</al><al>In artikel 5 lid 2 van deze verordening is bepaald dat de beleidsregels in ieder
                    geval een richtsnoer van de te verstrekken kosten bevatten.</al><al>Hierbij kan worden gedacht aan de kosten van:</al><al>- de contributie van een sportvereniging;</al><al>- de contributie van een zangvereniging;</al><al>- een bibliotheekabonnement;</al><al>- een internetabonnement;</al><al>- een krantenabonnement;</al><al>- een telefoonabonnement;</al><al>- een zwemabonnement;</al><al>- muziekonderwijs;</al><al>- schoolactiviteiten zoals schoolreisjes en excursies;</al><al>- sportattributen;</al><al>- sportkleding;</al><al>- vakantiekamp.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2012,
                    onder gelijktijdige intrekking van de Verordening maatschappelijke participatie
                    WWB 2012.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>