<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297320_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Leidingenverordening Papendrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">PN 03-04-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Leidingenverordening Papendrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt. 149, 154 en 156 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/022</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>regeling voor aanleg, houden, onderhoud, gebruik en verwijderen van leidingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>inclusief toelichting en artikelgewijze toelichting</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Leidingenverordening Papendrecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="3*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="54*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>college</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>college van burgemeester en wethouders van
                                                Papendrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>leiding</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>een buis bestemd voor het transport van vaste
                                                stoffen, vloeistoffen en gassen, of een kabel
                                                gelegen </al><al>-in, op of boven de grond of;</al><al>-in civiele kunstwerken, met alle daarbij behorende
                                                voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten,
                                                afsluiters, brandkranen, kasten etc.</al><al>met uitzondering van bovengrondse
                                                hoogspanningskabels en van gemeentelijke
                                                rioleringsbuizen en trafohuisjes.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>openbare plaats</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>een voor het publiek toegankelijke plaats binnen de
                                                gemeente Papendrecht, waaronder begrepen de weg als
                                                bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                                Wegenverkeerswet 1994. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>openbaar water </al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
                                                wijze toegankelijk zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>civiele kunstwerken</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>voor de geleiding van een leiding aangebrachte
                                                infrastructuur, waaronder in ieder geval wordt
                                                verstaan leidingentunnels en leidingenviaducten, en
                                                in infrastructuur aanwezige voorzieningen ten
                                                behoeve van de geleiding van leidingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>leidingexploitant</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding
                                                wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder
                                                tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor
                                                het aanleggen van een leiding heeft
                                                aangevraagd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>ondergrondse obstakels</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>bodemverontreiniging, materialen, objecten en
                                                stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van
                                                de aan te leggen of aangelegde leiding tot gevolg
                                                hebben of kunnen hebben;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>-het aanbrengen of verwijderen van leidingen,
                                                niet-gelegen in, op of boven een wegkruising of
                                                rotonde, in reeds aangebrachte voorzieningen;</al><al>-reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden aan de
                                                leidingen met een lengte van minder dan tien meter
                                                en niet-gelegen in, op of boven een wegkruising of
                                                rotonde, en niet vallend onder artikel 5, zesde lid
                                                van deze verordening;</al><al>-het maken van huisaansluitingen met een lengte van
                                                minder dan tien meter en niet-gelegen in, op of
                                                boven een wegkruising of rotonde. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>spoedeisende </al><al>werkzaamheden</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>-werkzaamheden vanwege storingen, waarbij uitstel
                                                van de reparatie redelijkerwijs niet mogelijk
                                                is;</al><al>-werkzaamheden vanwege calamiteiten:(natuur)ramp of
                                                een onverwachte gebeurtenis die ernstige schade kan
                                                veroorzaken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>feitelijke werkzaamheden: </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>de werkzaamheden als omschreven in de verleende
                                                vergunning. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>handboek Kabels en Leidingen</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>door het college vastgestelde of vast te stellen
                                                nadere regels betreffende ontwerp, aanleg,
                                                exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en
                                                leidingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>nadeelcompensatieregeling</al></entry><entry colname="col4"><al>:</al></entry><entry colname="col5"><al>door het college vast te stellen nadere regels
                                                betreffende de compensatie van eventuele schade als
                                                gevolg van het intrekken of wijzigen van een
                                                vergunning als bedoeld in deze verordening;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de aanleg, het houden, het
                                onderhoud, de exploitatie en het verwijderen van leidingen in, op of
                                boven openbare plaatsen en in of op civiele kunstwerken alsmede in
                                of boven openbaar water. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op kabels, bedoeld in de
                                Telecommunicatiewet en op leidingen, die onderdeel zijn van een
                                inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of deel uitmaken van
                                drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Handboek Kabels en Leidingen</titel></kop><al>Het college stelt in het handboek Kabels en Leidingen nadere regels vast
                            omtrent de veiligheid, het ontwerp, het beheer, de aanleg, het onderhoud
                            en het verwijderen van leidingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DE VERGUNNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning leidingen
                                in, op of boven openbare plaatsen en in of op civiele kunstwerken
                                alsmede in of boven openbaar water : </al><lijst><li nr="a."><al>aan te leggen of te houden; </al></li><li nr="b."><al>te onderhouden of te exploiteren of </al></li><li nr="c."><al>te verwijderen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning bestaande
                                leidingen: </al><lijst><li nr="a."><al>te wijzigen; </al></li><li nr="b."><al>te verplaatsen; </al></li><li nr="c."><al>een andere functie te geven dan die in de vergunning is
                                        omschreven. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een vergunning wordt ingediend bij het college via
                                een door het college vast te stellen formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verleent een vergunning op aanvraag aan de
                                leidingexploitant, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het
                                bepaalde bij of krachtens deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt in het handboek Kabels en Leidingen nadere regels
                                vast, met betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag worden
                                verstrekt, alsook over de wijze waarop deze gegevens worden
                                verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard geldt een ten
                                opzichte van de vorige leden verkorte procedure. Het college
                                verleent voor de beoogde werkzaamheden toestemming indien ten minste
                                drie werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden door de
                                leidingexploitant melding is gedaan met een daarvoor door het
                                college vastgesteld formulier. Het college kan aan de toestemming
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Artikel 8, tweede lid, is
                                hierbij van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het vierde lid is niet van toepassing op hoogspanningskabels zijnde
                                kabels van meer dan 380 kVolt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij spoedeisende werkzaamheden volstaat een melding door de
                                leidingexploitant voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De
                                leidingexploitant maakt achteraf zo spoedig mogelijk melding van de
                                werkzaamheden via een door de burgemeester vastgesteld of vast te
                                stellen formulier aan de burgemeester of een daartoe gemachtigde
                                ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Toepassing vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in artikel 4 is zaaksgebonden. De
                                leidingexploitant draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning
                                verbonden voorschriften worden nageleefd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de leiding ten aanzien waarvan een vergunning is verleend
                                wordt overgedragen of de leidingexploitant in een andere rechtsvorm
                                wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant
                                respectievelijk melden de oude en de nieuwe rechtspersonen dit
                                onverwijld schriftelijk aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college in de
                                vergunning bepalen dat deze persoonsgebonden is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn op vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op het besluit bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een beslissing op de aanvraag niet binnen acht weken kan
                                worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt
                                het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing op de
                                aanvraag wel tegemoet kan worden gezien. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als er geen grond is om de vergunning te weigeren, kan het college
                                de beslissing op de aanvraag aanhouden, als voor de werkzaamheden
                                tevens een Omgevingsvergunning en/of een vergunning op grond van de
                                Algemene Plaatselijke Verordening en/of een vergunning van derden
                                benodigd is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de beslissing op de aanvraag niet aanhouden
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in het vierde lid bedoelde vergunning is afgegeven en zes
                                        weken zijn verstreken waarbinnen geen bezwaar is aangetekend
                                        dan wel</al></li><li nr="b."><al>een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en op
                                        dat verzoek is beslist. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning wordt in ieder geval niet verleend indien niet wordt
                                voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorschriften vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan met inachtneming van het handboek Kabels en
                                Leidingen voorschriften en beperkingen aan de vergunning
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen
                                onder andere betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van de bodem;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de voorkoming van gevaar, schade of hinder;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van openbaar groen;</al></li><li nr="f."><al>de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het
                                        verkeer;</al></li><li nr="g."><al>het verschaffen van nadere informatie;</al></li><li nr="h."><al>de bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige
                                        leidingen;</al></li><li nr="i."><al>de afstemming met andere werken;</al></li><li nr="j."><al>de toestand waarin het tracé na voltooiing van de
                                        werkzaamheden moet worden opgeleverd;</al></li><li nr="k."><al>het behoud van de integriteit van de leiding;</al></li><li nr="l."><al>de bepaling van het tijdstip waarop de werkzaamheden aan de
                                        leiding mogen of moeten beginnen;</al></li><li nr="m."><al>de vaststelling van de met het oog op het verrichten van de
                                        werkzaamheden in te dienen werkplan en de termijn waarbinnen
                                        het plan moet zijn ingediend;</al></li><li nr="n."><al>het tijdschema voor de werkzaamheden;</al></li><li nr="o."><al>de voorwaarden waaronder afwijking van het werkplan of het
                                        tijdschema is toegestaan;</al></li><li nr="p."><al>de bepaling van onderhoudsverplichtingen;</al></li><li nr="q."><al>het tracé waar de leiding moet worden gelegd en
                                        gehouden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken, wijzigen vergunning door college</titel></kop><al>Het college kan de vergunning met het oog op de belangen genoemd in
                            artikel 8 lid 2 wijzigen of intrekken, alsmede en indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het
                                    onherroepelijk worden van de vergunning met de feitelijke
                                    werkzaamheden is begonnen;</al></li><li nr="b."><al>de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de
                                    leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes
                                    maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een
                                    periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is en niet
                                    onderhouden is;</al></li><li nr="c."><al>blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige
                                    gegevens is verleend;</al></li><li nr="d."><al>de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                    afgegeven;</al></li><li nr="e."><al>de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze
                                    verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;</al></li><li nr="f."><al>na het verlenen van de vergunning het college gegronde reden
                                    heeft om aan te nemen dat het van kracht blijven van de
                                    vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens,
                                    natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere
                                    voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet
                                    kan worden tegemoetgekomen;</al></li><li nr="g."><al>dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken door of
                                    vanwege de gemeente;</al></li><li nr="h."><al>dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken door of
                                    vanwege derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekken vergunning op verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college trekt de vergunning in, indien de leidingexploitant
                                    schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen
                                    gebruik meer te willen maken.</al></li><li nr="2."><al>Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het
                                    eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na
                                    opzegging in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als
                                    leidingexploitant, tenzij schriftelijk blijkt dat de leiding is
                                    overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere
                                    persoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als
                                    leidingexploitant wordt beschouwd.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid wordt in geval van een
                                    persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 6, derde lid,
                                    de vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd tot het
                                    moment dat hij - schriftelijk aan het college verklaart van de
                                    vergunning geen gebruik meer te willen maken en de exploitatie
                                    van de leiding staakt of - de leiding waar de vergunning
                                    betrekking op heeft in eigendom overdraagt en hij daarvan
                                    schriftelijk melding heeft gedaan bij het college, mits hij het
                                    bewijs van de overdracht levert. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DE WERKZAAMHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvang werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de leidingexploitant verplichten binnen een door het
                                college vast te stellen termijn na verlening van de vergunning en
                                voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden, gegevens in
                                te dienen bij het college overeenkomstig het handboek Kabels en
                                Leidingen.. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leidingexploitant voltooit de feitelijke werkzaamheden binnen zes
                                maanden na aanvang, tenzij in de vergunning anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Oplevering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant draagt ervoor zorg dat het leidingtracé na
                                afloop van het werk in de oorspronkelijke, dan wel in de vergunning
                                omschreven staat wordt opgeleverd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in, op
                                of boven de openbare plaatsen worden uitgevoerd, brengt het college
                                de kosten voor nader herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van
                                die openbare plaatsen die het rechtstreekse gevolg zijn van de
                                uitgevoerde werkzaamheden bij de leidingexploitant in rekening
                                conform de door het college vast te stellen Schaderegeling
                                Ingravingen, welke als bijlage in het handboek Kabels en Leidingen
                                is opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                                openbare plaatsen de leidingexploitant werkzaamheden moet uitvoeren,
                                verlangt het college specifiek schadeherstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ondergrondse obstakels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse
                                obstakels worden aangetroffen, meldt de leidingexploitant dit
                                onverwijld aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het
                                tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen
                                ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt en
                                opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van alle te
                                nemen maatregelen komen ten laste van de leidingexploitant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde opschorting wordt pas gelast,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het
                                        college aan de leidingexploitant opgedragen maatregelen,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>naar het oordeel van het college maatregelen als bedoeld
                                        onder a. niet mogelijk zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Tekeningen</titel></kop><al>De leidingexploitant stelt het college na de voltooiing van de
                            werkzaamheden om niet tekeningen ter beschikking, waaruit de feitelijke
                            situatie na de uitvoering van de werkzaamheden blijkt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HET BEHEER VAN LEIDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Beheer van kabels en leidingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leidingexploitant is verplicht, met inachtneming van het
                                    Handboek Kabels en Leidingen, zorg te dragen voor een goede
                                    staat van onderhoud van de leiding.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de leidingexploitant verplichten op diens kosten
                                    periodiek aan het college een door een onafhankelijk en
                                    deskundig bureau opgesteld rapport te verstrekken, waarin wordt
                                    aangetoond dat de leiding voldoet aan de voorschriften en
                                    beperkingen waaronder de vergunning is verleend.</al></li><li nr="3."><al>Indien naar het oordeel van het college een leiding onvoldoende
                                    is onderhouden, zendt het college een aanzegging naar de
                                    leidingexploitant. De leidingexploitant meldt binnen de in de
                                    aanzegging bepaalde termijn op welke wijze en binnen welke
                                    termijn onderhoudswerkzaamheden zullen worden verricht. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>NADEELCOMPENSATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een
                                    besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging
                                    van een vergunning op grond van artikel 9, onderdeel g, schade
                                    lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot
                                    het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en waarvan een
                                    vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college
                                    op verzoek aan hem een vergoeding toe.</al></li><li nr="2."><al>Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt
                                    overeenkomstig een door het college vast te stellen
                                    nadeelcompensatieregeling beslist.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VERONTREINIGING, GEVAAR EN HINDER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verontreiniging, gevaar en hinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leidingexploitant is verplicht verontreiniging, gevaar of
                                    hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of
                                    hinder kunnen optreden, onmiddellijk conform de procedures als
                                    bedoeld in het Handboek Kabels en Leidingen te melden en alle
                                    maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade
                                    of hinder te voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de leidingexploitant opdragen een
                                    milieutechnisch onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk
                                    gevaar of hinder uit te (laten) voeren, indien een redelijk
                                    vermoeden bestaat dat verontreiniging, gevaar of hinder, kan
                                    ontstaan bij de exploitatie van de leiding. De hier genoemde
                                    onderzoeken komen voor rekening van de leidingexploitant.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van
                                    verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de
                                    leiding opschorting gelasten van de exploitatie van de
                                    betreffende leiding en, indien sprake is van een vergrote kans
                                    op verontreiniging, gevaar of hinder door belendende leidingen,
                                    van laatstgenoemde leidingen. De gemeente is niet aansprakelijk
                                    als het voorafgaande wordt gelast door het college.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VERWIJDEREN VAN LEIDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verwijderen van leidingen</titel></kop><al>De leidingexploitant is verplicht na het verlopen, opzeggen of geheel of
                            gedeeltelijke intrekken van de vergunning de leiding binnen een door het
                            college te bepalen termijn op zijn kosten te verwijderen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>TOEZICHT OP DE NALEVING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen
                            personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>OVERGANGS- EN OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke
                                toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn, als
                                een schriftelijke toestemming dan wel vergunning krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming
                                dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening,
                                kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen
                                de leidingexploitant het college nadere informatie over de leiding
                                dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet
                                indienen, bij gebreke hiervan de schriftelijke toestemming bij een
                                door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 4, 6, tweede lid, 11, tweede lid, 13,
                            eerste lid, 15, eerste lid en derde lid, tweede volzin, en 17, eerste
                            lid, kan worden gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of
                            een geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Leidingenverordening
                            Papendrecht</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BIJ DE LEIDINGENVERORDENING PAPENDRECHT</titel></kop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><al>Het transport via ondergrondse leidingen heeft de afgelopen decennia een hoge
                    vlucht genomen. De relatief lage transportkosten en aanzienlijke voordelen ten
                    opzichte van de overige vervoersmodaliteiten hebben ertoe geleid dat veel
                    bedrijven hebben geïnvesteerd in het ondergrondse transport. Op het grondgebied
                    van de gemeente Papendrecht is dan ook een zeer uitgebreid netwerk aan
                    ondergrondse leidingen (lees: kabels en leidingen) ontstaan.</al><al/><tussenkop>Juridische basis </tussenkop><al>Voor het leggen en houden van telecomkabels is de Telecommunicatieverordening
                    beschikbaar. Voor de overige leidingen was tot op heden geen zelfstandige
                    verordening van kracht binnen de gemeente. Dit was/is ook niet noodzakelijk,
                    omdat het recht tot het leggen en houden van de overige leidingen momenteel (ten
                    tijden van de inwerkingtreding van onderhavige verordening) nog steeds
                    grotendeels wordt verleend middels privaatrechtelijke concessieovereenkomsten
                    (waarmee tegelijkertijd de benodigde APV vergunningen geacht worden te zijn
                    verleend). Deze overeenkomsten lopen echter binnen afzienbare termijn af.
                    Vooruitlopend hierop is het van belang om een verordening als de nu voorliggende
                    Leidingverordening (LV) te hebben opgesteld. Na beëindiging van de
                    concessieovereenkomsten, vallen de betreffende leidingen onder de reikwijdte van
                    deze LV. Deze LV is na de inwerkingtreding wel direct van toepassing op de
                    kleine groep leidingen die noch onder de Telecommunicatieverordening, noch onder
                    de Concessieovereenkomsten vallen. Deze werden tot op heden op basis van de
                    Algemene plaatselijke verordening (APV) vergund. </al><al>De genoemde betreffende artikelen uit de APV staan in het hoofdstuk Openbare
                    Orde en Veiligheid. Dat impliceert dat de voorwaarden die aan deze vergunning
                    werden verbonden, betrekking moesten hebben op de bescherming van de
                    bruikbaarheid van de weg. Bij het leggen, houden, exploiteren en verwijderen van
                    leidingen spelen echter ook andere belangen een rol, zoals ongestoord liggen en
                    functioneren, milieu, veiligheid en ondergrondse ordening. De nu voorliggende
                    Leidingenverordening (LV) is gebaseerd op de artikelen 149, 154 en 156 van de
                    Gemeentewet. Kernartikel van de Leidingverordening is artikel 4: het is verboden
                    in, op of boven openbare plaatsen en in of op civiele kunstwerken of in of boven
                    openbaar water een leiding aan te leggen, te houden, te exploiteren en te
                    verwijderen zonder een vergunning van het college. Kernpunten van de LV en de
                    daaraan gekoppelde vergunningen zijn: </al><lijst><li nr="·"><al>de veiligheid van de leidingen; </al></li><li nr="·"><al>het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en
                            dier; </al></li><li nr="·"><al>te stellen eisen aan ordening en allocatie van leidingen; </al></li><li nr="·"><al>te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud; </al></li><li nr="·"><al>te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van
                            leidingen. </al></li></lijst><al>De bedoelde artikelen uit de APV worden aangepast in die zin dat deze
                    APV-vergunningen niet meer vereist zijn ingeval een vergunning op grond van de
                    LV is verleend. </al><al>De verordening geeft het college de bevoegdheid om nadere regels te stellen ter
                    uitvoering van de verordening. Deze nadere regels zullen worden neergelegd in
                    het handboek Kabels en Leidingen en zullen voornamelijk technische eisen
                    behelzen (met verwijzing naar bijvoorbeeld NEN-normen) en eisen waaraan
                    bijvoorbeeld een aanvraag moet voldoen. Deze opzet is gekozen om het college in
                    staat te stellen flexibel te reageren op nieuwe ontwikkelingen op technisch
                    gebied.</al><al>In sommige gevallen zullen behalve een vergunning op basis van deze verordening
                    ook vergunningen op grond van andere wettelijke regelingen nodig zijn. Zo laat
                    de LV de afgifte van eventuele milieu- en omgevingsvergunningen onverlet. Ook
                    kunnen vergunningen van andere dan de gemeentelijke organisatie nodig zijn,
                    zoals vergunningen van waterschappen, etc. </al><al/><tussenkop><vet>Toepassingsbereik</vet></tussenkop><al>De verordening is van toepassing op alle leidingen die zich bevinden in, op of
                    boven openbare plaatsen en in of op voor leidingen bestemde civiele kunstwerken
                    en in of boven openbare wateren binnen de gemeente Papendrecht. De begrippen
                    openbare plaats en openbare water sluiten aan bij de betekenis van de begrippen
                    in de APV. Het begrip ‘openbare plaats’ moet breed worden opgevat en bevat in
                    beginsel alle plaatsen, waaronder begrepen de weg (als bedoeld in de
                    Wegenverkeerswet) die voor het publiek toegankelijk zijn. </al><al/><tussenkop>Bestuurlijke, administratieve lasten </tussenkop><al>Zoals uiteengezet hebben leidingexploitanten ook nu een (APV) vergunning nodig
                    voor het leggen, hebben en exploiteren van leidingen. De voorgestelde
                    Leidingverordening beoogt voor het vergunnen van deze leidingen een solide
                    grondslag te creëren. De invoering van de Leidingenverordening brengt dan ook
                    geen verzwaring van de bestuurlijke en/of administratieve lasten mee, voor de
                    gemeente noch voor de leidingexploitanten.</al><al/><tussenkop>Handhaving</tussenkop><al>Wat over de bestuurlijke, administratieve lasten is gezegd, geldt ook voor de
                    handhaving. Ook nu wordt het leggen, hebben en exploiteren van leidingen
                    gehandhaafd. Het college is belast met de vergunningverlening van de vergunde
                    leidingen. Het toezicht op de naleving bij de uitvoering van de op de APV
                    vergunde leidingen en, in de toekomst, op de Leidingverordening is in handen van
                    de hiertoe benoemde toezichthouders, de ogen en oren van het college in de
                    buitenruimte. </al><al/><tussenkop>Uitvoering en mandatering</tussenkop><al>De uitvoering van de LV wordt opgedragen aan het college. Het college kan de
                    uitvoering mandateren aan zijn ambtenaren.</al><al/><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE LEIDINGENVERORDENING
                    PAPENDRECHT</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen neergelegd. Van belang is op te
                    merken dat in beginsel alle leidingen in, op of boven de openbare plaatsen en
                    openbaar water, waarover de bevoegdheid van het gemeentebestuur zich uitstrekt
                    onder de reikwijdte van de verordening vallen. Twee categorieën leidingen zijn
                    van de werkingssfeer uitgezonderd. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 2.
                    Het bereik van de verordening is niet beperkt tot leidingen die in de grond
                    liggen, maar ook leidingen en bijbehorende voorzieningen die door of over
                    zogeheten civiele kunstwerken zijn gelegd vallen onder de reikwijdte van de
                    verordening. Met civiele kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor
                    leidingen is aangelegd om bijvoorbeeld een natuurlijke barrière (zoals een
                    rivier) over te kunnen steken. Hierbij zij gedacht aan leidingentunnels en
                    leidingenviaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals
                    bruggen) in deze verordening als civiele kunstwerken beschouwd. In artikel 2,
                    eerste lid, is de reikwijdte expliciet aangegeven. </al><al>Bovengrondse hoogspanningskabels zijn uitgezonderd van de definitie van
                    ‘leiding’ en vallen dus niet onder de vergunningplicht van de verordening. </al><al>Met het begrip leidingexploitant wordt in eerste instantie bedoeld degene in
                    wiens opdracht de leiding wordt aangelegd. Voor het gemak wordt de aanvrager van
                    een vergunning ook als leidingexploitant aangemerkt, hoewel daar feitelijk nog
                    geen sprake van kan zijn (er is immers in geval van nieuwe leidingen nog geen
                    leiding aanwezig). Nadat de leiding is aangelegd, zal de exploitant of beheerder
                    van de leiding worden beschouwd als leidingexploitant. Veelal zal dat degene
                    zijn onder wiens verantwoordelijkheid de leiding is aangelegd, maar dat behoeft
                    niet altijd het geval te zijn. In geval van overdracht van de leiding gelden
                    specifieke regels. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 6.</al><al>De gemeente zal algemene regels voor de uitvoering van de werkzaamheden in de
                    openbare plaatsen vast stellen, door ze op te nemen in een Handboek Kabels en
                    Leidingen. In dit handboek staan dan de algemene regels, als de wegafzettingen
                    tijdens de uitvoering, het informeren van omwonenden, technische voorschriften
                    over het herstel van de straat etc. Het voordeel is dat deze voorschriften dan
                    niet in iedere af te geven vergunning behoeven te worden opgenomen. Verder kan
                    het handboek betrekking hebben op alle kabels en leidingen in gemeentegrond, dus
                    niet alleen telecommunicatiekabels. Het handboek zal door het college worden
                    vastgesteld. Op deze wijze kan flexibel op de ontwikkelingen worden
                    ingespeeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>In dit artikel wordt het toepassingsbereik van de verordening weergegeven. In de
                    toelichting bij artikel 1 is reeds ingegaan op de begrippen ‘openbare plaatsen’,
                    ‘civiele kunstwerken’ en ‘openbaar water’ . Verder maakt het eerste lid van dit
                    artikel duidelijk dat alle stadia van werkzaamheden, die verband houden met een
                    leiding, onder de werkingssfeer vallen: van aanleg, wijziging en onderhoud tot
                    verwijdering en herstel van openbare plaatsen. </al><al>In het tweede lid zijn kabels, die vallen binnen de reikwijdte van de
                    Telecommunicatiewet en Telecommunicatieverordening (zoals telecomkabels, CAI en
                    kabelexploitanten, etc.), uitgezonderd van de werkingssfeer van deze
                    verordening. Voor de aanleg, exploitatie en wijziging van die leidingen is dan
                    ook geen vergunning op basis van deze verordening benodigd, maar gelden de
                    gedoogplicht en het instemmingbesluit op basis van voornoemde wet en
                    verordening. Tevens zijn uitgezonderd alle leidingen die deel uitmaken van een
                    inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer. Niet is beoogd de leidingen die
                    aanwezig zijn bij individuele bedrijven onder de vergunningplicht te stellen.
                    Ook vallen leidingen die deel uitmaken van drukapparatuur in de zin van het
                    Warenwetbesluit drukapparatuur niet onder de werkingssfeer van deze verordening.
                    Dit betreft overigens meestal leidingen die niet in, op of boven openbare
                    plaatsen liggen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel biedt de grondslag voor het college om ter uitvoering van de
                    verordening nadere regels te stellen. Deze nadere regels zullen worden vervat in
                    het handboek Kabels en Leidingen. Door vaststelling van het handboek Kabels en
                    Leidingen krijgen de daarin neergelegde normen een publiekrechtelijk karakter.
                    In de overige artikelen van de verordening wordt verwezen naar het op basis van
                    dit artikel vast te stellen handboek Kabels en Leidingen. Beoogd is hierin
                    voornamelijk technische voorschriften op te nemen op het gebied van veiligheid
                    van leidingen en de uitvoering van werkzaamheden. Ook zal in het handboek Kabels
                    en Leidingen worden opgenomen welke informatie moet worden aangeleverd bij het
                    indienen van een aanvraag.</al><al>Het handboek Kabels en Leidingen zal na vaststelling op het gemeentehuis ter
                    inzage liggen. Tevens zal het handboek Kabels en Leidingen op internet worden
                    geplaatst.</al><al/><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Dit artikel vormt de kern van het vergunningenstelsel. Het is verboden om een
                    leiding aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te wijzigen, te
                    verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen, tenzij de
                    leidingexploitant in het bezit is van een vergunning. Normaliter zullen in een
                    vergunning ten behoeve van aanleg en exploitatie alleen voorwaarden worden
                    opgenomen die betrekking hebben op die handelingen. Voor de overige handelingen,
                    zoals voor de verwijdering van een leiding, zal een afzonderlijke vergunning (al
                    dan niet met een verkorte procedure) benodigd zijn. Zie voor de verwijdering van
                    leidingen ook de toelichting bij artikel 18.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de vergunning wordt verleend indien wordt voldaan aan de
                    voorschriften in deze verordening en het handboek Kabels en Leidingen. De
                    vergunningverlenende bevoegdheid kan door het college worden gemandateerd.
                    Degene die een leiding wenst aan te leggen (of te wijzigen of verwijderen etc.)
                    dient daartoe een aanvraag in bij de gemeente. De voor de aanvraag benodigde
                    documenten worden opgesomd in het handboek Kabels en Leidingen en informatie
                    daarover is verkrijgbaar bij het college.</al><al>In het vierde lid van dit artikel is expliciet opgenomen dat ingeval van
                    werkzaamheden van niet-ingrijpende aard (zie artikel 1 sub h voor de definitie
                    hiervan) een sterk vereenvoudigde procedure geldt. Minimaal drie werkdagen vóór
                    aanvang van de werkzaamheden dient, door middel van een speciaal formulier,
                    melding gemaakt te worden waarna een marginale toetsing door het college
                    plaatsvindt en toestemming verleend wordt. In de toestemming kunnen voorwaarden
                    worden neergelegd. In het zesde lid van dit artikel is geregeld dat bij
                    spoedeisende werkzaamheden (zie artikel 1 sub i voor de definitie ervan) de
                    meldtermijn van minimaal drie werkdagen niet geldt, maar deze werkzaamheden
                    dienen in ieder geval voorafgaand aan de feitelijke aanvang te zijn gemeld. </al><al/><tussenkop>Artikel 6 </tussenkop><al>Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat in geval van overdracht (bijv. verkoop)
                    van een leiding de vergunning die op die leiding betrekking heeft, inclusief
                    alle rechten en plichten, overgaat op de nieuwe leidingexploitant. De vergunning
                    is zaaksgebonden en ‘volgt’ het object. Uiteraard dient de nieuwe
                    leidingexploitant zich volledig te houden aan de in de vergunning vermelde
                    voorschriften. Indien wijziging van leidingexploitant plaatsvindt (bij
                    overdracht, maar ook ingeval de rechtspersoonlijkheid wijzigt) moeten zowel de
                    oude als de nieuwe leidingexploitant hiervan melding maken aan het college. Het
                    niet voldoen aan deze meldplicht levert een overtreding op. Op grond van het
                    derde lid kan het college in bijzondere gevallen bepalen dat de vergunning
                    persoonsgebonden en daarmee niet overdraagbaar is. Dit kan bijvoorbeeld het
                    geval zijn bij leidingen die gebruikt worden voor zeer gevaarlijke stoffen. Zie
                    hierover overigens ook de toelichting bij artikel 10. </al><al/><tussenkop>Artikel 7 </tussenkop><al>Dit artikel regelt de beslistermijn voor het college. Tevens wordt in dit
                    artikel de verhouding weergegeven met andere vergunningen. De beslissing op een
                    aanvraag voor een leidingenvergunning kan worden aangehouden zolang bijvoorbeeld
                    geen Omgevingsvergunning of een vergunning op grond van de APV geen formele
                    rechtskracht hebben. Dit geldt uiteraard alleen indien een dergelijke vergunning
                    vereist is.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><al>Dit artikel biedt de basis om aan de vergunning voorschriften en beperkingen te
                    verbinden. De verordening en het handboek Kabels en Leidingen vormen daarvoor
                    gezamenlijk het kader. In het tweede lid staat een niet-limitatieve lijst van
                    belangen waartoe de voorwaarden en beperkingen kunnen strekken. Van belang is
                    ook de bevoegdheid om aan de vergunning een beperkte tijdsduur te verbinden.
                    Zodra die termijn afloopt, zal de leidingexploitant de leiding in beginsel
                    moeten verwijderen. Vanzelfsprekend kan de leidingexploitant afspreken dat de
                    leiding wordt overgedragen of op een later tijdstip wordt verwijderd. Zie ook de
                    toelichting bij artikel 18.</al><al/><al>Lid 3 biedt de basis voor het college om na afgifte uit eigen beweging een
                    vergunning te wijzigen of aan te vullen. Vanzelfsprekend dient het college
                    daarbij de belangen, genoemd in het tweede lid, algemene beginselen van
                    behoorlijk bestuur en de Algemene wet bestuursrecht in acht te nemen. </al><al/><tussenkop>Artikel 9 </tussenkop><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning in te trekken of
                    te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in dit artikel, genoemde
                    gronden. De belangrijkste grond betreft het intrekken indien de
                    leidingexploitant de voorschriften van de verordening, het Handboek Kabels en
                    Leidingen of de vergunning niet naleeft. Onderdeel f is een vangnetbepaling, die
                    het college de bevoegdheid geeft om in te grijpen indien er ernstige gevolgen
                    voor gezondheid en milieu dreigen als gevolg van het in standhouden van de
                    vergunning. Deze bevoegdheid kan echter als laatste middel gebruikt worden
                    aangezien eerst moet worden bezien of de dreiging kan worden weggenomen door
                    aanpassing van de vergunning of door het stellen van nadere eisen. Onderdeel g
                    betreft het geval als er werken door of vanwege de gemeente worden uitgevoerd
                    ter plaatse van de vergunde leiding, vanwege deze werken kan de leiding daar
                    niet blijven liggen of moet worden aangepast.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 </tussenkop><al>In geval de leidingexploitant niet langer van een vergunning gebruik wenst te
                    maken, kan hij hiervan schriftelijk mededeling doen aan het college. Met het
                    afstand doen van de vergunning vervallen alle rechten die met de vergunning
                    gepaard gaan. De leidingexploitant is vervolgens verplicht de leiding te
                    verwijderen (artikel 18). Om te voorkomen dat een leidingexploitant door het
                    afstand doen van een vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in
                    het tweede lid aangegeven dat de opzegger nog steeds wordt beschouwd als
                    leidingexploitant in de zin van deze verordening. De verwijderingsplicht rust
                    dan ook op hem. Dit geldt niet indien de leiding is overgedragen aan een andere
                    (rechts)persoon. In dat geval wordt haast vanzelfsprekend de nieuwe eigenaar als
                    leidingexploitant beschouwd. Uit oogpunt van een effectieve handhaving is het
                    derde lid opgenomen waarin staat aangegeven dat in geval van een
                    persoonsgebonden vergunning (zie artikel 6, derde lid) de vergunninghouder te
                    allen tijde als leidingexploitant wordt beschouwd, ook al heeft hij de leiding
                    in eigendom overgedragen. Dit is alleen anders wanneer hij schriftelijk
                    verklaart van de vergunning geen gebruik meer te maken en de exploitatie van de
                    leiding staakt of schriftelijk en (indien het college daarom verzoekt)
                    ondersteund met bewijsstukken melding maakt van de overdracht van de betreffende
                    leiding.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Nadat door het college de vergunning (al dan niet na een verkorte procedure) is
                    verleend, kunnen de feitelijke werkzaamheden een aanvang nemen. Dit artikel
                    geeft het college de mogelijkheid om te eisen dat bouwtechnische tekeningen en
                    andere documenten/gegevens worden overlegd. Waar mogelijk wordt in het handboek
                    Kabels en Leidingen opgenomen welke documenten/gegevens in ieder geval overlegd
                    dienen te worden. Uit oogpunt van veiligheid is de aanleg van een leiding een
                    essentieel element; het toezicht van gemeentewege op de aanleg van de leidingen
                    is dan ook van groot belang. Om dat toezicht goed te kunnen uitoefenen is het
                    nodig dat het college op de hoogte is van alle na de vergunningafgifte geplande
                    werkzaamheden. Het toezicht van de gemeente ontslaat de leidingexploitant niet
                    van de juiste ligging van de leidingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 </tussenkop><al>De leidingexploitant is verantwoordelijk voor een goede en zorgvuldige aanleg
                    van de leiding. Hij moet ervoor zorgen dat de grond of bodem weer in de
                    oorspronkelijke wijze wordt opgeleverd, tenzij in de vergunningvoorwaarden
                    anders is bepaald. Het spreekt voor zich dat in het laatste geval oplevering
                    dient plaats te vinden overeenkomstig de in de vergunning omschreven
                    voorwaarden. Het tweede lid bevat een regeling voor vergoeding van de kosten die
                    gepaard gaan met herstel van de openbare plaatsen die een direct gevolg zijn van
                    werkzaamheden aan leidingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 </tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het aantreffen van bodemverontreiniging en
                    andere ondergrondse obstakels bij de aanleg van een leiding. De term
                    'bodemverontreiniging' is in deze verordening breder dan de terminologie in de
                    Wet bodembescherming. Aan het college moeten alle stoffen en obstakels gemeld
                    worden, die een nadelige invloed kunnen hebben op de staat van de leiding.
                    Hiermee wordt duidelijk wat de kritieke plaatsen in een leidingtracé zijn. Deze
                    verplichting staat los van de plichten die reeds gelden op grond van de Wet
                    bodembescherming (die is opgesteld vanuit milieubeschermingoptiek). Dit artikel
                    is aanvullend ten opzichte van het in voornoemde wet neergelegde regime. </al><al>In geval dergelijke verontreiniging of obstakels worden aangetroffen dat aanleg
                    van een leiding niet verantwoord is als de verontreiniging of obstakels niet
                    eerst zijn opgeruimd, kan het college de leidingexploitant opdragen bepaalde
                    maatregelen te treffen. De kosten voor deze maatregelen komen ten laste van de
                    leidingexploitant zelf. Als sluitstuk kan het college opschorting van de
                    werkzaamheden vorderen. Bij het opleggen van dergelijke maatregelen vormen de
                    belangen die beschermd worden met deze verordening het beoordelings- en
                    beslissingskader.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 </tussenkop><al>Dit artikel stelt het college in staat om te allen tijde zonder daarvoor een
                    vergoeding verschuldigd te zijn zogeheten (digitale) ‘as built’- en/of
                    revisietekeningen op te vragen.</al><al>Normaliter zullen deze tekeningen zo spoedig mogelijk na voltooiing van de
                    werkzaamheden opgevraagd worden, maar dit artikel biedt tevens de mogelijkheid
                    om in een later stadium de stand van zaken te verifiëren.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 </tussenkop><al>Een belangrijk element van deze verordening is de onderhoudsplicht. De
                    leidingexploitant is primair verantwoordelijk voor een goede staat van de
                    leiding. Het college kan bepalen dat afschriften van de rapporten aan het
                    college toegezonden moeten worden. In geval de staat van de leiding onvoldoende
                    is, is de leidingexploitant verplicht aan te geven op welke wijze en op welke
                    termijn onderhoudswerkzaamheden zullen worden uitgevoerd. </al><al/><al>Een belangrijke indicatie van de toestand van de leiding is de mate waarin
                    onderhoud wordt gepleegd aan de leiding. De noodzaak tot onderhoud en de
                    tijdschema's voor onderhoud verschillen van leiding tot leiding en zijn
                    afhankelijk van de getransporteerde stoffen. De vergunninghouder kan verplicht
                    worden om periodiek verslag uit te brengen over de staat van de leiding. Indien
                    naar het oordeel van het college blijkt dat onvoldoende onderhoud is gepleegd,
                    kan het college de leidingexploitant aanzeggen onderhoudswerkzaamheden te
                    verrichten. Op de onderhoudswerkzaamheden (zoals vervangings- of
                    aanpassingswerkzaamheden) zijn de bepalingen uit deze verordening onverkort van
                    toepassing en moet een vergunning worden aangevraagd (al dan niet na een
                    verkorte procedure). </al><al/><tussenkop>Artikel 16 </tussenkop><al>Het college kan besluiten in, op of boven openbare plaatsen werken te verrichten
                    die van invloed kunnen zijn op de reeds aanwezige leidingen en kan op grond van
                    dit artikel bepalen dat een leiding verlegd of aangepast moet worden. Daartoe
                    zal het college op basis van artikel 9, onderdeel g een bestaande vergunning
                    wijzigen of intrekken. Voor zover de leidingexploitant daarbij schade lijdt die
                    niet tot het normale bedrijfsrisico behoort, zal het college hem een redelijke
                    en billijke schadevergoeding toekennen (nadeelcompensatie). De hoogte van de
                    schadevergoeding zal vooralsnog van geval tot geval beoordeeld worden. De
                    bepaling biedt het college de mogelijkheid beleidsregels op te stellen waarin de
                    criteria voor een dergelijke vergoeding kunnen worden neergelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 </tussenkop><al>Dit artikel betreft een incidentenregeling en behelst verplichtingen voor de
                    leidingexploitant in geval van storingen en incidenten waarbij gevaar, hinder of
                    verontreiniging plaatsvindt. Het geeft het college overigens de bevoegdheid om
                    in voorkomende gevallen (waaronder ook concrete dreiging) maatregelen te treffen
                    ten aanzien van de leiding die het gevaar, hinder of verontreiniging
                    veroorzaakt, maar ook - indien noodzakelijk - ten aanzien van de naburige
                    leidingen. Overigens zal bij de toepassing van deze bevoegdheden zoveel mogelijk
                    gebruik gemaakt worden van bestaande incidentenregelingen. De in het tweede lid
                    bedoelde onderzoeken komen voor rekening van de leidingexploitant. De gemeente
                    is niet aansprakelijk voor het genoemde in het derde lid. </al><al/><tussenkop>Artikel 18 </tussenkop><al>Na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning, bij intrekking door het
                    college en bij opzegging door de leidingexploitant moet de leiding worden
                    verwijderd. Het ligt voor de hand om in de vergunning zelf voorwaarden op te
                    nemen met betrekking tot het verwijderen van leidingen, maar zulks kan ook na
                    afloop, intrekking of opzegging geschieden. De laatste exploitant of beheerder
                    van de leiding is verplicht om voor verwijdering zorg te dragen. Mocht het om
                    bepaalde redenen noodzakelijk of wenselijk zijn om de betreffende leiding te
                    laten liggen, dan kan wijziging van de bestaande vergunning of een nieuwe
                    vergunning aangevraagd worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 </tussenkop><al>Beoogd wordt een of meerdere ambtenaren door het college aan te wijzen als
                    toezichthouders. Zij zullen toezicht houden op de naleving van de voorschriften
                    bij of krachtens deze verordening. In de praktijk zal het college toezicht
                    houden op het meest kritieke onderdeel: de aanleg van de leiding. </al><al/><tussenkop>Artikel 20 </tussenkop><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. De eigenaren van de talloze leidingen
                    die thans in de openbare ruimte aanwezig zijn is in de meeste gevallen - al dan
                    niet privaatrechtelijk - een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden
                    verbonden zijn. </al><al>Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat de huidige leidingeigenaren
                    hoge kosten moeten maken is ervoor gekozen de huidige toestemmingen te
                    beschouwen als een vergunning in de zin van deze verordening. </al><al>Er kan zich echter een situatie voordoen waarin het college op basis van de hem
                    ter beschikking staande gegevens van mening is dat het veiligheidsniveau van een
                    bepaalde leiding niet voldoet aan de eisen waar het krachtens deze verordening
                    aan zou moeten voldoen. </al><al>In dat geval kan het college extra informatie van de leidingexploitant vragen
                    waarna het college kan beslissen of instandhouding van de vergunning uit oogpunt
                    van veiligheid toelaatbaar is. Ook kan het college van de leidingexploitant
                    verlangen dat hij een nieuwe aanvraag indient, vergezeld van de benodigde
                    documenten. </al><al>Daarbij kan het college een termijn stellen waarbinnen de nadere informatie moet
                    zijn aangeleverd of een nieuwe aanvraag moet zijn ingediend. Met deze
                    systematiek wordt beoogd maatwerk te leveren ten aanzien van de vele, naar aard
                    en leeftijd verschillende leidingen. </al><al>Overigens zij opgemerkt dat voor leidingen die zonder toestemming of vergunning
                    in de openbare ruimte liggen hoe dan ook een aanvraag moet worden ingediend om
                    een vergunning op grond van de LV te verkrijgen.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 </tussenkop><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen strafrechtelijk
                    op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke
                    handhavingsinstrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties in
                    beginsel een uiterste handhavingmiddel. </al><al/><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>