<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>297146_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsbesluit financiering instandhouding provinciale monumenten in Drenthe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-24</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Uitvoeringsbesluit financiering instandhouding provinciale monumenten in Drenthe</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-17</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, </dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2012, 41</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012008467</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al id="anker-doi">Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:
                17-12-2012</al><al id="anker-bbi">Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit:
                Provinciaal blad 2012, 41</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><paragraaf><kop><titel>HOOFDSTUK 1, ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1, Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze beleidsregel wordt verstaan onder:</al><al>a. provinciaal monument: een provinciaal gebouwd monument als bedoeld in artikel 1,</al><al>onder b, van de Provinciale Monumentenverordening 2008;</al><al>b. provinciale monumentenlijst: de lijst die ingevolge artikel 4 van de Provinciale</al><al>Monumentenverordening 2008 door gedeputeerde staten wordt bijgehouden;</al><al>c. verduurzamen: het toepassen van energiebesparende maatregelen;</al><al>d. subsidiabele instandhoudingkosten: de op grond van een begroting geraamde en</al><al>door gedeputeerde staten goedgekeurde kosten van werkzaamheden die leiden tot</al><al>het opheffen van (bouwtechnische) gebreken, die noodzakelijk zijn voor de</al><al>instandhouding en verduurzaming van de monumentale waarde van een provinciaal</al><al>gebouwd monument;</al><al>e. Restauratiefonds: de Stichting Nationaal Restauratiefonds te Hoevelaken;</al><al>f Drents Monumentenfonds (DMF): het fonds van de provincie Drenthe bij het</al><al>Restauratiefonds, waaruit laagrentende leningen en subsidies worden verstrekt;</al><al>g. ASV: Algemene subsidieverordening Drenthe 2012.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1a</titel></kop><al>Op het verstrekken van leningen en subsidies op grond van dit uitvoeringsbesluit is de</al><al>ASV van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen nadere uitvoeringsvoorschriften vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>1. Gedeputeerde staten verstrekken uitsluitend een laagrentende lening voor de</al><al>subsidiabele instandhoudingkosten van een monument, inclusief energiebesparende</al><al>maatregelen, voor zover deze niet door een andere subsidie mogelijkheden worden</al><al>gedekt.</al><al>2 Gedeputeerde staten verstrekken uitsluitend laagrentende leningen aan een</al><al>natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een bestuursorgaan als bedoeld in artikel</al><al>1:1 van de Algemene wet bestuursrecht, die krachtens eigendom of ander zakelijk</al><al>recht het genot heeft van een monument, dan wel in het bezit is van een voorlopig</al><al>koopcontract.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Een aanvraag om een laagrentende lening wordt ingediend op een door gedeputeerde</al><al>staten daartoe vastgesteld digitaal aanvraagformulier en gaat vergezeld van de in het</al><al>formulier genoemde bijlagen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5, Subsidiabele instandhoudingkosten</titel></kop><al>1. Een laagrentende lening kan slechts worden aangevraagd, als de subsidiabele</al><al>instandhoudingkosten ten minste € 25.000,-- bedragen.</al><al>2. De laagrentende lening bedraagt maximaal € 200.000,-- per monument.</al><al>3. De laagrentende lening wordt verstrekt tegen een rente die 5% ligt onder de door</al><al>het Restauratiefonds gehanteerde marktrente, met een minimum van 1,5%. Het</al><al>monument waarvoor de laagrentende lening wordt verstrekt wordt hypothecair</al><al>belast tot de hoogte van de laagrentende lening. De aflossingstermijn is maximaal</al><al>30 jaar.</al><al>4. In geval van schade als gevolg van een calamiteit, worden de subsidiabele</al><al>instandhoudingkosten berekend aan de hand van de kosten van voor herstel van het</al><al>provinciaal monument te treffen voorzieningen minus de uit te keren</al><al>verzekeringspenningen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6, Beslistermijn</titel></kop><al>Gedeputeerde staten beslissen op een aanvraag om een laagrentende lening binnen</al><al>22 weken na ontvangst van de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7, Weigeringsgronden</titel></kop><al>1. In aanvulling op de in de ASV genoemde algemene weigeringsgronden, wordt een</al><al>laagrentende lening niet verstrekt indien;</al><al>a. er binnen het DMF onvoldoende middelen resteren om de gevraagde lening te</al><al>verstrekken;</al><al>b. met de werkzaamheden waarvoor een laagrentende lening wordt gevraagd, het</al><al>belang van de monumentenzorg niet of onvoldoende wordt gediend;</al><al>c. de kosten van werkzaamheden niet in een redelijke verhouding staan tot het te</al><al>bereiken resultaat;</al><al>d. de werkzaamheden zijn begonnen voordat op de aanvraag is beslist, tenzij</al><al>hiervoor schriftelijk toestemming is verleend;</al><al>e. voor de uit te voeren werkzaamheden een vergunning op grond van artikel 11</al><al>van de Provinciale Monumentenverordening is vereist en deze (nog) niet is</al><al>verleend.</al><al>2. Een laagrentende lening kan voorts geweigerd worden in geval van een negatief</al><al>advies van het Restauratiefonds.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8, Bijzondere verplichtingen</titel></kop><al>1. Aan een laagrentende lening wordt de verplichting verbonden dat:</al><al>a. het werk wordt uitgevoerd overeenkomstig door gedeputeerde staten</al><al>vastgestelde nadere regels;</al><al>b. de aanvang van het werk tenminste 2 weken van tevoren wordt gemeld bij</al><al>gedeputeerde staten;</al><al>c. met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen binnen 26 weken na de</al><al>datum van verzending van de verlening van de laagrentende lening;</al><al>d. binnen 130 weken na de verlening van een laagrentende lening de</al><al>gereedmelding als bedoeld in artikel 11, is ingediend bij gedeputeerde staten;</al><al>e. de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens in de beroepsgroep van</al><al>restauratiebedrijven geldende normen.</al><al>2. Het werk wordt uitgevoerd als scholings- en werkgelegenheidstraject door een</al><al>erkend leerbedrijf in de (restauratie)bouw. Gedeputeerde staten kunnen hiervan</al><al>afwijken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9, Verzekering</titel></kop><al>1. De eigenaar en/of de zakelijk gerechtigde is verplicht het monument waarvoor een</al><al>laagrentende lening is verstrekt voldoende te verzekeren tegen brand-, storm- en</al><al>bliksemschade.</al><al>2. Tijdens de werkzaamheden is een CAR-verzekering verplicht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10, Tussentijdse vervreemding</titel></kop><al>Indien de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde binnen de looptijd van de laagrentende</al><al>lening het monument vervreemdt, wordt de laagrentende lening beëindigd en dient de</al><al>eigenaar en/of zakelijk gerechtigde het restant van de schuld uiterlijk bij overdracht aan</al><al>de verkrijger terug te storten in het Drents Monumentenfonds.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11, Vaststelling</titel></kop><al>1. Vaststelling van de laagrentende lening vindt plaats nadat:</al><al>a. de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden gereed zijn gemeld op het</al><al>daartoe door gedeputeerde staten beschikbaar gestelde formulier zijn</al><al>gecontroleerd en akkoord zijn bevonden;</al><al>b. een overzicht overeenkomstig de bij de aanvraag gevoegde begroting is</al><al>verstrekt van de totale werkzaamheden en de daarop betrekking hebbende</al><al>kosten, inclusief eventueel meer- en minderwerk, alsmede kopieën van alle</al><al>rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden.</al><al>2. Vaststelling vindt plaats op basis van de bij de verlening goedgekeurde subsidiabele</al><al>instandhoudingkosten van werkzaamheden of de werkelijke kosten van de</al><al>werkzaamheden als deze lager zijn, dan wel hoger, met inachtneming van het</al><al>bepaalde op meer- en minderwerk.</al><al>3. Gedeputeerde staten kunnen er mee instemmen dat de aanvrager in plaats van</al><al>rekeningen en betalingsbewijzen een verklaring van een accountant verstrekt</al><al>waaruit blijkt dat het kostenoverzicht juist en volledig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12, Slotbepalingen</titel></kop><al>1. Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de monumentenzorg afwijken van de</al><al>bepalingen in dit uitvoeringsbesluit.</al><al>2. Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking op 1 januari 2013.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>TOELICHTING </titel></kop><structuurtekst><al>BIJ DE UITVOERINGSBESLUIT FINANCIERING INSTANDHOUDING</al><al>PROVINCIALE MONUMENTEN IN DRENTHE</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>ALGEMEEN</titel></kop><structuurtekst><al>Het verstrekken van een laagrentende lening als hier aan de orde valt onder de</al><al>begripsomschrijving van ‘subsidie' in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Dit betekent dat zowel de regels uit titel 4.2.1 van deze wet als die van de Algemene</al><al>subsidieverordening Drenthe op de verlening en vaststelling van de laagrentende lening</al><al>van toepassing zijn.</al><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Sub a en b</al><al>Het uitvoeringsbesluit is gericht op beschermde provinciale monumenten (zie artikel 4,</al><al>eerste lid, van de Provinciale Monumentenverordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Gedeputeerde staten hebben op grond van dit artikel uitvoeringvoorschriften vastgesteld</al><al>ten aanzien van de te financieren subsidiabele kosten en de procedure van aanvraag van</al><al>een laagrentende lening. Dit betreft de:</al><al>- "Leidraad laagrentende lening"</al><al>- "Leidraad te financieren kosten"</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Met andere zakelijke rechten kan gedacht worden aan het recht van erfpacht, een</al><al>appartementsrecht of een deelneming- of lidmaatschaprecht op het gebruik van een</al><al>pand.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>De procedure van indiening van een aanvraag om een laagrentende lening is beschreven</al><al>in de door gedeputeerde staten vastgestelde "Leidraad aanvragen laagrentende lening".</al><al>Bij een niet volledig ingediend aanvraagformulier stellen gedeputeerde staten de</al><al>aanvrager overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid de</al><al>ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken.</al><al>Indien de ingediende gegevens - ook na een verzoek om aanvulling- onvoldoende zijn</al><al>voor de beoordeling van de aanvraag dan kunnen gedeputeerde staten besluiten de</al><al>aanvraag niet in behandeling te nemen.</al><al>In het geval van een positieve beslissing op de aanvraag, volgt een beschikking die recht</al><al>geeft op een laagrentende lening. Bij een negatieve beslissing volgt een afwijzende</al><al>beschikking. Na afloop van de uitvoering en de gereedmelding van het werk volgt de</al><al>vaststelling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Eerste en derde lid</al><al>Om voor een laagrentende lening in aanmerking te komen dienen de subsidiabele</al><al>instandhoudingkosten minimaal € 25.000,-- te bedragen, dit is tevens het minimum van</al><al>een laagrentende lening. Het maximum bedrag aan goedgekeurde kosten per monument</al><al>waarvoor een laagrentende lening kan worden toegekend bedraagt € 200.000,--. Bij</al><al>splitsing in (woon)eenheden geldt een berekening van het maximum naar rato van het</al><al>vloeroppervlak.</al><al>Een van de belangrijkste condities van het uitvoeringsbesluit betreft het aanbieden van</al><al>een laagrentende lening tegen een lager rentetarief dan de geldende marktrente, die het</al><al>Restauratiefonds hanteert. Het minimum bedraagt echter 1,5%.</al><al>De genoemde bedragen zijn inclusief de voor de aanvrager ten laste blijvende BTW .</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>In geval van overdracht wordt 'afgerekend' met de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde.</al><al>De laagrentende lening is niet overdraagbaar op de koper van het provinciaal monument.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Eerste lid</al><al>De bepaling onder d is opgenomen om de bouwtechnische kwaliteit van de te herstellen</al><al>onderdelen vooraf vast te kunnen stellen (0-meting). Ingeval van verkregen ontheffing</al><al>kan voor eigen rekening en risico worden gestart.</al><al>Tweede lid</al><al>Het Restauratiefonds adviseert over alle aanvragen voor een laagrentende lening, door</al><al>toetsing van de inkomens- en vermogenspositie van de aanvrager in relatie tot het</al><al>aangevraagde bedrag. Gedeputeerde staten hebben de mogelijkheid om af te wijken van</al><al>een negatief advies. Alleen in uitzonderingsgevallen zal een negatief advies toch leiden</al><al>tot een laagrentende lening.</al><al>De artikelen 8 tot en met 10 van de Algemene subsidieverordening vermelden naast de</al><al>genoemde criteria ook enkele algemene weigeringsgronden zoals de bepaling rondom</al><al>staatssteun.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Sub d</al><al>De termijn is gelet op de aard van de werkzaamheden op 130 weken vastgesteld.</al><al>Sub e en tweede lid</al><al>In het Bestuursakkoord van 5 maart 2012 tussen het Rijk en de provincies is onder</al><al>andere bepaald dat beide overheden zich inzetten om de kwaliteit van het</al><al>restauratieproces en de -werkzaamheden te bevorderen.</al><al>Het voortbestaan van onze monumenten wordt bedreigd door enerzijds uitvoering van de</al><al>werkzaamheden door niet of onvoldoende ter zake deskundig en/of gekwalificeerd</al><al>personeel.</al><al>Anderzijds is er een tekort aan vaklieden die kunnen restaureren. Dit ontstaat doordat</al><al>geen of weinig instroom in de restauratieopleidingen plaatsvindt of vanwege het feit dat</al><al>vakkrachten worden ontslagen als gevolg van de economische crisis waaraan onder</al><al>andere de bouw is gerelateerd.</al><al>Hierdoor verdwijnt het specifieke vakmanschap in onder andere de restauratietechniek.</al><al>Beide overheden hechten veel waarde aan behoud en continuïteit van restauratiekennis</al><al>en -vaardigheden. Op grond daarvan stelt zij de voorwaarde aan het verkrijgen van een</al><al>laagrentende lening dat het werk wordt uitgevoerd:</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>