<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297114_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Witte Weekblad, 13-06-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, artikel 12, 14 en 15</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1 en 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-08-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0021/13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-10908</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Ronde Venen</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van B&amp;W</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 14 en 15 va va n
                        de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht;</al><al/><al>b e s l u i t : </al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: <vet>Erfgoedverordening De Ronde
                            Venen 2013</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk monument aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b)"><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in
                                    onderdeel a;</al></li><li nr="c)"><al>beschermd rijksmonument: beschermd monument als bedoeld in
                                    artikel 1.1, eerste lid, van de Wabo;</al></li><li nr="d)"><al>monumentencommissie: de op basis van artikel 15 Monumentenwet
                                    1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of
                                    uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
                                    Monumentenwet 1988, de Wabo, deze verordening en het
                                    monumentenbeleid;</al></li><li nr="e)"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Wabo;</al></li><li nr="f)"><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente De Ronde Venen;</al></li><li nr="g)"><al>de burgemeester: de burgemeester van de gemeente De Ronde
                                    Venen;</al></li><li nr="h)"><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of 2.2 van de Wabo; </al></li><li nr="i)"><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; </al></li><li nr="j)"><al>gemeentelijke archeologische beleidskaart: de Archeologische
                                    Beleidskaart De Ronde Venen 2011,een topografische kaart van het
                                    gemeentelijke grondgebied waarop gebieden met archeologische
                                    waarden en verwachtingswaarden zijn aangegeven;</al></li><li nr="k)"><al>archeologisch (verwachtings)gebied: gebied aangeduid op de
                                    archeologische beleidskaart, niet zijnde het terrein Slot
                                    Abcoude wat op de archeologische beleidskaart is aangeduid met
                                    AWG 1, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische
                                    vondsten of sporen aanwezig of te verwachten zijn;</al></li><li nr="l)"><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                    uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                    denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="m)"><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                    vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en
                                    de uitvoering van archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="n)"><al>reguliere procedure: de procedure met een termijn van 8 weken
                                    zoals gedefinieerd in §3.2 van de Wet Algemene Bepalingen
                                    Omgevingsrecht </al></li><li nr="o)"><al>uitgebreide procedure: de procedure met een termijn van 26 weken
                                    zoals gedefinieerd in §3.3 van de Wet Algemene Bepalingen
                                    Omgevingsrecht </al></li><li nr="p)"><al>beschermd dorpsgezicht: een van rijkswege beschermd dorpsgezicht
                                    in De Ronde Venen, aangewezen op basis van artikel 35 van de
                                    Monumentenwet 1988</al></li><li nr="q)"><al>karakteristiek pand: een pand wat binnen een in De Ronde Venen
                                    vigerend bestemmingsplan of vigerende beheersverordening is
                                    aangeduid of bestemd als karakteristiek pand, MIP pand of pand
                                    van cultuurhistorische of monumentale waarde en als zodanig is
                                    beschermd</al></li><li nr="r)"><al>archeologisch rapport: een rapport waarin archeologisch
                                    onderzoek en de resultaten daarvan worden beschreven en waarin
                                    wordt aangegeven of, en zoja op welke wijze, verder
                                    archeologisch onderzoek nodig is</al></li><li nr="s)"><al>archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het
                                    bodemarchief die ten behoeve van de archeologische
                                    monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld
                                    door het bevoegd gezag of het college en de vigerende
                                    Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);</al></li><li nr="t)"><al>archeologisch deskundige: een organisatie die voldoet aan de
                                    vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                zaak of terrein aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert het
                                college overleg met de eigenaar. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                            ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                            artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen zestien weken na ontvangst van het advies
                                van de monumentencommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                aanwijzing wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als
                                bedoeld in het tweede lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 5 eerste lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenzij de omstandigheid genoemd in artikel 9 lid 2 zich voordoet,
                                dient het verzoek tot intrekking van de aanwijzing een bouwkundig
                                rapport te bevatten waarin naar het oordeel van het college in
                                voldoende mate is aangetoond wat de bouwkundige staat van het
                                monument is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tenzij de omstandigheid genoemd in artikel 9 lid 2 zich voordoet,
                                trekt het college de aanwijzing niet in, alvorens een rapport is
                                overgelegd waarin de bouwhistorische en cultuurhistorische waarden
                                van het gemeentelijke monument na oordeel van het college in
                                voldoende mate zijn gedocumenteerd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Binnen vier weken na ontvangst van het advies van de
                                monumentencommissie, verzoekt het college, indien het voornemens is
                                tot intrekking over te gaan, om het rapport als bedoeld in het
                                vierde lid. Het college beslist binnen 16 weken na ontvangst van dit
                                rapport op de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Instandhouding van gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop bepaalde werkzaamheden dienen te worden
                                uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voorwaarden of voorschriften
                                verbinden betreffende onder meer de uitvoering en de
                                materiaaltoepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een
                                religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede
                                lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het
                                een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. van het Besluit omgevingsrecht
                            voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te
                            overleggen gegevens en bescheiden worden in viervoud ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt advies aan de monumentencommissie voordat
                                zij beslist op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 10
                                van deze verordening. Dit kan het bevoegd gezag doen door het zenden
                                van een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen vijf weken na de datum van verzending van het verzoek om
                                advies brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de procedure zonder advies van de
                                monumentencommissie vervolgen, indien binnen de in het tweede lid
                                genoemde termijn geen advies is uitgebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b)"><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vergunning voor beschermde rijksmonumenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt de monumentencommissie om advies voordat
                                het beslist op de aanvraag. Dit kan het bevoegd gezag doen door het
                                zenden van een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om
                                vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen vijf weken na het verzoek om advies van het bevoegd gezag, in
                                het geval er sprake is van een reguliere procedure.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na het verzoek om advies van het bevoegd gezag, in
                                het geval er sprake is van een uitgebreide procedure. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 3 genoemde termijn geldt ook indien het rijksmonument zich
                                in een beschermd dorpsgezicht bevindt (artikel 17 staat hier niet
                                aan in de weg)</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Karakteristieke panden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vergunning voor karakteristieke panden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt de monumentencommissie om advies voordat
                                het beslist op een aanvraag om wijziging van een karakteristiek
                                pand. Dit kan het bevoegd gezag doen door het zenden van een
                                afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen vijf ww eken na de datum van verzending van het verzoek om
                                advies brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de procedure zonder advies van de
                                monumentencommissie vervolgen, indien binnen de in het tweede lid
                                genoemde termijn geen advies is uitgebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Beschermde dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vergunningsplichtige activiteiten binnen het beschermde
                                dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt de monumentencommissie om advies voordat
                                het beslist op de aanvraag om een vergunning voor een activiteit
                                binnen een beschermd dorpsgezicht</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit kan het bevoegd gezag doen door het zenden van een afschrift van
                                de ontvankelijke aanvraag om vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen vijf weken na de datum van verzending van het verzoek om
                                advies brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de procedure zonder advies van de
                                monumentencommissie vervolgen, indien binnen de in het tweede lid
                                genoemde termijn geen advies is uitgebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Archeologische instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Het is verboden om in een archeologisch
                                        (verwachtings)gebied, bedoeld in artikel 1, onder k, zonder
                                        of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het
                                        bevoegd gezag werkzaamheden uit te voeren welke verstoring
                                        van mogelijke archeologische resten onder het maaiveld
                                        kunnen veroorzaken, waaronder:</al></li><li nr="a."><al>Bouw- of sloopwerkzaamheden</al></li><li nr="b."><al>grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen,
                                        afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en
                                        ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of
                                        dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het
                                        aanleggen van drainage;</al></li><li nr="c."><al>het verlagen of verhogen van het waterpeil;</al></li><li nr="d."><al>het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en
                                        bomen;</al></li><li nr="e."><al>het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of
                                        telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende
                                        constructies, installaties of apparatuur</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, is niet van
                                toepassing als één van de volgende gevallen zich voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkzaamheden veroorzaken dieper dan 0,30 meter onder het
                                        maaiveld geen verstoring;</al></li><li nr="b."><al>in de legenda van de gemeentelijke archeologische
                                        beleidskaart is aangegeven dat er geletop de aard van het
                                        archeologische (verwachtings)gebied (als in artikel 1, sub
                                        k) en de omvang van het plangebied geen vergunning nodig
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>er is sprake van een vanaf 1 januari 2012 vastgesteld en
                                        geldend bestemmingsplan of geldende beheersverordening
                                        waarin regels zijn opgenomen omtrent archeologische
                                        monumentenzorg </al></li><li nr="d."><al>er is sprake van een vanaf 1 januari 2012 verleende
                                        omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in
                                        artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wabo en hierin
                                        zijn voorschriften opgenomen omtrent archeologische
                                        monumentenzorg.</al></li><li nr="e."><al>de bouwwerkzaamheden betreffen vervanging, vernieuwing of
                                        verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte
                                        voor zover gelegen op of onder het maaiveld niet wordt
                                        uitgebreid en uitsluitend gebruik gemaakt wordt van de
                                        bestaande fundering;</al></li><li nr="f."><al>de werkzaamheden mogen op het tijdstip van in werking treden
                                        van deze verordening worden uitgevoerd krachtens een reeds
                                        verleende</al><al> vergunning </al></li><li nr="g."><al>de werkzaamheden zijn reeds in uitvoering op het tijdstip
                                        van in werking treden van deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>de werkzaamheden behoren tot het normale onderhoud en beheer
                                        van de gronden;</al></li><li nr="i."><al>de werkzaamheden worden uitgevoerd ten dienste van
                                        archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="j."><al>(voor waterbodems) de onderhoudsbaggerwerkzaamheden gaan
                                        aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte
                                        baggerdieptes;</al></li><li nr="k."><al>aanvrager heeft een rapport overgelegd waarin de
                                        archeologische waarden van de betrokken locatie naar het
                                        oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn
                                        vastgesteld en de betrokken archeologische waarden, mits
                                        gelet op het rapport behoudenswaardig geacht, worden door de
                                        in de aanvraag beschreven werkzaamheden naar oordeel van het
                                        bevoegd gezag niet geschaad of mogelijke schade kan worden
                                        voorkomen door het opstellen van regels, gericht op:</al><lijst><li nr="·"><al>het treffen van maatregelen, waardoor archeologische
                                                resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud
                                                  <cursief>in
                                                </cursief><cursief>situ</cursief>);</al></li><li nr="·"><al>het doen van opgravingen (behoud <cursief>ex
                                                  </cursief><cursief>situ</cursief>);</al></li><li nr="·"><al>begeleiding van de beschreven activiteiten door een
                                                hiertoe bevoegde (archeologische) instantie.</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>het bevoegd gezag heeft een vergunning verleend, waarbij in
                                        de regels of voorschriften is vastgelegd dat een
                                        archeologisch rapport overgelegd moet worden waarin de
                                        archeologische waarden van de betrokken locatie naar het
                                        oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn
                                        vastgesteld en de betrokken archeologische waarden, mits
                                        gelet op het rapport behoudenswaardig geacht, worden door de
                                        in de aanvraag beschreven werkzaamheden naar oordeel van het
                                        bevoegd gezag niet geschaad of mogelijke schade kan worden
                                        voorkomen door het opstellen van regels, gericht op:</al><lijst><li nr="·"><al>het treffen van maatregelen, waardoor archeologische
                                                resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud
                                                  <cursief>in
                                                </cursief><cursief>situ</cursief>);</al></li><li nr="·"><al>het doen van opgravingen (behoud <cursief>ex
                                                  </cursief><cursief>situ</cursief>);</al></li><li nr="·"><al>begeleiding van de beschreven activiteiten door een
                                                hiertoe bevoegde (archeologische) instantie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Het bepaalde in lid 2, sub b, is niet van toepassing indien
                                        binnen een periode van 24 maanden voor de datum van de
                                        voorgenomen werkzaamheden binnen het onderhavige terrein, op
                                        aangrenzende terreinen of op terreinen op een afstand van
                                        minder dan 25 meter het bepaalde in lid 2, sub b, reeds van
                                        toepassing is geweest op een aanvraag om een
                                        omgevingsvergunning.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen
                                onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen
                                in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988 met uitzondering
                                van boringen, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze
                                wet, het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld
                                in artikel 1 onder o van deze verordening, waarbij nadere regels
                                worden gesteld ten aanzien van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen
                                onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van boringen in
                                de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd
                                de overige bepalingen van deze wet, de verstoorder, voorafgaand aan
                                het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder n
                                van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te
                                overleggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
                                advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                                Archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aanpassing gemeentelijke archeologische beleidskaart</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd de archeologisch (verwachtings)gebieden op de
                                gemeentelijke archeologische beleidskaart te wijzigen of geheel of
                                gedeeltelijk te verwijderen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>na het oordeel van het bevoegd gezag uit nader archeologisch
                                        onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische
                                        waarden aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>na het oordeel van het bevoegd gezag uit nader archeologisch
                                        onderzoek is gebleken dat ter plaatse gevonden
                                        archeologische waarden aanleiding geven tot een andere
                                        waardering te komen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een besluit te nemen als genoemd in het eerste lid, wint het
                                college advies in bij een archeologisch deskundige </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Advies archeologisch deskundige</titel></kop><al>Alvorens een besluit te nemen over de vaststelling van een archeologisch
                            rapport, danwel over uit een archeologisch rapport voortvloeiend
                            archeologisch onderzoek, wint het college advies in bij een
                            archeologisch deskundige</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 18, tweede lid, onder k en l, en
                            artikel 19, tweede lid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 18, tweede lid, onder k en l;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 19, derde lid, tweede
                                    volzin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met het tweede lid van artikel 10 of het
                            eerste lid van artikel 18 van deze verordening, wordt gestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekken oude regelingen</titel></kop><al>De “Erfgoedverordening De Ronde Venen 2011” wordt ingetrokken met ingang
                            van de in artikel 28 genoemde datum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2011 aangewezen
                                en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen
                                en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergunning die is ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening wordt afgehandeld met
                                inachtneming van de op dat moment voor deze aanvraag geldende
                                verordening, zijnde de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2013. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Erfgoedverordening De Ronde Venen
                            2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De
                        Ronde Venen van 30 mei 2013,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/De Ronde Venen/i223006.pdf">Archeologische beleidskaart gemeente De Ronde Venen</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Toelichting Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013 is tot stand gekomen als opvolger van
                    de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2011. Bij deze verordening is hoofdzakelijk
                    uitgegaan van de meest recente modelverordening zoals die opgesteld is door de
                    Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Er wordt daarom naar de toelichting
                    van VNG verwezen op de modelverordening. De belangrijkste wijzigingen ten
                    opzichte van de modelverordening worden hier artikelsgewijs toegelicht. Let op:
                    de artikelnummers kunnen anders zijn dan bij de modelverordening het geval is.
                    Voor de leesbaarheid is daarom de titel bijgevoegd.</al><tussenkop>Artikel 9. Intrekken van de aanwijzing</tussenkop><al>Dit artikel geeft de mogelijkheid om de aanwijzing van gemeentelijke monumenten
                    in te trekken (lid 1). Voor intrekking van de aanwijzing is het advies van de
                    monumentencommissie nodig. Aan dit artikel zijn twee bepalingen toegevoegd. </al><al>Allereerst is voor een goede afweging van de aanvraag de eis gesteld dat een
                    bouwkundig rapport wordt ingediend. Gemeentelijke monumenten worden aangewezen
                    om deze voor de eeuwigheid voor de gemeenschap te behouden. Hiermee wordt een
                    algemeen belang gediend. Van intrekking van de aanwijzing kan daarom geen sprake
                    zijn tenzij door de aanvrager aangetoond kan worden dat de bouwkundige staat van
                    het monument der mate slecht is dat herstel redelijkerwijs niet meer mogelijk
                    is.</al><al> Ten tweede is de eis gesteld dat, indien het college wil meewerken aan het
                    intrekken van de aanwijzing, een documentatie van het monument moet worden
                    ingediend alvorens de aanwijzing wordt ingetrokken. Op intrekking van de
                    aanwijzing zal normaliter de afgifte van een vergunning voor sloop volgen.
                    Hiermee verdwijnt de monumentale waarde van het betreffende object voor goed.
                    Door een documentatie te eisen wordt in elk geval een deel van de
                    cultuurhistorische waarde van het betreffende object vastgelegd. Deze
                    documentatie is raadpleegbaar voor een ieder via het gemeentelijke archief, of
                    via eventuele publicatie op de gemeentelijke website. </al><tussenkop>Artikel 10. Instandhoudingbepaling</tussenkop><al>Volgens de Wabo is het niet meer mogelijk om voorwaarden of voorschriften aan de
                    vergunning te koppelen, tenzij dit in de gemeentelijk monumentenverordening is
                    geregeld. Aan dit artikel is daarom lid 4 extra toegevoegd.</al><tussenkop>Artikel 12. Termijnen advies</tussenkop><al>Lid 1 is gewijzigd ten opzichte van de modelverordening. Er is niet voor gekozen
                    het bevoegd gezag de verplichting op te leggen om direct door middel van een
                    afschrift aan de Monumentencommissie advies te vragen. Door lid 1 meer open te
                    formuleren blijft het bevoegd gezag vrij om de monumentencommissie om advies te
                    vragen op de wijze die in de praktijk het best werkt.</al><al>Vanwege de andere en vaak kortere termijnen die de Wabo hanteert kan het
                    mogelijk zijn dat er onvoldoende tijd is om op een definitief advies van de
                    monumentencommissie te wachten. Dit advies is verplicht en er is een termijn van
                    5 weken voor opgenomen. Om in dergelijke gevallen toch de procedure te kunnen
                    voort te zetten en niet per definitie de aanvraag om een omgevingsvergunning te
                    hoeven weigeren is lid 3 ingevoegd.</al><tussenkop>Artikel 15. Vergunning voor beschermde rijksmonumenten</tussenkop><al>Het eerste lid is hier gewijzigd op dezelfde wijze en met dezelfde motivatie als
                    bij artikel 12 lid 1.</al><al>Sinds 2012 geldt er niet langer een uitgebreide procedure van 26 weken bij alle
                    gevallen van een vergunningsaanvraag betreffende een rijksmonument, dit is
                    slechts nog bij uitzondering het geval. In de meeste gevallen geldt de reguliere
                    procedure van 8 weken. Er zijn daarom twee adviestermijnen voor de
                    monumentencommissie opgenomen, afhankelijk van de procedure die de Wabo
                    voorschrijft.</al><tussenkop>Artikel 16. Vergunning voor karakteristieke panden</tussenkop><al>Dit is een nieuw artikel wat ook niet in de VNG modelverordening is terug te
                    vinden. Gemeente De Ronde Venen kent ongeveer 150 panden die als zijnde
                    ‘karakteristiek’ op hoofdvorm zijn beschermd in een bestemmingsplan of
                    beheersverordening. De omvang van de bescherming is in het betreffende
                    bestemmingsplan of beheersverordening geregeld. De procedure van
                    vergunningverlening bij deze panden is door dit artikel gelijk getrokken met die
                    voor rijks- en gemeentelijke monumenten voor wat betreft de rol van de
                    monumentencommissie. Uitgangspunt is om het cultuurhistorische beleid
                    overzichtelijk te houden door de zaken waarbij dat mogelijk is tezamen in de
                    erfgoedverordening te regelen.</al><tussenkop>Artikel 17. Vergunningsplichtige activiteiten binnen het beschermde
                    dorpsgezicht</tussenkop><al>Ook dit is een nieuw artikel wat niet in de VNG modelverordening is terug te
                    vinden. De Ronde Venen kent drie beschermde dorpsgezichten (Abcoude, Baambrugge,
                    een deel van Loenersloot) waarbij de monumentencommissie een advies rol vervult.
                    Deze rol is door opname in de erfgoedverordening helder en uniform voor elk van
                    de drie beschermde dorpsgezichten. Uitgangspunt is ook hier om het
                    cultuurhistorische beleid overzichtelijk te houden door de zaken waarbij dat
                    mogelijk is tezamen in de erfgoedverordening te regelen.</al><tussenkop>Artikel 18. Archeologische instandhoudingbepaling</tussenkop><al>De Wet op de archeologische monumentenzorg van 21 december 2006 verplicht de
                    raad om, bij de vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1
                    van de Wet ruimtelijke ordening, rekening te houden met de in de grond aanwezige
                    dan wel te verwachten monumenten. In De Ronde Venen is dit vanaf 2000 in diverse
                    bestemmingsplannen gebeurd. In de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2011 is daar
                    een extra bescherming aan toegevoegd voor alle gebieden waar in het
                    bestemmingsplan (of de beheersverordening) geen archeologische regelgeving is
                    opgenomen. Hierbij werd verwezen naar bovenlokale archeologische kaarten.
                    Hierdoor is er verschillend archeologisch beleid ontstaan afhankelijk van de
                    plaats van een plangebied in de gemeente. </al><al>In 2011 is de Archeologische Beleidskaart De Ronde Venen 2011 opgesteld en
                    gepubliceerd (publicatie in december 2011). Deze kaart bevat afgewogen
                    archeologische beleid voor het grondgebied van de gehele gemeente en biedt de
                    mogelijkheid om tot eenduidig en overzichtelijk beleid te komen. De kaart is
                    gekoppeld aan de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2011: het beleid zoals dat op
                    de kaart met bijbehorende legenda is weergegeven is geldend binnen de gehele
                    gemeente en gaat boven het archeologische beleid van de vele bestemmingsplannen
                    en beheersverordeningen in de gemeente. Iedereen kan dan aan de hand van de
                    Archeologische Beleidskaart De Ronde Venen 2011 met bijbehorende legenda
                    eenvoudig inschatten of bij een bepaalde ontwikkeling rekening met archeologie
                    gehouden moet worden. De bijbehorende procedure is voor iedereen gelijk en terug
                    te vinden onder artikel 19 van de erfgoedverordening.</al><al>Uiteraard is de Archeologische Beleidskaart een momentopname. Doordat er
                    archeologisch onderzoek plaats vindt neemt de archeologische kennis over de
                    gemeente toe. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er in gebieden met een hoge
                    archeologische verwachtingswaarde onderzoek wordt gedaan en er niet of weinig
                    archeologische vondsten zijn. Hierdoor kan na verloop van tijd de archeologische
                    verwachtingswaarde van een gebied veranderen. Om dit te ondervangen is in de
                    erfgoedverordening een uitzondering opgenomen voor plangebieden waar vanaf 1
                    januari 2012 een bestemmingsplan of beheersverordening is vastgesteld. In deze
                    gebieden gelden de archeologische bepalingen uit het betreffende ruimtelijke
                    plan.</al><al>Voor een toelichting op het in de Archeologische Beleidskaart De Ronde Venen
                    2011 aangehouden beleid wordt verwezen naar deze kaart, de bijbehorende
                    toelichting en de onderbouwende oudere archeologische kaarten van
                    respectievelijk de voormalige gemeenten Abcoude en De Ronde Venen.</al><tussenkop>Artikel 19. Opgravingen en begeleiding</tussenkop><al>Dit artikel is niet gewijzigd ten opzichte van de Erfgoedverordening De Ronde
                    Venen 2011. In afwijking van de modelverordening van VNG is gekozen een
                    duidelijke onderscheid te maken tussen boringen en opgravingen of proefsleuven.
                    Dit is tot uitdrukking gebracht in lid 1 en lid 2. Een programma van eisen (PvE)
                    wordt enkel vereist bij opgravingen of proefsleuven. De Kwaliteitsnorm
                    Nederlandse Archeologie (KNA) bepaalt daarnaast dat eveneens een plan van aanpak
                    (PvA) gemaakt moet worden, in aansluiting op het PvE, in het geval van
                    opgravingen en proefsleuven. Het is daarom niet noodzakelijk dit apart in de
                    verordening op te nemen. Te meer daar het belang van een PvA geringer is wanneer
                    er al een PvE door het college is vastgesteld.</al><al> In het geval van boringen wordt binnen de verordening, evenals binnen de KNA,
                    geen PvE verplicht gesteld. Vanuit de KNA is het wel verplicht een PvA op te
                    stellen. Echter, er wordt belang gehecht aan de afstemming van dit PvA met het
                    college. Omdat dit niet in de KNA geregeld is, is dit in de verordening
                    opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 20 Aanpassing gemeentelijke archeologische
                    beleidskaart</tussenkop><al>De Archeologische Beleidskaart De Ronde Venen 2011 is een momentopname van de op
                    dat moment aanwezige archeologische kennis over De Ronde Venen. Doordat er
                    archeologisch onderzoek plaats vindt neemt de archeologische kennis over de
                    gemeente toe. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er in gebieden met een hoge
                    archeologische verwachtingswaarde onderzoek wordt gedaan en er niet of weinig
                    archeologische vondsten zijn. Hierdoor kan na verloop van tijd de archeologische
                    verwachtingswaarde van een gebied veranderen. Artikel 20 geeft het college de
                    bevoegdheid om op basis van verricht archeologisch onderzoek aanpassingen in de
                    archeologische beleidskaart te maken. Uiteraard is hierbij advies van een
                    archeologisch deskundige vereist.</al><tussenkop>Artikel 21. Advies archeologisch deskundige</tussenkop><al>Het college van B&amp;W is veelal bevoegd gezag inzake archeologie bij
                    vergunningsprocedures conform de Wabo. In deze hoedanigheid moeten regelmatig
                    archeologische onderzoeksrapporten beoordeeld worden. Om hier inhoudelijk een
                    goed oordeel over te kunnen vormen is advies van een archeologisch deskundige
                    nodig. Uitgangspunt van deze verordening is om het cultuurhistorische beleid
                    overzichtelijk te houden door de zaken waarbij dat mogelijk is tezamen in de
                    erfgoedverordening te regelen. Deze advisering, die in de praktijk nu al zo
                    plaats vindt, is daarom in de erfgoedverordening opgenomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>