<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>297108_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-28</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 24-06-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2016-06-16</dcterms:issued><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Diverse artikelen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/036</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>regeling openbare orde en veiligheid, huishouding openbare ruimte</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.diverse uitvoeringsbesluiten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>NHOUDSOPGAVE Algemene plaatselijke verordening</al><al></al><al><vet>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al></al><al><vet>HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE</vet></al><al><vet>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al></al><al><vet>Afdeling 2 Betoging</vet></al><al><cursief>Artikel 2:2 Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al><cursief>Artikel 2:4 Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:5 Gereserveerd</cursief></al><al></al><al><vet>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                            of afbeeldingen</al><al></al><al><vet>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</vet></al><al><cursief>Artikel 2:7 Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:8 Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:9 Straatartiest</al><al></al><al><vet>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</vet></al><al>Artikel 2:10A Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                            weg in strijd met de publieke functie ervan</al><al>Artikel 2:10B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al><al>Artikel 2:10C Gereserveerd</al><al>Artikel 2:10D Vrij te stellen categorien </al><al>Artikel 2:10E Nadere regels</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><al></al><al><vet>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</vet></al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (vervallen)</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al><cursief>Artikel 2:17
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel
                                2:18Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al><cursief>Artikel
                                2:20Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al><cursief>Artikel 2:22
                                Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs </al><al></al><al><vet>Afdeling 7 Evenementen</vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al><al></al><al><vet>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting</al><al>Artikel 2:32 Handel in openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al></al><al><vet>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al><cursief>Artikel 2:37
                                Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al></al><al><vet>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden (nieuw)</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al><al></al><al><vet>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</vet></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. (nieuw)</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al><cursief>Artikel 2:45
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:46
                                Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:47A Verbod vloeken</al><al>Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                            ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                            e.d.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al><cursief>Artikel 2:54
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:55
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:56
                                Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2:58A Verontreiniging door paarden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al><cursief>Artikel 2:61 Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al><al><cursief>Artikel 2:63 Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:64 Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:65 Gereserveerd</cursief></al><al></al><al><vet>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van
                                goederen</vet></al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                            van Strafrecht</al><al><cursief>Artikel 2:69 Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:70 Gereserveerd</cursief></al><al></al><al><vet>Afdeling 13 Vuurwerk en Carbid</vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            verkoopdagen</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            jaarwisseling</al><al>Artikel 2:73A Verbod carbidschieten</al><al>Artikel 2:73B Bij zich hebben van carbid</al><al>Artikel 2:73C Toepasselijkheid</al><al></al><al><vet>Afdeling 14 Drugsoverlast</vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2:74A Openlijk drugsgebruik</al><al></al><al><vet>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding (nieuw)</al><al>Artikel 2:75A Verblijfsontzeggingen</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen (nieuw)</al><al></al><al><vet>HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIES E.D.
                            </vet></al><al><vet>Afdeling 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al></al><al><vet>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</vet></al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                            sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                            beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                            erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al></al><al><vet>Afdeling 3 Beslissingstermijn: weigeringsgronden</vet></al><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><al></al><al><vet>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</vet></al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al><al></al><al><vet>Afdeling 5 Overgangsbepaling</vet></al><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling (vervallen)</al><al></al><al><vet>HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG
                                VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</vet></al><al><vet>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting</vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al><al><cursief>Geluidshinder door dieren (vervallen)</cursief></al><al><cursief>Geluidshinder door bromfietsen e.d. (vervallen)</cursief></al><al><cursief>Geluidshinder door vrachtauto’s (vervallen)</cursief></al><al><cursief>Geluidshinder door luidsprekers (vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder </al><al></al><al><vet>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</vet></al><al><cursief>Artikel 4:7 Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                            riolen en putten buiten gebouwen </al><al></al><al><vet>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</vet></al><al><cursief>Artikel 4:10
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 4:11
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 4:12
                                Gereserveerd</cursief></al><al></al><al><vet>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</vet></al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al><cursief>Artikel 4:14
                                Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame </al><al><cursief>Artikel 4:16 Gereserveerd
                            </cursief></al><al></al><al><vet>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen</vet></al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling (nieuw)</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
                            (nieuw)</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen (nieuw)</al><al></al><al><vet>HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                                GEMEENTE</vet></al><al><vet>Afdeling 1 Parkeerexcessen</vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen (nieuw)</al><al><cursief>Artikel 5:4 Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                            (vervallen)</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al></al><al><vet>Afdeling 2 Collecteren</vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </al><al></al><al><vet>Afdeling 3 Venten</vet></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling (nieuw)</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting (nieuw)</al><al></al><al><vet>Afdeling 4 Standplaatsen</vet></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling (nieuw)</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende (nieuw)</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen (nieuw)</al><al><cursief>Artikel 5:21
                                Gereserveerd</cursief></al><al></al><al><vet>Afdeling 5 Snuffelmarkten</vet></al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling (nieuw)</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al><al></al><al><vet>Afdeling 6 Openbaar water</vet></al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al><cursief>Artikel 5:25
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:26
                                Gereserveerd</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:27
                                Gereserveerd</cursief></al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water (nieuw)</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al><al></al><al><vet>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</vet></al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden (nieuw)</al><al></al><al><vet>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</vet></al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                            anderszins vuur te stoken</al><al></al><al><vet>Afdeling 9 Verstrooiing van as</vet></al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al><al></al><al><vet>HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, eerste lid,
                                        onder b, van de Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig
                                        <onderstreept>artikel 27, tweede lid, van de
                                        Wegenwet</onderstreept>, bij hun besluit van 15 juni 1990,
                                    dan wel, indien de raad op latere datum de grenzen van de
                                    bebouwde kom heeft vastgesteld op grond van artikel 20a, lid 1
                                    Wegenverkeerswet 1994, overeenkomstig dat raadsbesluit;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening Gemeente Papendrecht;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, eerste
                                        lid, onder c, van de Woningwet</onderstreept>;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Papendrecht;</al></li><li nr="j."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1,
                                    eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1:2 Beslistermijn</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10A, tweede lid,
                                2:11, tweede lid onder a, 2:12 of artikel 4:15. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</label></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</label></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1:7 Termijnen</label></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</label></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk 2 Openbare orde</label></kop><afdeling><kop><label>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of hij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegdebestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 2 Betoging</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:2 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging,
                                    een vergadering of samenkomst tot het belijden van godsdienst of
                                    levensbeschouwing, als bedoeld in de Wet openbare manifestaties,
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:4 en 2:5 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of producten dan
                                    wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                    aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op een openbare plaats</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:7 en 2:8 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht is van toepassing
                                    op de ontheffing als genoemd in het derde lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:10 A Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie van en openbare plaats</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college
                                    een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                    publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerst lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste en tweede lid kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan een openbare
                                    plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van en openbare
                                    plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel
                                    een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van en openbare plaats;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband
                                    met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de vergunning als genoemd in het eerste lid om
                                    dwingende redenen van algemeen belang zoals de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid en de verkeersveiligheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:10 B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige
                                    artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige
                                    artikel geldt niet voor bouwwerken;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige
                                    artikel geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:10 C[gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:10 D Vrij te stellen categorieën</label></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel A niet geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:10 E Nadere regels</label></kop><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepaalde
                                in artikel 2:10 A t/m D.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><al>a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al><al>b. door het college in de overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, het Provinciaal
                                    wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordenin of de
                                    Leidingenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:12 (Omgevings)vergunning voor het maken, veranderen of het gebruik veranderen van een uitweg</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een
                                    (omgevings)vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken,
                                    te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te
                                    veranderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daar
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:13 [gereserveerd]</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op een openbare
                                    plaats te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het
                                    bedrijf als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf
                                    gelegen is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke
                                    omgeving van dat winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van
                                    het bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het
                                    weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex en
                                    tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende
                                    parkeerplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op een
                                    openbare plaats, onbeheerd achter te laten anders dan op een
                                    daartoe aangewezen plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het voorgaande lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wegenverordening Zuid-Holland 1997.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</label></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:17 en 2:18 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad of andere scherpe voorwerpen aan te
                                    brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat
                                    gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v.
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 meter uit de
                                    uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van
                                    een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wegenverordening Zuid-Holland 1997.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:20 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:22 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 7 Evenementen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:24 Begripsbepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste
                                                lid, onder h, van de Gemeentewet</onderstreept> en
                                            artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de
                                                <onderstreept>Drank en Horecawet</onderstreept>
                                            gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de <onderstreept>Wet openbare
                                                manifestaties</onderstreept>;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op een openbare
                                            plaats;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan een
                                            openbare plaats;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                    buurtbarbecue op een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:25 Evenement</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 07.00 en 23.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m² per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen 15 werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 10</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de vergunning als genoemd in het eerste lid om
                                    dwingende redenen van algemeen belang zoals de openbare
                                    orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:26 Ordeverstoring</label></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden bereid of verstrekt. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de
                                                inrichting liggend deel van de openbare inrichting
                                                waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                                waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                                geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                                worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                        besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                                        daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                        waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                        verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de
                                    exploitatievergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de vestiging of de exploitatie van de openbare
                                            inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                            een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende
                                            beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit,
                                            de Wet milieubeheer of een horecagebiedsplan;</al></li><li nr="b."><al> de exploitant of de beheerder onder curatele
                                            staat;</al></li><li nr="c."><al> de exploitant of de beheerder niet de leeftijd van
                                            achttien jaar heeft bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
                                    en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting waar
                                    geen alcohol wordt geschonken, en waar de openbare orde evident
                                    niet in het geding is, mits hieraan geen zelfstandige betekenis
                                    toekomt en deze zich bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al> een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al> een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al> een kerk;</al></li><li nr="d."><al>een museum; of</al></li><li nr="e."><al> een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een afschrift van de exploitatievergunning is in de openbare
                                    inrichting aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste
                                    lid indien de aanvrager geen (positieve) verklaring omtrent
                                    gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop
                                    de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de
                                    exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor
                                    onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk
                                    opschorten of wijzigen, indien naar zijn oordeel</al><lijst><li nr="a."><al> de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige
                                            nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of
                                            strafbare feiten in of vanuit de openbare inrichting,
                                            dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare
                                            inrichting strafbare feiten of activiteiten worden
                                            gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt
                                            beïnvloed;</al></li><li nr="b."><al> er sprake is van een gewijzigde exploitatie of een
                                            wijziging in de exploitant, waarvoor geen nieuwe
                                            exploitatievergunning is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al> de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht
                                            levensgedrag is;</al></li><li nr="d."><al> er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting
                                            personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het
                                            bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of
                                            Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de vergunning als genoemd in het eerste lid om
                                    dwingende redenen van algemeen belang zoals de openbare orde en
                                    de openbare veiligheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:29 Sluitingstijd</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden een openbare inrichting voor
                                    bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in een openbare
                                    inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag
                                    tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen
                                    02.00 uur en 05.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    openbare inrichting of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> gebaseerde
                                    voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 13b van de
                                    Opiumwet</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting</label></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een openbare inrichting te
                                bevinden gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:32 Handel in openbare inrichtingen</label></kop><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</onderstreept>.</al><al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:33 Ordeverstoring</label></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting de orde te
                                verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</label></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van <onderstreept>artikel 174
                                    van de Gemeentewet</onderstreept>, treedt het college op als
                                bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en
                                met 2:31.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:35 Begripsbepaling</label></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</label></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:37 Nachtregister</label></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</label></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van <onderstreept>artikel
                                        30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
                                        Kansspelen</onderstreept> vergunning is verleend;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer
                                    van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in <onderstreept>artikel 7c van de
                                        Wet op de kansspelen</onderstreept> te beoefenen, of te
                                    spelen op speelautomaten als bedoeld in <onderstreept>artikel 30
                                        van de Wet op de kansspelen</onderstreept>, of de handeling
                                    als bedoeld in <onderstreept>artikel l, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen</onderstreept> te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de vergunning als genoemd in het tweede lid om
                                    dwingende redenen van algemeen belang zoals de openbare
                                    orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>a. Wet: de <onderstreept>Wet op de
                                    kansspelen</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 30, onder c, van de
                                        Wet;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 30, onder d, van de
                                        Wet;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>d. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 30, onder e, van de
                                    Wet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee
                                    kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 174a van de
                                        Gemeentewet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor
                                    publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 13b van de
                                        Opiumwet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:42 Plakken en kladden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen of doen aanbrengen van
                                    handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water te
                                    vervoeren of voorhanden te hebben enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde voorwerpen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of voorhanden te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor het plegen van strafbare
                                    feiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van
                                    winkels te vervoeren of voorhanden te hebben een voorwerp dat er
                                    kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                    vergemakkelijken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:45 en 2:46 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                    weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                    onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door <onderstreept>artikel
                                        424</onderstreept>, <onderstreept>426bis</onderstreept> f
                                        <onderstreept>431 van het Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> f <onderstreept>artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:47 A Verbod vloeken</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in het openbaar de naam van God vloekende te
                                    gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 gestelde verbod geldt niet voor zover gedachten of
                                    gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7 van de
                                    Grondwet, dan wel in het geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 137c, 137e, 147 en 429 bis van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare
                                    orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantast en of
                                    anderszins overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een terras dat deel uitmaakt van een inrichting als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank en Horecawet.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</label></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</label></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat a. gebouw of dat portiek;</al><al>b. daardoor die ingang versperd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester
                                    aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te
                                    bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                    terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                    plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod
                                    kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden dat de winkels geopend zijn
                                    zich met een fiets, bromfiets, rolschaatsen, skates of
                                    skateboard of daarmee vergelijkbaar speeltuig te bevinden in
                                    overdekte winkelcentra.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:53 Bespieden van personen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:54, 2:55 en 2:56 [gereserveerd]</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:57 Loslopende honden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die
                                    hond aangelijnd is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband
                                    of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                    duidelijk doet kennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod genoemd in het eerste lid onder a geldt niet indien
                                    de eigenaar of houder van een hond om aantoonbare medische
                                    redenen niet aan de aanlijnplicht kan voldoen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht de uitwerpselen
                                    van de hond onmiddellijk te verwijderen, als de hond zich van
                                    zijn uitwerpselen ontdoet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het gebod genoemd in het
                                    eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:58A Verontreiniging door paarden</label></kop><al>De houder of berijder van een paard is verplicht de uitwerpselen van
                                het paard onmiddellijk te verwijderen als het paard zich van zijn
                                uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of
                                    de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                    hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag
                                    van die hond noodzakelijk vindt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat
                                    het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat
                                    het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                    muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                    noodzakelijk vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                    voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van
                                    stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een
                                    stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat
                                    verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die
                                    zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten,
                                    dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                    de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan
                                    1,50 meter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> plaatsen
                                    aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                    schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide
                                    dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    gestelde regels, of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:61 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:62 [gereserveerd]</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:63, 2:64 en 2:65 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:66 Begripsbepaling</label></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</onderstreept>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht</label></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al><al>1° dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging; </al><al>2° van een verandering van de onder a, sub l°, bedoelde adressen; </al><al>3° als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; </al><al>4° dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; </al><al>b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register
                                ter inzage te geven;</al><al>c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar
                                zijn;</al><al>d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:69 en 2:70 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 13 Vuurwerk en Carbid</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</label></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><al>a. bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en
                                wethouders of, voor zover het betreft openbare samenkomsten en
                                vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                                burgemeester;</al><al>b. bus: een al dan niet originele melkbus, of een andere bus van
                                staal of ijzer, een container, een opslagvat, een buis of een ander
                                daarmee gelijk te stellen voorwerp;</al><al>c. consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van
                                22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                                consumenten- en professioneel vuurwerk (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vuurwerkbesluit">Vuurwerkbesluit</extref>) van toepassing is;</al><al>d. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van
                                acetyleengas afkomstig van een reactie tussen carbid
                                (calciumacetylide) en water of van een gasmengsel met vergelijkbare
                                eigenschappen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen</label></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden vuurwerk op of aan openbare plaats te bezigen
                                    inzien zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73A</nr><titel>Verbod carbidschieten</titel></kop><al>Het is verboden carbid te schieten in de openlucht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73B</nr><titel>Bij zich hebben van carbid</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats carbid bij zich te
                                hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73C</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><al>Deze afdeling is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer,
                                de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet
                                vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van
                                toepassing is.</al><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 14 Drugsoverlast</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:74 Drugshandel op openbare plaats</label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de
                                    <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> is het verboden op en
                                openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen
                                en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee
                                heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen
                                als bedoeld in <onderstreept>artikel 2</onderstreept> en
                                    <onderstreept>3 van de Opiumwet</onderstreept>, of daarop
                                gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te
                                bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, verblijfsontzeggingen, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</label></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 154a van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot het tijdelijk doen
                                ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door
                                hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de
                                artikelen 2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:74 van de Algemene
                                plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:75A Verblijfsontzeggingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder is verplicht zich op een daartoe strekkend bevel,
                                    schriftelijk gegeven door of namens de burgemeester in het
                                    belang van de openbare orde, te verwijderen en verwijderd te
                                    houden, uit een door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    gebied, gedurende de tijd, in het bevel genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op
                                    personen die in het door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    gebied:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich bevinden in een middel van openbaar vervoer;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aldaar werkzaam zijn;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>volgens het bevolkingsregister aldaar woonachtig zijn; dan
                                    wel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een aantoonbaar redelijk belang hebben om zich in dit gebied op
                                    te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel als bedoeld in het eerste lid is slechts geldig
                                    gedurende een in het bevel genoemde periode van ten hoogste vier
                                    weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</label></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151b van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> bij verstoring van de openbare orde
                                door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151c
                                        van de Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot plaatsing
                                    van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het
                                    toezicht op een openbare plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van de volgende voor een ieder
                                    toegankelijke plaatsen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>parkeergarages en parkeerterreinen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bedrijfsterreinen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>winkelcentra.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</label></kop><afdeling><kop><label>Afdeling 1 Begripsbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</label></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al><al>b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al><al>c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig
                                was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting
                                worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                                tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                combinatie met elkaar;</al><al>d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al><al>e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al><al>f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van
                                die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                personen;</al><al>g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in
                                een seksinrichting of escortbedrijf;</al><al>h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                uitzondering van:</al><al>1. de exploitant;</al><al>2. de beheerder;</al><al>3. de prostituee;</al><al>4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al><al>5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van
                                deze verordening;</al><al>6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens
                                dringende redenen noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</label></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in
                                    <onderstreept>artikel 174 van de Gemeentewet</onderstreept>, de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:3 Nadere regels</label></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraagvergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de plattegrond van de inrichting;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het totale aantal personen werkzaam in de inrichting.</al></lid><lid><lidnr>e3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de vergunning als genoemd in het eerste lid om
                                    dwingende redenen van algemeen belang zoals de openbare orde en
                                    de volksgezondheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de <onderstreept>artikel 37 van het Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept> in een psychiatrisch
                                    ziekenhuis geplaatst of met toepassing van <onderstreept>artikel
                                        37a van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> ter
                                    beschikking gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                    door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                        <onderstreept>artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                        Strafvordering</onderstreept> is toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in <onderstreept>artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>, wegens dan wel mede
                                    wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <onderstreept>Drank- en
                                        Horecawet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Opiumwet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept> en de
                                        <onderstreept>Wet arbeid vreemdelingen</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 137c tot en met
                                        137g,</onderstreept><onderstreept>140</onderstreept><onderstreept>240b</onderstreept>,
                                        <onderstreept>242 tot en met 249</onderstreept>,
                                        <onderstreept>252</onderstreept>, 250a (oud),
                                        <onderstreept>273f</onderstreept>, <onderstreept>300 tot en
                                        met 303</onderstreept>, <onderstreept>416</onderstreept>,
                                        <onderstreept>417</onderstreept>,
                                        <onderstreept>417bis</onderstreept>,
                                        <onderstreept>426</onderstreept>,
                                        <onderstreept>429quater</onderstreept> en <onderstreept>453
                                        van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 8</onderstreept> en
                                        <onderstreept>162, derde lid</onderstreept>, alsmede
                                        <onderstreept>artikel 6</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>artikel 8</onderstreept> of juncto
                                        <onderstreept>artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 1, onder a, b en d</onderstreept>,
                                        <onderstreept>13</onderstreept>,
                                        <onderstreept>14</onderstreept>,
                                        <onderstreept>27</onderstreept> en <onderstreept>30b van de
                                        Wet op de kansspelen</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 2</onderstreept> en <onderstreept>3
                                        van de Wet op de weerkorpsen;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 54</onderstreept> en <onderstreept>55
                                        van de Wet wapens en munitie</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept> of <onderstreept>artikel 76,
                                        derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen</onderstreept>, tenzij de geldsom minder
                                    dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:6 Sluitingstijden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 05.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 05.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>
                                    gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in <onderstreept>artikel 3:41 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept>, maakt het bevoegd
                                    bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar
                                    bekend overeenkomstig <onderstreept>artikel 3:42 Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        <onderstreept>Tweede Boek van het Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, in de
                                        <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> en in de
                                        <onderstreept>Wet wapens en munitie</onderstreept>; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de <onderstreept>Wet arbeid
                                        vreemdelingen</onderstreept> of de
                                        <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept> bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:9 Straatprostitutie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie tenminste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:10 Sekswinkels</label></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in <onderstreept>artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 3 Beslissingstermijn; weigeringsgronden</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273 f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet Arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>meer dan vijf prostituees in de seksinrichting tegelijkertijd
                                    werkzaam zullen zijn;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>reeds drie vergunningen voor seksinrichtingen, zoals bedoeld in
                                    artikel 3:4 eerste lid van deze verordening in de gemeente zijn
                                    verleend aan seksinrichtingen of escortbedrijven. Uitsluitend
                                    voor toepassing van het bepaalde in vorige zin, wordt met het
                                    aantal verleende vergunningen meegeteld het aantal in de
                                    gemeente aanwezige seksinrichtingen of escortbedrijven dat reeds
                                    vanaf 1 januari 2000 in de gemeente is gevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    kan worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van
                                    het woon- en leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                    prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3:15 Wijziging beheer</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 5 Overgangsbepaling</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3:16 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</label></kop><afdeling><kop><label>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</label></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a. Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer;</al><al>b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                Besluit;</al><al>c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al><al>d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één
                                of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al><al>e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden
                                is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al><al>f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting;</al><al>g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                betreffende inrichting;</al><al>h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                versterkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal zes incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening met 20 dB worden
                                    verhoogd mits de houder van de inrichting tenminste twee weken
                                    voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                    heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal vier
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de houder van de inrichting ruimere geluidvoorschriften
                                    nodig acht voor een incidentele festiviteit kan hij het college
                                    verzoeken de normen uit het eerste lid te verhogen. Het college
                                    kan hieraan medewerking verlenen waarbij eventueel om advies aan
                                    de Milieudienst Zuid-Holland Zuid advies wordt gevraagd. Het
                                    verzoek dient tenminste zes weken voor de datum van de
                                    festiviteit te worden gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</label></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op
                                ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                    bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                    het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel
                                    van toepassing, met dien verstande dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                    gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                    gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                    redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                    geluidsmetingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden op de
                                    grens van geluidsgevoelige terreinen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover
                                    het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                                    verblijfsruimten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel
                                    geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>Tabel</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><colspec colname="colD"></colspec><tbody><row><entry><al></al></entry><entry><al>7.00 - 19.00 uur</al></entry><entry><al>19.00 - 23.00 uur</al></entry><entry><al>23.00 - 7.00 uur</al></entry></row><row><entry><al>L<inf>Ar,LT</inf> op de gevel van gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>50 dB(A)</al></entry><entry><al>45 dB(A)</al></entry><entry><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>L<inf>Ar,LT</inf> in in- en aanpandige
                                                  gevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>35 dB(A)</al></entry><entry><al>30 dB(A)</al></entry><entry><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>L<inf>Amax</inf> op de gevel van gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry><al>70 dB(A)</al></entry><entry><al>65 dB(A)</al></entry><entry><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry><al>L<inf>Amax</inf> in in- en aanpandige
                                                  gevoelige gebouwen</al></entry><entry><al>55 dB(A)</al></entry><entry><al>50 dB(A)</al></entry><entry><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de duur van vier uur in de week is onversterkte muziek,
                                    vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                    harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende
                                    de dag- en avondperiode uitgezonderd van toetsing aan de
                                    genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte
                                    elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt
                                    het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van
                                    deze verordening van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</label></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                milieuverordening.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4:7 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</label></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats ziin
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen</label></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</label></kop></afdeling><afdeling><kop><label>Artikel 4:10, 4:11 en 4:12 [gereserveerd] </label></kop></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>, in de openlucht en buiten de
                                    weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                    gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                    voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende
                                    voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                                    hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of in een Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:14 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:15 (Omgevings)vergunning voor handelsreclame</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                                    voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    in welke vorm dan ook, die zichtbaar is van een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                    gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                    zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
                                    daartoe aangewezen door de overheid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste
                                    zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of
                                    verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende
                                    zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij
                                    het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn,
                                    mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                    dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                    aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is
                                    gedaan aan het bevoegd gezag,</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                    kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken
                                    op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan onder meer
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband
                                    met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in specifiek, op de aanvraag betrekking hebbende, bijzondere
                                    omstandigheden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    landschapsverordening of de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:16 [gereserveerd]</label></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4:17 Begripsbepaling</label></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van
                                    <onderstreept>artikel 40 van de Woningwet</onderstreept> is
                                vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan
                                worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de ontheffing als genoemd in lid 3 om dwingende
                                    reden van algemeen belang, zoals de bescherming van het
                                    (stedelijk) milieu.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadert regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</label></kop><afdeling><kop><label>Afdeling 1 Parkeerexcessen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</label></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van
                                het <onderstreept>Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                    1990)</onderstreept> met uitzondering van kleine wagens zoals:
                                kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al><al>b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                    <onderstreept>Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV
                                    1990).</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</label></kop><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig
                                te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                verhandelen.</al><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:4 [gereserveerd] </label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde
                                    kom op de weg te plaatsen of te hebben:</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit naar hun oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:10 [gereserveerd]</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</label></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 2 Collecteren</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 3 Venten</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:14 Begripsbepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet</onderstreept> of op snuffelmarkten als
                                    bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:15 Ventverbod</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                    uitoefening van de handel op of aan de weg of aan een openbaar
                                    water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet met
                                    enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de
                                    openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te
                                    verkopen of af te geven danwel diensten aan te bieden.</al><al></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><al>a. ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
                                    van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet;</al><al>b. voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                    goederen door - of door huisgenoten of personeel van - hem die
                                    dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in
                                    artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al><al>c. voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de
                                    plaats die is aangewezen voor het houden van een door de
                                    gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden waarop
                                    die markt gehouden wordt;</al><al>d. voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                    goederen op een standplaats bedoeld in artikel 5:18.</al><al></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat
                                    door het verlenen van de vergunning een redelijk
                                    verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 7, eerste lid, van de
                                        Grondwet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 4 Standplaatsen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:17 Begripsbepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te knop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h,
                                        van de Gemeentewet</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</label></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:21 [gereserveerd]</label></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 5 Snuffelmarkten</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:22 Begripsbepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in <onderstreept>artikel 160,
                                        eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht is van toepassing
                                    op de vergunning als genoemd in het eerste lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 6 Openbaar water</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Havenverordening
                                    Papendrecht, het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Scheepvaartverkeerswet</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:25, 5:26 en 5:27 [gereserveerd]</label></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld onderwerp
                                    wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</label></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:32 Crossterreinen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, onderdeel i
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990</onderstreept> een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding
                                    van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te
                                    doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                    motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of het <onderstreept>Besluit
                                        geluidproductie sportmotoren</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, onder z,
                                        Reglement Verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990</onderstreept>, een bromfiets als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels
                                        en verkeerstekens 1990</onderstreept> of met een fiets of
                                    een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                    milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens <onderstreept>artikel 29,
                                        eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990</onderstreept> door de minister van Verkeer en
                                    Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of anderszins vuur aan te
                                    leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3,
                                        van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 9 Verstrooiing van as</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5:35 Begripsbepaling</label></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                    lijkbezorging</onderstreept> op een door de overledene of
                                nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd
                                terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen en dan genoemd in
                                    het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5:37 Hinder of overlast</label></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 6:1 Strafbepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het bepaalde in het eerste lid wordt uitgezonderd de overtreding
                                van het bepaalde in de artikelen 2:10A, tweede lid, 2:11, tweede lid
                                onder a, 2:12 en 4:15. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6:2 Toezichthouders</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de gemeentelijke opsporingsambtenaar
                                en de politieambtenaren voor de regio Zuid-Holland Zuid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</label></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Papendrecht,
                                vastgesteld d.d. 4 april 2005 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</label></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6:6 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                            verordening.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                            Papendrecht, gehouden op 11 februari 2010,</al><al></al><al>de plv. griffier, de voorzitter,</al><al>R. de Rooij C.J.M. de Bruin</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>